Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1653

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-04-2019
Datum publicatie
23-04-2019
Zaaknummer
C/16/477459 / KL ZA 19-73
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bewindvoerder vordert in kort geding schorsing van executie verstekvonnis. Toewijzing.

Vermogen van gedaagde in bodemprocedure staat ten tijde van dagvaarden onder bewind vanwege problematische schulden. Bewind is gepubliceerd in het Centraal curatele- en bewindregister. Eiser in bodemprocedure heeft niet bewindvoerder, maar gedaagde gedagvaard. Gedaagde wordt bij verstek veroordeeld. Eiser gaat verstekvonnis executeren. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het Centraal Curatele- en bewindregister is geraadpleegd voorafgaand aan dagvaarding in de bodemprocedure. Eiser had bewind behoren te kennen ten tijde van dagvaarden. Executie van tegen verkeerde partij gewezen vonnis leidt tot misbruik van bevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/477459 / KL ZA 19-73

Vonnis in kort geding van 8 april 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V., HODN [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. A. Rodriguez Gonzalez te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INFOMEDICS B.V.,

gevestigd te Almere,

gedaagde,

advocaat mr. U. Ellian te Almere.

Partijen zullen hierna de bewindvoerder en Infomedics genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 7 producties

  • -

    de fax van Infomedics van 25 maart 2019 met 3 producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de bewindvoerder.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

De zaak gaat over de executie van een verstekvonnis dat op 16 juni 2017 is gewezen tussen Infomedics en mevrouw [A] . [A] is in dat vonnis bij verstek veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 95,26 aan Infomedics. Het vermogen van [A] staat al sinds 4 augustus 2016 onafgebroken onder bewind. De bewindvoerder wil dat Infomedics verboden wordt om het verstekvonnis (verder) te executeren. Volgens haar bevat het een kennelijke misslag doordat de bewindvoerder destijds niet is gedagvaard. Om die reden kan geen verhaal plaatsvinden op het onder bewind gestelde vermogen en dient de executie te worden geschorst omdat anders misbruik van bevoegdheid zou worden gemaakt door Infomedics. Infomedics voert als verweer dat niet met zekerheid vast staat dat ten tijde van de dagvaarding in 2017 voor haar in het Centraal Curatele- en Bewindregister (hierna: Bewindregister) zichtbaar was dat het vermogen van [A] onder bewind stond en neemt daarom het standpunt in dat zij het bewind niet kende en niet behoorde te kennen. Zij beroept zich daarmee op derdenbescherming.

2.2.

Het geschil draait om de vraag of Infomedics bevoegd is het verstekvonnis tegen [A] (verder) ten uitvoer te leggen op het onder bewind gestelde vermogen van [A] . Dat is volgens de voorzieningenrechter niet het geval. De volgende overwegingen zijn daartoe redengevend.

2.3.

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis schorsen. Dit is slechts mogelijk in zeer uitzonderlijke gevallen. Dit kan de voorzieningenrechter besluiten indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

2.4.

Tijdens het beschermingsbewind komt het beheer en de beschikking over de goederen die onder bewind staan toe aan de bewindvoerder (artikel 1:438 BW). De bewindvoerder vertegenwoordigt bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende ( [A] ) in en buiten rechte (artikel 1:441 BW). Dit betekent dat in een geding met betrekking tot onder bewind gestelde goederen, de bewindvoerder en niet de rechthebbende in rechte moet worden betrokken.

2.5.

De eerste vraag is of Infomedics kan worden tegengeworpen dat zij in de procedure die tot eerder genoemd verstekvonnis tegen [A] heeft geleid, niet de bewindvoerder maar [A] in rechte heeft betrokken. Die vraag moet bevestigend worden beantwoord indien Infomedics ten tijde van de procedure tegen [A] de onderbewindstelling kende of behoorde te kennen (artikel 1:439 BW). Indien de onderbewindstelling is gepubliceerd in het Bewindregister, worden schuldeisers geacht op de hoogte te zijn van het beschermingsbewind.

2.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat het vermogen van [A] bij beschikking van 3 augustus 2016 met ingang van 4 augustus 2016 onder bewind is gesteld. Uit het door de bewindvoerder overgelegde uittrekstel uit het Bewindregister (van 15 mei 2018) blijkt dat het beschermingsbewind van [A] op 4 augustus 2016 is gepubliceerd in dat register.

2.7.

Infomedics bestrijdt de juistheid van het door de bewindvoerder overgelegde uittreksel niet. Wel stelt zij dat hieruit niet onomstotelijk blijkt dat ten tijde van de procedure tegen [A] (die liep vanaf de dagvaarding in april 2017 tot de uitspraak op 16 juni 2017) de onderbewindstelling in het Bewindregister gepubliceerd stond. Op de accuraatheid van het Bewindregister kan volgens haar namelijk niet worden vertrouwd. Daarbij wijst zij op een uittreksel uit het Bewindregister van 20 februari 2019, waarop staat vermeld dat [A] op dat moment niet in het register voorkomt, terwijl nog wel sprake is van een onderbewindstelling.

2.8.

Verder is het volgens Infomedics de standaard handelwijze van haar deurwaarder dat zij voorafgaand aan dagvaarding van een natuurlijk persoon het Bewindregister controleert. Dit zou de deurwaarder ook in het geval van [A] hebben gedaan. Uit die controle in april 2017 was gebleken dat [A] niet voorkwam in het Bewindregister, zodat zij terecht [A] zelf heeft gedagvaard. De bewindvoerder heeft dit gemotiveerd betwist en Infomedics heeft nagelaten haar stelling op dit punt te onderbouwen, bijvoorbeeld door overlegging van een uitdraai uit dat register in die periode, zodat de voorzieningenrechter aan die stelling van Infomedics voorbij gaat. Daar komt bij dat er geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die het aannemelijk maken dat de publicatie van het beschermingsbewind van [A] niet zichtbaar is geweest in de periode april 2017 tot 16 juni 2017. Integendeel, uit het door de bewindvoerder overgelegde uittreksel (15 mei 2018) blijkt dat vanaf de datum van publicatie van het bewind (4 augustus 2016) pas een eerste wijziging in het Bewindregister heeft plaatsgevonden op 30 juni 2017. Dit is ruim na de datum van dagvaarding van [A] en enkele weken na de datum van het verstekvonnis. Aangenomen mag dan ook worden dat het bewind van [A] in die tussenliggende periode van 4 augustus 2016 tot eind juni 2017 onafgebroken geregistreerd heeft gestaan in het Bewindregister.

2.9.

Het enkele feit dat [A] op 20 februari 2019 niet in het Bewindregister voorkomt, maakt het voorgaande niet anders. Ook hieruit kan redelijkerwijs niet worden afgeleid dat de publicatie van de onderbewindstelling van het vermogen van [A] op een eerder moment (in 2017) geschorst of beëindigd is geweest. Het biedt evenmin steun voor de stelling van Infomedics dat op de accuraatheid van dat register niet kan worden vertrouwd. De niet-vermelding van [A] in het Bewindregister op 20 februari 2019 houdt mogelijk verband met het feit dat de rechtbank Rotterdam op 25 februari 2019, op een eerder gedateerd verzoek van de bewindvoerder, het bewind over het vermogen van [A] heeft opgeheven per 1 april 2019.

2.10.

Het voorgaande leidt ertoe dat Infomedics het bewind van [A] behoorde te kennen. Daarom had zij de procedure in 2017 tegen de bewindvoerder behoren te voeren. Nu Infomedics [A] zelf in rechte heeft betrokken, komt de vraag aan de orde of zij desalniettemin de vordering tot betaling waartoe [A] in die procedure zelf is veroordeeld, kan verhalen op het onder bewind gestelde vermogen van [A] . Die vraag dient ontkennend te worden beantwoord op grond van artikel 1:440 BW. Dit betekent dat het (verder) executeren van het verstekvonnis, dat duidelijk tegen een verkeerde partij is gewezen, leidt tot een misbruik van bevoegdheid aan de zijde van Infomedics. Voor zover al geldbedragen ten laste van [A] zijn geïnd op basis van de executie van dit vonnis, moeten die dan ook door Infomedics worden terugbetaald. De vorderingen van de bewindvoerder worden toegewezen. De overige stellingen behoeven geen bespreking.

2.11.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Infomedics verklaard het vonnis van de voorzieningenrechter te zullen naleven, zodat er geen noodzaak is een dwangsom op te leggen. Om die reden wordt de gevorderde dwangsom afgewezen.

2.12.

Infomedics zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de bewindvoerder worden begroot op:

- griffierecht € 79,00

- salaris advocaat 527,00

Totaal € 606,00

2.13.

Omdat de bewindvoerder op basis van een toevoeging procedeert, begrijpt de voorzieningenrechter de vordering tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten aldus, dat de wettelijke rente alleen wordt gevorderd over het aan de bewindvoerder te betalen deel daarvan. Die vordering zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna in de beslissing bepaalde termijn.

2.14.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verbiedt Infomedics het verstekvonnis van rechtbank Rotterdam van 16 juni 2017 verder ten uitvoer te leggen,

3.2.

gebiedt Infomedics om het beslag op de Wajong-uitkering van [A] op te heffen en de vanwege dit beslag reeds ontvangen bedragen aan [A] tegen kwijting terug te betalen, binnen twee dagen na dit vonnis,

3.3.

veroordeelt Infomedics in de proceskosten, aan de zijde van de bewindvoerder tot op heden begroot op € 606,00, waarin begrepen € 527,00 aan salaris advocaat, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan het bedrag van 527,00 wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt Infomedics in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Infomedics niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Staal en in het openbaar uitgesproken door mr. R.F. van Aalst op 8 april 2019.