Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:2413

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-05-2019
Datum publicatie
31-05-2019
Zaaknummer
16/039750-19 en 16/033971-19 (ter terechtzitting gevoegd) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een afpersing, waarbij hij samen met de medeverdachten een jongen die hij kort daarvoor had ontmoet door geweld en bedreiging met geweld heeft gedwongen diens spullen aan hen af te geven.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank onder andere rekening gehouden met het reclasseringsadvies. De reclassering adviseert onder andere een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een gedragsinterventie, een alcoholverbod, een locatieverbod, een contactverbod, het meewerken aan middelencontrole en woonbegeleiding.

De beslissing zal worden gegeven overeenkomstig het volwassenstrafrecht. Vanwege de aard en ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Gelet op de oriëntatiepunten van het LOVS en het feit dat de rechtbank het belangrijk acht dat snel met de uitvoering van de bijzondere voorwaarden zal worden begonnen en dat verdachte snel weer een opleiding zal kunnen starten, zal de rechtbank afwijken van de eis van de officier van justitie en een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met alle bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd aan verdachte opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/039750-19 en 16/033971-19 (ter terechtzitting gevoegd) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 mei 2019

in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [2000] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te PI Krimpen aan den IJssel.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 mei 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. R.E. Craenen, en van hetgeen verdachte en mr. M. Rotgans, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 16/039750-19

primair: zich op 15 februari 2019 te Utrecht samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan afpersing;

subsidiair: zich op 15 februari 2019 te Utrecht samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld;

Parketnummer 16/033971-19

primair: zich op 9 februari 2019 te Utrecht schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld;

subsidiair: zich op 9 februari 2019 te Utrecht samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan mishandeling.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 16/039750-19

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen.

Parketnummer 16/033971-19

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 16/039750-19

De raadsvrouw heeft bepleit dat op grond van het dossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de afpersing of diefstal met geweld, waardoor hij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken.

Parketnummer 16/033971-19

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte geen aandeel heeft gehad in het groepsgeweld, waardoor hij zou moeten worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde openlijk geweldpleging. De raadsvrouw heeft daarnaast bepleit dat sprake was van noodweer, danwel noodweerexces, waardoor verdachte zou moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging van de subsidiair tenlastegelegde mishandeling.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 16/039750-19

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij zich op 15 februari 2019 omstreeks 01:15 uur op het Centraal Station te Utrecht bevond. In de Albert Heijn to go raakte hij in gesprek met drie jongens. Hij kan deze jongens als volgt omschrijven:

Jongen 1:

- licht getinte huidskleur;

- vermoedelijk van origine van Marokkaanse afkomst; 2

- ongeveer 18 tot 19 jaar oud;

- ongeveer 180 centimeter lang;

- kort zwart haar;

- normaal tot breed postuur;

- geen gezichtsbeharing;

- droeg sportieve kleding.

Jongen 2:

- licht getinte huidskleur;

- vermoedelijk van origine van Marokkaanse afkomst;

- ongeveer 18 tot 19 jaar oud;

- ongeveer 175 centimeter lang;

- kort krullend zwart haar;

- tenger postuur;

- geen gezichtsbeharing;

- droeg sportieve kleding.

Jongen 3:

- licht getinte huidskleur;

- vermoedelijk van origine van Marokkaanse afkomst;

- ongeveer 18 tot 19 jaar oud;

- kort zwart achterover gekamd haar;

- geen gezichtsbeharing;

- hield zich op de achtergrond, bemoeide zich niet echt met de gesprekken;

- droeg sportieve kleding.

Vanaf het Centraal Station liep hij met de jongens richting het Molenpark. De jongens en hij zijn op het speelveld van het Molenpark op een bankje gaan zitten. Hij zag en voelde dat jongen 1 hard op de achterzijde van zijn hoofd sloeg. Hij vermoedt dat jongen 1 met zijn gebalde vuist sloeg. Hij zag vervolgens dat jongen 1 en jongen 2 een mes uit hun jas pakten. Hij zag dat ze de messen met de punt in zijn richting hielden.3 Hij hoorde de jongens zeggen dat ze zijn tas, telefoon en portemonnee wilden hebben. Hij hoorde jongen 1 vervolgens zeggen dat hij met zijn knieën op de grond moest gaan zitten. Omdat de jongens messen in hun handen hielden en op zijn lichaam gericht hielden, heeft hij zijn portemonnee en mobiele telefoon nabij het bankje neergelegd. Zijn rugtas stond nog bij het bankje. In de rugtas zat onder meer zijn laptop. Hij zag en voelde dat jongen 3 hem vanaf zijn achterzijde vastgreep. Hij zag en voelde dat de drie jongens hem tegelijk sloegen. Op een gegeven moment kwam hij op de grond te liggen. Hij zag en voelde dat hij door de jongens werd geslagen en geschopt. Hij voelde over zijn gehele lichaam pijn. Hij zag en voelde dat hij met geschoeide voeten tegen zijn hoofd werd getrapt. Hij zag en voelde dat alle drie de jongens tegen zijn hoofd trapten.4

Bijlage goederen:

- telefoon: Apple iPhone 5s, kleur grijs;

- portable computer: Apple MacBook Pro;

- rugzak, kleur blauw;

- portemonnee;

- bankbescheiden;

- geld:5 70 euro;

- hoofdtelefoon: draadloze oordopjes van Apple;

- acculader: oplader telefoon en laptop;

- parfumerieën;

- verschillende toiletartikelen.6

Verbalisant [verbalisant 1] zag op 15 februari 2019 omstreeks 01:45 een man op hem af komen lopen. Hij zag dat de man een bebloed hoofd had. Hij hoorde de man zeggen: “Ik ben zojuist overvallen. Ik ben geslagen en geschopt tegen mijn hoofd. Ze hebben mijn spullen weggenomen!”.7

Verbalisant [verbalisant 2] heeft de beelden van het Centraal Station Utrecht bekeken. Zij zag op de beelden de aangever [slachtoffer 1] lopen in het gezelschap van drie andere personen.8 Aan aangever [slachtoffer 1] is een schermafbeelding van deze beelden getoond. Aangever [slachtoffer 1] heeft bij de betreffende personen de cijfers 1, 2 en 3 gezet. Deze komen overeen met de opgegeven signalementen vanuit de aangifte. Jongen 1 op de foto betreft de aangehouden verdachte [verdachte] . Jongen 2 op de foto betreft de aangehouden verdachte [medeverdachte 1] .9

Verbalisant [verbalisant 3] heeft de beschikbaar gestelde opnamen van 15 februari 2019 bekeken. Door hem is het navolgende bevonden:

00:57 De drie verdachten in beeld in Stationshal. Achter verdachte 3 loopt de aangever [slachtoffer 1] . Ze verlaten het station via de uitgang Jaarbeursplein te Utrecht. De drie verdachten zijn herkend als:

1: [verdachte]

2: [medeverdachte 1]

3: [medeverdachte 2]10

01:03 De drie verdachten en de aangever lopen op het Jaarbeursplein, in de richting van Westplein.11

01:05 Ze steken het Westplein over.

01:05 Hierna lopen ze uit het zicht van de bewakingscamera.12

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat dat hij in de nacht van donderdag 14 februari op vrijdag 15 februari 2019 samen met [verdachte] en [medeverdachte 1] was. Zij zijn naar de Albert Heijn to go in de stationshal geweest. Zij kwamen daar een Syrische man tegen. Zij zijn met hem opgelopen.13

Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon is die te zien is op de camerabeelden van het Centraal Station.14

Op 16 februari 2019 zijn verbalisanten binnengetreden in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Op dit adres staat onder andere [medeverdachte 1] ingeschreven.15 In de slaapkamer van [medeverdachte 1] is onder meer een rugtas van het merk Cast Iron in beslag genomen. In de berging, behorende bij de woning, is een Apple MacBook Pro (laptop) in beslag genomen.16

Verbalisant [verbalisant 2] heeft telefonisch contact opgenomen met aangever [slachtoffer 1] . Zij vroeg hem zijn rugzak te omschrijven. Zij hoorde hem verklaren dat zijn tas een rugzak betrof van het merk Cast Iron en dat de tas blauw/denim van kleur was. Zij hoorde hem verklaren dat er een oplader van de MacBook, lenzenvloeistof van het merk Optifree, een blauwe waterfles van het merk Dopper en een lenzenhouder in de kleur groen en wit. Van opsporingsambtenaar [verbalisant 4] , die bij de doorzoeking in de woning aan de [adres] te [woonplaats] aanwezig was, ontving zij twee foto’s waarop een rugzak van Cast Iron te zien was. [verbalisant 4] gaf aan dat er onder andere een flesje lenzenvloeistof, een houder voor lenzen in de kleur groen met wit, een blauwe Dopper fles en een oplader voor een Apple MacBook, inzaten.17

Verbalisant [verbalisant 2] heeft de in de woning aan de [adres] te [woonplaats] aangetroffen en inbeslaggenomen Apple MacBook Pro bekeken en aangezet. Zij zag de gebruikersnaam [gebruikersnaam] verschijnen. Zij zag dat er over de ingebouwde webcam een zilverkleurig stickertje geplakt was. Door haar werd telefonisch contact gezocht met aangever [slachtoffer 1] . Zij vroeg hem wat zijn gebruikersnaam was. Zij hoorde dat het [gebruikersnaam] was. Zij vroeg hem ook naar de webcam. Zij hoorde hem zeggen dat hij daar een klein zilverkleurig stickertje over had geplakt. De aangetroffen Apple MacBook betreft de weggenomen MacBook van aangever [slachtoffer 1] .18

Bewijsoverwegingen

De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte, samen met aangever [slachtoffer 1] en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , op 15 februari 2018 omstreeks 01:00 uur vanaf Centraal Station Utrecht naar het Westplein is gelopen. Omstreeks 01:45 uur werd aangever [slachtoffer 1] met een bebloed hoofd aangetroffen in de buurt van het Molenpark. Hij verklaarde dat de personen met wie hij vanaf het Centraal Station was meegelopen hem in het Molenpark door middel van geweld hadden gedwongen zijn goederen aan hen af te geven. Gelet op het feit dat het Westplein op de route van het Centraal Station naar het Molenpark ligt, een deel van de weggenomen goederen een dag later in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen en verdachte zelf geen verklaring heeft willen afleggen, ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever [slachtoffer 1] dat de personen met wie hij van het Centraal Station is weggelopen ook de personen zijn die hem hebben afgeperst. De rechtbank acht de primair tenlastegelegde afpersing in vereniging dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 16/033971-19

Bewijsmiddelen 19

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 9 februari 2019 omstreeks 23:45 uur in het centrum van Utrecht was.20 Bij de ingang van het winkelcentrum (de rechtbank begrijpt: Hoog Catharijne) kwam een groep mannen naar hem toe.21 Hij werd door hen geslagen. Hij was op de grond gevallen en de man gaf hem een harde trap op zijn nieren. De rest begon hem ook te slaan. Hij raakte hierdoor bewusteloos.22

De openlijke geweldpleging waarvan aangifte is gedaan, is deels vastgelegd op camera. Verbalisant [verbalisant 5] heeft de camerabeelden bekeken. Door haar werd het navolgende bevonden: Op beeld is te zien dat er een conflict gaande is voor de draaideuren van Hoog Catharijne.23 Aangever [slachtoffer 2] blijft in de draaideur staan. Vervolgens steekt aangever [slachtoffer 2] met zijn rechterhand zijn middelvinger op. Een persoon in een wit T-shirt reageert boos op aangever [slachtoffer 2] . Uit onderzoek blijkt dat de persoon met het witte T-shirt de verdachte [medeverdachte 1] betreft.24 De verdachte [medeverdachte 1] geeft met zijn rechterbeen de aangever [slachtoffer 2] een trap, die hij met zijn linkerarm kan afweren.25 Er komt nog een persoon aangerend. Op basis van het kledingsignalement (donkerblauwe spijkerbroek, zwarte lange jas van het merk Canada Goose) blijkt dit verdachte [verdachte] te zijn.26 Er ontstaat vervolgens een worsteling tussen aangever [slachtoffer 2] en een onbekend gebleven persoon. Terwijl aangever [slachtoffer 2] met de onbekende persoon op de grond terecht is gekomen, komt verdachte [verdachte] aangerend. Verdachte [verdachte] geeft aangever [slachtoffer 2] met zijn rechterbeen drie keer een harde schop in zijn rechterzij. Verdachte [verdachte] geeft aangever [slachtoffer 2] tevens met zijn rechtervuist een stomp in zijn rechterzij.27 Verdachte [medeverdachte 1] is er inmiddels bijgekomen en geeft aangever [slachtoffer 2] met zijn rechtervoet een trap in zijn rechterzij/rug.28

Verdachte heeft verklaard dat hij aangever [slachtoffer 2] meerdere malen heeft geschopt.29

Bewijsoverwegingen

De rechtbank leidt uit het dossier af dat er twee verschillende incidenten te onderscheiden zijn: één buiten Hoog Catharijne en één in Hoog Catharijne. De tenlastelegging ziet naar het oordeel van de rechtbank alleen op het incident dat in Hoog Catharijne heeft plaatsgevonden.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte openlijk, te weten: in winkelcentrum Hoog Catharijne, in vereniging, te weten: samen met in ieder geval medeverdachte [medeverdachte 1] , geweld heeft gepleegd tegen aangever [slachtoffer 2] . De rechtbank acht het primair tenlastegelegde daarom wettig en overtuigend bewezen. Het door de raadsvrouw gevoerde verweer dat het schoppen van verdachte los moet worden gezien van de andere geweldshandelingen tegen aangever [slachtoffer 2] wordt door de rechtbank verworpen, nu uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat het incident in Hoog Catharijne één doorlopend incident betreft.

De rechtbank acht op grond van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld tegen de in de tenlastelegging genoemde [A] en [B] , nu [A] niet in het dossier voorkomt en [B] niet betrokken lijkt te zijn bij het incident dat in Hoog Catharijne heeft plaatsgevonden. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de in tenlastelegging genoemde handelingen die tegen deze personen zouden zijn gepleegd.

Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat er in Hoog Catharijne wel geweld is gepleegd tegen [C] , maar die persoon wordt in de tenlastelegging niet genoemd

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Parketnummer 16/039750-19

op 15 februari 2019 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (grijze iPhone 5S), een laptop (Apple Macbook Pro), (draadloze) oortjes (merk: Apple), twee opladers (van de telefoon en van de laptop), meerdere toiletartikelen en parfums/luchtjes, een rugzak/tas (kleur: blauw) en een portemonnee (met inhoud, waaronder een geldsom, ter hoogte van 70 euro), die aan die [slachtoffer 1] toebehoorden, door

- die [slachtoffer 1] op het achterhoofd te stompen en

- meerdere messen dreigend op die [slachtoffer 1] te richten en gericht te houden en

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze zijn tas, telefoon en portemonnee wilden en

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij op zijn knieën moest gaan zitten en

- die [slachtoffer 1] meermaals tegen het lichaam te slaan (waardoor die [slachtoffer 1] ten val kwam) en

- die [slachtoffer 1] meermaals tegen het hoofd en het lichaam te slaan en te schoppen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag);

Parketnummer 16/033971-19

op 9 februari 2019 te Utrecht openlijk, te weten, in winkelcentrum Hoog Catharijne, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 2] door

- voornoemde [slachtoffer 2] te schoppen/trappen tegen het lichaam en

- voornoemde [slachtoffer 2] , terwijl die op de grond lag, te stompen en schoppen/trappen tegen het lichaam;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

6.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat sprake was van noodweer, danwel noodweerexces. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat verdachte zag dat een onbekende jongen door aangever [slachtoffer 2] werd aangevallen en dat verdachte, die deze jongen wilde redden, aangever [slachtoffer 2] een paar schoppen gaf om hem van deze jongen af te halen. Het door verdachte toegepaste geweld is proportioneel, aangezien de geweldshandelingen direct stoppen op het moment dat aangever [slachtoffer 2] van de onbekende persoon af gaat. Indien de rechtbank van oordeel is dat het door verdachte toegepaste geweld niet proportioneel is, doet de raadsvrouw een beroep op noodweerexces.

6.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake was van een noodweersituatie. De verklaring van verdachte dat hij de onbekende minderjarige jongen moest helpen omdat die anders geen lucht meer kreeg doordat aangever [slachtoffer 2] bovenop hem lag en zijn keel dichtkneep wordt weersproken door de camerabeelden, waaruit blijkt dat aangever [slachtoffer 2] en de onbekend gebleven jongen nog niet samen op de grond waren beland op het moment dat verdachte de eerste trap gaf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op noodweer allereerst sprake moet zijn van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed, waartegen verdediging noodzakelijk is. Verdachte heeft verklaard dat hij zag dat een onbekende, minderjarige jongen in gevecht was geraakt met aangever [slachtoffer 2] en dat aangever [slachtoffer 2] , die bovenop deze jongen lag, de keel van deze jongen dichtkneep en dat hij deze jongen wilde redden. Ter terechtzitting heeft de rechtbank de camerabeelden van het incident bekeken. De rechtbank heeft op grond van deze beelden vastgesteld dat verdachte al naar aangever [slachtoffer 2] uithaalde nog voordat aangever [slachtoffer 2] en de onbekende jongen al worstelend naar de grond toegingen. Naar het oordeel van de rechtbank was er geen enkele reden voor verdachte om aangever meerdere malen te trappen. Voor zo ver verdachte de onbekende jongen al wilde helpen, had hij dit op andere wijze kunnen doen, bijvoorbeeld door hen uit elkaar te halen. Het beroep op noodweer, danwel noodweerexces, zal daarom worden verworpen.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 16/039750-19

primair: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Parketnummer 16/033971-19

primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht het jeugdstrafrecht van toepassing te verklaren. De raadsvrouw heeft daarnaast verzocht verdachte, wanneer hij niet wordt vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging, te veroordelen tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke gedeelte niet langer is dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zodat verdachte na de zomervakantie weer aan een opleiding kan beginnen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte bereid is zich aan de voorgestelde bijzondere voorwaarden te houden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een afpersing, waarbij hij samen met de medeverdachten een jongen die hij kort daarvoor had ontmoet door geweld en bedreiging met geweld heeft gedwongen diens spullen aan hen af te geven. Verdachte heeft zich slechts laten leiden door eigen financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de fysieke en psychische gevolgen van zijn handelen op het slachtoffer. De rechtbank neemt verdachte dit feit zeer kwalijk. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging. Dergelijke feiten hebben niet alleen gevolgen voor de directe slachtoffers, maar leveren, vanwege het feit dat zij in het openbaar zijn gepleegd, ook gevoelens van angst en onveiligheid op in de maatschappij. Ten aanzien van de openlijke geweldpleging weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat sprake was van een vechtpartij tussen meerdere personen, waar het slachtoffer zelf ook een aandeel in heeft gehad.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geeft voor een straatroof als oriëntatiepunt een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Bedreiging met een wapen werkt daarbij strafvermeerderend. Voor een openlijke geweldpleging wordt een taakstraf voor de duur van 120 tot 150 uur, danwel dienovereenkomstige gevangenisstraf, als oriëntatiepunt gegeven.

Persoonlijke omstandigheden

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 7 mei 2019;

- een advies van de reclassering van 26 april 2019.

Uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder wegens dergelijke geweldsfeiten in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Uit het advies van de reclassering volgt dat bij verdachte de laatste tijd een opvallende toename in politie- en justitiecontacten waarneembaar is, waarbij ook de ernst van de feiten waarvan verdachte wordt verdacht toeneemt. De reclassering signaleert problemen op het gebied van dagbesteding, sociaal netwerk en middelengebruik en er lijkt niet (meer) voldoende aansturing vanuit de ouders van verdachte te zijn. De reclassering acht het daarom wenselijk dat er bijsturing vanuit de reclassering zal plaatsvinden en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een gedragsinterventie, een alcoholverbod, een locatieverbod, een contactverbod, het meewerken aan middelencontrole en woonbegeleiding. De reclassering adviseert, gelet op het hoge risico op recidive, de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren. De reclassering adviseert daarnaast het commune strafrecht toe te passen, omdat zij in de persoon van de verdachte geen zwaarwegende redenen ziet het adolescentenstrafrecht toe te passen.

Conclusie

De rechtbank ziet, net als de reclassering, in de persoon van de verdachte geen zwaarwegende redenen om af te wijken van de hoofdregel en het adolescentenstrafrecht van toepassing te verklaren. De beslissing zal worden gegeven overeenkomstig het volwassenstrafrecht. Vanwege de aard en ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Gelet op de oriëntatiepunten van het LOVS en het feit dat de rechtbank het belangrijk acht dat snel met de uitvoering van de bijzondere voorwaarden zal worden begonnen en dat verdachte snel weer een opleiding zal kunnen starten, zal de rechtbank afwijken van de eis van de officier van justitie en een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met alle bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd aan verdachte opleggen. Aangezien er, gelet op het hoge recidiverisico, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. Het bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven op het moment waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan de duur van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

9 BESLAG

Op de beslaglijst staan een alarmpistool (voorwerpnummer: 2019046331-2360619) en twee traangasspuitbusjes (voorwerpnummer: 2019046331-G2360618) vermeld. Daarnaast heeft de verdediging laten weten dat de mobiele telefoon die onder verdachte in beslag is genomen nog niet aan verdachte is teruggegeven.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het alarmpistool verbeurd te verklaren en de traangasspuitbusjes te onttrekken aan het verkeer. De officier van justitie heeft toegezegd dat de mobiele telefoon, die niet op de beslaglijst staat vermeld, aan verdachte zal worden teruggegeven.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de telefoon aan verdachte terug te geven. De raadsvrouw heeft zich niet uitgelaten over het alarmpistool en de traangasspuitbusjes.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het alarmpistool en de traangasspuitbusjes onttrekken aan het verkeer, nu deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het openbaar belang. Aangezien de officier van justitie heeft toegezegd dat de mobiele telefoon aan verdachte zal worden teruggegeven, zal de rechtbank ten aanzien van de mobiele telefoon geen beslissing nemen.

10 BENADEELDE PARTIJEN

10.1

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (parketnummer 16/039750-19)

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 2.446,45. Dit bedrag bestaat uit € 1.696,45 aan materiele schade en € 750,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder parketnummer 16/039750-19 tenlastegelegde feit. Omdat alleen de oneven pagina’s van het schadeonderbouwingsformulier zijn ingediend, missen enkele schadeposten een onderbouwing .

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, voor zover de schadeposten in de vordering staan opgenomen.

De raadsvrouw heeft primair bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu de vordering niet compleet is en de behandeling van de vordering daarom een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in het gedeelte van de vordering dat ziet op de telefoon, nu niet duidelijk is of die is teruggevonden, de laptop, nu niet blijkt dat die onherstelbaar beschadigd is geraakt, en het contante geld, nu het weggenomen bedrag niet kan worden vastgesteld.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer 16/039750-19 tenlastegelegde rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank ziet in het feit dat er pagina’s uit de vordering missen geen reden om de benadeelde partij in zijn geheel niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu de schadeposten die wel in de vordering zijn opgenomen gewoon kunnen worden beoordeeld.

De rechtbank zal de vordering toewijzen wat betreft de medische kosten (te weten € 385,00 aan eigen risico en € 3,00 aan paracetamol), de kosten voor de telefoon (€ 131,59), de kosten voor de portemonnee (€ 49,95), het weggenomen geld (€ 70,00) en de immateriële schade

(€ 750,00). Ten aanzien van de telefoon overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet is gebleken dat de weggenomen telefoon aan de benadeelde partij is teruggeven. Ten aanzien van het geld merkt de rechtbank op dat in de aangifte al is genoemd dat er € 70,00 in de ontvreemde portemonnee zat. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de aangifte op dit punt en zal dit deel van de vordering toewijzen. De vordering wordt aldus toegewezen tot een bedrag van € 1.389,54, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2019. Omdat verdachte dit feit samen met de medeverdachten heeft gepleegd, zal de vordering hoofdelijk worden toegewezen.

Voorts zal verdachte hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij maakt of nog zal maken ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering wat betreft het gedeelte dat ziet op de laptop, nu de stelling dat het niet meer rendabel was om de laptop te repareren niet is onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij voorts niet-ontvankelijk verklaren in het gedeelte van de vordering waarvan de toelichting ontbreekt. Gelet op het totaal gevorderde bedrag aan materiële schade (€ 1.696,45) en het gedeelte dat wel is toegelicht (€ 1.172,28), gaat het om een bedrag van € 524,17. De benadeelde partij kan dat gedeelte van de vordering, alsmede het gedeelte van de vordering dat ziet op de laptop, bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.389,54 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2019 tot de dag der algehele voldoening. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 23 dagen hechtenis.

10.2

Benadeelde partij [B] (parketnummer 16/033971-19)

[B] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 1.100,00, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder parketnummer 16/033971-19 tenlastegelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, aangezien de behandeling van de vordering, nu waarschijnlijk ook gedeeltelijk sprake is van eigen schuld, een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.

De raadsvrouw heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, nu verdachte is vrijgesproken van de tenlastegelegde geweldshandelingen jegens de benadeelde partij. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 36b, 36c, 36f, 47, 57, 141, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 16/039750-19 primair en onder 16/033971-19 primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 16/039750-19 primair en onder 16/033971-19 primair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, op de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 4 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

* zich binnen vijf dagen volgend op zijn vrijlating uit detentie meldt bij Reclassering Nederland (Vivaldiplantsoen 200, 3553 JE Utrecht), waarna hij zich zal blijven melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door de reclassering zullen worden gegeven;

* zich zal onthouden van het gebruik van alcohol en mee zal werken aan de controle op dit verbod, waarbij de reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd (mogelijke controlemiddelen zijn urine- en ademonderzoek);

* mee zal werken aan controle op het gebruik van softdrugs om het middelengebruik te beheersen, waarbij de reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd (mogelijke controlemiddelen zijn urine- en ademonderzoek);

* actief deel zal nemen aan de leefstijltraining of een andere gedragsinterventie die gericht is op verslaving en middelengebruik, zulks ter beoordeling van de reclassering, indien hij het verbod op alcohol overtreedt of het gebruik van softdrugs de reclassering zorgen baart, waarbij verdachte zich zal houden aan de afspraken en de aanwijzingen die hem door de trainer/begeleider zullen worden gegeven;

* zich tussen 24:00 uur en 6:00 uur niet buitenshuis dus zich niet ergens op straat zal bevinden of begeven, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op de handhaving van dit locatieverbod;

* zich zal onthouden van – direct of indirect – contact met de medeverdachten:

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De politie ziet toe op de handhaving van dit contactverbod;

* zich zal inspannen om een (betaalde) dagbesteding te vinden en te behouden;

* zijn toezichthouder openheid van zaken zal geven ten aanzien van alle leefgebieden.

  • -

    geeft Reclassering Nederland de opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de opgelegde bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer het alarmpistool (voorwerpnummer: 2019046331-2360619) en de twee traangasspuitbusjes (voorwerpnummer: 2019046331-G2360618);

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (parketnummer 16/039750-19)

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.389,54;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2019 tot aan de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door (een) ander(en) (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart de benadeelde partij in het resterende gedeelte van vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat hij de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter aan kan brengen;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.389,54 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 23 dagen hechtenis;;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed;

Benadeelde partij [B] (parketnummer 16/033971-19)

  • -

    verklaart [B] in zijn vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    bepaalt dat [B] een eventuele vordering bij de burgerlijke rechter aan kan brengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. Y.M. Vanwersch en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.Z. Schoppink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 mei 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

Parketnummer 16/039750-19

hij op of omstreeks 15 februari 2019 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (grijze iPhone 5S), een laptop (Apple Macbook Pro), een (draadloze)

koptelefoon/oortjes (merk: Apple), twee opladers (van de telefoon en/of van de laptop), meerdere toiletartikelen en/of parfums/luchtjes, een rugzak/tas (kleur: blauw) en een portemonnee (met inhoud, waaronder een geldsom, ter hoogte van 70 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] of aan een derde, te weten aan die [slachtoffer 1]

toebehoorde, door

- die [slachtoffer 1] tegen/op het (achter)hoofd althans het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- een of meerdere messen (dreigend) op die [slachtoffer 1] te richten en/of (vervolgens) gericht te houden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze zijn tas, telefoon en portemonnee wilden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij op zijn knieën moest gaan zitten en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) vast te houden en/of tegen te houden en/of

- die [slachtoffer 1] (meermaals) tegen/op het lichaam te slaan en/of te stompen (waardoor die [slachtoffer 1] ten val kwam) en/of

- die [slachtoffer 1] (meermaals) tegen/op het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag);

( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 februari 2019 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (grijze iPhone 5S), een laptop (Apple Macbook Pro), een (draadloze) koptelefoon/oortjes (merk: Apple), twee opladers (van de telefoon en/of van de laptop), meerdere toiletartikelen en/of parfums/luchtjes, een rugzak/tas (kleur: blauw) en een portemonnee (met inhoud, waaronder een geldsom, ter hoogte van 70 euro), in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 1] tegen/op het (achter)hoofd althans het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- een of meerdere messen (dreigend) op die [slachtoffer 1] te richten en/of (vervolgens) gericht te houden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat ze zijn tas, telefoon en portemonnee wilden en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij op zijn knieën moest gaan zitten en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) vast te houden en/of tegen te houden en/of

- die [slachtoffer 1] (meermaals) tegen/op het lichaam te slaan en/of te stompen (waardoor die [slachtoffer 1] ten val kwam) en/of

- die [slachtoffer 1] (meermaals) tegen/op het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag);

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

Parketnummer 16/033971-19

hij op of omstreeks 9 februari 2019 te Utrecht openlijk, te weten, in winkelcentrum Hoog Catharijne, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] door

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] (meermalen) te stompen/slaan in/tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] (meermalen) te schoppen/trappen op/tegen het gezicht/hoofd en of het lichaam en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] met een boksbeugel, althans een zwaar en/of hard voorwerp, (meermalen) te slaan op/tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] , terwijl die op de grond lag, te stompen/slaan en/of schoppen/trappen op/tegen het hoofd/gezicht en/of het lichaam;

( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 februari 2019 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] heeft mishandeld door

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] (meermalen) te stompen/slaan in/tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] (meermalen) te schoppen/trappen op/tegen het gezicht/hoofd en of het lichaam en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [A] en/of [B] met een boksbeugel, althans een zwaar en/of hard voorwerp, (meermalen) te slaan op/tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] , terwijl die op de grond lag, te stompen/slaan en/of schoppen/trappen op/tegen het hoofd/gezicht en/of het lichaam;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 18 maart 2019, genummerd PL0900-2019048783, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 001 tot en met 312. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 31.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 32.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 33.

5 Bijlage goederen bij proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 35.

6 Bijlage goederen bij proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 36.

7 Proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 1] , p. 25.

8 Proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 2] , p. 49.

9 Proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 2] , p. 50.

10 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 78.

11 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 79.

12 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 80.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 292.

14 Proces-verbaal ter terechtzitting van 17 mei 2019.

15 Proces-verbaal van binnentreden in woning, p. 96.

16 Proces-verbaal van binnentreden in woning, p. 97.

17 Proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 2] , p. 128.

18 Proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant 2] , p. 132.

19 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 18 februari 2019, genummerd PL0900-2019042356Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 01 tot en met 107. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

20 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 6.

21 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 7.

22 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 8.

23 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant [verbalisant 5] , p. 43.

24 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant [verbalisant 5] , p. 44.

25 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant [verbalisant 5] , p. 45.

26 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant [verbalisant 5] , p. 46.

27 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant [verbalisant 5] , p. 47.

28 Proces-verbaal van aangifte door verbalisant [verbalisant 5] , p. 48.

29 Proces-verbaal ter terechtzitting van 17 mei 2019.