Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1391

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-01-2019
Datum publicatie
17-04-2019
Zaaknummer
705421-17
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:7580, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor diverse woninginbraken in en om Soest, waarvan één met geweld, heling, het voorhanden hebben van munitie en deelname aan een criminele organisatie. Jeugddetentie en PIJ.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/705421-17, 16/700059-16 (TUL) en 16/659608-18 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 januari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] (Soedan),

gedetineerd in de [verblijfplaats] te [plaatsnaam] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 december 2018 en 18 december 2018. Het onderzoek is gesloten op 15 januari 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partij [slachtoffer 1] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging met parketnummer 16/705421-17 is op de zitting van 24 april 2018 nader omschreven. De nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1: in de periode van 15 december 2016 tot en met 22 augustus 2017 in Soest, Soesterberg, Amersfoort, althans in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

onder 2: op 20 januari 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft ingebroken in een woning aan de [adres] en daarbij een fotocamera en/of een telefoonoplader heeft weggenomen;

onder 3 primair: in de periode van 8 februari 2017 tot en met 11 februari 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft ingebroken in een woning aan de [adres] en daarbij diverse sieraden en/of een laptop heeft weggenomen;

onder 3 subsidiair: op 10 februari 2017 in Soest samen met een of meer anderen een gestolen laptop heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen;

onder 4: op 23 april 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft ingebroken in een woning aan de [adres] , daarbij geweld heeft gebruikt en een (trouw)ring en/of een zilveren broche heeft weggenomen;

onder 5: op 7 juli 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft geprobeerd voordeel te trekken uit de opbrengst van gestolen horloges;

onder 6: op 11 juli 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft ingebroken in een woning aan de [adres] en daarbij twee horloges heeft weggenomen;

onder 7: in de periode van 15 juli 2017 tot en met 17 juli 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft geprobeerd in te breken in een woning aan de [adres] ;

onder 8 primair: in de periode van 24 juli 2017 tot en met 26 juli 2017 in Soesterberg samen met een of meer anderen heeft ingebroken in een woning aan de [adres] en daarbij een kluis, sieraden, een tablet, vier laptops (met randapparatuur), een telefoon, een portemonnee, een kentekenbewijs en/of twee alarmmelders heeft weggenomen;

onder 8 subsidiair: op 22 augustus 2017 in Soest een gestolen horloge heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen;

onder 9 primair: in de periode van 12 juli 2017 tot en met 12 augustus 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft ingebroken in een woning aan de [adres] en daarbij twee computers, sieraden, geld, een televisie, een geldkist en/of munitie heeft weggenomen;

onder 9 subsidiair: in de periode van 12 juli 2017 tot en met 12 augustus 2017 in Soest gestolen goederen, te weten een computer, een geldkistje, munitie en/of een televisie heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen;

onder 10: in de periode van 31 juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 in Soest samen met een of meer anderen heeft ingebroken in een woning aan de [adres] en daarbij een zwarte kluis (met daarin onder meer € 17.000,- en/of sieraden) en/of een crèmekleurige kluis heeft weggenomen;

onder 11: op 22 augustus 2017 in Soest munitie voorhanden heeft gehad.

De tenlastelegging met parketnummer 16/659608-18 is als bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 10 juni 2018 in Maarn samen met een of meer anderen heeft geprobeerd in te breken in een woning aan de [adres] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 7, 8 primair en 9 primair tenlastegelegde te komen en vordert dan ook vrijspraak van die feiten.

De officier van justitie acht het bij parketnummer 16/705421-17 onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 6, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 10 en 11 en het bij parketnummer 16/659608-18 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 1, 2, 3 primair, 4, 5, 7, 8 primair, 9 primair en 10 tenlastegelegde.

De raadsman is van mening dat het bij parketnummer 16/705421-17 onder 3 subsidiair tenlastegelegde kan worden bewezen, maar dat geen sprake is van medeplegen.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 6 tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman is van mening dat het bij parketnummer 16/705421-17 onder 8 subsidiair, 9 subsidiair, 11 en het bij parketnummer 16/659608-18 tenlastegelegde kan worden bewezen, met dien verstande dat ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 9 subsidiair alleen de periode van 20 juli 2017 tot en met 12 augustus 2017 kan worden bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak

Met de verdediging en de officier van justitie acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het bij parketnummer 16/705421-17 onder 7 en 9 primair tenlastegelegde heeft gepleegd. Daarvoor bevindt zich onvoldoende bewijs in het dossier. De verdachte moet daarvan dan ook worden vrijgesproken.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het bij parketnummer 16/705421-17 onder 3 primair tenlastegelegde eveneens niet bewezen. De onder dit feit tenlastegelegde woninginbraak, waarbij diverse goederen zijn weggenomen, heeft plaatsgevonden tussen 8 februari en 11 februari 2017. Op basis van het dossier kan enkel worden vastgesteld dat verdachte op 10 februari 2017 een bij deze woninginbraak weggenomen laptop voorhanden heeft gehad. Nu het exacte tijdstip van de inbraak niet kan worden vastgesteld en zich in het dossier geen andere bewijsmiddelen bevinden die in de richting wijzen van verdachte, acht de rechtbank dat onvoldoende om vast te kunnen stellen dat verdachte de woninginbraak heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dit feit.

4.3.2

Bewijs 1

De rechtbank zal de bewijsmiddelen bespreken in een bepaalde volgorde. De bewijsmiddelen ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 1 tenlastegelegde zullen als laatst besproken worden.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 2 tenlastegelegde

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij op 20 januari 2017 om 17.50 uur haar woning aan de [adres] in [woonplaats] verlaten had.2 Toen zij die dag om 20.45 uur thuis kwam, bleken de voor- en achterdeur van binnenuit afgesloten te zijn. In de tuin onder het raam lag een zorgpas die er om 17.15 uur nog niet lag. [slachtoffer 2] zag in de woning dat er was ingebroken.3 Een fotocamera van het merk Canon Power Shot 280 en een oplader van een telefoon waren weggenomen.4 Het keukenraampje boven het aanrecht was geforceerd.5

De verbalisant [verbalisant 1] zag dat de tuin volledig omheind was en dat er op de plek waar de zorgpas gevonden was, in het bevroren gras twee voetsporen stonden. Voor de voetsporen stond een handafdruk. De verbalisant verklaart dat de dader kennelijk van het garagedak de tuin in is gesprongen en daarbij de zorgpas is verloren. De zorgpas stond op naam van [verdachte] , geboortedatum [geboortedatum] .6

Overweging

Gelet op het korte tijdsbestek waarin de woninginbraak moet hebben plaatsgevonden, het feit dat de zorgpas vóór deze woninginbraak nog niet in de tuin lag en de waarnemingen van verbalisant [verbalisant 1] dat de zorgpas naast een hand- en voetafdruk(ken) is aangetroffen welke overeenkomen met het in de tuin springen door de dader, stelt de rechtbank vast dat de dader van de woninginbraak degene is geweest die de zorgpas heeft verloren. Deze zorgpas is van verdachte.

Verdachte heeft pas op de terechtzitting een verklaring gegeven voor het feit dat zijn zorgpas in de tuin van de woning aan de [adres] in [woonplaats] is gevonden vlak nadat daar was ingebroken. Verdachte heeft verklaard dat hij, op het moment dat deze inbraak plaatsvond, zijn portemonnee kwijt was waar ook zijn zorgpas in zat. Daarvan heeft hij ook aangifte gedaan. Verder heeft verdachte verklaard dat hij voordat hij aangifte deed alles nog had, ook zijn zorgpas. Ter zitting heeft de officier van justitie meegedeeld dat uit de politiesystemen is gebleken dat verdachte op 26 april 2017 aangifte heeft gedaan.

De rechtbank stelt vast dat deze datum ruim is gelegen na de datum van de woninginbraak, welke op 20 januari 2017 plaatsvond. De rechtbank acht de door verdachte gegeven verklaring daarom niet aannemelijk. Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen en het ontbreken van een aannemelijke alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van de zorgpas van verdachte in de tuin van aangeefster, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de inbraak heeft gepleegd.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onderdeel ‘medeplegen’, nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de inbraak door meer dan één persoon is gepleegd.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 3 tenlastegelegde

[A] heeft verklaard dat hij op 11 februari 2017 zag dat er was ingebroken in de woning van [slachtoffer 3] aan de [adres] in [woonplaats] .7 Er was een computer, een notebook, van het merk Asus weggenomen.8

Op 11 februari 2017 werd, in een plastic tas van […] , een laptop, een notebook van het merk Asus, aangetroffen nabij de voordeur van een woning in [woonplaats] . Bij het opstarten van de laptop kwam een account op naam van ‘ [voornaam van slachtoffer 3] ’ in beeld.9 Blijkens een document op de laptop was de man genaamd [voornaam van slachtoffer 3] woonachtig op het adres [adres] te [woonplaats] .10

Op de camerabeelden van 10 februari 2017 van de plek waar de laptop was aangetroffen is verdachte te zien.11 Op de camerabeelden is te zien dat verdachte bij iemand achterop de scooter stapt en dat de scooter wegrijdt. Even later komt de scooter weer aanrijden. Te zien is dat verdachte iets onder zijn jas had.12 Weer iets later is te zien dat verdachte een licht kleurige plastic tas met kleurvakken op de zijkant in zijn hand had en dat er iets in de tas zat. Verdachte verdween ter hoogte van het hek even uit beeld en kwam kort daarop weer terug het beeld in lopen zonder plastic tas.13

De andere persoon op de scooter bleek [medeverdachte 1] te zijn.14

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij die dag een laptop bij zich had. Hij had de laptop van iemand gekocht voor € 50,- en hij wilde hem voor een iets hoger bedrag doorverkopen, zodat hij winst zou maken. Verdachte heeft ook verklaard dat [medeverdachte 1] iemand had geregeld aan wie verdachte de laptop kon verkopen en dat zij daar samen met de scooter naartoe zijn gegaan.15

Overweging

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de laptop van diefstal afkomstig was. Zoals verdachte zelf ter zitting heeft verklaard, heeft hij de laptop van iemand gekocht voor € 50,-. Van wie hij de laptop heeft gekocht heeft verdachte niet willen zeggen. Verdachte heeft ook verklaard dat hij vaker spullen koopt om door te verkopen en dat hij daarbij niet vraagt waar de spullen vandaan komen. Door aldus te handelen heeft verdachte op het moment van verkrijging -op zijn minst- bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de laptop uit misdrijf afkomstig was, hetgeen ook daadwerkelijk het geval bleek te zijn.

Gelet op het feit dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] samen op de scooter met de laptop vertrekken, medeverdachte [medeverdachte 1] iemand wist aan wie verdachte de laptop kon doorverkopen en verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] ook samen met de laptop weer terugkomen, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en derhalve van het medeplegen van het feit.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 4 tenlastegelegde

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat zij op 23 april 2017 omstreeks 20.00 uur op de eerste etage van haar hoekwoning aan de [adres] in [woonplaats] was. Toen zij de slaapkamer inliep zag zij dat er een man op zijn knieën voor het nachtkastje zat.16 Zij zag dat deze man de lades van het nachtkastje aan het doorzoeken was. Op dat moment begon zij te gillen. Haar man is doof en was beneden aan het televisiekijken. Terwijl zij aan het gillen en schreeuwen was, zag mevrouw [slachtoffer 4] dat de man opstond en in haar richting kwam lopen. De man duwde haar met enige kracht tegen de kledingkast. Vervolgens stompte de man haar tegen haar gezicht. Mevrouw [slachtoffer 4] heeft verder verklaard dat haar trouwring, die op het nachtkastje lag, en een zilveren broche waren weggenomen.17

Aan het raam op de eerste etage van de woning, boven de uitbouw, was braakschade zichtbaar.18

[slachtoffer 5] , de echtgenoot van [slachtoffer 4] , heeft verklaard dat hij op 23 april 2017 omstreeks 20.20 uur iemand aan de achterzijde van de woning van het platte dak zag afspringen en zag wegrennen in de richting van de flat aan de [straatnaam] .19

Op camerabeelden van de flat aan de [straatnaam] in [woonplaats] van 23 april 2017 is te zien dat verdachte om 19.55.00 uur richting de plaats delict loopt. Verder is te zien dat om 19.57.39 uur een scooter richting de plaats delict rijdt.20 Om 20.16.02 uur is verdachte op de beelden te zien en het lijkt er op dat hij sokken over zijn handen heeft en dat hij iets in zijn rechterhand heeft.21 Om 20.16.57 uur is een persoon met donkere kleding en rode slippers zonder sokken te zien. Deze persoon is aan het bellen.22 Om 20.37.03 uur is verdachte op de beelden te zien met een blauw trainingspak aan.23

Het telefoongesprek van 23 april 2017 om 19.44.53 uur tussen verdachte en [B] houdt onder meer het volgende in:24

[aanduiding voor verdachte] = [voornaam van verdachte]

[aanduiding voor B] = [voornaam van B]

[aanduiding voor verdachte] = Yo nigger

[aanduiding voor B] = Ej, luister dan ej

[aanduiding voor verdachte] = Heh…

[aanduiding voor B] = Je weet toch die oeko osso

(opmerking verbalisant oekoe osso is straattaal voor hoekhuis)

[aanduiding voor verdachte] = Ja

[aanduiding voor B] = Die… (zin wordt afgemaakt in onbekende taal)

[aanduiding voor verdachte] = Wolla

[aanduiding voor B] = Wolla, maar je weet toch die dove

[aanduiding voor verdachte] = Ja

[aanduiding voor B] = Hij is daar zo beneden je weet wel. Hij kijkt gekke daar zo naar beneden.

Het telefoongesprek van 23 april 2017 om 20.09.19 uur tussen verdachte en [medeverdachte 5] houdt onder meer het volgende in:25

[aanduiding voor verdachte] : houd die tele aan, houd die tele… aan

[aanduiding voor medeverdachte 5] : Ja, is goed, waar zijn jullie

(…)

[aanduiding voor medeverdachte 5] : Wie?? [voornaam van B] !!! [voornaam van B] …die jongens staan daar al…

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Kijk hoe makkelijk het klimmen is, gewoon, kanker makkelijk, die hoerenzoon.

Ja…kijk…ik ga nu, maar kijk maar, die kanker, kanker muur… blijf gewoon staan bitch,

eigen kanker buurt… is jouw buurt vriend, als de politie hier langs komt, dan weet je…

het is onze buurt.

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Haal je sokken eruit, jij hebt slipjes, haal je sokken eruit.

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Ik zweer op Allah en snel, snel, snel… ja, alle twee… Wat zei je nou… kijk vriend… in

die woning… kijken in die… euhh… kanker moer, kanker moer… die homo… shittt…

doe die sokken vriend, ik zweer op Allah, dat je ze niet terug krijgt.

[aanduiding voor verdachte] : niemand gaat mij daar boven zien, hai… […] ???

(…)

…….(schuifgeluiden)……

(…)

……(loopbeweging)…..

***************hard geschreeuw op de achtergrond***********

[aanduiding voor medeverdachte 5] : Rustig, rustig, rustig aan. Rustig aan. Rustig aan. Hij zag je, hij zag je, hij zag je, snel,

snel, snel, snel. Hij zag… kanker terug… (rennend beweging)… weg, weg, weg, weg,

weg, weg…zweer op Allah.

[aanduiding voor verdachte] : Ik ben al weg, ik bel al weg

(…)

Het telefoongesprek van 23 april 2017 om 20.16.42 uur tussen verdachte en [medeverdachte 5] houdt onder meer het volgende in:26

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Ik ben allang er uit. Ik ga even naar osso andere broek aan doen.

(…)

Het telefoongesprek van 23 april 2017 om 21.44.06 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:27

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Ik zweer op Allah, ik ben daar naar …( […] )… binnen en toen kwam een vrouw op mij af

en die hield mij van achteren, op mijn rug!!!

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Waarom?

[aanduiding voor verdachte] : Ik was aan het spelen in huis, Ik was in huis aan het spelen…

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Zij kwam later en hield mij vast

(…)

Overweging

De rechtbank stelt op basis van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte op 23 april 2017 een woninginbraak heeft gepleegd waarbij geweld is gebruikt. De inhoud van de tapgesprekken en de tijdstippen waarop deze zijn gevoerd, sluiten aan op de camerabeelden en de aangifte. Zo wordt om 19:44 telefonisch aan verdachte doorgegeven dat ‘die dove’ van ‘de hoekosso’ beneden is en dat verdachte daarheen moet gaan. De woning van aangeefster betreft een hoekwoning en haar man is doof en was op de desbetreffende avond beneden televisie aan het kijken. Op de camerabeelden van de flat is te zien dat verdachte rond 19:55 in de richting van de woning van aangeefster loopt. Over de tap is te horen dat verdachte rond 20:09 aangeeft dat het makkelijk klimmen is en dat de sokken uit de slipjes moeten worden gehaald. Bij de inbraak in de woning van aangeefster is de woning betreden via de eerste verdieping. Vervolgens is op de tap hard geschreeuw te horen en wordt telefonisch tegen verdachte gezegd dat hij weg moet gaan en dat ‘hij’ hem gezien heeft. Uit de aangifte blijkt dat aangeefster de inbreker heeft overlopen. Uit de getuigenverklaring van de echtgenoot van aangeefster, de heer [slachtoffer 5] , blijkt dat hij de inbreker van de eerste verdieping heeft zien afspringen en weg zien rennen in de richting van de flat aan de [straatnaam] . Op de camerabeelden van de flat aan de [straatnaam] is verdachte om 20:16 te zien waarbij het erop lijkt dat hij sokken over zijn handen draagt.

De verklaring die verdachte heeft gegeven voor de omstandigheid dat hij op de camerabeelden te zien is en de telefoongesprekken heeft gevoerd, namelijk dat hij ruzie heeft gehad met iemand in de buurt, vindt de rechtbank niet aannemelijk nu dit niet past bij de hierboven weergegeven tapgesprekken. Verdachte heeft ter terechtzitting na confrontatie met deze tapgesprekken ook niet kunnen uitleggen hoe die tapgesprekken passen bij een ruzie in de buurt.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het medeplegen van het feit, nu niet is gebleken dat de medeverdachten meer aandeel bij de woninginbraak hebben gehad dan het geven van inlichtingen en het op de uitkijk staan terwijl verdachte inbrak in de woning.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 5 tenlastegelegde

[slachtoffer 11] heeft verklaard dat er in de nacht van 5 op 6 juli 2017 is ingebroken in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] .28 Daarbij werden sieraden en diverse horloges, onder andere van de merken Breitling, Rolex, Omega, Calvin, Maurice Lacroix en Armani, weggenomen.29

Het telefoongesprek van 6 juli 2017 om 10.10.51 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:30

[aanduiding voor verdachte] = [voornaam van verdachte]

[aanduiding voor medeverdachte 2] = [voornaam van medeverdachte 2]

(…)

[aanduiding voor medeverdachte 2] : ja maar he mogelijk dat het vijftien barkies jo

[aanduiding voor verdachte] ; nee jo ik kan fixen, ik weet wie ze wil koop

[aanduiding voor medeverdachte 2] : ahh

[aanduiding voor verdachte] : ik ken een mannetje, maak je niet druk

(…)

[aanduiding voor medeverdachte 2] : maar hij zei tegen mij er zit een in, die euhh… Maar heb je gezien die ene die ik in mijn

zak heb gestopt??

[aanduiding voor verdachte] : Ja

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Hij zei tegen mij, er zit eentje daarin van die, er zit daarin een Rollie…

(…)

[aanduiding voor verdachte] : heeft ie die watchas meegenomen?

(…)

Het telefoongesprek van 7 juli 2017 om 00.00.21 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:31

[aanduiding voor medeverdachte 2] : wat is die naam van die watcha om jouw pols?

[aanduiding voor verdachte] : o is goed. Ik kan het moeilijk lezen man

[voornaam van verdachte] vraagt aan iemand bij hem of hij de naam kan lezen van het horloge.

Maurice Lecroix, met een x aan het einde.

Het telefoongesprek van 7 juli 2017 om 17.30.39 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:32

[aanduiding voor verdachte] : Hij heeft tegen mij gezegd 1000 à 1500

[aanduiding voor medeverdachte 2] : waarvoor? Waarvoor 1000 of 1500

[aanduiding voor verdachte] : hij heeft al gekeken, hij heeft al op internet gekeken, die internet die gekke site, met die

seriecode daar achter hij ging daar kijken hij zegt tegen mij in Nederland kost het dit en

dat plus nog dat ene halve derde of hoe noem je dat?

(…)

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ja die andere moet je eggen moet je delen door twee niet moeilijk doen man

[aanduiding voor verdachte] : Wolla hij is kanker moeilijk weet je voor wat hij wil gaan. 1,5 barkie geven voor alles

[aanduiding voor medeverdachte 2] : 1,5 barkie?

[aanduiding voor verdachte] : Ik bedoel he

[aanduiding voor medeverdachte 2] : 1,5 rug?

[aanduiding voor verdachte] : Ja 1,5 rug voor alles ben je gek geworden ofzo die vorige gisteren zei 2,5 voor die

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Ja luister dan. Die andere Omega is oud

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Jonge hij wou gisteren 2,5 geven ja dan moet je

(…)

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Geef 2,5 voor die andere Omega. Die andere terug brengen ik verkoop die nog wel.

(…)

Op 7 juli 2017 worden tussen 17.39.23 uur en 17.43.32 uur de volgende sms-berichten verstuurd tussen verdachte en [medeverdachte 2] :33

Uitgaand: hij zegt 1600

Inkomend: 1800 barkies anders niet moet je zeggen

Inkomend: anders ik verkoop hem aan mits

Inkomend: 1800 is hij tevreden en wij

Uitgaand: hij zegt 1700

Uitgaand: alles

Inkomend: 1800 anders niet

Het telefoongesprek van 7 juli 2017 om 17.45.55 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:34

[aanduiding voor verdachte] : Oke, oke… luister dan…

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ja

[aanduiding voor verdachte] : Hij heeft gezegd… die Omega… Hij draait daar sowieso verlies om…

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Hij draait niet verlies ja! Hij wil jou flashen jongen

[aanduiding voor verdachte] : Die Omega! Weet je hoeveel die kost in de wink… in de dinge… Is ouwe model ten

eerste…

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Luister naar mij.. het gaat om die Breitling. Die is duur ja… dus daar gaat het om ja… Jij

bent […]

[aanduiding voor verdachte] : Ja? Die is duur oke. Luister es... kijk hoor deze story dan.. eerst luister naar mij [bijnaam van medeverdachte 2] dan ga

je gek doen ja. Hij heeft die serienummer daar achterin heeft ie gepakt.. heeft die op

dinges.. hij zegt tegen mij oke hier ik heb de model gevonden. 33 procent gaat er af toch...

[aanduiding voor medeverdachte 2] : […] ...

[aanduiding voor verdachte] : 33 procent.. weet je hoeveel er is overgebleven [bijnaam van medeverdachte 2] ?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ja..

[aanduiding voor verdachte] : Kankerweinig.. 800 euro nog wat..

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Weet ik

[aanduiding voor verdachte] : Wat doen we dan moeilijk dan [bijnaam van medeverdachte 2] ? […] 700 honderd wilt ie mij nu geven

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Gaat om die andere... je hoeft niet te verkopen. Ik verkoop hem zelf voor jou. Die

andere.. gaat om die andere.. die andere gooi je maat weg als je niet wilt. Dat boeit mij

geen reet hoor... die andere krijg je 2200 ja.. 2200 ja.. wat zeg jij

[aanduiding voor verdachte] : Waar... waar.. wil je 2200 euro gaan fixen [bijnaam van medeverdachte 2] ?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ga maar. Hoeft niet jou plus (fon)ja.. hoeft niet jou.. hebben wij allebei 900, 900 zijn wij

allebei blij.. kijk eens tot waar ik heb gepusht. Hij wou eerst 1500 geven.. Juwelier is

oplichter ja.. altijd zijn ze klootzak.. wil je 100 euro verliezen? Moet je zelf weten.

[aanduiding voor verdachte] : Agh..

Overweging

De rechtbank heeft bij vonnis van – eveneens – 29 januari 2019 medeverdachte [medeverdachte 2] veroordeeld voor de inbraak in de woning aan de [adres] in [woonplaats] , waarbij horloges van verschillende merken zijn weggenomen. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft kort na deze inbraak (te weten dezelfde dag tot 1 dag later) diverse malen telefonisch contact met verdachte over de (mogelijke) waarde en de verkoop van horloges van dezelfde merken als die bij de woninginbraak zijn weggenomen (Rolex, Breitling, Omega en Maurice Lecroix). Uit de tapgesprekken blijkt dat verdachte bij verkoop van de horloges zou delen in de opbrengst daarvan. Verdachte heeft geen uitleg willen geven over de met medeverdachte [medeverdachte 2] gevoerde tapgesprekken. Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeerd voordeel te trekken uit de verkoop van de bij de woninginbraak weggenomen horloges.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het medeplegen van het feit.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 6 tenlastegelegde

[slachtoffer 9] hoorde dat er op 11 juli 2017 in haar woning op de tweede verdieping van de flat aan de [adres] in [woonplaats] was ingebroken.35 Zij zag dat er in het raamkozijn aan de achterzijde van de woning braaksporen zaten.36 Daarbij werden twee horloges weggenomen.37

De getuige [getuige] heeft verklaard dat zij op 11 juli 2017 omstreeks 21.50 uur vanuit de woonkamer van haar woning aan de [adres] in [woonplaats] , iemand langs het balkon omhoog zag klimmen.38 Haar man is samen met de buurman naar de tweede verdieping gegaan, naar de woning direct boven hen, en heeft op de deurbel gedrukt. De getuige [getuige] zag daarna iemand vanaf de tweede etage naar beneden springen. Vanaf het balkon zag zij een jongen weglopen naar een jongen die zich half verstopte. Ze verdwenen samen.39

Het telefoongesprek van 11 juli 2017 om 21:44:40 uur tussen verdachte en een andere persoon (nummer eindigend op [nummeraanduiding] ) houdt onder meer het volgende in: 40

NNM : is goed. Iedereen staat ready… (wordt onderbroken door [voornaam van verdachte] )

[aanduiding voor verdachte] : Luister es. Ik sta ook ready hier beneden. Ik wacht tot deze team loesoe gaat (…)

Het telefoongesprek van 11 juli 2017 om 21.57.15 uur tussen verdachte en een andere persoon (nummer eindigend op [nummeraanduiding] ) houdt onder meer het volgende in:41

[aanduiding voor verdachte] : YO

NNM : He… […] zegt er zijn mensen bij enoch (fonetisch), hij zegt probeer van voor d’r uit

[aanduiding voor verdachte] : Kan niet, zeg kan niet van voor

NNM : Wahhh… is goed, ik bel jou nog

Het telefoongesprek van 11 juli 2017 om 22.02.45 uur tussen verdachte en een andere persoon (nummer eindigend op [nummeraanduiding] ) houdt onder meer het volgende in:42

[aanduiding voor verdachte] : Yo

NNM : Ja we hebben hem gefixt. Snel kom nu snel naar achter

[aanduiding voor verdachte] : Wollah

NNM : Wollah, snel

[aanduiding voor verdachte] : is er, is er nog niemand gekomen?

NNM : Nee, er is nog niemand gekomen, maar […] zegt die mensen in de gang die gaan straks aanbellen

[aanduiding voor verdachte] : Jo jo jo jo

N: YO

Het telefoongesprek van 11 juli 2017 om 22.00.39 uur tussen verdachte en een andere persoon (nummer eindigend op [nummeraanduiding] ) houdt onder meer het volgende in:43

[aanduiding voor verdachte] : Jo

NNM : Hee dr uit zei […] toch

[aanduiding voor verdachte] : … (beweeg geluiden van telefoon langs kleding oid. Je hoort dat er ergens vanaf wordt gesprongen.)

NNM : dr uit ja

Uit de politiesystemen blijkt dat het nummer [telefoonnummer] door medeverdachte [medeverdachte 1] als zijn nummer is opgegeven.44 Op basis van stemherkenning is het is aannemelijk dat de telefoongesprekken van 11 juli 2017 hebben plaatsgevonden tussen verdachte en [medeverdachte 1] .45

Overweging

Op 11 juli 2017 is er ingebroken in de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Over de tap is te horen dat verdachte om 21:44 ‘ready’ is en ‘wacht tot deze team loesoe gaat’. Rond 21:50 ziet een getuige vervolgens iemand omhoog klimmen naar de tweede etage. De woning waar is ingebroken ligt op de tweede etage. Haar man is samen met een buurman omhoog gelopen en heeft aangebeld bij de woning op de tweede verdieping. Over de tap is te horen dat verdachte wordt geïnformeerd ver het feit dat de mensen op de gang straks gaan aanbellen. Verder wordt tegen verdachte gezegd dat hij eruit moet waarna aan het plofgeluid van schoenen te horen is dat ergens vanaf wordt gesprongen. De getuige ziet dat iemand vanaf de tweede etage naar beneden springt.

Verdachte heeft zich op de zitting beroepen op zijn zwijgrecht en geen uitleg willen geven over de tapgesprekken.

Nu de tapgesprekken qua tijdstippen en inhoud dusdanig overeenkomen met de aangifte en de getuigenverklaring acht de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 juli 2017 heeft ingebroken in de woning aan de [adres] in [woonplaats] .

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onderdeel ‘medeplegen’ van het feit, nu niet is gebleken dat de medeverdachte meer aandeel bij de woninginbraak heeft gehad dan het op de uitkijk staan terwijl verdachte inbrak in de woning.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 8 tenlastegelegde

[slachtoffer 6] heeft verklaard dat er tussen 24 juli 2017 en 26 juli 2017 is ingebroken in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] .46 Hierbij zijn een kluis, sieraden (waaronder een duikhorloge en een geelgouden trouwring met een blauwe saffier en zes witte briljanten), een tablet, vier laptops (met randapparatuur), een telefoon, een portemonnee, een kentekenbewijs en twee alarmmelders weggenomen.47 Een laptop was van het merk HP en een laptop was van het merk Fujitsu.48 Het uitzetijzer van het bovenlicht in de ouderslaapkamer is bij de inbraak vernield.49

Het telefoongesprek van 26 juli 2017 om 14.28 uur tussen verdachte en [medeverdachte 3] houdt onder meer het volgende in:50

(…)

[aanduiding voor verdachte] : He [voornaam van medeverdachte 3] , ik heb ook eh... hoe noem je dat eh.. papieren voor die diamanten. Certificaat..

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Hmm?

[aanduiding voor verdachte] : ik heb ook een certificaat

[aanduiding voor medeverdachte 3] : papieren heb jij?

[aanduiding voor verdachte] : Ja, certificaat van die diamanten

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Oke

[aanduiding voor verdachte] : Jij weet wie ik ben?

[aanduiding voor medeverdachte 3] : heh?

[aanduiding voor verdachte] : Jij weet wie ik ben?

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ja weet ik

[aanduiding voor verdachte] : (op de achtergrond hoest een jongen) Die jongen van gisteren

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ja, weet ik eh..

[aanduiding voor verdachte] : Eh ja... heb je nog interesse in de ring of niet?

(…)

[aanduiding voor verdachte] : (op de achtergrond zegt een nnm 6 diamanten) Ja, je hebt 6 diamanten er bij he

(…)

Het telefoongesprek van 26 juli 2017 om 14.28 uur tussen verdachte en [medeverdachte 3] houdt onder meer het volgende in:51

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Hoi. Uh, ik was net bij een juwelier

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ja

[aanduiding voor verdachte] : Uuuhh, die die.... zeg maar de ring is 8 gram

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ja?

[aanduiding voor verdachte] : Enne die 6 diamanten zijn… zijn eh.. hoe noem je dat? halve karaat... halve halve karaats

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ja

[aanduiding voor verdachte] : Ja

[aanduiding voor medeverdachte 3] : half karaat zeg je?

[aanduiding voor verdachte] : Ja. Die diamanten samen bij elkaar zijn half karaats

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Uuhhhhhh, 8 gram?

[aanduiding voor verdachte] : Ja. 8 gram is 130 140

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ja. Wat zegt hij over die prijs?

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Maar ik heb ook papieren daarvan. Zeg maat papieren en certificaat. Dat die ring gewoon zeg maar, hoe noem je dat... eh.. goed gekeurd is.

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Hmm ja...

[aanduiding voor verdachte] : Begrijpt u dus ja.. als ik iets voor eh... kijk.. ja... 300, 380 […] is wel een goeie

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ohja, 380 is wel duur...

(…)

[aanduiding voor medeverdachte 3] : Ik wil die maken is wel duur want als je ehh... jij wil bij iemand gewoon iets maken dan is ie altijd duur. Die van mij die ring... voor die hele die grote van mijn ring die is ook diamanden en daar is nog die eh ja.. die cirkonie (fon) die tussen die grootste cirkonie (fon) de rest die grote die steen is alles diamanden maar voor die maten en met die alles heb ik gewoon totaal 5000 betaald. Dus die 5000 heb ik ongeveer 12 jaar geleden betaald. Nu is nog duurder. Dat weet ik gewoon die maken is wel duur. Maar... ja...

[aanduiding voor verdachte] : Is goed uh.. kijk ik zeg je eerlijk 380... ik zeg je eerlijk 380 is wel een mooie prijs. Plus jij krijgt nog een certificaat er bij. Hij is goedgekeurd alles, mooi, netjes..

(…)

Op 22 augustus 2017 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van verdachte aan de [adres] in [woonplaats] .52 Daarbij werden onder andere de volgende goederen aangetroffen:

een horloge van het merk Tommy Hilfiger, voorwerpnummer […] .53

Op 22 augustus 2017 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [medeverdachte 3] aan de [adres] in [woonplaats] .54 Daarbij werden de volgende goederen aangetroffen:

een laptop van het merk HP, voorwerpnummer […]55,

een laptop van het merk Fujitsu, voorwerpnummer […]56.

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat verdachte kwam met een tasje waar 4 of 5 laptops in zaten en dat zij hem € 200,- ervoor betaald heeft.57

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij laptops aan [medeverdachte 3] heeft verkocht en contact met haar heeft gehad over de verkoop van een ring. Daarnaast heeft hij het Tommy Hilfiger horloge in bezit gehad.

[slachtoffer 6] heeft het horloge van het merk Tommy Hilfiger en de laptops van de merken HP en Fujitsu herkend als het horloge en de laptops die waren weggenomen bij de inbraak in zijn woning.58 Beide laptops bleken op 25 juli 2017 te zijn geschoond. Op beide laptops was op 25 juli 2017 software geïnstalleerd.59

Overweging

Uit data van de tapgesprekken en de data waarop de laptops zijn opgeschoond, leidt de rechtbank af dat verdachte heel kort na de inbraak in de woning aan [adres] in [woonplaats] , namelijk op 25 juli 2017, in het bezit is van meerdere (uiteenlopende) goederen die zijn weggenomen bij die inbraak. Verdachte heeft pas op de zitting een verklaring willen geven, inhoudende dat hij de ring en laptop van een andere jongen heeft gekregen om ze te verkopen in ruil waarvoor hij € 20,- kreeg en het Tommy Hilfiger horloge. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. Allereerst heeft verdachte geen nadere gegevens willen verschaffen van de persoon van wie hij de spullen zou hebben gekregen. Ten tweede is de verklaring van verdachte in strijd met de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] . Zij verklaart immers bij de politie dat zij interesse in de ring had maar verdachte in eerste instantie zei dat de ring van hem was en hem niet wilde verkopen.60 De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft ingebroken in de woning aan de [adres] in [woonplaats] .

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het in vereniging plegen van dit feit, nu uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de woninginbraak door meer dan één persoon is gepleegd.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 9 tenlastegelegde

[slachtoffer 8] heeft verklaard dat er tussen 12 juli 2017 en 12 augustus 2017 is ingebroken in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] . De vergrendeling van het raampje boven de achterdeur is daarbij kapot gemaakt.61 Bij deze inbraak zijn twee computers, sieraden, geld, een televisie (merk Sony Bravia), een geldkist en munitie weggenomen. Eén computer was een Apple iMac.62

Op 22 augustus 2017 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van verdachte aan de [adres] in [woonplaats] .63 Daarbij werden onder andere de volgende goederen aangetroffen:

een metalen kistje, voorwerpnummer […]64,

50 patronen van 3 verschillende kalibers in grijs doosje, voorwerpnummer […]65.

Op 22 augustus 2017 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [medeverdachte 3] aan de [adres] in [woonplaats] .66 Daarbij werd onder andere een computer van het merk Apple, serienummer […] , voorwerpnummer […] aangetroffen.67

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat verdachte een iMac bij haar heeft gebracht.68

[slachtoffer 8] heeft een reparatiebon aan de politie getoond waaruit bleek dat hij extra geheugen heeft laten plaatsen in zijn iMac en dat hij nog andere aanpassingen heeft laten verrichten. Bij een onderzoek aan de in de woning van [medeverdachte 3] aangetroffen iMac bleek dat de specifieke onderdelen die vermeld staan op de reparatiebon in deze iMac werden aangetroffen.69

Uit een telefoongesprek van 20 juli 2017 tussen verdachte en [C] is gebleken dat verdachte een televisie van het merk Sony Bravia heeft verkocht aan [C] . In de woning van [C] werd op 29 september 2017 een televisie van het merk Sony Bravia aangetroffen.70 [C] heeft verklaard dat hij deze televisie van verdachte heeft gekocht.71

Verdachte heeft verklaard dat hij van iemand spullen had gekocht, een iMac en een Sony Bravia, en dat hij daarbij ook de munitie had gekregen. Verdachte heeft verder verklaard dat hij nooit vraagt of de spullen gestolen zijn en dat hij weet dat dat niet goed is.72

[slachtoffer 8] herkende de iMac, het geldkistje en het doosje munitie dat bij de doorzoeking werd aangetroffen, als zijn eigendom.73

Overweging

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de bij hem aangetroffen goederen, de iMac en de televisie van het merk Sony Bravia, van diefstal afkomstig waren. Zoals verdachte zelf ter zitting heeft verklaard, heeft hij van iemand spullen gekocht. Voor de iMac heeft hij € 80,- of € 90,- betaald en voor de televisie iets van € 100,-. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit lage bedragen voor een iMac en een Sony Bravia tv. Van wie hij de spullen heeft gekocht heeft verdachte bovendien niet willen zeggen. Verdachte heeft ook verklaard dat hij vaker spullen koopt om door te verkopen en dat hij daarbij niet vraagt waar de spullen vandaan komen. Door aldus te handelen heeft verdachte op het moment van verkrijging -op zijn minst- bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de laptop uit misdrijf afkomstig was, hetgeen ook daadwerkelijk het geval bleek te zijn.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 10 tenlastegelegde

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat er tussen 31 juli 2017 en 10 augustus 2017 is ingebroken in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] .74 Daarbij zijn twee kluizen weggenomen. Eén crèmekleurige van het merk Benco Save en één zwarte van het merk Stuv. In de zwarte kluis zat € 17.000,- en diverse sieraden.75 Aan de achterzijde van de woning is een raam opengebroken.76

Het telefoongesprek van 31 juli 2017 om 22.41 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt het volgende in:77

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Today zijn ze holiday gegaan

[aanduiding voor verdachte] : Ja

[aanduiding voor medeverdachte 2] : vacation

[aanduiding voor verdachte] : Ja

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.09.49 uur tussen [medeverdachte 2] en een andere persoon houdt het volgende in:78

[aanduiding voor medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

NN = NNman

NN: Is het niet beter om daar heen te komen, of kom je naar raam van je flat.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ik kan niet. Hij is te zwaar.

NN: Heb je twee of niet???

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ja.

NN: Waar ben jij nu?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Op die plaats.

NN: Bij die woning?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ja.

NN: Kunnen we elkaar…

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Wat?

NN: Kan je naar die weg komen, richting […] .

[aanduiding voor medeverdachte 2] : We gaan naar de moskee, naar de moskee.

NN: Is goed, kom daar naartoe.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.15.25 uur tussen [medeverdachte 2] en een andere persoon houdt het volgende in:79

NN = NNman

[aanduiding voor medeverdachte 2] = [voornaam van medeverdachte 2]

NN: Hallo.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Joe, die christelijke man is hier bij de weg, hij heeft ons gezien, gaan we gelijk met hem naar binnen. En we halen later die dingen weg.

NN: Nee, nee, nee, we nemen nu die dingen mee, we nemen nu die dingen mee en ik ben zo bij je.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Is goed, is goed.

NN: Schiet op, schiet op.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.28.31 uur tussen [medeverdachte 2] en een andere persoon houdt het volgende in:80

NN = NNman* [nummeraanduiding]

[aanduiding voor medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

NN: Hallo.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Waar ben jij?

NN: Loop een beetje richting […] !!!

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Wat?

NN: Loop een beetje richting […] ???

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Dat kan niet, dat ding is heel zwaar, we zijn nu bij de moskee en we hebben maar 1 stuk meegenomen.

NN: Ik kom net de weg op vriend.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Bij de moskee en we hebben maar een stuk meegenomen.

NN: Nou, pak dan die andere ook gelijk en leg die in bosjes en snel.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Er zijn daar mensen, er is daar een fietser, het kan niet nu.

NN: Nouwwwwwww....

De telefoon van [medeverdachte 2] peilt op dat moment uit op een zendmast op de [straatnaam] te [woonplaats] . In [woonplaats] is een moskee op 230 meter loopafstand van de [adres] te [woonplaats] .81

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.30.08 uur tussen [medeverdachte 2] en een andere persoon houdt het volgende in:82

[aanduiding voor medeverdachte 2] = [voornaam van medeverdachte 2]

NN = NNman* [nummeraanduiding]

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Voor die zware, moet je naar de locatie komen? Waar ik toen was?

NN: Wat?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Kom naar die locatie waar ik was.

NN: Oke, is goed.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Vlakbij de woning.

NN: Waar? Waar?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Vlakbij de woning?? Waar je ons hebt gezien??

NN: Oke...jongen.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Die is te zwaar.

NN: Oke..is goed.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 3.47.16 uur tussen verdachte en andere personen houdt het volgende in:83

[nummeraanduiding] [voornaam van verdachte] […] nnm

N: Yo

[aanduiding voor verdachte] : […] , waar jij? ( [voornaam van verdachte] fluistert)

N: Ik ben hier man, bij […] (fon) jij?

[aanduiding voor verdachte] : Ja, kom hier...

N:Yo,yo

(praten door elkaar)

[aanduiding voor verdachte] : Yo luister […] , luister...

N: Ja

[aanduiding voor verdachte] : Ben je afgezet door […] ?

N: Ja, waarom

[aanduiding voor verdachte] : Ben, ben je met […] ?

N: ja

[aanduiding voor verdachte] : Geef es […]

N: Yo.. […] hee... hee […] hij praat met jou

[…] komt aan de telefoon en zegt: Ja!

[aanduiding voor verdachte] : Hallo luister es...

[…] : Ja

[aanduiding voor verdachte] : Wij gaan kloezoe ophalen en wij brengen die wel naar mijn osso. Ga je mee zo of niet?

N: Watte?

[aanduiding voor verdachte] : Kloezoe zo ophalen en brengen je zo naar mijn osso. Ga je mee of niet?

N: Ja, is goed..

[aanduiding voor verdachte] : Ja, is goed.. kom naar die plek waar wij net zijn gestopt met die waggie

N: Yo

[aanduiding voor verdachte] : Yo, yo..

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 5.25.07 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt het volgende in:84

[aanduiding voor verdachte] = [voornaam van verdachte]

[aanduiding voor medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

[aanduiding voor verdachte] : Joe.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ja.

[aanduiding voor verdachte] : […] , breng die euhhh...dingen en kom naar ..( […] )..de garage, je weet wel.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Bij wie??

[aanduiding voor verdachte] : Bij “ […] ”(fon.) mijn garage, mijn garage. Jongen.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ohhh...moet ik die spullen meenemen.

[aanduiding voor verdachte] : Ja, nee, die goederen mee en kom naar die garage.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Oke, is goed.

[aanduiding voor verdachte] : Doei.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 6.13.13 uur tussen [medeverdachte 2] en een andere persoon houdt het volgende in:85

[aanduiding voor medeverdachte 2] = [medeverdachte 2]

NN = NNman

N: Je moet alleen gaan, die persoon wilt niet dat mensen naar de woning komen. Hij vertrouwt jou of niet, gewoon vertrouwen, graag of niet, anders ga ik zelf dit openen.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Begrijp je of niet? Hij wilt gelijk zelf zien, hij heeft gelijk.

N: Kan niet. Kan niet.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Dat is een recht wat hij heeft en dat is een recht wat jij hebt. Niks mee te maken.

N: Kan niet. Ik heb tegen jou gezegd, het kan niet, kan niet en als hij niet wilt. Dan ga ik die openen doen en ik ga je vertellen, hoeveel erin zit, dat is beter.

Het telefoongesprek van 6 augustus 2017 om 13.48.10 uur tussen verdachte en andere personen houdt het volgende in:86

[nummeraanduiding] [voornaam van verdachte] […] NNM

[aanduiding voor verdachte] : Er waren 2 sampo (fon)in het bedrijf

N: Oh ja?

[aanduiding voor verdachte] : Wolla

N: Hmmm.

[aanduiding voor verdachte] : Eentje is al... eentje is al open.. en die ander..heb ik jouw ding nodig..

N: mm..mm

[aanduiding voor verdachte] : He... ken je niet halen van amersfoort?

NNM : (hoesten) die slijpding

[aanduiding voor verdachte] : Ja

NNM : (hoesten) Ja, waar ben je

[aanduiding voor verdachte] : Ik ben hier in osso. .. .luister niet nu..over half uurtje ofzo..nee niet half ... .uurtje

Het telefoongesprek van 7 augustus 2017 om 12.17.08 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:87

[voornaam van verdachte] gaat naar Amersfoort en vraagt of [medeverdachte 2] nog wat wil

[medeverdachte 2] zegt dat [voornaam van verdachte] niet alles uit moet geven

[voornaam van verdachte] gaat maar 1 trainingspak kopen

[medeverdachte 2] zegt al 2 dagen met 25 euro te doen.

Het telefoongesprek van 7 augustus 2017 om 14.37.55 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:88

[medeverdachte 2] heeft 12 barkies.

Het telefoongesprek van 8 augustus 2017 om 22.16.35 uur tussen verdachte en [medeverdachte 2] houdt onder meer het volgende in:89

[medeverdachte 2] zegt tv, groot, gekocht te hebben van 800 euro bij […] .

Het telefoongesprek van 10 augustus 2017 om 19.49.40 uur tussen [medeverdachte 2] en een andere persoon houdt onder meer het volgende in:90

[aanduiding voor medeverdachte 2] : […] heeft geleefd als miljonair. 2 dagen lang. Hij heeft 2 en een half duizend opgemaakt. Wollah.

N:Hoe dan?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : 2 en een half duizend euro opgemaakt.

N: Schroevendraaier heeft ie gezet?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Yeaahhh

N: Sowieso 500 naar jou?

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Ik heb allang. Ik heb de helft broeder. Ik heb meer dan hun gepakt.

N: Is normaal is normaal.

Tussen 5 augustus 2017 te 04:28 uur en 7 augustus 2017 te 13:15 straalt het nummer [telefoonnummer] uitsluitend masten in [woonplaats] aan. 91

In de periode van 30 juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 is er in het district Oost-Utrecht maar één inbraak gepleegd waarbij twee kluizen zijn weggenomen en dat betreft de [adres] te [woonplaats] .92

Overweging

Bij in de inbraak in de woning aan de [adres] zijn twee kluizen weggenomen, met in één van de kluizen een geldbedrag van € 17.000,-. Uit de telefoongesprekken die zijn gevoerd in de periode waarin de inbraak is gepleegd, leidt de rechtbank af dat verdachte samen met anderen deze kluizen heeft gestolen en deze heeft opengemaakt. Ook leidt de rechtbank uit deze telefoongesprekken af dat verdachte vlak nadat de inbraak is gepleegd beschikte over veel geld. Verdachte heeft ter terechtzitting geen verklaring willen afleggen over de gevoerde tapgesprekken. De rechtbank acht, gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen heeft ingebroken in de woning aan de [adres] in [woonplaats] en daarbij twee kluizen met inhoud heeft weggenomen.

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 11 tenlastegelegde

Op 22 augustus 2017 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van verdachte aan de [adres] in [woonplaats] . Daarbij werd een grijs doosje met munitie aangetroffen. In het doosje zaten 50 patronen, te weten:

20 patronen: Lapua .357 MAG.

20 patronen: GECO .357 Magnum

10 patronen: Winchester 38 SPL*P.93

Deze patronen zijn munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie.94

Verdachte heeft ter zitting van 17 december 2018 verklaard dat hij munitie voorhanden heeft gehad.95

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/659608-18 tenlastegelegde 96

Op 10 juni 2018 reed verbalisant [verbalisant 2] in privétijd over de [straatnaam] in [woonplaats] . Hij zag dat twee jongens de oprit van een woning opliepen. Verder zag de verbalisant dat op de bovenverdieping van de woning aan de [adres] de gordijnen gesloten werden. Ondertussen had verbalisant [verbalisant 2] zijn collega’s gebeld en kwam er een surveillanceauto aanrijden. De collega’s renden naar de woning en verbalisant [verbalisant 2] zag dat een persoon op de begane grond een raam opende en eruit sprong. Deze persoon rende weg.97

In de woning werden vier personen aangehouden.98

Even later is ook de persoon die was weggerend aangehouden. Dit bleek verdachte te zijn.99

[E] heeft verklaard dat zij van de politie hoorde dat er was ingebroken in de woning van [slachtoffer 10] aan de [adres] in [woonplaats] .100 Zij zag dat het keukenraam was opengebroken.101 [slachtoffer 10] heeft verklaard dat er niets is weggenomen.102

De medeverdachte [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij de woning door het raam op de begane grond is binnengegaan.103

Verdachte heeft verklaard dat hij op 10 juni 2018 in de betreffende woning is geweest.104

Ten aanzien van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 1 tenlastegelegde

De rechtbank acht een aantal strafbare feiten, te weten een aantal (pogingen tot) woninginbraken, binnen de ten laste gelegde periode wettig en overtuigend bewezen. Zij ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of ook kan worden bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met (een) ander(en), heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk het plegen van misdrijven heeft.

Juridisch kader

Voor de bewezenverklaring van ‘een organisatie’ als bedoeld in art. 140 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon (HR 26 oktober 1993, LJN AD1974, NJ 1994, 161). Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie (ECLI:NL:HR:2004:AQ8470) of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is (HR 29 januari 1991, NJB 1991, 50).

Op grond van vaste jurisprudentie is sprake van deelname aan een criminele organisatie indien een betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264 en HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR: 2017:413). Gedragingen van een verdachte kunnen zowel medeplichtigheid aan enig misdrijf waarop het oogmerk van een criminele organisatie is gericht als deelneming aan die organisatie in de zin van artikel 140 Sr opleveren (HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4415).

Enerzijds is voor deelneming aan een criminele organisatie voldoende dat een verdachte in zijn algemeenheid - in de zin van voorwaardelijk opzet - weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, maar anderzijds is niet vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft op de door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven. Wetenschap van één of meer concrete misdrijven is niet vereist (HR 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3565).

Bewijsmiddelen

Afgezien van de bewijsmiddelen die bovenstaand zijn weergegeven bij de afzonderlijk tenlastegelegde feiten 2 tot en met 10, betrekt de rechtbank de volgende bewijsmiddelen bij haar beoordeling.

Het telefoongesprek van 3 juni 2017 om 22:12 uur tussen [verdachte] ( [aanduiding voor verdachte] ) en [medeverdachte 2] ( [aanduiding voor medeverdachte 2] ) houdt onder meer het volgende in105:

[aanduiding voor medeverdachte 2] : […] nodig. Geld nodig.

[aanduiding voor verdachte] : Jo straks ga ik , je weet wel snelle torrie (opmerking verbalisant: straattaal voor inbraak).

(…)

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Snelle torrie

[aanduiding voor verdachte] : mmm.

Op 5 juni 2017 vanaf 14:51 tot 14:52 ontvangt [verdachte] van [medeverdachte 1] een reeks SMS berichten106:

“Wil je verdienen”

“Ja of nee”

“Anders bel ik […] ”

“Snelle bankoe 2 sec werk”.

Op 24 april 2017 om 18:26 wordt [voornaam van verdachte] gebeld door een onbekende man. Voor zover van belang vindt het volgende gesprek plaats:107

[aanduiding voor verdachte] : ik heb 1 ding gefixed ja

NNM : Wat?

[aanduiding voor verdachte] : Ik heb skroeba gefidxet, we moeten alleen een voete hebben.

NNM : Wat, wat zei je?

[aanduiding voor verdachte] : Ik heb skroeba gefixet. Die heb ik al gefixed.

NNM : En nu?

[aanduiding voor verdachte] : En nu we moeten alleen nog een voete hebben?

NNM : Wat moet je alleen nog?

[aanduiding voor verdachte] : Voetje

NNM : voetje.

(…)

Skroeba betekent schroevendraaier

Voetje betekent koevoet.

Op 9 juni 2017 om 17:11 belt [verdachte] naar een onbekende man, welke gebruik maakt van het nummer [telefoonnummer] . Voor zover van belang vindt het volgende gesprek plaats:108

nn: heb je die man met die bruine trui gezien of niet?

[aanduiding voor verdachte] : jaja

nn: we zijn kankerhard gescand.

[aanduiding voor verdachte] : Nee, maakt niet uit, met die fiets toch.

nn: ja

[aanduiding voor verdachte] : Nee niets aan de hand joh, je ging gewoon aankloppen. Was er iemand osso?

nn: nee, niemand is osso.

[aanduiding voor verdachte] : Weet je dat zeker?

nn: ja, ik klop net aan, niemand kwam nar buiten.

(…)

Op 9 juni 2017 om 17:26 belt [verdachte] naar een onbekende man, welke gebruikt maakt van het nummer [telefoonnummer] . Voor zover van belang vindt het volgende gesprek plaats:109

[aanduiding voor verdachte] : blijf aan de lijn, blijf aan de lijn

nn: ja

[aanduiding voor verdachte] : oke, klopt aan

nn: ik heb al aangeklopt

[aanduiding voor verdachte] : nog een keer, blijf daar jonguh, je moet niet weggaan van daar

nn: maar er is ding jonguh, er is ding, hoe heet dat?

[aanduiding voor verdachte] : wat?

nn: er is gekke cammie precies voor die deur

(…)

Op 23 april 2017 om 21:05:21 belt [verdachte] naar een onbekende man. Voor zover van belang vindt het volgende gesprek plaats: 110

[aanduiding voor verdachte] : Loop eens, loop eens zo richting

NNM : richting?

[aanduiding voor verdachte] : […]

NNM : […] , ja ik ben gelopen

[aanduiding voor verdachte] : Zie je daar […] ?

NNM : Nee man

[aanduiding voor verdachte] : Bij […] daar, kijk eens bij […] daar?

NNM : Ik ga zo blij […] kijken, bij […] .

[aanduiding voor verdachte] : Niet naar […] gaan, niet naar […] gaan, gewoon daar.

NNM : ja man

[aanduiding voor verdachte] : Hoeveel?

NNM : er staat 1 […] zie ik nu wacht ff.

[aanduiding voor verdachte] : Ja.

NNM : en eentje zit rond te rijden volgens mij.

(…)

Op 23 april 2017 wordt [verdachte] gebeld door een onbekende man. Voor zover van belang vindt het volgende gesprek plaats: 111

NNM : nee man he bel me op mijn eigen nummer hier is geen ibahjs wolla

[aanduiding voor verdachte] : ook niet bij dinges?

NNM : Bij waar?

[aanduiding voor verdachte] : Bij […] daar?

NNM : Ik ga even snel kijken. Bij osso daar toch?

(…)
NNM : jojo he drie ibahjs.

Op 23 april 2017 wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 5] . Voor zover van belang vindt het volgende gesprek plaats: 112

[aanduiding voor medeverdachte 5] : Waar ben jij?

[aanduiding voor verdachte] : Houd je mond de politie is daar vriend.

(...)

[aanduiding voor medeverdachte 5] : Ben je bij familie of niet?

[aanduiding voor verdachte] : Nee ik ben in […] en ik blijf hier maar een half uurtje, dit is kanker heet broer.

[aanduiding voor medeverdachte 5] : Walla, ik zei dat nog tegen jou risico, maar ja… rustig je weet.

(…).

Op 23 april 2017 om 22:02:00 belt [verdachte] naar een onbekende man. Voor zover van belang vindt het volgende gesprek plaats: 113

(…)

[aanduiding voor verdachte] : Is het in de buurt heet daar?

NNM : He?

[aanduiding voor verdachte] : Is het in de buurt heet daar?

NNM : Ja man.

Op 16 juli 2017 wordt [verdachte] gebeld door [D] . Het volgende gesprek vindt plaats: 114

NNM : ik heb een leuke woning voor je gevonden alsje wilt.

[aanduiding voor verdachte] : Is er iemand in de woning?

NNM : nee op vakantie.

[aanduiding voor verdachte] : ja we praten zo meteen…. We praten niet door de telefoon kanker… nvt.

(…)

[D] heeft verklaard dat hij in bovenstaand tapgesprek [verdachte] heeft getipt dat de bewoners van de [adres] in [woonplaats] op vakantie waren. 115

Op 8 januari 2017, 15 februari 2017 en 25 maart 2017 heeft de politie [medeverdachte 2] samen met [verdachte] gecontroleerd. 116

Van 14 april 2017 tot 22 augustus 2017 wordt onder andere het telefoonnummer van [verdachte] getapt. Hij heeft veelvuldig contact met het nummer [telefoonnummer] . Uit meerdere tapgesprekken volgt dat de gebruiker van dit nummer “ [bijnaam van medeverdachte 2] ” wordt genoemd. Uit politiesystemen blijkt dat [verdachte] tijdens een politieverhoor heeft verklaard dat de naam “ [bijnaam van medeverdachte 2] ” de bijnaam betreft van [medeverdachte 2] .117 Op 27 juni 2017 vindt een telefoongesprek plaats waarbij de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] zijn naam noemt, te weten [medeverdachte 2] .118 Gelet hierop is geconcludeerd dat verdachte [medeverdachte 2] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Op 16 april 2017 om 00:15:30 belt [verdachte] ( [aanduiding voor verdachte] ) naar [medeverdachte 2] ( NNM ). Het volgende gesprek vindt plaats:

[aanduiding voor verdachte] ; Nog steeds daar? Nog steeds daar?

NNM : Nee, dr uit, allang. Hij had mij betrapt he, hij had mij bijna betrapt. (…)

Op 16 april 2017 om 17:19:24 uur wordt [verdachte] ( [aanduiding voor verdachte] ) gebeld door [medeverdachte 2] ( NNM ). Het volgende gesprek vindt plaats:

(…)

NNM : […] oid rare mensen achter, kale mensen kijken gek naar ons net wollah

[aanduiding voor verdachte] : […] he

NNM : …. […] in andere taal/dialect

.. […] hij blijft daar binnen man

[aanduiding voor verdachte] : d’r uit, d’r uit, d’r uit, d’r uit

NNM :… kale personen zie ik daar man

[aanduiding voor verdachte] : D’r uit, d’r uit, d’r uit

NNM : is goed

Op 6 juli 2017 om 10:16:00 belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 5] . Het volgende gesprek vindt plaatst: 119

NN : als het echt waar is, dan is het wel een goeie hoor. Wel een gekke twee manden vakantie.

[aanduiding voor medeverdachte 2] : Houd je mond man, telefoon, je weet wel.. zeg niks.

(…).

Uit onderzoek in de politiesystemen wordt duidelijk dat [medeverdachte 5] onder meer vaak gezien wordt met zijn broer [B] , [medeverdachte 2] en [verdachte] . Genoemde contacten zijn tevens contacten van [verdachte] .120

Uit onderzoek in de politiesystemen is duidelijk geworden dat [medeverdachte 1] onder andere vaak gezien wordt met [verdachte] , [medeverdachte 2] en [B] .

Op 10 juni 2017 om 23:04 belt [medeverdachte 1] met [verdachte] . Het volgende gesprek vindt plaats: 121

[aanduiding voor verdachte] : Luister eens, je moet goed opletten wanneer ik klim moet ( […] ) begrijp je. Ik ga nog vragen is it safe?

(…)

NNM : ik ga nu langs die osso lopen.

[aanduiding voor verdachte] : nog niet nog niet.

(…)

[aanduiding voor verdachte] : nikker is links rechts veilig?

NNM : ja.

(…)

NNM : O jo wacht er komen twee […]

(…)

NNM : die man scant. Die man die overal scant jongen.

(…)
NNM : […] hij ging naar buiten kijken (nvt) en er komen twee, er komen twee […] wacht.

(…)

NNM : heb je doekoe, heb je doekoe?

(…)

NNM : (nvt) kom eruit…. Die man scant de hele tijd naar boven […] via die raam.

(….).

Door de politie is het aantal malen dat verdachte en medeverdachten onderling contact hebben (getracht) te leggen in onderstaande tabelvorm weergegeven:122

Ve:

Telefoonnummer

Contact met

Aantal contacten

[verdachte]

[telefoonnummer]

[telefoonnummer]

[medeverdachte 5]

123 (in 4 maand tap)

[telefoonnummer]

[medeverdachte 2]

751 (in 4 maand tap)

[telefoonnummer]

[medeverdachte 1]

661 (in 4 maand tap)

Ve:

Telefoonnummer

Contact met

Aantal contacten

[medeverdachte 5]

[telefoonnummer]

[telefoonnummer]

[verdachte]

35 (in 1,5 maand tap)

[telefoonnummer]

[medeverdachte 2]

39 (in 1,5 maand tap)

Ve:

Telefoonnummer

Contact met

Aantal contacten

[medeverdachte 2]

[telefoonnummer]

[telefoonnummer]

[verdachte]

371 (in 2 maand tap)

[telefoonnummer]

[medeverdachte 1]

136 (in 2 maand tap)

Ve:

Telefoonnummer

Contact met

Aantal contacten

[medeverdachte 1]

[telefoonnummer]

[telefoonnummer]

[verdachte]

53 (in 5 weken tap)

[telefoonnummer]

[medeverdachte 2]

25 (in 5 weken tap)

Beoordeling

Uit vorenstaande bewijsmiddelen, zowel degene die zijn genoemd bij de hiervoor beschreven (pogingen tot) woninginbraken als degene die zijn opgenomen in het kader van dit feit, leidt de rechtbank af dat in de tenlastegelegde periode veelvuldig contact is geweest tussen onder meer verdachte, medeverdachte [medeverdachte 2] , medeverdachte [medeverdachte 5] en medeverdachte [medeverdachte 1] . Op grond van de inhoud van de telefoongesprekken kan naar het oordeel van de rechtbank vastgesteld worden, mede gelet op de context van de bewezenverklaarde woninginbraken ten aanzien van deze verdachten, dat zij afspraken maakten over het plannen en uitvoeren van woninginbraken, waaronder het uitvoeren van verkenningen ten behoeve van mogelijke inbraken door geschikte adressen te lokaliseren en te bepalen of de bewoners al dan niet huis waren, over het verkopen en verdelen van de buit en over de aanwezigheid van politie voorafgaand maar ook na gepleegde inbraken. Alleen al op grond van deze aanzienlijke hoeveelheid, de frequentie en de inhoud van de tapgesprekken kan worden vastgesteld dat er gedurende enige tijd een intensieve samenwerking bestond gericht op het plegen van misdrijven, te weten woninginbraken. Ook worden enkele verdachten met enige regelmaat samen gezien door de politie, wat eveneens wijst op de hechtheid van de groep.

Uit de telefoongesprekken volgt verder dat deels in versluierde taal werd gesproken en dat ook een aantal keer wordt opgemerkt dat dingen niet over de telefoon besproken moeten worden. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte en de medeverdachten er dus kennelijk mee rekening hielden dat hun telefoons afgeluisterd werden.

Nu ten aanzien van verdachte een rol bewezen kan worden verklaard die hij heeft vervuld in de organisatie, gelet op het aantal inbraken waaraan hij zich samen met de andere deelnemers (al dan niet in de medeplichtigheidsvariant) schuldig heeft gemaakt, is daarmee reeds zijn deelname aan de organisatie aangetoond. De rechtbank wijst er daarbij op dat uit de taps onder meer valt af te leiden dat verdachte veelvuldige telefonische contacten met medeverdachten had over te plegen dan wel gepleegde inbraken.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van woninginbraken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 16/705421-17

1.

in de periode van 8 januari 2017 tot en met 22 augustus 2017 te [woonplaats] en/of [woonplaats] en/of [woonplaats] , in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en/of één of meer onbekende anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (woning)inbraken al dan niet gepleegd met geweld en/of heling;

2.

op 20 januari 2017 te [woonplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een fotocamera (Canon Power shot) en een telefoonoplader, toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3.

Subsidiair

op 10 februari 2017 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, een goed, te weten een laptop (merk Asus) heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

op 23 april 2017 te [woonplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een (trouw)ring en een zilveren broche,

toebehorende aan [slachtoffer 4] , welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte die [slachtoffer 4] (met kracht) tegen een kast heeft geduwd en die [slachtoffer 4] tegen het gezicht heeft gestompt;

5.

omstreeks 07 juli 2017 in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, om opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengst van door misdrijf verkregen goederen, te weten horloges, immers heeft hij, verdachte, potentiële koper(s) voor die horloges benaderd en/of onderhandeld over de prijs, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

op 11 juli 2017 te [woonplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen twee horloges, toebehorende aan [slachtoffer 9] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

8.

Primair

in de periode van 24 juli 2017 tot en met 26 juli 2017 te [woonplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een kluis en diverse sieraden (waaronder een duikhorloge) en een tablet en vier laptops (met randapparatuur) en een (mobiele) telefoon en een portemonnee en een kentekenbewijs en twee alarmmelders, toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 12] en/of het [naam organisatie] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

9.

Subsidiair

in de periode van 12 juli 2017 tot en met 22 augustus 2017 te Soest, een computer (merk iMac) en een geldkistje en munitie en een televisie (merk Sony Bravia), voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

10.

in de periode van 31 juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een zwarte kluis (merk Stuv) (met daarin onder meer ongeveer 17.000 euro aan contant geld en diverse sieraden) en een crèmekleurige kluis (merk Benco Save), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

11.

op 22 augustus 2017 te Soest, munitie van categorie III, te weten tien scherpe patronen kaliber .38 (merk Winchester) en twintig scherpe patronen kaliber .357 (merk Geco) en twintig scherpe patronen kaliber .357 (merk Lapua), voorhanden heeft gehad;

ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 16/659608-18

op 10 juni 2018 te [woonplaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen van hun gading en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 10] , zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, met zijn mededaders, naar die woning is gegaan en een raam van die woning heeft opengebroken en vervolgens via dat raam de woning is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 16/705421-17

onder 1: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

onder 2, 6 en 8, telkens: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

onder 3: medeplegen van opzetheling;

onder 4: diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

onder 5: poging tot opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken;

onder 9: opzetheling;

onder 10: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

onder 11: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 16/659608-18

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het jeugdstrafrecht toe te passen, de bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen en verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, en aan verdachte op te leggen de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel).

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de adviezen tot toepassing van het jeugdstrafrecht en in het advies de feiten die bewezen worden verklaard verdachte in verminderde mate toe te rekenen.

De verdediging is van mening dat bij het opleggen van een straf of maatregel rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de omstandigheid dat verdachte geruime tijd in voorarrest heeft doorgebracht.

Verder is de verdediging van mening dat het advies tot het opleggen van een PIJ-maatregel, niet gevolgd moet worden, nu verdachte van een groot aantal feiten vrijgesproken moet worden. Daarbij komt dat verdachte weliswaar één keer is gerecidiveerd tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis, maar daar staat tegenover dat nog niet alle behandelingen waren gestart.

De door de officier van justitie gevorderde straf staat niet in verhouding tot de ernst en de hoeveelheid van de feiten en ook niet in vergelijking met andere zaken. Bovendien komt het doel van het jeugdstrafrecht niet tot uiting in de vordering van de officier van justitie.

De verdediging stelt voor aan verdachte op te leggen een gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van één jaar met de voorwaarden zoals weergegeven in het rapport van de reclassering van 10 november 2017. Daarnaast kan een jeugddetentie gelijk aan het voorarrest worden opgelegd.

Subsidiair is de verdediging van mening dat een voorwaardelijke PIJ-maatregel kan worden opgelegd, onder de voorwaarden die bij de gedragsbeïnvloedende maatregel zijn voorgesteld.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft in een tijdsbestek van een half jaar, al dan niet met anderen, maar liefst 5 woninginbraken gepleegd. Bij een van die woninginbraken heeft verdachte niet geschuwd geweld te gebruiken tegen de 77-jarige bewoonster. Blijkens de toelichting op de vordering benadeelde partij voelt de bewoonster zich nog altijd niet veilig in haar eigen woning en denkt zij nog dagelijks aan het gebeuren terug.

Terwijl verdachte van die verdenkingen onder strikte voorwaarden geschorst was uit de voorlopige hechtenis heeft hij opnieuw geprobeerd in een woning in te breken. Door een oplettende agent in vrije tijd is het bij een poging gebleven.

Woninginbraken zijn nare feiten, die naast schade, overlast en angst bij de slachtoffers, onrust in de samenleving teweeg brengen. Ook heeft verdachte zich alleen of samen met anderen schuldig gemaakt aan heling en heeft hij geprobeerd gestolen spullen te verkopen. Verdachte heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin en niet gedacht aan de consequenties voor de gedupeerden. Door heling wordt een afzetmarkt voor gestolen goederen in stand gehouden.

Verder heeft verdachte munitie voorhanden gehad. Verdachte heeft hiermee bijgedragen aan het gevaar van het ongecontroleerde bezit van munitie in de samenleving.

Verdachte pleegde de vermogensdelicten veelal samen met anderen, zodanig dat gesproken kan worden van een criminele organisatie. Alleen al uit het aantal strafbare feiten dat door verdachte is gepleegd maar ook uit de tapgesprekken volgt dat hij binnen deze organisatie een leidende rol had. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij deelnam aan een samenwerkingsverband dat tot doel had het plegen van woninginbraken.

De persoon van verdachte

Wat de persoon van verdachte betreft heeft de rechtbank rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 november 2018, waaruit blijkt dat aan verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten, hetgeen hem er niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Verdachte heeft zelfs een strafbaar feit gepleegd in de periode dat zijn voorlopige hechtenis onder voorwaarden was geschorst.

Voorts heeft de rechtbank wat betreft de persoon van verdachte rekening gehouden met het rapport dat is opgemaakt, naar aanleiding van het psychologisch onderzoek pro justitia, d.d. 6 oktober 2017 door drs. R. M .C. Hoogstraten, GZ-psycholoog. Daaruit blijkt dat bij verdachte sprake is van een posttraumatischestressstoornis, een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis, problemen met cannabis en alcoholgebruik en een ouder-kind relatieprobleem. Deze stoornissen zijn van voortdurende invloed op het gedrag en handelen van verdachte. Verdachte heeft zeer impulsief gedrag, een gerichtheid op materiële behoeften, een lacunaire gewetensvorming, een hoge mate van afleidbaarheid en een slechte concentratie. Daarnaast heeft verdachte voornamelijk omgang met een criminele peergroep, blowt hij en gebruikt hij soms alcohol. Met eerdere hulpverlening lukte het niet om dit patroon te doorbreken.

Het advies is om verdachte op basis van het jeugdstrafrecht te beoordelen. Verdachte loopt sociaal-emotioneel achter en is getraumatiseerd vanwege zijn voorgeschiedenis. Hij is nog afhankelijk van (pedagogische) structuur en bemoeienis en kan zijn gedrag nog onvoldoende reguleren en overzien.

Op 3 oktober 2018 is bovengenoemd rapport aangevuld. Uit deze aanvulling blijkt dat verdachte persisteert in zijn gedrag en steeds meer verhardt. Verdachte heeft, ondanks een intensieve begeleiding door verschillende instanties, verschillende voorwaarden overtreden. Verdachte overtreedt de voorwaarden met grensoverschrijdend gedrag, waarbij hij impulsief en sociaal onaangepast handelt en waarbij hij gericht is op directe behoeftebevrediging, geen uitstel kan verdragen en waarbij hij oorzaak en gevolg onvoldoende beseft. In detentie vertoont hij eveneens grensoverschrijdend gedrag doordat hij regelmatig in vechtpartijen belandt,

regelmatig in discussie gaat met groepsleiding en de aanwijzingen en instructies niet (of niet direct) opvolgt en in een opstand met groepsgenoten belandt.

Daarnaast is er sprake van het in bezit hebben van contrabande (een telefoon) en dagelijks softdrugsgebruik. Zijn normoverschrijdend gedrag persisteert en lijkt zich te verharden waarbij verdachte zijn verantwoordelijkheid buiten zichzelf legt, niet kan reflecteren op zijn gedrag en ondanks de consequenties kiest voor ongeoorloofd gedrag. Verdachte wenst geen bemoeienis van anderen, bagatelliseert delictgedrag, heeft een lacunair geweten, een beperkt empathisch vermogen en is nauwelijks aanspreekbaar op zijn gedrag.

Verdachte heeft een benedengemiddeld intelligentieniveau, een zeer belast verleden door traumatische ervaringen en sociaal-emotioneel is hij nog jong. Verder is het advies om verdachte een klinische behandeling aan te bieden gericht op een positieve ontwikkeling. Het opleggen van een gedragsbeïnvloedende maatregel, zoals eerder geadviseerd, is een gepasseerd station. Verdachte blijft recidiveren, houdt zich niet aan de afspraken en voorwaarden, persisteert zijn normoverschrijdende gedrag en heeft onvoldoende geprofiteerd van de ambulante behandeling en begeleiding.

Het advies is om aan verdachte de PIJ-maatregel op te leggen. De tenlastegelegde feiten zijn ernstig en het totale aantal feiten is fors, verdachte blijft recidiveren en de persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte wordt ernstig bedreigd. Eerder opgelegde ambulante behandeling en begeleiding hebben onvoldoende resultaat gehad. Het ambulante kader is niet toereikend gebleken om te voorkomen dat verdachte recidiveert. Er is een intensieve en klinische behandeling noodzakelijk om verdachte te behandelen.

Over verdachte is op 2 oktober 2018 een rapport uitgebracht naar aanleiding van een psychiatrisch onderzoek pro justitia, opgemaakt door dr. R. F . Ferdinand, kinder- en jeugdpsychiater. Uit dit rapport blijkt dat sprake is van een ernstige normoverschrijdende gedragsstoornis en een post-traumatische stressstoornis. Ondanks intensieve controle, begeleiding en behandeling door verschillende instanties heeft verdachte verschillende voorwaarden overtreden. In detentie vertoont hij eveneens gedragsproblemen, waarbij hij in vechtpartijen belandt, regelmatig in discussie gaat met groepsleiding en aanwijzingen en instructies niet (of niet direct) opvolgt en zelfs in een opstand met groepsgenoten belandt. Daarnaast is sprake van het in bezit hebben van contrabande (een telefoon) en dagelijks softdrugsgebruik. Het recidiverisico is zeer hoog. Ondanks een zwaar pakket aan controle maatregelen in het verleden en ondanks verschillende intensieve ambulante behandelingen is het niet gelukt om ambulant enig succes te bereiken in een behandeling. Verdachte lijkt zich qua persoonlijkheidsontwikkeling eerder te verharden dan te verbeteren, wat het recidiverisico negatief beïnvloedt. Daarnaast heeft verdachte zich onttrokken aan toezicht en is hij ondanks intensief toezicht en intensieve behandeling gerecidiveerd. Daarnaast is probleembesef afwezig. Er is dus intensieve behandeling nodig. Een dergelijke behandeling heeft alleen kans van slagen in een klinische setting.

Het advies is om verdachte volgens het minderjarigenstrafrecht te beoordelen. Verder wordt er geadviseerd om aan verdachte een PIJ-maatregel op te leggen om de intensieve klinische behandeling uit te kunnen voeren.

Uit het reclasseringsadvies van 10 december 2018, opgemaakt door [F] , reclasseringswerker, blijkt dat de reclassering geen mogelijkheden meer ziet om verdachte in een ambulant kader te begeleiden en behandelen. Pogingen hiertoe hebben geen resultaat gehad. Intensieve behandeling en begeleiding blijft echter wel noodzakelijk om tot gedragsverandering te kunnen komen. De reclassering ziet momenteel haalbaarheid in een klinische setting. Geadviseerd wordt het jeugdstrafrecht toe te passen. Dit omdat verdachte zijn eigen gedrag slecht kan sturen en hierin nog afhankelijk is van volwassenen, hij op benedengemiddeld intelligentieniveau functioneert en op sociaal-emotioneel vlak nog jong is. De reclassering adviseert om aan verdachte de PIJ-maatregel op te leggen.

Volwassenenstrafrecht of jeugdstrafrecht

Ten aanzien van de vraag of het volwassenenstrafrecht of het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast, overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte was ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten 19 jaar oud. In beginsel wordt ten aanzien van meerderjarige daders het volwassenenstrafrecht toegepast. De rechtbank kan echter op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, indien zij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan, het sanctierecht voor jeugdigen toepassen bij een verdachte die ouder is dan 18 jaar en niet ouder is dan 23 jaar.

Nu uit de hierboven genoemde rapporten en het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte zijn eigen gedrag slecht kan sturen en hierin nog afhankelijk is van volwassenen, hij op benedengemiddeld intelligentieniveau functioneert en op sociaal-emotioneel vlak nog jong is, ziet de rechtbank aanleiding het jeugdstrafrecht toe te passen.

Het verloop van de voorlopige hechtenis van verdachte

Nadat de voorlopige hechtenis van verdachte na 139 dagen onder voorwaarden is geschorst, heeft verdachte een van de bijzondere overtreden door zijn enkelband te saboteren. De schorsing van zijn voorlopige hechtenis werd opgeheven. Na 46 dagen werd de voorlopige hechtenis van verdachte wederom onder voorwaarden geschorst. Binnen 6 weken heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een nieuw strafbaar feit. Hiermee heeft hij de algemene voorwaarde overtreden en is de schorsing van zijn voorlopige hechtenis voor de tweede maal opgeheven. Verdachte heeft hiermee laten zien zich niet veel van toezicht aan te trekken.

De op te leggen straf en maatregel

Gelet op al het voorgaande en in het bijzonder gelet op:

- de ernst van de problematiek;

- de ernst en de hoeveelheid van de strafbare feiten;

- het grote gevaar voor herhaling;

- de houding van verdachte;

- het gebrek aan alternatieven, nu ook eerdere ambulante behandeling en begeleiding herhaling niet hebben voorkomen;

is de rechtbank met de deskundigen van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel eist en noodzakelijk is in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat ook aan de verdere vereisten voor het opleggen van een PIJ-maatregel is voldaan. Bij verdachte bestond, zoals overwogen, ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten een stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. De feiten kunnen dan ook verminderd aan verdachte worden toegerekend. Het betreft misdrijven waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld en die zijn gericht tegen, dan wel gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam.

Naast de PIJ-maatregel zal de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten, aan verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur, met aftrek van voorarrest, opleggen.

9 BENADEELDE PARTIJEN

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.325,-. Dit bedrag bestaat uit € 725,- materiële schade en € 600,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte bij parketnummer 16/705421-17 onder 4 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 6] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.000,-. Dit bedrag bestaat uit € 1.500,- materiële schade en € 2.500,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte bij parketnummer 16/705421-17 onder 8 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 8] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 10.306,-. Dit bedrag betreft materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte bij parketnummer 16/705421-17 onder 9 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 41.133,42. Dit bedrag bestaat uit € 45.003,42 materiële schade, waarvan € 4.170,- reeds vergoed is, en € 300,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte bij parketnummer 16/705421-17 onder 10 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk worden toegewezen, telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is primair van mening dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering moeten worden verklaard, nu verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten waar de vorderingen op zien.

Subsidiair is de verdediging ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] van mening dat de schade die ziet op het plaatsen van een kierstandhouder op het raam en van scherpe punten op de schutting, niet voor vergoeding in aanmerking komt. Voor het overige refereert de verdediging zich subsidiair naar het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 6] is de verdediging subsidiair van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, aangezien de vordering onvoldoende onderbouwd is. Bovendien is de verdediging van mening dat de hoogte van de gestelde immateriële schade disproportioneel is.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 8] is de verdediging subsidiair van mening dat niet blijkt dat de opbrengst van de verkoop van de camper zou zijn weggenomen uit de woning, zodat deze gestelde schade niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] is de verdediging subsidiair van mening dat niet te controleren of en hoeveel geld er in de kluis zat, zodat de benadeelde partij op dat punt niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De verdediging heeft verder aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld wat de daadwerkelijke waarde was van de sieraden, zodat de benadeelde partij op dat punt ook niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De schade, met uitzondering van de schade voor zover die betrekking heeft op het plaatsen van scherpe punten op de schutting, komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 1.175,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. Niet, althans onvoldoende, is gebleken dat de gestelde schade voor zover die betrekking heeft op het plaatsen van scherpe punten op de schutting een rechtstreeks gevolg is van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 4 bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 4] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.175,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dag jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het bij parketnummer 16/705421-17 onder 9 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De schade voor zover die betrekking heeft op de materiële schade komt voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade in voldoende mate en voor zover mogelijk concreet is onderbouwd. Ook ter zitting heeft [slachtoffer 1] nog nader toegelicht waarop het bedrag van € 17.000,- is gebaseerd en op welke wijze de waarde van de sieraden is berekend. In het licht van die gemotiveerde onderbouwing is de vordering onvoldoende betwist.

De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 40.833,42 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 10 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal het gevorderde bedrag aan immateriële schade afwijzen, nu die schade in een te ver verwijderd verband staat van het strafbare feit.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 40.833,42, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 10 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 29 dagen jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 1 mei 2017 met parketnummer 16/700059-16 is verdachte onder meer een voorwaardelijke jeugddetentie van 2 maanden opgelegd.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 16/700059-16 wordt toegewezen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat, gelet op het voorstel een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen, de vordering na voorwaardelijke veroordeling moet worden afgewezen, aangezien verdachte reeds lange tijd in voorarrest zit.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, gelet op de op te leggen maatregel, de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    36f, 45, 47, 63, 77c, 77g, 77i, 77s, 77gg, 140, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het bij parketnummer 16/705421-17 onder 3 primair, 7 en 9 primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het bij parketnummer 16/705421-17 onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 5, 6, 8 primair, 9 subsidiair, 10 en 11 en het bij parketnummer 16/659608-18 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 14 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

- wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 1.175,-;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 1.175,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag jeugddetentie;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 6]

- verklaart [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

Benadeelde partij [slachtoffer 8]

- verklaart [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 40.833,42;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 40.833,42 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 29 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/700059-16

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. M . Nootenboom-Lock, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. E.J. van Rijssen en C. van de Lustgraaf, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 januari 2019.

Bijlage I :

de nader omschreven tenlastelegging met parketnummer 16/705421-17

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

(zaaksdossier 19)

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2016 tot en met 22 augustus

2017 te Soest en/of Soesterberg en/of Amersfoort, in elk geval in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 5]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of

meer onbekende anderen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten

(woning)inbraken al dan niet gepleegd met geweld en/of heling;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

(zaaksdossier 2)

hij op of omstreeks 20 januari 2017 te Soest, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een fotocamera (Canon

Power shot) en/of een telefoonoplader, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen

onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

(zaaksdossier 3)

hij in of omstreeks de periode van 8 februari 2017 tot en met 11 februari 2017

te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]

) heeft weggenomen diverse sieraden en/of een laptop (merk

Asus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

(zaaksdossier 3)

hij op of omstreeks 10 februari 2017 te Soest, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, een goed, te weten een laptop (merk Asus) heeft verworven, voorhanden

gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het

voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten

vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

(zaaksdossier 4)

hij op of omstreeks 23 april 2017 te Soest, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen

een (trouw)ring en/of een zilveren broche, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 4] (met kracht) tegen een kast heeft/hebben

geduwd en/of die [slachtoffer 4] in/tegen het gezicht heeft/hebben gestompt/geslagen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5.

(zaaksdossier 5)

hij op of omstreeks 07 juli 2017 te Soest, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, ter uitvoering van het door verdachten voorgenomen misdrijf, om

opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengst van (een) door misdrijf

verkregen goed(eren), te weten een of meer horloge(s),

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), potentiële koper(s) voor

die/dat horloge(s) benaderd en/of onderhandeld over de prijs, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 2 Wetboek van Strafrecht

6.

(zaaksdossier 6)

hij op of omstreeks 11 juli 2017 te Soest, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

(gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen twee horloge(s), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen

onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

(zaaksdossier 7)

hij in of omstreeks de periode van 15 juli 2017 tot en met 17 juli 2017 te

Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres] ) weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn/hun

gading onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking, het keukenraam van die woning heeft/hebben geforceerd/beschadigd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8.

Primair

(zaaksdossier 8)

hij in of omstreeks de periode van 24 juli 2017 tot en met 26 juli 2017 te

Soesterberg, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres] ) heeft weggenomen

een kluis en/of diverse sieraden (waaronder een duikhorloge) en/of een tablet

en/of vier, althans een of meer laptop(s) (met randapparatuur) en/of een

(mobiele) telefoon en/of een portemonnee en/of een kentekenbewijs en/of twee

alarmmelder(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 12] en/of het [naam organisatie] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen

onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

(zaaksdossier 8)

hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, een goed, te weten een horloge (merk Tommy Hilfiger) heeft

verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

9.

Primair

(zaaksdossier 16)

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2017 tot en met 12 augustus 2017 te

Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]

) heeft weggenomen twee computers en/of sieraden en/of geld en/of een

televisie en/of een geldkist en/of munitie, in elk enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren)

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

(zaaksdossier 16)

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2017 tot en met 22 augustus 2017 te

Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een computer (merk Imac)

en/of een geldkistje en/of munitie en/of een televisie (merk Sony Bravia), heeft

verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de

verwerving of het voorhanden krijgen van die/dit goed(eren) wist, althans

redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

10.

(zaaksdossier 17)

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2017 tot en met 10 augustus 2017 te

Soest , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]

) heeft weggenomen een zwarte kluis (merk Stuv)

(met daarin onder meer ongeveer 17.000 euro aan contant geld en/of diverse

sieraden) en/of een cremekleurige kluis (merk Benco Save), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld

onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

11.

(zaaksdossier 12)

hij op of omstreeks 22 augustus 2017 te Soest, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, munitie van categorie III, te weten tien scherpe patronen

kaliber .38 (merk Winchester) en/of twintig scherpe patronen kaliber .357

(merk Geco) en/of twintig scherpe patronen kaliber .357 (merk Lapua),

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Bijlage II:

de tenlastelegging met parketnummer 16/659608-18

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 juni 2018 te Maarn , gemeente Utrechtse Heuvelrug, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] )

weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats

van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) van

zijn/hun gading en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van

braak en/of verbreking, met zijn mededader(s), althans alleen, naar die woning

is gegaan en/of een raam van die woning heeft opengebroken en/of vervolgens

via dat raam de woning is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal in het onderzoek […] , genummerd MD3R017503, opgemaakt door de politie Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijk vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 5 van zaaksdossier 2.

3 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 2.

4 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 8 van zaaksdossier 2.

5 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 2.

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 12 van zaaksdossier 2.

7 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 5 van zaaksdossier 3.

8 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 8 van zaaksdossier 3.

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 11 van zaaksdossier 3.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 12 van zaaksdossier 3.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 14 van zaaksdossier 3.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 15 van zaaksdossier 3.

13 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 16 van zaaksdossier 3.

14 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 22 van zaaksdossier 3.

15 Proces-verbaal ter terechtzitting van 17 december 2018.

16 Proces-verbaal aangifte, pagina 6 van zaaksdossier 4.

17 Proces-verbaal aangifte, pagina 7 van zaaksdossier 4.

18 Proces-verbaal Sporenonderzoek, pagina 24 van zaaksdossier 4.

19 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 22 van zaaksdossier 4.

20 Proces-verbaal tijdlijn beelden [adres] april, pagina 39 van zaaksdossier 4.

21 Proces-verbaal tijdlijn beelden [adres] april, pagina 40 van zaaksdossier 4.

22 Proces-verbaal tijdlijn beelden [adres] april, pagina 41 van zaaksdossier 4.

23 Proces-verbaal tijdlijn beelden [adres] april, pagina 42 van zaaksdossier 4.

24 Proces-verbaal van bevindingen inbraak met geweld [adres] , pagina 46 van zaaksdossier 4.

25 Proces-verbaal van bevindingen inbraak met geweld [adres] , pagina’s 47 en 48 van zaaksdossier 4.

26 Proces-verbaal van bevindingen inbraak met geweld [adres] , pagina 48 van zaaksdossier 4.

27 Proces-verbaal van bevindingen inbraak met geweld [adres] , pagina’s 53 en 54 van zaaksdossier 4.

28 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 5.

29 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina’s 9, 10 en 11 van zaaksdossier 5.

30 Proces-verbaal PV tapgesprekken [straatnaam] , pagina’s 21, 22 en 23 van zaaksdossier 5.

31 Proces-verbaal PV tapgesprekken [straatnaam] , pagina 27 van zaaksdossier 5.

32 Proces-verbaal, pagina 30 van zaaksdossier 5.

33 Proces-verbaal, pagina 31 van zaaksdossier 5.

34 Proces-verbaal, pagina 32 van zaaksdossier 5.

35 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 5 van zaaksdossier 6.

36 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 6.

37 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 8 van zaaksdossier 6.

38 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 16 van zaaksdossier 6.

39 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 17 van zaaksdossier 6.

40 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 22 van zaaksdossier 6.

41 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23 van zaaksdossier 6.

42 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23 van zaaksdossier 6.

43 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23 van zaaksdossier 6.

44 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 22 van zaaksdossier 6.

45 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 25 en 26 van zaaksdossier 6.

46 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 8.

47 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina’s 9, 10, 11 en 12 van zaaksdossier 8.

48 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 11 van zaaksdossier 8.

49 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 8.

50 Proces-verbaal PVB tapgesprekken 8699, 8711 en 235, pagina’s 32 en 33 van zaaksdossier 8.

51 Proces-verbaal PVB tapgesprekken 8699, 8711 en 235, pagina’s 33, 34 en 35 van zaaksdossier 8.

52 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 100 van het persoonsdossier van verdachte.

53 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 103 van het persoonsdossier van verdachte.

54 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met overzicht goederen, pagina 68 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] .

55 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met overzicht goederen, pagina 74 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] .

56 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met overzicht goederen, pagina 73 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] .

57 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 35 en 36 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] .

58 Proces-verbaal PV tonen goederen, pagina’s 41 en 42 van zaaksdossier 8.

59 Proces-verbaal PV tonen goederen, pagina 42 van zaaksdossier 8.

60 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , pagina 46 van zaaksdossier 9.

61 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina 6 van zaaksdossier 16.

62 Proces-verbaal aangifte, met bijlage goederen, pagina’s 8 en 9 van zaaksdossier 16.

63 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 100 van het persoonsdossier van verdachte.

64 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 104 van het persoonsdossier van verdachte.

65 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 106 van het persoonsdossier van verdachte.

66 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met overzicht goederen, pagina 68 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] .

67 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, met overzicht goederen, pagina 75 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] .

68 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 35 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] .

69 Proces-verbaal Onderzoek Imac, pagina 13 van zaaksdossier 16.

70 Proces-verbaal Onderzoek Imac, pagina 15 van zaaksdossier 16.

71 Proces-verbaal Onderzoek Imac, pagina 16 van zaaksdossier 16.

72 Proces-verbaal ter terechtzitting van 17 december 2018.

73 Proces-verbaal Herkenning goederen, pagina’s 19 en 20 van zaaksdossier 16.

74 Proces-verbaal aangifte, pagina 9 van zaaksdossier 17.

75 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, pagina 16 van zaaksdossier 17.

76 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, pagina 14 van zaaksdossier 17.

77 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 59 van zaaksdossier 17.

78 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 61 van zaaksdossier 17.

79 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 62 van zaaksdossier 17.

80 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 63 van zaaksdossier 17.

81 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 55 van zaaksdossier 17.

82 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 64 van zaaksdossier 17.

83 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 66 van zaaksdossier 17.

84 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 67 van zaaksdossier 17.

85 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 69 van zaaksdossier 17.

86 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 72 van zaaksdossier 17.

87 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 86 van zaaksdossier 17.

88 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 87 van zaaksdossier 17.

89 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 87 van zaaksdossier 17.

90 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 88 van zaaksdossier 17.

91 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen met documentcode 20181213.1750 aangestraalde locaties.

92 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 55 van zaaksdossier 17.

93 Proces-verbaal van bevindingen aangetroffen munitie, pagina 4 van zaaksdossier 12.

94 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 6 van zaaksdossier 12.

95 Proces-verbaal ter terechtzitting van 17 december 2018.

96 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal in het onderzoek […] , van 27 augustus 2018, genummerd MD3R018077, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 205. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijk vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

97 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 135.

98 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 138.

99 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 154.

100 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 123.

101 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 124.

102 Proces-verbaal contact met benadeelde, doorgenummerde pagina 133.

103 Proces-verbaal van verhoor verdachte, doorgenummerde pagina 114

104 Proces-verbaal ter terechtzitting van 17 december 2018.

105 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 8 persoonsdossier [verdachte] .

106 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 8 persoonsdossier [verdachte] .

107 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 11 persoonsdossier [verdachte] .

108 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 19 persoonsdossier [verdachte] .

109 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 19 en 20 persoonsdossier [verdachte] .

110 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 50 zaaksdossier 4.

111 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 50 zaakdossier 4.

112 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 51 zaaksdossier 4.

113 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 54 zaaksdossier 4.

114 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 29 zaaksdossier 7.

115 Proces-verbaal van verhoor verdachte [D] , pagina 26 en 27 zaaksdossier 7.

116 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 8 persoonsdossier [medeverdachte 2] .

117 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 5 persoonsdossier [medeverdachte 2] .

118 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 8 persoonsdossier [medeverdachte 2]

119 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 2 zaaksdossier 5.

120 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 4 persoonsdossier [medeverdachte 5] .

121 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 5 persoonsdossier [medeverdachte 1] .

122 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 6 van zaaksdossier 19.