Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1862

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-04-2019
Datum publicatie
30-04-2019
Zaaknummer
16/659331-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 22-jarige man is veroordeeld tot 3 maanden jeugddetentie, waarvan 2 maanden voorwaardelijk. Hij heeft naaktfoto’s en –video’s van zijn ex-vriendin verspreid. Ook heeft hij haar en haar stiefvader mishandeld en heeft hij haar en haar biologische vader gestalkt en bedreigd.

Tijdens de relatie waren de man en zijn vriendin minderjarig. Hij heeft zijn vriendin meerdere malen mishandeld en haar vaak lastiggevallen via sociale media. Verschillende getuigen verklaren over de blauwe plekken en de wonden die het slachtoffer had. Ook dwong hij het slachtoffer te spijbelen van school en sportactiviteiten. Daarnaast heeft hij meerdere groepsgesprekken op WhatsApp aangemaakt en daar kinderporno grafisch materiaal – (naakt)foto’s en video’s van het slachtoffer – in verspreid. In die groepen heeft hij ook familieleden toegevoegd, waaronder de vader en het zusje van het slachtoffer.. Ook via Instagram zijn de beelden door hem verspreid. Hij dwong haar mee te werken aan het maken van nieuwe seksfilmpjes. Dat iemand anders dan de man de foto’s en video’s heeft verspreid gelooft de rechtbank niet.

De man is op eigen initiatief een behandeling gestart bij een zorgverlener. De psychiater constateert dat er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De man is zwakbegaafd en heeft een kwetsbare persoonlijkheid. Mogelijk heeft hij gehandeld omdat hij bang was dat zijn vriendin hem zou verlaten, en toen dat eenmaal gebeurd was voelde hij zich gekwetst en verlaten. Dit maakt dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was toen hij de strafbare feiten pleegde.

De rechtbank neemt het de man kwalijk dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Het slachtoffer en haar familie worden nog dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van het verspreiden van de beelden. Anders dan de deskundigen adviseren vindt de rechtbank dat er een jeugddetentie moet volgen. Als stok achter de deur en ter bescherming van de maatschappij legt de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk op, met een proeftijd van 2 jaar. Ook heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de redelijke termijn die in deze strafzaak is overschreden. Hoewel de proceshouding van verdachte van invloed is geweest op de voortgang van de zaak is de overschrijding hem niet volledig aan te rekenen. Naast de jeugddetentie moet de man zich melden bij de reclassering en moet hij zich laten behandelen. Ook mag hij geen contact opnemen met het slachtoffer en haar familie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/659331-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 april 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 2 oktober 2018, 8 januari 2019 en 16 april 2019. Op laatstgenoemde datum vond de inhoudelijke behandeling plaats.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G. Robben en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. H. Polat, advocaat te Haarlem, alsmede de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [aangeefster] en

[slachtoffer 3] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1.

in de periode van 1 december 2013 tot en met 22 juni 2014 in Almere [slachtoffer 1] meermalen heeft mishandeld;

2.

in de periode van 1 september 2013 tot en met 21 november 2014 in Almere, zich schuldig heeft gemaakt aan smaad en smaadschrift door over [slachtoffer 1] een WhatsApp groep/Instagramaccount te maken, naaktfoto’s te verspreiden en tekst op haar Instagramaccount te plaatsen;

3.

in de periode van 1 september 2013 tot en met 30 november 2014 te Almere kinderpornografisch beeldmateriaal (foto’s en video’s) heeft verspreid door het verzenden aan anderen via WhatsApp en Instagram en SMS-berichten en Twitter;

4.

in de periode van 1 december 2013 tot en met 21 november 2014 in Almere [slachtoffer 1] heeft gestalkt door haar 5731 berichten te sturen;

5.

in de periode van 1 september 2013 tot en met 21 november 2014 in Almere [slachtoffer 1] gedwongen heeft iets te doen, te weten: het meewerken aan het maken van seksfilmpjes, het verlaten van de les om naar verdachte te gaan en na school naar verdachte te gaan;

6.

op 15 september 2014 in Almere [slachtoffer 3] (de stiefvader van [slachtoffer 1] ) heeft mishandeld;

7.

in de periode van 22 juni 2014 tot en met 12 februari 2015 in Almere [slachtoffer 2] (de vader van [slachtoffer 1] ) heeft gestalkt, door hem aan groepsapps van WhatsApp toe te voegen en hem in die groepsapps berichten over en naaktfoto’s van zijn dochter te sturen;

8.

in de periode van 22 juni 2014 tot en met 12 februari 2015 in Almere [slachtoffer 2] (de vader van [slachtoffer 1] ) heeft bedreigd.

3 VOORVRAGEN

Geldigheid van de dagvaarding

3.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, aan de hand van zijn pleitnota, ten aanzien van de feiten

1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 op het standpunt gesteld dat de verdenking dusdanig ruim is geformuleerd, dat verdachte zich hiertegen niet kan verdedigen en de dagvaarding ten aanzien van deze feiten nietig moet worden verklaard.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat weliswaar ten aanzien van een aantal ten laste gelegde feiten een (ruime) periode ten laste is gelegd, maar dat dit niet kan leiden tot de conclusie dat de dagvaarding nietig is. Het criterium is namelijk of verdachte, aan de hand van de inhoud van het dossier in combinatie met de tenlastelegging, weet waartegen hij zich moet verdedigen. Hiervan is in deze zaak voldoende sprake.

3.2.1

Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 voldoen aan de vereisten gesteld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De ten laste gelegde feiten zijn, gelet op het procesdossier en in combinatie met de verdenking, niet dusdanig ruim geformuleerd, dat verdachte niet kon weten waar hij zich tegen moest verdedigen. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, onder overlegging van een pleitnota, de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit en heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik

In de strafzaak, in ieder geval waar het gaat om de feiten 3 en 5, hadden [slachtoffer 1] en verdachte gehoord moeten worden door een zedenrechercheur. Nu dit niet is gebeurd, is in strijd gehandeld met de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. Hierdoor is een ernstige inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde en dit is een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

Redelijke termijn

De redelijke termijn is ruimschoots overschreden. Pas twee jaar na het eerste verhoor van verdachte is overgegaan tot vervolging. Het recht van verdachte op een eerlijk proces en berechting binnen een redelijke termijn, is aldus geschonden. Deze termijnoverschrijding brengt met zich mee dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging.

3.4

Het standpunt van de officier van justitie

Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel geweld een instructie is aan de politie en het Openbaar Ministerie en dat niet naleving daarvan geen vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv oplevert.

Redelijke termijn

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn weliswaar is overschreden, maar dat dit (volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad) geen

niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie tot gevolg kan hebben.

3.4.1

Het oordeel van de rechtbank

Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik

De rechtbank stelt voorop dat de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik regels bevat met betrekking tot de kwaliteit en zorgvuldigheid van opsporingsonderzoek en vervolging in zedenzaken.

De rechtbank stelt, met de raadsman, vast dat, in strijd met de Aanwijzing, uit het dossier niet blijkt dat het verhoor van [slachtoffer 1] en het verhoor van verdachte zijn afgenomen door twee zedenrechercheurs, waarvan minimaal één bevoegd zedenrechercheur.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze schending van de Aanwijzing moet worden aangemerkt als een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat artikel 359a Sv ziet op onherstelbare vormverzuimen waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken. Als sprake is van een vormverzuim als hier bedoeld, moet de rechter beoordelen of hieraan enig rechtsgevolg moet worden verbonden. Daarbij dient hij rekening te houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie komt, volgens het standaardarrest van de Hoge Raad van 30 maart 2004, NJ2004, 376, als in artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking, namelijk alleen als de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval niet gebleken dat de tekortkomingen ten aanzien van de verhoren hebben geleid tot een verhoor dat niet deskundig of zorgvuldig is afgenomen, en ook niet is gebleken dat dat verhoor een onbetrouwbaar resultaat heeft opgeleverd.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het handelen in strijd met de Aanwijzing weliswaar als vormverzuim in het voorbereidend onderzoek heeft te gelden, maar dat met deze vaststelling kan worden volstaan in het licht van het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt. Het beroep van de raadsman op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wordt daarom verworpen. Voor bewijsuitsluiting of strafvermindering is gelet op het voorgaande evenmin aanleiding.

Redelijke termijn

De rechtbank overweegt dat, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, een overschrijding van de redelijke termijn, niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, onder overlegging van een pleitnota, vrijspraak bepleit van het onder

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde, vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Daarnaast heeft de raadsman zich ten aanzien van het onder 3 en 5 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat, op de gronden zoals hiervoor onder 3.1 genoemd, de verklaring van [slachtoffer 1] van het bewijs moet worden uitgesloten.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de afbeeldingen geen seksuele gedragingen bevatten in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, omdat dit niet is vastgesteld door een zedenrechercheur.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman bepleit dat geen sprake is geweest van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , nu de tenlastelegging kennelijk slechts ziet op de periode van 10 tot en met 12 augustus 2014.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de raadsman bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat sprake was en een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door de heer [slachtoffer 3] tegen het lijf van de moeder van verdachte, waartegen verdachte zich moest verdedigen en waardoor hem een geslaagd beroep op noodweer toekomt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1 en bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1

[slachtoffer 1] heeft onder meer het volgende verklaard. De mishandelingen begonnen in november 2013. Nadat ik seks met hem had gehad, begon hij mij te slaan. Als [verdachte] mij zag omgaan met andere jongens dan werd hij jaloers en boos. Hij ging mij dan slaan. Dit gebeurde vooral bij hem thuis (de rechtbank begrijpt: in [woonplaats] ).2 [verdachte] bleef mij als hij boos was slaan. Dit gebeurde regelmatig, ik denk wel twee drie keer per week. Hij sloeg mij hard en ik had hierdoor wel eens blauwe plekken.3 De laatste keer dat [verdachte] mij kon slaan was op 20 juni 2014.4

[slachtoffer 2] (de vader van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Bij aankomst van [slachtoffer 1] op Curaçao op 22 juni 2014 zag ik op haar rechterschouder een schaafwond. Ook zag ik daar een blauwe plek. Ik zag ook blauwe plekken op haar heup, bovenbeen en linkerschouder.5

[getuige 1] (gymdocent van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik zag dat [verdachte] en [slachtoffer 1] ruzie hadden. Ik hoorde dat [verdachte] agressief klonk en ik hoorde dat [slachtoffer 1] verdrietig was. Vervolgens zag ik dat [verdachte] met de platte hand [slachtoffer 1] in haar gezicht sloeg. Ik zag dat ze een rode vlek in haar gezicht had.6

[getuige 2] (een vriendin van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] door [verdachte] op haar wang geslagen was. Ik zag dat zij een rode plek op haar wang had.7

[getuige 3] (zus van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Op een gegeven moment was [slachtoffer 1] elke dag bij [verdachte] thuis. Ik zag dat [slachtoffer 1] blauwe plekken op haar armen en benen had. Ik had wel eens eerder blauwe plekken gezien, maar nu kwam er elke keer een blauwe plek bij. Zo erg was het nog nooit geweest.8

Bewijsoverweging

Gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer 1] gedurende de periode van 1 december 2013 tot en met 20 juni 2014 in Almere meermalen door verdachte is mishandeld. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund en bevestigd door de hiervoor weergegeven getuigen. [slachtoffer 1] heeft immers verklaard dat verdachte haar regelmatig sloeg en dat zij hierdoor blauwe plekken op het lichaam had en deze blauwe plekken zijn door verschillende getuigen bij [slachtoffer 1] gezien. Het verweer van de raadsman, dat verdachte moet worden vrijgesproken vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, wordt gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, verworpen. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat de verklaring van getuige [getuige 1] moet worden uitgesloten van het bewijs, omdat de verbalisant sturende vragen zou hebben gesteld, wordt ook dit verweer verworpen, omdat de rechtbank van oordeel is dat de door de verbalisant gestelde vragen open geformuleerd zijn en dat bovendien niet gebleken is dat de getuige beïnvloed is door deze vraagstelling.

Ten aanzien van feit 2, 3 en 5

[aangeefster] (moeder van [slachtoffer 1] ) heeft namens [slachtoffer 1] aangifte gedaan van onder meer smaad en het verspreiden van beeldopnamen met seksuele handelingen, gepleegd tussen

7 september 2013 en 21 november 2014 in Almere. Zij heeft onder meer het volgende verklaard. Ik verzoek uitdrukkelijk om tot vervolging over te gaan en deze aangifte als een klacht op te vatten.9 [verdachte] heeft beelden met seksuele opnamen verspreid via WhatsApp en Instagram.10

In het dossier bevinden zich screenshots van WhatsApp-gesprekken. Deze WhatsAppgesprekken zijn beschreven in een proces-verbaal van bevindingen. Hieruit volgt onder meer het volgende.

- Een Whatsapp-gesprek wordt aangemaakt door [telefoonnummer] ( [verdachte] ). De groepsapp wordt ‘ [groepsapp] ’ genoemd. Er worden diverse personen door [verdachte] uitgenodigd, waaronder [slachtoffer 1] zelf, maar ook [getuige 3] (het zusje van [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (de vader van [slachtoffer 1] ). [verdachte] plaatst video’s van seksueel getinte video’s en foto’s in de groepsapp.11

- Een groepsapp met de naam ‘ [groepsapp] ’. Via het telefoonnummer [telefoonnummer] ( [verdachte] ) worden seksueel getinte foto’s van [slachtoffer 1] verzonden.12

- Op de groepsapp genaamd ‘ [groepsapp] ’ wordt een seksueel getinte foto van [slachtoffer 1] door [telefoonnummer] ( [verdachte] ) verzonden.13

Het telefoonnummer [telefoonnummer] werd op 25 september 2013 voor het eerst gekoppeld aan [verdachte] in de politiesystemen. Op 13 december 2018 is door de politie navraag gedaan naar het telefoonnummer [telefoonnummer] . Het telefoonnummer kwam voor in drie registraties, telkens omdat het gekoppeld was aan de persoonskaart van [verdachte] .14

Het telefoonnummer [telefoonnummer] kwam voor in vijf registraties en was telkens gekoppeld aan de persoonskaart van [verdachte] .15

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Ten aanzien van feit 2 voorts

[aangeefster] (moeder van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. De beelden zijn verspreid en gezien door scholieren van het [school] , de leden van de [naam] en [slachtoffer 1] ’s zus. Zelfs in Curaçao worden [slachtoffer 1] en haar vader lastig gevallen via WhatsApp met beelden en teksten door [verdachte] .16

[slachtoffer 1] heeft onder meer het volgende verklaard. In september 2013 heb ik melding bij de politie gedaan, omdat [verdachte] naaktfoto’s van mij had verspreid. Ik kwam daar achter omdat op school bijna iedereen naar mij keek. Op een gegeven moment kwam er iemand naar mij toe en vroeg: ‘ben jij dit?’. Zij liet op haar telefoon een foto zien waarop ik naakt te zien was.17 In Curaçao werd ik op school benaderd door scholieren die kennelijk de filmpjes ontvingen en die mij aankeken waardoor ik mij heel vervelend voelde.18 Ik heb gehoord dat de filmpjes zijn gestuurd naar de hockey en naar mensen van [school] .19

[getuige 4] (nicht van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik kreeg van meerdere oude klasgenoten via WhatsApp een afbeelding toegestuurd. Dit was in een groepsapp. Ik opende de afbeelding en zag inderdaad dat dit [slachtoffer 1] was.20

[getuige 3] (zus van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik heb filmpjes (de rechtbank begrijpt: naaktfilmpjes van [slachtoffer 1] ) van volgens mij [verdachte] ontvangen.21

[slachtoffer 2] (vader van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik werd toegevoegd aan de WhatsApp van [verdachte] en zijn groep. Ik kreeg foto’s toegestuurd en filmpjes waarop [slachtoffer 1] naakt stond.22

[getuige 5] (ex-vriend van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Op een gegeven moment hoorde ik op school verhalen over naaktfoto’s van [slachtoffer 1] . Ik hoorde dat meerdere mensen uit mijn klas die foto’s op hun telefoon hadden. Ik heb de foto’s ontvangen. [slachtoffer 1] was duidelijk te herkennen op de foto’s. Het waren foto’s met kleren half uit en zo. Er is een Instagramaccount gemaakt door [verdachte] waar de foto’s op geplaatst zijn. Dit account was [instagramaccount] . Er werden screenshots en filmpjes op dat account gezet met het verzoek dat als iemand het filmpje wilde, zij via een privé bericht je telefoonnummer kon sturen. Dit heb ik toen gedaan via een nepaccount. Ik heb toen zijn nummer gevraagd. Ik kreeg het nummer [telefoonnummer] . Ik had het nummer van [verdachte] al in mijn telefoon en dit was hetzelfde nummer.23

Op 8 september 2014 belde mevrouw [aangeefster] (moeder van [slachtoffer 1] ) de politie met betrekking tot het volgende. Gister (de rechtbank begrijpt: 7 september 2014) was op de Instagram van [slachtoffer 1] de volgende tekst geplaatst: ‘ [naam] hoer ik pijp gratis ik heb seks filmpjes neuk me van achter en me kutje stinkt en ik laat scheten kanker vies, MORGEN FILMPJES.’24

De verbalisant heeft, naar aanleiding van de melding van mevrouw [aangeefster] , met [verdachte] gesproken en gevraagd waarom er zulke dingen van [slachtoffer 1] op Instagram stonden. Toen de verbalisant terug was op het bureau, zag hij dat alles er afgehaald was.25

Verdachte heeft verklaard dat hij en [slachtoffer 1] , ten tijde van hun relatie, over en weer over elkaars wachtwoorden beschikten.26

Op 10 augustus 2014 stuurt het telefoonnummer dat in de telefoon van [slachtoffer 1] is opgeslagen onder de naam ’ [naam] ’ via WhatsApp de volgende berichten naar [slachtoffer 1] :

  • -

    Al je kkr foto’s

  • -

    Op INTNERER

  • -

    Seks

  • -

    Filmpjes

  • -

    Pijp

  • -

    Filmpjes

  • -

    Alles

  • -

    Viese grootste

  • -

    Banga

[slachtoffer 1] reageert hierop met:

  • -

    Alleen daarom kan ii niet Bij je weg dus

  • -

    Alleen omdat jij dat hebt.27

[slachtoffer 1] heeft het telefoonnummer van [verdachte] als ‘ [naam] ’ opgeslagen in haar telefoon.28

Bewijsoverweging

Gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat [verdachte] naaktfoto’s van haar heeft verspreid. Deze verklaring wordt bevestigd door diverse getuigen, die hebben verklaard dat zij, via WhatsApp en Instagram naaktfoto’s van [slachtoffer 1] hebben ontvangen. In verschillende WhatsAppgesprekken zijn door de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] naaktfoto’s en naaktvideo’s van [slachtoffer 1] gedeeld. Ook is op enig moment een Instagramaccount opgericht met de naam [instagramaccount] . Ook op dit account werden foto’s en filmpjes (van [slachtoffer 1] ) gedeeld, met de boodschap dat het toesturen hiervan mogelijk was via een privébericht. De persoon achter dit account gaf als telefoonnummer op: [telefoonnummer] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] aan verdachte toebehoren. Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die de seksueel getinte foto’s en filmpjes van [slachtoffer 1] in WhatsAppgroepen heeft gedeeld en dat verdachte ook degene is geweest die het Instagramaccount [instagramaccount] heeft aangemaakt. De rechtbank acht daarbij tevens redengevend dat verdachte een WhatsAppgesprek naar [slachtoffer 1] heeft gestuurd waarin hij aangeeft dat hij (seks- en pijp) filmpjes op het internet zal plaatsen. Verdachte heeft [slachtoffer 1] bovendien in deze gesprekken uitgescholden voor ‘Banga’, welk scheldwoord terugkomt in het door hem aangemaakte Instagramaccount.

Het door verdachte geschetste scenario, dat hij zijn telefoon regelmatig aan vrienden heeft uitgeleend en dat mogelijk zijn vrienden verantwoordelijk zouden zijn voor deze acties, acht de rechtbank niet aannemelijk. Het procesdossier bevat hiervoor geen aanknopingspunten en niet valt in te zien waarom iemand anders dan verdachte [slachtoffer 1] op een zodanige manier zou willen neerzetten.

De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte de (onder het derde gedachtestreepje) ten laste gelegde tekst op het Instagramaccount van [slachtoffer 1] heeft geplaatst. De rechtbank acht daarbij tevens redengevend dat verdachte blijkens zijn eigen verklaring – anders dan door de raadsman gesteld – de beschikking had over het wachtwoord van [slachtoffer 1] en dat de tekst bovendien van het account verwijderd was, nadat verdachte hierop door de politie is aangesproken.

Ten aanzien van feit 3 voorts

Verbalisanten hebben een onderzoek ingesteld naar het materiaal en beschrijven het volgende. Wij zagen dat haar onderlijf bloot was, haar blote billen waren in de film duidelijk te zien. Wij zagen een vermoedelijke jongen. Wij zagen dat zijn broek en onderbroek naar beneden waren, tot op zijn enkels. Wij zagen dat hij in zijn linkerhand een telefoon vasthield. Wij verbalisanten zagen dat het meisje licht voorovergebogen stond, waarbij zij met haar handen tegen de muur stond. Wij zagen dat haar benen licht gespreid stonden. Wij zagen de jongen tussen haar benen staan en met zijn geslachtsdeel vermoedelijk in haar vagina of anus zat. Wij zagen dat de jongen heen en weer bewoog met zijn heupen. Wij verbalisanten zagen dat de ogenschijnlijke leeftijd van het meisje tussen de 13 en 15 jaar ligt.29

Bewijsoverweging

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de meer ten laste gelegde afbeeldingen, omdat zich in het dossier geen stukken bevinden waaruit blijkt dat de afbeeldingen door de (zeden)politie zijn onderzocht, waardoor de rechtbank niet kan vaststellen of op deze afbeeldingen seksuele gedragingen te zien zijn, in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 5 voorts

[slachtoffer 1] heeft onder meer het volgende verklaard. Als [verdachte] eerder vrij was en ik wilde niet naar hem toe komen, ik wilde gewoon mijn les afmaken, dan werd hij boos en dreigde hij dat ik moest komen. Ik deed dat dan, want als ik dat niet zou doen, dan sloeg hij mij weer bij hem thuis.30 Ik was bang dat als ik niet naar hem luisterde, hij mij nog harder zou slaan. Halverwege januari 2014 maakte [verdachte] een filmpje van ons terwijl wij seks hadden. Nadat [verdachte] dit filmpje had gemaakt, begon hij steeds meer te dreigen. Hij wilde niet dat ik naar hockey ging, ik moest uit mijn lessen. Als ik niet weg wilde gaan en als ik niet zou komen dan zou hij de filmpjes doorsturen.31 Hij wilde steeds meer filmpjes maken van als wij seks hadden. Hij zei als ik dat niet wilde doen, hij die andere film zou doorsturen.32 Hij dreigde regelmatig de filmpjes door te sturen als ik niet naar hem toe wilde.33 20 juni 2014 haalde [verdachte] mij uit de les, wat ik niet wilde. Ik moest mee. [verdachte] pakte mijn telefoon af en sloeg deze een paar keer tegen de muur. Ik kon niet meer bellen.34 [verdachte] bleef mij als hij boos was slaan. De laatste keer dat [verdachte] mij kon slaan was op 20 juni 2014.35

[getuige 2] (een vriendin van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik kan mij herinneren dat ik een project deed samen met [slachtoffer 1] . Tijdens de werkzaamheden werd [slachtoffer 1] steeds benaderd op haar telefoon door [verdachte] . [verdachte] wilde dat zij de les uit zou gaan en naar hem zou komen. [slachtoffer 1] wilde dat eerst niet, maar [verdachte] had inmiddels foto’s en filmpjes naar een vriendin van [slachtoffer 1] gestuurd en tegen die vriendin gezegd: ‘als ze nu niet komt dan ga ik dit verspreiden’. [slachtoffer 1] zei dat ze bang was. Daarom ging [slachtoffer 1] de les uit naar [verdachte] toe.36

[getuige 6] (mentor van [slachtoffer 1] ) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik hoorde van de docenten dat [verdachte] veel op de afdeling van school kwam waar [slachtoffer 1] zat. Hij had daar niets te zoeken maar kwam toch. Hij kwam dan heel eisend over omdat hij zei: “ik moet [slachtoffer 1] spreken”.37

Door een verbalisant zijn (een deel van de) berichten die verdachte naar [slachtoffer 1] heeft gestuurd onderzocht. Hieruit volgt onder meer het volgende. Ik zag dat [verdachte] zeer dwingende en zeer grove taal gebruikt. Ik zag dat [verdachte] scheldt met kanker.38 Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] uitscheldt. Ik zag dat [slachtoffer 1] niet ingaat op de keuze die [verdachte] haar voorlegt. Ik zag dat [verdachte] hierop reageert door te dreigen seks filmpjes, foto’s en pijp filmpjes op internet te zetten.39

Ten aanzien van feit 4

[aangeefster] (moeder van [slachtoffer 1] ) heeft aangifte gedaan van onder meer stalking gepleegd in Almere. In haar aangifte verzoekt zij uitdrukkelijk om tot vervolging over te gaan en de aangifte als klacht op te vatten.40

Door een verbalisant is onderzoek gedaan naar een bestand met een kopie van WhatsAppgesprekken tussen [slachtoffer 1] en ‘ [naam] ’, waarin de verbalisant onder meer het volgende relateert. Het eerste bericht is gestuurd op 10 augustus 2014. Het laatste bericht is gestuurd op 12 augustus 2014. Ik heb gezocht op de naam [naam] . Ik zag dat hier 5731 resultaten uit kwamen. Hieruit is vast te stellen dat er door [verdachte] 5731 berichten gestuurd zijn naar [slachtoffer 1] in dit document.41 In het gesprek komt naar voren dat [verdachte] eist dat [slachtoffer 1] haar een bepaalde foto van Instagram verwijderd en dat zij haar Instagram wachtwoord geeft.42 Op pagina 27 tot en met 29 (van het document) is te lezen dat [slachtoffer 1] niet direct reageert op de berichten van [verdachte] . Ik zie dat [verdachte] zeer dwingende en grove taal gebruikt. [verdachte] typt zijn berichten zeer snel gelet op het tijdsbestek tussen de berichten.43

Op 10 augustus 2014 stuurt het telefoonnummer dat in de telefoon van [slachtoffer 1] is opgeslagen onder de naam ’ [naam] ’ via WhatsApp de volgende berichten naar [slachtoffer 1] :

  • -

    Al je kkr foto’s

  • -

    Op INTNERER

  • -

    Seks

  • -

    Filmpjes

  • -

    Pijp

  • -

    Filmpjes

  • -

    Alles

  • -

    Viese grootste

  • -

    Banga

[slachtoffer 1] reageert hierop met:

  • -

    Alleen daarom kan ii niet Bij je weg dus

  • -

    Alleen omdat jij dat hebt44

[slachtoffer 1] heeft het telefoonnummer van [verdachte] als ‘ [naam] ’ opgeslagen in haar telefoon.45

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vast dat verdachte in de periode van 10 tot en met 12 augustus 2014 vrijwel aan een stuk door een grote hoeveelheid berichten (in totaal 5731) heeft verstuurd naar [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft in dezelfde periode 659 berichten naar verdachte gestuurd

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Hierbij verwijst de rechtbank in het bijzonder naar de inhoud van de berichten, waaruit blijkt dat verdachte op indringende, agressieve en dwingende wijze heeft geprobeerd met het slachtoffer in contact te komen en neemt daarbij ook in aanmerking dat op de uitdraai van het WhatsAppgesprek, dat zich in het dossier bevindt, soms pagina’s lang enkel berichten van verdachte te zien zijn.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt en het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

Ten aanzien van feit 6

[slachtoffer 3] (stiefvader van [slachtoffer 1] ) heeft aangifte gedaan van een mishandeling die plaatsvond op 15 september 2014 in [woonplaats] .46 Aangever heeft onder meer het volgende verklaard. Ik zag dat [verdachte] zijn linkerhand tot een vuist balde. Ik zag dat [verdachte] zijn gebalde vuist naar achter bewoog. Ik zag dat [verdachte] kracht zette met zijn linkerarm. Ik zag dat [verdachte] mij met kracht en opzet een klap wilde geven. Ik voelde dat de vuist van [verdachte] langs mijn oog schampte. Ik heb toen pijn gevoeld. Dan zie ik dat [verdachte] zijn rechterarm naar acht beweegt, om zo kracht bij te zetten. Ik zie dan dat [verdachte] mij een harde klap geeft tegen mijn keel. Ik voelde pijn.47

[getuige 7] (moeder van verdachte) heeft onder meer het volgende verklaard. Ik zag dat [verdachte] heel erg boos werd en [slachtoffer 3] aanviel. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 3] met beide vuisten in zijn gezicht sloeg.48

Bewijsoverweging

De raadsman heeft bepleit dat sprake was van een noodweersituatie. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de gedragingen van de aangever niet worden aangemerkt als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van een eigen of eens anders lijf. Immers blijkt uit het dossier slechts dat aangever verdachte heeft willen aanspreken op zijn gedrag en dat hij daarbij boos is geweest. Van meer dan boosheid is niet gebleken. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

Ten aanzien van feit 7 en 8

[slachtoffer 2] (vader van [slachtoffer 1] ) heeft aangifte gedaan van stalking gepleegd in de periode van 22 juni 2014 tot en met 12 februari 2015 in Almere.49 Aangever heeft door middel van een klacht uitdrukkelijk verzocht om tot vervolging over te gaan.50 Aangever heeft onder meer het volgende verklaard. Ik werd zonder dat ik hier zelf invloed op had toegevoegd aan de WhatsApp van [verdachte] en zijn groep. [verdachte] gebruikte de volgende nummers: [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Ik werd via de app door deze telefoonnummers heel vaak uitgescholden en bedreigd. Verder kreeg ik foto’s toegestuurd en filmpjes waarop [slachtoffer 1] naakt stond, maar ook anderen personen naakt stonden. Ik ontving via de app meerdere voicemessages waarop ik uitgescholden werd met kanker vader en slechte vader. Stuur mij [slachtoffer 1] terug anders kom ik haar halen of ik maak je dood.51 In het begin van de periode ontving ik dit soort gesprekken en voice (de rechtbank begrijpt: gesproken berichten) dagelijks. Ik ontving er ongeveer 30 tot 300 per dag.52

In het dossier bevinden zich screenshots van WhatsAppgesprekken. Deze WhatsAppgesprekken zijn beschreven in een proces-verbaal van bevindingen. Hieruit volgt onder meer het volgende.

- Een WhatsAppgesprek wordt aangemaakt door [telefoonnummer] ( [verdachte] ). De groepsapp wordt ‘ [groepsapp] ’ genoemd. Er worden diverse personen door [verdachte] uitgenodigd, waaronder [slachtoffer 2] (de vader van [slachtoffer 1] ). [verdachte] plaatst seksueel getinte video’s en foto’s in de groepsapp. [verdachte] plaatst de tekst: “Nu zie je een helen andere kant van kleine [slachtoffer 1] ”.53

- Gesprekken op de ‘ [groepsapp] ’ groepsapp.

[verdachte] : Gaa eerst je eigen kind opvoeden voordat je tegen mij komt zeggen wat ik wel en niet mag doen donder op54

[verdachte] : [slachtoffer 1] haar kkr Pa.

[A] : Woow [verdachte] praat je zo tegen d’r pa

[verdachte] : AHAHAHA JJAJA HA, was boos55

[verdachte] : kkr [slachtoffer 1] kkkkkk verrader kkkkkk slet blijf daar56

- Op de groepsapp genaamd ‘ [groepsapp] ’ worden seksueel getinte foto’s van [slachtoffer 1] door [verdachte] verzonden.57

[verdachte] : U dochter maakt zulke foto’s.58

[verdachte] : Ey Papa van [slachtoffer 1] maakt u dochter zulke foto’s, kijk, dit doet u dochter, Jesus, en zij wou zelf alles filmen, kkr hoer59

- Gesprekken op de ‘ [groepsapp] ’ groepsapp.

[verdachte] : Super cool die pa zit hier ook nog in, verveel me thuis dus kom met sensatie kk [slachtoffer 2]60

[verdachte] : hoe gaat het met [slachtoffer 1] , al 1029 geneukt daarso, ik heb u dochter HELENAAAML opeens open geneukt61

[verdachte] : Ik ga naar [slachtoffer 1] der pa ffe alles in de vik steken in dat kut huis.62

Bewijsoverweging

Het verweer van de raadsman, dat niet gebleken is dat verdachte [slachtoffer 2] aan de groepsgesprekken heeft toegevoegd en dat verdachte degene is geweest die de afbeeldingen en berichten heeft gestuurd, wordt gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen verworpen. Aangever heeft verklaard dat hij door [verdachte] aan de groepsgesprekken werd toegevoegd en uitgescholden en deze verklaring wordt ondersteund door het hiervoor genoemde proces-verbaal van bevindingen63 en de daarbij behorende bijlagen (screenshots), waaruit volgt dat aangever daadwerkelijk in de groepsgesprekken was toegevoegd en werd uitgescholden. De USB-stick, met daarop de screenshots van WhatsAppgesprekken, is bovendien door (familie van) aangever aangeleverd, zodat vastgesteld kan worden dat de berichten en de bedreigingen hem kennelijk hadden bereikt.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op tijdstippen in de periode van 1 december 2013 tot en met 20 juni 2014 te Almere,

[slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermalen tegen het hoofd en lichaam heeft geslagen;

2.

op tijdstippen in de periode van 7 september 2013 tot en met 21 november 2014 te Almere, opzettelijk de eer en de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door

- via Instagram een groep aan te maken, te weten " [instagramaccount] " en

- via groepen op Instagram en Whatsapp naaktfoto’s en naaktvideo's te versturen naar leerlingen van het [school] en naar leden van de [naam] en naar leerlingen van de school in Curaçao en naar de vader van die [slachtoffer 1] en naar de zusjes van die [slachtoffer 1] en

- op de Instagramaccount van die [slachtoffer 1] de tekst te plaatsen: " [naam] hoer ik pijp gratis ik heb seks filmpjes neuk me van achter en me kutje stinkt en ik laat scheten kanker vies, MORGEN FILMPJES";

3.

op tijdstippen in de periode van 7 september 2013 tot en met 21 november 2014 te Almere, meermalen een video van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid door het verzenden aan anderen via Whatsapp en Instagram welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de penis vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt;

4.

in de periode van 10 augustus 2014 tot en met 12 augustus 2014 te Almere, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door stelselmatig aan die [slachtoffer 1] op een aantal tijdstippen, in voornoemde periode in totaal 5731 berichten te sturen via WhatsApp (met de inhoud, zakelijk weergegeven, dat die [slachtoffer 1] haar wachtwoord van Instagram moet geven en een foto moet verwijderen van Instagram) met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te doen en vrees aan te jagen;

5.

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 21 november 2014 te Almere, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door geweld en bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en door bedreiging met smaad en smaadschrift gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten:

- het meewerken aan het maken van seksfilmpjes en

- het (vroegtijdig) verlaten van de les om naar hem, verdachte, te gaan en

- na school (als die [slachtoffer 1] eerder vrij was) naar hem, verdachte, te gaan,

door:

- die [slachtoffer 1] meermalen tegen het hoofd en lichaam te slaan en

- meermalen te dreigen om seksfilmpjes en naaktfoto's van die [slachtoffer 1] te verspreiden aan anderen en

- meermalen die [slachtoffer 1] uit de les te halen en te eisen dat die [slachtoffer 1] met hem mee ging en

- de telefoon van die [slachtoffer 1] kapot te slaan en

- meermalen op de afdeling van de school van die [slachtoffer 1] te komen waar hij, verdachte, niet hoefde te komen en

- daarbij te eisen dat hij die [slachtoffer 1] te spreken zou krijgen en

- veelvuldig berichten te sturen naar die [slachtoffer 1] waarin hij, verdachte, die [slachtoffer 1] uitschold;

6.

op 15 september 2014 te Almere [slachtoffer 3] heeft mishandeld door tegen het oog en de keel van die [slachtoffer 3] te slaan;

7.

op tijdstippen in de periode van 22 juni 2014 tot en met 12 februari 2015 te Almere, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door

- meermalen zonder toestemming van die [slachtoffer 1] die [slachtoffer 2] toe te voegen aan groepsapps van WhatsApp met onder meer de namen " [groepsapp] " en " [groepsapp] " en " [groepsapp] " en

- afbeeldingen via voornoemde groepsapps van WhatsApp te sturen naar die [slachtoffer 2] , waarop de dochter van die [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 1] ) en anderen naakt of deels naakt te zien zijn en

- meermalen (voice)berichten via voornoemde groepsapps van WhatsApp te sturen naar die [slachtoffer 2] , met daarin onder meer de volgende inhoud:

"kankervader", "slechte vader", "Nu zie je een helen andere kant van kleine [slachtoffer 1] ", "Gaaa eerst je eigen kind opvoeden voordat je tegen mij komt zeggen wat ik wel en niet mag doen donder op", "kkr [slachtoffer 1] kkkkkk verrader kkkkkk slet blijf daar", "U dochter maakt zulke foto's", "Ey Papa van [slachtoffer 1] Maakt u dochter zulke foto's Kijk Dit doet u dochter Jesus En zij wou zelf Alles Filmen Kkr hoer", "Super cool Die pa zit hier Ook nog in", "Verveel me thuis dus kom met sensatie kk [slachtoffer 2] " en/of "Hoe gaat het met [slachtoffer 1] Al 1029 geneukt Daarso Ik heb u dochter HELENAAAML Opeens Open geneukt" met het oogmerk die [slachtoffer 2] vrees aan te jagen;

8.

in de periode van 22 juni 2014 tot en met 12 februari 2015 te [woonplaats] [slachtoffer 2] heeft bedreigd enig misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:

  • -

    (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] terug moest sturen anders zou hij, verdachte, [slachtoffer 1] komen halen of die [slachtoffer 2] dood maken en

  • -

    "Ik ga naar [slachtoffer 1] der pa Ffe alles in de vik steken in dat kut huis".

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1 en 6, telkens:

mishandeling

Ten aanzien van feit 2:

smaad

Ten aanzien van feit 3:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken verspreiden, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 4 en 7, telkens:

belaging

Ten aanzien van feit 5:

een ander door geweld en een feitelijkheid en bedreiging met geweld gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen

Ten aanzien van feit 8:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en brandstichting

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie van drie maanden, waarvan een gedeelte van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, voortzetting van de behandeling bij De Waag, en het zich onthouden van uitlatingen over de strafzaak in de media. De officier van justitie heeft ook gevorderd de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] en haar familie, waarbij bij iedere overtreding een jeugddetentie van een week dient te worden vastgesteld. De officier van justitie heeft voorts gevorderd deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Voor zover de rechtbank tot een veroordeling komt, heeft de raadsman verzocht bij het bepalen van de straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming een voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, dwang en belaging van zijn

ex-vriendin [slachtoffer 1] en aan het verspreiden van kinderpornografisch beeldmateriaal, waarop [slachtoffer 1] te zien is. Verdachte heeft zich tijdens zijn relatie met [slachtoffer 1] naar haar intimiderend en agressief gedragen. Zo heeft hij [slachtoffer 1] meerdere keren geslagen, waardoor zij regelmatig met blauwe plekken op haar lichaam liep en ook heeft hij [slachtoffer 1] via WhatsApp talloze berichten verstuurd, waarin hij haar uitscheldt en op zeer indringende en dwingende wijze met haar contact probeert te krijgen. Verdachte heeft op enig moment tijdens zijn relatie met [slachtoffer 1] kans gezien stiekem seks met [slachtoffer 1] te filmen, zonder dat [slachtoffer 1] hiervoor toestemming gegeven had. Vervolgens heeft verdachte dit filmpje gebruikt als middel om [slachtoffer 1] te dwingen tot het maken van nieuwe seksfilmpjes en naaktfoto’s. Uiteindelijk heeft verdachte het seksfilmpje en naaktfoto’s van [slachtoffer 1] via groepsgesprekken op WhatsApp en Instagram verspreid, naar onder meer leerlingen van school, leden van de hockeyclub en de familie van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft het vertrouwen van [slachtoffer 1] door zijn handelen ernstig beschaamd en heeft een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] , die tijdens de gebeurtenissen 15 jaar oud was. Het is algemeen bekend dat dergelijke gebeurtenissen door slachtoffers als intimiderend, maar ook als beschamend, worden ervaren en dit is in het bijzonder het geval bij minderjarige slachtoffers. Dat deze feiten ook daadwerkelijk een grote impact hebben gehad op het welzijn en de ontwikkeling van [slachtoffer 1] , blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring die zij ter terechtzitting heeft voorgelezen en de toelichting die zij bij de vordering benadeelde partij heeft gevoegd. [slachtoffer 1] heeft het gedrag van verdachte als zeer beangstigend en bedreigend ervaren en heeft zich daarnaast ontzettend geschaamd voor de foto’s en filmpjes die van haar verspreid werden. Daarnaast heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan belaging en bedreiging van de vader van [slachtoffer 1] en ook heeft verdachte de stiefvader van [slachtoffer 1] mishandeld. Verdachte heeft door zijn handelen niet alleen aan [slachtoffer 1] , maar aan haar hele gezin veel leed toegebracht. Verdachte heeft op grove en indringende wijze inbreuk gemaakt op het leven van [slachtoffer 1] en haar familie. [slachtoffer 1] en haar familie hebben tot op heden nog dagelijks last van wat verdachte hen heeft aangedaan. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan. Daarbij komt dat verdachte op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor de feiten die hij heeft begaan en zich geen moment rekenschap gegeven heeft van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.

De persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

  • -

    een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 20 november 2018, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten;

  • -

    een advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 27 december 2018, opgesteld door G. Pos;

  • -

    een rapportage pro Justitia van 1 september 2018, uitgebracht door H.A. Gerritsen, psychiater;

  • -

    een rapportage pro Justitia van 11 september 2018, uitgebracht door A.I. de Zwarts, GZ-psycholoog.

Het rapport opgesteld door de psychiater houdt onder meer het volgende in.

Bij verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van zwakbegaafdheid en een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur. Vermoed kan worden dat verdachte in de relatie met zijn ex-vriendin [slachtoffer 1] - vanwege zijn onzekerheid - jaloers was en bang was dat zij hem zou verlaten en dat toen zij hem daadwerkelijk verliet verdachte zich gekwetst voelde. Het is niet ondenkbaar dat verdachte haar vanuit zijn jaloezie en boosheid is gaan slaan. Na de relatiebreuk stortte zijn wereld in en voelde hij zich alleen en verlaten. Het verspreiden van kinderpornografie zou gezien kunnen worden als een middel om verlating te voorkomen dan wel nabijheid te creëren dan wel een manier om zijn boosheid en frustraties te uiten. Zijn acties in de zin van stalking, smaad en dwang kunnen vanuit die achtergrond worden begrepen. Het mishandelen van de stiefvader van [slachtoffer 1] zou gezien kunnen worden tegen de achtergrond van het zich zowel bedreigd voelen door als boosheid op het slachtoffer vanwege zijn mogelijke rol in de relatiebreuk. Dit geldt ook voor de stalking en bedreiging van de biologische vader van [slachtoffer 1] . Ervan uitgaand dat verdachte ook ten tijde van de ten laste gelegde feiten zwakbegaafd was, kan gesteld worden dat hij destijds op basis van zijn zwakbegaafdheid minder goed in staat was om de complexe situatie waarin hij zat te overzien en daarnaar adequaat te handelen. Geadviseerd wordt om het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. Er wordt ambulante behandeling bij De Waag gecombineerd met een jeugdreclasseringscontact in het kader van bijzondere voorwaarden geadviseerd.

Het rapport opgesteld door de psycholoog houdt onder meer het volgende in.

Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid. Het is zeer aannemelijk dat tijdens de ten laste gelegde feiten sprake van was van zwakbegaafde cognitieve vermogens bij verdachte. Indien bewezen, kan gesteld worden dat zwakbegaafdheid een rol heeft gespeeld tijdens de ten laste gelegde feiten. Er zijn voldoende argumenten vanuit de cognitieve ontwikkeling, het toenmalig functioneren en levensomstandigheden van betrokkene, die aanleiding geven het jeugdstrafrecht toe te passen. Om het recidiverisico te verkleinen is betrokkene gebaat bij behandeling die zich richt op met name de gebrekkige agressieregulatie, impulscontrole en frustratietolerantie bij betrokkene, welke deels te verklaren is, en bovendien versterkt wordt, vanuit de zwakbegaafdheid. Geadviseerd wordt een reclasseringstoezicht op te leggen, uitgevoerd door Reclassering Nederland, gezien de huidige leeftijd van verdachte.

De rechtbank onderschrijft de conclusies uit de pro Justitia rapportages en maakt deze tot de hare. De rechtbank is van oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) houdt onder meer het volgende in. De RvdK kan zich vinden in de onderbouwingen en de genoemde behandeling in de pro Justitia rapportages. De RvdK vindt het positief dat [verdachte] aan zichzelf wil werken en een vorm van probleembesef krijgt. Dat [verdachte] zich op eigen initiatief bij De Waag heeft aangemeld, is hier een voorbeeld van. De RvdK acht het van belang dat door de reclassering toezicht wordt gehouden op de behandeling bij De Waag. De RvdK adviseert, gelet op de omstandigheden dat het feiten uit 2013/2014 zijn, [verdachte] al veel last heeft ervaren van de media- aandacht betreffende zijn strafzaak en het feit dat behandeling voorliggend is, een geheel voorwaardelijke taakstraf.

De straf

De rechtbank ziet, anders dan door de RvdK geadviseerd, gelet op de ernst van de feiten en de persoon en de (proces)houding van verdachte, geen ruimte of aanleiding om aan verdachte een (voorwaardelijke) taakstraf op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat ter vergelding van de bewezen verklaarde feiten en ter bescherming van de maatschappij, niet kan worden volstaan met een lichtere strafsoort dan een onvoorwaardelijke jeugddetentie.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Door de raadsman is bepleit dat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid van het EVRM, het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Het eerste verhoor van verdachte heeft plaatsgevonden op 26 september 2016. Daarom is de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met 15 maanden, overschreden. Ondanks dat de door de verdediging ingediende onderzoekswensen en de omstandigheid dat verdachte op de terechtzitting van 8 januari 2019 niet is verschenen ook invloed hebben gehad op het procesverloop, is de rechtbank van oordeel dat deze overschrijding matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

De rechtbank acht, alles afwegende in beginsel een jeugddetentie voor de duur van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, passend en geboden, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een jeugddetentie voor de duur van drie maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, het ondergaan van een ambulante behandeling en een verbod zich in de media uit te laten over onderhavige strafzaak.

De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat verdachte zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [aangeefster] en [getuige 3] .

De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van 2 jaren. Voor het

geval niet aan de maatregel wordt voldaan, zal vervangende jeugddetentie voor één week

worden opgelegd, met een maximum van zes maanden jeugddetentie.

De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal blijven gedragen jegens [slachtoffer 1] en haar familie (zoals hierboven genoemd). Daarom zal zij bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

9 BENADEELDE PARTIJEN

[slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 9.000,00, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met dien verstande dat het gevorderde bedrag aan de hoge kant is en moet worden gematigd tot een bedrag van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en moet toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd en verder onderzoek een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, zodat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van

€ 5.000,00 en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 7 september 2013 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 5.000,00 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 7 september 2013 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 60 dagen jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 1]

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.389,32, bestaande uit € 1.389,32 materiële schade en € 2.000,00 immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 7 en 8 ten laste gelegde feiten

9.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met dien verstande dat het gevorderde immateriële bedrag aan de hoge kant is en moet worden gematigd tot een bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en moet toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

9.5

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd en een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, zodat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

9.6

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de gevorderde materiële schade

niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu niet, althans onvoldoende is gebleken van een direct verband tussen de gestelde schade en de onder 7 en 8 bewezen verklaarde feiten.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 7 en 8 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van

€ 750,00 en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 750,00 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 15 dagen jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 3]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.500,00, bestaande uit € 1.500,00 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 6 ten laste gelegde feit.

9.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met dien verstande dat het gevorderde immateriële bedrag aan de hoge kant is en moet worden gematigd tot een bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en moet toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

9.8

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd en een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, zodat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

9.9

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde materiële schade voldoende onderbouwd is en dat de inhoud daarvan bovendien door de verdediging niet betwist is. De rechtbank zal daarom de gevorderde materiële schade, te weten € 1.500,00, toewijzen.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van

€ 750,00.

Totaalbedrag

De rechtbank zal de vordering tot een totaalbedrag van € 2.250,00 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 september 2014 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 3] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2.250,00 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 september 2014 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 32 dagen jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

[aangeefster]

, moeder en wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] , heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.374,77, bestaande uit materiële schade.

9.10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente en moet toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

9.11

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd en een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, zodat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

9.12

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de kosten die de moeder van het minderjarige slachtoffer als verplaatste schade in de zin van artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek kunnen worden aangemerkt en als zodanig voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank is voorts van oordeel dat de gevorderde materiële schade ten aanzien van de reiskosten naar Curaçao en de reiskosten naar Italië voldoende onderbouwd is en dat de inhoud daarvan bovendien door de verdediging niet betwist is. De rechtbank zal daarom de gevorderde materiële schade ten aanzien van deze posten, te weten € 1.074,03, toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 september 2014 tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de gevorderde kosten van de herstelwerkzaamheden van de deur niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu niet, althans onvoldoende is gebleken van een direct verband tussen de gestelde schade en de bewezen verklaarde feiten.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [aangeefster] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.074,03, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 21 juni 2014 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 20 dagen jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 38v, 38w, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77we, 240b, 261, 284, 285, 285b, 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Geldigheid dagvaarding

- verklaart de dagvaarding ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde geldig;

Ontvankelijkheid officier van justitie

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 3 maanden;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 2 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd

* zich bij Reclassering Nederland zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zijn behandeling van De Waag zal voortzetten, teneinde zich te laten behandelen zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal onthouden van uitlatingen over de onderhavige strafzaak in de media;

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren;

- beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact met: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [aangeefster] en [getuige 3] ;

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan elke overtreding van de maatregel wordt vervangen door één week jeugddetentie met een maximum van zes maanden jeugddetentie;

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 5.000,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2013 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 5.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2013 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 750,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 750,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 2.250,00;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2014 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 2.250,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2014 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 32 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [aangeefster]

- wijst de vordering van [aangeefster] toe tot een bedrag van € 1.074,03;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangeefster] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2013 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [aangeefster] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster] aan de Staat

€ 1.074,03te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2014 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mrs. A.W.M. van Hoof en B.G.W.P. Heijne, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2019.

Mrs. A.W.M. van Hoof en B.G.W.P. Heijne zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2013 tot en met 22 juni 2014 te Almere, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door veelvuldig, althans meermalen, in ieder geval eenmaal, tegen het hoofd en/of lichaam heeft gestompt en/of geslagen;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 21 november 2014 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

opzettelijk de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door

- via Instagram en/of Whatsapp groepen/een groep aan te maken, te weten " [groepsapp] ", " [groepsapp] ", [groepsapp] ", [groepsapp] ", [groepsapp] ", [instagramaccount] " en/of " [instagramaccount] " en/of

- via (die groepen op/van) Instagram en/of Whatsapp en/of SMS-berichten naaktfoto's en/of naaktvideo's te versturen naar leerlingen van het [school] en/of naar leden van de [naam] en/of naar leerlingen van de school in Curaçao en/of naar de vader van die [slachtoffer 1] en/of naar de zusjes van die [slachtoffer 1] en/of

- op de Instagramaccount van die [slachtoffer 1] de tekst te plaatsen: " [naam] hoer ik pijp gratis ik heb seks filmpjes neuk me van achter en me kutje stinkt en ik laat scheten kanker vies, MORGEN FILMPJES".

3.

hij op een of meer tijdstippen in of 1 september 2013 tot en met 30 november 2014 te Almere, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een hoeveelheid afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of één of meerdere gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten één of meerdere mobiele telefoon(s) met daarop (een) foto('s) en/of (een) video('s) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid door het verzenden aan anderen via Whatsapp en/of Instagram en/of SMS-berichten en/of Twitter, aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het met de/een penis en/of vinger(s) vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (pagina 124 en 148 en 153 uit toonmap)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,

en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (pagina 148 en 151 en 152 en 153, 156 uit toonmap)

en/of

het met de/een vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt; (pagina 148 en 152, 156 uit toonmap)

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2013 tot en met 21 november 2014 te Almere, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door stelselmatig aan die [slachtoffer 1] op een (zeer) groot aantal tijdstippen, in voornoemde periode (in totaal) 5731, althans een (zeer) grote hoeveelheid, berichten te sturen via WhatsApp (met de inhoud, zakelijk weergegeven, dat die [slachtoffer 1] haar wachtwoord van Instagram moet geven en/of een foto moet verwijderen van Instagram) met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 21 november 2014 te Almere, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 1] , door

- geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en/of

- door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen die [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten:

- het meewerken aan het maken van seksfilmpjes en/of

- het (vroegtijdig) verlaten van de les om naar hem, verdachte, te gaan en/of

- na school (als die [slachtoffer 1] eerder vrij was) naar hem, verdachte, te gaan,

door:

- die [slachtoffer 1] veelvuldig, althans meermalen, in ieder geval eenmaal, tegen het hoofd en/of lichaam te stompen en/of te slaan en/of

- ( veelvuldig, althans meermalen) te dreigen om seksfilmpjes en/of naaktfoto's van die [slachtoffer 1] te verspreiden aan anderen en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 1] uit de les te halen en te eisen dat die [slachtoffer 1] met hem mee ging en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 1] kapot te slaan en/of

- ( veelvuldig, althans meermalen) op de afdeling van de school van die [slachtoffer 1] te komen waar hij, verdachte, niet hoefde te komen en/of

- ( daarbij) te eisen dat hij die [slachtoffer 1] te spreken zou krijgen en/of

- ( veelvuldig, althans meermalen) berichten te sturen naar die [slachtoffer 1] waarin hij, verdachte, die [slachtoffer 1] uitschold en/of

- ( meermalen) tegen die [slachtoffer 1] te schreeuwen;

6.

hij op of omstreeks 15 september 2014 te Almere, althans in Nederland, [slachtoffer 3] heeft mishandeld door tegen het oog, althans het hoofd, en/of de keel, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3] te stompen en/of te slaan;

7.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 juni 2014 tot en met 12 februari 2015 te Almere, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door

- ( meermalen) (zonder toestemming van die [slachtoffer 1] ) die [slachtoffer 2] toe te voegen aan groepsapps van WhatsApp met onder meer de namen " [groepsapp] "en/of " [groepsapp] " en/of " [groepsapp] " en/of

- ( veelvuldig, althans meermalen) afbeeldingen via (voornoemde groepsapps van) WhatsApp te sturen naar die [slachtoffer 2] , waarop de dochter van die [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 1] ) en/of anderen naakt of deels naakt te zien zijn en/of

- ( veelvuldig, althans meermalen) (voice)berichten via (voornoemde groepsapps van) WhatsApp te sturen naar die [slachtoffer 2] , met daarin onder meer de volgende inhoud:

"kankervader", "slechte vader", "Nu zie je een helen andere kant van kleine [slachtoffer 1] ", "Gaaa eerst je eigen kind opvoeden voordat je tegen mij komt zeggen wat ik wel en niet mag doen donder op", "kkr [slachtoffer 1] kkkkkk verrader kkkkkk slet blijf daar", "U dochter maakt zulke foto's", "Ey Papa van [slachtoffer 1] Maakt u dochter zulke foto's Kijk Dit doet u dochter Jesus En zij wou zelf Alles Filmen Kkr hoer", "Super cool Die pa zit hier Ook nog in", "Verveel me thuis dus kom met sensatie kk [slachtoffer 2] " en/of "Hoe gaat het met [slachtoffer 1] Al 1029 geneukt Daarso Ik heb u dochter HELENAAAML Opeens Open geneukt" met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

8.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 juni 2014 tot en met 12 februari 2015 te Almere, althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of brandstichting, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:

- ( zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] terug moest sturen anders zou hij, verdachte, [slachtoffer 1] komen halen of die [slachtoffer 2] dood maken en/of

- " Ik ga naar [slachtoffer 1] der pa Ffe alles in de vik steken in dat kut huis",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 september 2016, genummerd 2014171834, 2014252058, 2014261352, 2014298326 en 2015218079, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 365. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 39.

3 Pagina 40.

4 Pagina 41.

5 Pagina 44.

6 Pagina 64.

7 Pagina 47.

8 Pagina 83.

9 Pagina 66.

10 Pagina 67.

11 Pagina 139

12 Pagina 139.

13 Pagina 141 en pagina 162.

14 Een proces-verbaal van bevindingen van 17 december 2018, genummerd 2014171834-12, opgenomen op pagina 4 van het proces-verbaal aanvulling einddossier.

15 Een proces-verbaal van bevindingen van 17 december 2018, genummerd 2014171834-12, opgenomen op pagina 4 van het proces-verbaal aanvulling einddossier.

16 Pagina 68.

17 Pagina 39.

18 Pagina 41.

19 Pagina 42.

20 Pagina 92.

21 Pagina 85.

22 Pagina 345.

23 Pagina 95.

24 Pagina 290.

25 Pagina 290.

26 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2019.

27 Pagina 238.

28 Pagina 137.

29 Pagina 123.

30 Pagina 39

31 Pagina 40.

32 Pagina 40.

33 Pagina 40.

34 Pagina 41.

35 Pagina 41.

36 Pagina 48.

37 Pagina 57.

38 Pagina 191.

39 Pagina 192.

40 Pagina 66.

41 Pagina 191.

42 Pagina 191.

43 Pagina 191.

44 Pagina 238.

45 Pagina 137.

46 Pagina 310.

47 Pagina 312.

48 Pagina 336.

49 Pagina 344.

50 Pagina 347.

51 Pagina 345.

52 Pagina 345.

53 Pagina 139

54 Pagina 140.

55 Pagina 140.

56 Pagina 140.

57 Pagina 141.

58 Pagina 141

59 Pagina 141 en 142.

60 Pagina 143 en 144.

61 Pagina 144.

62 Pagina 144.

63 Pagina 137 en verder.