Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:260

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-01-2019
Datum publicatie
19-02-2019
Zaaknummer
6699194
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6699194 UC EXPL 18-2358 HA/1035

Vonnis van 30 januari 2019

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.A.M. Drinkenburg

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. D.A. Molier.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 13 juni 2018, waarin een comparitie van partijen is gelast.

1.2.

Op 23 november 2018 heeft de genoemde comparitie van partijen plaatsgevonden. Hierbij zijn partijen met hun gemachtigden verschenen. Tijdens deze comparitie hebben partijen afgesproken dat zij zouden proberen om hun geschil samen op te lossen. Zij hebben de kantonrechter op 12 december 2018 laten weten dat dit niet is gelukt.

1.3.

Vervolgens is bepaald dat vonnis zou worden gewezen.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

Deze zaak gaat over een auto, een McLaren MP4-12 C Spider, een speciale “limited edition” waarvan slechts vijftig exemplaren door McLaren zijn geproduceerd. [eiser] heeft deze auto op 3 februari 2014 van [gedaagde] gekocht en hiervoor een bedrag van

€ 302.599,- betaald. [eiser] heeft daarnaast voor een bedrag van (volgens hem)

€ 30.000,- extra onderdelen bij [gedaagde] gekocht en door [gedaagde] in en aan de auto laten plaatsen, waaronder zogeheten full carbon spiegels. Volgens [eiser] heeft hij vanaf het begin problemen met de auto gehad, die vrijwel allemaal te maken hadden met de software van de auto (het zogenaamde IRIS systeem).

2.2.

[eiser] heeft hierover onder andere het volgende naar voren gebracht. Allereerst bleek in maart 2014 dat het ingebouwde Stinger systeem (dat onder andere wordt gebruikt om gereden kilometers te registreren) was verroest. De kilometerstand bedroeg toen slechts 280. Vervolgens zijn er diverse storingsmeldingen geweest, waaronder in juni 2014, toen er sprake was van een “Engine Failure”. De auto is toen naar de werkplaats van [gedaagde] gebracht voor herstelwerkzaamheden. Twee dagen later deed zich echter een nieuwe storing voor, een “Engine System Fault” met de melding “Call McLaren Service Centre”. De auto is toen opnieuw naar de werkplaats van [gedaagde] gebracht. Nadat de auto aan [eiser] was teruggegeven, bleken de problemen nog steeds aanwezig te zijn. Toen de auto een kilometerstand van 4722 had, viel de auto zelfs uit. Op het display van de boordcomputer stonden achtereenvolgens diverse foutmeldingen. Vervolgens blokkeerde in de zomer van 2014 de achteruitrijcamera en gaf de boordcomputer een foutmelding met de tekst “No key found within vehicle”, waardoor de auto niet kon starten. Ook viel toen het audio systeem uit en blokkeerde het IRIS systeem opnieuw. Daarna ontstonden er problemen met het Cobra alarmsysteem, met als gevolg dat [eiser] diverse meldingen ontving dat de auto was gestolen, terwijl dat niet zo was. In 2015 heeft er een update plaatsgevonden, waarbij het gehele IRIS/software systeem is vernieuwd. Volgens [eiser] liet [gedaagde] toen weten dat de software problemen waren opgelost.

2.3.

In de periode daarna tot 10 juni 2016 hebben zich volgens [eiser] echter toch nog storingen aan de IRIS software voorgedaan en werkte het zogenaamde track & trace voertuigvolgsysteem niet goed. Omdat [eiser] [gedaagde] niet meer vertrouwde, heeft hij de auto naar een McLaren dealer in [vestigingsplaats] gebracht. Deze dealer kon de problemen met het alarmsysteem echter niet verhelpen. In september 2016 was er volgens [eiser] weer een nieuwe storing: door een grote lekkage in het koelsysteem liep de temperatuur van de motor plotseling zeer snel op. Ook toen is de auto weer naar de McLaren dealer in [vestigingsplaats] gebracht. De rechtsbijstandsverzekeraar van [eiser] heeft hierover op 21 oktober 2016 een brief aan [gedaagde] gestuurd, waarop [gedaagde] haar liet weten dat zij niet over de klacht kon oordelen omdat de auto niet bij haar was gebracht. Nadat de auto door de dealer in [vestigingsplaats] weer aan [eiser] was teruggegeven, is in april 2017 tijdens het rijden een carbon bovendeel van de rechterspiegel gewaaid. Uit onderzoek bleek dat dit kwam omdat de spiegel op een ondeugdelijke wijze was gemonteerd. Daarnaast gaf het IRIS systeem opnieuw een foutmelding: op de boordcomputer was deze keer “sorry, geen tuner gevonden” te lezen. Op 11 september 2017 heeft [eiser] de koopovereenkomst vanwege deze laatste twee omstandigheden uiteindelijk ontbonden, [gedaagde] gesommeerd om de koopsom aan haar terug te betalen en de kosten van het hiervoor genoemde onderzoek aan haar te vergoeden. [gedaagde] heeft aan deze sommatie echter geen gehoor gegeven, aldus nog steeds [eiser] .

2.4.

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad (samengevat) voor recht verklaart dat de koopovereenkomst op 11 september 2017 buitengerechtelijk is ontbonden dan wel dat de kantonrechter de overeenkomst zelf ontbindt of (als dat niet kan) de koopovereenkomst vernietigt omdat [eiser] bij het sluiten daarvan heeft gedwaald en [gedaagde] (in alle gevallen) veroordeelt tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 339.609,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 september 2017. Daarnaast vordert [eiser] dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 3.291,58, onderzoekskosten van € 756,25 en de proceskosten.

2.5.

Volgens [gedaagde] moeten deze vorderingen worden afgewezen. Zij heeft er onder meer op gewezen dat [eiser] alleen in de periode tussen maart 2014 en september 2014 met klachten bij haar is gekomen en dat de toen gemelde problemen met de auto telkens door haar zijn opgelost. Nadat [gedaagde] in juni 2015 voor een update van de software had gezorgd, wat niets met een klacht van [eiser] te maken had, heeft zij de auto niet meer gezien. [eiser] heeft toen ook niet meer over de auto bij haar geklaagd. In de brief van 11 september 2017, waarin de koopovereenkomst is ontbonden, worden als reden voor de ontbinding alleen het afbreken van de rechterspiegel van de auto genoemd en het opnieuw of nog steeds niet functioneren van het IRIS systeem, doordat dit systeem de melding “sorry, geen tuner” gaf. Dat de rechterbuitenspiegel van de auto is afgebroken, betekent niet dat de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. In ieder geval is het zo dat dit gebrek vanwege haar geringe betekenis een ontbinding van deze overeenkomst niet rechtvaardigt. Wat betreft de gebreken aan het IRIS systeem: als deze gebreken vanwege hun omvang al tot een ontbinding van de overeenkomst zouden kunnen leiden, dan geldt dat [eiser] niet aan zijn klachtplicht heeft voldaan. [eiser] had hierover (opnieuw) bij [gedaagde] moeten klagen en haar in de gelegenheid moeten stellen dit gebrek te verhelpen. Dat heeft hij niet gedaan. [eiser] heeft de overeenkomst dus niet rechtsgeldig ontbonden. Tot slot is het zo dat de vordering om de koopovereenkomst te vernietigen is verjaard en dat voor een vernietiging ook geen grond zou hebben bestaan.

2.6.

[gedaagde] heeft zelf ook vorderingen ingesteld (in reconventie dus), maar voorwaardelijk, namelijk voor het geval één of meer van de vorderingen van [eiser] worden toegewezen.

2.7.

Voor de kantonrechter is duidelijk dat de software (het IRIS systeem) van de auto regelmatig voor problemen heeft gezorgd. Dit moet voor [eiser] erg frustrerend zijn geweest, zeker omdat het hier gaat om een zeer exclusieve en dure auto. Uit dat wat in de dagvaarding is geschreven en wat [eiser] tijdens de comparitie heeft verteld, kan worden afgeleid dat het afbreken van de spiegel en het opnieuw niet goed functioneren van het IRIS systeem in 2017 voor hem de druppel vormden. Dat is misschien invoelbaar, maar hij kon de overeenkomst om deze redenen niet rechtsgeldig ontbinden. Hieronder zal worden uitgelegd waarom niet.

2.8.

In de wet (artikel 7:22 BW) is geregeld dat een koper de koopovereenkomst kan ontbinden als dat wat hij heeft gekocht gebrekkig is. Dat geldt alleen niet als het gebrek te klein of te onbelangrijk is om de ontbinding van de overeenkomst en de gevolgen van de ontbinding te rechtvaardigen. Op de koper rust wel een klachtplicht. Deze klachtplicht houdt in dat als de koper een gebrek aan het gekochte ontdekt, hij de verkoper hiervan “binnen bekwame tijd” op de hoogte moet stellen. Dit is bepaald in artikel 7:23 BW. Is de koper deze klachtplicht niet nagekomen, dan kan hij de koopovereenkomst niet ontbinden. Deze bepaling beschermt de verkoper. Niet alleen zal het voor een verkoper naarmate de tijd verstrijkt namelijk moeilijker worden om zich tegen een klacht te verweren, hij moet ook in de gelegenheid worden gesteld om een gebrek te repareren. Een koper mag de overeenkomst, kortom, niet vanwege een klein gebrek ontbinden en hij moet de verkoper tijdig na de ontdekking van een gebrek op de hoogte stellen.

2.9.

Dat is hier niet goed gegaan. Zoals vermeld, heeft [eiser] in de brief waarin hij de overeenkomst heeft ontbonden, als reden voor de ontbinding het afbreken van de spiegel genoemd en het feit dat er een nieuwe foutmelding was, die deze keer “sorry, geen tuner gevonden” liet zien. Of het afbreken van de spiegel als een gebrek moet worden gezien, kan in het midden blijven. Ook als dit zo is, kan dit gebrek een ontbinding van de koopovereenkomst namelijk niet rechtvaardigen. Daarvoor is dit gebrek te klein, hoe vervelend het ook is dat het zich heeft voorgedaan. Dat geldt ook voor de nieuwe foutmelding; dat de radiotuner het niet doet, kan niet tot een ontbinding van de overeenkomst van de auto leiden. En ook als de gebroken spiegel en de nieuwe foutmelding in samenhang worden gezien, gaat het naar het oordeel van de kantonrechter nog steeds om een (te) klein gebrek.

2.10.

Daar komt wat betreft die nieuwe foutmelding nog bij dat [gedaagde] erop heeft gewezen dat [eiser] hierover niet eerst bij haar heeft geklaagd. [eiser] heeft tijdens de comparitie niet laten weten dat hij dit wel heeft gedaan en het blijkt ook niet uit de brief waarin de overeenkomst namens hem is ontbonden. Hierin schrijft de rechtsbijstandsverzekeraar van [eiser] namelijk: “Als klap op de vuurpijl blijkt nu ook dat het IRIS systeem/de boordcomputer opnieuw niet naar behoren functioneert”. Hieruit kan worden afgeleid dat [eiser] het niet eerder met [gedaagde] over dit nieuwe gebrek heeft gehad. Hij heeft dus wat dit gebrek betreft niet aan zijn klachtplicht voldaan.

2.11.

Zoals hiervoor al vermeld, heeft de geschiedenis van eerdere foutmeldingen van het IRIS systeem bij de beslissing van [eiser] om de overeenkomst te ontbinden, een grote rol gespeeld. Voor het geval [eiser] meent dat het bij de foutmelding dat de tuner niet kan worden gevonden, weer om het gebrek gaat waarmee hij zich in 2014 een paar keer bij [gedaagde] heeft gemeld (het IRIS systeem werkt niet goed) en [gedaagde] van deze algemene klacht over het IRIS systeem dus al op de hoogte was, geldt het volgende. De keren dat [eiser] de auto in verband met die foutmeldingen bij [gedaagde] heeft gebracht, heeft [gedaagde] aan het IRIS systeem werkzaamheden verricht. Als een gerepareerde zaak aan de koper wordt afgeleverd en zich daarna (toch) weer hetzelfde gebrek voordoet, heeft de koper weer de plicht om de verkoper hiervan “binnen bekwame tijd” op de hoogte te stellen (HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ7616). De koper heeft ook dan dus weer de hiervoor genoemde klachtplicht, waaraan [eiser] niet heeft voldaan. Vast staat dat hij de auto in juni 2016 naar de dealer in [vestigingsplaats] heeft gebracht, maar dat hij zich toen bij [gedaagde] over het IRIS systeem heeft beklaagd, heeft [eiser] niet gesteld. Weliswaar heeft zijn rechtsbijstandsverzekeraar op 21 oktober 2016 een brief aan [gedaagde] gestuurd, maar hierin wordt alleen een weergave gegeven van de klachten die zich in 2014 en (in mindere mate) 2015 hadden voorgedaan en wordt als nieuwe klacht de lekkage in het koelsysteem genoemd. In deze brief staat dus niets over een nieuwe klacht over het IRIS systeem vermeld.

2.12.

[eiser] heeft de overeenkomst dus niet rechtsgeldig kunnen ontbinden. Voor een ontbinding door de kantonrechter bestaat gezien het voorgaande ook geen grond. De kantonrechter zal de overeenkomst ook niet vernietigen op grond van dwaling. [eiser] heeft ook in verband met zijn beroep op dwaling namelijk naar voren gebracht dat de auto vanwege de problemen met het IRIS systeem niet aan de overeenkomst beantwoordt. Ook voor deze vordering geldt de hiervoor genoemde klachtplicht (HR 23 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3733).

2.13.

Alle vorderingen van [eiser] zullen dus worden afgewezen. Omdat [eiser] in het ongelijk is gesteld, zal hij de proceskosten van [gedaagde] moeten vergoeden. Deze worden begroot op: € 1.922,- (2 punten x tarief € 961,-).

2.14.

Aangezien de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen, komt de kantonrechter aan beoordeling van de reconventionele vorderingen van [gedaagde] , die zoals vermeld voorwaardelijk waren ingediend, niet toe.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vorderingen af

3.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van [gedaagde] , die tot de datum van dit vonnis worden begroot op € 1.922,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

3.3.

veroordeelt [eiser] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [gedaagde] volledig aan de beslissing onder 3.2. voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,-- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving

3.4.

verklaart de beslissingen onder 3.2. en 3.3. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2019.

Type: AFH/1035

Coll: JAS/4601