Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:2467

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-05-2019
Datum publicatie
11-06-2019
Zaaknummer
C/16/478928 / KG ZA 19-226
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Vennoot van een v.o.f. heeft recht op volledige inzage in de boekhouding van deze v.o.f.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/867
OR-Updates.nl 2019-0063
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/478928 / KG ZA 19-226

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in het kort geding gehouden op 14 mei 2019

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaten mr. S.W. van Zijll en mr. D.A. Siddiqui te Rotterdam,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. K.L. Sett te Vleuten.

Eiser wordt hierna [eiser] genoemd. Gedaagden worden hierna afzonderlijk [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en gezamenlijk [gedaagde sub 1] c.s. genoemd.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, en mr. M. Braam, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

  • -

    de heer [eiser]

  • -

    mevrouw [A] (dochter van [eiser] )

  • -

    mr. S.W. van Zijll

  • -

    mr. D.A. Siddiqui

  • -

    de heer [B] (stiefzoon van [gedaagde sub 1] )

  • -

    mr. K.L. Sett.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 2 mei 2019 met producties 1 tot en met 10

  • -

    de op 13 mei 2019 van [eiser] ontvangen productie 11

  • -

    de op 13 mei 2019 van [gedaagde sub 1] c.s. ontvangen producties 1 tot en met 10

  • -

    de op 13 mei 2019 van [gedaagde sub 1] c.s. ontvangen productie 11 a t/m c

  • -

    de mondelinge behandeling van 14 mei 2019

  • -

    de pleitnota van [gedaagde sub 1] c.s.

2 Waar gaat het in dit kort geding om?

2.1.

[eiser] en [gedaagde sub 1] zijn vanaf 24 maart 2015 vennoten van de vennootschap onder firma [gedaagde sub 2] (hierna ook: “de v.o.f”). In het begin had [eiser] volledig zicht op de financiën van deze v.o.f, maar op een gegeven moment is dat veranderd. De reden daarvoor is, onder andere, dat er door [gedaagde sub 1] inmiddels een andere bankrekening voor de v.o.f wordt gebruikt en [eiser] geen toegang heeft tot deze bankrekening. [eiser] wil met dit kort geding bereiken dat hij weer volledig inzicht krijgt in de financiën van de v.o.f. Hij wil deze informatie gebruiken om te kijken hoe de samenwerking tussen hem en [gedaagde sub 1] in de v.o.f. beëindigd moet worden.

3 Mondeling vonnis

3.1.

Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. De voorzieningenrechter heeft daarna de mondelinge behandeling geschorst en na deze schorsing mondeling vonnis gewezen. Hierna volgt de vastlegging van dit mondelinge vonnis.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen, omdat hij als vennoot in privé aansprakelijk is voor het reilen en zeilen van de v.o.f., terwijl hij nu onvoldoende inzicht heeft in de financiële situatie daarvan.

4.2.

[gedaagde sub 1] erkent dat [eiser] als vennoot recht heeft op volledige inzage in de boekhouding. [gedaagde sub 1] verwijst telkens naar de boekhouder, waar alle informatie zou zijn, maar uit het dossier volgt voldoende duidelijk dat verzoeken namens [eiser] aan de boekhouder tot toegang tot die boekhouding tot nu toe niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

4.3.

Dit voert tot de slotsom dat [eiser] belang heeft bij toewijzing van zijn vorderingen. Het is mogelijk, zoals [gedaagde sub 1] zegt, dat sommige stukken er niet zijn of dat [eiser] die al heeft, maar staat aan toewijzing van de vorderingen niet in de weg. [eiser] heeft gewoon recht op inzage, niets anders.

4.4.

Gelet op de wijze waarop partijen met elkaar zijn omgegaan en de moeite die [eiser] heeft moeten doen om de stukken te krijgen, vindt de voorzieningenrechter ook dat de dwangsommen moeten worden toegewezen. Wel worden de dwangsommen gematigd tot
€ 250 per dag of dagdeel tot een maximum van € 25.000.

4.5.

[gedaagde sub 1] c.s. heeft grotendeels ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten van [eiser] betalen. Deze worden begroot op:

- betekening oproeping € 205,60

- griffierecht 297,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.482,60

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. om binnen vijf dagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] te verstrekken inzage, afschrift of uittreksel van:

  1. alle bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarbij [gedaagde sub 2] of [eiser] of [gedaagde sub 1] namens [gedaagde sub 2] partij is;

  2. de administratie van [gedaagde sub 2] , meer specifiek de bankafschriften van de bij de start van het restaurant bekende bank vanaf september 2018 tot en met heden;

  3. de administratie van [gedaagde sub 2] , meer specifiek de bankafschriften van de bank waarnaar [gedaagde sub 1] is overgestapt;

  4. e verplichtingen die [gedaagde sub 1] namens [gedaagde sub 2] is aangegaan, waaronder de bij [eiser] bekende verplichting aangaande de bedrijfsauto;

  5. eventuele leenovereenkomsten met [gedaagde sub 2] die [gedaagde sub 1] is aangegaan met zijn andere restaurants;

  6. de bankafschriften van het restaurant van [gedaagde sub 1] , genaamd [naam restaurant] , waarop bedragen van de rekening van [gedaagde sub 2] worden ontvangen;

  7. alle verwerkingen van al het ontvangen contant geld;

  8. alle arbeidsovereenkomsten die [gedaagde sub 1] heeft gesloten met de werknemers van [gedaagde sub 2] ;

  9. tankbonnen en kilometer-registratie van het gebruik van de bedrijfsauto;

  10. alle correspondentie met de Belastingdienst inzake alle aangiftes van 2015 tot en met 2018;

  11. alle correspondentie met de boekhouder.

5.2.

veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000 is bereikt,

5.3.

veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. in de proceskosten van [eiser] tot vandaag begroot op € 1.482,60,

5.4.

veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen - onder de voorwaarde dat [gedaagde sub 1] c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden - met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit mondeling vonnis is gedaan door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 14 mei 2019.

Waarvan proces-verbaal,