Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:2369

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-05-2019
Datum publicatie
29-05-2019
Zaaknummer
16/659652-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 22-jarige man uit Leiden en een 21-jarige man uit Rotterdam zijn veroordeeld tot taakstraffen van 40 uur en tot respectievelijk 11 en 13 dagen jeugddetentie. De twee deden valse bommeldingen en maakten misbruik van het alarmnummer vanuit de gesloten jeugdinrichting in Lelystad.

In augustus 2018 werd vanuit de jeugdinrichting meerdere keren de alarmcentrale gebeld. Er werden bommeldingen en andere dreigementen gedaan. De meldingen bleken allemaal vals te zijn en kwamen van één telefoonnummer. Medewerkers van de jeugdinrichting hebben de opnames beluisterd en hebben de stemmen van twee gedetineerden herkend. De telefoon waarmee de meldingen zijn gedaan is gevonden in de kamer van de 22-jarige man. De mannen zaten in de jeugdinrichting, omdat hen eerder een zogenoemde PIJ-maatregel was opgelegd. De PIJ-maatregel, ook wel jeugd-tbs genoemd, is een behandelmaatregel voor jongeren bij wie er sprake is van een ontwikkelingsstoornis of psychische aandoening. Na de aanhouding van de 21-jarige man is de 22-jarige man doorgegaan met het maken van valse meldingen.

Het doen van valse bom- en dreigmeldingen belemmert het werk van hulpdiensten doordat zij in daadwerkelijke noodsituaties niet beschikbaar zijn. Bij het bepalen van de straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de justitiële documentatie van de mannen en het rapport dat door de reclassering is uitgebracht. De mannen zijn eerder veroordeeld, maar niet voor het doen van valse bommeldingen en het misbruiken van het alarmnummer. De rechtbank heeft bij beide mannen het adolescentenstrafrecht toegepast. De rechtbank legt hen naast een taakstraf een jeugddetentie op die gelijk is aan het voorarrest. De rechtbank is van oordeel dat een langere onvoorwaardelijke detentie geen redelijk doel dient aangezien verdachten nog geruime tijd in een gesloten inrichting zullen verblijven op grond van de PIJ-maatregel. De 22-jarige man moet daarnaast nog eens 60 uur taakstraf uitvoeren, omdat hij deze strafbare feiten tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling gepleegd heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/659652-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 mei 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1997] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,
uit andere hoofde gedetineerd in Forensisch Centrum Teylingereind.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 mei 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen verdachte en mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 24 augustus 2018 tot en met 31 augustus 2018 te Lelystad samen met anderen valse bommeldingen heeft gedaan;

feit 2:

in de periode van 24 augustus 2018 tot en met 31 augustus 2018 te Lelystad samen met anderen het alarmnummer heeft misbruikt.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen ten aanzien van de meldingen over de KFC, de ontvoering en de bomaanslag op Schiphol. Twee medewerkers van de instelling en de verbalisanten hebben bij de meldingen de stemmen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] herkend. Op de achtergrond was gelach te horen, waaruit blijkt dat er meerdere mensen aanwezig waren. Voor de meldingen die gedaan zijn op 24 en 25 augustus 2018 kan het medeplegen bewezen worden verklaard. Uit het feit dat de medeverdachte door is gegaan met het doen van valse meldingen is af te leiden dat er afspraken waren gemaakt.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het deel van de tenlastelegging dat ziet op de periode van 26 augustus 2018 tot en met 31 augustus 2018, omdat verdachte op dat moment al was aangehouden.

Voor de meldingen van 24 augustus 2018 is voldoende bewijs voorhanden. Voor het medeplegen moet verdachte worden vrijgesproken omdat niet blijkt dat hij bij andere gesprekken aanwezig is geweest. Evenmin kan uit het dossier afgeleid worden dat er sprake is van een samenwerkingsverband.

Bij de melding over de ontvoering hebben de medewerkers verdachte herkend aan een typerende opmerking. Het is niet uit te sluiten dat ook anderen de gemaakte opmerking gebruiken. Bovendien zijn de medewerkers niet deskundig om iemand aan de stem te herkennen. De stemmen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] lijken blijkbaar erg op elkaar, gelet op het feit dat medewerker [getuige] bij een melding twijfelde of de stem van verdachte of van [medeverdachte] afkomstig was. Nu verdachte heeft ontkend dat hij de melding over de ontvoering heeft gedaan, moet hij van dit onderdeel worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feiten 1 en 2 ten laste is gelegd, zoals hierna onder rubriek 5 is weergegeven. Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht.

Bewijsoverweging

Sinds 24 augustus 2018 heeft de politiemeldkamer diverse 112 meldingen ontvangen afkomstig van één IMEI-nummer. De telefoon die hierbij hoorde, bleek te worden gebruikt vanuit de JJI Intermetzo in Lelystad. Twee medewerkers van Intermetzo die dagelijks contact hebben met verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , [getuige] en [A] , hebben afzonderlijk van elkaar zes meldingen beluisterd. Bij deze meldingen hebben zij de stemmen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] herkend. Verbalisanten hebben aan de hand hiervan de overige meldingen beluisterd en herkenden daarbij ook de stemmen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] .

Ter zitting heeft verdachte bekend dat hij de meldingen over KFC en Schiphol heeft gedaan.

Uit het feit dat al de bom- en dreigmeldingen vanaf één telefoon uit een gesloten inrichting hebben plaatsgevonden, leidt de rechtbank af dat er sprake is geweest van valse meldingen. Aangezien het om valse meldingen gaat, is de rechtbank van oordeel dat verdachte telkens zonder noodzaak gebruikt gemaakt heeft van het alarmnummer.

Verdachte heeft verklaard dat hij de melding over de ontvoering niet heeft gedaan. Zijn stem wordt echter wel door beide medewerkers van Intermetzo herkend. Nu deze medewerkers dagelijks contact hebben met verdachte en zij zijn stem afzonderlijk van elkaar hebben herkend, acht de rechtbank dit gedachtestreepje wel wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het medeplegen merkt de rechtbank het volgende op.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] aanwezig is geweest bij de meldingen die hij, verdachte, heeft gedaan over de KFC en Schiphol. Het idee om 112 te bellen kwam van iemand anders dan verdachte. Op de achtergrond bij verschillende gesprekken is gelach te horen, waaruit blijkt dat er andere mensen bij de meldingen aanwezig waren. Gelet hierop en op de seriematigheid van het doen van elf valse meldingen in een week tijd, waarbij medeverdachte [medeverdachte] is doorgegaan met het doen van deze valse meldingen nadat verdachte was aangehouden, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van het medeplegen van het doen van valse meldingen.

Van de valse meldingen waarbij niet de stem van verdachte is herkend, zal verdachte worden vrijgesproken. Ten tijde van een deel van die gesprekken was verdachte reeds aangehouden. Ten aanzien van de meldingen die zijn gedaan voor 29 augustus 2018, waarbij de stem van een ander is herkend, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat verdachte bij deze meldingen aanwezig is geweest. Van (het medeplegen van) die meldingen zal verdachte worden vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

hij op 24 augustus 2018 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, gegevens heeft doorgegeven, te weten

- "ik heb bij de KFC in Lelystad een bom geplaatst",

met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, immers heeft hij, verdachte voornoemde gegevens telefonisch doorgegeven aan de 112 alarmcentrale;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 24 augustus 2018 tot en met 25 augustus 2018 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, immers heeft hij verdachte telkens telefonisch doorgegeven aan de 112 alarmcentrale

- "ik ben ontvoerd door een paar gasten", "ik zit in een donkere kamer", "jullie moeten mij nu redden" en

- "ik heb bij de KFC in Lelystad een bom geplaatst" en/of

- "ik ben een aanslag aan het voorbereiden voor een aanslag bij KFC Lelystad" en/of

- "ik ben momenteel van plan om een aanslag te plegen op Schiphol, op de menigte".

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

medeplegen van gegevens doorgeven met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht.

feit 2:

medeplegen van opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

De raadsman heeft bepleit om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Die conclusie kan worden getrokken uit het advies van de reclassering.

In het reclasseringsrapport is niet aangegeven dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is, noch is er een ander rapport of andere overtuigende aanwijzing aanwezig waar dit uit blijkt. De rechtbank zal daarom de raadsman niet volgen in zijn verzoek om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren.

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 maanden en 13 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals zijn voorgesteld door de reclassering.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht toepassing te geven aan het adolescentenstrafrecht, omdat dit meer past bij verdachte en het delict waar hij van wordt verdacht. Bij verdachte is een autismespectrumstoornis vastgesteld en een IQ lager dan 70. Verdachte heeft niet nagedacht over de consequenties van zijn handelen.

Verdachte ondergaat thans een PIJ-maatregel. Er ligt een vordering tot verlenging van deze maatregel met vijf maanden en daarna volgt waarschijnlijk nog een jaar een voorwaardelijke PIJ-maatregel. De voorwaarden die door Tactus zijn voorgesteld hebben daarom geen toegevoegde waarde.

De raadsman heeft gesteld dat de strafeis fors is. Een vrijheidsbenemende straf van 13 dagen is voor deze feiten passend, gelet op soortgelijke zaken en op de strafeis tegen de medeverdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan – kort gezegd – het doen van meerdere valse bom- en dreigmeldingen en het misbruiken van het alarmnummer. Het doen van valse bom- en dreigmeldingen kan leiden tot gevoelens van angst en onveiligheid en kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting, zeker gelet op het huidige tijdsgewricht. Bovendien vormen dit soort valse meldingen een aanzienlijke verstoring van de openbare orde en frustreren zij de werking van de hulpdiensten, omdat deze niet voor andere, daadwerkelijke, noodsituaties beschikbaar zijn.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 3 april 2019, waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten;

- een reclasseringsadvies van 13 november 2018, uitgebracht door W. Kooistra, reclasseringswerker van Tactus Reclassering Flevoland.

Uit het rapport van de reclassering blijkt het volgende.

Verdachte ondergaat een (meermalen verlengde) PIJ-maatregel. In het kader van een op te stellen Scholing- en trainingsprogramma heeft hij een reclasseringstoezicht bij Fivoor Reclassering. De communicatie verloopt moeizaam. Als verdachte het niet eens is met de reclassering stelt hij zich verbaal agressief op. Voor deze feiten kan de kans op recidive niet worden ingeschat, omdat hij een ontkennende verdachte is. Als het kader van de JJI wegvalt is de kans op letselschade hoog. De kans op onttrekken aan de voorwaarden is eveneens hoog. Ondanks indicaties voor het toepassen van het jeugdstrafrecht heeft de reclassering geadviseerd om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Dit heeft te maken met het vertonen van antisociaal gedrag en het op negatieve wijze beïnvloeden van jeugdige groepsgenoten.

De reclassering heeft voorts geadviseerd een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 3 jaren. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt niet geadviseerd omdat dit de PIJ-maatregel doorbreekt en vanwege de verstandelijke beperking en psychische problematiek van verdachte. Eerdere werkstraffen zijn retour gekomen of met moeite afgerond.

Verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 20 jaar oud.

Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte intellectuele beperkingen heeft en beperkt ontwikkelde regulerende functies vanuit achtergebleven sociaal-emotionele ontwikkeling. Verdachte heeft tevens psychische problematiek. Dit betreffen indicatoren om toepassing te geven aan het adolescentenstrafrecht. Het is de rechtbank niet gebleken dat verdachte bij onderhavige feiten een bepalende rol heeft gespeeld waardoor gezegd kan worden dat hij hiermee op negatieve wijze de jeugdige groepsgenoten heeft beïnvloed.

De rechtbank ziet daarom, anders dan de reclassering, wel aanleiding om recht te doen overeenkomstig de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen (overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77hh van het Wetboek van Strafrecht). Daarbij is gelet op de persoon van verdachte en de bewezenverklaarde feiten, zoals hierboven is uiteengezet.

Nu verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige feiten kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Gelet op de omstandigheden van verdachte, waarbij hij zich reeds in een gesloten jeugdinrichting bevindt vanwege de PIJ-maatregel, zal de rechtbank volstaan met een jeugddetentie die gelijk is aan het voorarrest, met aftrek. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen. Bij het bepalen van de hoogte van de taakstraf is ook rekening gehouden met het feit dat verdachte nog enige tijd een PIJ-maatregel ondergaat.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie voor de duur van 13 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren passend en geboden is.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 47, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77gg, 142 en 142a van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 13 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 40 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 20 dagen jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. H.J. Bos en H. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 mei 2019.

Mr. H. Bakker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere tijdstip(pen) in de periode van 24 augustus 2018 tot en met 31 augustus 2018 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) gegevens heeft doorgegeven, te weten

- " ik heb bij de KFC in lelystad een bom geplaatst" en/of

- " ik wil melden dat ik een bom heb geplaatst op Schiphol, Amsterdam", "ik ben van de IS" en/of

- " ik heb een bom geplaatst bij Rotterdam Centraal", "ik ben in opdracht van IS" en/of

- " ik wil melden dat bij leiden Centraal een bom heb geplaatst",

met het oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig was, waardoor een ontploffing kon worden teweeggebracht, immers heeft hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) voornoemde gegevens telefonisch doorgegeven aan de 112 alarmcentrale en/of de meldkamer van de politie Midden-Nederland;

2.

hij op meerdere tijdstip(pen) in de periode van 24 augustus 2018 tot en met 31 augustus 2018 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, immers heeft hij verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) (telkens) telefonisch doorgegeven aan de 112 alarmcentrale en/of de meldkamer van de politie Midden-Nederland

- " er staat een auto in de brand bij de Torenvalkweg in Lelystad, kom alsjeblieft snel" en/of

- " ik ben ontvoerd door een paar gasten", "ik zit in een donkere kamer", "jullie moeten mij nu redden" en/of

- " ik zag een paar jongens met 2 jerrycans in hun hand lopen" en/of

- " [B] is niet meer in veilige handen", "hij staat op mijn dodenlijst", "hij heeft niet lang te leven", "ik ga hem liquideren" en/of

- " ik heb bij de KFC in lelystad een bom geplaatst" en/of

- " ik ben een aanslag aan het voorbereiden voor een aanslag bij KFC lelystad" en/of

- " ik ben momenteel van plan om een aanslag te plegen op Schiphol, op de menigte" en/of

- " ik wil melden dat ik een bom heb geplaatst op Schiphol, Amsterdam", "ik ben van de IS" en/of

- " als jullie [C] niet vrijlaten ga ik een aanslag plegen op de EBI in Vught, penitentiaire inrichting" en/of

- " ik heb een bom geplaatst bij Rotterdam Centraal", "ik ben in opdracht van IS" en/of

- " ik wil melden dat bij leiden Centraal een bom heb geplaatst".