Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:246

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-01-2019
Datum publicatie
25-01-2019
Zaaknummer
16/659749-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland heeft een 38-jarige man uit Amersfoort veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, voor afpersing van twee supermarktmedewerkers. Bij de overval, in september 2018, heeft de man een geldbedrag van 1.055 euro buit gemaakt.

De man is op klaarlichte dag met een grote bijl naar een filiaal van de Jumbo in Amersfoort gegaan. Binnen heeft hij twee kassamedewerkers gesommeerd de kassalades open te maken en het geld aan hem te geven. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke overvallen nog geruime tijd zowel lichamelijk als geestelijk hinder en klachten kunnen ondervinden Ook rekent de rechtbank het verdachte zwaar aan dat hij zich tijdens de overval op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevoelens van de medewerkers en de klanten, waaronder een jong kind.

Tijdens de overval was de Amersfoorter onder invloed van drugs en alcohol. Daarnaast is de man gediagnosticeerd met schizofrenie en een verstandelijke beperking. In de periode voor de overval ging het steeds slechter met hem. Hij heeft toen psychische hulp gezocht, maar heeft dit vanwege de lange wachtlijsten niet gekregen. Gelet op de informatie uit het dossier en de rapporten van de deskundigen is de rechtbank van mening dat de man tijdens het plegen van de overval verminderd toerekeningsvatbaar was. Naast de gevangenisstraf legt de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden op. Zo moet hij zich verplicht laten behandelen en mag hij zich niet binnen 500 meter van het jumbo-filiaal in Amersfoort bevinden. Omdat kans op herhaling erg groot is vindt de rechtbank dat de behandeling van de man direct moet starten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659749-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1980] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in Penitentiair Psychiatrisch Centrum Haaglanden, te Scheveningen.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 26 september 2018 in Amersfoort [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , werkzaam als kassamedewerksters bij Jumbo supermarkt, heeft afgeperst door een bijl aan hen te tonen en hen te sommeren om hun kassalades te openen en hem geld te geven.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend en de raadsvrouw heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2019;

  • -

    een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] op 26 september 2018, onderdeel uitmakend van het proces-verbaal van politie van 27 september 2018 met kenmerk PL0900-2018277917, pagina’s 45 t/m 47;

  • -

    een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] op 26 september 2018, onderdeel uitmakend van het proces-verbaal van politie van 27 september 2018 met kenmerk PL0900-2018277917, pagina’s 48 t/m 50;

  • -

    een geschrift, als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafvordering, te weten een proces-verbaal verhoor aangever [aangever] , namens Jumbo, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] op 27 september 2018, onderdeel uitmakend van het proces-verbaal van politie van 27 september 2018 met kenmerk PL0900-2018277917, pagina’s 75 t/m 77.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 26 september 2018 te Amersfoort, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden werkzaam als kassamedewerkster bij de Jumbo, heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid bankbiljetten (in totaal ter waarde van 1055,- euro) toebehorende aan “supermarkt Jumbo” (vestiging [vestiging] ), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- met een grote bijl naar de supermarkt is gegaan en die bijl aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft getoond en

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: “Dit is een overval” en

“maak je lade open”, en

- vervolgens een plastic tas op de band van de kassa van die [slachtoffer 1]

heeft gelegd, en

- met die bijl heeft bewogen en

- tegen die op een naast de kassa van [slachtoffer 1] gelegen kassa werkzame

[slachtoffer 2] heeft gezegd: “Jij moet ook je lade openen” en “Ik wil ook jouw geld hebben”.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.


6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

afpersing, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht het met de bijl in de richting van [slachtoffer 1] bewegen niet bewezen. Wel acht hij het tonen van de bijl bewezen. De officier van justitie vordert verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot:

een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden - kort gezegd - een meldplicht, klinische opname voor de duur van maximaal 12 maanden, meewerken aan begeleid wonen en een locatieverbod van een straal van 500 meter rondom de Jumbo aan het [vestiging] te Amersfoort.

Ter onderbouwing van zijn eis voert de officier van justitie het volgende aan.

Vaststaat dat verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis. Echter heeft verdachte zichzelf door alcohol en drugs in te nemen voor een gedeelte zelf in een bepaalde toestand gebracht. Nu verdachte niet in gesprek wilde gaan met de psychiater, is niet bekend in welke mate de stoornis heeft doorgewerkt in het handelen van verdachte. Verdachte was in staat om aan een bijl te komen, deze te verstoppen en om zich tijdens de vlucht van enige kledingstukken te ontdoen. Uit deze handelwijze kan worden afgeleid dat verdachte wist waar hij mee bezig was. Wel houdt de officier van justitie, gelet op de ziekelijke stoornis van verdachte, bij zijn eis in het voordeel van verdachte rekening met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid. Strafverzwarend is de door verdachte gecreëerde angst bij de caissières en de aanwezige klanten.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om haar cliënt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van maximaal de duur dat haar cliënt in voorlopige hechtenis heeft verbleven, alsmede een voorwaardelijke straf, met de bijzondere voorwaarden, zoals voorgesteld door de reclassering. De raadsvrouw heeft daarbij aangegeven dat duidelijk is dat bij haar cliënt sprake is van een ziekelijke stoornis. In de aanloop naar het delict heeft hij tevergeefs om passende hulp gevraagd. Het innemen van alcohol en drugs was geen op zichzelf staande (bewuste) keuze, maar was ingegeven door de bij haar cliënt bestaande lijdensdruk als gevolg van zijn ziekte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte is op klaarlichte dag met een grote bijl naar de Jumbo Supermarkt in Amersfoort gegaan en heeft twee kassamedewerkers gesommeerd de kassalades open te maken en hem geld te geven. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het afpersen van deze twee caissières. Hierbij heeft hij een geldbedrag van € 1.055,- buitgemaakt.

Een dergelijk feit veroorzaakt niet alleen bij de directe slachtoffers gevoelens van onveiligheid en angst, maar ook bij de maatschappij in het algemeen. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zich tijdens de overval op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevoelens van de medewerkers en klanten van de supermarkt, waaronder een jong kind. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke overvallen daarvan nog geruime tijd zowel lichamelijk als geestelijk hinder en klachten kunnen ondervinden. Dat is ook gebleken gezien de op de terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] , waarin zij heeft duidelijk gemaakt dat de overval voor haar en haar collega grote gevolgen heeft gehad en hun werkplezier heeft aangetast.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op twee rapporten van deskundigen.

Dr. D.J. Vinkers, psychiater, heeft een Pro Justitia rapport opgesteld, gedateerd op

8 november 2018. Dit rapport houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene weigert onderzocht te worden. (…) Het is aannemelijk dat de weigering van het onderzoek voortkomt uit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van betrokkenes geestvermogens. Betrokkene is op basis van de beschikbare gegevens bekend met schizofrenie, zwakbegaafdheid en harddrugsgebruik. Betrokkene stond met een RM onder ambulante begeleiding en woonde in een beschermde omgeving bij Kwintes. Uit het overleg met zijn FACT begeleider van GGZ Centraal en met de vader van betrokkene blijkt dat het de laatste maanden steeds slechter ging met betrokkene. (…) Door vader werd aangedrongen op een klinische opname.

Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd op 12 december 2018. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Betrokkene was ten tijde van het delict onder invloed van alcohol en drugs. In de periode voor onderhavig delict, ging het met betrokkene, die is gediagnosticeerd met schizofrenie en een verstandelijke beperking, steeds slechter en ging hij alcohol en drugs gebruiken.

De heer [verdachte] woonde in een woning van Kwintes en de afgelopen periode was het onduidelijk of hij zijn woning kon behouden. Vanwege zijn verslechterde toestand was hij aangemeld voor een opname in de kliniek Juliana-Oord, maar er was een wachtlijst waardoor hij niet direct geplaatst kon worden. Betrokkene was in behandeling van het FACT team van GGZ Centraal en hij heeft sinds dertien jaar een RM lopen die hij zelf elk jaar aanvraagt. Desondanks kon de situatie zo uit de hand lopen dat betrokkene onderhavig delict pleegde.

Inmiddels is het huis van betrokkene ontruimd en zal hij na zijn detentie vooralsnog dakloos zijn, wat de kans op recidive aanmerkelijk zal vergroten. Betrokkene heeft een zeer beperkt sociaal netwerk en er wordt een te groot beroep gedaan op de vader van betrokkene.

Vooralsnog achten wij een RM onvoldoende waarborg bieden voor het verlagen van het recidiverisico. Wij vinden daarom een klinische opname en aansluitend een opname in een beschermde woonvorm als bijzondere voorwaarden en een reclasseringstoezicht noodzakelijk.

Het recidiverisico schat de Reclassering in als ‘hoog’ , evenals het risico op letselschade. Het risico dat verdachte zich onttrekt aan eventueel aan verdachte op te leggen voorwaarden schat de Reclassering in als ‘gemiddeld’.

De Reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden (te weten: een meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, begeleid wonen of maatschappelijk opvang en een locatieverbod) aan verdachte op te leggen. Door de rapporteur wordt opgemerkt dat het van belang is dat verdachte aansluitend aan zijn detentie voor behandeling wordt opgenomen in een forensische kliniek. Tenslotte wordt de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden geadviseerd.

Uit een door de verdediging overgelegd e-mailbericht van 20 december 2018, blijkt dat verdachte inmiddels staat ingeschreven bij FPA De Schelde. De raadsvrouw heeft ter zitting naar voren gebracht dat de wachtlijst in beginsel niet lang is, maar dat wel eerst een beslissing van de rechtbank nodig is.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 26 november 2018, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft ten aanzien van een winkeloverval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaar als oriëntatiepunt voor de straftoemeting.

De rechtbank ziet in het dossier en de rapporten van de deskundigen aanleiding om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De rechtbank weegt verder in het voordeel van verdachte mee dat hij voorafgaande aan de overval psychische hulp heeft gezocht, die hij helaas door een wachtlijst niet tijdig heeft kunnen krijgen. Ook heeft verdachte ter zitting meermalen zijn excuses aangeboden aan de slachtoffers. Dit alles maakt dat de rechtbank zal afwijken van het oriëntatiepunt van de LOVS. Tegelijkertijd kan niet worden volstaan met een andere straf dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de duur die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden opleggen zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd en een proeftijd van twee jaar bepalen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Gelet op voornoemd reclasseringsrapport is de rechtbank van oordeel dat de rechtbank er ernstig rekening mee moet houden dat verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zal worden opgelegd dadelijk uitvoerbaar zijn.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 644,95, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 244,95 aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.582,16, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit
€ 1.082,16 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen geheel toe te wijzen, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de vorderingen - voor wat betreft de materiële schadeposten - onvoldoende onderbouwd zijn. Niet blijkt dat is onderzocht of beide benadeelde partijen recht hadden op doorbetaling van hun loon door werkgever Jumbo. Zij verzoekt de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk te verklaren in dit deel van hun vordering.

De raadsvrouw verzoekt de immaterieel gevorderde schade te matigen nu de door de benadeelde partijen aangehaalde uitspraak niet vergelijkbaar is met onderhavige zaak.

De verdediging verzoekt ten slotte om de duur van de aan de schadevergoedingsmaatregel gekoppelde vervangende hechtenis op één dag vast te stellen nu volgens de raadsvrouw vast staat dat verdachte niet in staat zal zijn de schadevergoeding aan de slachtoffers te betalen.

9.2

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partijen als gevolg van het hiervoor onder 5 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade hebben geleden.

De gevorderde bedragen aan immateriële schade zijn voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vorderingen voor dit deel kunnen worden toegewezen.

Verder staat vast dat materiële schade, in de vorm van loonderving, is geleden door de benadeelde partijen ten gevolg van het handelen van verdachte. Ter terechtzitting is komen vast te staan dat de werkgever (Jumbo) het loon over de periode dat de benadeelde partijen niet hebben kunnen werken niet heeft uitbetaald. Onder die omstandigheid staat het de benadeelde partijen vrij om verdachte voor deze bedragen aan te spreken, waarbij de benadeelde partijen niet verder dan zij al hebben gedaan hoeven te onderbouwen waarom zij hun werkgever niet hebben aangesproken op deze schadepost.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] geheel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze wordt ten behoeve van [slachtoffer 2] berekend over het bedrag van € 644,95 vanaf 26 september 2018 tot de dag van volledige betaling en ten behoeve van [slachtoffer 1] over het bedrag van

€ 1.582,16 vanaf 26 september 2018 tot de dag van volledige betaling.

Veroordeling in kosten

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank dan ook ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 644,95, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 26 september 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 12 dagen.

Ten behoeve van [slachtoffer 1] legt de rechtbank aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.582,16 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 26 september 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 25 dagen.

De rechtbank wijst het verzoek van de raadsvrouw om de vervangende hechtenis op één dag te stellen af, nu het de rechtbank onvoldoende is gebleken dat hiertoe noodzaak bestaat.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht,

zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 vermeld;

  • -

    verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf van

14 (veertien) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd, die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorbracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot 8 (acht) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

Algemene en bijzondere voorwaarden

  • -

    stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    stelt daarbij als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich zal melden bij Reclassering Nederland, en daarna zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich aansluitend aan zijn detentie laat opnemen voor een klinische behandeling in FPA De Schelde, of een soortgelijke instelling, waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die in het kader van de behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van deze instelling aan verdachte zullen worden gegeven. De opname duurt 12 (twaalf) maanden of zoveel korter als de leiding van de zorginstelling in overleg met de reclassering wenselijk acht;

* zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten FPA De Schelde (of een soortgelijke instelling), waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die in het kader van het verblijf aan verdachte zullen worden gegeven en aan het (dag-) programma dat deze instelling in overleg met de instelling heeft opgesteld zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich niet zal bevinden binnen een straal van 500 meter van de Jumbo, [adres] te Amersfoort, zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Dadelijke uitvoerbaarheid

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;

Benadeelde partijen

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag van € 644,95 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op dit moment begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 644,95 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2018 tot de dag van algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 12 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag van € 1.582,16 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op dit moment begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.582,16 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 september 2018 tot de dag van algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen vervangende hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Falkmann, voorzitter, mrs. C.E.M. Nootenboom-Lock en A.R. Creutzberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Harskamp-Snoeren, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 januari 2019.

Bijlage:

De tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 september 2018 te Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk om zich en / of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] (beiden werkzaam als kassamedewerkster bij de

Jumbo) heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid bankbiljetten (in

totaal ter waarde van 1055 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan "supermarkt Jumbo" (vestiging [vestiging] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte

- met een (grote) bijl, althans een voor afdreiging geschikt voorwerp, naar de

supermarkt is gegaan en/of die bijl, althans dat voor afdreiging geschikte

voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft getoond en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Dit is een overval" en/of

"maak je lade open", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- ( vervolgens) een plastic tas op de (band van de) kassa van die [slachtoffer 1]

heeft gegooid, althans gelegd, en/of

- met die bijl, althans dat voor afdreiging geschikte voorwerp, heeft bewogen

in de richting van die [slachtoffer 1] en/of

- tegen die (op een naast de kassa van [slachtoffer 1] gelegen kassa werkzame)

[slachtoffer 2] heeft gezegd: : "Jij moet ook je lade openen" en/of " Ik wil ook

jouw geld hebben", althans woorden van gelijke aard of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht