Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:2634

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-06-2019
Datum publicatie
13-06-2019
Zaaknummer
16/707096-16(P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:6555, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
-
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/707096-16(P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juni 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1984] te [geboorteplaats] (Marokko),
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[geboorteplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 mei 2017, 15 augustus 2017, 27 oktober 2017, 5 juni 2018, 13 juni 2018, 5 februari 2019, 8 april 2019, 9 april 2019, 15 april 2019 en 29 mei 2019.

Op 8, 9 en 15 april 2019 heeft de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden, waarbij de strafzaak tegen verdachte gelijktijdig, maar niet gevoegd is behandeld met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (16-707101-16), [medeverdachte 2] (16-707108-16), [medeverdachte 3] (16-707097-16), [medeverdachte 4] (16-707093-16) en [medeverdachte 5] (16-707120-16). Op 29 mei 2019 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officieren van justitie mrs. H.C. van Ooijen en E.M. van der Burg en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 5 februari 2019 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 februari 2013 tot en met 20 november 2017 te Utrecht en/of Amsterdam en/of elders in Nederland en/of Tanger en/of elders in Marokko en/of Duitsland samen met (een) ander(en) (A) twee appartementen in [woonplaats] (Marokko) en/of (B) een of meer contante geldbedragen en/of (C) een of meer contante uitgaven bij [bedrijf 1] heeft witgewassen en daar een gewoonte van heeft gemaakt;

feit 2: in de periode van 1 januari 2012 tot en met 21 februari 2017 te Utrecht en/of Amsterdam en/of elders in Nederland en/of België en/of Suriname en/of Marokko en/of Duitsland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het, telkens in vereniging, binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne en/of de handel in cocaïne en/of het telen van en de handel in hennep en/of het witwassen van geld;

feit 3: in de periode van 1 april 2016 tot en met 21 februari 2017 in België en/of in Nederland samen met (een) ander(en) opzettelijk een grote hoeveelheid hennepplanten heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;

feit 4: in de periode van 6 december 2016 tot en met 14 december 2016 te Utrecht en/of in Nederlnd en/of te Suriname samen met (een) ander(en) meerdere handelingen heeft verricht ter voorbereiding van de invoer van cocaïne binnen het grondgebied van Nederland;

feit 5: op 21 februari 2017 te Utrecht samen met (een) ander(en) een pistool, merk Jericho, voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Daartoe hebben zij – kortgezegd – voor het onder 1 ten laste gelegde witwassen onder andere verwezen naar het aangetroffen geld, diverse tapgesprekken gevoerd tussen o.a. verdachte (hierna ook aangeduid als: [verdachte] ) en medeverdachten [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]), de verklaring van getuige [getuige 1] , kadastrale gegevens van het kadaster van [woonplaats] , stukken van [bedrijf 1] en de verklaring van getuige [getuige 2] .

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde hebben de officieren van justitie onder meer verwezen naar de (vertalingen van de) diverse tapgesprekken gevoerd tussen verdachte en de NNmannen “ [NNman 1] ” en “ [NNman 2] ” waarin in versluierde bewoordingen wordt gesproken over de hennephandel in Nederland en België en de processen-verbaal van het aantreffen van een tweetal hennepplantages in België.

Ten aanzien van de onder 4 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne hebben de officieren van justitie onder meer verwezen naar de processen-verbaal van observatie van [medeverdachte 2] op Schiphol en de diverse tapgesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) waaruit blijkt dat verdachte gesprekken voert met [medeverdachte 2] die, in samenhang bezien, duiden op de invoer van cocaïne.

Voor de bespreking van het onder 2 ten laste gelegde hebben zij, onder verwijzing naar het dossier en het juridisch kader, betoogd dat van deelneming aan een criminele organisatie sprake is geweest. Ten aanzien van de ten laste gelegde periode hebben de officieren van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze (in ieder geval) te bewijzen is vanaf oktober 2016.

Ten aanzien van het feit ten laste gelegd onder 5 hebben de officieren van justitie zich op het standpunt gesteld dat zich hiervoor onvoldoende bewijs in het dossier bevindt en hebben zij gevorderd verdachte van dit feit vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1 onder A en B, 2, 4 en 5 ten laste gelegde feiten. De door de verdediging gevoerde standpunten en verweren ten aanzien van voornoemde feiten worden hierna per feit besproken. Voor het onder feit 1 onder C en feit 3 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vrijspraak feit 5

De rechtbank is van oordeel, met de officieren van justitie en de raadsman, dat op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen het onder 5 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

4.3.2.

Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen

4.3.2.1 Inleiding 1

Naar aanleiding van een anonieme brief en informatie van het Team Criminele Inlichtingen over criminele activiteiten van [verdachte] heeft de politie eenheid Midden-Nederland in september 2016 een onderzoek naar [verdachte] en zijn medeverdachten ingesteld.2 De politie heeft meerdere telefoonnummers van [verdachte] afgetapt en daarna ook de nummers van zijn broers [medeverdachte 1] (hierna ook aangeduid als: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (hierna ook aangeduid als: [medeverdachte 3] ) en zijn ouders [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] afgetapt. Op basis van via de tap verkregen informatie is er op 4 januari 2017 en 12-14 januari 2017 door de politie een actiedag georganiseerd. Vervolgens zijn op 21 februari 2017 in Nederland 10 locaties doorzocht en hebben er in België drie doorzoekingen plaatsgevonden.

De rechtbank ziet aanleiding om bij het bespreken van de feiten een andere volgorde te hanteren dan de volgorde zoals deze is aangehouden in de tenlastelegging.

4.3.2.2 Inleidende overwegingen

Vaststelling gebruikers telefoonnummers

[verdachte]

Telefoonnummer [telefoonnummer] ( [telefoonnummer] )

Verbalisant [verbalisant 1] heeft diverse gesprekken afgeluisterd en vastgesteld dat naar aanleiding van de tapgesprekken en bevindingen de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] is genaamd [verdachte] .3 Verbalisant [verbalisant 2] heeft separaat een proces-verbaal van stemherkenning opgemaakt.4 Voornoemde verbalisant [verbalisant 1] heeft separaat een proces-verbaal bevindingen van vaststellen identiteit door middel van stemherkenning opgemaakt ten aanzien van het telefoonnummer [telefoonnummer] .5 In dit proces-verbaal verklaart verbalisant [verbalisant 1] dat door middel van een ‘IMSI-catcher’ imei-nummer [imei-nummer] behorende bij telefoonnummer [telefoonnummer] naar voren kwam.6 Verbalisant heeft een aantal van de getapte gesprekken van dit nummer beluisterd en, op grond van het eerder onder nummer [telefoonnummer] vastgestelde, de stem herkend van [verdachte] .7

Verbalisant is over de conclusie in het bovengenoemde proces-verbaal van 25 januari 2017 opnieuw bevraagd bij de rechter-commissaris op 16 januari 2018.8 Verbalisant verklaart bij de eerdere conclusies te blijven en [verdachte] te hebben herkend aan zijn stem.

Verweer ten aanzien van de stemherkenning t.a.v. het nummer [telefoonnummer]

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, nu het de verbalisant aan de deskundigheid ontbreekt om de gebruiker van dit telefoonnummer vast te stellen, dit nummer niet aan verdachte kan worden toegeschreven en derhalve verdachte vrijgesproken moet worden van feit 4.

De rechtbank overweegt dat er sprake is van een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van stemherkenning door een intensief bij het politieonderzoek betrokken rechercheur – die de stem van verdachte kent omdat zij de stem van verdachte langdurig heeft beluisterd, en die deze stem vervolgens in de betwiste tapgesprekken heeft herkend. De rechtbank overweegt verder dat de raadsman ter terechtzitting heeft gesteld dat het nummer [telefoonnummer] aan zijn cliënt toebehoort, hetgeen de betrouwbaarheid van de herkenning van de verbalisant nader onderstreept, nu dit nummer als uitgangspunt wordt genomen voor de herkenning van verbalisant [verbalisant 1] . De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan, en op grond van de overige bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, op de juistheid van de stemherkenning mag worden afgegaan, met als gevolg dat geoordeeld kan worden dat verdachte daadwerkelijk de gebruiker was van het nummer [telefoonnummer] .

[medeverdachte 3]

Telefoonnummer [telefoonnummer] ( [medeverdachte 3] )

De raadsman heeft zich ten aanzien van het telefoonnummer [medeverdachte 3] op het standpunt gesteld dat de vaststelling van de identiteit van de gebruiker, zijnde [medeverdachte 3] , onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Het telefoonnummer [medeverdachte 3] is met ingang van 14 december 2016 afgeluisterd.9 Verbalisant [verbalisant 3] heeft diverse gesprekken afgeluisterd en vastgesteld dat naar aanleiding van de tapgesprekken en bevindingen de gebruiker van het nummer [medeverdachte 3] is genaamd [medeverdachte 3] .10 Dit baseert de verbalisant onder andere op de herkenning van de stem, en de vergelijking met de bevindingen ten aanzien van het nummer [telefoonnummer] .11 De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan, en op grond van de overige bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, geoordeeld kan worden dat verdachte daadwerkelijk de gebruiker was van het nummer [medeverdachte 3] .

Bewijsoverweging overige telefoonnummers verdachten 12

Er is geen verweer gevoerd ten aanzien van de hieronder opgenomen telefoonnummers die door de rechtbank worden toegeschreven aan de verdachten. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, en de processen-verbaal waarin de identiteit van de gebruiker van de voornoemde telefoonnummers telkens wordt geïdentificeerd, vast dat in de ten laste gelegde periode [verdachte] (naast voornoemd nummer [telefoonnummer] ) gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers [telefoonnummer]13 en [telefoonnummer]14, [medeverdachte 1] gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers [telefoonnummer]15, [medeverdachte 1]16, [telefoonnummer]17, [telefoonnummer]18 en [medeverdachte 1]19, [medeverdachte 3] (naast voornoemd nummer [medeverdachte 3] ) gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer]20, [medeverdachte 2] gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers [telefoonnummer]21 en [telefoonnummer]22, [medeverdachte 4] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer]23 en [medeverdachte 5] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .24

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis, zal de rechtbank bij het weergeven van tapgesprekken in plaats van voormelde telefoonnummers de namen van de verdachten weergeven.

Bij het benoemen van de bewijsmiddelen heeft de rechtbank zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de volgorde van de zich in het dossier bevindende zaaksdossiers.

4.3.2.3. Bewijsmiddelen en overwegingen invoer cocaïne (feit 4)

4.3.2.3.1. Bewijsmiddelen - Zaaksdossier Suriname

De camerabeelden van Schiphol Airport van 6 december 2016 zijn door verbalisant [verbalisant 4] uitgekeken:

Ik heb de screenshots van de camerabeelden zelf ook bekeken en vergeleken met het bekende signalement en de beschikbare foto’s. Door deze gegevens en de bevindingen ten aanzien van de passagierslijst, tapgesprekken en het API-alert van de Koninklijke Marechaussee, heb ik de overtuiging dat de man op de beelden [medeverdachte 2] is. 25

[medeverdachte 2] heeft op [6 december 2016] vlucht [vluchtnummer] richting Paramaribo genomen omstreeks 10.20 uur.26

Op 14 december 2016 (…) komt er een bericht binnen van de Koninklijke Marechaussee (…) met de inhoud dat [medeverdachte 2] onderweg is vanuit Paramaribo naar Schiphol Airport met vlucht [vluchtnummer] van Surinam Airways. 27

In zijn verhoor bij de rechter-commissaris wordt door [getuige 3] bevestigd dat hij [naam] wordt genoemd en dat [medeverdachte 2] op 6 december 2016 naar Suriname is gereisd.28

Op 10 december 2016 om 00:38 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) vanuit Suriname naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[medeverdachte 2] : (…) ik moet de namen van die boten hebben (…).

[medeverdachte 2] : (…) ik heb Mexicaanse kartel, je weet wel, heleboel kracht. (…)

[verdachte] : zij hebben, hebben zij geen PGP’s of helemaal niks. (…)

[medeverdachte 2] : Alles wordt overgevlogen. Je weet wel, alles komt daar bij ons aan. De dragers, diegene die eruit gaan halen en diegene die gaan uitdelen en overgedragen en alles wordt over gevolgen. (…)

[verdachte] : Waar naartoe? Naar Mexico!!!

[medeverdachte 2] : Nee, naar Ecuador(…)

[medeverdachte 2] : Ze moeten namen hebben(…) alles, tussen persoon, alles komt daar heen. (…) ik moet de naam van de boot hebben. Dat is het belangrijks, de naam van de boot.

[verdachte] : (…) de naam van de boot die kan ik pas maandag, dinsdag, woensdag krijgen, want die heb ik lang besteld bij die flikker en nog niet, hij zei, jullie moeten het opzetten(…)

[medeverdachte 2] : Zij kunnen alles weten, die dinges is van hen vriend, die hele haven is van hen.

[verdachte] : Ja, daarom.

[medeverdachte 2] : Zij zijn heel sterk, heel sterk. Hij wilt een hele doen (…). We doen alleen die 250 en we gaan niet de hele doen, en je pakt eigen helft en als je daarmee klaar bent, dan geef je ons en ik heb tegen hem gezegd, (…) eigen helft mag je nemen en als we klaar zijn en jullie leveren aan ons, de helft is van ons (…)

[verdachte] : Hoeveel kost de handel daar bij hen?

[medeverdachte 2] : met de boot en alles, kom je op 6 a 7, vragen ze hier.

[verdachte] : Dollar???

[medeverdachte 2] : Ja.

[verdachte] : Ja, dat kom uit, zeg maar, dat komt uit, 5 en half a 6. 29

[verdachte] : (…) Luister eens, nu is die Jood daar, die Christelijke man , die Belg en er zijn daar jongens, die doen de containers open knallen, eruit halen en in een ander container instoppen.(…)

[medeverdachte 2] : Ja, Mexicaanse kartel, ze zijn heel stevig in Amerika, hele Ecuador is van hen, is van hen.(…)

[medeverdachte 2] : Ecuador staan ze sterk, Panama staan ze sterk (…) daar boven, je weet wel bij die gekke Colombianen, zeiden ze nee. (…)

[medeverdachte 2] : En hij zei, maar daar komt alles vandaan. Alles komt daar vandaan naar ons toe, naar beneden toe, zij sturen het hier naartoe en wij sturen naar beneden en delen het uit. En onze mensen sturen het weer door naar jullie toe, naar jullie kant toe. (…)

[verdachte] : Klaar, maar je moet tegen hem zeggen, er moet iets, zonder accijns. (…) Het moet drogen, drogen, droog shit. (…) Meubels (…)

[verdachte] : (…) meubels of euhh...iets, niet wat, wat niet gecontroleerd kan worden. (…) je moet tegen hem zeggen, wij moeten 24 uur van tevoren die code krijgen. (…) Je moet zeggen; jouw mannetje moet erbij zijn en 24 uur van tevoren moet jou mannetje erbij zijn en als die rood staat, dan dan hebben we nog 4 uurtjes speling. Binnen die 4 uur kunnen we die weghalen (…). 30

[telefoon wordt doorgegeven aan NNman ‘meneer [naam] ’]

[verdachte] : (…) hai, luister eens? Ik heb tegen mijn broertje gezegd, maandag, dinsdag of woensdag, heb die alles, die namen en dat soort dingen, alles waar vandaan vertrekt.(…)

[verdachte] : En dan, ik zeg, dan geef ik het jou zelf, persoonlijk, weet je en dan, het moet in droog waren (…)

[verdachte] : Niet alcohol of zo, niet iets waar accijns opzit. Want accijns gaat rechtstreeks naar douane begrijp je of niet?(…)

[verdachte] : (…) Ik heb de grootste gedeelde gegeven, zeg, maar het moet droogbaar zijn en ik ga die boot namen regelen en die datums. En dan kan ik jullie die geven en dan kunnen jullie knallen. (…)

[verdachte] : (…) En jij weet die systeem, die systeem is, euhhh…. 90% waterdicht, begrijp je of niet? (….)

[verdachte] : (…) We hebben? Even kijken, 2 weken geleden gedaan en het is gewoon gelukt, geen enkel probleem (…) 31

Op 10 december 2016 om 18:26 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Ja, ik heb die mannetje gesproken en die zegt, ik wil weten van welke haven ze willen gooien, van welke haven ze willen gooien. (…)

[verdachte] : Zij willen alleen vanaf Ecuador, niet vanaf Panama?

[medeverdachte 2] : Nee, Ecuador, Panama zeggen ze dat ze daar spullen stelen en breken. 32

Op 12 december 2016 om 17:42 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Ja maar van waar vriend, van waar vriend, ik weet niet van waar, ik weet niet van waar. Die andere heeft mij gelijk gestuurd, hij zei tegen mij 'die andere wil van Panama sturen, [rederij] ', ja, kijk, die heb ik gelijk voor hem geregeld.(…)

[medeverdachte 2] : Oke, dus Panama, heb je [rederij] ?

[verdachte] : Ja in Panama heb je [rederij] (…)

[medeverdachte 2] : En Ecuador, en Ecuador, weet je wat van?

[verdachte] : Ook vriend, (…) maar ik moet precies weten waar, van waar hen willen(…)

[verdachte] : (…) die mensen willen sowieso allemaal van pas 15 januari werken, eerder niet 33

Op 12 december 2016 om 22:27 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ):

[verdachte] : Hij zei 'luister elke week komen 1000 bakken van Brazilië', 1000

(…)

[verdachte] : Hij zei van Ecuador komen maar 100, en daar is fifty-fifty kans dat 'ie op rood

staat. En als 'ie op rood staat, kan nog gedaan worden, dat moet je tegen hen zeggen

(…)

[verdachte] : En plus, er zijn weinig bakken die droog zijn, van Ecuador

(…)

[verdachte] : (…) je moet zeggen 'welke landen'? Of hebben ze alleen maar Ecuador, verder niets?

[medeverdachte 2] : Volgens mij alleen maar sterk in Ecuador

[verdachte] : In Brazilië kunnen ze niet sterk zijn?

[medeverdachte 2] : Nee, denk het niet

[verdachte] : In ieder geval, je moet tegen mij zeggen welke haven hen daar precies hebben in handen hebben (…) 34

Op 13 december 2016 om 01:18 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Bal-boa, Bal-boa, Bal-boa

[medeverdachte 2] : Ja, oke. Dat is toch een plek, en Krist-Bal’?

(…)

[verdachte] : En crist-bol, crist-bal, crist-bal 35

Op 13 december 2016 om 03:51 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[medeverdachte 2] : Hij zei tegen mij deze gaat met je mee, gaat alles daar bekijken. (…) Hij zei als hij terugkomt en als het wat wordt als god het wil, hij zei dat er vanaf de 15e begonnen kan worden 36

Op 13 december 2016 om 13:16 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : In ieder geval, je daar in Brazilië, daar komen elke week 1000 containers

vandaan. En uit Ecuador komen maar 100, meer niet. Dat is een beetje ehhhh begrijp je of niet? 37

Op 13 december 2016 om 14:47 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Luister, zeg tegen hen waar zetten jullie op? (…)Jij komt terug, ik laat jou alles zien. Ik heb die papieren. Ik kan uit laten draaien en alles. Dan kan je ze aan die Surinamer geven en dan kan ie zo meenemen. 38

Op 13 december 2016 om 15:15 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ):

[medeverdachte 2] : He luister eens eh die dinges eh die man zoekt net op wat ie moet sturen enzo, hij krijgt fruit, hij krijgt die blikken. (…)

[verdachte] : Eh fruit niet fruit. (…)

[verdachte] : Ja maar je moet zeggen droge container een droge.

[medeverdachte 2] : Dat begrijpt ie niet joh, dat begrijpen ze niet.

[verdachte] : Hun begrijpen dat niet. Dat klopt der komen heel veel containers daar bij de

haven wordt verdeeld. Droge bakken gaan naar links, fruitbakken gaan naar rechts. Begrijp je zo moet je dat uitleggen. Het moeten gewoon droge bakken zijn. 39

Op 13 december 2016 om 01:18 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar * [telefoonnummer] ( [NNvrouw 1] ):

[NNvrouw 1] : Nou ehh, ik ken die mensen die in de haven werken.

(…)

[NNvrouw 1] : Hollanders, Hollanders.

[medeverdachte 2] : Kunnen zij het eruit halen? 40

Verbalisant [verbalisant 5] heeft verklaard, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 21 februari 2017 waren wij belast met het doorzoeken van de woning, die is gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (de rechtbank begrijpt uit het dossier: de woning van [A], de vriendin van [medeverdachte 2] ). In deze woning troffen wij in de slaapkamer aan de voorzijde van de woning, dit betreft de ouderlijk slaapkamer die is genummerd als ruimte [nummer] , een aantal goederen aan die inbeslaggenomen zijn.

In de eerste inpandige kledingkast troffen wij in een beige kleurige jas een stapeltje in elkaar gevouwen bankbiljetten aan. 41

Op de grond aan het voeteneinde van het bed lag een herenjas. In deze jas zijn een rijbewijs op naam van [medeverdachte 2] , geboren [1985] en een autosleutel behorende bij een Volkswagen Polo voorzien van het kenteken [kenteken] aangetroffen. 42

In deze plastic tas troffen wij een pakketje nog niet gebruikte (nieuwe) Pony packs aan. Tevens troffen wij twee weegschalen en een aardappelschilmesje aan. Tevens troffen wij een aantal grotere bollen, mogelijk verdovende middelen, aan, die vacuüm verpakt waren. 43

De inhoud van de bollen is gewogen en indicatief getest. Het betrof een totale inhoud van 340 gram en de indicatieve test was positief voor cocaïne.44

De auto Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] is doorzocht. Middels een endoscoopcamera is waargenomen dat er tussen de plafondbedekking van het interieur aan de voorzijde ter hoogte van beide zonnekleppen twee plastic zakjes verborgen zaten waarin kleine envelopjes met het opschrift “Pony pack” zaten.45

4.3.2.3.2. Bewijsoverwegingen

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van het onder 4 tenlastegelegde bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De tapgesprekken zijn onvoldoende concreet, nu daarin niet wordt gesproken over de invoer van verdovende middelen, laat staan van cocaïne. De gesprekken zijn dan ook multi-interpretabel. Daarnaast zijn ook de gedragingen onvoldoende concreet, nu daaruit hooguit kan worden gedestilleerd dat sprake is van een voorverkenning, maar die gedragingen geen strafbare voorbereiding vormen.

Juridisch kader

Aan verdachte wordt verweten dat hij zich met anderen heeft schuldig gemaakt aan de strafbare voorbereiding of bevordering van de invoer van cocaïne. Dit is strafbaar gesteld in artikel 10a van de Opiumwet, waarin, voor zover belang, strafbaar is gesteld het voorbereiden of bevorderen van een feit bedoel in artikel 10 lid 4 of 5 van de Opiumwet, door een ander trachten te bewegen om dat feit te medeplegen of daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen (artikel 10a lid 1 sub 1 Opiumwet) dan wel zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te trachten te verschaffen (artikel 10a lid 1 sub 2 Opiumwet).

Voor de beoordeling van de bewijsbaarheid van het ten laste gelegde feit is van belang welke bewijswaarde moet worden toegekend aan de inhoud van de afgeluisterde telefoongesprekken. De rechtbank kan niet zonder meer aannemen dat afgeluisterde gesprekken over bepaalde strafbare gedragingen gaan, als de verdachte dat ontkent en anderen daarover niet rechtstreeks belastend verklaren. Als gelet op daarin gebruikte woorden de betekenis van die gesprekken niet zonder meer duidelijk is, moet de rechter voorzichtig zijn bij het interpreteren daarvan. Die voorzichtigheid brengt mee dat moet worden onderzocht of die gesprekken in een met het oog op de bewijslevering betekenisvolle samenhang kunnen worden geplaatst. Dat houdt in dat moet worden gekeken naar de inhoud en chronologie van die gesprekken en naar de kring van deelnemers daaraan. Ook wordt bezien hoe het overige bewijsmateriaal in het dossier zich tot die gesprekken verhoudt. Beoordeeld moet worden of de conclusie kan worden getrokken dat schijnbaar onschuldige gesprekken in werkelijkheid gaan over strafbare feiten. Bij die beoordeling kan ook van belang zijn wat er over de deelnemers aan de gesprekken, of over anderen die in die gesprekken worden genoemd, bekend is. Ten slotte kan de rechtbank onder omstandigheden ten nadele van verdachte conclusies trekken uit zijn zwijgen naar aanleiding van aan hem gestelde vragen over de inhoud van de door hem gevoerde telefoongesprekken. Tot de conclusie dat de gesprekken gaan over strafbare gedragingen en dat de verdachte daaraan een betekenisvolle bijdrage heeft geleverd, kan pas worden gekomen als op grond van het samenstel van alle relevante feiten en omstandigheden redelijkerwijs geen andere conclusie mogelijk is (zie Gerechtshof Amsterdam 14 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:480).

Feiten en omstandigheden

Zoals uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt, bestaat het bewijs voor een belangrijk deel uit getapte telefoongesprekken. De rechtbank stelt op grond van deze telefoongesprekken en de andere hierboven opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, ten aanzien van verdachte het volgende vast.

[medeverdachte 2] is van 6 december tot en met 14 december naar Suriname afgereisd. Terwijl hij in Suriname was heeft hij meerdere gesprekken met [verdachte] gevoerd en een of meerdere ontmoetingen met een of meerdere NNman(nen) gehad. In de gesprekken bespreken [verdachte] en [medeverdachte 2] het plan van aanpak voor invoer naar Nederland. Er worden meerdere aspecten van het plan besproken zoals de mogelijke aanvoerplaatsen in Zuid-Amerika, zoals Panama, Ecuador en Brazilië. Daarnaast wordt de wijze van aanvoer besproken, te weten door middel van containers op schepen van specifieke rederijen, waarbij de naam ‘ [rederij] in Panama’ wordt genoemd. De specifieke havenplaatsen in Panama worden bevestigd door [verdachte] , te weten Cristbal (de rechtbank begrijpt: Cristóbal) en Balboa, beiden grote havensteden gelegen in Panama. Er wordt gesproken over het ‘Mexicaans kartel’, die sterk zouden zijn in Ecuador en Panama. [medeverdachte 2] vult dat aan door te zeggen: ‘zij sturen het hier naartoe en wij sturen [het] naar beneden en delen het uit’. Daarnaast wordt gesproken over de manier van verhullen van het te vervoeren product , namelijk in containers met ‘droog spul’. Verder wordt gesproken over ‘rood staan’ en ‘4 uur speling’ en hoe in de havens met containers wordt omgegaan. Dit wordt later door verbalisanten verklaard als vakjargon voor het containertransport: een container met droog spul bevat goederen die niet bederven en waar geen accijns op zit, zoals meubels of iets ‘wat niet gecontroleerd kan worden’. Andere goederen dan droog spul worden sneller gecontroleerd of gaan ‘rechtstreeks naar de douane’. Als een container op rood staat dan wordt deze gegarandeerd in de haven gecontroleerd en dit gebeurt gewoonlijk binnen 4 uur. Dan moet 24 uur van tevoren de code worden verstrekt en moet er voor worden gezorgd dat er een ‘mannetje’ bij is. In een gesprek legt [verdachte] uit dat zij daar mensen hebben, ‘de Jood’, ‘de Christelijke man ’ en ‘de Belg’ die de ‘containers open knallen, [het] eruit halen en in een andere container instoppen’. Dit duidt erop dat voorkomen moet worden dat de container met die goederen gecontroleerd wordt, en dat deze zo snel mogelijk eruit moeten worden gehaald. [verdachte] zegt vervolgens toe aan [medeverdachte 2] dat hij de bootnamen en data gaat regelen. Hij stelt hem gerust door te zeggen dat ze het twee weken geleden hebben gedaan en dat het toen gelukt is. [verdachte] geeft aan dat ‘die mensen willen pas 15 januari werken, eerder niet’ en daarna geeft [medeverdachte 2] de terugkoppeling dat er pas vanaf de 15de begonnen kan worden. Aan het eind van zijn bezoek belt [medeverdachte 2] naar een NNvrouw ( [NNvrouw 1] ). Zij bevestigt dat zij mensen, Hollanders, kent die in de haven werken. [medeverdachte 2] vraagt of zij het eruit kunnen halen.

Conclusie

De rechtbank overweegt dat in de tapgesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] sprake is van zogeheten versluierend taalgebruik, waarbij onder meer getallen, hoeveelheden, vervoermiddelen en namen worden genoemd zonder dat uitdrukkelijk wordt aangegeven waarover het gaat. De rechtbank interpreteert deze tapgesprekken, in onderling verband en samenhang bezien met de andere bewijsmiddelen, zo dat daaruit naar het oordeel van de rechtbank volgt dat sprake was van het voorbereiden van activiteiten van illegale aard, te weten de export naar Nederland van cocaïne. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Dat geen sprake is van onschuldige gesprekken maar van gesprekken die in werkelijkheid gaan over het invoeren van een illegaal product, blijkt uit de inhoud van die gesprekken. Indien het zou gaan om het invoeren van een legaal product, zou het versluierende taalgebruik immers niet nodig zijn. Ook zou het dan niet nodig zijn geweest om met elkaar te spreken over het treffen van maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van ontdekking van de producten door de douane.

Met betrekking tot de vraag waaruit dan blijkt dat het bij het invoeren van het illegale product gaat om verdovende middelen en meer specifiek nog cocaïne, acht de rechtbank het volgende van belang. De rechtbank stelt vast dat er in de tapgesprekken weliswaar niet concreet over cocaïne is gesproken, maar anders dan de verdediging heeft betoogd kan dit naar het oordeel van de rechtbank niettemin bewezen worden verklaard. Indien het gaat om de invoer van verdovende middelen uit Zuid-Amerika en in het bijzonder uit bovengenoemde landen, met name bij gebruik van de term ‘Mexicaans kartel’, duidt dit met een hoge mate van waarschijnlijkheid op cocaïne(handel). Het is daarnaast ook een feit van algemene bekendheid dat de cocaïne in Europa veelal uit landen in Zuid-Amerika afkomstig is. Daarbij komt dat bij de interpretatie van de tapgesprekken en ontmoetingen mede in aanmerking wordt genomen dat op basis van het dossier een sterke indicatie bestaat dat [medeverdachte 2] zich in Nederland bezig houdt met de handel in cocaïne, en dat hij in ieder geval in bezit is geweest van een (grote) hoeveelheid cocaïne. Ook weegt de rechtbank mee dat geen van de verdachten van het onderhavige feit een aannemelijke uitleg heeft gegeven over de inhoud van de gevoerde telefoongesprekken, de reis van [medeverdachte 2] naar Suriname en de ontmoetingen die daar hebben plaatsgevonden. De verdachten hebben daarover zelfs geen enkele verklaring afgelegd, maar zij hebben telkens een beroep gedaan op hun zwijgrecht.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de gesprekken gaan over het voorbereiden van een internationaal transport van een hoeveelheid cocaïne vanuit Zuid-Amerika naar Nederland en dat de verdachte daaraan een betekenisvolle bijdrage heeft geleverd. Op grond van het samenstel van alle relevante feiten en omstandigheden is volgens de rechtbank redelijkerwijs geen andere conclusie mogelijk.

Voorts verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging dat de gedragingen die zijn ten laste gelegd onvoldoende concreet zijn. De handelingen die zijn ten laste gelegd zijn nu echter juist bij uitstek voorbeelden van handelingen die zien op het trachten een ander te bewegen het feit mede te plegen of om daaraan medeplichtig te zijn (artikel 10a lid 1 sub 1 Opiumwet) en op het zich of een andere gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het feit te trachten te verschaffen (artikel 10a lid 1 sub 2 Opiumwet).

Op grond van het voorgaande wordt bewezen geacht dat beide verdachten, [verdachte] en [medeverdachte 2] , zich samen met anderen bezig hebben gehouden met de voorbereiding van invoer van cocaïne naar Nederlands grondgebied. De rechtbank overweegt met betrekking tot het bestanddeel van de tenlastelegging ‘binnen het grondgebied van Nederland brengen’ nog dat er aanwijzingen zijn dat de cocaïne mogelijk in een ander Europees land dan Nederland zou aankomen, maar dat op grond van de inhoud van het tapgesprek tussen [medeverdachte 2] en [NNvrouw 1] bewezen wordt geacht dat de cocaïne in dat geval vervolgens zou worden overgebracht naar Nederland.

Het ten laste gelegde kan dan ook op de na te melden wijze wettig en overtuigend worden bewezen.

4.3.2.4 Bewijsmiddelen en overwegingen aanwezig hebben en telen hennep (feit 3)

4.3.2.4.1. Bewijsmiddelen - zaaksdossier Chinezen

Op 25 oktober 2016 om 00.30 uur belt [verdachte] uit naar [NNman 2] :

[verdachte] : Amsterdam, wanneer China, papieren moet betalen he mijn broertje

[NNman 2] : Broertje?

[verdachte] : Geld money money betalen, betalen huur. 46

Enkele weken eerder, op 7 oktober 2016, belt een NNman vanaf telefoonnummer [telefoonnummer] , het huisnummer van de familie [familie] , met het bedrijf Energie Direct.47 Deze persoon zegt dat hij binnenkort weer alleen gaat wonen en geeft op te zijn: [medeverdachte 2] , nieuwe postcode [postcode] [woonplaats] , huisnummer [nummer] . De postcode en het huisnummer komen overeen met het adres [adres] te [woonplaats] .48

Uit een hypotheekdossier van de SNS bank blijkt dat [medeverdachte 2] op 9 oktober 2012 een koopovereenkomst heeft getekend en een hypotheek heeft afgesloten voor het appartement [adres] te [woonplaats] .49

Op 2 november 2016 om 14:53 uur belt [verdachte] naar [NNman 2] :

[NNman 2] : Hoe laat komen?

[verdachte] : Half uurtje. 1 persoon gezien grote werk. Grote werk 50

Door het observatieteam (OT) wordt waargenomen dat op 3 november 2016 een man gelijkend op [verdachte] uit het portiek van een flatgebouw aan de [adres] , o.a. nummer [nummer] , te [woonplaats] komt met twee onbekende personen.51

Op 29 november 2016 om 18:19 uur belt [NNman 1] naar [verdachte] :

[verdachte] : Ja rustig. Jij Amsterdam België?

[NNman 1] : Ja ja.

[verdachte] : Amsterdam.

[NNman 1] : Ja Amsterdam

(…)

[verdachte] : Ah Oke, uh. Ik morgen komen ja?

(…)

[verdachte] : Praten voor werk ja.

[NNman 1] Oke is goed. 52

Uit gesprekken van 2 december 2016 blijkt dat [NNman 1] en een broertje van [verdachte] elkaar ontmoet hebben.53

Op 3 december 2016 belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Groot he?

[NNman 1] : 1 kamer nog niet klaar.

(…)

[verdachte] : (…) hoeveel zakkie hoeveel zakkie? 54

[NNman 1] : Ehmmm, drie, vier, heel veel, (onverstaanbaar) misschien 1 kamer misschien

bijna 40 stuks. 55

Later die dag belt [verdachte] uit naar [NNman 1] :

[verdachte]: En je kamer klaar?

[NNman 1] : Ja het is klaar, slapen nu (lacht).

[verdachte] : Ok nee. Geen probleem. Beter beter slapen. Ok is goed. Ik eh… kom straks,

dan meenemen helft pakken alvast ja. 56

Op 4 december 2016 om 15:56 uur belt [verdachte] het Belgische nummer eindigend op * [telefoonnummer] ( [NNman 3] ):

[NNman 3] : Hallo ze hebben niet veel meer te gaan en zijn bijna klaar.

[verdachte] : Zijn ze bijna klaar ook met die afval?

[NNman 3] : Alles is klaar ze zijn bezig met dat andere en zijn bijna klaar.

(…)

[verdachte] : Zeg tegen hem dat hij je die nieuwe toppen moet geven. 57

Op 4 december 2016 om 17:00 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] :

[verdachte] : Stuur mij het adres niet van die Europeaan maar een straat daar achter, dan komt mijn broertje, die vult de auto met die spullen en jij rijdt achter hem aan richting [gemeente] en dan gaat hij naar binnen om het te maken en jij moet met die mensen terug komen.

[NNman 3] : Moet ik terug komen naar jou?

[verdachte] : Ja gaat het niet?

[NNman 3] : Dat wel alleen ik heb die kinderen bij me. 58

Uit het tapgesprek van 11 december 2016 blijkt dat [NNman 3] met ‘die kinderen’ de Chinezen bedoelt.59

Op 4 december 2016 om 17:22 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Klaar?

[NNman 1] : Ja klaar, klaar.

[verdachte] : Hoeveel zakje dan?

[NNman 1] : Nog 6 zakjes.

(…)

[verdachte] : Oke. Uhh mijn vriend jou brengen ja Amsterdam he. 60

Op 4 december 2016 om 22:24 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] :

[verdachte] : Oke stuur morgen iemand, maar het moet geen kleine auto zijn. Er gaan er 80

in een doos en ik heb 450 besteld dus reken om 7 dozen. 61

Op 9 december 2016 om 14.33 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] :

[NNman 3] : Ik ben klaar, ik vertrek nu. (…) Ik heb 18 gedaan en er zijn nog maar 4 over.

(….) Maar wat ik je wilde zeggen, die ene is wel goed. (…) Dat spul is wel goed, alleen te

veel warmte gekregen, hij is erg droog geworden.

[verdachte] : Hij is dus droog en droog, erg droog.

[NNman 3] : Ja, hij heeft te veel warmte gekregen. Volgende keer moet je die 21 graden

doen.

[verdachte] : Ik ben al drie a vier dagen niet geweest. 62

Op 9 december 2016 om 18.58 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] ( [NNman 3] ):

[verdachte] : Wat ik je wilde vragen, is volume goed?

[NNman 3] : (…) Is normaal. Is normaal (…) het is goed. (…) Net als altijd.

[verdachte] : Is de zak vol, is de zak helemaal vol?

[NNman 3] : Nee, hij is niet helemaal vol. Het is normaal , het is normaal, net als altijd.

[verdachte] : In ieder geval, ik had eerder deze Appie hier gebeld en die vertelde mij dat hij

vol, dat hij vol is en vervolgens zei hij: “Oke, als jij dat brengt, dan ben ik bereid 46 te

betalen en als het echt goed is, als het om goed spul gaat. (…)

[NNman 3] : Nee, nee, nee, ik moet eerlijk zeggen, het is goed spul, heel goed, de fout die

ermee hebben gemaakt, is dat die heel erg droog is, we hebben hem veel warmte gegeven. 63

Op 12 december 2016 te 22:24 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] ( [NNman 3] ):

[NNman 3] : Vraagt [verdachte] door te geven of men een dag extra er bij kan plannen om de afval weg te brengen/halen.

[verdachte] : Zegt dat hij zich daar geen zorgen over hoeft te maken. [verdachte] zegt dat zij 'ze' (werkers) 100 of 150 euro extra per man gaan geven en dat 'zij' alles zullen opruimen. [verdachte] zegt dat hij 'ze' vrijdag zal brengen. 64

Op 19 december 2016 om 15.43 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Jij kan morgen werken totaal 4 personen. (…)

Op 20 december 2016 om 14.31 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Mijn vriend 6 uur komen. (…)

[NNman 1] : Ok is goed (ntv) Hoeveel

[verdachte] : 4 personen beter

[NNman 1] : Nee hoeveel hoeveel

[verdachte] : Baby (…) maybe 250 misschien 300 (…) 65

Op 25 december 2016 om 15:16 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : China werken morgen werken. (…)

[verdachte] : Ja, voor mij werken morgen.

Op 27 december 2016 om 15:16 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Huisbaas daar?

[NNman 1] : Jaja praten met hem ja?

[verdachte] : Huisbaas mijn broertje?

[NNman 1] : Nee! hier hier ....

[er komt een andere man aan de lijn]

(…)

[verdachte] : He [NNman 1] .

[NNman 1] : Waar ben je vriend, ik bel [medeverdachte 3] niks en jouw nummer heb ik niet.

(…)

[verdachte] : Luister jouw vrachtwagen is hij nou klaar of niet want we moeten die materialen daar weghalen.

[NNman 1] : Ja je hebt gelijk vriend. Dat moet. (…)

[verdachte] : Of je moet kijken of je dat autootje van die [verdachte] Hangar of zo regelen.

[NNman 1] : Ja dat ga ik doen. Een kleine busje is beter.

[verdachte] : Oke want mijn broertje komt eraan.

[NNman 1] : Oke je broertje komt eraan. Hoe laat is hij hier zo? 66 (…)

[NNman 1] : Oke dat is goed. Hij heeft wel hier wat gepakt of niet?

[verdachte] : Dat is toch normaal, dat moet toch gaan drogen, als je het in die zakken laat

dan gaat het verrot. 67

Op dezelfde datum om 15.33 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[NNman 1] : Baasie die huisbaas die die nemen die bloemen en tas. (…) Zwarte tas (…) Hij

zei jij zeggen hij mag pakken.

[verdachte] : Oké ik nu bellen ja, hoeveel is daar nog.

[NNman 1] : Denk ehm 5 kilo, 6 misschien.

[verdachte] : Jij mee nemen. 68

Op 27 december 2016 om 15:47 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[NNman 1] : Hallo.

[verdachte] : China?

(…)

Vervolgens komt een NNman aan de lijn.

(…)

NNman geeft de telefoon over aan [NNman 1] .

[NNman 1] : Ehhh, luister [verdachte] , weet je wat je moet doen doen, we doen 50/50 geef

hem 2 duizend van mij en 2 duizend van jou.

[verdachte] : [NNman 1] , ben je gek geworden ga je mensen voor niks betalen. (…)

Op de achtergrond zegt NNman tegen [NNman 1] je wordt afgeperst. (…) 69

Zes minuten later is es er weer een gesprek tussen [verdachte] en [NNman 1] :

[NNman 1] komt aan de lijn.

[verdachte] : Hai, vriend, hij moet jou niet afpersen, hoor je mij of niet (…)

[NNman 1] : (…) als jij alleen maar 2000 verliest, wat is dat nou voor iets. Geef hem die stront van

hem en laat ons met rust. (…) Ik wil geen gezeik. Ik wil niet dat hij mij lastig gaat vallen

(…).

[verdachte] : Maar wat doe jij nou eigenlijk (…) Nu lijkt het wel of je hem je reet aan het

geven bent. Hij gaat toch niet gratis neuken.

[NNman 1] : Ik geef niet mijn reet, daarom moet je daarbij zijn (…).

Op de achtergrond roept NNman: “Ik ben hier, ik ben hier vriend, dat hoef je niet te

zeggen”.

[verdachte] ; Daar is toch mijn broertje, daar is hij.

[NNman 1] : Nee, nee, jij moet zelf komen. (…) [verdachte] , ik smeek je in naam van mijn moeder,

kom zelf hier naartoe. (…)

[NNman 1] zegt op de achtergrond tegen NNman: “ [medeverdachte 3] , houd nou alsjeblieft je mond, jij bent erger dan je broer”. 70

(…)

[NNman 1] : Ik heb geen rijbewijs op dit moment. Ik kan het niet brengen (…).

[verdachte] : Kan jij die ene aan hem geven dan?

[NNman 1] : Nee, nee, hij kan toch jouw auto gebruiken.

[medeverdachte 3] zegt op achtergrond: Nee, nee kan niet. (…)

[verdachte] : Laat hem maar ze wegbrengen, is goed.

[NNman 1] : Wie moet ze wegbrengen?

[medeverdachte 3] : Jij vriend

[NNman 1] : nee, ik ga ze echt niet wegbrengen. (…)

[verdachte] ; Klaar, (…) hij moet ze zelf brengen

[NNman 1] : Hij zegt dat jij ze moet brengen (aan [medeverdachte 3] op de achtergrond)

[medeverdachte 3] : oke is goed, kom. 71

Op dinsdag 21 februari 2017 werd er binnengetreden in de woning [adres] te [woonplaats] . In de woning werden vier personen aangetroffen die de Chinese taal spraken. Ook werden er vier Chinese paspoorten aangetroffen.72

4.3.2.4.2. Bewijsmiddelen - zaaksdossier België

Verbalisant [verbalisant 6] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 (…) was ik (…) aanwezig bij de (…) doorzoeking van de woning (verblijfplaats) van [medeverdachte 3] , gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , [gemeente] . (…)

In de woning van [medeverdachte 3] werd een sleutel aangetroffen, die bleek te passen op een loods achter het appartementencomplex. In deze loods stonden diverse in plastic verpakte koolstoffilters (foto 1), jerrycans met vermoedelijk plantenvoeding (foto 2), tassen met zwarte stekbakken (foto 3) en een grote verzameling vuilniszakken met vermoedelijke hennepresten (foto 4). In de loods stond tevens een tweede, volledig inpandige loods van kunststof. Er hing een sterke henneplucht in de inpandige loods. De inpandige loods bestond zelf uit drie ruimtes. In twee ruimtes stonden vermoedelijke hennepplanten (foto 5 en 6). De derde ruimte was ingericht als drogerij (foto 7). Er hingen vijf rekken met ieder 10 tableau’s met vermoedelijk henneptoppen. 73

Verbalisant [verbalisant 7] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 was ik (…) in België. (…)

Doorzoeking woning [adres] , [woonplaats] :

In deze woning was 1 persoon aanwezig, zijnde de heer [getuige 4] . Op de zolder in deze woning werd een hennepkwekerij aangetroffen. Ik hoorde van de collega’s uit België dat hier ongeveer 600 kleine plantjes hennep stonden, klaar om in de kwekerij te zetten. De kwekerij was al volledig opgebouwd op de zolder verdieping. 74

[getuige 4] heeft bij de Belgische onderzoeksrechter het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 3] zou zich bezig houden met de hele installatie en het verzorgen van de plantjes. Hij zou zorg dragen voor het oogsten van de hennep. 75

[medeverdachte 3] heeft regelmatig contact met [NNman 1] , die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer] . Het zou hierbij gaan om [NNman 1] , die in de Belgische politiesystemen te boek staat met het specialisme ‘drugs-producent’.

Op 19 oktober 2016 heeft [NNman 1] telefonisch contact met [verdachte] . Uit het gesprek blijkt dat [NNman 1] een vrachtauto zou regelen voor [verdachte] .

Op 2 december 2016 is er een telefoongesprek geweest tussen [NNman 1] en [medeverdachte 3] , waarbij [NNman 1] tegen [medeverdachte 3] zegt: “Ik moet dringend met jouw broer praten”.

Uit een overzicht van de reisbewegingen van [verdachte] blijkt dat de telefoon van [verdachte] met grote regelmaat paallocaties nabij de grens van België aanstraalt. Verder is zichtbaar dat hij meerdere malen per week de grens met België oversteekt.76 Ook hebben er meerdere pintransacties met de pinpas van [verdachte] in België plaatsgevonden.77

[medeverdachte 3] heeft als getuige terechtzitting verklaard samen met anderen in België hennep te hebben geteeld.78

4.3.2.4.3 Bewijsoverweging aanwezig hebben en telen hennep

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de vorenstaande bewijsmiddelen van zowel het zaaksdossier Chinezen als het zaaksdossier België, in onderling verband en samenhang bezien, het onder feit 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals dit hieronder bewezen is verklaard.

Met de officieren van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte het feit in nauwe en bewuste samenwerking met anderen, te weten onder meer met zijn broer [medeverdachte 3] , heeft gepleegd. Ook dit blijkt uit de vorenstaande bewijsmiddelen. De rechtbank acht derhalve ook het onderdeel medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

4.3.2.5 Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen witwassen (feit 1)

De rechtbank verwijst naar de bewijsmiddelen die bij feit 3 zijn opgenomen. Aanvullend daarop acht de rechtbank de hierna opgenomen bewijsmiddelen van belang.

4.3.2.5.1 Bewijsmiddelen appartementen [woonplaats] (feit 1 onder B)

Op 3 mei 2016 is bij het Financial Intelligence Unit (FIU) een verzoek verstrekking gedaan betreft ongebruikelijke transacties.79 Op 26 augustus 2016 zijn door het FIU gegevens verstrekt, waaruit blijkt dat [medeverdachte 5] op 29 september 2014 twee appartementen heeft aangekocht in Tanger met de nummers [nummer] en [nummer] .80 Het gaat daarbij om appartementen aan de straat [adres] , [adres] , op de zevende verdieping.81 Dit wordt bevestigd door het Kadaster te Marokko, waarbij op de eigendomsverklaringen de onroerende goederen respectievelijk [adres]82 en [adres]83 worden genoemd onder vermelding van de hiervoor genoemde nummers.

Uit de (aankoop)akte van de appartementen volgt dat [medeverdachte 5] aan [verdachte] een volmacht heeft gegeven voor de aankoop van beide appartementen.84

Op 26 oktober 2016 om 00:38 uur belt [medeverdachte 5] naar [NNvrouw 2] (samengevat weergegeven):

[NNvrouw 2] vraagt haar of het huis in [woonplaats] groot is.

[medeverdachte 5] zegt: "Ja en we hebben daar twee woningen zelfs".

(…)

[medeverdachte 5] zegt dat [verdachte] daar zijn geld heeft gestald. 85

Op 15 oktober 2016 om 00:05 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [NNman 5] (( [NNman 6] ):

[verdachte] vraagt of [NNman 5] in Tanger is.

[NNman 5] is in Tanger.

(…)

[NNman 6] ik sta nu voor jouw deur.

(…)

[NNman 6] ik ben voor jou naar die hoe heet het geweest, naar die water en licht

(…)

[NNman 6] water zit nog geld maar op licht zit geen geld op die ander ook je weet toch die ander huis die je niet gebruikt,

(…)

[telefoonnummer] man ik heb daar geld liggen [C] ga naar huis

(…)

[telefoonnummer] ik heb liggen in een kussen van die bank 86

4.3.2.5.2 Bewijsmiddelen zonnebanken (feit 1 onder C; actiedag 21 februari 2017)

Uit het Uittreksel van de Kamer van Koophandel, gedateerd op 13 juni 2016, blijkt dat de zonnestudio ‘ [naam] ’ is gevestigd op het adres [adres] te [woonplaats] . De (enige) eigenaar van de zonnestudio is [verdachte] .87 Uit het uittreksel blijkt verder dat de onderneming in de periode van 4 mei 2015 tot en met 5 december 2015 de handelsnaam [bedrijf 2] heeft gevoerd.88

Verbalisant [verbalisant 10] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Tijdens de doorzoeking op 21 februari 2017 is er op het [adres] een factuur met factuurnummer 14092 aangetroffen van [bedrijf 1] . Op de factuur is te zien dat er 3 zonnebanken zijn aangekocht. (…) De factuur staat op naam van [bedrijf 2] , [adres] te [woonplaats] . Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat [naam] , waarvan [verdachte] eigenaar is in de periode 04-05-2015 tot en met 05-12-2015 de naam [bedrijf 2] heeft gevoerd. Het totaalbedrag van de factuur bedraagt € 83.273,75. Op de factuur is met pen genoteerd dat er € 63.273,75 contant is betaald en de overige € 20.000,00 via de bank is betaald. Op de uitgeleverde mutatieoverzichten van ABN AMRO Bank van rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] is te zien dat de overboeking van € 20.000,00 op 26 november 2015 wordt overgeboekt naar de rekening van [bedrijf 1] met in de omschrijving factuurnummer 14092. Het bedrag van € 63.273,75 is op deze rekening niet zichtbaar in de bevraagde periode. 89

Getuige [getuige 1] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

V: Wat verdiende je per uur bij [naam] ?

A: Ik twijfel tussen 5 euro of 6,50 euro per uur. Ik kreeg per maand tussen de 600 en 700 uitbetaald.

V: Hoe kreeg je je salaris uitbetaald?

A: Ik kreeg dat altijd in een envelop contant. 90

V: Hoe kregen de collega’s uitbetaald?

A: Ook contant uitbetaald.

(…)

V: Hoeveel klanten kwamen er gemiddeld op een dag bij [naam] ?

A: Dat verschilde. Ja doordeweeks op dinsdag bijvoorbeeld 10/15 per dag. De donderdagavond ongeveer 10. Zondag was het heel stil, nou ongeveer maximaal 7 klanten over de hele dag.

V: Verkochten jullie ook nog spullen?

A: Ja, cremes en zo

V: Waren er ook nog klanten die alleen binnen kwamen om creme te kopen?

A: Ja die kwamen dan alleen voor. Dat gebeurde niet zoveel. (…)

V: Hoeveel Euro kostte het om onder de zonnebank te gaan? 91

A: Dat kost € 7,50 voor maximaal 20 minuten. Als je langer ging dan kwam er 0,50 cent per 5

minuten bij.

V; Werd dat contant afgerekend of gepind?

A: Allebei,

V: Dus er was contant geld aanwezig, hoeveel zal er aan aan het eind van de dag in de kassa.

A: Aan het begin van de dag zat er meestal 45 euro in de kassa. Aan het eind van de dag had je meestal 150 tot 200 euro. 92

Je zag ook dat de zonnestudio niet lekker liep, qua klanten. Er liepen echt niet zoveel klanten binnen. Als je daar dan de hele dag bent en je krijgt maar maximaal 10 a 15 klanten per dag. Dit was echt wel over de hele periode dat ik daar gewerkt heb.

4.3.2.5.3 Bewijsmiddelen contant geldbedrag (feit 1 onder A; actiedag 21 februari 2017)

Verbalisant [verbalisant 8] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 vond er (…) een doorzoeking (…) plaats in de woning aan het [adres] in [woonplaats] . (…)

Hieronder volgt een overzicht van de genummerde ruimtes.

01: woonkamer

02: keuken

03: buitenkeuken

04: wc

05:gang

06:schuur

07: slaapkamer rechts

08: slaapkamer midden

09: slaapkamer links

10: overloop

11: badkamer

12: inloopkast tweede verdieping

13: overloop tweede verdieping

14: slaapkamer tweede verdieping

15: kruipruimte

16: tussenberging inclusief houten afscheidingswand tussen de berging en buitenkeuken 93

Ruimte 02:

1907445 Contant geld 940 euro 94

Ruimte 6:

1907358 Contant geld. 8100 euro. Aangetroffen in doos met koffiepotje. Geldbedrag was in stapeltjes van o.a 500 euro en 400 euro opgedeeld. Om elk stapeltje zat een opnamebewijs van de ABN- AMRO gewikkeld. Op dit bewijs stond met de pen geschreven de namen [E] .

1907359 Contant geld. 10.000 euro. Zat in een pan in blauwe verpakking

1907361 Contant geld. 15.100 euro. Zat in een pan, die in een doos zat

1907363 Contant geld. 35.000 euro Zat in een plastic tas

1907365 Contant geld. 15.000 euro Zat in een plastic tas

1907391 Contant geld. Muntgeld 2676,47. Verdeeld over 5 (plastic) tassen

(…)

1908393 Contant geld. 20.700 euro. Zat in een plastic tas 95

Ruimte 09: 96

1907448 Contant geld. 9295 euro. Zat in een zak van een kledingstuk

1907948 Contant geld. 450 euro 97

Ruimte 15:

1907453 Geld. 34.900 euro

(…)

Ruimte 16:

1907458 Contant geld. 117.900 euro 98

Verbalisant [verbalisant 9] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 (…) bevond ik me, (…) in perceel [adres] te [woonplaats] (…). Mij was gevraagd (…) de bij de woning behorende schuur te doorzoeken. 99

Foto 2: Diverse bankbiljetten in een plastic tas. Deze tas zat vervolgens in een zwarte pan.

Foto 3 t/m 6: Pakje bankbiljetten, geseald, in doos met coffee/theemaker 100

Fot 7 t/m 9: Pakje bankbiljetten in blauw plastic in snelkookpan 101

Foto 10 t/m 15: Diverse tassen met muntgeld 102

Op 30 oktober 2016 om 18:43 uur belt [verdachte] ( [telefoonnummer] ) naar [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ):

[medeverdachte 5] Heb je wat nodig?

[telefoonnummer] Ja ik heb geld nodig.

[medeverdachte 5] Als je geld nodig hebt moet je wachten tot je vader er is. 103

Op 11 november 2016 om 21:12 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [NNman 7] :

[verdachte] : ‘En mijn bewaargoed is dat er nog niet’

(…)

[verdachte] : Ga het afmaken en ga dat geld halen. 104

Op 18 december 2016 om 18:05 uur belt [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) naar [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 3] : Is goed, als ik jou bel, dan moet je naar huis komen, is dag goed.

[medeverdachte 5] : Waarom?

[medeverdachte 3] : Je moet niet vragen waarom? Klaar.

[medeverdachte 5] : Ik kan nu niet naar huis komen nu...euhhhh....

[medeverdachte 3] : Oke, is mijn vader daar?

(…)

[medeverdachte 3] : Ik wil namelijk daar euhhh neerzetten, je weet zelf wel, papier....toiletpapier.

[medeverdachte 5] : Euhhh...dan moet je tegen [verdachte] het zeggen, je moet het tegen [verdachte] zeggen en die kan jou het vertellen dan. Die kan je dat ene vertellen dan.

[medeverdachte 3] : Hij gaat vertrekken vriend, hij zei tegen mij, alleen Hajar is daar.

[medeverdachte 5] : Alleen als je mij komt ophalen en dat ik dan terug kom. 105

Op 29 december 2016 om 11:44 uur belt [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) naar [medeverdachte 4] ( [verdachte] ):

[medeverdachte 5] : Waar heb je dat plastic zakje gedaan? Die je hier vandaan meegenomen hebt van die grote (oudste). Achter de magnetron of achter de borden.

[verdachte] : Van wie? Van [medeverdachte 1] of niet?

[medeverdachte 5] : Nee, van die grote, die oudste!!!

[verdachte] : Ligt in de Kookpot (voor couscous)!!!

[medeverdachte 5] : En die anderen???

[verdachte] : Die van [medeverdachte 1] , achter magnetron. Klaar.

(…)

[verdachte] : Dat van [medeverdachte 1] is niet veel, daar zit niet veel, klaar. 106

Op 13 januari 2017 om 19:52 uur belt [NNvrouw 3] naar [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 4] en [D] naar die familie is om afscheid te nemen, maar dat zij niet gaat tot zij weer terug komen. [medeverdachte 5] zegt dat zij de woning niet onbeheerd wilt laten. 107

Op 13 januari 2017 om 19:55 uur belt [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 4] zegt, moet ik dan zelf komen.

(…)

[medeverdachte 5] zegt: "Kijk maar wat je doet, maar ik zal de woning niet onbeheerd achterlaten".

[medeverdachte 4] zegt dat het goed is en dat hij komt. 108

4.3.2.5.4. Bewijsoverwegingen

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld ten aanzien van het onder feit 1 onder A ten laste gelegde dat niet gesteld kan worden dat de appartementen toebehoorden aan verdachte. De appartementen zijn van [medeverdachte 5] en met geld van haar en [medeverdachte 4] betaald. Met betrekking tot het onder 1 onder B ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat niet blijkt dat naast het geld voorhanden te hebben gehad dit geld ook door zijn cliënt is verhuld dan wel verborgen. Voor de bewezenverklaring van het onder onder 1 onder C ten laste gelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank ziet aanleiding de verschillende onderdelen van het ten laste gelegde witwassen in een andere volgorde te bespreken dan waarin zij zijn ten laste gelegd.

Aangetroffen contant geld [adres]

Herkomst

Door de officieren van justitie is onder feit 1 een bedrag van € 271.705,72 tenlastegelegd als witwasbedrag.

De rechtbank stelt vast dat in de woning van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] bij de doorzoeking in totaal een geldbedrag van € 270.061,47 is aangetroffen en inbeslaggenomen.

Op grond van de tapgesprekken is duidelijk dat het grootste deel van het daar aangetroffen geld aan [verdachte] toebehoort. Van [verdachte] is geen legale bron van inkomsten bekend die de grote hoeveelheden contant geld waarover hij kon beschikken zou kunnen verklaren. Er is daarom sprake van een vermoeden van witwassen. Indien een dergelijk vermoeden wordt aangenomen, mag van een verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van het geld.109 De verdachte heeft op geen enkel moment verklaard over de herkomst van de geldbedragen. Hij heeft gedurende het hele proces gebruik gemaakt van zijn zwijgrecht. Nu de verdachte geen verklaring heeft gegeven voor de herkomst van de hiervoor genoemde geldbedragen, terwijl dat in de gegeven omstandigheden wel van hem verlangd mag worden, concludeert de rechtbank dat het niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag – middellijk of onmiddellijk – afkomstig is uit eigen misdrijf. De rechtbank acht bewezen dat verdachte betrokken is bij grootschalige hennepteelt en –handel.

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft als getuige ter terechtzitting verklaard dat het grotendeels zijn geld was dat in de woning van zijn ouders is aangetroffen. Ook heeft hij verklaard dat zijn medeverdachten er niets van afwisten dat hij zoveel geld in de woning bewaarde. De rechtbank acht deze verklaring, op grond van de bewijsmiddelen en in het bijzonder de tapgesprekken, geheel niet geloofwaardig. Uit de tapgesprekken blijkt duidelijk dat [verdachte] veel geld in de woning van zijn ouders bewaarde en dat de ouders daar ook van op de hoogte waren. De rechtbank heeft in het hiervoor overwogene vastgesteld dat dit geld afkomstig is van de hennephandel van [verdachte] (gepleegd met [medeverdachte 3] ). De verklaring van [medeverdachte 3] vindt dus geen enkele ondersteuning in het dossier en wordt juist door het dossier weersproken. De rechtbank zal deze verklaring dan ook terzijde schuiven.

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat het grootste deel van het in de woning van de ouders aangetroffen geldbedrag van de hennephandel van [verdachte] afkomstig was.

Juridisch kader

Uit de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd. Om tot kwalificatie van dat misdrijf te kunnen komen moet er dus sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp gericht karakter heeft. De rechtbank overweegt dat het enkele in het eigen huis verstoppen dan wel opbergen van crimineel geld volgens de jurisprudentie niet voldoet aan de door de wet gestelde eisen voor (schuld)witwassen. Er moet kunnen worden vastgesteld dat verdachte een handeling heeft verricht die erop gericht was om zijn criminele opbrengsten veilig te stellen. Deze gedraging moet zijn gericht op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geldbedrag.110

Tussenconclusie met betrekking tot het geldbedrag

Uit het onderzoek ter terechtzitting, tezamen met de hierboven opgenomen bewijsmiddelen, is het volgende gebleken. Het geldbedrag is verdeeld over verschillende plaatsen gevonden in de woning van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] . Het geld was verborgen op meerdere plaatsen, waaronder de schuur, de kruipruimte en de tussenberging, waarbij ook geld was verstopt in een houten afscheidingswand tussen de berging en buitenkeuken. In deze laatste ruimte werden ook meerdere briefjes van € 500,- en een grote hoeveelheid briefjes van € 100,- gevonden. In de schuur was het geld vervolgens (verder) verhuld in alledaagse voorwerpen zoals in een pan, in een doos met coffee/theemaker en in een snelkookpan.

Uit het dossier en het ter terechtzitting aangevoerde blijkt niet dat [verdachte] op dat moment in de woning woonde dan wel duurzaam verbleef. De door de raadsman aangevoerde omstandigheid dat onder andere zijn paspoort zich ook in de woning bevond, leidt niet tot een andere conclusie.

Uit de hierboven opgenomen tapgesprekken blijkt dat [verdachte] zich bewust was van het geld dat was opgeborgen in het huis van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . Het geld werd beheerd door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] en [verdachte] belde van tevoren als hij geld wilde ‘opnemen’. Het verstrekken van het geld werd gecoördineerd door [medeverdachte 5] in samenwerking met [medeverdachte 4] en het huis werd niet onbeheerd achtergelaten.

Uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] een handeling heeft verricht die gericht is geweest op het veilig stellen van zijn criminele opbrengsten. Hij heeft geld naar het huis van zijn ouders gebracht en in beheer gegeven aan zijn ouders. Dit leidt, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, tot de conclusie dat [verdachte] niet meer alleen geld voorhanden heeft gehad, maar dit ook heeft verhuld dan wel verborgen.111 De grondige wijze van opbergen van het geld in de woning van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] draagt bij aan deze conclusie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van meerdere hoge geldbedragen.

Voorwerpen

Aankoop zonnebanken

De rechtbank acht op grond van de vorenstaande bewijsmiddelen het bij feit 1 onder C ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij overweegt daartoe dat de zonnebanken zijn aangekocht door [verdachte] waarbij € 63.273,75 contant is betaald. Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, waaronder de opgenomen getuigenverklaringen, volgt dat het onwaarschijnlijk is dat dit contante geldbedrag bestaat uit legale inkomsten van zonnebankstudio [naam] , waarvan [verdachte] eigenaar is. Ook van andere legale inkomsten waarmee de zonnebanken kunnen zijn bekostigd is niet gebleken. De rechtbank oordeelt dan ook dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van dit bedrag door dit voorhanden te hebben, over te dragen en vervolgens om te zetten.

Appartementen [woonplaats]

Op grond van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Uit de koopakte van de appartementen blijkt dat [verdachte] door [medeverdachte 5] is gevolmachtigd voor de aankoop van beide appartementen. Uit de tapgesprekken volgt dat [verdachte] zijn geld daar heeft gestald en dat hij zich als zijnde de eigenaar ontfermt over de rekeningen van water en licht. Uit niets in het dossier blijkt hoe de woningen op een legale wijze zouden kunnen zijn bekostigd, zowel niet door [verdachte] als door zijn ouders. Daarbij heeft [verdachte] onvoldoende onderbouwing gegeven van een legaal inkomen om de aanschaf van de twee appartementen te bekostigen en heeft hij gedurende het gehele proces gebruik gemaakt van zijn zwijgrecht. Door op deze wijze de appartementen aan te schaffen acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van de appartementen. De rechtbank acht op grond van deze feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat het geld gebruikt voor de aankoop van de appartementen uit enig misdrijf afkomstig was.

Gewoontewitwassen

De rechtbank acht, op grond van de opgenomen bewijsmiddelen, het hiervoor overwogene en de bewezenverklaring van grootschalige hennephandel, bewezen dat [verdachte] gedurende langere periode en meerdere malen, geld heeft verborgen in het huis van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . Daarnaast heeft hij op bovengenoemde wijze de appartementen in Tanger en de zonnebanken aangekocht bij [bedrijf 1] witgewassen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen.

Conclusie

De rechtbank acht, op grond van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich, tezamen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , op de na te melden wijze schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen.

Partiële vrijspraak

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat sprake is geweest van witwassen in de periode van 29 september 2014 tot en met 21 februari 2017. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van de eerdere periode die ten laste is gelegd wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte voorafgaande aan de bewijsbare periode zich al schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

4.3.2.6. Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen criminele organisatie (feit 2).

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 2 ten laste gelegde, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het bestaan van enige criminele organisatie, dan wel voor de betrokkenheid van verdachte bij de criminele organisatie. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de tussen de verdachte en zijn medeverdachten aanwezige familieband automatisch een bepaalde structuur en een zekere duurzaamheid met zich meebrengt, die op bepaalde punten overeenkomsten vertonen met aspecten van een criminele organisatie. Dit moet echter niet tot de conclusie leiden dat reeds sprake is van een criminele organisatie als meerdere leden van een familie samen misdrijven plegen.

4.3.2.6.1 Inleiding

Van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is sprake als blijkt van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad. Dit kan blijken uit een onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Vast moet komen te staan dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Daarnaast moet verdachte een aandeel hebben in het samenwerkingsverband dan wel moet verdachte de gedragingen, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, ondersteunen. Voor de bewezenverklaring van ‘een organisatie’ als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is niet vereist dat de verdachte heeft samengewerkt of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Tot slot moet bewezen kunnen worden dat verdachte opzet had op het deelnemen van de organisatie. Voldoende daarvoor is dat verdachte in zijn algemeenheid weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

Gelet op de hiervoor opgenomen en de hierna nog te noemen aanvullende bewijsmiddelen blijkt van een onderling afstemmen van activiteiten tussen (onder meer) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] . Ook blijkt van een onderlinge verdeling van de werkzaamheden.

4.3.2.6.2. Aanvullende bewijsmiddelen

Voor de in dit hoofdstuk gebruikte bewijsmiddelen wordt verwezen naar de hieronder opgenomen bewijsmiddelen en hierboven opgenomen bewijsoverwegingen. Nu de bewijsmiddelen, ten behoeve van de volledigheid van het vonnis, voor alle leden van de criminele organisatie op eenzelfde manier zijn opgenomen, is er op sommige punten sprake van herhaling van de bewijsmiddelen.

Witwassen

Appartementen [woonplaats]

Op 3 mei 2016 is bij het Financial Intelligence Unit (FIU) een verzoek verstrekking gedaan betreft ongebruikelijke transacties.112 Op 26 augustus 2016 zijn door het FIU gegevens verstrekt, waaruit blijkt dat [medeverdachte 5] op 29 september 2014 twee appartementen heeft aangekocht in [woonplaats] met de nummers [nummer] en [nummer] .113 Het gaat daarbij om appartementen aan de straat [adres] , [adres] , op de zevende verdieping.114 Dit wordt bevestigd door het Kadaster te Marokko, waarbij op de eigendomsverklaringen de onroerende goederen respectievelijk [adres]115 en [adres]116 worden genoemd onder vermelding van de hiervoor genoemde nummers.

Uit de (aankoop)akte van de appartementen volgt dat [medeverdachte 5] aan [verdachte] een volmacht heeft gegeven voor de aankoop van beide appartementen.117

Op 26 oktober 2016 om 00:38 uur belt [medeverdachte 5] naar [NNvrouw 2] (samengevat weergegeven):

[NNvrouw 2] vraagt haar of het huis in [woonplaats] groot is.

[medeverdachte 5] zegt: "Ja en we hebben daar twee woningen zelfs".

(…)

[medeverdachte 5] zegt dat [verdachte] daar zijn geld heeft gestald. 118

Op 15 oktober 2016 om 00:05 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [NNman 5] (( [NNman 6] ):

[verdachte] vraagt of [NNman 5] in Tanger is.

[NNman 5] is in Tanger.

(…)

[NNman 6] ik sta nu voor jouw deur.

(…)

[NNman 6] ik ben voor jou naar die hoe heet het geweest, naar die water en licht

(…)

[NNman 6] water zit nog geld maar op licht zit geen geld op die ander ook je weet toch die ander huis die je niet gebruikt,

(…)

[telefoonnummer] man ik heb daar geld liggen [C] ga naar huis

(…)

[telefoonnummer] ik heb liggen in een kussen van die bank 119

Zonnebanken

Uit het Uittreksel van de Kamer van Koophandel, gedateerd op 13 juni 2016, blijkt dat de zonnestudio ‘ [naam] ’ is gevestigd op het adres [adres] te [woonplaats] . De (enige) eigenaar van de zonnestudio is [verdachte] .120 Uit het uittreksel blijkt verder dat de onderneming in de periode van 4 mei 2015 tot en met 5 december 2015 de handelsnaam [bedrijf 2] heeft gevoerd.121

Verbalisant [verbalisant 10] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Tijdens de doorzoeking op 21 februari 2017 is er op het [adres] een factuur met factuurnummer 14092 aangetroffen van [bedrijf 1] . Op de factuur is te zien dat er 3 zonnebanken zijn aangekocht. (…) De factuur staat op naam van [bedrijf 2] , [adres] te [woonplaats] . Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat [naam] , waarvan [verdachte] eigenaar is in de periode 04-05-2015 tot en met 05-12-2015 de naam [bedrijf 2] heeft gevoerd. Het totaalbedrag van de factuur bedraagt € 83.273,75. Op de factuur is met pen genoteerd dat er € 63.273,75 contant is betaald en de overige € 20.000,00 via de bank is betaald. Op de uitgeleverde mutatieoverzichten van ABN AMRO Bank van rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] is te zien dat de overboeking van € 20.000,00 op 26 november 2015 wordt overgeboekt naar de rekening van [bedrijf 1] met in de omschrijving factuurnummer 14092. Het bedrag van € 63.273,75 is op deze rekening niet zichtbaar in de bevraagde periode. 122

Getuige [getuige 1] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

V: Wat verdiende je per uur bij [naam] ?

A: Ik twijfel tussen 5 euro of 6,50 euro per uur. Ik kreeg per maand tussen de 600 en 700 uitbetaald.

V: Hoe kreeg je je salaris uitbetaald?

A: Ik kreeg dat altijd in een envelop contant. 123

V: Hoe kregen de collega’s uitbetaald?

A: Ook contant uitbetaald.

(…)

V: Hoeveel klanten kwamen er gemiddeld op een dag bij [naam] ?

A: Dat verschilde. Ja doordeweeks op dinsdag bijvoorbeeld 10/15 per dag. De donderdagavond ongeveer 10. Zondag was het heel stil, nou ongeveer maximaal 7 klanten over de hele dag.

V: Verkochten jullie ook nog spullen?

A: Ja, cremes en zo

V: Waren er ook nog klanten die alleen binnen kwamen om creme te kopen?

A: Ja die kwamen dan alleen voor. Dat gebeurde niet zoveel. (…)

V: Hoeveel Euro kostte het om onder de zonnebank te gaan? 124

A: Dat kost € 7,50 voor maximaal 20 minuten. Als je langer ging dan kwam er 0,50 cent per 5

minuten bij.

V; Werd dat contant afgerekend of gepind?

A: Allebei,

V: Dus er was contant geld aanwezig, hoeveel zal er aan aan het eind van de dag in de kassa.

A: Aan het begin van de dag zat er meestal 45 euro in de kassa. Aan het eind van de dag had je meestal 150 tot 200 euro. 125

Je zag ook dat de zonnestudio niet lekker liep, qua klanten. Er liepen echt niet zoveel klanten binnen. Als je daar dan de hele dag bent en je krijgt maar maximaal 10 a 15 klanten per dag. Dit was echt wel over de hele periode dat ik daar gewerkt heb.

Contant geldbedrag

Verbalisant [verbalisant 8] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 vond er (…) een doorzoeking (…) plaats in de woning aan het [adres] in [woonplaats] . (…)

Hieronder volgt een overzicht van de genummerde ruimtes.

01: woonkamer

02: keuken

03: buitenkeuken

04: wc

05:gang

06:schuur

07: slaapkamer rechts

08: slaapkamer midden

09: slaapkamer links

10: overloop

11: badkamer

12: inloopkast tweede verdieping

13: overloop tweede verdieping

14: slaapkamer tweede verdieping

15: kruipruimte

16: tussenberging inclusief houten afscheidingswand tussen de berging en buitenkeuken 126

Ruimte 02:

1907445 Contant geld 940 euro 127

Ruimte 6:

1907358 Contant geld. 8100 euro. Aangetroffen in doos met koffiepotje. Geldbedrag was in stapeltjes van o.a 500 euro en 400 euro opgedeeld. Om elk stapeltje zat een opnamebewijs van de ABN- AMRO gewikkeld. Op dit bewijs stond met de pen geschreven de namen [E] .

1907359 Contant geld. 10.000 euro. Zat in een pan in blauwe verpakking

1907361 Contant geld. 15.100 euro. Zat in een pan, die in een doos zat

1907363 Contant geld. 35.000 euro Zat in een plastic tas

1907365 Contant geld. 15.000 euro Zat in een plastic tas

1907391 Contant geld. Muntgeld 2676,47. Verdeeld over 5 (plastic) tassen

(…)

1908393 Contant geld. 20.700 euro. Zat in een plastic tas 128

Ruimte 09: 129

1907448 Contant geld. 9295 euro. Zat in een zak van een kledingstuk

1907948 Contant geld. 450 euro 130

Ruimte 15:

1907453 Geld. 34.900 euro

(…)

Ruimte 16:

1907458 Contant geld. 117.900 euro 131

Verbalisant [verbalisant 9] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 (…) bevond ik me, (…) in perceel [adres] te [woonplaats] (…). Mij was gevraagd (…) de bij de woning behorende schuur te doorzoeken. 132

Foto 2: Diverse bankbiljetten in een plastic tas. Deze tas zat vervolgens in een zwarte pan.

Foto 3 t/m 6: Pakje bankbiljetten, geseald, in doos met coffee/theemaker 133

Fot 7 t/m 9: Pakje bankbiljetten in blauw plastic in snelkookpan 134

Foto 10 t/m 15: Diverse tassen met muntgeld 135

Op 18 oktober 2016 om 23:47 uur belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ):

[medeverdachte 1] : Ik ben onderweg, vraag mijn moeder 600 euro daar voor mij neer te leggen. 136

Op 30 oktober 2016 om 18:43 uur belt [verdachte] ( [telefoonnummer] ) naar [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ):

[medeverdachte 5] Heb je wat nodig?

[telefoonnummer] Ja ik heb geld nodig.

[medeverdachte 5] Als je geld nodig hebt moet je wachten tot je vader er is. 137

Op 11 november 2016 om 21:12 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [NNman 7] :

[verdachte] : ‘En mijn bewaargoed is dat er nog niet’

(…)

[verdachte] : Ga het afmaken en ga dat geld halen. 138

Op 18 november 2016 om 00:00 uur belt [medeverdachte 5] naar [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ):

[medeverdachte 5] : Pas op, ze zijn net langs gereden. (…)

Ja, ze zijn hier langs gereden ik heb ze gezien.

(…)

[medeverdachte 1] : Verstop dat geld goed.

(…)

[medeverdachte 1] : Verstop al dat geld.

[medeverdachte 5] : Gooi DAT weg en ga naar je broer. (…) 139

Op 10 december 2016 om 14:33 belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ):

[medeverdachte 5] : vraagt hem waarom wilt hij komen.

[medeverdachte 1] : Ik wil een klein beetje van dat bewaargoed opnemen. 140

Op 10 december 2016 om 14:33 belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ):

[medeverdachte 5] : neemt op en zegt dat zij [verdachte] gaat bellen.

[medeverdachte 1] : vraagt haar aan [verdachte] te vragen 1500 neer te leggen. 141

Op 18 december 2016 om 18:05 uur belt [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) naar [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 3] : Is goed, als ik jou bel, dan moet je naar huis komen, is dag goed.

[medeverdachte 5] : Waarom?

[medeverdachte 3] : Je moet niet vragen waarom? Klaar.

[medeverdachte 5] : Ik kan nu niet naar huis komen nu...euhhhh....

[medeverdachte 3] : Oke, is mijn vader daar?

(…)

[medeverdachte 3] : Ik wil namelijk daar euhhh neerzetten, je weet zelf wel, papier....toiletpapier.

[medeverdachte 5] : Euhhh...dan moet je tegen [verdachte] het zeggen, je moet het tegen [verdachte] zeggen en die kan jou het vertellen dan. Die kan je dat ene vertellen dan.

[medeverdachte 3] : Hij gaat vertrekken vriend, hij zei tegen mij, alleen Hajar is daar.

[medeverdachte 5] : Alleen als je mij komt ophalen en dat ik dan terug kom. 142

Op 24 december 2016 om 14:02 uur belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ’) naar [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 1] : Zou jij alstublieft dat geld allemaal gereed houden. 143

Op 27 december 2016 om 13:05 uur belt ( [NNman 16] ) naar [medeverdachte 5] :

[NNman 8] : Waar heb je dat geld in de tuin verstopt?

[medeverdachte 5] : Dat van jou is in de tuin!!! 144

Op 29 december 2016 om 11:44 uur belt [medeverdachte 5] ( [medeverdachte 5] ) naar [medeverdachte 4] ( [medeverdachte 4] ):

[medeverdachte 5] : Waar heb je dat plastic zakje gedaan? Die je hier vandaan meegenomen hebt van die grote (oudste). Achter de magnetron of achter de borden.

[medeverdachte 4] : Van wie? Van [medeverdachte 1] of niet?

[medeverdachte 5] : Nee, van die grote, die oudste!!!

[medeverdachte 4] : Ligt in de Kookpot (voor couscous)!!!

[medeverdachte 5] : En die anderen???

[medeverdachte 4] : Die van [medeverdachte 1] , achter magnetron. Klaar.

(…)

[medeverdachte 4] : Dat van [medeverdachte 1] is niet veel, daar zit niet veel, klaar. 145

Op 13 januari 2017 om 19:52 uur belt [NNvrouw 3] naar [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 4] en [D] naar die familie is om afscheid te nemen, maar dat zij niet gaat tot zij weer terug komen. [medeverdachte 5] zegt dat zij de woning niet onbeheerd wilt laten. 146

Op 13 januari 2017 om 19:55 uur belt [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 5] :

[medeverdachte 4] zegt, moet ik dan zelf komen.

(…)

[medeverdachte 5] zegt: "Kijk maar wat je doet, maar ik zal de woning niet onbeheerd achterlaten".

[medeverdachte 4] zegt dat het goed is en dat hij komt. 147

Familieleden [F] en [G] hebben op 22 februari 2017 een tapgesprek met elkaar gevoerd:

[F] zegt dat de politie heel veel geld gevonden heeft in de tuin van [medeverdachte 5] . Zij weet

niet of er hasj gevonden is. [G] : “Hoe kan [medeverdachte 5] al die spullen in haar huis laten dan en dat toezien?”

[F] : “Ja, dat hebben [H] en [I] ook gezegd, zij hebben gezegd we hebben

haar altijd gewaarschuwd en tegen haar gezegd, je moet hiermee stoppen. Maar

kennelijk hield zij te veel van geld (…)”.

[G] zegt dat het niet kan, dat deze ouders dit allemaal toelaten en toestaan. [F]

zegt dan dat [medeverdachte 4] het altijd allemaal heeft afgekeurd. [medeverdachte 4] heeft ze

gewaarschuwd en gezegd dat het niet goed is waar ze mee bezig zijn. Maar hij heeft

niets te vertellen en er wordt niet naar hem geluisterd. [medeverdachte 5] was de baas en hij moest

zijn mond houden. 148

Handel en teelt van hennep

Zaaksdossier Chinezen

Op 25 oktober 2016 om 00.30 uur belt [verdachte] uit naar [NNman 2] :

[verdachte] : Amsterdam, wanneer China, papieren moet betalen he mijn broertje

[NNman 2] : Broertje?

[verdachte] : Geld money money betalen, betalen huur. 149

Enkele weken eerder, op 7 oktober 2016, belt een NNman vanaf telefoonnummer [telefoonnummer] , het huisnummer van de familie [familie] , met het bedrijf Energie Direct.150 Deze persoon zegt dat hij binnenkort weer alleen gaat wonen en geeft op te zijn: [medeverdachte 2] , nieuwe postcode [postcode] [woonplaats] , huisnummer [nummer] . De postcode en het huisnummer komen overeen met het adres [adres] te [woonplaats] .151

Uit een hypotheekdossier van de SNS bank blijkt dat [medeverdachte 2] op 9 oktober 2012 een koopovereenkomst heeft getekend en een hypotheek heeft afgesloten voor het appartement [adres] te [woonplaats] .152

Op 2 november 2016 om 14:53 uur belt [verdachte] naar [NNman 2] :

[NNman 2] : Hoe laat komen?

[verdachte] : Half uurtje. 1 persoon gezien grote werk. Grote werk 153

Door het observatieteam (OT) wordt waargenomen dat op 3 november 2016 een man gelijkend op [verdachte] uit het portiek van een flatgebouw aan de [adres] , o.a. nummer [nummer] , te [woonplaats] komt met twee onbekende personen.154

Op 29 november 2016 om 18:19 uur belt [NNman 1] naar [verdachte] :

[verdachte] : Ja rustig. Jij Amsterdam België?

[NNman 1] : Ja ja.

[verdachte] : Amsterdam.

[NNman 1] : Ja Amsterdam

(…)

[verdachte] : Ah Oke, uh. Ik morgen komen ja?

(…)

[verdachte] : Praten voor werk ja.

[NNman 1] Oke is goed. 155

Uit gesprekken van 2 december 2016 blijkt dat [NNman 1] en een broertje van [verdachte] elkaar ontmoet hebben.156

Op 3 december 2016 belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Groot he?

[NNman 1] : 1 kamer nog niet klaar.

(…)

[verdachte] : (…) hoeveel zakkie hoeveel zakkie? 157

[NNman 1] : Ehmmm, drie, vier, heel veel, (onverstaanbaar) misschien 1 kamer misschien

bijna 40 stuks. 158

Later die dag belt [verdachte] uit naar [NNman 1] :

[verdachte] : En je kamer klaar?

[NNman 1] : Ja het is klaar, slapen nu (lacht).

[verdachte] : Ok nee. Geen probleem. Beter beter slapen. Ok is goed. Ik eh… kom straks,

dan meenemen helft pakken alvast ja. 159

Op 4 december 2016 om 15:56 uur belt [verdachte] het Belgische nummer eindigend op * [telefoonnummer] ( [NNman 3] ):

[NNman 3] : Hallo ze hebben niet veel meer te gaan en zijn bijna klaar.

[verdachte] : Zijn ze bijna klaar ook met die afval?

[NNman 3] : Alles is klaar ze zijn bezig met dat andere en zijn bijna klaar.

(…)

[verdachte] : Zeg tegen hem dat hij je die nieuwe toppen moet geven. 160

Op 4 december 2016 om 17:00 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] :

[verdachte] : Stuur mij het adres niet van die Europeaan maar een straat daar achter, dan komt mijn broertje, die vult de auto met die spullen en jij rijdt achter hem aan richting [gemeente] en dan gaat hij naar binnen om het te maken en jij moet met die mensen terug komen.

[NNman 3] : Moet ik terug komen naar jou?

[verdachte] : Ja gaat het niet?

[NNman 3] : Dat wel alleen ik heb die kinderen bij me. 161

Uit het tapgesprek van 11 december 2016 blijkt dat [NNman 3] met ‘die kinderen’ de Chinezen bedoelt.162

Op 4 december 2016 om 17:22 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Klaar?

[NNman 1] : Ja klaar, klaar.

[verdachte] : Hoeveel zakje dan?

[NNman 1] : Nog 6 zakjes.

(…)

[verdachte] : Oke. Uhh mijn vriend jou brengen ja Amsterdam he. 163

Op 4 december 2016 om 22:24 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] :

[verdachte] : Oke stuur morgen iemand, maar het moet geen kleine auto zijn. Er gaan er 80

in een doos en ik heb 450 besteld dus reken om 7 dozen. 164

Op 9 december 2016 om 14.33 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] :

[NNman 3] : Ik ben klaar, ik vertrek nu. (…) Ik heb 18 gedaan en er zijn nog maar 4 over.

(….) Maar wat ik je wilde zeggen, die ene is wel goed. (…) Dat spul is wel goed, alleen te

veel warmte gekregen, hij is erg droog geworden.

[verdachte] : Hij is dus droog en droog, erg droog.

[NNman 3] : Ja, hij heeft te veel warmte gekregen. Volgende keer moet je die 21 graden

doen.

[verdachte] : Ik ben al drie a vier dagen niet geweest. 165

Op 9 december 2016 om 18.58 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] ( [NNman 3] ):

[verdachte] : Wat ik je wilde vragen, is volume goed?

[NNman 3] : (…) Is normaal. Is normaal (…) het is goed. (…) Net als altijd.

[verdachte] : Is de zak vol, is de zak helemaal vol?

[NNman 3] : Nee, hij is niet helemaal vol. Het is normaal , het is normaal, net als altijd.

[verdachte] : In ieder geval, ik had eerder deze Appie hier gebeld en die vertelde mij dat hij

vol, dat hij vol is en vervolgens zei hij: “Oke, als jij dat brengt, dan ben ik bereid 46 te

betalen en als het echt goed is, als het om goed spul gaat. (…)

[NNman 3] : Nee, nee, nee, ik moet eerlijk zeggen, het is goed spul, heel goed, de fout die

ermee hebben gemaakt, is dat die heel erg droog is, we hebben hem veel warmte gegeven. 166

Op 12 december 2016 te 22:24 uur belt [verdachte] naar [NNman 3] ( [NNman 3] ):

[NNman 3] : Vraagt [verdachte] door te geven of men een dag extra er bij kan plannen om de afval weg te brengen/halen.

[verdachte] : Zegt dat hij zich daar geen zorgen over hoeft te maken. [verdachte] zegt dat zij 'ze' (werkers) 100 of 150 euro extra per man gaan geven en dat 'zij' alles zullen opruimen. [verdachte] zegt dat hij 'ze' vrijdag zal brengen. 167

Op 19 december 2016 om 15.43 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Jij kan morgen werken totaal 4 personen. (…) 168

Op 20 december 2016 om 14.31 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Mijn vriend 6 uur komen. (…)

[NNman 1] : Ok is goed (ntv) Hoeveel

[verdachte] : 4 personen beter

[NNman 1] : Nee hoeveel hoeveel

[verdachte] : Baby (…) maybe 250 misschien 300 (…) 169

Op 25 december 2016 om 15.16 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : China werken morgen werken. (…)

[verdachte] : Ja, voor mij werken morgen. 170

Op 27 december 2016 om 15:16 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[verdachte] : Huisbaas daar?

[NNman 1] : Jaja praten met hem ja?

[verdachte] : Huisbaas mijn broertje?

[NNman 1] : Nee! hier hier ....

[er komt een andere man aan de lijn]

(…)

[verdachte] : He [NNman 1] .

[NNman 1] : Waar ben je vriend, ik bel [medeverdachte 3] niks en jouw nummer heb ik niet.

(…)

[verdachte] : Luister jouw vrachtwagen is hij nou klaar of niet want we moeten die materialen daar weghalen.

[NNman 1] : Ja je hebt gelijk vriend. Dat moet. (…)

[verdachte] : Of je moet kijken of je dat autootje van die [verdachte] Hangar of zo regelen.

[NNman 1] : Ja dat ga ik doen. Een kleine busje is beter.

[verdachte] : Oke want mijn broertje komt eraan.

[NNman 1] : Oke je broertje komt eraan. Hoe laat is hij hier zo? 171 (…)

[NNman 1] : Oke dat is goed. Hij heeft wel hier wat gepakt of niet?

[verdachte] : Dat is toch normaal, dat moet toch gaan drogen, als je het in die zakken laat

dan gaat het verrot. 172

Op dezelfde datum om 15.33 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[NNman 1] : Baasie die huisbaas die die nemen die bloemen en tas. (…) Zwarte tas (…) Hij zei jij zeggen hij mag pakken.

[verdachte] : Oké ik nu bellen ja, hoeveel is daar nog

[NNman 1] : Denk ehm 5 kilo, 6 misschien.

[verdachte] : Jij mee nemen. 173

Op 27 december 2016 om 15:47 uur belt [verdachte] naar [NNman 1] :

[NNman 1] : Hallo.

[verdachte] : China?

(…)

Vervolgens komt een NNman aan de lijn.

(…)

NNman geeft de telefoon over aan [NNman 1] .

[NNman 1] : Ehhh, luister [verdachte] , weet je wat je moet doen doen, we doen 50/50 geef

hem 2 duizend van mij en 2 duizend van jou.

[verdachte] : [NNman 1] , ben je gek geworden ga je mensen voor niks betalen. (…)

Op de achtergrond zegt NNman tegen [NNman 1] je wordt afgeperst. (…) 174

Zes minuten later is er weer een gesprek tussen [verdachte] en [NNman 1] :

[NNman 1] komt aan de lijn.

[verdachte] : Hai, vriend, hij moet jou niet afpersen, hoor je mij of niet (…)

[NNman 1] : (…) als jij alleen maar 2000 verliest, wat is dat nou voor iets. Geef hem die stront van

hem en laat ons met rust. (…) Ik wil geen gezeik. Ik wil niet dat hij mij lastig gaat vallen

(…).

[verdachte] : Maar wat doe jij nou eigenlijk (…) Nu lijkt het wel of je hem je reet aan het

geven bent. Hij gaat toch niet gratis neuken.

[NNman 1] : Ik geef niet mijn reet, daarom moet je daarbij zijn (…).

Op de achtergrond roept NNman: “Ik ben hier, ik ben hier vriend, dat hoef je niet te

zeggen”.

[verdachte] ; Daar is toch mijn broertje, daar is hij.

[NNman 1] : Nee, nee, jij moet zelf komen. (…) [verdachte] , ik smeek je in naam van mijn moeder,

kom zelf hier naartoe. (…)

[NNman 1] zegt op de achtergrond tegen NNman: “ [medeverdachte 3] , houd nou alsjeblieft je mond, jij bent erger dan je broer”. 175

(…)

[NNman 1] : Ik heb geen rijbewijs op dit moment. Ik kan het niet brengen (…).

[verdachte] : Kan jij die ene aan hem geven dan?

[NNman 1] : Nee, nee, hij kan toch jouw auto gebruiken.

[medeverdachte 3] zegt op achtergrond: Nee, nee kan niet. (…)

[verdachte] : Laat hem maar ze wegbrengen, is goed.

[NNman 1] : Wie moet ze wegbrengen?

[medeverdachte 3] : Jij vriend

[NNman 1] : nee, ik ga ze echt niet wegbrengen. (…)

[verdachte] ; Klaar, (…) hij moet ze zelf brengen

[NNman 1] : Hij zegt dat jij ze moet brengen (aan [medeverdachte 3] op de achtergrond)

[medeverdachte 3] : oke is goed, kom. 176

Op dinsdag 21 februari 2017 werd er binnengetreden in de woning [adres] te [woonplaats] . In de woning werden vier personen aangetroffen die de Chinese taal spraken. Ook werden er vier Chinese paspoorten aangetroffen.177

Zaaksdossier België

Verbalisant [verbalisant 6] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 (…) was ik (…) aanwezig bij de (…) doorzoeking van de woning (verblijfplaats) van [medeverdachte 3] , gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , [gemeente] . (…)

In de woning van [medeverdachte 3] werd een sleutel aangetroffen, die bleek te passen op een loods achter het appartementencomplex. In deze loods stonden diverse in plastic verpakte koolstoffilters (foto 1), jerrycans met vermoedelijk plantenvoeding (foto 2), tassen met zwarte stekbakken (foto 3) en een grote verzameling vuilniszakken met vermoedelijke hennepresten (foto 4). In de loods stond tevens een tweede, volledig inpandige loods van kunststof. Er hing een sterke henneplucht in de inpandige loods. De inpandige loods bestond zelf uit drie ruimtes. In twee ruimtes stonden vermoedelijke hennepplanten (foto 5 en 6). De derde ruimte was ingericht als drogerij (foto 7). Er hingen vijf rekken met ieder 10 tableau’s met vermoedelijk henneptoppen. 178

Verbalisant [verbalisant 7] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op dinsdag 21 februari 2017 was ik (…) in België. (…)

Doorzoeking woning [adres] , [woonplaats] :

In deze woning was 1 persoon aanwezig, zijnde de heer [getuige 4] . Op de zolder in deze woning werd een hennepkwekerij aangetroffen. Ik hoorde van de collega’s uit België dat hier ongeveer 600 kleine plantjes hennep stonden, klaar om in de kwekerij te zetten. De kwekerij was al volledig opgebouwd op de zolder verdieping. 179

[getuige 4] heeft bij de Belgische onderzoeksrechter het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 3] zou zich bezig houden met de hele installatie en het verzorgen van de plantjes. Hij zou zorg dragen voor het oogsten van de hennep. 180

[medeverdachte 3] heeft regelmatig contact met [NNman 1] , die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer] . Het zou hierbij gaan om [NNman 1] , die in de Belgische politiesystemen te boek staat met het specialisme ‘drugs-producent’.

Op 19 oktober 2016 heeft [NNman 1] telefonisch contact met [verdachte] . Uit het gesprek blijkt dat [NNman 1] een vrachtauto zou regelen voor [verdachte] .

Op 2 december 2016 is er een telefoongesprek geweest tussen [NNman 1] en [medeverdachte 3] , waarbij [NNman 1] tegen [medeverdachte 3] zegt: “Ik moet dringend met jouw broer praten”.

Uit een overzicht van de reisbewegingen van [verdachte] blijkt dat de telefoon van [verdachte] met grote regelmaat paallocaties nabij de grens van België aanstraalt. Verder is zichtbaar dat hij meerdere malen per week de grens met België oversteekt.181 Ook hebben er meerdere pintransacties met de pinpas van [verdachte] in België plaatsgevonden.182

[medeverdachte 3] heeft terechtzitting als getuige verklaard samen met anderen in België hennep te hebben geteeld.183

Handel in cocaïne

Periode van 1 september 2016 tot en met 21 februari 2017

Op 13 oktober 2016 om 20:26uur belt [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) naar [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ):

[medeverdachte 3] : Ewa ben je aan het maken?

[medeverdachte 1] : Ja

[medeverdachte 3] : (…) ik kom naar boven met die jongens, ze willen kijken

(…)

[medeverdachte 3] : Ze willen zien hoe jij maakt. Begrijp je? 184

Op 22 oktober 2016 om 21:56 uur belt [NNman 9] ( [NNman 9] ) naar [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ):

[NNman 9] : Luister even, heb je niet die spullen die je altijd van mij krijgt maar dan andere.

[medeverdachte 1] : Koffie?

[NNman 9] : Nee, die andere melk.

(…)

Ik wil dat naar 1 iemand brengen, als tie goed is, ik hou van jou

(…)

[medeverdachte 1] : Ik moet geld..bij mijn moeder pakken, haal ik eerst 20, 30 bij jou..ik zeg eerlijk tegen jou, Bolle, ik heb spullen

hier net gehaald, je weet toch, ik doe jou gunst, dan haal ik van jou ook drugs (?) Dan blijf ik alleen maar van jou halen..Als tie beter dan die van mij is..

(…)

[medeverdachte 1] : Ewa, pak voor mij eentje, ik ga gelijk laten checken..als ze tegen mij zeggen goed, haal ik van jou altijd, ik

zweer het maar je moet wel een goeie prijs maken voor mij. 185

Op 22 oktober 2016 om 23:16 uur belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [NNman 10] ( [NNman 10] ):

[medeverdachte 1] : He luister maak alvast 5 voor de neus voor mij klaar.

[NNman 10] : Oke is goed. 186

Op 1 december 2016 om 15:17 uur belt [NNman 10] ( [NNman 10] ) naar [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ):

[medeverdachte 1] weet toch. Als je bij ibis hotel beetje zwart.

(Op de achtergrond is een gesprek. Als je er ammoniak bij gooit krijg je zwarte spikkeltjes) 187

Op 10 december 2016 om 20:47 belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [medeverdachte 3] :

[medeverdachte 1] : Moet ik een 20 meebrengen voor je of niet?

[medeverdachte 3] : Wat?? Witte !!!

[medeverdachte 1] : Ja, (…)

[medeverdachte 3] : (…) Je moet mij niks brengen [medeverdachte 1] .

[medeverdachte 1] : Ik heb hier nog eentje, maar je weet hij is niet echt nog, niet schoon, maar ik neem die wel mee.

[medeverdachte 3] : Heb je die al gekookt??

[medeverdachte 1] : Nee, gewoon rouw.

(…)

[medeverdachte 3] : Zie je een beetje Christaltje...maar is die Flexe...

[medeverdachte 1] : Ja.

[medeverdachte 3] : Oke, breng die maar, breng die maar en ik betaal je rechtstreeks. (…)

(…)

[medeverdachte 1] :25!!! 25!!!

[medeverdachte 3] : Nee, je moet alleen 20 gr...meenemen. (praat met iemand op de achtergrond: "Ben jij in staat om 25 gram te verkopen???".

(…)

[medeverdachte 3] : Die kleine gaat 25 brengen, ben jij in staat om die 25 voor hem te verkopen. Niet direct, ik kan die hier bij mij bewaren

[medeverdachte 3] : Niet direct, ik kan die bij mij bewaren, 2 a 3 dagen, 1 week of langer, geen probleem. Nee, het is niet "podra" (poeder) het is een steen.

NNman3 zegt op de achtergrond: "Ja, heeft hij die gekookt".

[medeverdachte 3] : Nee, hij heeft die niet verkocht. Het komt direct uit...

NNman3 zegt op de achtergrond: "Oke, oke, breng die maar, breng die maar”.

[medeverdachte 1] : Oke, is goed.

[medeverdachte 3] : Oke, [medeverdachte 1] , breng die maar mee. 188

Op 4 januari 2017 om 03:30 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 3] :

[medeverdachte 1] zegt dat het gras goed verkocht wordt.

[medeverdachte 3] vraagt hem of het echt waar is.

[medeverdachte 1] zegt, (…) ik heb vandaag ongeveer 100 a 150 euro verkocht.

(…)

[medeverdachte 1] zegt dat het echt goed verkocht wordt en dat hij eerder tegen heeft gezegd, je moet nu wat brengen, je moet een hele brengen.

[medeverdachte 3] zegt dat hij hem alles kan brengen, wat hij nodig heeft.

(…)

[medeverdachte 3] zegt dat hij goed moet verkopen, dan kan hij binnen 4 maanden naar Marokko.

[medeverdachte 1] zegt dat hij dat ander (…) moet hebben, dat Z . Melk.

(…)

[medeverdachte 3] zegt dat hij voor hem gaat kijken en [medeverdachte 1] zegt dat zij anders 100 of 200 moeten halen. 189

Op 4 januari 2017 om 03:30 uur belt [NNman 11] naar [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ):

[NNman 11] vraagt hem of hij 100 gram Wiet voor hem kan regelen.

[medeverdachte 2] zegt dat hij het nummer van [medeverdachte 3] moet bellen. 190

Op 23 januari 2017 om 16:14 uur belt [NNman 12] ( [NNman 12] ) naar [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ):

[NNman 12] : Kan je dat voor de neus regelen.

[medeverdachte 1] : Ja.

(…)

[medeverdachte 1] : Hoeveel?

[NNman 12] : Die ene zei tegen mij, een half.

(…)

[medeverdachte 1] : Nou, ja, ik verkoop geen half alleen één hele. 191

Op 29 januari 2017 om 05:32 uur belt [NNman 13] ( [NNman 13] ) naar [medeverdachte 1] ( [telefoonnummer] ) :

[NNman 13] Hey kleintje, ik heb een vraagie Ik heb 22 euro in briefgeld [telefoonnummer] Nee man , ik ga jou geen 2 wit 1 bruin geven [NNman 13] Ik hoor je niet

[telefoonnummer] Ik ga jou geen 2 wit 1 bruin geven voor 22 euro

[NNman 13] Is goed, kom maar langs, geef maar een wit en een bruin is goed 192

Op 6 februari 2017 om 12:51 uur belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [NNman 14] ( [NNman 14] ):

[NNman 14] Je weet toch wie je klanten zijn of niet.

[NNman 15] Is goed luister. Ik heb zoveel duizende klanten (…)

(…)

[NNman 14] ja weet ik.

[NNman 15] (…) Die [naam] belt me altijd ik wil 20 en ik kom daaraan en ze wil 10. Ik verkoop haar niet. 193

[NNman 15] Ja maar je weet toch ik ben helemaal in stress nog niet geslapen. (…)

[NNman 14] Ja ik weet het. Ik ben zelf ook een fucking grote dealer geweest 194

Getuige [getuige 2] heeft verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

A: (…) Die jongen met wie ik heel close was die was volgens mij ook in maart jarig. [geboortedag] net zoals ik... volgens mij [1995] . Het ding wat hij deed is hij voor aangehouden. Als hij wegging naar iemand zette hij mij af. Hij vertelde mij wel alles.

V: Je zegt net dat hij alles vertelde. Wat vertelde hij dan zowel?

A: Wat hij deed.

V: Wat deed hij ?

A: Dealen.

V: Waar dealde hij in?

A: Heel Utrecht, Leidsche Rijn.

V: Wat dealde hij?

A: Coke.

(…)

M: In de gesprekken zeg je dat je geld geteld hebt voor [medeverdachte 1] .

V: Klopt dit?

A: Ja.

V: Hoe is dit precies gegaan en waar gebeurde dat geld tellen?

A: Bij het huis van een vriend van hem. 195

V: Wie is hij?

A: Die jongen maar ik weet niet hoe hij heet.

(…)

M: Verbalisant laat foto zien van verdachte [medeverdachte 3]

V: Herken je deze persoon? En wie is dit dan?

A: Dit is de oudste van de twee. Ik ken zijn naam niet.

M: Verbalisant laat foto zien van verdachte [medeverdachte 1]

A: Dit is de jongste. Die bedoelde ik. (…) De jongen waar ik veel mee was.

(…)

Opmerking verbalisant: Verdachte geeft aan dat zij op google maps kan aanwijzen waar zij het geld geteld heeft. Zij laat zien middels streetview hoe zij via de Beneluxlaan, de van Heuven Goedhartlaan uitkwam op de Trumanlaan. Hier wijst zij een flatgebouw aan de rechterzijde aan. Zij zou dan in de woning op de vierde verdieping op de hoek het geld geteld hebben.

V: Hoeveel geld heb je ongeveer geteld?

A: 4 of 5 duizend euro.

V: Waar heb je nog meer afgesproken met de jongen die jij de jongste noemde?

A: In de woning waar hij het maakte.

V: Wat bedoel je met "het"?

A: Zijn drugs.

V: Waar was die woning?

A: In Overvecht.

V: Wat deed hij als hij het aan het maken was?

A: Uitkoken. 196

V: Weet je van wie het geld was?

A: Van hem. Van [medeverdachte 1] .

V: Voor wie was het geld wat hij verdiende?

A: Hij werkte voor zijn broer zei hij. Zijn broer heeft het een lange tijd gedaan en hij heeft het overgenomen van hem. Zijn broer zit nu in het buitenland en dat hij het heeft overgenomen. Zodat het in Utrecht gewoon blijft draaien.

(…)

V: Vertelde hij wat die broers deden?

A: Ook in dat wereldje.

V: Wat bedoel je met dat wereldje?

A: Drugs enz. Die zonnebank is ook een grote witwas zaak. 197

V: Rond welke tijd was dit?

A: Oktober 2016. Hierna heb ik hem nooit meer gezien.

(…)

V: Wat heeft hij over zijn broer verteld?

A: Dat zijn broer het daar deed, maar dan grotere pakketten. Grotere bedragen, kilo's.

V: Gaat het over drugs?

A: Ja.

V: Wat voor drugs?

A: Cocaïne. 198

Actiedag 3-4 januari 2017

Op 3 januari 2017 om 23:43 belt [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) naar NNvrouw(en NNman) ( [telefoonnummer] ):

[telefoonnummer] die 5 is goed kunnen we monster komen halen

(…)

[telefoonnummer] wat zei je net, 5 je zei 5 toch voor 23

[medeverdachte 3] ik zei tegen jou hij mag van mij 5 stuks ik heb voor hem ook zelf ik heb Rolex 5 stuks voor 100.000 mag die 5 meenemen

[telefoonnummer] (NNvrouw geeft de telefoon door aan NNman) (…)

(…)

[medeverdachte 3] ok, ik heb voor jou blok Rolex, als je wilt mag je ophalen, 5 stuks voor 100

[telefoonnummer] ja ja ja, maar heb je wel eerst een hoe het voor me broer

363l om te kijken

[telefoonnummer] ja man graag als je 2, als je 2 Grannies kan missen zo

[medeverdachte 3] nee je mag eentje helemaal komen halen als je wil, mag je komen kijken alles, (…)

(…)

[telefoonnummer] ik ga het ff bespreken met haar en dan geef ik je belletje ja broer

363l ok is goed

(…)

[telefoonnummer] iets kleins zo je weet toch, dat ik hem kan laten zien is geen shit je weet toch

[medeverdachte 3] nee nee je mag komen kijken goed geen probleem goed je weet zelf

(…)

[telefoonnummer] (…) (NNman geeft tel terug aan NNvrouw) NNvrouw ja,

(…)

[medeverdachte 3] ik moet dan ff iemand bellen die moet nu komen uit Gent om eentje brengen om te laten zien [telefoonnummer] [naam] is goed, zeg tegen hem moet je hem zo ie zo 2 (ntv) klaar leggen

[medeverdachte 3] nee ik laat eentje helemaal ik kan niet afbreken ik geef hem helemaal hij mag kijken helemaal (ntv) afbreken

[telefoonnummer] maar hij moet meenemen naar Amsterdam hè, (ntv) zijn neef

(…)

[medeverdachte 3] maar hoeveel wil die hebben eentje, 2, honderd, 2 honderd wat wil hij hebben

[telefoonnummer] hij zegt 5, als er 5 is voor die prijs dan haal ik het

[medeverdachte 3] 5 stuks voor 100.000 misschien datje niet weet, ik maak geen grapjes hè 199

Op 4 januari 2017 om 00:00 belt [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) naar NNvrouw(en NNman) ( [telefoonnummer] ):

[medeverdachte 3] ja luister eens kan je morgen niet overdag komen

(…)

[telefoonnummer] helemaal niet man broer, kan het helemaal niet vandaag nog

(…)

[medeverdachte 3] enigste wat ik misschien voor jou kan betekenen is dat je naar Utrecht gaat, bij mij hier is pas morgen, in Utrecht kan ik je gelijk sturen, naar mijn broertje

(…)

[telefoonnummer] voor 1 hele 20 toch

[medeverdachte 3] ja maar 1 hele (ntv) kijk 5 stuks dezelfde prijs

[telefoonnummer] we nemen 5

[medeverdachte 3] als je 5 stuks neem krijg je voor jou dezelfde prijs, ken je naar mijn broertje gaan

[telefoonnummer] ja graag bel hem als je blieft, laat me weten broer 200

Op 4 januari 2017 om 02:56 belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ):

[medeverdachte 1] van die stinkwijf uit Amsterdam is hier

[medeverdachte 3] ja weet ik weet ik vroeg haar net om jou

(…)

[medeverdachte 3] ja ik zei tegen haar je moet naar mijn broertje gaan maar morgen. Moetje voor hun spullen kijken (…)

[medeverdachte 3] Voor spullen. Hij wil spullen kopen. 5 kilo

(…)

[medeverdachte 1] je moet tegen hem zeggen, je moet tegen hem zeggen je kan regelen 2 ntv 201

Op 4 januari 2017 om 11:29 belt [NNvrouw 4] ( [NNvrouw 4] ) naar [medeverdachte 1] (H):

[NNvrouw 4] : (…)In ieder geval, geef mij dat spul mee, die monster, dat ga ik naar die persoon brengen. 202

Verbalisanten E153, E175, E163, E151, E142, E139, E134, E131, E118 en E101 hebben verklaard – voor zover van belang en zakelijk weergegeven – inhoudende:

Wij hebben op woensdag 4 januari 2017 tussen 10.40 uur en 16.00 uur geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen gedaan (…):

(…)

11.50

uur, E131

Ik zag dat een (…) Volkswagen (…) Polo, (…) voorzien van het kenteken [kenteken] , stond geparkeerd (…) ter hoogte van het [adres] te [woonplaats] . Ik zag dat achter het stuur en op de passagiersstoel twee onbekende vrouwen zaten. Ik zag dat een derde onbekende persoon op de achterbank zat.

Opmerking E153

De vrouw op de bestuurdersstoel, de vrouw op de passagiersstoel en de persoon op de achterbank zullen verder in dit proces-verbaal NN1,NN2 en NN3 worden genoemd 203

11.55

uur, E101

Ik zag dat NN1 een vrouw was met lang donkergekleurd haar, dat NN2 een hoofddoek droeg en dat NN3 brildragend was en een muts op zijn hoofd droeg.

(…)

12.09

uur, E175

Ik zag dat de Volkswagen [kenteken] geparkeerd stond op de parkeerplaats van het IBIS-hotel, gevestigd aan de Bizetlaan 1 te Utrecht.

(…)

12.10

uur, E175

Ik zag dat zowel NN1 als NN3 tussen de tijdstippen 12.10 uur en 13.08 uur meerdere keren om de beurt het hotel binnengingen en weer plaatsnamen in de Volkswagen [kenteken] .

(…)

14.06

uur, E175

Ik zag dat een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf, kleur wit en naar later bleek voorzien van het kenteken [kenteken] , stopte op (…) ter hoogte van de parkeerplaats van het hotel. Ik zag dat een man , die later werd herkend als [medeverdachte 1] , van de bestuurdersstoel uit de Volkswagen [kenteken] stapte en de parkeerplaats van het hotel opliep in de richting van de Volkswagen [kenteken] . Ik zag dat NNI uit de Volkswagen [kenteken] stapte en even met [medeverdachte 1] sprak. Ik zag dat [medeverdachte 1] terugliep naar de Volkswagen [kenteken] en plaatsnam op de bestuurdersstoel. Ik zag dat NN1 plaatsnam op de bijrijderssstoel van de Volkswagen [kenteken] .

14.08

uur, E175

Ik zag dat [medeverdachte 1] met de Volkswagen [kenteken] over de parkeerplaats van het hotel reed, dat NN2 met de Volkswagen [kenteken] achter hem aanreed. 204

14.09, E134

Ik zag dat de Volkswagen [kenteken] voor het portiek van de flat waarin de woning [adres] in is gelegen, werd geparkeerd. Ik zag dat een man , die ik herkende als [medeverdachte 1] uitstapte en het portiek binnenging. Ik zag dat een onbekende man ook uit de Volkswagen [kenteken] stapte en met [medeverdachte 1] meeliep. 205

Ik, E134, herkende subject [medeverdachte 1] , geboren op [1995] te [woonplaats] , aan de hand van: een door het tactisch team ter beschikking gestelde foto; 206

Op 4 januari 2017 om 13:20 belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [NNman 16] ( [NNman 16] ):

[medeverdachte 1] Ja luister dan. Eh ik ga nu tegen jou zeggen hij wil die dingen niet aan mij meegeven in een keer zo.

[NNman 16] Geef alleen even een monster.

[medeverdachte 1] Ik pak nu gewoon een klein stukje dan, breng ik hem naar jou toe, kom ik nu gelijk naar jou toe.

(…)

[medeverdachte 1] Waar ben je?

[NNman 16] (…) Ibis hotel kanaleneiland. 207

Op 4 januari 2017 om 14:53 belt [NNvrouw 4] ( [NNvrouw 4] ) naar [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ):

[NNvrouw 4] Luister dan, ik heb hem net zelf testen..diegene zegt is niks man ..hij zegt alleen maar eh..mix (of niks)

[medeverdachte 1] Nee joh..ik heb zelf van die ding erafgehaald..

(…)

[NNvrouw 4] Ja maar diegene heeft net gekeken..hij vond het niks, hij zegt die geur ook, maar heb jij geen brokje?

[medeverdachte 1] Nee..Dit was brok, ik heb hoe heet het..ding eh stukjes gemaakt..

(…)

[NNvrouw 4] Ja, je moet nooit in stukjes maken, gaat dat dat, dat heeft diegene argwanend gemaakt, hij zegt dat is eh..waarom is het zo poederachtig?

(…)

[NNman 16] Stuur hem een bericht naar pgp zeg tegen hem [NNvrouw 4] zegt tegen jou, ja luister ik heb een hele nodig 208

Op 4 januari 2017 om 17:05 belt [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) naar [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ):

[medeverdachte 1] : Ik breng vandaag al paar keer alles, goeie dit en dat. Heb ik aan haar gegeven, reed ik daar rond op die parkeerplaats.

Je weet toch. Ja, volgens mij hebben ze alles weg gesnoven.

[medeverdachte 3] : Met wie was dat?

[medeverdachte 1] : Was met zo'n meisje en een jongen klaar.

[medeverdachte 3] : Ja

[medeverdachte 1] : Die jongen ehh, ik zweer het, die was helemaal, gewoon helemaal dat helemaal door gesnoven was. 209

Voorbereiding van de invoer van cocaïne

De camerabeelden van Schiphol Airport van 6 december 2016 zijn door verbalisant [verbalisant 4] uitgekeken:

Ik heb de screenshots van de camerabeelden zelf ook bekeken en vergeleken met het bekende signalement en de beschikbare foto’s. Door deze gegevens en de bevindingen ten aanzien van de passagierslijst, tapgesprekken en het API-alert van de Koninklijke Marechaussee, heb ik de overtuiging dat de man op de beelden [medeverdachte 2] is. 210

[medeverdachte 2] heeft op [6 december 2016] vlucht [vluchtnummer] richting Paramaribo genomen omstreeks 10.20 uur.211

Op 14 december 2016 (…) komt er een bericht binnen van de Koninklijke Marechaussee (…) met de inhoud dat [medeverdachte 2] onderweg is vanuit Paramaribo naar Schiphol Airport met vlucht [vluchtnummer] van Surinam Airways. 212

In zijn verhoor bij de rechter-commissaris wordt door [getuige 3] bevestigd dat hij [naam] wordt genoemd en dat [medeverdachte 2] op 6 december 2016 naar Suriname is gereisd.213

Op 10 december 2016 om 00:38 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) vanuit Suriname naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[medeverdachte 2] : (…) ik moet de namen van die boten hebben (…).

[medeverdachte 2] : (…) ik heb Mexicaanse kartel, je weet wel, heleboel kracht. (…)

[verdachte] : zij hebben, hebben zij geen PGP’s of helemaal niks. (…)

[medeverdachte 2] : Alles wordt overgevlogen. Je weet wel, alles komt daar bij ons aan. De dragers, diegene die eruit gaan halen en diegene die gaan uitdelen en overgedragen en alles wordt over gevolgen. (…)

[verdachte] : Waar naartoe? Naar Mexico!!!

[medeverdachte 2] : Nee, naar Ecuador(…)

[medeverdachte 2] : Ze moeten namen hebben(…) alles, tussen persoon, alles komt daar heen. (…) ik moet de naam van de boot hebben. Dat is het belangrijks, de naam van de boot.

[verdachte] : (…) de naam van de boot die kan ik pas maandag, dinsdag, woensdag krijgen, want die heb ik lang besteld bij die flikker en nog niet, hij zei, jullie moeten het opzetten(…)

[medeverdachte 2] : Zij kunnen alles weten, die dinges is van hen vriend, die hele haven is van hen.

[verdachte] : Ja, daarom.

[medeverdachte 2] : Zij zijn heel sterk, heel sterk. Hij wilt een hele doen (…). We doen alleen die 250 en we gaan niet de hele doen, en je pakt eigen helft en als je daarmee klaar bent, dan geef je ons en ik heb tegen hem gezegd, (…) eigen helft mag je nemen en als we klaar zijn en jullie leveren aan ons, de helft is van ons (…)

[verdachte] : Hoeveel kost de handel daar bij hen?

[medeverdachte 2] : met de boot en alles, kom je op 6 a 7, vragen ze hier.

[verdachte] : Dollar???

[medeverdachte 2] : Ja.

[verdachte] : Ja, dat kom uit, zeg maar, dat komt uit, 5 en half a 6. 214

[verdachte] : (…) Luister eens, nu is die Jood daar, die Christelijke man , die Belg en er zijn daar jongens, die doen de containers open knallen, eruit halen en in een ander container instoppen.(…)

[medeverdachte 2] : Ja, Mexicaanse kartel, ze zijn heel stevig in Amerika, hele Ecuador is van hen, is van hen.(…)

[medeverdachte 2] : Ecuador staan ze sterk, Panama staan ze sterk (…) daar boven, je weet wel bij die gekke Colombianen, zeiden ze nee. (…)

[medeverdachte 2] : En hij zei, maar daar komt alles vandaan. Alles komt daar vandaan naar ons toe, naar beneden toe, zij sturen het hier naartoe en wij sturen naar beneden en delen het uit. En onze mensen sturen het weer door naar jullie toe, naar jullie kant toe. (…)

[verdachte] : Klaar, maar je moet tegen hem zeggen, er moet iets, zonder accijns. (…) Het moet drogen, drogen, droog shit. (…) Meubels (…)

[verdachte] : (…) meubels of euhh...iets, niet wat, wat niet gecontroleerd kan worden. (…) je moet tegen hem zeggen, wij moeten 24 uur van tevoren die code krijgen. (…) Je moet zeggen; jouw mannetje moet erbij zijn en 24 uur van tevoren moet jou mannetje erbij zijn en als die rood staat, dan dan hebben we nog 4 uurtjes speling. Binnen die 4 uur kunnen we die weghalen (…). 215

[telefoon wordt doorgegeven aan NNman ‘meneer [naam] ’]

[verdachte] : (…) hai, luister eens? Ik heb tegen mijn broertje gezegd, maandag, dinsdag of woensdag, heb die alles, die namen en dat soort dingen, alles waar vandaan vertrekt.(…)

[verdachte] : En dan, ik zeg, dan geef ik het jou zelf, persoonlijk, weet je en dan, het moet in droog waren (…)

[verdachte] : Niet alcohol of zo, niet iets waar accijns opzit. Want accijns gaat rechtstreeks naar douane begrijp je of niet?(…)

[verdachte] : (…) Ik heb de grootste gedeelde gegeven, zeg, maar het moet droogbaar zijn en ik ga die boot namen regelen en die datums. En dan kan ik jullie die geven en dan kunnen jullie knallen. (…)

[verdachte] : (…) En jij weet die systeem, die systeem is, euhhh…. 90% waterdicht, begrijp je of niet? (….)

[verdachte] : (…) We hebben? Even kijken, 2 weken geleden gedaan en het is gewoon gelukt, geen enkel probleem (…) 216

Op 10 december 2016 om 18:26 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Ja, ik heb die mannetje gesproken en die zegt, ik wil weten van welke haven ze willen gooien, van welke haven ze willen gooien. (…)

[verdachte] : Zij willen alleen vanaf Ecuador, niet vanaf Panama?

[medeverdachte 2] : Nee, Ecuador, Panama zeggen ze dat ze daar spullen stelen en breken. 217

Op 12 december 2016 om 17:42 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Ja maar van waar vriend, van waar vriend, ik weet niet van waar, ik weet niet

van waar. Die andere heeft mij gelijk gestuurd, hij zei tegen mij 'die andere wil van Panama sturen, [rederij] ', ja, kijk, die heb ik gelijk voor hem geregeld.(…)

[medeverdachte 2] : Oke, dus Panama, heb je [rederij] ?

[verdachte] : Ja in Panama heb je [rederij] (…)

[medeverdachte 2] : En Ecuador, en Ecuador, weet je wat van?

[verdachte] : Ook vriend, (…) maar ik moet precies weten waar, van waar hen willen(…)

[verdachte] : (…) die mensen willen sowieso allemaal van pas 15 januari werken, eerder niet 218

Op 12 december 2016 om 22:27 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ):

[verdachte] : Hij zei 'luister elke week komen 1000 bakken van Brazilië', 1000

(…)

[verdachte] : Hij zei van Ecuador komen maar 100, en daar is fifty-fifty kans dat 'ie op rood

staat. En als 'ie op rood staat, kan nog gedaan worden, dat moet je tegen hen zeggen

(…)

[verdachte] : En plus, er zijn weinig bakken die droog zijn, van Ecuador

(…)

[verdachte] : (…) je moet zeggen 'welke landen'? Of hebben ze alleen maar Ecuador, verder niets?

[medeverdachte 2] : Volgens mij alleen maar sterk in Ecuador

[verdachte] : In Brazilië kunnen ze niet sterk zijn?

[medeverdachte 2] : Nee, denk het niet

[verdachte] : In ieder geval, je moet tegen mij zeggen welke haven hen daar precies hebben in handen hebben (…) 219

Op 13 december 2016 om 01:18 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Bal-boa, Bal-boa, Bal-boa

[medeverdachte 2] : Ja, oke. Dat is toch een plek, en Krist-Bal’?

(…)

[verdachte] : En crist-bol, crist-bal, crist-bal 220

Op 13 december 2016 om 03:51 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[medeverdachte 2] : Hij zei tegen mij deze gaat met je mee, gaat alles daar bekijken. (…) Hij zei als hij terugkomt en als het wat wordt als god het wil, hij zei dat er vanaf de 15e begonnen kan worden 221

Op 13 december 2016 om 13:16 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : In ieder geval, je daar in Brazilië, daar komen elke week 1000 containers

vandaan. En uit Ecuador komen maar 100, meer niet. Dat is een beetje ehhhh begrijp je of niet? 222

Op 13 december 2016 om 14:47 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar [verdachte] ( [verdachte] ):

[verdachte] : Luister, zeg tegen hen waar zetten jullie op? (…)Jij komt terug, ik laat jou alles zien. Ik heb die papieren. Ik kan uit laten draaien en alles. Dan kan je ze aan die Surinamer geven en dan kan ie zo meenemen. 223

Op 13 december 2016 om 15:15 uur belt [verdachte] ( [verdachte] ) naar [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ):

[medeverdachte 2] : He luister eens eh die dinges eh die man zoekt net op wat ie moet sturen enzo, hij krijgt fruit, hij krijgt die blikken. (…)

[verdachte] : Eh fruit niet fruit. (…)

[verdachte] : Ja maar je moet zeggen droge container een droge.

[medeverdachte 2] : Dat begrijpt ie niet joh, dat begrijpen ze niet.

[verdachte] : Hun begrijpen dat niet. Dat klopt der komen heel veel containers daar bij de

haven wordt verdeeld. Droge bakken gaan naar links, fruitbakken gaan naar rechts. Begrijp je zo moet je dat uitleggen. Het moeten gewoon droge bakken zijn. 224

Op 13 december 2016 om 01:18 uur belt [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) naar * [telefoonnummer] ( [NNvrouw 1] ):

[NNvrouw 1] : Nou ehh, ik ken die mensen die in de haven werken.

(…)

[NNvrouw 1] : Hollanders, Hollanders.

[medeverdachte 2] : Kunnen zij het eruit halen? 225

Verbalisant [verbalisant 5] heeft verklaard, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 21 februari 2017 waren wij belast met het doorzoeken van de woning, die is gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (de rechtbank begrijpt uit het dossier: de woning van [A], de vriendin van [medeverdachte 2] ). In deze woning troffen wij in de slaapkamer aan de voorzijde van de woning, dit betreft de ouderlijk slaapkamer die is genummerd als ruimte [nummer] , een aantal goederen aan die inbeslaggenomen zijn.

In de eerste inpandige kledingkast troffen wij in een beige kleurige jas een stapeltje in elkaar gevouwen bankbiljetten aan. 226

Op de grond aan het voeteneinde van het bed lag een herenjas. In deze jas zijn een rijbewijs op naam van [medeverdachte 2] , geboren [1985] en een autosleutel behorende bij een Volkswagen Polo voorzien van het kenteken [kenteken] aangetroffen. 227

In deze plastic tas troffen wij een pakketje nog niet gebruikte (nieuwe) Pony packs aan. Tevens troffen wij twee weegschalen en een aardappelschilmesje aan. Tevens troffen wij een aantal grotere bollen, mogelijk verdovende middelen, aan, die vacuüm verpakt waren. 228

De inhoud van de bollen is gewogen en indicatief getest. Het betrof een totale inhoud van 340 gram en de indicatieve test was positief voor cocaïne.229

De auto Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] is doorzocht. Middels een endoscoopcamera is waargenomen dat er tussen de plafondbedekking van het interieur aan de voorzijde ter hoogte van beide zonnekleppen twee plastic zakjes verborgen zaten waarin kleine envelopjes met het opschrift “Pony pack” zaten.230

4.3.2.6.3. Onderlinge verdeling van de werkzaamheden

De rechtbank ziet de volgende onderlinge verdeling in het dossier. [verdachte] stuurt de ‘grotere’ opdrachten aan en zorgt voor de organisatie en de planning van verschillende ‘afdelingen’ van de organisatie. [medeverdachte 2] lijkt vooral een uitvoerende rol te hebben en wordt aangestuurd door [verdachte] . [medeverdachte 3] heeft ook een uitvoerende rol, en heeft hiervoor nauw contact met [verdachte] . Hij wordt aangestuurd door [verdachte] en geeft terugkoppeling aan hem. [medeverdachte 1] heeft een uitvoerende rol en houdt zich bezig met de ‘kleinere’ opdrachten, voornamelijk de straathandel. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] zijn de beheerders van het geld.

4.3.2.6.4. Samenwerkingsverband twee of meer personen

Uit de opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat in de ten laste gelegde periode (veelvuldig) telefonisch contact is geweest tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] (via tussenpersonen), [verdachte] en [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . Daarnaast blijkt ook van een samenwerking tussen [verdachte] en meerdere (NN)mannen, [medeverdachte 3] en [getuige 4] , [NNman 1] , [J] en meerdere (NN)mannen, [medeverdachte 2] en meerdere (NN)mannen en van [medeverdachte 1] en meerdere NNmannen. Op grond van de inhoud van de telefoongesprekken, bevindingen van het observatieteam en overige bewijsmiddelen, kan naar het oordeel van de rechtbank vastgesteld worden dat er sprake is van een samenwerkingsverband. De taken van het samenwerkingsverband werden per ‘afdeling’ verdeeld.

Voor de invoer van cocaïne vanuit Zuid-Amerika geeft [verdachte] instructies aan [medeverdachte 2] . Deze geeft terugkoppeling aan [verdachte] en onderling wordt de gang van zaken besproken. [medeverdachte 2] lijkt hierin vooral een uitvoerende rol te hebben en heeft hiervoor contact met meerdere (NN)mannen.

De ‘afdeling’ België wordt gerund door [verdachte] en [medeverdachte 3] . [verdachte] heeft hiervoor , via [NNman 1] of andere tussenpersonen, contact met [medeverdachte 3] , die zich vooral in België bevindt. [medeverdachte 3] verzorgt het feitelijk opzetten, het onderhouden en de afwikkeling van de hennepplantages in België. [medeverdachte 3] heeft hiervoor contact met onder andere [getuige 4] en [J] en meerdere NNmannen en regelt de locaties en benodigdheden voor de plantages. [verdachte] regelt de ‘werknemers’ voor hennepplantages (NNmannen ‘China’) en krijgt telefonisch terugkoppeling van de gang van zaken rondom de hennepplantages.

Ten aanzien van de drugshandel in Nederland komen vooral [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in beeld. [medeverdachte 1] heeft hierbij vooral een uitvoerende rol. Hij beheert de dealertelefoonlijnen en regelt de verkoop aan en omgang met klanten. Dit gaat zowel om hennep als om cocaïne, waarbij uit het dossier aanwijzingen volgen dat hij de cocaïne ook zelf lijkt te koken. [medeverdachte 3] heeft ook een uitvoerende rol. Hij werkt onder andere samen met [medeverdachte 1] voor het opzetten en uitvoeren van de ‘4 januari deal’, waarbij een monster cocaïne wordt verstrekt aan potentiële kopers. Er bevinden zich sterke indicaties in het dossier dat [medeverdachte 2] zich (ook) bezighoudt met de handel in cocaïne dan wel hennep. Dit volgt onder meer uit het aantreffen van een grote hoeveelheid cocaïne in zijn auto en in de woning van zijn vriendin waar hij verbleef en het feit dat hij een klant voor wiet doorverwijst naar [medeverdachte 3] .

[medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] zijn de beheerders van het geld. Zij verbergen de opbrengsten van de criminele activiteiten van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in hun huis aan het [adres] en zijn het aanspreekpunt als een van hen geld wil ‘opnemen’. Als goede bewakers laten zij hun huis nooit onbeheerd achter.

Uit het dossier blijkt dat ieder zijn eigen taak heeft binnen de organisatie. De tapgesprekken over de verschillende ‘potjes’ met geld laten ook een zekere rolverdeling zien. Uit deze gesprekken lijkt naar voren te komen dat [verdachte] , in zijn aansturende rol, ook wordt geraadpleegd over het in het huis aanwezige geld. Daarnaast kan uit deze gesprekken worden afgeleid dat [medeverdachte 1] relatief weinig en kleine bedragen in het huis heeft opgeborgen, dan wel opneemt, wat te verklaren is vanuit zijn rol als dealer. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat [medeverdachte 2] geld heeft afgedragen aan de organisatie, hetgeen is te verklaren uit het feit dat de activiteiten in Suriname in de voorbereidende fase zijn gebleven en dus nog niets hebben opgeleverd en dat hij mogelijk zijn geld bewaart in het huis van zijn vriendin op de [adres] , waar naast een grote hoeveelheid cocaïne ook een stapeltje met biljetten van onder meer € 500,- is aangetroffen. [medeverdachte 3] heeft vooral in België een uitvoerende rol.

Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt voorts dat deels in versluierde taal met elkaar werd gesproken. De rechtbank is van oordeel dat de contacten tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] gaan over (het voorbereiden van) de handel in drugs, het bepalen welk soort middel, ‘gras’ of ‘melk’, zal worden verstrekt dan wel het produceren van de middelen, ‘koken’. Ook over het in bewaring geven dan wel opnemen van geld wordt in versluierende termen gesproken tussen de familieleden. De rechtbank overweegt dat het gebruik van versluierd taalgebruik en codewoorden – en de voorafgaande afstemming van dit taalgebruik – ook wijst op een georganiseerde samenwerking. Deze contacten, bezien in samenhang met de bewezenverklaarde voorbereiding van invoer cocaïne, handel in cocaïne, handel en teelt van hennep en het witwassen, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank dan ook de conclusie dat in de ten laste gelegde periode sprake was van een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere organisatiegraad tussen meerdere personen, die de invoer van en de handel in cocaïne, de handel in en teelt van hennep en het witwassen van grote bedragen tot oogmerk had.

4.3.2.6.5. Duurzaamheid

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de nauwe samenwerking in ieder geval voor de periode van oktober 2016 tot en met 21 februari 2017 kan worden vastgesteld. Uit de tapgesprekken blijkt dat [medeverdachte 5] op 26 oktober 2016 immers al spreekt over het door [verdachte] gestalde geld in Marokko. De rechtbank is van oordeel dat de periode waarover hun samenwerking zich heeft uitgestrekt voldoende duurzaam is om te kunnen spreken van een criminele organisatie. Uit het dossier volgen ook aanwijzingen dat voorafgaand aan de onderzoeksperiode er al sprake was van dit samenwerkingsverband, onder andere door anonieme meldingen en het aantreffen van drugs bij [medeverdachte 3] in 2011, hetgeen de rechtbank sterkt in haar oordeel dat sprake is van een duurzaam samenwerkingsverband.

4.3.2.6.6. Deelname aan de organisatie

Het is niet vereist dat de deelnemers aan dat samenwerkingsverband rechtstreeks betrokken zijn bij álle activiteiten daarvan. De gecoördineerde werkwijze, zoals deze uit de bewijsmiddelen blijkt, getuigt van een hechte en intensieve samenwerking van de leden van het samenwerkingsverband, waarbij in wisselende samenstellingen veelal volgens een vaste rolverdeling werd gehandeld. Uit de genoemde bewijsmiddelen volgt voorts dat verdachte weet had van het oogmerk van de organisatie, te weten het plegen van misdrijven. Ten slotte is gebleken van de intentie om dit structureel te blijven doen, welke slechts tot stilstand is gebracht door de aanhouding van verdachten.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de familiestructuur inherent een zekere structuur en samenwerking met zich meebrengt. Het feit dat individuele leden, al dan niet met elkaar, misdrijven plegen, moet echter niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een criminele organisatie.

De rechtbank overweegt dat een familiestructuur op een aantal punten overeenkomsten vertoont met de hierboven genoemde aspecten van een criminele organisatie. Dit betekent echter niet dat om die reden reeds sprake is van een criminele organisatie indien meerdere leden van een familie tezamen misdrijven plegen. Daarvan is slechts sprake indien deze familiestructuur met een zekere stelselmatigheid en bestendigheid wordt ingezet om te kunnen komen tot het plegen van de strafbare feiten.

In deze zaak is duidelijk gebleken van een dergelijke aanwending van de reeds bestaande familiestructuur door verdachte en zijn medeverdachten. Er werd door verdachte en zijn medeverdachten met een vaste rolverdeling samengewerkt, zoals hierboven uiteengezet. Er worden instructies gegeven, handel verdeeld en geld afgedragen en verborgen. Uit de opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, volgt dat er sprake was van een intensieve samenwerking tussen verschillende familieleden, met als doel de invoer en handel in drugs en het witwassen van geld.

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in de periode van oktober 2016 tot en met 21 februari 2017 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit daarom wettig en overtuigend bewezen, op de hieronder bewezen verklaarde wijze.

Partiële vrijspraak

Uit de tapgesprekken, in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in de criminele organisatie heeft geopereerd in de periode vanaf oktober 2016 tot en met 21 februari 2017. De rechtbank spreekt [verdachte] partieel vrij van de eerdere periode die ten laste is gelegd wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte voorafgaande aan de bewijsbare periode al heeft deelgenomen aan de criminele organisatie.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op tijdstippen in de periode van 29 september 2014 tot en met 21 februari 2017, te Utrecht en te Tanger en in Duitsland, tezamen en in vereniging met anderen meermalen,

(van) voorwerpen, te weten:

A. twee appartementen in [woonplaats] (Marokko), te weten:

- appartement nummer [adres] , 7de verdieping met appartementsnummer [nummer] (registratienummer 173.835/06) en

- appartement nummer [adres] , 7de verdieping met appartementsnummer [nummer] (registratienummer 173.836/06)

en

B. contante geldbedragen

(sub a)

de werkelijke aard, de herkomst en de vindplaats heeft verborgen of verhuld

en

(sub b)

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet,

en

C. contante uitgaven bij [bedrijf 1] van in totaal €63.273,75,-

(sub b)

heeft voorhanden gehad, overgedragen en omgezet,

terwijl verdachte en zijn mededaders telkens wisten dat voornoemde voorwerpen geheel -onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

en hij aldus van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

2.

in de periode van oktober 2016 tot en met 21 februari 2017 te

Utrecht en Amsterdam en elders in Nederland en in België, Suriname en Marokko, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het in vereniging opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen

van cocaïne, en

- het in vereniging opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en

vervoeren van cocaïne, en

- het in vereniging opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren, (telkens) van hennep en

- opzettelijk in vereniging witwassen;

3.

(A)

op tijdstippen in de periode van 1 november 2016 tot en met 21 februari 2017 in België, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk heeft geteeld een (grote) hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

(B)

op tijdstippen in de periode van 1 november 2016 tot en met 21 februari 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk heeft aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

in de periode van 6 december 2016 tot en met 14 december 2016 in Nederland en te Suriname, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden,

te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen,

en

zich en een of meer anderen gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen,

hebbende verdachte en (een of meer van) verdachtes mededaders toen aldaar

afspraken gemaakt over de (naam van de) boot (waarin de cocaïne vervoerd moest

worden) en

afspraken gemaakt over de haven in Ecuador of Panama waar voornoemde boot naar

toe moest varen en

aanwijzingen gegeven, over wat de legale lading van de boot moest zijn en

aanwijzingen gegeven over de gang van zaken bij de douane en

geïnformeerd naar de prijs van de handel en

aanwijzingen gegeven over welke personen aanwezig moesten zijn bij het uitladen van de containers en

aanwijzingen gegeven over de te ontvangen code (die nodig is voor het uitklaren van een container).

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

medeplegen van een gewoonte maken van witwassen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

Het onder 3 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden door een ander trachten te bewegen om dat feit mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en door zich of een ander gelegenheid, of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd verdachte ter zake van het door hen bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 5 jaren en 9 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast hebben de officieren van justitie gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis bij vonnis met onmiddellijke ingang wordt opgeheven.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officieren van justitie gevorderde straf, onder verwijzing naar zijn pleidooi tot vrijspraak van de meerderheid van de feiten, te hoog is. Daarnaast is volgens de raadsman door de officieren van justitie, in haar berekening, onvoldoende recht gedaan aan de landelijke oriëntatiepunten voor de strafrechtspraak. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, gekeken naar deze oriëntatiepunten, de straf een maximale hoogte van 24 maanden kan bedragen. Daarnaast verzoek de raadsman de vordering tot opheffing van de schorsing af te wijzen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, de handel in cocaïne, de handel in en teelt van hennep en witwassen.

Verdachte heeft zich, in de context van de genoemde criminele organisatie, gedurende een periode van 2 jaar en 5 maanden schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. De rechtbank neemt verdachte dit bijzonder kwalijk, nu witwassen een bedreiging voor de legale economie vormt en verdachte zich als deelnemer aan de criminele organisatie, op een directe wijze, schuldig heeft gemaakt aan het buiten beeld houden van de grote geldstromen van drugshandel.

Ook heeft verdachte zich, in diezelfde context van de criminele organisatie, schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereiding van de invoer van cocaïne en het telen en aanwezig hebben van hennep. Het in georganiseerd verband voorbereiden van het importeren van cocaïne is een zeer ernstig feit en dient krachtig bestreden te worden. Met de invoer van cocaïne wordt een bijdrage geleverd aan de productie, handel en het gebruik van cocaïne. Zaken die op hun beurt gepaard gaan met andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun drugsbehoefte. Achter de (grootschalige) handel in drugs, zoals de handel waar het crimineel samenwerkingsverband zich mee bezig hield, gaat een wereld van georganiseerde criminaliteit schuil die wordt gekenmerkt door intimidatie en geweld. Bovendien vormt het gebruik van cocaïne een gevaar voor de volksgezondheid. Datzelfde geldt voor het gebruik van hennep.

De rechtbank neemt de rol van verdachte in de criminele organisatie in strafverzwarende zin mee. Verdachte had vooral een leidinggevende rol in het geheel van criminele activiteiten. Hij instrueerde en organiseerde de verschillende ‘afdelingen’ zowel in Nederland, België als Suriname. Hij communiceerde met familieleden over de organisatie van verschillende varianten van drugshandel. Met [medeverdachte 5] werd overlegd over het bewaren en opnemen van geld. Verdachte had hiërarchisch een hoge positie in de organisatie en speelde een grote rol bij de activiteiten van de organisatie. Verdachte heeft met zijn aandeel in de organisatie willens en wetens onderdeel uitgemaakt van een grensoverschrijdende ondermijnende organisatie. Het aanzienlijke witwasbedrag, de met witwasgeld aangeschafte appartementen en zonnebanken en de internationale werkwijze van de organisatie geven een indicatie van de grote omvang van de door de verdachte opgezette drugshandel.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het de verdachte betreffende strafblad van 26 februari 2019. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat van recidive geen sprake is.

Strafoplegging

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op al hetgeen hiervoor is afgewogen, in dit geval niet worden volstaan met een andere straf dan oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de vaststelling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op hetgeen in vergelijkbare gevallen is opgelegd. De rechtbank ziet in deze vergelijkbare gevallen aanleiding om in strafmatigende zin af te wijken van de eis van de officieren van justitie.

Alles afwegende acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Redelijke termijn

De redelijke termijn is aangevangen op de dag dat de verdachte in verzekering is gesteld, te weten op 21 februari 2017. Het vonnis is uitgesproken op 12 juni 2019. De procedure heeft in haar geheel beschouwd iets meer dan twee jaren geduurd. De rechtbank heeft ambtshalve getoetst aan het kader van de redelijke termijn en is van oordeel dat in deze fase geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, doordat de duur van de behandeling rechtvaardiging vindt in het zeer omvangrijke en complexe onderzoek en de door de verdediging ingediende onderzoekswensen.

Voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis van verdachte is met ingang van 30 oktober 2017 geschorst. De onderliggende overwegingen hiertoe waren dat verdachte destijds geruime tijd in voorlopige hechtenis verbleef en de inhoudelijke behandeling pas in de loop van 2019 aan de orde zou zijn. Aan verdachte wordt nu een langere gevangenisstraf opgelegd dan zijn reeds ondergane voorarrest. Bij de beoordeling of de schorsing van zijn voorlopige hechtenis in dit geval moet worden opgeheven, dient de rechtbank de belangen van de samenleving en de veroordeelde af te wegen en na te gaan of deze opheffing geboden is. In dit geval wegen voor de rechtbank de strafvorderlijke belangen dat de voorlopige hechtenis weer komt te herleven zwaarder dan de persoonlijke belangen van de verdachte, met name gelet op de ernst van het bewezenverklaarde – zoals hiervoor toegelicht – en de gevangenisstraf waartoe dit heeft geleid. Dit betekent dat de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven en de detentie van verdachte weer herleeft.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben ter terechtzitting een beslaglijst overlegd, met daarin opgenomen een voorstel voor de afdoening van het beslag. In dit hoofdstuk wordt verwezen naar de rubrieken in de door de officieren van justitie overgelegde lijst van in beslag genomen voorwerpen, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht. De inbeslaggenomen goederen waar de rechtbank een beslissing op heeft genomen zijn vervolgens bij nummer genoemd in het dictum.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de door de rechtbank te nemen beslissing op het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt.

[adres]

Verbeurdverklaring

De rechtbank acht ten aanzien van de twee horloges van het merk Rolex (1907690) en de drie horloges van het merk Jacques Richal (1907712) aannemelijk dat deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde strafbare feiten zijn verkregen. Deze voorwerpen zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Teruggave

Ten aanzien van de inbeslaggenomen paspoorten gelast de rechtbank de teruggave aan verdachte indien en voor zover dit nog niet is gebeurd, aangezien het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet. Voor de overige paspoorten zal de beslissing, indien het een paspoort van een medeverdachte betreft, bij het betreffende vonnis van die medeverdachte worden opgenomen. Ten aanzien van de resterende paspoorten, op naam van [K] en [L] , zal de rechtbank de teruggave gelasten aan de rechthebbende.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is met betrekking tot de vervalste horloges van ‘Jacques Richal Jr.’ en ‘Emporio Armani’ van oordeel dat dit voorwerpen zijn die “van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang”. Van deze horloges kan op basis van het dossier worden vastgesteld dat deze zijn verkregen uit de baten van het misdrijf (artikel 36c Sr). Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voornoemde in beslag genomen horloges, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer en de rechtbank zal deze goederen dan ook onttrekken aan het verkeer.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de in beslag genomen pepperspray van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en zal dit goed onttrekken aan het verkeer.

Geen beslissing

De rechtbank merkt verder op dat het voorwerp onder nummer 1934343 niet is omschreven, benoemd of geduid. Er is alleen een nummer opgenomen en de rechtbank kan hier derhalve ook geen beslissing op nemen.

[adres]

Teruggave

Met betrekking tot de in beslag genomen ‘munten bekertje kassa’ gelast de rechtbank de teruggave aan de verdachte, aangezien het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet.

[adres]

Teruggave

Ten aanzien van de inbeslaggenomen afstandsbediening van de Mercedes Benz, de gouden armband en het Nederlandse paspoort op naam van ‘ [M] ’ gelast de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende aangezien het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen pistool (met serienummer [serienummer] ) van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en zal dit goed onttrekken aan het verkeer.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 140, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 10a en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 5 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3, en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2, 3, en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar;

- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

Beslag

Teruggave

- gelast de teruggave aan de rechthebbende [K] , van de voorwerpen genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 1907932 en 1907934;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende [L] , van het voorwerp genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten het goed met het nummer: 1907956;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende [M] , van het voorwerp genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten het goed met het nummer: 1906705;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de voorwerpen genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 1906597 en 1934322;

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 1907930, 1907953, 1908595, 1906524;

Verbeurdverklaring

- gelast de verbeurdverklaring van de voorwerpen genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 1907690 en 1907712;

Onttrekking

- gelast de onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 1907703, 1934348, 1907506 en 1908303.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. A.C. van den Boogaard en D. Riani el Achhab, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Kappel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juni 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 20 november 2017, te Utrecht en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of te Tanger en/of elders in Marokko en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(van) één of meer voorwerp(en), te weten:

A. twee appartementen in [woonplaats] (Marokko), te weten:

- appartement ‘ [naam] ’ nummer [adres] , 7de verdieping met appartementsnummer [nummer] (registratienummer 173.835/06) en/of

- appartement ‘ [naam] ’ nummer [adres] , 7de verdieping met appartementsnummer [nummer] (registratienummer 173.836/06)

(financieel einddossier o.a. ordner 6, p.2027 e.v.)

en/of

B. één of meer contante geldbedrag(en) van in totaal €271.705,72,-

(doorzoeking [adres] te [woonplaats] , o.a. p.13 witwasdossier [medeverdachte 4] & [medeverdachte 5] )

(sub a)

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft/hebben verborgen of verhuld en/of heeft/hebben verborgen of verhuld wie de rechthebbende van het voorwerp was en/of het voorwerp voorhanden had

en/of

(sub b)

heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

en/of

C. één of meer contante uitgaven bij [bedrijf 1] van in totaal €63.273,75,- (financieel einddossier o.a. ordner 3, p.814 e.v.)

(sub b)

heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat voornoemd(e) voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk -onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en hij aldus van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

art 420bis/ter lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 420bis/ter lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 47 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 21 februari 2017 te

Utrecht en/of Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in België, Suriname

en/of Marokko en/of Duitsland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het in vereniging opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen

van cocaïne, en/of

- het in vereniging opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of

vervoeren van cocaïne, en/of

- het in vereniging opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, in elk geval opzettelijk

aanwezig hebben, van (telkens) meer dan 30 gram hennep en/of

- opzettelijk in vereniging witwassen

art 11a lid 1 Opiumwet

art 140 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2016

tot en met 21 februari 2017 in België en/of in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld

en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk

aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid hennep en/of een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

4.

hij in of omstreeks de periode van 6 december 2016 tot en met 14 december 2016

te Utrecht en/of (elders) in Nederland en/of te Suriname

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een

feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor

te bereiden en/of te bevorderen,

te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne

zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen,

te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te

zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

en/of

zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen

van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) toen aldaar

afspraken gemaakt over de (naam van de) boot (waarin de cocaïne vervoerd moest

worden) en/of

afspraken gemaakt over de haven in Ecuador of Panama waar voornoemde boot naar

toe moest varen en/of

afspraken gemaakt, althans aanwijzingen gegeven, over wat de (legale) lading

van de boot moest zijn en/of

afspraken gemaakt, althans aanwijzingen gegeven over de gang van zaken bij de

douane en/of

geïnformeerd naar de prijs van de handel en/of

afspraken gemaakt, althans aanwijzingen gegeven over welke personen aanwezig

moesten zijn bij het uitladen van de containers en/of

afspraken gemaakt, althans aanwijzingen gegeven over de te ontvangen code

(die nodig is voor het uitklaren van een container)

art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

5.

hij op of omstreeks 21 februari 2017 te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III,

te weten een pistool (merk Jericho, model 941FS, kaliber 9 x 19 mm),

voorhanden heeft gehad;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

art 47 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van processen-verbaal die als bijlagen zijn opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, opgemaakt door politie Midden-Nederland, Dienst Regionale Recherche, te weten dossiernummer 2016181920E (09CORE16), doorgenummerd 1 tot en met 3043 (tactisch einddossier), het financieel dossier, doorgenummerd 1 tot en met 170 (ordner I, Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel) en 1 tot en met 2376 (ordner 2 tot en met 6) en het dossier met nummer PL0900-2017171535, doorgenummerd 1 tot en met 128 (einddossier [N]). Wanneer paginanummers verwijzen naar andere processen-verbaal, dan wordt dit expliciet vermeld. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte en in de wettelijke vorm zijn opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 11] d.d. 3 oktober 2016, ordner 1, pagina 45.

3 Proces-verbaal vaststellen identiteit gebruiker telefoonnummer 31647729530 van [verbalisant 1] d.d. 12 december 2016, ordner 1, pagina 67.

4 Proces-verbaal van stemherkenning van [verbalisant 2] d.d. 13 maart 2017, ordner 1, pagina 130.

5 Proces-verbaal vaststellen identiteit d.m.v. stemherkenning van [verbalisant 1] d.d. 25 januari 2017, ordner 1, pagina 103.

6 Proces-verbaal vaststellen identiteit d.m.v. stemherkenning van [verbalisant 1] d.d. 25 januari 2017, ordner 1, pagina 104.

7 Proces-verbaal vaststellen identiteit d.m.v. stemherkenning van [verbalisant 1] d.d. 25 januari 2017, ordner 1, pagina 105.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [verbalisant 1] bij de rechter-commissaris d.d. 16 januari 2018, pagina 2-4.

9 Proces-verbaal vaststellen identiteit ([medeverdachte 3]) van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 februari 2017, ordner 1, pagina 215.

10 Proces-verbaal vaststellen identiteit ([medeverdachte 3]) van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 februari 2017, ordner 1, pagina 219.

11 Proces-verbaal vaststellen identiteit ([medeverdachte 3]) van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 februari 2017, ordner 1, pagina 218.

12 In deze bewijsoverweging worden de telefoonnummers aangeduid met de laatste 4 cijfers van de in het dossier opgenomen nummers.

13 Proces-verbaal vaststellen identiteit gebruiker telefoonnummer 31647729530 van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 12 december 2016, ordner 1, pagina 67; Proces-verbaal van stemherkenning van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 13 maart 2017, ordner 1, pagina 131-132.

14 Proces-verbaal vaststellen identiteit d.m.v. stemherkenning van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 26 januari 2017, ordner 1, pagina 86-87.

15 Proces-verbaal vaststellen identiteit ([telefoonnummer]) van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 16 februari 2017, ordner 1, pagina 372.

16 Proces-verbaal vaststellen identiteit gebruiker ([medeverdachte 1]) van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 8 februari 2017, ordner 1, pagina 388.

17 Proces-verbaal handelslijn [medeverdachte 1] [telefoonnummer] van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 28 februari 2017, ordner 1, pagina 411.

18 Proces-verbaal handelslijn [medeverdachte 1] [telefoonnummer] van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 1 maart 2017, ordner 1, pagina 433.

19 Proces-verbaal vaststellen identiteit gebruiker ([medeverdachte 1]) van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 22 februari 2017, ordner 1, pagina 465.

20 Proces-verbaal vaststellen identiteit ([telefoonnummer]) van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 februari 2017, ordner 1, pagina 210.

21 Proces-verbaal vaststellen identiteit gebruiker ([telefoonnummer]) van verbalisant [verbalisant 13] d.d. 24 januari 2017, ordner 1, pagina 285.

22 Proces-verbaal van bevindingen ([telefoonnummer]) van verbalisant [verbalisant 4] d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 593-594.

23 Proces-verbaal vaststellen identiteit gebruiker ([telefoonnummer]) van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 15 februari 2017, ordner 1, pagina 509.

24 Proces-verbaal vaststellen identiteit gebruiker ([medeverdachte 5]) van verbalisant [verbalisant 13] d.d. 23 januari 2017, ordner 1, pagina 534.

25 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 december 2016, ordner II, pagina 568.

26 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 december 2016, ordner II, pagina 569.

27 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 december 2016, ordner II, pagina 568.

28 Een verklaring bij de rechter-commissaris van [getuige 3] d.d. 3 december 2018, p. 4.

29 Een tapgesprek, sessienummer 313, ordner 2, pagina 630.

30 Een tapgesprek, sessienummer 313, ordner 2, pagina 631.

31 Een tapgesprek, sessienummer 313, ordner 2, pagina 632.

32 Een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] (tapgesprek 324) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 608.

33 Een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] (tapgesprek 347) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 611.

34 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 351) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 612.

35 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 353) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 614.

36 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 356) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 614.

37 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 364) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 615.

38 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 166534407) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 616.

39 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 166535057) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 616.

40 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 55) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 618.

41 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 14] d.d. 21 februari 2017, ordner 5, pagina 1861.

42 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 14] d.d. 21 februari 2017, ordner 5, pagina 1865.

43 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 14] d.d. 21 februari 2017, ordner 5, pagina 1869.

44 Proces-verbaal indicatieve test van [verbalisant 15] d.d. 22 februari 2017, ordner 5, pagina 1874.

45 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 16] d.d. 22 februari 2017, ordner 5, pagina 1882-1883.

46 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 9836) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 677.

47 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 677.

48 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 678.

49 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 679.

50 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 13016) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 681.

51 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 678.

52 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 112) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 681.

53 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 682-683.

54 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 172) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 683.

55 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 172) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 684.

56 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 684.

57 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 172) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 685.

58 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 184) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 685.

59 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 686.

60 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 185) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 686.

61 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 201) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 689.

62 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 274) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 690.

63 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 289) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 691.

64 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 340, samengevat door verbalisant) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 689.

65 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 471) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 696.

66 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 621) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 699.

67 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 621) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 670.

68 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 662) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 700-701.

69 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 623) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 701-702.

70 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 624) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 703-704.

71 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 624) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 706.

72 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 17] , ordner 5, pagina 2006.

73 Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] d.d. 21 februari 2017, ordner 3, pagina 1024-1028 (inclusief fotobijlagen).

74 Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] d.d. 22 februari 2017, ordner 3, pagina 1166.

75 Een verhoor van getuige onder ede, [getuige 4] , afgelegd bij de onderzoeksrechter bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg [gemeente] .

76 Overzicht reisbewegingen van [verdachte] , ordner 1, pagina 117-119 (en proces-verbaal van relaas, ordner 1, pagina 51).

77 Proces-verbaal van relaas, ordner 1, pagina 51-52.

78 Getuigeverklaring van [medeverdachte 3] , afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2019.

79 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 18] (LOVJZ-verzoek 3 mei 2016), dossier witwassen, pagina 228.

80 Resultaat Buitenlandbevraging Financial Intelligence Unit [verbalisant 19] d.d. 26 augustus 2016, dossier witwassen, pagina 247.

81 Akte verkoop onroerend goed, financieel dossier ordner 6, pagina 2028 en 2034.

82 Gezamenlijke eigendomsverklaring, nationaal agentschap ter registratie van onroerende goederen (Kadaster) en cartografie d.d. 28 maart 2017, financieel dossier, pagina 1945.

83 Gezamenlijke eigendomsverklaring, nationaal agentschap ter registratie van onroerende goederen (Kadaster) en cartografie d.d. 28 maart 2017, financieel dossier, pagina 1948.

84 Akte verkoop onroerend goed, financieel dossier ordner 6, pagina 2024 en 2034.

85 Een tapgesprek, sessienummer 292, ordner 6, pagina 2230.

86 Een tapgesprek, sessienummer 3889, dossier witwassen, pagina 268.

87 Uittreksel van de Kamer van Koophandel, gegenereerd op 13 juni 2016, ordner 1, pagina 69.

88 Uittreksel van de Kamer van Koophandel, gegenereerd op 13 juni 2016, ordner 1, pagina 70.

89 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] d.d. 16 maart 2017, ordner 3, pagina 1561-1562 (inclusief bijlagen).

90 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 1 juni 2017, ordner 4, p. 1581.

91 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 1 juni 2017, ordner 4, p. 1582.

92 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 1 juni 2017, ordner 4, p. 1583.

93 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van verbalisant [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2311.

94 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van verbalisant [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2312.

95 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2313.

96 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2314.

97 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2315.

98 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2317.

99 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2328.

100 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2329-2330.

101 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2331-2332.

102 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2332-2334.

103 Een tapgesprek, sessienummer 11454, ordner 1, pagina 78.

104 Een tapgesprek, sessienummer 86, ordner 1, pagina 2205.

105 Een tapgesprek, sessienummer 1834, ordner 1, pagina 240.

106 Een tapgesprek, sessienummer 2239, ordner 6, pagina 2209.

107 Een tapgesprek, sessienummer 2934, ordner 6, pagina 2212.

108 Een tapgesprek, sessienummer 2935, ordner 6, pagina 2213.

109 Hoge Raad 9 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1500.

110 Hoge Raad 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4440; Hoge Raad 28 januari 2014, ECLI:HR:2014:188.

111 Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2344; ECLI:NL:HR:2019:4

112 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 18] (LOVJZ-verzoek 3 mei 2016), dossier witwassen, pagina 228.

113 Resultaat Buitenlandbevraging Financial Intelligence Unit [verbalisant 19] d.d. 26 augustus 2016, dossier witwassen, pagina 247.

114 Akte verkoop onroerend goed, financieel dossier ordner 6, pagina 2028 en 2034.

115 Gezamenlijke eigendomsverklaring, nationaal agentschap ter registratie van onroerende goederen (Kadaster) en cartografie d.d. 28 maart 2017, financieel dossier, pagina 1945.

116 Gezamenlijke eigendomsverklaring, nationaal agentschap ter registratie van onroerende goederen (Kadaster) en cartografie d.d. 28 maart 2017, financieel dossier, pagina 1948.

117 Akte verkoop onroerend goed, financieel dossier ordner 6, pagina 2024 en 2034.

118 Een tapgesprek, sessienummer 292, ordner 6, pagina 2230.

119 Een tapgesprek, sessienummer 3889, dossier witwassen, pagina 268.

120 Uittreksel van de Kamer van Koophandel, gegenereerd op 13 juni 2016, ordner 1, pagina 69.

121 Uittreksel van de Kamer van Koophandel, gegenereerd op 13 juni 2016, ordner 1, pagina 70.

122 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] d.d. 16 maart 2017, ordner 3, pagina 1561-1562 (inclusief bijlagen ).

123 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 1 juni 2017, ordner 4, p. 1581.

124 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 1 juni 2017, ordner 4, p. 1582.

125 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 1 juni 2017, ordner 4, p. 1583.

126 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van verbalisant [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2311.

127 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van verbalisant [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2312.

128 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2313.

129 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2314.

130 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2315.

131 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname van [verbalisant 8] d.d. 25 februari 2017, ordner 6, pagina 2317.

132 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2328.

133 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2329-2330.

134 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2331-2332.

135 Een proces-verbaal fotoreportage van [verbalisant 9] d.d. 21 februari 2017, ordner 6, pagina 2332-2334.

136 Een tapgesprek, sessienummer 150, ordner 6, pagina 2205.

137 Een tapgesprek, sessienummer 11454, ordner 1, pagina 78.

138 Een tapgesprek, sessienummer 86, ordner 1, pagina 2205.

139 Een tapgesprek, sessienummer 982, ordner 6, pagina 2206.

140 Een tapgesprek, sessienummer 184, ordner 1, pagina 406.

141 Een tapgesprek, sessienummer 1020, ordner 1, pagina 408.

142 Een tapgesprek, sessienummer 1834, ordner 1, pagina 240.

143 Een tapgesprek, sessienummer 2025, ordner 6, pagina 2207.

144 Een tapgesprek, sessienummer 2184, ordner 6, pagina 2208.

145 Een tapgesprek, sessienummer 2239, ordner 6, pagina 2209.

146 Een tapgesprek, sessienummer 2934, ordner 6, pagina 2212.

147 Een tapgesprek, sessienummer 2935, ordner 6, pagina 2213.

148 Een tapgesprek, sessienummer 27, ordner 7, pagina 423.

149 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 9836) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 677.

150 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 677.

151 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 678.

152 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 679.

153 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 13016) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 681.

154 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 678.

155 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 112) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 681.

156 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 682-683.

157 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 172) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 683

158 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 172) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 684.

159 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 684.

160 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 172) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 685.

161 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 184) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 685.

162 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 686.

163 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 185) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 686.

164 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 201) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 689.

165 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 274) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 690.

166 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 289) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 691.

167 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 340, samengevat door verbalisant) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 689.

168 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 470, samengevat door verbalisant) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 695.

169 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 471) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 696.

170 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 471) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 698.

171 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 621) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 699.

172 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 621) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 670.

173 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 662) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 700-701.

174 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 623) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 701-702.

175 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 624) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 703-704.

176 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 624) d.d. 24 januari 2017, ordner 2, pagina 706.

177 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 17] , ordner 5, pagina 2006.

178 Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] d.d. 21 februari 2017, ordner 3, pagina 1024-1028 (inclusief fotobijlagen).

179 Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] d.d. 22 februari 2017, ordner 3, pagina 1166.

180 Een verhoor van getuige onder ede, [getuige 4] , afgelegd bij de onderzoeksrechter bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg [gemeente] .

181 Overzicht reisbewegingen van [verdachte] , ordner 1, pagina 117-119 (en proces-verbaal van relaas, ordner 1, pagina 51).

182 Proces-verbaal van relaas, ordner 1, pagina 51-52.

183 Getuigeverklaring van [medeverdachte 3] , afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2019.

184 Een tapgesprek, sessienummer 25, ordner 7, pagina 340.

185 Een tapgesprek, sessienummer 149, ordner 1, pagina 498.

186 Een tapgesprek, sessienummer 153, ordner 1, pagina 476.

187 Een tapgesprek, sessienummer 209, ordner 1, pagina 427.

188 Een tapgesprek, sessienummer 1240, ordner 2, pagina 790.

189 Een tapgesprek, sessienummer 166984820, ordner 7, pagina 401.

190 Een tapgesprek, sessienummer 2057, ordner 7, pagina 408.

191 Een tapgesprek, sessienummer 25, ordner 1, pagina 421.

192 Een tapgesprek, sessienummer 893, ordner 1, pagina 425.

193 Een tapgesprek, sessienummer 3823, ordner 1, pagina 446.

194 Een tapgesprek, sessienummer 3823, ordner 1, pagina 447.

195 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 15 maart 2017, ordner 4, p. 1570.

196 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 15 maart 2017, ordner 4, p. 1571.

197 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 15 maart 2017, ordner 4, p. 1572.

198 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 15 maart 2017, ordner 4, p. 1573.

199 Een tapgesprek, sessienummer 166982839, ordner 2, pagina 742.

200 Een tapgesprek, sessienummer 66983036, ordner 2, pagina 744.

201 Een tapgesprek, sessienummer 166984707, ordner 2, pagina 794.

202 Een tapgesprek, sessienummer 46, ordner 2, pagina 747.

203 Een proces-verbaal van bevindingen E153, E175, E163, E151, E142, E139, E134, E131, E118 en E101 (observatie 4 januari 2017) d.d. 4 januari 2017, ordner 2, pagina 776.

204 Een proces-verbaal van bevindingen E153, E175, E163, E151, E142, E139, E134, E131, E118 en E101 (observatie 4 januari 2017) d.d. 4 januari 2017, ordner 2, pagina 777.

205 Een proces-verbaal van bevindingen E153, E175, E163, E151, E142, E139, E134, E131, E118 en E101 (observatie 4 januari 2017) d.d. 4 januari 2017, ordner 2, pagina 778.

206 Een proces-verbaal van bevindingen E153, E175, E163, E151, E142, E139, E134, E131, E118 en E101 (observatie 4 januari 2017) d.d. 4 januari 2017, ordner 2, pagina 781.

207 Een tapgesprek, sessienummer 322, ordner 2, pagina 753.

208 Een tapgesprek, sessienummer 243, ordner 2, pagina 755.

209 Een tapgesprek, sessienummer 815, ordner 2, pagina 766.

210 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 december 2016, ordner II, pagina 568.

211 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 december 2016, ordner II, pagina 569.

212 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 december 2016, ordner II, pagina 568.

213 Een verklaring bij de rechter-commissaris van [getuige 3] d.d. 3 december 2018, p. 4.

214 Een tapgesprek, sessienummer 313, ordner 2, pagina 630.

215 Een tapgesprek, sessienummer 313, ordner 2, pagina 631.

216 Een tapgesprek, sessienummer 313, ordner 2, pagina 632.

217 Een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] (tapgesprek 324) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 608.

218 Een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] (tapgesprek 347) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 611.

219 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 351) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 612.

220 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 353) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 614

221 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 356) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 614

222 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 364) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 615.

223 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 166534407) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 616.

224 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 166535057) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 616.

225 Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] (tapgesprek 55) d.d. 9 januari 2017, ordner 2, pagina 618.

226 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 14] d.d. 21 februari 2017, ordner 5, pagina 1861.

227 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 14] d.d. 21 februari 2017, ordner 5, pagina 1865.

228 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 14] d.d. 21 februari 2017, ordner 5, pagina 1869.

229 Proces-verbaal indicatieve test van [verbalisant 15] d.d. 22 februari 2017, ordner 5, pagina 1874.

230 Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 16] d.d. 22 februari 2017, ordner 5, pagina 1882-1883.