Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3193

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-07-2019
Datum publicatie
27-08-2019
Zaaknummer
NL18.12337
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overcapaciteit door kwalitatieve mismatch? Billijke vergoeding uit frictiefonds. Fusie ziekenhuizen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/1017
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: NL18.12337

Vonnis van 17 juli 2019

in de zaak van

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres] ,
advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck te Maastricht,

tegen

de stichting
STICHTING SINT ANTONIUS ZIEKENHUIS,
gevestigd te Zwolle,
verweerster, hierna ook te noemen: Sint Antonius Ziekenhuis,
advocaat mr. T.A.M. van den Ende te Zwolle.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de procesinleiding

  • -

    het verweerschrift

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 21 mei 2019.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] was vanaf 1 februari 1996 lid van de maatschap [.] van Zuwe Hofpoort ziekenhuis in Woerden, en werkte daar als [..] .

2.2.

In het kader van de voorgenomen fusie tussen het (oude) Sint Antonius Ziekenhuis (locaties Utrecht en Nieuwengein) en het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis is de notitie Regeling overcapaciteit medisch specialisten van 16 oktober 2014 opgesteld (hierna: de Regeling). Het doel van de Regeling was ervoor te zorgen dat maatschappen een redelijke compensatie krijgen voor de impact van de fusie op hun maatschap en dat het proces van de bepaling en de compensatie van de overcapaciteit eerlijk verloopt.

2.3.

Naar aanleiding van de Regeling is de Commissie Overcapaciteit Medisch Specialisten (hierna: de COMS) ingesteld om advies uit te brengen over redelijke compensatie van maatschappen en specialisten voor overcapaciteit van medisch specialisten door de fusie. Die overcapaciteit kan ontstaan door adherentieverlies als gevolg van centralisatie van zorg, doelmatigheidswinst, een kwalitatieve mismatch of het vervallen van een deel van de praktijk. Voor de compensatie van door de fusie veroorzaakte overcapaciteit is geld beschikbaar gesteld in een zogeheten frictiefonds.

2.4.

Op basis van de Regeling heeft de COMS het Reglement Commissie Overcapaciteit Medisch Specialisten van 24 juni 2015 opgesteld (hierna: het Reglement). In het Reglement is onder meer opgenomen:

2. Procedure en tijdpad:

(…)

- Maatschappen/vakgroepen [NB: Waar hieronder wordt gesproken van ‘maatschappen/vakgroepen’ wordt bedoeld: de beide maatschappen of vakgroepen van dezelfde discipline die als gevolg van de fusie tussen de ziekenhuizen moeten fuseren tot één maatschap of vakgroep] krijgen tot uiterlijk 1 januari 2016 de gelegenheid een gemeenschappelijk plan voor de aanpak van overcapaciteit bij de COMS in te dienen; alleen maatschappen/vakgroepen die een aanvraag hebben ingediend voor 1 januari 2016 kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage vanuit het frictiefonds.

(…)”

2.5.

Eind 2015 hebben de maten van de (beoogde) fusiemaatschap [.] onder begeleiding van verschillende mediators fusieafspraken gemaakt. Hierbij is afgesproken dat [eiseres] na het fusieproces zou toetreden tot de fusiemaatschap voor een periode van vier jaar. Bij het maken van de fusieafspraken is de fusiemaatschap bijgestaan door een advocaat.

2.6.

Op 25 april 2016 hebben de maten van de (beoogde) fusiemaatschap [.] een gezamenlijk plan bij de COMS ingediend. Op pagina 10 van het plan is opgenomen dat het voornemen bestond om 3,5 fte aan voormalige maten van het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis te laten toetreden tot de maatschap van het (oude) Sint Antonius Ziekenhuis. Vermeld wordt dat reeds op hoofdlijnen naar wederzijdse tevredenheid zakelijke afspraken zijn gemaakt. De beoogde toetreders hebben aangegeven voor zichzelf een toekomst te zien in het fusieziekenhuis, wat in nadere gesprekken positief op realiteit en haalbaarheid is getoetst, terwijl de vijf voormalige maten van het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis hebben besloten om hun betrekking op te zeggen en (grotendeels) elders een betrekking te aanvaarden. [eiseres] heeft als beoogd toetreder het gezamenlijke plan ondertekend.

2.7.

Op 1 juni 2016 heeft de COMS het Advies Commissie Overcapaciteit Medisch Specialisten uitgebracht. In het algemeen gedeelte zijn de begrippen Overcapaciteit en Kwalitatieve mismatch als volgt gedefinieerd:

III. Overcapaciteit

i. Definitie

Overcapaciteit wordt door de commissie gedefinieerd als het verschil tussen de feitelijke aanwezige fte medisch specialist in beide ziekenhuizen voor de fusie en het benodigd aantal fte medisch specialist in de beoogde eindtoestand na de fusie, inbegrepen feitelijke boventalligheid. Van feitelijke boventalligheid is sprake als voor een medisch specialist in de eindtoestand na de fusie geen plek blijkt te zijn binnen de maatschap of vakgroep, ongeacht de oorzaak daarvan. De commissie beperkt zich tot overcapaciteit die gerelateerd is aan de fusie van de beide ziekenhuizen (COMS reglement, paragraaf I)

ii. Oorzaken van overcapaciteit

(…)

Kwalitatieve mismatch: Van kwalitatieve mismatch is sprake indien er voor een medisch specialist geen plaats blijkt te zijn binnen een fusiemaatschap omdat zijn expertise niet beantwoordt aan de expertise waar binnen de fusiemaatschap behoefte aan is. Ook onoverbrugbare verschillen van vakinhoudelijke inzichten of karakters die tot vertrek van een medisch specialist leiden vallen onder deze noemer.

(…)”

In het specialist-specifiek gedeelte wordt voor de vertrekkende [..] ter compensatie een billijkheidsvergoeding voorgesteld.

2.8.

Op 20 juli 2016 heeft mr. Stollenwerck namens [eiseres] een brief gestuurd aan Regiegroep Integratie / Programmabureau Integratie. In deze brief schrijft Stollenwerck:

“(…)

Mevrouw [eiseres] heeft eertijds niet duidelijk kenbaar gemaakt, dat zij ook aanspraak maakt op een vergoeding uit het frictiefonds.

Zij doet een beroep op de kwalitatieve mismatch.

De vakgroep [.] van het St. Antoniusziekenhuis stelt zich op het standpunt, dat mevrouw [eiseres] maar voor een beperkte periode tot de nieuwe vakgroep kan worden toegelaten. Het daarvoor gebruikte argument is dat zij niet allround zou zijn. Zij gaat alleen in de locatie Utrecht werken.

Mevrouw [eiseres] is geboren op [datum] 1957 en zou zonder fusie tot [datum] 2024 hebben doorgewerkt.

Nu wordt haar slechts deelname aangeboden tot 1 januari 2020.

Mevrouw [eiseres] wil om die reden hierbij alsnog aanspraak doen op een billijkheidsvergoeding uit het frictiefonds.

Ik ga ervan uit dat u deze brief zult doorgeleiden aan de COMS en ik wacht uw berichten verder in belangstelling af. (…)”

2.9.

Bij brief van 14 september 2016 is hierop door Programmabureau Integratie geantwoord, zakelijk weergegeven, dat de geboden deelname tot 1 januari 2020 van [eiseres] in eerste instantie een interne discussie is van de fusiemaatschap en dat zij als toetredende maat geen recht heeft op een vergoeding uit het frictiefonds.

2.10.

Op 28 september 2016 zijn de Fusieafspraken maatschap [.] , Intensive Care en Pijnbestrijding getekend. Hierin is onder meer opgenomen:

“(…)

8. Collega [eiseres] zal toetreden voor een vastgestelde periode van vier jaar na 1-10-2016, derhalve tot en met 30 september 2020. Met wederzijdse instemming, staat de mogelijkheid open om daarna een nieuwe overeenkomst te sluiten.

a. Tot aan de lateralisatie van de locatie Woerden (beoogd per 1-1-2018) zal [eiseres] werkzaam zijn op locatie Woerden (inclusief diensten). Daarna zal deze focus verschuiven naar de locatie Utrecht (inclusief diensten).

b. [eiseres] zal zich niet inwerken op de [....] en andersoortige complexe ingrepen en daarmee ook geen diensten gaan doen in Nieuwegein.

(…)”

2.11.

Op 7 november 2017 schreef de heer [A] , namens raad van bestuur van het Sint Antonius Ziekenhuis, aan mr. Stollenwerck:

“(…)

In de afgelopen periode is met diverse betrokkenen overleg gevoerd en ziet de regiegroep geen aanleiding om een billijkheidsvergoeding uit het frictiefonds toe te kennen. (…)”

2.12.

[eiseres] heeft in oktober 2017 haar lidmaatschap van de fusiemaatschap [.] per 1 februari 2018 opgezegd. Op 30 oktober 2017 schrijft zij daarover aan het bestuur van het Medisch Specialistisch Bedrijf Sint Antonius Ziekenhuis (hierna: het MSB):

“(…)

De opzegging per 1 februari 20018 heeft als reden de overgang van de klinische activiteiten per half januari van de locatie Woerden naar Utrecht. De werkzaamheden op de nieuwe locatie en de meer belaste diensten hebben mijn besluitvorming mede bepaald. Tevens bevalt het werken in de grote organisatie mij niet en vind ik het nog steeds spijtig dat de werkzaamheden in het goed georganiseerde Hofpoort ziekenhuis ten einde zijn gekomen. Was er geen sprake geweest van fusie dan had ik zeker niet op deze leeftijd mijn carrière beëindigd. Overigens heb ik wel met veel plezier in de nieuwe maatschap met mijn collegae samen gewerkt. (…)”

3 Het geschil

3.1.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] haar eis verminderd. [eiseres] vordert, na vermindering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    veroordeling van Sint Antonius Ziekenhuis tot betaling van een billijke vergoeding op basis van het frictiefonds, vast te stellen in lijn met de eerder door Sint Antonius Ziekenhuis aan [..] uitbetaalde vergoedingen van tussen € 77.000,- en € 174.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeling van Sint Antonius Ziekenhuis in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Sint Antonius Ziekenhuis voert verweer tegen de vorderingen, met daarbij de conclusie dat de rechtbank de vorderingen zal afwijzen. Sint Antonius Ziekenhuis verzoekt de rechtbank om [eiseres] te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente.

4 De beoordeling

4.1.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij – althans haar praktijkvennootschap – een ledenovereenkomst had gesloten met het MSB (hierna: de ledenovereenkomst). Tussen het MSB en Sint Antonius Ziekenhuis bestaat een samenwerkingsovereenkomst op basis waarvan medische zorg in de verschillende locaties van het Sint Antonius Ziekenhuis wordt verleend (hierna: de samenwerkingsovereenkomst). Door middel van een derdenbeding waren [eiseres] en haar praktijkvennootschap partij bij de samenwerkingsovereenkomst. Sint Antonius Ziekenhuis had de verplichting tegenover het MSB om een frictiefonds in te stellen op basis waarvan medisch specialisten een vergoeding zouden ontvangen wanneer zij schade zouden lijden als gevolg van overcapaciteit door de fusie.

4.2.

[eiseres] stelt dat Sint Antonius Ziekenhuis tegenover haar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst, doordat het op grond van de samenwerkingsovereenkomst een billijke vergoeding had moeten betalen uit het frictiefonds, en dat niet heeft gedaan. Er was namelijk sprake van een kwalitatieve mismatch tussen [eiseres] en de fusiemaatschap doordat [eiseres] slechts voor bepaalde tijd (tot 1 september 2020) kon toetreden tot de fusiemaatschap. [eiseres] is hiermee onder druk van de omstandigheden akkoord gegaan. Indien dit op basis van de tekst van de Regeling en/of het Reglement niet kwalificeert als kwalitatieve mismatch, zou dit op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid alsnog als kwalitatieve mismatch moeten worden beschouwd.

4.3.

[eiseres] vordert op grond van de tekortkoming van Sint Antonius Ziekenhuis schadevergoeding in de vorm van een billijke vergoeding, vast te stellen in lijn met de eerder door Sint Antonius Ziekenhuis aan [..] uitbetaalde vergoedingen.

4.4.

Sint Antonius Ziekenhuis betwist dat zij tegenover [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. Zij is niet bekend met een derdenbeding waardoor [eiseres] en/of haar vennootschap partij is geworden bij de samenwerkingsovereenkomst. Volgens Sint Antonius Ziekenhuis kon [eiseres] niet rechtstreeks aanspraak maken op een billijke vergoeding uit het frictiefonds. De betreffende maatschap diende voor 1 januari 2016 een aanvraag te doen, en in de – mede door [eiseres] ondertekende – aanvraag van de fusiemaatschap [.] wordt niet om een vergoeding uit het frictiefonds verzocht. Er was geen sprake van een kwalitatieve mismatch tussen [eiseres] en de fusiemaatschap. Dat volgt uit het feit dat [eiseres] kon toetreden tot de fusiemaatschap. Volgens Sint Antonius Ziekenhuis is sprake van eigen schuld aan de kant van [eiseres] , doordat zij zelf heeft besloten in te gaan op het voorstel van de andere maten van de fusiemaatschap om toe te treden voor de periode van vier jaar. Verder ontbreekt het causaal verband tussen het handelen van Sint Antonius Ziekenhuis en de schade, omdat [eiseres] uit eigen beweging per 1 februari 2018 uit de fusiemaatschap is getreden.

4.5.

De rechtbank overweegt als volgt. Om te kunnen beoordelen of Sint Antonius Ziekenhuis tegenover [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst, moet eerst worden vastgesteld of [eiseres] een rechtstreeks beroep toekomt op de samenwerkingsovereenkomst. Sint Antonius Ziekenhuis heeft dit betwist, en omdat [eiseres] de ledenovereenkomst en samenwerkingsovereenkomst niet in het geding heeft gebracht, kan de rechtbank niet beoordelen of een derdenbeding is overeengekomen en wat daarvan de inhoud is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] aangeboden de overeenkomsten in het geding te brengen. De rechtbank gaat voorbij aan dit aanbod. Verondersteld dat [eiseres] door middel van een derdenbeding partij bij de samenwerkingsovereenkomst is en een zelfstandig en rechtstreeks beroep toekomt op vergoeding uit het frictiefonds, dan geldt dat niet is komen vast te staan dat Sint Antonius Ziekenhuis toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst en daarom schadevergoeding aan [eiseres] moet betalen. Dat wordt hierna uitgelegd.

4.6.

[eiseres] stelt dat een kwalitatieve mismatch bestond tussen haar en de nieuwe fusiemaatschap, waardoor er sprake was van overcapaciteit. Uit de definitie van de COMS volgt echter dat hiervan sprake is wanneer na de fusie voor een medisch specialist geen plaats bestaat binnen de fusiemaatschap, omdat de expertise van die medisch specialist niet beantwoordt aan de expertise waar binnen de fusiemaatschap behoefte aan is (zie 2.7.).

Bij het maken van de fusieafspraken voor de fusiemaatschap [.] bleek dat voor vijf specialisten uit het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis geen plaats was in de nieuwe fusiemaatschap. Zij hebben een vergoeding gevraagd en ontvangen uit het frictiefonds.

4.7.

Voor [eiseres] bestond na de fusie wel plaats binnen de fusiemaatschap. Zij is toegetreden tot de fusiemaatschap. Dat zij in eerste instantie voor de periode van vier jaar zou toetreden, kwalificeert niet als overcapaciteit door een kwalitatieve mismatch. Deze afspraak is eind 2015 bovendien gemaakt tussen de nieuwe maten van de fusiemaatschap. [eiseres] heeft hiermee zelf ingestemd. Sint Antonius Ziekenhuis was hierbij geen partij. Alleen al hierom kan [eiseres] Sint Antonius Ziekenhuis niet aanspreken.

4.8.

Tevens geldt dat bij het maken van de fusieafspraken verschillende mediators betrokken zijn geweest, en er bijstand was van een advocaat, zodat [eiseres] professioneel is ondersteund. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling van [eiseres] dat zij enkel onder druk van de omstandigheden akkoord is gegaan met de termijn van vier jaar. Hierbij komt dat uit het gezamenlijk plan dat de fusiemaatschap op 25 april 2016 bij de COMS heeft ingediend (dus na het maken van de fusieafspraken) blijkt dat de maten die zouden toetreden naar wederzijdse tevredenheid zakelijke afspraken hebben gemaakt (zie 2.6.). Omdat [eiseres] het plan ook heeft ondertekend, gaat de rechtbank ervan uit dat dit ook voor [eiseres] geldt.

4.9.

Ook het beroep van [eiseres] op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid wordt verworpen. Zoals hiervoor is overwogen, is [eiseres] zelf bij de onderhandeling over de fusiemaatschap akkoord gegaan met een toetredingstermijn van vier jaar. Waarom de redelijkheid en billijkheid ondanks deze afspraken moeten meebrengen dat [eiseres] een vergoeding uit het frictiefonds zou moeten ontvangen, heeft [eiseres] niet duidelijk gemaakt.

4.10.

Het is de rechtbank overigens wel duidelijk geworden dat de fusie impact heeft gehad op [eiseres] . Zij heeft voorafgaand aan de fusie spanningen en stress ervaren, en na de fusie moest zij binnen een grotere organisatie en op een andere locatie gaan werken. Dat zal voor [eiseres] niet makkelijk zijn geweest. Maar het maakt niet dat daardoor sprake was van een kwalitatieve mismatch, waardoor zij recht had op vergoeding uit het frictiefonds.

4.11.

De vordering tot betaling van een billijke vergoeding zal daarom worden afgewezen.

Proceskosten

4.12.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Sint Antonius Ziekenhuis worden begroot op:

- griffierecht 3.946,00

- salaris advocaat 6.422,00 (2,0 punten × tarief € 3.211,00)

Totaal € 10.368,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Sint Antonius Ziekenhuis tot op heden begroot op € 10.368,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.B.W. Beekman en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019.