Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1456

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-04-2019
Datum publicatie
15-04-2019
Zaaknummer
C/16/476595 / KG ZA 19-142
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding voor aanschaf trekker. Uitleg aanbestedingsvoorwaarden. Redelijkerwijs duidelijk dat bij de gebruikerstest de aangeboden stoel zou worden beoordeeld en niet een stoel die niet was aangeboden maar voldeed aan de minimumeisen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2019/1177
JAAN 2019/96
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/476595 / KG ZA 19-142

Vonnis in kort geding van 5 april 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. M.A.M. Euverman te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ZEIST,

zetelend te Zeist,

gedaagde,

advocaat mr. A.B.B. Gelderman te Enschede.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 5 maart 2019

  • -

    de producties van de zijde van [eiseres]

  • -

    de producties van de zijde van de Gemeente

  • -

    de mondelinge behandeling van 21 maart 2019

  • -

    de pleitnota van [eiseres]

  • -

    de wijziging van eis

  • -

    de pleitnota van de Gemeente.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Het gaat hier om een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure van de Gemeente voor de aanschaf van een trekker voor de gemeentelijke begraafplaats. De Gemeente heeft vijf ondernemingen, waaronder [eiseres] en [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam] ), uitgenodigd een inschrijving in te dienen.

2.2.

Blijkens de Offerteaanvraag geldt als gunningscriterium de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij inschrijvers 50 punten kunnen scoren op prijs en 50 punten op kwaliteit. De kwaliteit van de inschrijving wordt beoordeeld in een gebruikerstest, waarbij drie medewerkers van de begraafplaats de aangeboden trekkers op twaalf onderwerpen beoordelen.

2.3.

In de Offerteaanvraag is vermeld dat de controle op de minimumeisen wordt uitgevoerd bij levering van de bestelde trekker. Volgens Bijlage 3 (Minimumeisen) bij de Offerteaanvraag worden onder meer de volgende minimumeisen aan de opdracht gesteld:

Minimumeis 10: “De trekker moet aan de achterzijde een trekinrichting hebben met oog passend bij de nieuwe kieper met zo min mogelijk speling. (…)”

Minimumeis 13: “De chauffeursstoel (lucht geveerd) dient aan alle laatste ARBO eisen te voldoen.”

Minimumeis 14: “De chauffeursstoel dient voorzien te zijn van kunstlederen bekleding.”

2.4.

Uit het Beoordelingsformulier Gebruikerstest (Bijlage 5 bij de Offerteaanvraag) blijkt dat de trekkers onder meer worden beoordeeld op ‘Bedieningsgemak stoel’ en ‘Zitcomfort stoel’ en dat inschrijvers op de verschillende testonderwerpen een score 0 (Niet kunnen beoordelen), 4 (Onvoldoende), 6 (Voldoende), 8 (Goed) of 10 (Uitstekend) kunnen krijgen.

2.5.

[eiseres] heeft op 14 februari 2019 haar inschrijving ingediend. Zij heeft in haar offerte een luxe stoelzitting met luchtvering en veiligheidsgordel aangeboden.

2.6.

Op 21 februari 2019 heeft de gebruikerstest plaatsgevonden. [eiseres] heeft een trekker laten testen waarop een standaard stoel was gemonteerd die niet luchtgeveerd was. Zij heeft de medewerkers van de begraafplaats meegedeeld dat, als zij de opdracht in de wacht zou slepen, er een andere veel luxere en luchtgeveerde stoel op de trekker zou worden gemonteerd zoals aangeboden in haar offerte. [eiseres] heeft een folder van deze stoel laten zien.

2.7.

De Gemeente heeft [eiseres] bij brief van 26 februari 2019 meegedeeld dat [bedrijfsnaam] in totaal 100 punten heeft gehaald en [eiseres] in totaal 80,88 punten, en dat zij daarom voornemens is de opdracht aan [bedrijfsnaam] te gunnen. Uit deze voorlopige gunningsbeslissing blijkt dat de Gemeente aan [eiseres] voor de testonderwerpen ‘Bedieningsgemak stoel’ en ‘Zitcomfort stoel’ 0 punten heeft toegekend. De reden hiervoor is, dat de Gemeente het zitcomfort en het bedieningsgemak van de stoel niet heeft kunnen beoordelen, omdat de te leveren en gevraagde stoel niet op de trekker aanwezig was. De Gemeente heeft bij brief van 8 maart 2019 verduidelijkt dat dit laatste een verschrijving is. De reden dat zij het zitcomfort en het bedieningsgemak van de stoel niet heeft kunnen beoordelen, heeft te maken met het feit dat de in de gebruikerstest aangeboden stoel een geheel andere stoel is dan de stoel die is aangeboden in de offerte.

3 Het geschil en de beoordeling daarvan

3.1.

[eiseres] vordert - kort samengevat - na wijziging van eis:

I. de Gemeente te bevelen het gunningsbesluit in te trekken;

II. de Gemeente te verbieden de opdracht aan [bedrijfsnaam] te gunnen;

III. primair: te bepalen dat, indien de Gemeente de opdracht alsnog wenst te gunnen, zij opnieuw dient aan te besteden waarbij ook de inschrijving van [eiseres] dient te worden betrokken en waarbij de Gemeente een nieuwe beoordelingscommissie dient samen te stellen die de inschrijvingen opnieuw zal beoordelen;

subsidiair: te bepalen dat de Gemeente wordt geboden de inschrijving van [eiseres] te herbeoordelen;

Dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de Gemeente in de kosten van deze procedure.

3.2.

De spoedeisendheid van de zaak is uit het gestelde en gevorderde voldoende aannemelijk geworden.

3.3.

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of de Gemeente voor de testonderwerpen ‘Bedieningsgemak stoel’ en ‘Zitcomfort stoel’ terecht 0 punten heeft toegekend.

3.4.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij er op grond van de Offerteaanvraag van mocht uitgaan dat het voldoende was als er bij de gebruikerstest een stoel op de trekker was gemonteerd die voldeed aan de minimumeisen. Volgens [eiseres] voldeed de stoel hieraan. De stoel hoefde niet luchtgeveerd te zijn, omdat bij minimumeis 13 ‘lucht geveerd’ tussen haakjes staat. Bij de gebruikerstest heeft een medewerker van de begraafplaats op de stoel gezeten en verklaard dat de stoel prima zat. De stoel kon dus worden beoordeeld.

3.5.

De Gemeente stelt daarentegen dat het [eiseres] op grond van de Offerteaanvraag duidelijk had moeten zijn dat bij de gebruikerstest de aangeboden stoel zou worden beoordeeld en dat een score 0 zou worden toegekend als een beoordeling niet mogelijk was.

3.6.

Bij het antwoord op de vraag op welke wijze de aanbestedingsvoorwaarden dienen te worden uitgelegd en te worden toegepast, is van belang wat het Europese Hof van Justitie in de zaak Succhi di Frutta (HvJ 29 april 2004, zaak C-496/99 PbEG 2004 C 118 en de Hoge Raad (HR 4 november 2005, LJN AU 2806) hebben overwogen en als uitgangspunt voorop hebben gesteld, namelijk dat het aanbestedingsrecht twee centrale beginselen kent: het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel.

3.7.

Het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offerte gedane voorstel dezelfde kansen krijgen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden.

3.8.

Het transparantiebeginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Dat brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt.

3.9.

Daarnaast moet acht worden geslagen op de bewoordingen van de aanbestedingsvoorwaarden, gelezen in het licht van de gehele tekst van in beginsel alle aanbestedingsstukken. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin die stukken zijn gesteld, zulks binnen de context van het totaal van de aanbestedingsstukken. Bij die uitleg kan onder meer worden gekeken naar de elders in de aanbestedingsstukken gebruikte formuleringen en verschafte informatie.

3.10.

In dit geval kon uit het Beoordelingsformulier Gebruikerstest, dat onderdeel uitmaakt van de Offerteaanvraag, worden afgeleid dat bij de gebruikerstest het bedieningsgemak en het zitcomfort van de stoel zouden worden beoordeeld. Het had [eiseres] gelet hierop als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat het de bedoeling was dat in de gebruikerstest de aangeboden stoel zou worden beoordeeld. Het standpunt van [eiseres] dat zij uit de aanbestedingsstukken mocht begrijpen dat in de gebruikerstest een stoel kon worden beoordeeld die weliswaar niet was aangeboden maar die voldeed aan de minimumeisen, is niet logisch. Het valt immers niet in te zien hoe in dat geval de aangeboden stoel kon worden beoordeeld en het had ook geen zin om bij de gebruikerstest een stoel te beoordelen die uiteindelijk niet zou worden geleverd.

3.11.

Nu bij de gebruikerstest de aangeboden stoel niet op de trekker was gemonteerd, heeft de Gemeente zich terecht op het standpunt gesteld dat het bedieningsgemak en het zitcomfort van de aangeboden stoel niet konden worden beoordeeld. Uit het beoordelingsformulier Gebruikerstest blijkt duidelijk dat in dat geval een score 0 zou worden toegekend. Gelet hierop is niet relevant of de stoel die bij de gebruikerstest op de trekker was gemonteerd, aan de minimumeisen voldeed. Dit zou blijkens de Offerteaanvraag immers pas bij levering van de trekker worden beoordeeld. [eiseres] heeft er nog op gewezen dat tijdens de gebruikerstest ook nog niet aan minimumeis 10 werd voldaan en dat dit ook niet tot een 0-score heeft geleid, maar ook hiervoor geldt dat blijkens de Offerteaanvraag pas bij levering van de trekker aan deze eis moest worden voldaan.

3.12.

[eiseres] heeft nog aangevoerd dat zij is benadeeld doordat de medewerkers van de begraafplaats tijdens de gebruikerstest niet hebben gezegd dat zij voor de testonderwerpen ‘Bedieningsgemak stoel’ en ‘Zitcomfort stoel’ een score 0 zouden toekennen omdat dit niet kon worden getest. [eiseres] stelt dat zij er in dat geval voor had gezorgd dat de aangeboden stoel alsnog op de trekker zou worden gemonteerd. Tussen partijen is echter niet in geschil dat tijdens de gebruikerstest is besproken dat de aangeboden stoel niet op de trekker was gemonteerd. Het had [eiseres] op grond van de aanbestedingsstukken duidelijk moeten zijn dat in dat geval een score 0 zou worden toegekend. Het was bovendien in strijd geweest met het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers als de Gemeente [eiseres] in staat had gesteld een andere stoel op de trekker te monteren. De Gemeente heeft ter zitting verklaard dat ook voor andere inschrijvers gold dat sommige testonderwerpen niet beoordeeld konden worden en dat zij daarvoor een score 0 toegekend hebben gekregen.

3.13.

Gezien het voorgaande luidt de conclusie dat de Gemeente voor de testonderwerpen ‘Bedieningsgemak stoel’ en ‘Zitcomfort stoel’ terecht een score 0 heeft toegekend. De vorderingen van [eiseres] worden daarom afgewezen.

3.14.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 639,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.619,00

3.15.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals in de beslissing is bepaald.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

wijst de vorderingen af;

4.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.619,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

4.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Praamstra en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2019.1

1 type: MS (4185) coll: