Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:2387

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-05-2019
Datum publicatie
05-06-2019
Zaaknummer
659101-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige. Twee straatroven en een poging daartoe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/659101-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 mei 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 mei 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.M. Tromp en van hetgeen verdachte en mr. G.I.H. Schulte, advocaat te Almere, alsmede [A] van Slachtofferhulp Nederland, [B] en [C] namens de benadeelde partij [slachtoffer 3] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1, primair:

op 30 januari 2018 in Almere tezamen en in vereniging met anderen een iPhone van [slachtoffer 1] heeft gestolen met geweld en/of onder bedreiging van geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of tegen [slachtoffer 2] ;

en/of

op 30 januari 2018 in Almere tezamen en in vereniging met anderen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een iPhone;

feit 1, subsidiair:

op 30 januari 2018 in Almere tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 2] heeft

mishandeld;

feit 2:

op 2 februari 2018 in Almere tezamen en in vereniging met anderen een iPhone en/of een tas (met daarin nieuwe kleding) van [slachtoffer 3] heeft gestolen met geweld en/of onder bedreiging van geweld tegen die [slachtoffer 3] ;

en/of

op 2 februari 2018 in Almere tezamen en in vereniging met anderen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot afgifte van een iPhone;

feit 3:

op 31 januari 2018 in Almere tezamen en in vereniging met anderen heeft geprobeerd een iPhone van [slachtoffer 4] te stelen met geweld en/of onder bedreiging van geweld tegen die [slachtoffer 4] ;

en/of

op 31 januari 2018 in Almere tezamen en in vereniging met anderen door geweld en/of bedreiging met geweld heeft geprobeerd [slachtoffer 4] te dwingen tot afgifte van een iPhone.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Er is sprake van twee voltooide afpersingen en een poging tot afpersing, alle tezamen en in vereniging gepleegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat sprake is van een diefstal met bedreiging van geweld. Verdachte heeft verklaard dat een van haar medeverdachten de telefoon van het slachtoffer heeft afgepakt. Er is geen sprake geweest van stompen en schoppen tegen het lichaam van aangeefster [slachtoffer 1] en het slaan, stompen en/of krabben van getuige [slachtoffer 2] , zodat niet tot een bewezenverklaring van deze gedragingen kan worden gekomen.

Wat betreft de bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De telefoon van het slachtoffer is afgepakt. Om die reden is sprake van diefstal zoals bedoeld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 3 ten laste gelegde, nu geen bewezenverklaring kan volgen voor het bestanddeel medeplegen. Verdachte is weliswaar betrokken geweest bij het onder 3 ten laste gelegde, maar heeft enkel op de uitkijk gestaan. Er is sprake van medeplechtigheid. Omdat de medeplichtigheid niet is ten laste gelegd, moet vrijspraak volgen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

De rechtbank gaat op grond van de volgende bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Ten aanzien van feit 1 primair

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 1 primair ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 mei 2019;2

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 30 januari 2018, genummerd PL0900-2018030676-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 68 tot en met 70;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 30 januari 2018, genummerd PL0900-2018030686-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 73 tot en met 76.

Ten aanzien van feit 2

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 mei 2019;3

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 2 februari 2018, genummerd PL0900-2018033698-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 21 tot en met 24.

Ten aanzien van feit 3

[slachtoffer 4] heeft op 10 februari 2019 aangifte gedaan en heeft bij de politie als volgt verklaard, zakelijk weergegeven.

Op 31 januari 2018 was ik samen met mijn vriendin [D (voornaam)] in Almere. We gingen naar [winkel 1] . In de hal van de [winkel 1] zijn bankjes. Op één van deze bankjes zag ik drie meisjes zitten. Toen wij uit de supermarkt terugliepen, spraken zij ons aan. Zij vroegen: “Hebben jullie een iPhone?”. Eén van de meisjes zei: “Zeg dan wat je wilt zeggen” tegen de langste. Die zei toen: “Nee, laat maar”. Wij liepen door naar de bibliotheek via een voetgangerstunnel. De meisjes liepen achter ons. Toen we bij de busbaan waren, spraken de meisjes ons weer aan. Ze vroegen iets over een Apple ID. Ik pakte mijn telefoon om het uit te leggen, maar het lukte niet om uit te loggen omdat ik geen wifi had.4 De meisjes zeiden toen dat zij een plek met goede wifi wisten, namelijk de trap achter de bibliotheek. Maar daar het lukte niet, dus gingen we naar de bibliotheek. Wij liepen naar boven. Toen we in de lift stapten, stonden die drie meisjes in de lift. Ze drukten toen op alle knopjes van de verdiepingen. De meisjes zeiden dat ik mijn telefoon moest geven. Ook dit was weer het langste meisje dat dit zei. Ik deed dat niet. De deur van de lift ging open en ik wilde uitstappen. Terwijl ik uit de lift stapte, voelde ik dat ik bij mijn pols werd gepakt. Ik zag dat het langste meisje dit deed. Ik voelde dat ze mij terug de lift in wilde trekken. Ik trok en het meisje liet mij los. Ik rende toen weg.5

Verdachte is op 5 juni 2018 door de politie verhoord en heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

Ik liep met [voornaam van medeverdachte 1] en [voornaam van medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) in de stad ter hoogte van de […] . Het was het idee van [voornaam van medeverdachte 1] om weer iemand te gaan beroven. We gingen op een bankje zitten bij de [winkel 1] . [voornaam van medeverdachte 1] zei dat ze de telefoon van de diefstal van de dag ervoor wilde houden en we nu een nieuwe moesten gaan stelen. Ik zou één van de twee vastpakken. We liepen achter de twee meisjes aan die uit de [winkel 1] kwamen. In de bibliotheek sprak [voornaam van medeverdachte 1] één van de meisjes aan. Ze vroeg of ze wisten hoe je een iCloud van een telefoon afhaalt. Ik zag dat één van de meisjes een iPhone 6 pakte. Toen ze het hadden uitgelegd, liepen de meisjes naar boven via de roltrap en wij zijn achter hen aan gegaan. Ze vertrouwden het denk ik niet, want ze stapten in de lift om naar beneden te gaan. [voornaam van medeverdachte 1] had eerder gevraagd, toen ze nog beneden waren, of ze de telefoon even mocht vasthouden.6

Verdachte is op de terechtzitting van 14 mei 2019 gehoord en heeft tijdens de bespreking van het onder 3 ten laste gelegde het volgende verklaard, zakelijk weergegeven.

De telefoon (de rechtbank begrijpt: de iPhone van [slachtoffer 4] ) zou verkocht worden en de opbrengst verdeeld. Dat was afgesproken.7

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1, primair

Op de zitting heeft de raadsvrouw aangevoerd dat bij het plegen van de straatroof door verdachte geen geweld is toegepast. De rechtbank ziet dit anders en overweegt hiertoe als volgt.

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt dat verdachte en haar medeverdachten handelden vanuit een vooropgezet plan om aangeefsters met een smoes mee te lokken om vervolgens aangeefster [slachtoffer 1] van haar mobiele telefoon te beroven. Naar het oordeel van de rechtbank is ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachten. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank daarnaast vast dat beide aangeefsters bij de straatroof door een van de verdachten in het gezicht en/of tegen het hoofd zijn geslagen. Onder druk van het geweld en de bedreiging met geweld heeft aangeefster [slachtoffer 1] haar mobiele telefoon aan verdachten afgegeven. Omdat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachten acht de rechtbank ten aanzien van verdachte het bestanddeel ‘met geweld’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3: medeplegen

Op de zitting heeft de raadsvrouw betoogd dat ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde geen sprake is van medeplegen, maar van medeplichtigheid, nu verdachte enkel op de uitkijk zou hebben gestaan. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte en haar medeverdachten hebben voorafgaand aan de poging tot straatroof op [slachtoffer 4] een plan gemaakt om samen – opnieuw – iemand van een iPhone te beroven. Het aandeel van verdachte in de straatroof zou zijn om één van de beoogde slachtoffers vast te pakken. Verder was van tevoren afgesproken dat de telefoon, als deze zou worden buitgemaakt, zou worden verkocht en de verkoopopbrengst onderling zou worden verdeeld. Bij de uitvoering van de (poging tot) straatroof was verdachte steeds aanwezig en nam daar ook aan deel: toen de slachtoffers werden uitgekozen, de smoezen werden bedacht om slachtoffer [slachtoffer 4] te bewegen om haar telefoon te laten zien en gedurende de achtervolging van de slachtoffers van de supermarkt naar de bibliotheek.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, zelfs indien zij bij de lift alleen op de uitkijk zou hebben gestaan, een wezenlijk aandeel in de uitvoeringshandelingen heeft gehad en dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten. Daarmee acht de rechtbank het bestanddeel ‘medeplegen’ bewezen.

Conclusie ten aanzien van alle feiten

Op grond van de feiten en omstandigheden genoemd in bovenvermelde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan, waarbij het voor feit 1 primair gaat om de diefstal met geweld, voor feit 2 om zowel de diefstal met geweld als de afpersing en voor feit 3 om de poging tot diefstal met geweld dan wel de poging tot afpersing.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1, primair:

op 30 januari 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] hebben gedwongen tot de afgifte van een telefoon (iPhone 7), die aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, door

  • -

    de fiets van die [slachtoffer 1] vast te houden en

  • -

    te dreigen dat de telefoon van die [slachtoffer 1] in het water zou worden gegooid en

  • -

    vervolgens te dreigen dat die [slachtoffer 1] in het water zou worden gegooid en

  • -

    vervolgens te dreigen dat de kleren van die [slachtoffer 1] zouden worden uitgetrokken en vervolgens in het water zouden worden gegooid en dat die [slachtoffer 1] daarna naakt naar huis zou moeten lopen en

  • -

    vervolgens tegen het gezicht/hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en

  • -

    vervolgens tegen het gezicht/hoofd van [slachtoffer 2] te slaan,

althans soortgelijke (dreigende) handelingen hebben verricht;

feit 2:

op 2 februari 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, een telefoon (iPhone 6s), die toebehoorde aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

  • -

    die [slachtoffer 3] bij de onderarm vast te pakken en (dreigend) om die [slachtoffer 3] heen te gaan staan en

  • -

    een mes te laten zien en op de borst van die [slachtoffer 3] te richten en

  • -

    vervolgens een arm om die [slachtoffer 3] heen te slaan en die [slachtoffer 3] met (dwangmatige) kracht mee te duwen/trekken/begeleiden en

  • -

    te dreigen dat als die [slachtoffer 3] niet mee zou gaan en/of om hulp zou roepen die [slachtoffer 3] zou worden gestoken en

  • -

    dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je als je dit niet doet" en "dan heb je geen benen meer of we maken je dood" en

  • -

    te dreigen dat zij, verdachte en/of haar mededaders die [slachtoffer 3] zouden opzoeken en/of naar het huis van die [slachtoffer 3] zouden komen als die [slachtoffer 3] aangifte zou doen en/of Find my iPhone aan zou zetten,

althans soortgelijke (dreigende) handelingen hebben verricht;

en

op 2 februari 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] hebben gedwongen tot de afgifte van een tas van de [winkel 2] (met daarin nieuwe kleding), die aan die [slachtoffer 3] toebehoorde door

  • -

    die [slachtoffer 3] bij de onderarm vast te pakken en

  • -

    (dreigend) om die [slachtoffer 3] heen te gaan staan en

  • -

    een mes te laten zien en op de borst van die [slachtoffer 3] te richten en

  • -

    vervolgens een arm om die [slachtoffer 3] heen te slaan en die [slachtoffer 3] met (dwangmatige) kracht mee te duwen/trekken/begeleiden en

  • -

    te dreigen dat als die [slachtoffer 3] niet mee zou gaan en/of om hulp zou roepen die [slachtoffer 3] zou worden gestoken en

  • -

    dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je als je dit niet doet" en "dan heb je geen benen meer of we maken je dood" en

  • -

    te dreigen dat zij, verdachte en/of haar mededaders die [slachtoffer 3] zouden opzoeken en/of naar het huis van die [slachtoffer 3] zouden komen als die [slachtoffer 3] aangifte zou doen en/of Find my iPhone aan zou zetten,

althans soortgelijke (dreigende) handelingen hebben verricht.

feit 3:

op 31 januari 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een mobiele telefoon (iPhone), die toebehoorde aan [slachtoffer 4] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

  • -

    bij die [slachtoffer 4] in de lift op alle knopjes hebben gedrukt en

  • -

    tegen die [slachtoffer 4] hebben gezegd dat zij haar telefoon moest (af)geven en

  • -

    die [slachtoffer 4] bij haar pols hebben vastgepakt en

  • -

    hebben geprobeerd die [slachtoffer 4] terug de lift in te trekken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

of

op 31 januari 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van een mobiele telefoon (iPhone), die aan die [slachtoffer 4] toebehoorde,

  • -

    bij die [slachtoffer 4] in de lift op alle knopjes hebben gedrukt en

  • -

    tegen die [slachtoffer 4] hebben gezegd dat zij haar telefoon moest (af)geven en

  • -

    die [slachtoffer 4] bij haar pols hebben vastgepakt en

  • -

    hebben geprobeerd die [slachtoffer 4] terug de lift in te trekken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de meerdaadse samenloop van de volgende strafbare feiten op:

feit 1, primair: afpersing, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

afpersing, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3: poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

of

poging tot afpersing, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- 2 weken jeugddetentie, geheel voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde de maatregel Toezicht en Begeleiding door de jeugdreclassering.

- een werkstraf van 150 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen jeugddetentie.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte sinds haar schorsing uit de voorlopige hechtenis uit huis is geplaatst en in een gesloten jeugdinstelling verblijft. In dat licht bezien, vindt de raadsvrouw een voorwaardelijke jeugddetentie minder passend. De verdediging heeft zich niet verzet tegen de werkstraf voor de duur van 150 uren, zoals door de officier van justitie gevorderd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van twee straatroven en een poging daartoe, waarbij in totaal twee mobiele telefoons zijn weggenomen en een van de slachtoffers is gedwongen haar tas met daarin nieuwe kleding af te geven. Daarbij is door verdachte en/of haar medeverdachten geweld gebruikt tegen de slachtoffers en is er met geweld gedreigd. Naast het gebruik van dreigende woorden is een van de slachtoffers met een mes bedreigd.

De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat zij samen met twee medeverdachten planmatig en doelbewust op zoek zijn gegaan naar jonge meisjes als gemakkelijke slachtoffers, die zij vervolgens door middel van verschillende slinkse smoezen hebben bewogen hun mobiele telefoon te laten zien, waarna verdachten kans zagen het toestel van het slachtoffer af te pakken. Op die manier is door verdachten steeds misbruik gemaakt van de behulpzaamheid van de slachtoffers. Verdachten waren steeds in de meerderheid ten opzichte van de slachtoffers. Daarbij komt dat verdachten messen bij zich droegen. Bij een van de straatroven is ook met een mes gedreigd, wat voor het slachtoffer extra beangstigend is geweest. Daarmee heeft verdachte het risico op een slechtere afloop op de koop toe genomen. De rechtbank weegt dit alles in strafverzwarende zin mee bij het bepalen van de op te leggen straf.

Door haar handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Verdachte heeft bij de slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt, waarvan slachtoffers – en zeker jeugdige slachtoffers – langdurig last van kunnen hebben. Dat een straatroof daadwerkelijk een grote impact op een slachtoffer heeft, heeft slachtoffer [slachtoffer 3] goed verwoord in haar schriftelijke slachtofferverklaring. Daarnaast heeft verdachte geen enkel respect getoond voor de eigendommen van anderen, maar heeft zich laten leiden door financieel gewin.

Persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 26 maart 2019;

- een advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 6 mei 2019, opgesteld door [E] ;

- een advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 6 februari 2018, opgesteld door [F] ;

- een advies van Samen Veilig Midden-Nederland, uitgebracht door [G] .

Uit de adviezen blijkt dat verdachte, nadat haar voorlopige hechtenis op 6 februari 2018 is geschorst, op grond van een civielrechtelijke machtiging uit huis is geplaatst en onder toezicht is gesteld. Zij verblijft op dit moment in een gesloten jeugdinstelling. Ook blijkt dat voorbereidingen worden getroffen om verdachte binnen afzienbare tijd over te plaatsen naar een open instelling. De kans op herhaling lijkt door het lopende toezicht en de begeleiding van verdachte voldoende ingeperkt. Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis is als schorsingsvoorwaarde de jeugdreclasseringsmaatregel ‘Toezicht en Begeleiding’ gesteld. De deskundige [G] van Samen Veilig Midden-Nederland heeft op de terechtzitting aan de rechtbank verzocht die maatregel te laten voortduren.

De rechtbank weegt in straf verminderende zin mee dat verdachte sinds haar plaatsing in een gesloten jeugdinstelling een positieve ontwikkeling heeft laten zien, zoals volgt uit de adviezen en blijkt uit hetgeen de moeder van verdachte op de zitting naar voren heeft gebracht. Niet is gebleken dat verdachte opnieuw met politie of justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat zij openheid van zaken heeft gegeven over het ten laste gelegde en haar aandeel daarin.

Op te leggen straf

Om de op te leggen straf te bepalen zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het in de rechtspraak bestaande Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, die bij een enkele voltooide straatroof uitgaan van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uur. Voor twee straatroven en een poging daartoe dient een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 160 uur als vertrekpunt. Daarbij wordt uitgegaan van een minderjarige verdachte die de straatroof alleen – dus zonder mededaders – heeft begaan en die niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. In dit geval gaat het echter om een verdachte die niet alleen heeft gehandeld, zodat een hogere straf in beginsel op zijn plaats is. De rechtbank zal daartoe niet over gaan, rekening houdend met de hierboven genoemde positieve ontwikkeling, de in gang gezette civielrechtelijke maatregelen met de nodige impact, het gegeven dat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar daden en tenslotte de inmiddels verstreken tijd sinds de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd. Al deze omstandigheden leiden tot het volgende.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van 150 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, en daarnaast een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering, passend en geboden is.

Hoewel verdachte een positieve ontwikkeling heeft laten zien, zal zij zich moeten bewijzen op het moment dat zij meer vrijheden krijgt. Om verdachte ervan te weerhouden opnieuw de fout in te gaan, vindt de rechtbank een ‘stok achter de deur’ in de vorm van voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van twee weken, met als bijzondere voorwaarde van toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering, geboden.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.651,72. Dit bedrag bestaat uit € 4.051,72 materiële schade en € 600,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij heeft verzocht de gevorderde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Ook heeft zij verzocht de zogenoemde schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) aan verdachte op te leggen.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, hoofdelijk, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor zover het gaat om de schadeposten die niet zijn te kwalificeren als verplaatste schade (als bedoeld in artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek).

9.2

Het standpunt van de verdediging

Materiële schadevergoeding

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de vordering tot materiële schadevergoeding toe te wijzen wat betreft de tas met aankopen en de tegemoetkoming in de verlofuren van de moeder van de benadeelde.

Ten aanzien van de iPhone heeft de raadsvrouw primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu de telefoon zakelijk is aangekocht. Subsidiair moet bij de vaststelling van de schade rekening worden gehouden met de belastingvoordelen die de vader van de benadeelde bij aanschaf van de telefoon heeft gehad.

De raadsvrouw heeft de rechtbank primair verzocht de vordering tot materiële schadevergoeding met betrekking tot de misgelopen inkomsten van de vader van de benadeelde niet-ontvankelijk te verklaren, nu onnavolgbaar is hoe de berekening van de schade tot stand is gekomen. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat voor de bepaling van het uurtarief aansluiting moet worden gezocht bij het Besluit tarieven in strafzaken.

Ten aanzien van de kosten van de weerbaarheidstraining heeft de raadsvrouw primair verzocht de vordering af te wijzen, nu niet is gebleken dat het daadwerkelijk gaat om een weerbaarheidstraining. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering ten aanzien van deze schadepost toe te wijzen wat betreft de facturen op naam van de benadeelde partij. Voor het overige moet de vordering worden afgewezen.

Immateriële schadevergoeding

De raadsvrouw heeft betoogd dat de vordering tot immateriële schadevergoeding kan worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

De raadsvrouw heeft betoogd dat het niet mogelijk is om aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, nu de moeder van verdachte aansprakelijk is voor schade die door haar dochter is veroorzaakt.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schadevergoeding

De schade voor zover die betrekking heeft op de tas met aankopen, de iPhone en de tegemoetkoming in de verlofuren van de moeder van benadeelde ter hoogte van in totaal € 736,72 komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank overweegt ten aanzien van de iPhone dat sprake is van rechtstreekse schade voor de benadeelde partij, ongeacht de wijze waarop zij de eigendom van het toestel heeft verkregen. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 736,72 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.

De schade voor zover die betrekking heeft op de misgelopen inkomsten van de vader van de benadeelde partij ter hoogte van € 633,33 komt voor vergoeding in aanmerking. Het aantal van 93 uren dat haar vader heeft opgenomen voor de begeleiding van de benadeelde partij acht de rechtbank voldoende onderbouwd en komt de rechtbank overigens niet onredelijk voor. Het bij de berekening gehanteerde uurtarief acht de rechtbank echter onvoldoende onderbouwd. Om de schade te bepalen hanteert de rechtbank een uurtarief van € 6,81 per uur, conform artikel 8, lid 1, onder e van het Besluit tarieven in strafzaken. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 633,33 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 september 2018 tot de dag van volledige betaling. Aangezien het gaat om schadeposten van dezelfde soort die gedurende een periode zijn ontstaan, gaat de rechtbank bij het bepalen van de ingangsdatum van de wettelijke rente uit van de datum die in het midden ligt van de periode van 2 februari 2018 tot en met 14 mei 2019, te weten 23 september 2018.

Ten aanzien van de misgelopen inkomsten van haar vader heeft de benadeelde partij meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De schade voor zover die betrekking heeft op de weerbaarheidstrainingen ter hoogte van € 150,-, zijnde de kosten voor de weerbaarheidstrainingen op naam van de benadeelde partij, komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 150,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. Deze wordt berekend over het bedrag van € 75,- vanaf 1 augustus 2018 en over het bedrag van € 75,- vanaf 5 november 2018, tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal de vordering tot schadevergoeding wat betreft het meer gevorderde, zijnde de kosten voor de weerbaarheidstrainingen op naam van de moeder van de benadeelde partij, afwijzen. Het verband tussen deze kosten en het bewezen verklaarde feit is niet zodanig dat deze schade aan verdachte kan worden toegerekend.

Immateriële schadevergoeding

De gevorderde immateriële schade komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 600,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2018 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met haar mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor het hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel is niet mogelijk voor verdachten die ten tijde van het bewezenverklaarde feit de leeftijd van 14 jaar nog niet hadden bereikt. De verdachte was ten tijde van het bewezen verklaarde feit 13 jaar, zodat de rechtbank de vordering tot het opleggen van deze maatregel moet afwijzen.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 2 weken;

- bepaalt dat de jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding meldt bij Samen Veilig Midden-Nederland op het adres [adres] te [plaatsnaam] , en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;

- geeft aan de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan de begeleiden.

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, van 150 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 75 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

Benadeelde partij

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 2.120,05;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente

* voor een bedrag van € 1.336,72 vanaf 2 februari 2018;

* voor een bedrag van € 75,- vanaf 1 augustus 2018;

* voor een bedrag van € 633,33 vanaf 23 september 2018; en

* voor een bedrag van € 75,- vanaf 5 november 2018;

tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 3] wat betreft het meer gevorderde bedrag van € 2.381,67 niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 3] wat betreft het meer gevorderde bedrag van € 150,- af;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. B.G.W.P. Heijne, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en R.B. Eigeman, rechters tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 mei 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

Primair

zij op of omstreeks 30 januari 2018 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, een telefoon (Iphone 7), in elk geval enig goed, dat geheel of ten

dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te

weten aan [slachtoffer 1] , heeft/hebben weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze

diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te

maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers

aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, door

- de fiets van die [slachtoffer 1] vast te houden en/of

- te dreigen dat de telefoon van die [slachtoffer 1] in het water zou worden gegooid

en/of

- ( vervolgens) te dreigen dat die [slachtoffer 1] in het water zou worden gegooid

en/of

- ( vervolgens) te dreigen dat de kleren van die [slachtoffer 1] zouden worden

uitgetrokken en/of (vervolgens) in het water zouden worden gegooid en/of dat

die [slachtoffer 1] (daarna) naakt naar huis zou moeten lopen en/of

- ( vervolgens) tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam van die

[slachtoffer 1] te slaan/stompen en/of te schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- ( vervolgens) tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 2]

te slaan/stompen/krabben,

althans soortgelijke (dreigende) handelingen heeft/hebben verricht;

en/of

zij op of omstreeks 30 januari 2018 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de

afgifte van een telefoon (Iphone 7), in elk geval enig goed, dat geheel of ten

dele aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, door

- de fiets van die [slachtoffer 1] vast te houden en/of

- te dreigen dat de telefoon van die [slachtoffer 1] in het water zou worden gegooid

en/of

- ( vervolgens) te dreigen dat die [slachtoffer 1] in het water zou worden gegooid

en/of

- ( vervolgens) te dreigen dat de kleren van die [slachtoffer 1] zouden worden

uitgetrokken en/of (vervolgens) in het water zouden worden gegooid en/of dat

die [slachtoffer 1] (daarna) naakt naar huis zou moeten lopen en/of

- ( vervolgens) tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam van die

[slachtoffer 1] te slaan/stompen en/of te schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- ( vervolgens) tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer 2]

te slaan/stompen/krabben,

althans soortgelijke (dreigende) handelingen heeft/hebben verricht;

Subsidiair

zij op of omstreeks 30 januari te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door tegen/in het gezicht/hoofd, althans

tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te slaan/stompen/krabben;

2.

zij op of omstreeks 2 februari 2018 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, een telefoon (IPhone 6s) en/of een tas van de [winkel 2] (met daarin

nieuwe kleding), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3]

, heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze

diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te

maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers

aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 3] bij de onderarm vast te pakken/houden en/of

- ( dreigend) om die [slachtoffer 3] heen te gaan staan en/of

- een mes te laten zien en/of een mes op de borst, althans op het lichaam van

die [slachtoffer 3] te richten en/of

- ( vervolgens) een arm om die [slachtoffer 3] heen te slaan en/of die [slachtoffer 3] met

(dwangmatige) kracht mee te duwen/trekken/begeleiden en/of

- te dreigen dat als die [slachtoffer 3] niet mee zou gaan en/of om hulp zou roepen

die [slachtoffer 3] zou worden gestoken en/of

- dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je als je dit niet doet" en/of

"dan heb je geen benen meer of we maken je dood" en/of

- te dreigen dat zij, verdachte en/of haar mededader(s) die [slachtoffer 3] zouden

opzoeken en/of naar het huis van die [slachtoffer 3] zouden komen als die [slachtoffer 3]

aangifte zou doen en/of Find my Iphone aan zou zetten,

althans soortgelijke (dreigende) handelingen heeft/hebben verricht;

en/of

zij op of omstreeks 2 februari te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft/hebben gedwongen tot

de afgifte van een telefoon (Iphone 6s) en/of een tas van de [winkel 2] (met

daarin nieuwe kleding), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die

[slachtoffer 3] toebehoorde door

- die [slachtoffer 3] bij de onderarm vast te pakken/houden en/of

- ( dreigend) om die [slachtoffer 3] heen te gaan staan en/of

- een mes te laten zien en/of een mes op de borst, althans op het lichaam van

die [slachtoffer 3] te richten en/of

- ( vervolgens) een arm om die [slachtoffer 3] heen te slaan en/of die [slachtoffer 3] met

(dwangmatige) kracht mee te duwen/trekken/begeleiden en/of

- te dreigen dat als die [slachtoffer 3] niet mee zou gaan en/of om hulp zou roepen

die [slachtoffer 3] zou worden gestoken en/of

- dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek je als je dit niet doet" en/of

"dan heb je geen benen meer of we maken je dood" en/of

- te dreigen dat zij, verdachte en/of haar mededader(s) die [slachtoffer 3] zouden

opzoeken en/of naar het huis van die [slachtoffer 3] zouden komen als die [slachtoffer 3]

aangifte zou doen en/of Find my Iphone aan zou zetten,

althans soortgelijke (dreigende) handelingen heeft/hebben verricht;

3.

zij op of omstreeks 31 januari 2018 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een

mobiele telefoon (Iphone), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan

een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan

[slachtoffer 4] ,

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en

deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen

volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] ,

te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of

gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of

andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- bij die [slachtoffer 4] in de lift is/zijn gaan staan en op alle knopjes heeft/hebben

gedrukt en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat zij haar telefoon moest (af)geven

en/of

- die [slachtoffer 4] bij haar pols, althans arm, heeft/hebben vastgepakt en/of

- heeft/hebben geprobeerd die [slachtoffer 4] terug de lift in te trekken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

zij op of omstreeks 31 januari 2018 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s)

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4]

te dwingen tot de afgifte van een mobiele telefoon (Iphone), in elk

geval enig goed, dat geheel of

ten dele aan die [slachtoffer 4] toebehoorde,

- bij die [slachtoffer 4] in de lift is/zijn gaan staan en op alle knopjes heeft/hebben

gedrukt en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat zij haar telefoon moest (af)geven

en/of

- die [slachtoffer 4] bij haar pols, althans arm, heeft/hebben vastgepakt en/of

- heeft/hebben geprobeerd die [slachtoffer 4] terug de lift in te trekken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 18 juli 2018, genummerd 2018033698, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd P1 tot en met P406, zijnde de paginanummers onderaan de pagina’s. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van de terechtzitting op 14 mei 2019, onder meer inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

3 Het proces-verbaal van de terechtzitting op 14 mei 2019, onder meer inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

4 Pagina 119.

5 Pagina 120.

6 Pagina 303.

7 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 mei 2019, onder meer inhoudende de verklaring van verdachte.