Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:3107

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-07-2019
Datum publicatie
10-07-2019
Zaaknummer
C/16/483459 / KG ZA 19-434
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Terme de grace verleend. Termijn loopt nog. Ontruiming aangezegd wegens niet tijdig betaalde lopende huurtermijn. Onterecht, dus tenuitvoerlegging geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/483459 / KG ZA 19-434

Vonnis in kort geding van 3 juli 2019

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in PI Ter Peel,

eiseres,

advocaat mr. B.A.M. Hampsink te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING PORTAAL,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

vertegenwoordigd door de heer E.A.C. Appels, werkzaam bij Jongerius Gerechtsdeurwaarders.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Portaal genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 28 juni 2019 met productie 1 tot en met 7;

  • -

    productie 8 van [eiseres] ;

  • -

    de mondelinge behandeling van 2 juli 2019, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;

  • -

    de pleitnota van Portaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] huurt per 4 augustus 2017 van Portaal een woning aan de [adres] in [woonplaats] .

2.2.

Bij vonnis van 12 juni 2019 heeft de kantonrechter van deze rechtbank [eiseres] veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van € 3.090,14 berekend tot en met de maand mei 2019, te vermeerderen met rente, incassokosten en proceskosten. Verder heeft de kantonrechter overwogen:

‘4.6. (…) De kantonrechter is van oordeel dat de hoogte van de huurachterstand enerzijds een (ernstige) tekortkoming oplevert die in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst en een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Anderzijds is niet uitgesloten dat [eiseres] in staat is de huurachterstand op korte termijn aan te zuiveren. Zij heeft ter zitting verklaard dat zij de huur over de maand mei 2019 inmiddels heeft betaald en de lopende huur zal blijven betalen, en dat zij met behulp van vrienden en familie in staat is om de achterstand op korte termijn aan Portaal te betalen. Verder heeft zij gesteld dat zij in juli 2019 (vervroegd) in vrijheid kan worden gesteld, maar dat het daarvoor wel nodig is dat zij een vaste woon- of verblijfplaats heeft. Mede gezien de ernstige (en deels onomkeerbare) gevolgen van een ontruiming, ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde ontbinding en ontruiming slechts onder de na te vermelden voorwaarden toe te wijzen. Daarnaast is [eiseres] gehouden de lopende en reeds vervallen huurtermijnen aan Portaal te voldoen.’

In de beslissing is opgenomen dat [eiseres] de huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten aan Portaal dient te betalen en daaronder:

‘5.4. staat [eiseres] toe om het totaal van de aan Portaal verschuldigde bedragen, inclusief rente en kosten zoals hierboven genoemd, naast de lopende huur, aan Portaal te betalen binnen één maand na betekening van het vonnis;’

Verder is bepaald dat alléén voor het geval [eiseres] niet binnen de gestelde termijn geheel aan de genoemde betalingsverplichtingen voldoet, de huurovereenkomst wordt ontbonden, de woning moet worden ontruimd en vanaf 1 juni 2019 de lopende huur moet worden voldaan, tot de ontruiming.

2.3.

[eiseres] heeft de huur van de maand juni 2019 betaald op 14 juni 2019. De huur van de maand juli 2019 heeft zij betaald op 28 juni 2019, maar ter zitting kon Portaal nog niet bevestigen dat zij laatstgenoemd bedrag had ontvangen.

2.4.

Bij exploot van 21 juni 2019 heeft Portaal het vonnis aan [eiseres] laten betekenen en heeft zij aangezegd dat niet aan het vonnis is voldaan omdat de terme de grâce is verleend onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen zouden worden betaald. Om deze reden is [eiseres] bevolen om de woning binnen 14 dagen te ontruimen.

3 Het geschil en de beoordeling daarvan

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - een verbod voor Portaal om het vonnis van 12 juni 2019 ten uitvoer te leggen voor wat betreft de ontruiming van de woning, althans totdat de door de kantonrechter gestelde termijn van één maand na betekening van het vonnis is verstreken (in dit geval dus tot en met 21 juli 2019) en [eiseres] dan niet aan al haar betalingsverplichtingen jegens Portaal heeft voldaan, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

3.2.

Portaal voert als verweer aan dat het niet tijdig betalen van de lopende huur in strijd is met de verleende terme de grâce en een redelijke uitleg van het vonnis van 12 juni 2019 meebrengt dat [eiseres] gehouden was om de huur van juni 2019 tijdig te voldoen. Door deze verplichting niet na te komen, heeft zij niet voldaan aan de voorwaarden van de terme de grâce en mag Portaal tot ontruiming overgaan, aldus Portaal.

3.3.

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien zij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan.

3.4.

Partijen twisten over de vraag of Portaal bevoegd is om het vonnis ten aanzien van de ontruiming ten uitvoer te leggen, terwijl de termijn van één maand nog niet verstreken is en over de vraag hoe de verleende terme de grâce moet worden uitgelegd. Op grond van artikel 7:280 BW betreft een terme de grâce een termijn van ten hoogste een maand waarin de schuldenaar alsnog aan zijn verplichtingen kan voldoen. Dit is dus een laatste kans om de betalingsachterstand ongedaan te maken. Hoewel Portaal geheel terecht bezwaar maakt tegen de niet tijdige betaling van de huur voor de maand juni 2019, brengt een redelijke uitleg van de gestelde voorwaarde voor ontruiming niet mee dat deze niet tijdige betaling de terme de grâce doet vervallen. De kantonrechter heeft [eiseres] in het vonnis van 12 juni 2019 een termijn van één maand gegund om álle verschuldigde bedragen inclusief de lopende huur aan Portaal te voldoen. Dit houdt in dat [eiseres] na het verstrijken van die termijn geen enkele betalingsachterstand meer mag hebben bij Portaal. Indien zij dus op 21 juli 2019 de huurachterstand tot en met mei 2019, plus rente en kosten, én de huur voor juni en juli 2019 heeft betaald, mag de woning niet worden ontruimd.

3.5.

Dit betekent dat de tenuitvoerlegging van het vonnis van 12 juni 2019 ten aanzien van de ontruiming wordt geschorst. De voorzieningenrechter zal de onweersproken dwangsom opleggen zoals gevorderd.

3.6.

Wel hecht de voorzieningenrechter er aan om op te merken dat [eiseres] bij vonnis van 12 juni 2019 een laatste kans heeft gekregen. Mocht zij na 21 juli 2019 weer terugvallen in het niet of niet tijdig betalen van de huur, dan wel op enige andere wijze haar verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst niet nakomen, dan moet zij er ernstig rekening mee houden dat Portaal een nieuwe procedure tot ontruiming zal voeren, waarbij geen ruimte meer bestaat voor een terme de grâce.

3.7.

Portaal zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 81,83

- griffierecht 81,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 978,83

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 12 juni 2019 (zaaknummer 7400252 UC EXPL 18-13880), voor wat betreft de ontruiming van de woning aan de [adres] te [woonplaats] tot en met 21 juli 2019,

4.2.

veroordeelt Portaal om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 4.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt;

4.3.

veroordeelt Portaal in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 978,83,

4.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Reitsma en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2019.