Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:2379

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-05-2019
Datum publicatie
29-05-2019
Zaaknummer
7331824 AC EXPL 18-3698 JH/1050
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer is docent en maakt aanspraak op vergoeding van overuren op grond van strijd met goed werkgeverschap. De vordering wordt afgewezen. Niet gebleken is dat de gewerkte uren de normjaartaak hebben overschreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2019-0602
Onderwijs Totaal 2019/995
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 7331824 AC EXPL 18-3698 JH/1050

Vonnis van 15 mei 2019

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

mr. H.J. Tamminga,

tegen:

de vereniging

[gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. A. Klaassen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 16 januari 2019

  • -

    de brief van 8 april 2019 van mr. Tamminga met aanvullende stukken en wijziging van eis

  • -

    de comparitie van 16 april 2019, waarvan door de griffier aantekening is gehouden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is op 1 augustus 2002 bij [gedaagde] in dienst getreden als docent Techniek. Hij werkt fulltime. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Voortgezet Onderwijs (hierna: de cao) van toepassing.

2.2.

Op grond van de cao bedraagt de normjaartaak van een fulltime docent 1.659 klokuren per jaar. Afwijking hiervan is niet toegestaan.

De cao bepaalt dat elke school een taakbeleid moet ontwikkelen, waarin onder meer aandacht wordt besteed aan de lesdefinitie en het maximum aantal lessen per week. In artikel 8.1 van de cao (2016-2017) is opgenomen dat de werkgever het taakbeleid in overleg met P(G)MR vaststelt. De afspraken gemaakt in overleg tussen P(G)MR en werkgever, waaronder ook de met de bonden gemaakte afspraken, moeten ingevolge lid 5 van artikel 8.1 met de werknemers binnen de instelling worden besproken en hun ter goedkeuring worden voorgelegd. Voor deze goedkeuring is een meerderheid van 2/3 vereist.

In artikel 8.2 lid 1 van de cao is bepaald dat, onverminderd het gestelde in artikel 8.1 betreffende wijziging van het systeem van taakbeleid, de maximale lestaak 750 klokuren op jaarbasis bedraagt. De artikelen 8.1 en 8.2 van de cao hebben een minimumkarakter.

2.3.

In het taakbeleid van 2012-2014 is het maximum aantal klokuren les vastgesteld op 785, waarvan maximaal 770 voor vaklessen. In het taakbeleid is verder bepaald:

“ [gedaagde] kiest er voor om onderscheid te maken tussen vaklessen en niet-vaklessen. Het verschil is gebaseerd op de inhoud van de lessen en levert een verschil op in de voor- en nawerkfactor. (…)

Definitie vakles: de in het rooster opgenomen activiteit:

- waarin een docent aan meerdere leerlingen kennis overdraagt, die leerlingen instrueert, traint of examineert;

- en die rechtstreeks voortvloeit uit het curriculum van het betreffende vak;

- en die een tijdsduur heeft zoals overeengekomen met de PMR;

- en die aan voorbereiding en nazorg een substantieel deel van die tijdsduur vergt.

De voor- en nawerkfactor voor vaklessen is 0,65.

Definitie Niet-vakles: de in het rooster opgenomen activiteit:

- waarin een docent voor één of meerdere leerlingen beschikbaar is om kennis over te dragen, instructie, training of begeleiding te geven;

- en waarvan de inhoud van tevoren niet altijd vaststaat;

- en die een tijdsduur heeft zoals overeengekomen met de PMR.

De voor- en nawerkfactor voor niet-vaklessen is 0,2.”

Het taakbeleid van 2015-2017 is niet vastgesteld met 2/3e meerderheid, zodat het taakbeleid van 2012-2014 ook na 2014 is blijven gelden.

2.4.

[gedaagde] heeft op enig moment het concept ‘talentmodule’ ontwikkeld, waarbij leerlingen gedurende drie kwartalen van het schooljaar kunnen kiezen voor een lesactiviteit. Vanaf het schooljaar 2011-2012 wordt [eiser] ingezet op talenturen en maken deze uren onderdeel uit van zijn normjaartaak. [gedaagde] hanteert (in ieder geval tot 2019) voor de talenturen een voor- en nawerkfactor van 0,33.

2.5.

In 2017 heeft [gedaagde] aan [eiser] meegedeeld dat hij onvoldoende uren heeft om zijn normjaartaak te vullen. Vanaf dat moment is er tussen partijen een discussie ontstaan over de kwalificatie en waarde van talenturen.

2.6.

Vanaf 2019 geldt er een nieuw taakbeleid (taakbeleid 2019-2021). Volgens dat taakbeleid worden talenturen met dezelfde voor- en nawerkfactor ingeschaald als vaklessen.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, na wijziging van eis, voor recht te verklaren dat de talenturen als lesuren dienen te worden aangemerkt, zowel met terugwerkende kracht als in de toekomst, en daarmee meetellen in de totale berekening van het maximaal aantal klokuren les op jaarbasis. [eiser] vordert verder veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding in geld, dan wel in vrije tijd, van de uren die hij vanaf het schooljaar 2012/2013 heeft gegeven boven het maximaal aantal klokuren les op jaarbasis, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

[eiser] heeft ter zitting aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] niet als goed werkgever handelt, door hem in strijd met de cao jaarlijks te belasten met meer dan 750 klokuren les. De teveel gegeven lesuren zijn volgens [eiser] overuren die moeten worden uitbetaald.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en beroept zich onder meer op overschrijding van de klachtplicht en rechtsverwerking. [gedaagde] betwist bovendien dat [eiser] overuren heeft gemaakt en stelt dat, als dit al het geval zou zijn, deze op basis van de cao niet worden vergoed.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil tussen partijen betreft de vraag of [eiser] aanspraak kan maken op een vergoeding (in geld of in tijd) van overuren op grond van strijd met goed werkgeverschap.

4.2.

Op de zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat een talentles een aparte status heeft, die niet is vermeld in het taakbeleid 2012-2014. Het is geen vakles, het is geen niet-vakles, maar wel een les met een opslag voor voorwerk. Nu dit standpunt van [gedaagde] afwijkt van het door haar in de conclusie van antwoord onder 30 en 32 gestelde, wordt de gevorderde verklaring voor recht toegewezen op de hierna te vermelden wijze. Daarbij wordt nog opgemerkt dat [gedaagde] ter zitting heeft aangegeven dat, hoewel talentlessen in het systeem “Zermelo” anders worden aangeduid, de talentlessen altijd zijn behandeld als lessen.

4.3.

Volgens [eiser] heeft hij structureel meer lesuren gemaakt dan de 750 klokuren les die op grond van de cao zijn toegestaan. [gedaagde] heeft hiertegen als verweer gevoerd dat zij in haar taakbeleid van 2012-2014 mocht afwijken van de in de cao opgenomen maximale lestaak. Met instemming van 2/3e meerderheid is het aantal klokuren les is het taakbeleid 2012-2104 bepaald op 785. Naar het oordeel van de kantonrechter is het maar zeer de vraag of een dergelijke verhoging van de in de cao opgenomen maximale lestaak was toegestaan. De artikelen 8.1 en 8.2 van de cao hebben namelijk een minimum karakter. Afwijking van de maximale lestaak is dus wel mogelijk, maar alleen in het voordeel van de werknemer. Lesgeven is, zoals [gedaagde] terecht stelt, weliswaar de belangrijkste taak van een docent, maar wordt ook beschouwd als één van de zwaarste taken. Dit blijkt alleen al uit het feit dat de bepaling over de maximale lestaak in de cao is opgenomen in het artikel dat gaat over werkdruk (artikel 8.2).

4.4.

Los van de discussie tussen partijen over de (verhoging van de) maximale lestaak per jaar, is in deze zaak het volgende van belang. Uit de stellingen van [eiser] is niet af te leiden dat hij, met inbegrip van de talenturen, vanaf het schooljaar 2012/2013 meer uren heeft gewerkt dan zijn normjaartaak van 1.659 klokuren per jaar. De door [eiser] als productie 19 overgelegde overzichten bieden hiervoor in ieder geval onvoldoende aanknopingspunten, nu deze overzichten volgens [gedaagde] afkomstig zijn uit Magister en geen weergave geven van de werkelijkheid. Door [eiser] is ter zitting ook niet betwist dat (een deel van) de in die overzichten opgenomen lesuren door hem feitelijk niet gemaakt (kunnen) zijn. Als vaststaand wordt dan ook aangenomen dat de door [eiser] vanaf 2012/2013 gewerkte uren de normjaartaak van 1.659 klokuren per jaar niet hebben overschreden. Dit betekent dus dat voor zover [eiser] binnen zijn normjaartaak op meer klokuren les is ingezet, hij vrijgesteld is geweest van overige taken. [gedaagde] heeft het salaris van [eiser] uitbetaald conform zijn arbeidsovereenkomst. Nu niet gesteld of gebleken is dat voor klokuren les een hoger uurloon geldt dan voor de overige taken, is niet komen vast te staan dat [eiser] te weinig loon heeft ontvangen voor de door hem gewerkte (les)uren. De vordering tot vergoeding van (extra) klokuren les is reeds op die grond niet toewijsbaar.

4.5.

Het kan zijn dat een werknemer binnen zijn normjaartaak te zwaar is belast en daardoor schade lijdt. Dat hiervan in dit geval sprake is, kan echter niet worden vastgesteld. Vast staat weliswaar dat [eiser] in 2016 enige maanden is uitgevallen, maar dat dit het gevolg is geweest van een overschrijding van de maximale lestaak is niet gesteld of gebleken. Het had op de weg van [eiser] gelegen om hieromtrent feiten en omstandigheden te stellen. Nu hij dit heeft nagelaten, kan niet worden geconcludeerd dat de arbeidsongeschiktheid van [eiser] het gevolg is geweest van een onjuiste samenstelling van zijn jaartaak. [eiser] maakt overigens ook geen aanspraak op vergoeding van schade, hij vordert slechts uitbetaling van overuren.

4.6.

Gelet op het voorgaande bestaat er geen grondslag voor toewijzing van de vordering. De vordering wordt afgewezen. De overige verweren, die onder meer zien op schending van de klachtplicht en rechtsverwerking, kunnen onbesproken blijven.

4.7.

In de uitkomst van deze procedure ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart voor recht dat talenturen, die niet zijn gedefinieerd in het taakbeleid 2012-2014, als lesuren dienen te worden aangemerkt en meetellen in de totale berekening van het maximaal aantal klokuren les op jaarbasis;

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. van Binsbergen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2019.