Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:272

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-01-2019
Datum publicatie
28-01-2019
Zaaknummer
16/659141-18 en 16/659319-18 (gev. ttz) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 23-jarige man uit Utrecht heeft in februari 2018 vier jonge vrouwen aangerand in en rond het openbaar vervoer. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

De vrouwen, die op dat moment tussen de 14 en 19 jaar waren, zijn afzonderlijk van elkaar aangerand door de man. Twee van hen stonden in Utrecht op de bus te wachten. Vanaf daar heeft de man de slachtoffers achtervolgd en vervolgens onder meer hun billen betast. Een derde slachtoffer is door de man bij haar billen gegrepen in het centrum van Utrecht. Ook zij werd achtervolgd, in dit geval tot in winkelcentrum Hoog Catharijne. De vierde aanranding vond plaats in de trein op het traject tussen Emmen en Coevorden. Ook dit slachtoffer werd achtervolgd en is uiteindelijk op meerdere plekken betast.

De aanrandingen hebben grote impact gehad op de slachtoffers die door het gedrag van de man angstige momenten hebben doorgemaakt. Iedereen moet zich op straat of in het openbaar vervoer veilig kunnen voelen. De man heeft zich kennelijk alleen laten leiden door zijn eigen (seksuele) drang, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor de jonge slachtoffers. Uit de rapporten van het Pieter Baan Centrum en de reclassering blijkt dat de man een alcohol- en cannabisprobleem heeft. Verder zijn er geen stoornissen vastgesteld. Om te voorkomen dat de man opnieuw de fout in gaat moet hij aan allerlei voorwaarden voldoen, waaronder een behandeling, een drugs- en alcoholverbod en reclasseringstoezicht. De rechtbank vindt dat het in deze zaak nodig is om een proeftijd van 3 jaar op te leggen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Ook mag hij op geen enkele wijze contact opnemen met de Utrechtse slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/659141-18 en 16/659319-18 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] te [geboorteplaats] (Syrië),

wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum Den Haag te Den Haag.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 april 2018, 5 juni 2018, 25 juni 2018, 18 september 2018, 19 november 2018 en 14 januari 2019. Op laatstgenoemde zitting heeft de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.T.R.M. Franken en van hetgeen verdachte en mr. L.E. Toet, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door of namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht, en ook van hetgeen in het kader van het spreekrecht door of namens slachtoffers naar voren is gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Ten aanzien van parketnummer 16/659141-18:

feit 1: op 14 februari 2018 te Utrecht [slachtoffer 1] heeft aangerand door onder meer haar billen aan te raken en/of vast te houden;

feit 2: op 15 februari 2018 te Utrecht [slachtoffer 2] (geboortejaar 2002) heeft aangerand door onder meer haar billen aan te raken en/of vast te houden en/of haar tussen haar benen en/of bij haar vagina aan te raken en/of vast te houden;

feit 3: op 16 februari 2018 te Utrecht [slachtoffer 3] (geboortejaar 2003) heeft aangerand door haar billen aan te raken en/of vast te houden.

Ten aanzien van parketnummer 16/659141-18:

op 5 februari 2018 te Coevorden [slachtoffer 4] heeft aangerand door onder meer haar billen vast te pakken, haar hand op zijn kruis te duwen en/of te leggen, haar een tongzoen te geven en haar over haar vagina te wrijven.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van onderstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals weergegeven in de bewezenverklaring in rubriek 5.

De bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 16/659141-18 feit 1 ten laste gelegde 1

Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] (pag. 65 t/m 70) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik wil aangifte doen van aanranding. Dat was op 14 februari 2018 rond ongeveer 20.55 uur op de Marco Pololaan met de Afrikalaan. Ik weet niet wie dat is. (…) Ik zag hem al op Utrecht Centraal. (…) Ik had in beide oren oortjes. Bij C3 komt mijn bus (…) De man stond voor het bankje waar ik zat en hij was de hele tijd aan het kijken. Ik had er een naar gevoel bij. Hij zocht echt de hele tijd oogcontact. (…) Toen de bus kwam liep ik naar de bus. Ik stapte achter bij de bus in en die man ook. Ik ging zitten waar je 2 tegenover elkaar hebt. Met drie andere meisjes. Ik zat aan de buitenkant. Die man ging staan waar normaal een kinderwagen kan staan, dat was naast mijn stoel. Ik voelde dat de man de2 hele tijd op mijn mobiel aan het kijken was. Ik ben halverwege de rit gaan verzitten naar een andere stoel, omdat die man de hele tijd keek. Ik dacht erover na waar ik zou uitstappen, want normaal stap ik uit bij de Columbuslaan, maar nu zag ik dat die man nog niet op het knopje gedrukt had 1 bushalte eerder. Ik dacht ik stap hier vast uit. En dat was op de Marco Pololaan in Utrecht, schuin tegenover het politiebureau. (…) Ik liep gewoon naar huis. (…) Als de winkels stoppen heb je een groen veldje. Daar is een paadje, dus daar liep ik overheen. Toen ineens stond iemand super dicht naast mij. Ik schrok en schreeuwde. Ik zei: oh ja sorry ik had mijn muziek in”, want ik had oortjes in. (…) Hij hield de hele tijd mijn bil vast. Ik wilde dat niet. Ik heb dat een paar keer gezegd. Ik durfde hem ook niet weg te duwen, want ik was bang dat hij een mes bij zich had, of mij zou slaan. Hij ging heel dicht bij mij staan en ik had het gevoel dat ik niet weg kon. Als je nu niet stopt ga ik schreeuwen en toen heb ik heel hard help geroepen. (…) Hij stopte niet. Hij bleef mij vast houden. En toen ik weet niet hoe. Ik ben weggerend naar het theehuis en die man bleef daar staan.3 (…)

V: zag je dat het dezelfde persoon was?

A: Ja 100% zeker. Ik zag zijn gezicht. Het was die man uit de bus.

V: En toen?

A: Hij deed meteen zijn hand op mijn bil. (…) Ik zei ik wil dit niet. Hij legde zijn had op mijn bil. Al liep ik door, hij deed zijn hand de hele tijd op mijn bil. Ik ben heen en weer gaan lopen want ik wilde dat hij losliet.4 (…) Als je gaat schreeuwen dan stop je wel, maar dat deed hij ook niet. Ik heb hem eerst nog gewaarschuwd. Ik zei ik ga zo schreeuwen hoor en toen ben ik gaan schreeuwen. Help geroep. Echt heel hard. (…) V: Hoe reageerde die man op jouw geschreeuw?

A: Niet. Hij reageerde niet en hij bleef mijn bil gewoon vasthouden.5

Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] (pag. 76) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op 14 februari 2018 omstreeks 21.00 uur kwam mij, verbalisant [verbalisant 1] , een vrouw en een man aan bij het politiebureau, Marco Pololaan 6 te Utrecht. Ik zag dat de vrouw, die naar later bleek te zijn genaamd: [slachtoffer 1] , geboren [1998] , verder te noemen [slachtoffer 1] aan het huilen was. Ik hoorde de man zeggen: “Ik kwam deze vrouw net tegen, ter hoogte van het Theehuis, aan de Marco Pololaan. Ik zag haar huilen en heb gevraagd wat er aan de hand was. De vrouw gaf aan dat ze is aangerand door een voor haar onbekende man. Hierop ben ik met haar meegelopen naar het politiebureau. (…).”6

Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] (pag. 73 t/m 75) voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

Toen ik de voornoemde beelden van Qbuzz bekeek, van de opgegeven bus door aangeefster, zag ik dat er op woensdag 14 februari 2018 om 20.37 uur een vrouw de bus instapte, via de achteringang van de bus, die aan het opgegeven signalement van aangeefster voldeed. Ik zag dat er achter de vrouw een man de bus in kwam en ik herkende die man als de hiervoor vermelde [verdachte] . (…) Ik zag dat aangeefster om 20.55 uur op staat en naar de achteruitgang loopt en de bus verlaat. Ik zag dat [verdachte] achter aangeefster aan loopt en de bus via dezelfde uitgang verlaat. (…) Ik zag dat aangeefster naar links af slaat als zij de bus verlaat en ik zag dat [verdachte] kort achter haar aan liep.7

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2019 – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik heb de camerabeelden van Qbuzz van 14 februari 2018 bekeken en ik heb mezelf daarop herkend.8

De bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 16/659141-18 feit 2 ten laste gelegde

Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 2] ( [2002] ) (pag. 78 t/m 85) voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven inhoudende:

Donderdag 15 februari 2018 tussen 18.50 uur en 19.10 uur.9 (…) Ik was onderweg naar mijn kerk en ik ging op Centraal Station. (…) Ik zag die man al staan, maar het viel me niet echt op. Ik liep snel door. Ik ging van de roltrappen af. Hij stond toen achter me. Ik voelde iets tegen me aankomen, maar ik dacht eerst dat het een tas was. Toen keek ik achter me en toen zag ik dat hij er stond. Ik liep toen snel door naar de bus, maar de bus bleek al vertrokken te zijn. Ik bleef staan bij de bushalte. Die man bleef er ook staan. Ik zag dat lijn 4 bijna ging vertrekken. Die bus stopt aan de andere kant van Centraal Station, dus ik moest weer de roltrap. Toen stond hij weer achter me. Hij pakte me echt mij mijn kont. Ik schreeuwde best van hard wie denk je dat je bent. Ik schreeuwde best hard, dus ik dacht dat hij wel zou stoppen. Maar hij pakte me nog een keer vast. Ik rende van de roltrap af. Ik schreeuwde nog een keer naar hem. (…) Toen rende ik dus heel snel weg. (…) Ik begon een beetje te huilen. Ik keek achterom en toen zag ik hem stilstaan. (...) Ik liep snel door naar lijn 4. (...) Ik dacht dat hij weg was. Net voordat de bus aankwam zag ik dat hij daarzo liep. Ik ging voorin de bus zitten, waar je maar 1 plek hebt, zodat hij niet naast mij kon zitten. Hij was een van de laatste die ingecheckt had, in de bus. Achter die zitplaats heb je geen stoelen. Daar bleef hij staan. Ik ging niet naar hem kijken, maar ik zag in de weerspiegeling dat hij de hele tijd aan het kijken was. Toen ik bij de halte was, was ik heel snel door de voorste deur uitgestapt. Ik had niet op stop hoeven drukken, want dat had iemand anders gedaan. Hij heeft toen ook uitgecheckt en ging ook de bus uit. Ik heb toen iemand gebeld in de kerk en heb gezegd dat ik achtervolgd werd en dat iemand me moest komen halen. Die man pakte me weer vast, bij mijn kont. Hij probeerde me naar zich toe te trekken. Ik heb hem weggeduwd. (…) Ik rende de rotonde op.

Ik was om 19.00 uur op Centraal. Om 18.50 uur ging lijn 4, de bus die ik als 2de had gepakt.10

V: Hoeveel keer heeft hij jou aangeraakt?

A: Misschien wel 6 keer in totaal.

(…)

(…) Op de roltrap (…) Ik had ook oortjes in, dus luisterde muziek.11

V: Wat voelde je dan?

A: Het was heel licht. Alsof iemand me aanraakte, niet vastpakte. Bij mijn bil voelde ik het, het was mijn linkerbil. (…) Hij was de tree achter mij.

(…) Het eerstvolgende moment is weer dat ik naar boven ga, op de roltrappen. Hij pakte me toen echt vast. Hij ging toen echt proberen om naar binnen te gaan. Ik voelde zijn hand langs mijn bil richting mijn vagina gaan. Hij kneep erin.

O: aangeefster wordt emotioneel en begin te huilen.

(…) Ik was echt heel bang. (…) Ik zei: “blijf van me af, wie denk je wel dat je bent”. Ik bleef nog staan. Daarna probeerde hij me weer vast te pakken. Weer met zijn hand tegen mijn kont aan. (…) Hij stond weer een tree achter mij.12 (…)

Uitgestapt bij halte J.M. de Munnick.(…) De plaats waar hij mij had aangeraakt was het best wel verlicht. Het was bij de rotonde, bij de kerk.13 (…) Ik voelde zijn hand, precies op dezelfde manier als op de roltrap. Hij probeerde ook vast te pakken bij mijn jas. Hij probeerde me een soort van om te draaien. Hij pakte me bij mijn jas en trok me naar zich toe. V: waar pakte hij je vast?

A: Als het goed is bij mijn schouders, bij mijn armen. Op beide kanten.

(…)

V: heeft hij jouw vagina daarbij aangeraakt?

A: Van achteren wel. Zijn hand was groot. Hij kon van achteren mijn kont en vagina tegelijk vasthouden.14

Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (pag. 87 en 88) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

(…) op 15 februari 2018 omstreeks 19.20 uur kregen wij de melding om te gaan naar het [adres] in [woonplaats] waar een meisje zou zitten die eerder die dag was aangerand. (…) om 19.30 uur kwamen wij ter plaatse en spraken met [slachtoffer 2] . Wij zagen dat zij geëmotioneerd was en hoorde haar verklaren dat zij aangerand was.15

Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] (pag. 95 en 96) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Naar aanleiding van deze aangifte zijn de camerabeelden van donderdag 15 februari 2018 van de betreffende bus (…) gevorderd bij Qbuzz. Ik heb deze bekeken en zal, aan de hand van de aangifte van [slachtoffer 2] , deze beelden relateren in dit proces-verbaal van bevindingen.

(…) Op de beelden van de ingang van de bus (camera 1) zag ik om 18.49.01 een vrouw op de voorste stoel zitten. (…) ik herkende in deze vrouw [slachtoffer 2] .

(…) Op deze beelden zag ik ook een man instappen (…). Ik herkende de man als verdachte [verdachte] .16

(…)

[slachtoffer 2] verklaarde dat zij heel snel door de voorste deur uitgestapt was, toen zij bij de halte kwam. Op de beelden van camera 1 (de ingang van de bus) zag ik dat [slachtoffer 2] om 19.06.04 via de voorste deur uitstapte. Ik zag dat verdachte [verdachte] om 19.06.06 via de voorste deur de bus uitstapte en dezelfde richting opliep als [slachtoffer 2] .17

Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] (pag. 89 t/m 94) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Het was op donderdag (…) Ik werd door [slachtoffer 2] gebeld rond 18.45 uur/19.00 uur. (…) Ik nam haar op. Ze was in paniek, aan het huilen, korte en snelle ademhaling. Ik hoorde haar zeggen dat ze achtervolgd werd. Ik heb haar gevraagd waar ze was en ik hoorde haar zeggen dat ze voor de kerk was. Toen ging ik naar beneden, ik liep naar buiten en ik bleef met haar praten. (…) Ik kreeg weinig antwoord, want ze was echt in paniek. (…) Ik liep wat verder van de kerk af en ik hoorde haar op een gegeven moment heel hard gillen, door de telefoon en ook in het echt. Ik zag haar wegrennen, vanaf de rotonde bij de Bethelkerk in de richting van het Vorstelijk Complex. (…) Ik zag dat zij wegrende, maar niet van wie. Ze rende mijn armen in. Ze was aan het huilen en aan het trillen.18

V: Hoe was haar gemoedstoestand op het moment dat ze het vertelde?

A: Ze was vooruit aan het staren. De hele tijd. En trillen: de armen, benen alles. En heel veel huilen.19

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2019 – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik heb de camerabeelden van Qbuzz van 15 februari 2018 bekeken en mezelf daarop herkend.20

De bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 16/659141-18 feit 3 ten laste gelegde

Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 3] (pag. 34 t/m 38) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Plaatsdelict: Voorstraat (…) Utrecht. Pleegdatum: vrijdag 16 februari 2018.21 Ik liep naar huis naar de Voorstraat. Voor de Bibliotheek van de Universiteit Utrecht zat er iemand aan mijn kont en toen ik me omdraaide zei ik: “wat doe jij?” Wat is er mis met mij, wat wil je?” (…) Hij zei toen: “loop weg dan.” (…) Ik liep weg. Ik liep eerst richting huis. Ik zag dat hij ook die weg op liep. (…) Ik ben toen gaan kijken of hij echt achter mij aan bleef lopen. Dus ik draaide dan de andere kant op, richting stad. (…) Toen ik zag dat hij acht mij aanliep begon ik te panieken. (…) Ik dacht: ik ga naar de menigte toe. Ik ga naar de stad, want daar is het druk, dan kan hij zoiets niet opnieuw doen.” (…) Ik ben Hoog Catharijne ingegaan. (…) Ik ben de H en M ingelopen. (…) Ik zag hem toen ineens in de H en M. Ik stond bij de spiegel en toen zag ik hem ook. Ik liep snel weg de H en M uit, snelle looppas. Het was toen een beetje druk. Hij kon ook snel achter mij aan. Ik ging juist snel lopen, de Berska in. (…) Ik ben naar een medewerker gegaan, die was Engels. Ik had hem verteld dat een man mij achtervolgde. (…) Om 18.00 uur mocht ik mijn moeder bellen. Ik had mijn moeder gebeld en toen 2 of 3 minuten daarna kwam die man weer binnen. Toen hij zag dat ik bij die medewerker stond, ging hij snel de winkel uit.22

V: Waar ben je als hij aan je kont zit?

A: Bij de universiteit.

(…)

V: Weet je waar hij jou aanraakt?

A: Met zijn hand, met 2 handen.

(…)

V: Kan je het aanwijzen?

A: Ja, hier. Onder mijn bil. (…) Hij deed het zachtjes.23

Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] (pag. 47 en 48) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op 16 februari 2018 vond er in de binnenstad van Utrecht een aanranding plaats. (…) Aangeefster [slachtoffer 3] zou door meerdere camera’s hebben gelopen, waardoor haar route goed vastgelegd kon worden. De beelden van 16 februari 2018 werden veiliggesteld en aan het onderzoeksteam ter beschikking gesteld. Op de beelden herkende ik aangeefster [slachtoffer 3] en verdachte [verdachte] .24 Ik zag dat camera 547 zicht gaf op de Voorstraat van Utrecht. Ik zag dat de man, die ik herkende als verdachte [verdachte] om 17.22.54 in beeld kwam. (…) Ik zag dat aan de overzijde aangeefster [slachtoffer 3] liep. Ik zag dat de verdachte [verdachte] overstak naar de linkerzijde en achter [slachtoffer 3] aanliep. (…) Ik zag dat camera 573 zicht gaf op de Voorstraat met de Drift. Ik zag dat om 17.32.40 aangeefster [slachtoffer 3] in beeld kwam. Ik zag dat zij ter hoogte van de aldaar gelegen bioscoop liep en dat verdachte [verdachte] achter haar liep. Ik zag dat aangeefster [slachtoffer 3] de oortjes van haar telefoon in had. (…) Ik zag op deze camera dat aangeefster [slachtoffer 3] om 17.34.25 weer in beeld kwam, aan de rechterzijde van het beeld. Ik zag dat zij in versnelde pas liep. Ik zag dat zij de Voorstraat opliep in de richting van de Neude. (…) Ik zag dat verdachte [verdachte] om 17.34.55 uur ook rechts in beeld kwam. Ik zag dat hij bij de Plompetorengracht even stil bleef staan en om zich heen keek, om vervolgens zijn weg te vervolgen in de richting van de Neude. (…) Ik zag op camera 547 dat aangeefster [slachtoffer 3] om 17.36.35 weer in beeld kwam, rechts onder in beeld. Ik zag dat zij op de Voorstraat liep in de richting van de Neude. Ik zag dat verdachte [verdachte] om 17.37.05, rechts onder, in beeld kwam. Ik zag dat hij eveneens liep in de richting van de Neude. Ik zag dat camera 502 zicht gaf op de Voorstraat gezien vanaf de Neude. Ik zag dat aangeefster [slachtoffer 3] om 17.38.51 in beeld kwam, wanneer zij achter de bus vandaan kwam. Ik zag dat zij richting de Lange Viestraat liep. Ik zag dat verdachte [verdachte] om 17.39.22 in beeld komen, lopende op de Voorstraat. Ik zag verdachte [verdachte] om 17.39.40 richting de Lange Viestraat liep. Ik zag dat camera 536 zicht gaf op de Lange Viestraat, in de richting van de Neude. Ik zag dat aangeefster [slachtoffer 3] om 17.39.37 in beeld kwam. Ik zag dat om 17.39.54 ter hoogte van de Intersportwinkel was. (…) Ik zag dat [verdachte] om 17.40.50 ter hoogte van de Intersport was, ook in de richting van de Neude. (…) Ik zag dat camera 533 zicht gaf op de kruising Lange Viestraat met het Vredeburg, met zicht onder andere op de Bijenkorf. Ik zag dat aangeefster om 17.41.14 links in beeld kwam. (…) Ik zag dat zij overstak, in de richting van het Vredenburg. Ik zag dat verdachte [verdachte] om 17.42.34 in beeld kwam (…) richting Vredenburg liep.25

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2019 – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik heb de camerabeelden van 16 februari 2018 bekeken en mezelf daarop herkend.26

De bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 16/659319-18 ten laste gelegde

Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 4] (pag. 9 t/m 15) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Gistermiddag 5 februari 2018 was ik (…) in Emmen. Ik wilde naar huis met de trein richting Coevorden. Ik had de trein van 17.40 uur. (…) Ik zat op de stoel van het gangpad en met mijn gezicht in de richting van Coevorden. (…). In dezelfde ruimte zat schuin links voor mij een jonge man. (…) Ik zag dat hij mij steeds aankeek. (…) Nadat de conducteur weg was zag ik de man die daarvoor steeds naar mij keek opeens naast mij kwam zitten.27 (…) Ik antwoordde: Ik heet [slachtoffer 4] en ik ben 15 jaar. (…) Toen vroeg hij of hij een kusje van mij mocht. Ik zei: “Nee, want ik heb een vriend”. (…) Toen probeerde hij mij alsnog een kus te geven. (…) Hij kwam dichterbij met zijn mond bij de mijne. Dus ik draaide mijn hoofd weg van hem. En toen belande zijn zoen in mijn nek aan de rechterkant. Toen legde hij zijn hand stevig op mijn rechter bovenbeen. Ik had mijn benen op dat moment nog stijf tegen elkaar aan maar toen hij dat deed, deed ik mijn rechterbeen over het linkerbeen zodat hij mij niet kon betasten bij mijn kruis. Ik sloeg ook een paar keer zijn hand weg maar hij kwam steeds terug met zijn hand en hij werd daarmee ook hardhandiger. Op een gegeven moment waren we bij station Coevorden. En toen liep ik naar de deur van de trein toe en toen betastte hij mijn kont. En toen liep ik naar de andere kant van de gang waar ook een deur was om eruit te gaan. Toen ging hij heel dicht achter mij staan en toen deed ik snel de deur open met de knop. (…) Toen ben ik naar de fietsenstalling gelopen. (…) Nog voor ik het slot open ging maken stond die man ineens achter mij. Toen pakte hij mij vast met zijn armen om mijn buik heen. Dat deed hij met beide armen. Toen raakte ik in paniek. (…) Ik voelde dat hij met zijn handen aan mijn billen was. Hij kneep mij in mijn billen. Dat deed hij volgens mij met twee handen. Toen had ik mij al omgedraaid omdat ik wilde weten wie mij vast had gepakt bij mijn buik. Toen probeerde hij mij weer te zoenen. Hij begon heel hard aan mijn bovenarmen te trekken richting hem zelf. Zodat ik heel dicht tegen hem aan kwam staan. We stonden met de buiken tegen elkaar aan. Ik probeerde hem met mijn handen weg te duwen. Ik wendde steeds mijn hoofd af waardoor het zoenen van hen naar mij niet lukte. Opeens voelde ik zijn hand naar mijn kruis gaan. Hij wreef met zijn hand over mijn kleding heen over mijn clitoris. (…) Hij kon deze vinden met zijn vingers over de kleding heen. Toen duwde ik hem dus weg. En toen begon hij nog harder aan mij te trekken aan mijn bovenarmen en hij begon mijn buik heel strak vast te houden. Ik was inmiddels alweer omgedraaid op het moment dat ik hem wegduwde. Hierdoor kon hij mij weer om mijn middel vasthouden en had hierbij zijn handen om mijn buik heen. Toen probeerde ik mij weer los te trekken. Toen verzwakte zijn greep even. Toen ben ik met tas en al weggerend.

V: Nu missen wij het stuk dat je in de intake vertelde dat hij jou wilde zoenen en dat dit lukte en dat hij jou naar beneden drukte op je knieën. Waar is dit gebeurd?

A: Toen hij mij vastpakte aan mijn bovenarmen duwde hij mij naar beneden. Hierdoor belandde ik op mijn hurken. (…) Ik wilde wel omhoog komen en toen stond ik weer met mijn buik tegen zijn buik. Toen zoende hij mij dus best wel hardhandig. Ik voelde zijn tong mijn mond naar binnen glijden. Die zoen duurde een paar seconden. Ik duwde hem gelijk van mij af.28

V: en je hebt de collega’s gisteren verteld dat hij jouw hand op zijn kruis had gelegd?

A: Oh ja dat klopt inderdaad. Zelfs twee keer. 1x in de trein en 1 keer in de fietsenstalling. (…) Hij zat naast mij in de trein en hij pakte toen met zijn hand mijn hand vast en legde toen hand op zijn kruis. Ik trok gelijk mijn hand daar weer weg.

(…)

V: wat voelde je daar?

A: zijn geslachtsdeel. A: hard. V: hoe lang? A: paar seconden. Mijn rechterhand legde hij op zijn kruis.

V: hoe ging dat bij de fietsenstalling?

A: Toen stond hij voor mij en toen pakte hij ook 1 van mijn handen vast en legde deze tegen zijn kruis aan.29 (…)

V: Dan heb je onze collega’s gisteren ook nog verteld dat hij in de trein geprobeerd heeft met zijn hand in de broek te gaan.

A: (…) Ik had een legging aan en daarover een rokje. Hij deed zijn duim bij de boord naar binnen (…).30

Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] (pag. 29 en 30) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op 5 februari 2018 tussen 17.45 uur en 18.15 uur zat aangeefster [slachtoffer 4] in de trein van Emmen naar Coevorden. (…) De camerabeelden zijn door Arriva veiliggesteld en aan de politie overgedragen. (…) De beelden zijn een bevestiging van de gedane aangifte.

Camera 23_channel2_05-02-2018 17.45.00 uur

00.02.21

De man loopt rechtstreeks naar aangeefster en gaat naast haar zitten op de middelste stoel van de 3-zitsbank

(…)

00.04.36

De man buigt naar aangeefster en raakt met zijn rechterhand haar gezicht aan. Aangeefster gaat naar achteren om een aanraking te vermijden.

00.04.45

De man slaat zijn linkerarm om aangeefster heen en trekt haar naar zich toe. Hij probeert haar te zoenen op haar rechterwang. Aangeefster draait haar hoofd weg en buigt met haar lichaam af naar achteren, zodat er meer afstand ontstaan.

00.05.04

Het lijkt of de man zijn linkerhand op de bovenbeen van aangeefster legt.

(…)

00.05.23

Aangeefster duwt met haar rechterhand de arm van de man weg. De man pakt met zijn rechterhand de rechterhand van de vrouw.

00.05.27

Aangeefster trekt haar hand weg en buigt met haar lichaam weg van de man.

00.05.37

Het lijkt dat de man zijn linkerhand op het bovenbeen van aangeefster legt. Aangeefster duwt zijn hand weg.

00.06.05

De man legt nogmaals zijn linkerhand op het bovenbeen van aangeefster.

00.06.29

De man buigt naar aangeefster toe en heeft zijn linkerarm om haar heen geslagen. Zijn rechterarm ligt voor haar langs. De man probeert aangeefster te zoenen.

00.06.34

Aangeefster probeert de man weg te duwen met haar rechterarm en buigt zelf van hem af.31

(…)

00.06.45

De man probeert aangeefster te zoenen.

(…)

00.06.58

De man legt zijn hand weer op het bovenbeen van aangeefster. Aangeefster duwt zijn hand weg.

00/07.20 De man trekt aangeefster naar zich toe.

00.07.22

De man zoent haar op de rechterwang.

00.07.25

Aangeefster duwt de man weg.

(…)

00.07.34 (…)

Aangeefster doet haar benen over elkaar.

00.07.42

De man heeft zijn rechterhand op het rechter bovenbeen van aangeefster.

00.08.03

De man heeft zijn linkerarm om aangeefster geslagen en heeft met zijn linkerhand de linker bovenarm van aangeefster vast. Zijn rechterhand ligt nog steeds op het bovenbeen.

00.08.15

De man gaat met zijn rechterhand richting het kruis van aangeefster. Aangeefster pakt gelijk zijn hand en duwt hem weg.

00.08.21

Aangeefster staat op. De man staat ook gelijk op en pakt de tas van aangeefster. Aangeefster pakt ook gelijk haar tas en wil naar de uitgang. Het lijkt alsnog de man haar de weg blokkeert. Zij loopt vervolgens de coupe door. De man loopt achter haar aan.

Camera 140_Channels_05-02-2018 17.50.00

00.03.31

Aangeefster loopt het beeld in. Gezien vanaf de cameraopstelling staat zij rechts bij de uitgang. De man loopt achter haar aan en gaat ook rechts bij de uitgang staan.

00.04.11

De man legt/knijpt met zijn linkerhand op/in de kont van aangeefster. Aangeefster gaat gelijk aan de andere kant van het gangpad staan. De man volgt haar. Hij heeft nu zijn capuchon op.

00.04.40

Aangeefster stapt uit. De man staat heel dicht achter haar en verlaat ook de trein.32

Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] (pag. 30 t/m 23) – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik ben getuige geweest van een meisje wat huilend bij het station van Coevorden wegliep. Ze was overstuur en haalde op een verkeerde manier adem. Ze zakte door haar benen op de grond maar ik zei dat ze weer moest gaan staan en haar ademhaling weer onder controle moest krijgen. (…) Ze zei dat ze was lastiggevallen door een man. Ze gaf aan dat ze in de trein lastig was gevallen. (…) en dat ze in Coevorden was uitgestapt en hij ook. (…) Bij de fietsenstalling had hij haar wederom lastig gevallen en ze was op de grond gevallen of gedrukt. (…) Ze was echt in paniek.33 (…) Dit was 5 februari 2018 tussen 18.45 uur en 19.00 uur.34

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2019 – voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik heb de camerabeelden van Arriva van 5 januari 2018 bekeken en ik heb mezelf daarop herkend.35

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 14 februari 2018 te Utrecht, door een feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft

gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 1] door

- die [slachtoffer 1] vanaf een bushalte lopend te achtervolgen en

- zeer dicht op die, naar muziek luisterende, [slachtoffer 1] te gaan staan en

- plotseling en onverhoeds over de kleding met zijn hand de bil(len)

van die [slachtoffer 1] aan te raken en vast te houden en

- door te gaan met het aanraken en vasthouden van de bil(len) van die

[slachtoffer 1] nadat die [slachtoffer 1] tegen hem had gezegd dat zij ging schreeuwen als hij

niet zou stoppen en

- door te gaan met het aanraken en vasthouden van de bil(len) van die

[slachtoffer 1] nadat die [slachtoffer 1] hard "help" had geroepen

gedwongen te dulden dat hij, verdachte met zijn hand de bil(len) van die

[slachtoffer 1] aanraakte en vasthield en bleef vasthouden.

2.

op 15 februari 2018 te Utrecht, door geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] (geboortejaar 2002) meermalen heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 2] door

- plotseling en onverhoeds op een roltrap bij het Centraal Station (over de

kleding) de billen van die naar muziek luisterende [slachtoffer 2] aan te raken en

vast te houden en met zijn hand in de richting van de vagina van die [slachtoffer 2]

te bewegen en in de schaamstreek van die [slachtoffer 2] te knijpen en

- nadat die [slachtoffer 2] tegen hem, verdachte met luide stem had geroepen: "wie denk

dat je bent" nogmaals de billen van die [slachtoffer 2] aan te raken en vast te

houden en

- vervolgens vanaf het busstation dezelfde bus als die [slachtoffer 2] te nemen en

bij dezelfde bushalte als die [slachtoffer 2] uit te stappen en

die [slachtoffer 2] te achtervolgen en

- die [slachtoffer 2] bij haar jas vast te pakken en naar zich toe te trekken

en daarbij de billen van die [slachtoffer 2] over de kleding aan te raken en

vast te pakken en tussen haar benen en bij haar vagina aan te raken

en vast te houden

telkens gedwongen tot het dulden van bovenomschreven ontuchtige handelingen.

3.

op 16 februari 2018 te Utrecht, door een feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboortejaar

2003) heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, immers heeft hij die [slachtoffer 3] door

- het achter die, met de oortjes van haar telefoon in haar oren, over straat

lopende [slachtoffer 3] te gaan lopen en plotseling en onverhoeds de billen van

die [slachtoffer 3] aan te rakengedwongen te dulden dat hij haar bij haar billen aanraakte.

16/6593190-18.

op 05 februari 2018 te Coevorden en in een trein rijdende

op het traject Emmen-Coevorden, door geweld en een andere feitelijkheid

[slachtoffer 4] (geboortejaar 2002) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 4] door

in die trein plotseling en onverhoeds te handelen en door te gaan met

zijn handelingen terwijl die [slachtoffer 4] hem probeerde weg te duwen en zijn

hand probeerde weg te slaan en te duwen die [slachtoffer 4] gedwongen om te

dulden dat hij haar een zoen gaf en zijn hand op haar bovenbeen legde en hield

en haar bovenbeen vastpakte en bij haar billen vastpakte en

hij met zijn hand haar hand vast pakte en vervolgens haar hand op

zijn kruis duwde en/of legde en hij zijn duim aan de bovenzijde in de door die [slachtoffer 4] gedragen legging duwde en

nadat die [slachtoffer 4] op het station in Coevorden de trein had

verlaten die [slachtoffer 4] te volgen en bij haar middel en buik vast te

pakken en vast te houden en terwijl hij die [slachtoffer 4] vasthield die

[slachtoffer 4] gedwongen om te dulden dat hij in haar billen kneep en

die [slachtoffer 4] bij haar bovenarmen vast te pakken en vast te houden

en naar zich toe te trekken die [slachtoffer 4] gedwongen te dulden dat hij haar

een tongzoen gaf en haar over de kleding tussen haar benen en over

haar vagina wreef.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde onder parketnummer 16/659141-18 feit 1 en 2 en het bewezen verklaarde onder parketnummer 16/659319-18 levert volgens de wet telkens het volgende strafbare feit op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het bewezenverklaarde onder parketnummer 16/659141-18 feit 3 levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden – kort gezegd –:

 een meldplicht bij de reclassering;

 een ambulante behandeling bij De Waag, met de mogelijkheid – in geval van terugval – tot een kortdurende klinische opname (maximaal 7 weken)

 een alcohol- en drugsverbod;

 het meewerken aan middelencontrole;

 een contactverbod met de in Utrecht woonachtige slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht aan verdachte geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de duur van de voorlopige hechtenis, zoals verdachte deze ten tijde van de inhoudelijke behandeling reeds had ondergaan. Hierbij heeft de raadsvrouw gewezen op de relatieve ernst van de gepleegde handelingen, de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd en op het op het gebied van zedenmisdrijven blanco strafblad van verdachte. Naast het feit dat de deskundigen van het Pieter Baan Centrum geen bijzondere voorwaarden/behandeling hebben geadviseerd is er ook geen ruimte om naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ook nog een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, aldus de raadsvrouw.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanranden van een viertal willekeurige jonge vrouwen, waarbij verdachte de vrouwen telkens heeft achtervolgd. Verdachte heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van de slachtoffers.

De aanrandingen door verdachte hebben, zoals onder meer blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaringen, een grote impact gehad op de slachtoffers. Zij begaven zich in de publieke ruimte toen zij werden aangerand. Terwijl iedereen zich op straat of in het openbaar vervoer veilig moet kunnen voelen, waren deze slachtoffers dat niet, zij hebben door toedoen van verdachte angstige momenten doorgemaakt en zij zijn door het handelen van verdachte hun onbevangenheid kwijtgeraakt. Verdachte heeft hierbij kennelijk niet stilgestaan en zich telkens laten leiden door zijn eigen (seksuele) drang, zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers.

In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met de volgende omstandigheden:

  • -

    de jonge leeftijd van de slachtoffers, die was namelijk gelegen tussen de 14 en 19 jaar oud;

  • -

    de hardnekkigheid van verdachte in het handtastelijk benaderen van zijn slachtoffers en het doorgaan daarmee op het moment dat het voor hem volstrekt duidelijk moet zijn geweest dat zij niet van zijn toenadering gediend waren;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte de slachtoffers achtervolgde, ook nadat die onmiskenbaar duidelijk hadden gemaakt dat ze niet van zijn handtastelijkheden gediend waren, waarbij zij de alleszins begrijpelijke angst hadden dat verdachte wellicht nog verder zou gaan dan de handtastelijkheden waaraan hij zich al schuldig had gemaakt;

  • -

    de veelheid en verregaande seksuele handelingen in het geval van slachtoffer

[slachtoffer 4] , zoals het geven van een tongzoen, het vastpakken van haar hand en deze op zijn kruis leggen en het meermalen betasten van haar vagina;

  • -

    het geweld dat gepaard ging bij de aanrandingen van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] ;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en hij niet heeft aangetoond het laakbare van zijn handelen in te zien.

Uit het strafblad van verdachte van 14 mei 2018 is gebleken dat verdachte in het verleden weliswaar is veroordeeld, maar niet voor een zedendelict. Het strafblad wordt dan ook niet in strafverzwarende of -verminderende zin meegewogen.

Reclassering Nederland heeft over verdachte een rapport opgesteld. In dit rapport van 7 juni 2018 wordt weergegeven dat de reclassering er niet aan twijfelt dat het alcoholgebruik van verdachte problemen oplevert in zijn leven. Hierbij wijst de reclassering erop dat verdachte naar eigen zeggen zich niet bewust is geweest van de feiten omdat hij in constante dronkenschap verkeerde. Gezien de ernst van de delicten en het feit dat een tweetal gedragsdeskundigen adviseert tot observatie in het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) heeft de reclassering zich op dat moment bij dit advies aangesloten. In geval de rechtbank de zaak inhoudelijk afdoet zonder verdere diagnostiek heeft de reclassering, waarbij zij het recidiverisico als hoog inschat, geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de onderstaande bijzondere voorwaarden:

 meldplicht bij de reclassering;

 ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);

 drugs- en alcoholverbod;

 meewerken aan middelencontrole.

De rechtbank heeft de observatie in het PBC bevolen. Uit het door de daar werkzame gedragsdeskundigen A.W.M.M. Stevens, psychiater en S. Labrijn, psycholoog, opgemaakte rapport van 28 december 2018 is gebleken dat zij bij verdachte ernstige stoornissen hebben vastgesteld op het gebied van cannabis- en alcoholgebruik. Deze beide stoornissen zijn sinds de detentie in remissie. Ondanks de vele gesprekken is het niet mogelijk geweest goed zicht te krijgen op de persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte. Op basis van de beschikbare informatie en gelet op de beperkingen van het onderzoek kan een persoonlijkheidsstoornis niet worden vastgesteld. Er zijn geen aanwijzingen voor het bestaan van een seksuele preoccupatie noch voor een abnormaal of overmatig seksueel verlangen of andere seksuele disfunctie. De vastgestelde stoornissen op het gebied van cannabis- en alcoholgebruik speelden volgens de gedragsdeskundigen ook ten tijde van de ten laste gelegde feiten een rol. Vanwege de diagnostische beperkingen van het onderzoek en omdat het bovendien niet duidelijk is geworden of, en zo ja, in welke mate de vastgestelde stoornissen op het gebied van cannabis- en alcoholgebruik van invloed zijn geweest op de ten laste gelegde feiten, hebben de gedragsdeskundigen zich onthouden van een advies ten aanzien van de mate van toerekening. Omdat de gedragsdeskundigen geen advies hebben kunnen geven over doorwerking van de vastgestelde pathologie in de ten laste gelegde feiten en zij evenmin uitspraken kunnen doen over het al of niet pathologisch bepaalde recidiverisico, hebben zij zich ook onthouden van een advies over behandeling in een strafrechtelijk kader. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om verdachte in enigerlei mate verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

Gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, alsmede uitdrukkelijk rekening houdend met de hiervoor genoemde strafverzwarende omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval niet kan worden volstaan met een andere straf dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Op grond van de rapporten van het PBC en Reclassering Nederland en het gegeven dat de feiten zijn gepleegd onder invloed van verdovende middelen ziet de rechtbank, ter voorkoming van herhaling van (soortgelijke) feiten, aanleiding om aan verdachte de door de reclassering geadviseerde voorwaarden op te leggen. Ook zal de rechtbank het door de officier van justitie gevorderde contactverbod verbinden aan een voorwaardelijk strafdeel.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren passend en geboden. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank de hiervoor genoemde voorwaarden verbinden.

De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren nu er sprake is van misdrijven die zien op de onaantastbaarheid van het lichaam en uit de aard van de delicten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd (middelengebruik) er ernstig rekening moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

9 BENADEELDE PARTIJEN

9.1

De vorderingen van de benadeelde partij

9.1.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.194,55. Dit bedrag bestaat uit € 194,55 materiële schade (€ 39,37 onbenut sportabonnement, € 146,38 reiskosten en € 8,80 parkeerkosten) en € 1.000,-- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 16/659141-18 feit 1 ten laste gelegde.

9.1.2

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van
€ 17.869,94. Dit bedrag bestaat uit € 16.869,94 materiële schade (€ 11,44 reiskosten, € 8,50 parkeerkosten en € 16.850,-- doubleren school) en € 1.000,-- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 16/659141-18 feit 2 ten laste gelegde.

9.1.3

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 1.000,--, geheel bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 16/659141-18 feit 3 ten laste gelegde.

9.1.4

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.500,--, geheel bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 16/659319-18 ten laste gelegde.

9.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen voldoende zijn onderbouwd en dat dit rechtstreekse schade betreft. De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen integraal toe te wijzen, in alle gevallen vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schade wat betreft de vorderingen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] onvoldoende is onderbouwd en dat die benadeelde partijen wat betreft dat deel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in de vordering dan wel dat dat deel van de vordering afgewezen dient te worden. In het geval van de benadeelde partij [slachtoffer 2] is er wel een verklaring van een psycholoog, waarmee immateriële schade vastgesteld kan worden, maar is volgens de raadvrouw een lager bedrag op zijn plaats.

In geval van toewijzing van immateriële schade heeft de raadsvrouw verzocht het bedrag te matigen en er op gewezen dat de aangehaalde jurisprudentie, ter onderbouwing van de hoogte van de schade, geen soortgelijke zaken betreffen.

Wat betreft de materiële schade heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het behandelen van de schadepost ‘doubleren Havo 4’ (vordering [slachtoffer 2] ) een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en bovendien het causaal verband met het bewezen verklaarde onvoldoende is onderbouwd. Voorts dienen volgens de raadsvrouw de schadeposten ‘sportabonnement’ en ‘reiskosten’ (vordering [slachtoffer 1] ) niet voor vergoeding in aanmerking te komen omdat deze niet voldoende zijn onderbouwd.

9.4

Het oordeel van de rechtbank

9.4.1

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het door verdachte onder 16/659141-18 feit 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de immateriële schade naar billijkheid begroten op een bedrag van € 1.000,--.

Met betrekking tot de materiële schade is de rechtbank van oordeel dat deze voldoende is onderbouwd en deze gevorderde schade zal dan ook worden toegewezen. Ten aanzien van de schadepost ‘sportabonnement’ overweegt de rechtbank dat voldoende is gebleken dat [slachtoffer 1] een sportabonnement had, wat de kosten van een dergelijk abonnement waren en dat zij als gevolg van het bewezen verklaarde een maand niet heeft gesport. De overige gevorderde materiële schade is niet betwist.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, de vordering toewijzen tot een bedrag van

€ 1.194,55, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.194,55 te vermeerderen met voornoemde wettelijke rente. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 21 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die door verdachte is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling door verdachte is gedaan aan de benadeelde partij.

9.4.2

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] als gevolg van het door verdachte onder 16/659141-18 feit 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de immateriële schade naar billijkheid begroten op een bedrag van € 1.000,--.

Met betrekking tot de materiële schade is de rechtbank van oordeel dat de reis- en parkeerkosten voldoende onderbouwd zijn en deze gevorderde schade zal dan ook worden toegewezen.

De rechtbank is van oordeel dat behandeling van de schadepost ‘doubleren Havo 4’, gelet op het door verdachte gevoerde verweer hiertegen, een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en zal de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel desgewenst aan de orde stellen in een procedure bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, de vordering toewijzen tot een bedrag van

€ 1.019,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1019,94 te vermeerderen met voornoemde wettelijke rente. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 20 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die door verdachte is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling door verdachte is gedaan aan de benadeelde partij.

9.4.3

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van het door verdachte onder 16/659141-18 feit 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de immateriële schade naar billijkheid begroten op een bedrag van € 750,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel desgewenst aan de orde stellen in een procedure bij de burgerlijke rechter.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 3] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 750,-- te vermeerderen met voornoemde wettelijke rente. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 15 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die door verdachte is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling door verdachte is gedaan aan de benadeelde partij.

9.4.4

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij

als gevolg van het door verdachte onder 16/659319-18 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de immateriële schade naar billijkheid begroten op een bedrag van € 1.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 4] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.500,-- te vermeerderen met voornoemde wettelijke rente. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 25 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die door verdachte is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling door verdachte is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 36f, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen 3 dagen volgend op zijn invrijheidsstelling zal melden bij Reclassering Nederland, gevestigd aan het Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Verdachte dient zich vervolgens te melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

* zich onder behandeling zal stellen bij De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. Verdachte dient zich te houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, waarbij het innemen van medicatie onderdeel kan zijn van die behandeling;

* in geval de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

* zich zal onthouden van drugsgebruik en mee zal werken aan controle op dit verbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urine- en bloedonderzoek;

* zich zal onthouden van alcoholgebruik en mee zal werken aan controle op dit verbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn bloed-, urine- en ademonderzoek;

* zijn medewerking dient te verlenen aan controle op het gebruik van alcohol en drugs;

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder parketnummer 16/659141-18 feit 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.194,55 (zegge: elfhonderdvierennegentig euro en vijfenvijftig cent), bestaande uit een bedrag van € 194,55 aan materiële schade en een bedrag van € 1.000,-- aan immateriële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat

€ 1.194,55 (zegge: elfhonderdvierennegentig euro en vijfenvijftig cent) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 21 dagen hechtenis. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder parketnummer 16/659141-18 feit 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 1.019,94 (zegge: duizend negentien euro en vierennegentig cent), bestaande uit een bedrag van € 19,94 aan materiële schade en een bedrag van € 1.000,-- aan immateriële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat

€ 1.019,94 (zegge: duizend negentien euro en vierennegentig cent) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen hechtenis. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het onder parketnummer 16/659141-18 feit 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 750,-- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), geheel bestaande uit immateriële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat

€ 750,-- (zegge: zevenhonderdvijftig euro) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen hechtenis. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder parketnummer 16/659319-18 bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 1.500,-- (zegge: vijftienhonderd euro), geheel bestaande uit immateriële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan n van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat

€ 1.500,-- (zegge: vijftienhonderd euro) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2018 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen hechtenis. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. V. van Dam, voorzitter, mrs. H.E. Spruit en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 januari 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 februari 2018 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft

gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 1] door

- die [slachtoffer 1] vanaf een bushalte lopend te achtervolgen en/of

- zeer dicht op die (naar muziek luisterende) [slachtoffer 1] te gaan staan en/of

- plotseling en/of onverhoeds (over de kleding) (met) zijn hand de bil(len)

van die [slachtoffer 1] aan te raken en/of vast te houden en/of

- door te gaan met het aanraken en/of vasthouden van die/dat bil(len) van die

[slachtoffer 1] nadt die [slachtoffer 1] tegen hem had gezegd dat zij ging schreeuwen als hij

niet zou stoppen en/of

- door te gaan met het aanraken en/of vasthouden van die/dat bil(len) van die

[slachtoffer 1] nadat die [slachtoffer 1] hard "help" had geroepen

gedwongen te dulden dat hij, verdachte met zijn hand de bil(len) van die

[slachtoffer 1] aanraakte en/of vasthield en/of bleef vasthouden;

art 246 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2018 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] (geboortejaar

2002) (meermalen) heeft gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of

meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 2] door

- plotseling en/of onverhoeds op een roltrap bij het Centraal Station (over de

kleding) de bil(len) van die naar muziek luisterende [slachtoffer 2] aan te raken en/of

vast te houden en/of met zijn hand in de richting van de vagina van die [slachtoffer 2]

te bewegen en/of in de schaamstreek van die [slachtoffer 2] te knijpen en/of

- nadat die [slachtoffer 2] tegen hem, verdachte met luide stem had geroepen: "wie denk

dat je bent" nogmaals de bil(len) van die [slachtoffer 2] aan te raken en/of vast te

houden en/of

- ( vervolgens) vanaf het busstation dezelfde bus als die [slachtoffer 2] te nemen en/of

bij dezelfde bushalte als die [slachtoffer 2] (in de wijk Zuilen) uit te stappen en/of

die [slachtoffer 2] te achtervolgen en/of

- die [slachtoffer 2] (bij haar jas) vast te pakken en/of naar zich toe te trekken

en/of daarbij de bil(len) van die [slachtoffer 2] (over de kleding) aan te raken en/of

vast te pakken en/of tussen haar benen en/of bij haar vagina aan te raken

en/of vast te houden

(telkens) gedwongen tot het dulden van bovenomschreven ontuchtige handelingen;

art 246 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 16 februari 2018 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboortejaar

2003) heeft gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 3] door

- het achter die (met de oortjes van haar telefoon in haar oren) over straat

lopende [slachtoffer 3] te gaan lopen en/of plotseling en/of onverhoeds de bil(len) van

die [slachtoffer 3] aan te raken en/of vast te houden en/of

- nadat die [slachtoffer 3] tegen hem had gezegd dat hij niet aan haar moest zitten

tegen die [slachtoffer 3] te zeggen dat zij dan weg moest lopen en/of

- ( nadat die [slachtoffer 3] terug liep in de richting waar zij vandaan was gekomen)

achter die [slachtoffer 3] aan te blijven lopen en/of die [slachtoffer 3] lopend te volgen en/of

in de gaten te blijven houden en/of

- nadat die [slachtoffer 3] , teneinde hem, verdachte te ontlopen, Hoog Catharijne was

ingelopen en/of aldaar een of meer winkels was ingelopen te blijven volgen

en/of op te wachten

gedwongen te dulden dat hij haar bij haar bil(len) aanraakte en/of vast hield;

art 246 Wetboek van Strafrecht

16/6593190-18

hij op of omstreeks 05 februari 2018 te Coevorden en/of in een trein rijdende

op het traject Emmen-Coevorden, althans in het arrondissement Noord-Nederland,

door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door bedreiging met

geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer 4] (geboortejaar 2002)

heeft gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, immers heeft hij die [slachtoffer 4] door

(in die trein) plotseling en/of onverhoeds te handelen en/of het doorgaan met

zijn handelingen terwijl die [slachtoffer 4] hem probeerde weg te duwen en/of zijn

hand probeerde weg te slaan en/of te duwen die [slachtoffer 4] gedwongen om te

dulden dat

hij haar een zoen gaf en/of zijn hand op haar bovenbeen legde en/of hield

en/of haar bovenbeen vastpakte en/of bij haar bil(len) vastpakte

en/of

hij met zijn hand haar hand vast pakte en/of hield en vervolgens haar hand op

zijn kruis duwde en/of legde, althans hield en/of

hij zijn duim aan de bovenzijde in de door die [slachtoffer 4] gedragen legging

duwde

en/of

(nadat die [slachtoffer 4] de trein op het station in Coevorden de trein had

verlaten) die [slachtoffer 4] te volgen en/of bij haar middel en/of buik vast te

pakken en/of vast te houden en/of terwijl hij die [slachtoffer 4] vasthield die

[slachtoffer 4] gedwongen om te dulden dat hij in haar bil(len) kneep, althans bij

haar bil(len) aanraakte

en/of

- die [slachtoffer 4] bij haar bovenarmen vast te pakken en/of vast te houden

en/of naar zich toe te trekken die [slachtoffer 4] gedwongen te dulden dat hij haar

een tongzoen gaf en/of haar (over de kleding) tussen haar benen en/of over

haar vagina wreef, althans haar vagina aanraakte;

art 246 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van processen-verbaal die als bijlagen zijn opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-20180472272, opgemaakt door politie Midden-Nederland, Dienst Regionale Recherche, team zeden, doorgenummerd pagina 1 tot en met 162. Wanneer paginanummers verwijzen naar andere processen-verbaal, dan wordt dit expliciet vermeld. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte en in de wettelijke vorm zijn opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] , pag. 66.

3 Idem, pag. 67.

4 Idem, pag. 68.

5 Idem, pag. 69.

6 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] , pag. 76.

7 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , pag. 74.

8 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2018.

9 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 2] , pag. 78.

10 Idem, pag. 79

11 Idem, pag. 80.

12 Idem, pag. 81.

13 Idem, pag. 82.

14 Idem, pag. 83.

15 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , pag. 87

16 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] , pag. 95.

17 Idem, pag. 96.

18 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] pag. 91.

19 Idem, pag. 93.

20 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2018.

21 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 3] , pag. 34.

22 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 3] , pag. 35

23 Idem, pag. 36.

24 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] , pag. 47.

25 Idem, pag. 48.

26 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2018.

27 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 4] , pag. 10 (van het dossier met onderzoeksnummer PL0100-2018030885).

28 Idem, pag. 11.

29 Idem, pag. 12.

30 Idem, pag. 13.

31 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] , pag. 29 (van het dossier met onderzoeksnummer PL0100-2018030885).

32 Idem, pag. 30

33 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] , pag. 21 (van het dossier met onderzoeksnummer PL0100-2018030885).

34 Idem, pag. 22.

35 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2018.