Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1270

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-03-2019
Datum publicatie
27-03-2019
Zaaknummer
16/705304-17 en 16/659062-18 (gev. ttz) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen die begin 2017 [A] hebben vermoord en twee dagen later de liquidatie van een ander hebben voorbereid, zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 jaar. Twee andere mannen van 26 en 28 jaar, die betrokken waren bij de voorbereiding van de liquidatie van die ander, zijn respectievelijk veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en 10 jaar gevangenisstraf.

In de nacht van 12 januari 2017 werd [B] in Utrecht doodgeschoten in het portiek van zijn flatwoning. Ongeveer een minuut later is de gestolen vluchtauto in dezelfde wijk in brand gestoken en zijn de wapens langs de vluchtroute in het water gegooid.

Het slachtoffer van de moord was niet het beoogde doelwit van de twee schutters van 26 en 33 jaar. Uit ontsleutelde PGP-berichten blijkt dat een flatgenoot van [B]i het beoogde doelwit was en dat er na de moord nog steeds op hem werd ‘gespot’. De schutters hebben aan de andere verdachten plekken aangewezen waar het beoogde doelwit regelmatig verbleef. Die twee mannen, van 26 en 28 jaar, hebben vervolgens uren bij zijn woonadres gewacht in een Skoda. Zij hadden machinegeweren binnen handbereik. Het beoogde doelwit heeft toen melding gemaakt van de Skoda, die er met hoge snelheid vandoor ging toen de politie kwam. Na een crash op de A1 zijn de twee mannen aangehouden.

De vrouw van het slachtoffer was in verwachting van hun eerste kindje. De gevolgen voor zijn familie en vrienden zijn desastreus en onomkeerbaar. De rechtbank veroordeelt de twee hoofdverdachten onder meer tot het betalen van een schadevergoeding van ruim 300.000 euro aan de vrouw en de dochter van het slachtoffer. De rechtbank rekent het de twee schutters zwaar aan dat zij, toen al snel bleek dat het slachtoffer niet het door hen beoogde doelwit was, verregaande voorbereidingen hebben getroffen om alsnog de juiste persoon uit de weg te ruimen. Dit getuigt van een gewetenloosheid en roekeloosheid die niet goed te bevatten is.

Bij het bepalen van de straf is verder gekeken naar straffen in vergelijkbare zaken van moord, en voorbereiding van moord. Een celstraf van 20 jaar voor een liquidatie, en 6 tot 8 jaar voor voorbereiding, is geen uitzondering. De straffen moeten bijdragen aan het voorkomen van strafbare feiten. Daarom moet er ook een afschrikkende werking van uitgaan. De rechtbank benadrukt wel dat alleen zwaarder straffen de golf van geweld niet tot stoppen kan brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2019-0582
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Utrecht, zitting houdende te Amsterdam Osdorp

Parketnummers: 16/705304-17 en 16/659062-18 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 maart 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1992] te [geboorteplaats] ,
gedetineerd te Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het inhoudelijke onderzoek op de terechtzittingen van 6 februari 2019, 8 februari 2019, 11 februari 2019, 12 februari 2019 en 15 februari 2019. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 18 maart 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officieren van justitie, van hetgeen verdachte en mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam naar voren hebben gebracht, alsmede van hetgeen door mr. F.A. ten Berge, advocaat te Utrecht namens de benadeelde partijen inzake het onder 16/705304-17, feit 1 ten laste gelegde naar voren is gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de terechtzitting van 6 februari 2019 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

16/705304-17

feit 1 op 12 januari 2017 te Utrecht in vereniging, al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer 1] heeft gedood;

feit 2 op 12 januari 2017 te Utrecht in vereniging een machinegeweer, een pistoolmitrailleur en/of scherpe patronen (kaliber 7.62x39mm en/of 9mm) voorhanden heeft gehad;

16/659062-18

feit 1 op 12 januari 2017 te Utrecht in vereniging brand heeft gesticht in een Audi A5;

feit 2 op 12 januari 2017 te Utrecht in vereniging een Audi A5 heeft geheeld;

feit 3, primair A. in de periode van 11 januari 2017 tot en met 12 januari 2017 te Amsterdam en/of Utrecht samen met anderen de moord op

[slachtoffer 2] heeft voorbereid door wapens, munitie, bivakmutsen, gestolen auto’s en brandversnellers voorhanden te hebben; en/of

B. in de periode van 13 januari 2017 tot en met 14 januari 2017 te Zaandam, Amsterdam en/of Utrecht samen met anderen de moord op

[slachtoffer 2] heeft voorbereid door wapens, munitie, gestolen auto’s en brandversnellers voorhanden te hebben;

feit 3, subsidiair in de periode van 13 januari 2017 tot en met 14 januari 2017 te Zaandam, Amsterdam en/of Utrecht medeplichtig is geweest aan het in vereniging voorbereiden van de moord op [slachtoffer 2] door vluchtauto’s, vuurwapens en/of munitie te verstrekken, door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] locaties aan te wijzen en/of (daarbij) instructies te geven.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Inleiding

Op 12 januari 2017 werd in portiek 1 t/m 179 van een flatgebouw gelegen aan de [straat] te [woonplaats] [slachtoffer 1] doodgeschoten. Naar aanleiding daarvan werd een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 09Roos. Op 14 januari 2017 is naar aanleiding van een 112-melding van [slachtoffer 2] over een zich verdacht ophoudende Skoda Fabia op de Rubicondreef, haaks op de [straat] , een tweede opsporingsonderzoek gestart, 09Doorn. De bevindingen in beide opsporingsonderzoeken gaven politie en justitie het vermoeden dat de beide incidenten verband houden met elkaar. Genoemde opsporingsonderzoeken zijn in februari 2019 gezamenlijk inhoudelijk ter terechtzitting behandeld. In het onderzoek 09Roos zijn, voor zover hier relevant, de personen [medeverdachte 1] en [verdachte] verdachte. In het onderzoek 09Doorn zijn, voor zover hier relevant, naast eerdergenoemde [medeverdachte 1] en [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] verdachte.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen die in het requisitoir zijn voorgedragen. Ten aanzien van 16/705311-17, feit 1 dient bewezen te worden verklaard het deel van de tenlastelegging dat ziet op “althans een ander welke later is gebleken [slachtoffer 1] te zijn”. Dit nu het opzet van de verdachten was gericht op het plegen van een levensdelict, kennelijk ongeacht wie. Ten aanzien van 16/659063-18, feit 2 kan de schuldheling bewezen worden verklaard en ten aanzien van 16/659063-18, feit 3 het primair ten laste gelegde. Wat betreft het onder 16/705311-17, feit 2 en het onder 16/659063-18,

feit 3, primair onder A ten laste gelegde is sprake van eendaadse samenloop.

De officier van justitie acht de verklaring van verdachte dat hij alleen op verzoek van

[A] de Audi A5 in de brand heeft gestoken voor geld en voor het overige niet betrokken was bij de gebeurtenissen op 11 en 12 en op 13 en 14 januari 2017 op grond van de bewijsmiddelen ongeloofwaardig.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot de tenlastegelegde brandstichting onder 16/659062-18, feit 1, nu deze brandstichting bewezen kan worden.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van alle overige aan verdachte tenlastegelegde feiten. Daartoe heeft hij inzake het onderzoek 09Roos – kort gezegd – aangevoerd dat er mogelijk maar één schutter en één wapen is geweest. Het bewijs tegen verdachte berust voorts vrijwel uitsluitend op de verklaring van getuige A, terwijl die verklaring als “decisive evidence” moet gelden en daarom niet kan worden gebruikt op juridische gronden en vanwege de onbetrouwbaarheid ervan. Voorts wijst de raadsman op het gegeven dat het aangetroffen DNA van verdachte op de Pallas Athenedreef niet bewijst dat hij aanwezig is geweest op de plaats delict op de [straat] . De verklaring van verdachte hieromtrent is niet onwaarschijnlijk en niet weerlegd. Eventuele bevindingen in het onderzoek 09Doorn kunnen niet voor het bewijs in 09Roos worden gebruikt omdat ze zich na 12 januari 1017 afspelen. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het (mede)plegen van moord. Gelet hierop dient verdachte ook te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen op 11 en 12 januari 2017. Met betrekking tot het wapenbezit en de opzet- dan wel schuldheling van de Audi A5 bevat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen zodat verdachte hiervan eveneens dient te worden vrijgesproken.

Inzake het onderzoek 09Doorn bepleit de raadsman – kort gezegd – dat verdachte niet de “man uit Zaandam” was die plekken heeft aangewezen, terwijl er ook onvoldoende bewijs is dat hij de moeder van medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bezocht. De fotoconfrontatie waarbij de moeder van [medeverdachte 3] verdachte heeft aangewezen is onbruikbaar voor het bewijs bij gebrek aan betrouwbaarheid. Ook de verklaringen van [medeverdachte 3] zijn onbetrouwbaar en kunnen daarom niet worden gebruikt voor het bewijs. Het dossier bevat voorts onvoldoende steunbewijs in de vorm van telecomdata of sporen van verdachte in de Skoda.

De conclusie van de raadsman luidt dan ook dat verdachte moet worden vrijgesproken van de voorbereidingshandelingen op 13 en 14 januari 2017, zowel in de primair tenlastegelegde vorm van medeplegen als de subsidiaire vorm van medeplichtigheid.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal eerst het onderzoek 09Roos bespreken. Onder 4.4.1 worden de bewijsmiddelen genoemd, onder 4.4.2 zal de rechtbank bespreken tot welke feitelijke conclusies de bewijsmiddelen leiden. Onder 4.4.3 volgen vervolgens de juridische overwegingen. Het onderzoek 09Doorn zal de rechtbank daarna bespreken. Onder 4.4.4 de bewijsmiddelen, onder 4.4.5 de feitelijke conclusies en tot slot onder 4.4.6 de juridische overwegingen.

Het onderzoek 09Roos

4.4.1

Bewijsmiddelen 1

i. PGP-berichten voorafgaande aan 12 januari 2017

Onderstaande PGP-berichten zijn verzonden tussen 2 januari 2017 tot en met

12 januari 2017.2

2 januari 2017 te 14:34 uur.

Afzender: A24B74

“Broertje zo een jongen werkte by malabata vroeger [bijnaam] kent u die?”

3 januari 2017 te 23:12 uur.

Afzender: A24B74

“Salam broertje alles goed met u? Als die [bijnaam] by u in zaak is mail my even sir.”

7 januari 2017 te 22:02 uur.

Afzender: A24B74

“Salaam sir, die track heeft een storing ik denk door de kou sir maar die hond is in pacha nu sir ze fiets staat daar voor de deur, kunt u niet achter komen waar die binnen zit sir en wat die aan heeft zodat we de juiste man kunnen filmen.”

7 januari 2017 te 22:15 uur.

Afzender: A24B74

“Oké sir en zeg wat ie aanheeft dan laat ik hem opnemen dan weten we zeker zit.”

7 januari 2017 te 22:25 uur.

Afzender: 305389

“Volgens mij zit ie hier bro met zwart witte dsquared pet audi van z’n broertje staat ook voor de deur als dat hem is kan niet dichtbij komen is vol.”

7 januari 2017 te 22:26 uur.

Afzender: 305389

“ [naam] zit ook aan die tafel die zie ik wel en tegenover hem zit denk ik die [bijnaam] ga je zo bevestigen.”

7 januari 2017 te 22:38 uur.

Afzender: 305389

“Zwarte jas zwart pet met witte grote letters op z’n pet van dsquared hij is de enige er mee hij zit met [naam] .” 3

7 januari 2017 te 22:46 uur.

Afzender: 305389

“Oké ga hier met 5min wG dan stuur ikje kenteken.”

7 januari 2017 te 22:51 uur.

Afzender: 305389

“ [kenteken] dat is hem volgens mij staat geen andere hij staat precies op de hoek geparkeerd van die eettent hij staat op de stoep als je deur uitloopt rechts.” 4

7 januari 2017 te 23:02 uur.

Afzender: A24B74

“Zit al tracker onder broertje.”

8 januari 2017 te 00:57 uur.

Afzender: 305389

“Hij is hier.”

8 januari 2017 te 01:00 uur.

Afzender: 305389

“Ga zo probere foto te maken.”

8 januari 2017 te 01:02 uur.

Afzender: A24B74

“Ja aub sir maak foto voor zekerheid.” 5

8 januari 2017 te 02:28 uur.

Afzender: 305389

“Heb kar foto’s gestuurd.”

9 januari 2017 te 19:49 uur.

Afzender: A24B74

“Sir hond is thuis nog, hele dag niet bewogen ook sir, fietsen plaatsen alsnog sir of nog even wachten sir?”

9 januari 2017 te 19:58 uur.

Afzender: A24B74

“Oké broertje top alles staat klaar gewoon.” 6

9 januari 2017 te 20:04 uur.

Afzender: A24B74:

“Dank u broertje dan laat ik heads erop afgaan”

10 januari 2017 te 00:09 uur.

Afzender: A24B74

“Pfff echt iedere dag is die er nu 3heads en driver staan er niks alles moekteb broertje.” 7

10 januari 2017 te 00:18 uur.

Afzender: 305389

“Is dat zyn vriend dus heads scherp laten zyn nu.” 8

11 januari 2017 te 22:36 uur.

Afzender: 305389

“Ja bro die is gisteren op een haar na geglipt engeltje op z’n schouder’s jij sliep gisteren had toen kar gemailt van die dwerg is hier kun je het doorgeven precies toen ik het doorgaf kreeg kar ook mail binnen van hij is in lounge spotters zaten op hem.”

11 januari 2017 te 22:39 uur.

Afzender: 305389

“Ik weet ze waren al bij z’n deur hij is via andere ingang na binnen gegaan.”

12 januari 2017 te 00:42 uur.

Afzender: 305389

“ [naam] komt nu binnen misschien komt ie zo bro.” 9

[slachtoffer 2] is woonachtig aan de [straat] te [woonplaats]10 en heeft verklaard dat zijn bijnaam [bijnaam] is.11 Hij heeft zwarte petjes van het merk Dsquared, voorzien van letters.12 De auto van [slachtoffer 2] is een Audi A3, kenteken [kenteken] , kleur donker grijs.13

Plaats delict [straat]

Op 12 januari 2017 om 01.45 uur werd er bij 112 melding gemaakt van schoten op de [straat] te [woonplaats] .14 Omstreeks 01.50 uur zagen twee verbalisanten in het portiek van de [adres] een man op de grond liggen die geen teken van leven vertoonde.15 Deze man bleek [slachtoffer 1] te zijn.16 Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer 1] werd het intreden van de dood verklaard door verbloeding als gevolg van bij leven opgelopen inwerking van uitwendig mechanisch perforerend geweld aan de romp (meerdere schotverwondingen).17

Door forensisch onderzoekers werd in en rond de toegangshal van de flat aan de [straat] met huisnummers [huisnummers] onderzoek verricht.18 In de centrale hal van de flat lagen twaalf hulzen.19 Op de bodemstempel van deze hulzen stond het kaliber 7.62x39 ingeslagen. Op al deze hulzen was een deuk in de zijkant van de huls te zien, hetgeen typisch is voor het verschieten van deze munitie met een AK47.20 De hulzen zijn veiliggesteld onder de

SIN-nummers AAKA2136NL tot en met AAKA2147NL.21

Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: het NFI) heeft een vergelijkend onderzoek naar de hulzen met SIN-nummers AAKA2136NL tot en met -47NL gedaan en daarbij de volgende hypothesen beschouwd:

  1. De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen.

  2. De hulzen zijn verschoten met twee vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn minimaal zeer veel waarschijnlijker22 wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.23 De hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een (semi-)automatisch werkend aanvalsgeweer van het type Kalasjnikov.24

Op 12 januari 2017 om 01.53 uur werd getuige A ter plaatse gehoord.25 Om 04.00 uur werd deze getuige opnieuw gehoord onder nummer 1307884.26 De getuige zag dat [slachtoffer 1] uit de auto stapte en het portiek inliep. De getuige hoorde vier tot zes harde knallen, snel achter elkaar. Plots zag hij twee mannen uit het portiek komen. Beiden droegen bivakmutsen. De één droeg een handvuurwapen.27 Het wapen was zilver of zwart.28 De ander droeg een AK47, of sterk gelijkend.29 Het grotere wapen was een semiautomatisch vuurwapen. De twee mannen renden weg in de richting van de Rubicondreef.30

Getuige [getuige 1] verklaarde schoten te hebben gehoord. Hij hoorde twee salvo’s. Toen hij na twintig seconden uit het raam keek, zag hij een man wegrennen in de richting van de Rubicondreef. Deze man had een lang voorwerp in zijn hand, hij liep naar een auto die midden op de weg stilstond en hij stapte achter de bestuurder in. Aan de achterlichten van deze auto zag de getuige dat het een Audi was.31

Plaats delict Pallas Athenedreef

Op 12 januari 2017 om 01.47 uur kregen verbalisanten de opdracht te gaan naar de

Pallas Athenedreef te Utrecht waar een auto in brand stond. Om 01.55 uur waren de verbalisanten ter plaatse en zagen zij dat er een zwarte Audi A5 voorzien van het kenteken [kenteken] in brand stond.32

Er zijn beelden bekeken van camera’s staande op het dak van een flat gelegen aan de Vulcanusdreef. Op de camerabeelden is (een stukje van) de Pallas Athenedreef te zien.33 Vanaf 00.10 uur op 12 januari 2017 totdat een auto om 01.45.09 uur het beeld in reed, is geen ander verkeer waargenomen. Op 12 januari 2017 om 01.45.09 uur reed een auto met verlichting over de Pallas Athenedreef, komende uit de richting van de Wolgadreef en gaande naar de plaats waar de in brand gestoken Audi A5 werd aangetroffen.34 Om

01.45.20

uur stopte het voertuig en om 01.45.24 uur werden de achterlichten van het voertuig uitgeschakeld. Om 01.46.08 uur was een ontploffing van vuur te zien op de plaats waar het voertuig is gestopt.35 De tijd tussen het uitschakelen van de verlichting en de ontploffing bedraagt 44 seconden.36

Op 12 januari 2017 rond 02.00 uur37 zag getuige [getuige 2] op de Vulcanusdreef38 een auto. Hij zag twee gasten rennen.39 De achterste man maakte met zijn rechterhand een zwaaiende beweging.40 Hij gooide iets weg.41 Op het moment dat hij wat weggooide, rende hij naar de auto toe.42 Getuige [getuige 2] hoorde daarna een klap en zag de auto in brand staan.43

De kortste route van de [straat] naar de Pallas Athenedreef is 1,2 kilometer lang. Een tweede mogelijke route is 1,3 kilometer lang.44 Bij normale snelheid rijdt men deze afstand in drie à vier minuten.45

Op ongeveer één meter van de Audi A5 lag een zwarte bivakmuts op de grond. Op de kruising van de Pallas Athenedreef met de Vulcanusdreef lag een gele aansteker.46 Deze aansteker lag ongeveer vijf meter van de uitgebrande Audi.47 De bivakmuts is veiliggesteld onder het SIN-nummer AAFK2498NL. De aansteker is veiliggesteld onder het SIN-nummer AAFK2497NL.48 Op de stoep ter hoogte van de voorzijde van de Audi werd een rode dop van een Coca-Colafles aangetroffen. De binnenzijde van deze dop rook naar benzine. De dop is veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKA2149NL. Een spoor op de dop is veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKA2150NL.49 Op het zitvlak van de achterbank lag een zwart/grijs gekleurde sporttas.50 Deze sporttas is veiliggesteld en bemonsterd, waaronder het hengsel van de sporttas onder het SIN-nummer AAKL6738NL.51

In de bivakmuts zijn beschadigingen aangetroffen die zijn ontstaan door hitte-inwerking van een vlam of open vuur. Naar verwachting kon de drager aan het gezicht gewond zijn geraakt op de plaatsen waar de bivakmuts geen bescherming (meer) bood (op de kin, langs de rechterkaak en boven het rechteroog) en eventueel bij de openingen voor ogen en mond.52

Het NFI heeft een DNA-onderzoek uitgevoerd naar bovengenoemde sporen. Dit leverde de volgende resultaten op:53

SIN

Beschrijving DNA-profiel

DNA kan (mede) afkomstig zijn van

Matchkans

AAFK2498NL#01

Bivakmuts

DNA-profiel van een man

[verdachte]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

AAFK2497NL#01

Aansteker

DNA-profiel van een man

[verdachte]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

AAKL6738NL#01

Hengsel van de tas

DNA-mengprofiel, minimaal 2 personen

[medeverdachte 1]

Zie hieronder

AAKA2150NL#01

Coca-Coladop

DNA-mengprofiel, minimaal 2 personen

[medeverdachte 1]

Zie hieronder

Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht zijn wat betreft de onderste twee matches de volgende hypothesen beschouwd:

  1. De bemonstering bevat DNA van [medeverdachte 1] en één willekeurige, onbekende persoon.

  2. De bemonstering bevat DNA van twee willekeurige, onbekende personen.

Ten aanzien van bemonstering AAKL6738NL#01 van het hengsel van de tas

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ten minste 1 miljard maal waarschijnlijker als hypothese 1 waar is, dan als hypothese 2 waar is.

Ten aanzien van bemonstering AAKA2150NL#01 van een Coca-Coladop

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ten minste 10 miljoen maal waarschijnlijker als hypothese 1 waar is, dan als hypothese 2 waar is.54

Naast de Coca-Coladop (AAKA2149NL) zijn een stuk van het zitvlak van de bestuurdersstoel (AAKL6745NL) en een stuk van het zitvlak van de bijrijdersstoel (AAKH8794NL) van de Audi A5 veiliggesteld voor een onderzoek naar ontbrandbare vloeistoffen.55 In de monsters zijn vluchtige stoffen aangetoond die afkomstig zijn van motorbenzine.56

Verdachte [verdachte] verklaarde dat ze met z’n drieën waren toen ze naar de plek in Utrecht reden waar de Audi is verbrand. Dit waren [A] ,57 die is overleden,58 [verdachte] en nog een ander.59 [A] zat linksvoor in de Audi.60 [verdachte] heeft de Audi aangestoken.61 Zijn gezicht ging toen in de fik. [verdachte] heeft niet de dop van de fles gehaald. Toen [verdachte] de auto in de fik had gestoken, reed [A] de auto zodat [verdachte] kon instappen.62 Hierna zijn ze naar Amsterdam gereden.63

[A] is op 31 januari 2017 doodgeschoten.64

Op 15 juni 2017 verklaarde [slachtoffer 1] dat [B] hem had verteld dat hij de originele kentekenplaten van de auto (de rechtbank begrijpt: de uitgebrande Audi A5) in het water heeft gegooid. Getuige [slachtoffer 1] denkt dat ze bij de Lauwerecht in het water zijn gegooid.65 Op 11 juli 2017 werden in de Vecht vlakbij het zitplateau aan de Lauwerecht twee kentekenplaten met opdruk [kenteken] opgedoken.66

Aangever [aangever 1] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn personenauto, merk Audi, type A5, voorzien van het kenteken [kenteken] , gepleegd tussen 3 januari 2017 en 5 januari 2017.67

Onderzoek water Fort Blauwkapel

Op 25 februari 2017 omstreeks 10.30 uur zijn verbalisanten in de gracht van Fort Blauwkapel, gelegen langs de meest voor de hand liggende vluchtroute68, door middel van een magneetdreg gaan zoeken naar wapens.69 Omstreeks 10.55 uur bevond zich een wapen aan een magneet, vermoedelijk een AK47. Omstreeks 13.45 uur bevond zich een wapen, vermoedelijk een handvuurwapen, aan een magneet. Bij het aan de oppervlakte komen van beide wapens ontstond een dun oliefilm op het oppervlaktewater.70

Op het machinepistool stond het kenmerk R9-ARMS. De slede van het wapen stond naar achteren waardoor de kamer open was. In de kamer zat een patroon dat klem zat tussen het magazijn en een ander patroon. Hierdoor was het wapen geblokkeerd en bleef de slede naar achteren staan.71

De wapens zijn veiliggesteld onder de SIN-nummers AAKF2423NL en AAKF2424NL.72 Tijdens een onderzoek daarvan is het volgende bevonden.

SIN-nummer AAKF2423NL betreft een aanvalsgeweer van het merk Zastava, model M70AB2, met het kaliber 7.62x39mm73, zijnde een vuurwapen van categorie II sub 2.74 Uit de kamer van het geweer zijn zeventien patronen veiliggesteld.75 De zeventien patronen zijn voorzien van het kaliber 7.62x39 mm76, zijnde munitie van categorie III.77

SIN-nummer AAKF2424NL betreft een machinepistool van het type R9-ARMS, kaliber 9mm Parabellum78, zijnde een vuurwapen van categorie II sub 279. Uit de kamer en het patroonmagazijn zijn twintig patronen veiliggesteld.80 Deze patronen zijn van het kaliber 9mm Luger van het merk S&B81, zijnde munitie van categorie III.82

Sporen van drie van de op de [straat] verschoten munitiedelen (AAKA2140NL, -41NL en -43NL)83 zijn vergeleken met sporen die het vuurwapen AAKF2423NL (de rechtbank begrijpt: het aanvalsgeweer van het merk Zastava) achterliet. Het kaliber van deze munitiedelen past niet bij het wapen met SIN-nummer AAKF2424NL (de rechtbank begrijpt: het machinepistool van het type R9-ARMS).

Voor elk van de drie hulzen en het vuurwapen zijn de volgende hypothesen beschouwd:

  1. De huls is verschoten met het vuurwapen.

  2. De huls is verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als het vuurwapen.84

De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn minimaal zeer veel waarschijnlijker85 wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.86

Plaats delict Amsterdam Osdorp

Op 12 januari 2017 omstreeks 03.40 uur stond op de David Wijnkoopstraat te Amsterdam een Toyota Auris zonder kentekenplaten in brand. Het chassisnummer van deze auto behoorde toe aan een auto voorzien van het kenteken [kenteken] .87 Aangever [aangever 3] heeft aangifte gedaan van diefstal van haar personenauto, merk Toyota, type Auris, voorzien van het kenteken [kenteken] , gepleegd tussen 25 september 2016 en 26 september 2016.88

Verdachte [verdachte] verklaarde dat de auto waarin ze dezelfde nacht zijn terug gereden89 in brand is gestoken90 op het Louis Visserplein.91 De David Wijnkoperstraat, waar de Toyota is aangetroffen, is een hofje gelegen naast de Louis de Visserstraat.92

Uit de Toyota Auris werd een deel van het kapok voor de bestuurdersstoel veiliggesteld onder het SIN-nummer AAIO5271NL.93 In dit monster zijn vluchtige stoffen aangetoond die afkomstig zijn van motorbenzine.94

Verdere betrokkenheid [medeverdachte 1] en [verdachte]

Opname vertrouwelijke communicatie (OVC)

Op 28 maart 2017 werden [medeverdachte 1] en [verdachte] aangehouden en werd hen bij de voorgeleiding medegedeeld: “Je wordt verdacht van de moord op [slachtoffer 1] , gepleegd op 12 januari 2017 te Utrecht.”.95 Na de voorgeleiding vond op de binnenplaats een geregisseerd opstootje plaats, waarbij de verdachten in de gelegenheid waren om kort met elkaar te spreken. Dit gesprek is opgenomen en staat hieronder weergegeven.96

[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]

[verdachte] = [verdachte]

[verdachte] : ....Hai “Beer” (fon).. .., klote man.(waardeloos). Als het een ...ver.. .ding is…dan is het ploffie...

[medeverdachte 1] : Hé?

[verdachte] : plokkie

[medeverdachte 1] : Hmm?

[verdachte] : plof, plof, kraken.. (ntv).. dat wij de auto verkopen gewoon

[medeverdachte 1] : Hmm

[verdachte] : die klote pa van die man die praat hé?

[medeverdachte 1] : hmm, .. ..wat doen (regelen/afspreken) 97

[verdachte] : ploffen we gaan de auto verkopen voor de rest weten we niets, we verkopen het, voor ploffie, voor 700, we kennen ze niet

[medeverdachte 1] : maar we hebben er toch wel in gezeten toch?

[verdachte] : Hmm (bevestigend) want we hebben de ploffie gedaan maar het is mislukt, hebben de auto voor 700 verkocht, tot op het laatste moment hé? Je ziet dat die mannen gangster zijn toch zeggen we dat. 98

Verdachte [verdachte] verklaarde over dit opstootje dat hij tegen [medeverdachte 1] zei wat gaan we zeggen. Toen zei [medeverdachte 1] van we dachten dat het om een ploffie ging, dat we hem voor 700 of zo hebben verkocht. Dat ze alleen die auto hadden verkocht, dat was het. [medeverdachte 1] zei dat dat goed is.99

Getuige A

Bij de rechter-commissaris is benoemd dat getuige A in een vader-zoon relatie staat tot [A] (de rechtbank begrijpt: [A] ).100 Getuige A verklaarde op 1 februari 2017 dat [A] hem heeft verteld101 wat er in Utrecht is gebeurd.102 [A] was betrokken bij een liquidatie.103 [A] is gaan rijden. [medeverdachte 1] en [verdachte] gingen schieten op die jongen. Ze zijn weggereden en de Kalasjnikovs of wat dan ook, zijn in de sloot gegooid in Utrecht. De volgende dag moesten ze teruggaan, want ze hadden de verkeerde.104 [medeverdachte 1] en [verdachte] konden niet meer mee.105

4.4.2

Conclusies omtrent de feiten en omstandigheden

i. Wat was de bedoeling en wie was het beoogde doelwit?

De rechtbank concludeert op basis van de bewijsmiddelen dat er voorafgaand aan 12 januari 2017 werd gespot op een persoon met de bijnaam ‘ [bijnaam] ’ en dat er op meerdere momenten heads (schutters) klaarstonden om deze [bijnaam] te liquideren. De rechtbank stelt vast dat met [bijnaam] [slachtoffer 2] wordt bedoeld, op dat moment woonachtig aan de [straat] te [woonplaats] . Uit de inhoud van de PGP-berichten volgt dat het de bedoeling was om [slachtoffer 2] te liquideren.

Het schietincident

Op 12 januari 2017 om 01.45 uur werd aan de [straat] te [woonplaats] [slachtoffer 1] doodgeschoten.

Welke auto is gebruikt?

De daders van de schietpartij zijn weggereden in een Audi. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de na de liquidatie vanaf de [straat] weggereden auto dezelfde auto is als de op de Pallas Athenedreef in brand gestoken auto. Eén minuut na de eerste melding van het schietincident, om 01.46 uur, werd immers op de Pallas Athenedreef, op iets meer dan één kilometer afstand van de [straat] , een gestolen Audi A5 met valse kentekenplaten in brand gestoken. Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat het een gebruikelijke modus operandi is om na een liquidatie op korte afstand van de plaats delict de vluchtauto in brand te steken en over te stappen in een andere vluchtauto.

Welke wapens zijn gebruikt?

Langs de meest voor de hand liggende vluchtroute, op korte afstand van de [straat] en de Pallas Athenedreef, zijn op 25 februari 2017 in het water wapens gevonden. Ten aanzien van één van deze wapens, de Zastava, is het zeer veel waarschijnlijker dat de hulzen die op de plaats delict op de [straat] zijn aangetroffen met dit wapen zijn verschoten dan met een ander, soortgelijk wapen. Daar komt bij dat getuige A heeft verklaard dat [A] aan hem heeft verteld dat na de liquidatie de wapens in een sloot in Utrecht zijn gegooid.

Het tweede wapen was ten tijde van de vondst in het water geblokkeerd. Op de plaats delict op de [straat] zijn van dit wapen of een soortgelijk wapen ook geen hulzen aangetroffen. De rechtbank concludeert dat de wapens die in het water zijn aangetroffen de wapens zijn die bij de liquidatie zijn gebruikt, met dien verstande dat alleen uit de Zastava daadwerkelijk kogels zijn verschoten.

Wie waren op de Pallas Athenedreef?

Door [verdachte] is verklaard dat hij op de Pallas Athenedreef de Audi A5 in brand heeft gestoken en dat toen zijn gezicht vlam heeft gevat. Deze verklaring vindt steun in het aantreffen van een bivakmuts met brandschade en een aansteker in de nabijheid van deze Audi A5, beide met daarop DNA van [verdachte] .

[verdachte] heeft verklaard dat ook [A] op de Pallas Athenedreef was. Hij reed. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van getuige A.

[verdachte] heeft verder verklaard dat hij de auto niet in zijn eentje in brand heeft gestoken. Hij was naar eigen zeggen niet degene die de dop van de fles benzine heeft gehaald. Op een naast de Audi A5 aangetroffen dop van een colafles, die naar benzine rook, is DNA gevonden van [medeverdachte 1] . Op een hengsel van de sporttas uit de in brand gestoken Audi A5 is eveneens DNA aangetroffen van [medeverdachte 1] .

Uit het OVC-gesprek, opgenomen op de binnenplaats, volgt dat [verdachte] en

[medeverdachte 1] praatten over de tenlastegelegde feiten, gepleegd op 12 januari 2017, en dat zij probeerden hun verklaringen op elkaar af te stemmen. Beiden zijn op verdenking van de moord op [slachtoffer 1] aangehouden en dat is hen ook kort daarvoor duidelijk gemaakt. Bovendien wordt midden in het gesprek gesproken over “die klote pa van die man praat”, hetgeen duidelijk gaat over de verklaringen van getuige A, de vader van de op

31 januari 2017 vermoorde [A] , die één dag na die moord bij de politie is gaan verklaren. Dat dit gesprek over een ander strafbaar feit gaat, zoals beide verdachten ter terechtzitting hebben betoogd, is in het licht van het voorgaande volstrekt ongeloofwaardig en verdachten hebben geen enkele concrete onderbouwing gegeven voor een dergelijk ander strafbaar feit. Tot slot heeft [verdachte] bij de politie erkend dat [medeverdachte 1] en hij hun verklaringen op elkaar aan het afstemmen waren. Uit de inhoud van het OVC-gesprek leidt de rechtbank verder af dat beide verdachten in de Audi A5 hebben gezeten, gelet op de uitlating daarover van [medeverdachte 1] en de bevestiging daarvan door [verdachte] .

Concluderend stelt de rechtbank op basis van deze bevindingen vast dat [verdachte] ,

[medeverdachte 1] en [A] op 12 januari 2017 omstreeks 01.46 uur op de Pallas Athenedreef zijn geweest. [A] was de bestuurder van de Audi A5 en de Toyota Auris. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben de auto in brand gestoken; [medeverdachte 1] heeft de colafles geopend, waarna [verdachte] de auto daadwerkelijk in brand heeft gestoken.

Wie waren de schutters?

De rechtbank stelt ten eerste vast dat er twee schutters waren. Getuige 1307884 heeft immers verklaard dat er twee personen waren, elk met een wapen, die na het schieten uit het portiek kwamen rennen. Deze verklaring wordt ondersteund door de vondst van twee wapens in de nabijheid van de [straat] en de Pallas Athenedreef en tevens door de verklaring van getuige A.

Getuige [getuige 1] zag op de [straat] één persoon rennen naar een gereedstaande Audi. Eén minuut na de eerste melding van het schietincident bij de politie vatte de Audi vlam op de Pallas Athenedreef, 1,2/1,3 kilometer van de [straat] . Daar is gezien dat er twee mannen naar een andere auto rennen, instappen en dat de auto wegrijdt. [A] was de bestuurder.

Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen de melding van de liquidatie en het vlam vatten van de Audi A5, de afstand tussen beide plaatsen delict die is overbrugd en het gegeven dat op de Pallas Athenedreef geen andere auto’s zijn gezien, geen andere personen die de liquidatie gepleegd zouden kunnen hebben zijn waargenomen en de verdachten daarover ook niet hebben verklaard, concludeert de rechtbank dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de schutters zijn geweest. Deze conclusie wordt ondersteund door de verklaring van getuige A die heeft verklaard van [A] te hebben gehoord dat [A] degene was die reed en dat [verdachte] en [medeverdachte 1] degenen zijn geweest die hebben geschoten.

4.4.3

Juridische duiding van de feiten en omstandigheden

Ten aanzien van 16/705311-17, feit 1 en 2 en 16/659063-18, feit 1 en 2

i. Het gebruik van de verklaringen van getuige A

Wat betreft het gebruik van de verklaringen van getuige A overweegt de rechtbank dat dit (belastende) de auditu-verklaringen betreffen. Met dergelijke verklaringen dient in de regel behoedzaam te worden omgegaan. De verdediging dient op grond van artikel 6 EVRM in de gelegenheid te worden gesteld om de getuige behoorlijk en effectief te kunnen bevragen. De rechtbank overweegt daartoe dat de verdediging in die gelegenheid is gesteld doordat getuige A bij de rechter-commissaris is gehoord over diens redenen en de mate van wetenschap omtrent hetgeen [A] aan hem heeft verklaard. Ten aanzien van de bron zelf, [A] , heeft de verdediging haar ondervragingsrechten niet kunnen uitoefenen. Dit kon niet meer omdat [A] is overleden.

De omstandigheid dat de verdediging niet ten volle gebruik heeft kunnen maken van haar ondervragingsrecht staat er niet aan in de weg dat een door een getuige afgelegde verklaring voor het bewijs kan worden gebezigd, mits is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Het gaat er daarbij om dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces (“the overall fairness of the trial”). De rechter dient te beoordelen of een bewezenverklaring in beslissende mate op een door een getuige afgelegde verklaring wordt gebaseerd in die zin dat die verklaring daarvoor “the sole or decisive basis” is. Daarnaast komt betekenis toe aan de (compenserende) waarborgen voor de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing die in de nationale wettelijke regeling ter zake van – kort gezegd – het strafrechtelijk bewijsrecht besloten liggen.106

De rechtbank overweegt in dat kader dat hoewel de verklaringen van getuige A er toe hebben geleid dat het onderzoek zich in een bepaalde richting ontwikkelde, dit niet maakt dat de bewezenverklaring in beslissende mate op deze verklaringen berust. Immers heeft de rechtbank slechts die stukken van de verklaring van getuige A gebruikt die reeds bevestiging hadden gevonden in objectief en/of technisch bewijs, zoals het aantreffen van wapens die bij de liquidatie zijn gebruikt op de vluchtroute en het aantreffen van DNA van de verdachten op de Pallas Athenedreef. Dit gegeven en het gegeven dat getuige A direct na het overlijden van [A] heeft verklaard over (bij [A] aanwezige) daderwetenschap, hetgeen hem via het onderzoeksteam dus nog niet ter ore kon zijn gekomen, maakt dat de rechtbank zijn verklaringen bovendien betrouwbaar acht. Dat de verklaringen van getuige A op andere punten inconsistenties bevatten, maakt niet dat deze verklaringen in het geheel niet betrouwbaar zouden zijn. Anders dan door de verdediging is aangevoerd, is evenmin aannemelijk geworden dat getuige A en/of [A] een motief hadden om over [verdachte] en [medeverdachte 1] belastend te verklaren terwijl zij niet bij de liquidatie betrokken zouden zijn. Immers blijkt uit de verklaringen van getuige A niet dat [A] verklaard zou hebben dat getuige A de namen van [verdachte] en [medeverdachte 1] in het kader van betrokkenheid bij het doden van [slachtoffer 1] zou moeten noemen als [A] wat zou overkomen, maar dat getuige A in dat geval zou weten wie er wat met de dood van [A] te maken zou hebben, mocht hem wat overkomen.

Dat getuige A boos was op [verdachte] en daarom zijn naam ten onrechte zou hebben genoemd, is niet aannemelijk geworden. De rechtbank overweegt in dit verband dat al één dag na het overlijden van [A] getuige A een verklaring bij de politie heeft afgelegd over de liquidatie van [slachtoffer 1] en daarbij [verdachte] als betrokkene heeft genoemd. Dat hij op dat moment al boos was omdat [verdachte] niet mee zou willen werken aan de oplossing van de moord op [A] , acht de rechtbank ongeloofwaardig. Deze verklaring wordt dan ook terzijde geschoven, zeker in het licht van de overige bewijsmiddelen, waaruit de betrokkenheid van [verdachte] bij deze liquidatie juist blijkt.

Het verweer om deze verklaringen uit te sluiten van het bewijs, wordt daarom verworpen.

Medeplegen van moord

Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van moord moet komen vast te staan dat er sprake is van:

  1. opzet op de dood van het slachtoffer;

  2. voorbedachte raad; en

  3. een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende mededaders, welke samenwerking is gericht op het voltooien van het delict.

a. Opzet op de dood

Het slachtoffer is van korte afstand en veelvuldig beschoten met een (semi-)automatisch vuurwapen. Het is duidelijk dat de schutters het slachtoffer dodelijk wilden raken. [slachtoffer 1] bleek uiteindelijk het slachtoffer te zijn, daarmee is er dus opzet op zijn dood.

Gebleken is dat [slachtoffer 1] niet het oorspronkelijk beoogde doelwit was. De omstandigheid dat er sprake is van een verwisseling maakt de beoordeling van het opzet evenwel niet anders. De rechtbank acht opzet op de dood bewezen.

Voorbedachte raad

Voor een bewezenverklaring van dit bestanddeel moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat niet is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Verdachte moet de gelegenheid hebben gehad over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te hebben gegeven. Ook hier staat een verwisseling van het beoogde slachtoffer niet aan het aannemen van voorbedachte raad in de weg. In dit geval is er kennelijk geen enkele voorzorgsmaatregel genomen om dit risico uit te sluiten.

Dat sprake was van voorbedachte raad leidt de rechtbank reeds af uit de professionele voorbereiding, waarbij in ieder geval in de periode van 11 en 12 januari 2017 sprake was van spotters, communicatie met behulp van PGP’s, twee vluchtauto’s voorzien van brandversnellende middelen en aanstekers, alsmede van twee (semi-)automatische

vuurwapens met munitie en het opwachten van het (beoogde) slachtoffer bij zijn woning.

Medeplegen

De rechtbank overweegt dat [verdachte] en [medeverdachte 1] nauw en bewust hebben samengewerkt en dat deze samenwerking gericht was op de voltooiing van het delict. Zij waren immers in Utrecht om daar samen met [A] een moord te gaan plegen. De rol van [A] zag op dat moment op het besturen van de auto. [verdachte] en

[medeverdachte 1] zijn ter uitvoering van het plan om een moord te gaan plegen beiden met een wapen in de hand(en) naar het latere slachtoffer gegaan en hebben op dit slachtoffer geschoten, waarna hij is komen te overlijden. De rechtbank oordeelt aldus dat beide verdachten gezamenlijk uitvoeringshandelingen voor de moord hebben verricht en dus dat sprake is van medeplegen. Dat ter plaatse alleen patronen van de Zastava zijn aangetroffen, maakt dat oordeel niet anders. Uit het onderzoek aan het andere wapen, het machinepistool, blijkt immers dat dit wapen geblokkeerd was en de slede naar achteren stond.

Heling van de Audi A5

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het voorhanden hebben van de Audi A5 sprake is van schuldheling. De verdachte en diens mededaders wisten dat ze een liquidatie gingen plegen en het gebruik van een gestolen auto ligt dan zodanig in de lijn der verwachting dat zij ten tijde van het voorhanden krijgen redelijkerwijs hebben moeten vermoeden dat de auto was gestolen. Nu niet bewezen kan worden dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto daadwerkelijk wist dat deze was gestolen, zal verdachte van het deel van de tenlastelegging dat ziet op de opzetheling van de Audi A5 worden vrijgesproken.

Conclusie

De rechtbank oordeelt op basis van hetgeen in de bewijsmiddelen is weergegeven en hetgeen daaromtrent is overwogen het medeplegen van moord, het medeplegen van het voorhanden hebben van wapens en munitie, het medeplegen van brandstichting in een auto en het medeplegen van schuldheling van een auto wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van 16/659063-18, feit 3 onder A (onderzoek 09Roos)

i. Voorbereiding

Voor een bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat verdachte en de medeverdachten een misdrijf hebben voorbereid waar een gevangenisstraf van acht jaar of meer op staat, doordat ze voorwerpen en/of vervoermiddelen voorhanden hebben gehad die bestemd waren om dat misdrijf mee te begaan.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 12 januari 2017 samen met anderen vuurwapens, munitie, bivakmutsen, gestolen auto’s, flessen met brandbare vloeistof en aanstekers voorhanden heeft gehad met de bedoeling om [slachtoffer 2] te liquideren. Op moord staat een gevangenisstraf van meer dan acht jaren. Door deze voorwerpen en voertuigen, bestemd voor het plegen van die liquidatie, voorhanden te hebben, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de moord op [slachtoffer 2] heeft voorbereid. Omdat de op 12 januari 2017 in Amsterdam aangetroffen uitgebrande Toyota Auris in het geheel niet was voorzien van (valse of vervalste) kentekenplaten, kan niet worden vastgesteld of de auto (eerder) van valse of vervalste kentekenplaten was voorzien. [verdachte] zal daarom van dat specifieke onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Het onderzoek 09Doorn

4.4.4

Bewijsmiddelen

i. PGP-berichten na het schietincident op 12 januari 2017

Onderstaande PGP-berichten zijn verzonden na het schietincident op 12 januari 2017.

12 januari 2017 te 14:44 uur.

Afzender: A24B74

“Broertje check of iemand die [bijnaam] vandaag ziet en wat die aanheeft als kan aub.” 107

12 januari 2017 te 18:35 uur.

Afzender: A24B74

“Broertje kyk of iemand die [bijnaam] ziet ergens.”

12 januari 2017 te 20:54 uur.

Afzender: A24B74

“Salam broertje alles goed? Die hond is in pacha kan iemand kyken of zyn auto er staat sir.”

12 januari 2017 te 21:12 uur.

Afzender: A24B74

“Gryze A3 even vragen.”

12 januari 2017 te 21:17 uur.

Afzender: A24B74

“Broertje safi spotterz zittern er al op.” 108

12 januari 2017 te 23:44 uur.

Afzender: A24B74

“Nee u nooit broertje wolah gisteren wilde hem absoluut niet by u doen voor de zaak echt kanker geluks vogel.” 109

13 januari 2017 te 01:17 uur.

Afzender: A24B74

“Hy is nog niet thuis alles staat klaar.”

13 januari 2017 te 01:50 uur.

Afzender: A24B74

“Waar kan die hond nog zolaat zitten broertje? Pacha is dicht als het goed is by niks.”

13 januari 2017 te 02:39 uur.

Afzender: A24B74

“Hy zat rondjes te ryden dus spotter vielen op hebben afstand genomen.”

13 januari 2017 te 14:06 uur.

Afzender: A24B74

“Ja broertje en heads te lang daar gestaan straks weer nieuwe dag nieuwe kansen.” 110

13 januari 2017 te 00:17 uur.

Afzender: A24B74

Broertje aub kyk of u jongens van u mee kan laten zoeken vandaag weg waar die ook is.”

14 januari 2017 te 04:59 uur.

Afzender: A24B74

Hond is gewoon nog steeds niet thuis gekomen.”111

14 januari 2017 te 19:54 uur.

Afzender: A24B74

Ze hebben gisteren heads gepakt met kalas in kofferbak alles.”112

112-melding, achtervolging Skoda Fabia en aanhouding verdachten

Op 14 januari 2017 om 05.11 uur deed [slachtoffer 2] melding van een verdacht voertuig dat op de [straat] stond. [slachtoffer 2] had het vermoeden dat de inzittenden van de Skoda Fabia op hem aan het wachten waren om hem wat aan te doen. In de nacht van

13 januari 2017 had hij deze Skoda Fabia ook al gezien. Die nacht had hij om 03.12 uur daarvan melding gemaakt bij 112.113 [slachtoffer 2] had toen twee rondjes gereden en was daarna achter de Skoda aan gereden maar was hem kwijtgeraakt.114

Op 14 januari 2017 omstreeks 05.20 uur kwamen verbalisanten ter plaatse op de Rubicondreef, waar een Skoda Fabia reed. Toen zij dit voertuig een stopteken gaven, reed het met verhoogde snelheid van de verbalisanten weg.115 De Skoda reed de A27 op in de richting van Hilversum. De Skoda nam de afslag Hilversum en reed Hilversum in, het Oostereind op.116 Hierna reed de Skoda weer de A27 op, in de richting van knooppunt Eemnes. De snelheidsmeter van het voertuig van de politie gaf 160 kilometer per uur aan en de afstand tussen het voertuig en de Skoda bleef gelijk. De Skoda reed op de A1 richting Amsterdam.117 Bij een donkerder stuk snelweg ging de Skoda zeer dicht langs de berm rijden. Dit moest tussen de afslag Crailoo op de A1 en het knooppunt met de A6 zijn geweest. De Skoda bleef ongeveer tien seconden op de vluchtstrook rijden en reed daarna weer de meest linkerrijstrook van de A1 op. Vlak voor tankstation De Hakkelaar ging de Skoda weer zeer dicht tegen de rechterberm rijden om hierna weer terug te keren naar de linkerrijstrook. Het voertuig is gecrasht118 op de A1.119 Als bestuurder van het voertuig is aangehouden [medeverdachte 3] .120 Vanuit de richting van het voertuig rende een persoon over de snelweg. Deze persoon is aangehouden en bleek [medeverdachte 2] te zijn.121

Het rechter achterraam van de Skoda stond open.122 Een verbalisant zag op de achterbank van de Skoda enkele flessen cola (de rechtbank begrijpt: colaflessen), die waren gevuld met een gele vloeistof.123 Tevens werden drie aanstekers bij de middenconsole aangetroffen: twee gele en één blauwe.124 Op de achterbank lag een zwarte sporttas die was opengeritst.125 Hierin werden elf patronen in krimpfolie aangetroffen, die zijn veiliggesteld onder het

SIN-nummer AAKL8654NL.126 Onder de stoel van de bijrijder werd ook een stuk krimpfolie gevonden. Dit rook naar wapenolie.127 De sporttas is veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKL8664NL.128 Van het hengsel van deze sporttas is bemonstering AAKL8669NL#01 genomen129, waaruit een DNA-mengprofiel van minimaal zes personen is verkregen. Hieruit is een DNA-hoofdprofiel afgeleid, waarbij het celmateriaal afkomstig kan zijn van

[medeverdachte 2] . De matchkans is kleiner dan 1 op 1 miljard.130

Het kenteken [kenteken] dat op de Skoda Fabia zat, bleek niet voor dit voertuig te zijn afgegeven. Het voertuig bleek gestolen.131 Aangever [aangever 2] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn personenauto, merk Skoda, type Fabia, voorzien van het kenteken [kenteken] , gepleegd tussen 6 december 2016 en 7 december 2016.132 Het kenteken [kenteken] hoort bij een Skoda Fabia, kleur blauw en staat op naam van [C] , die verklaarde dat er geen kentekenplaten vanaf zijn auto zijn gestolen.133

Vondst wapens op de vluchtroute van de Skoda Fabia

Op 14 januari 2017 omstreeks 10.15 uur werd in de groenstrook van de A1 links (de rechtbank begrijpt: de A1 in de richting van Amsterdam) ter hoogte van hectometerpaal 20.1 een automatisch vuurwapen en een greep van een vuurwapen aangetroffen.134 Deze goederen zijn veiliggesteld onder, respectievelijk, de SIN-nummers AAKE5393NL en AAK5392NL.135 Het betreft een machinegeweer van het merk Arsenal, model Kalasjnikov (AK47), van het kaliber 7.62x39mm, zijnde een vuurwapen van categorie II sub 2/sub 3.136

Op 14 januari 2017 tussen 12.00 en 12.30 uur137 werd na de afslag Hilversum (A27) op het Oostereind een vuurwapen (mitrailleur) aangetroffen.138 Dit goed is veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKE5394NL.139 Het betreft een machinegeweer van het merk Zastava, model M70B1, met het kaliber 7.62x39mm, zijnde een vuurwapen van categorie II sub 3.140

Op 4 april 2017 werd in de berm van de A27 ter hoogte van hectometerpaal 93.1g (afrit 33 Hilversum) een patroonhouder van een automatisch vuurwapen met daarin patronen aangetroffen. De houder had aan één zijde veel roest.141 Dit goed is veiliggesteld onder het SIN-nummer AAKV5149NL.142 Het betreft een patroonmagazijn van een machinegeweer van het kaliber 7.62x39mm, zijnde een onderdeel van een vuurwapen van categorie II sub 2.143 Hierin werden negentien scherpe patronen aangetroffen van het kaliber 7.62x39mm van de merken Russisch, Zavod, Barnaul, Bulgaars en Prvi Partizan, zijnde munitie van categorie III.144

De elf scherpe patronen aangetroffen in de sporttas in de Skoda betreffen patronen van het kaliber 7.62x39mm van de merken Barnaul, Russisch, Tula, Prvi Partizan, S&B, zijnde munitie van categorie III.145

Audi Q5 op de Achillesdreef en de koppelingen met de Skoda Fabia (09Doorn) en de uitgebrande Audi A5 op de Pallas Athenedreef (09Roos)

Op 14 januari 2017 omstreeks 14.45 uur werd op de Achillesdreef te Utrecht een Audi Q5, voorzien van het kenteken [kenteken] , aangetroffen. De kentekenplaten bevatten foutieve echtheidskenmerken.146 Op basis van het chassisnummer bleek dat het juiste kenteken bij dit voertuig [kenteken] was.147 Dit voertuig bleek gestolen tussen 29 en 30 december 2016 in Vlaardingen.148 Deze Audi Q5 is tussen 13 januari 2017 om 21.00 uur en 14 januari 2017 om 06.30 uur geplaatst op de Achillesdreef.149 In het voertuig, achter de bestuurderstoel in een netje, hingen twee frisdrankflessen met een rode dop. Op de grond achter de bestuurdersstoel lag eenzelfde fles. Deze flessen waren gevuld met een doorzichtige vloeistof.150 In de middenconsole werden drie aanstekers aangetroffen: twee oranje en één blauw.151

Uit de Audi Q5 werd een 1,5 liter colafles met daarin benzine onder het SIN-nummer AAKL7706NL veiliggesteld.152 Deze benzine werd vergeleken met een in de Skoda Fabia in beslaggenomen vloeistofmonster uit een colafles, dat is veiliggesteld onder AAKL8675NL.153 De vloeistofmonsters zijn beschouwd aan de hand van de volgende hypothesen:

  1. De motorbenzine in vloeistofmonster AAKL7706NL en de motorbenzine in vloeistofmonster AAKL8675NL hebben dezelfde herkomst.

  2. De motorbenzine in vloeistofmonster AAKL7706NL en de motorbenzine in vloeistofmonster AAKL8675NL hebben een verschillende herkomst.154

Geconcludeerd kan worden dat de resultaten van het vergelijkend motorbenzine onderzoek zeer veel waarschijnlijker155 zijn wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.156

In een loods in Landsmeer werd op 7 februari 2017157 binnengetreden. In deze loods werden acht gestolen auto’s aangetroffen, alle voorzien van valse kentekenplaten. Verder werden diverse bescheiden, autopapieren en documenten aangetroffen die waren voorzien van kentekennummers, waaronder: [kenteken] , toebehorend aan een Skoda Fabia, [kenteken] , toebehorend aan een Audi Q5 en [kenteken] , toebehorend aan een Audi A5 (onderzoek 09Roos). Tevens werden in deze loods aangetroffen drie Coca-Colaflessen met rode dop, zonder etiket en vermoedelijk gevuld met benzine, een patroonhouder met daarin 25 patronen kaliber 7.62x39mm geschikt voor een Kalasjnikov, gewikkeld in een plastic folie soortgelijk als die aangetroffen in de sporttas in de Skoda Fabia en meerdere nieuwe aanstekers.158

Op 1 mei 2017 is er vertrouwelijke communicatie tussen [medeverdachte 3] en zijn bezoek in de penitentiaire inrichting opgenomen. Die dag ontving [medeverdachte 3] [D] , [E] en [F] . Tussen hen is het volgende besproken.159

[medeverdachte 3] : Het enige wat het kutte is eeh, stond ook een Audi

[E] : een Audi?

[medeverdachte 3] : Ja, een Q5.. was ook eehm daar... Ja en daar zat ook precies t zelfde dingen in en daar heb ik ook in gezeten, maar geen vingerafdrukken, ik hoop niet dat m’n haar daar is gevallen, dat zou het enige kunnen zijn, verder hebben ze helemaal niks ( praat ineens wat zachter toen hij over de Audi begon).160

[…]

[medeverdachte 3] :161 […] hij springt, hij doet rare manoeuvre, doet die ramen open en gooit alles uit de auto.162

Gebeurtenissen in de nacht van 13 op 14 januari 2017 voorafgaande aan de achtervolging van de Skoda Fabia

Ontmoeting in Amsterdam

De als bestuurder van de Skoda Fabia aangehouden verdachte [medeverdachte 3] heeft over de nacht van 13 op 14 januari 2017 het volgende verklaard. Op 13 januari 2017 was hij in Amsterdam-Noord toen hij werd geappt door degene met wie hij is aangehouden, [medeverdachte 2] , of hij snel een ritje wilde doen voor € 2.000. [medeverdachte 3] antwoordde dat [medeverdachte 2] naar het parkeerterrein van het zwembad aan de Sneeuwbalstraat moest komen.163 Op het parkeerterrein stapte [medeverdachte 2] uit een Volkswagen Golf GTE. Hij heet [medeverdachte 2] van zijn voornaam.164 Dit betreft [medeverdachte 2]165.166Achter het stuur van de auto zat een vrouw. Naast haar zat een man.167

Getuige [getuige 3] verklaarde dat zij met [G] was en dat zij met een Volkswagen GTE naar Amsterdam-Noord zijn gereden. Daar ontmoette [G] een donkere man. Ze zijn naar de Sneeuwbalweg gereden.168 Toen is er een tweede man bijgekomen.169 [getuige 3] was de bestuurder.170

Van de hieronder genoemde telefoonnummers zijn de historische verkeersgegevens bekeken.

  • -

    [medeverdachte 3] : [telefoonnummer]

  • -

    [medeverdachte 2] : [telefoonnummer]

  • -

    [G] : [telefoonnummer]

  • -

    [getuige 3] : [telefoonnummer]171

In de kleding van verdachte [medeverdachte 2] werd één open gekraste telefoonopwaardeerkaart aangetroffen. Uit de gegevens van KPN Security blijkt dat de opwaardeerkaart op 13 januari 2017 om 18.36 uur was gebruikt voor het opwaarderen van telefoonnummer [telefoonnummer] .172 Uit historische verkeersgegevens van dit nummer blijkt dat dit nummer veelal een telefoonmast gebruikte nabij de Noorderbreedte te Amsterdam, de meeste contacten had met het telefoonnummer in gebruik bij [H] , zijnde de vriendin van [medeverdachte 2] , meermalen contact had met de telefoon van de moeder van [medeverdachte 2] en dat na de aanhouding van [medeverdachte 2] geen gebruik meer werd gemaakt van het telefoonnummer.173

Op 13 januari 2017 omstreeks 18:37 uur werd [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ) gebeld door [medeverdachte 2] (* [telefoonnummer] ). Om 18.42 uur belde [medeverdachte 2] wederom naar [medeverdachte 3] . Zowel de telefoon van [medeverdachte 2] als van [medeverdachte 3] straalde toen aan op de zendmast Distelkade 21 te Amsterdam, die hemelsbreed op 1 kilometer afstand is gelegen van de locatie Sneeuwbalweg.174 Het telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) in gebruik bij [getuige 3] straalde op 13 januari 2017 omstreeks 18.43 uur aan op de zendmast Sneeuwbalweg 5 te Amsterdam.175

Verplaatsing naar Zaandam, ontmoeting met een vijfde persoon en verplaatsing naar Amsterdam West

[medeverdachte 3] verklaarde dat ze (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , de vrouw achter het stuur en de man) naar Zaandam zijn gereden. [medeverdachte 2] en de man stapten uit, praatten met een Surinaamse jongen en toen stapten ze met zijn drieën in de auto.176 Dit was op de Ruijterhoek te Zaandam.177 Van Zaandam zijn ze naar West (de rechtbank begrijpt: Amsterdam-West) gereden.178 De derde man, die er als laatste bij kwam, zei dat [medeverdachte 3] zijn tasje met daarin zijn telefoon, ID en zijn pinpassen, in de auto moest laten. [medeverdachte 3] heeft deze in de Golf gelaten en de Golf is weggegaan. [medeverdachte 3] was toen uitgestapt met de twee andere mannen.179 Op de Pilatus/Romerostraat te Amsterdam-West180 kwam een Skoda met daarin twee Surinaamse mannen aangereden. De jongen die er in Zaandam bij kwam, zei tegen [medeverdachte 3] waar hij moest zitten.181

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat ze met zijn vieren naar Zaandam zijn gereden, waar ze een man hebben opgehaald. Daarna zijn ze met z’n vijven naar Amsterdam-West gereden. De drie mannen zijn daar uitgestapt en [getuige 3] en [G] zijn toen weggereden.182 Op het moment dat zij en [G] in Amsterdam-West waar ze de drie mannen hadden afgezet, wegreden, deed [G] een tasje in het dashboardkastje.183

Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) in gebruik bij [medeverdachte 3] zich naar Zaandam verplaatste, waar het om 19.07 uur de Krimp 3 te Zaandam en om 19.09 uur de Ebbehout 31 te Zaandam aanstraalde. Het telefoonnummer van [G] (* [telefoonnummer] ) verplaatste zich gelijktijdig van Amsterdam-Noord naar Zaandam en straalde om 19.05 uur ook de zendmast Ebbehout 31 te Zaandam aan. De Ruijterhoek te Zaandam, waar een Surinaamse man werd opgepikt, is gelegen in de directe omgeving van de [adres] , zijnde het verblijfsadres van [verdachte] . De zendmasten Krimp 3 en Ebbehout 31 liggen in de directe omgeving van de Ruijterhoek te Zaandam.184

Na Zaandam straalde het telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) van [medeverdachte 3] om 19.31 uur en 19.33 uur aan op de zendmast R. Bloemgartensingel 1 te Amsterdam. Het telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) van [G] straalde om 19.29 uur ook aan op de R. Bloemgartensingel 1. Het telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) van [getuige 3] straalde om 19.29 uur de zendmast Langswater 3 te Amsterdam aan, die op 528 meter van de mast aan de R. Bloemgartensingel 1 is gelegen. Deze laatste mast ligt hemelsbreed op nog geen 500 meter van de door [medeverdachte 3] aangewezen locatie Pilatus/Romerostraat waar door [medeverdachte 3] en anderen een tijdje is stilgestaan voordat er contact zou zijn geweest met twee negroïde mannen die in een Skoda Fabia aan kwamen rijden. De locatie Pilatus/Romerostraat ligt hemelsbreed op ongeveer 200 meter van de [adres] , zijnde het woonadres van [medeverdachte 1] .

Vastgesteld werd dat [medeverdachte 1] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Op 13 januari 2017 te 19.11 uur straalde dit telefoonnummer aan op de zendmast Korte Water te Amsterdam, die in de directe nabijheid (300 meter) is gelegen van de R. Bloemgartensingel en de Pilatus/Romerostraat waar volgens [medeverdachte 3] rond 19.30 uur de ontmoeting was met de twee mannen in de Skoda Fabia.185 Voor 13 januari 2017 te 19.11 uur was er geregeld telefonische activiteit van het telefoonnummer * [telefoonnummer] zichtbaar. Na

19.11

uur was dit niet meer het geval. Op 14 januari 2017 om 05.42 uur was er voor het eerst weer uitgaand (internet)verkeer op dit telefoonnummer.186

Het telefoonnummer [telefoonnummer] is zeer vermoedelijk in gebruik geweest bij

[verdachte] .187 Uit de historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer bleek dat er geen gespreksgegevens zijn geregistreerd tussen 11 januari 2017 te 13.01 uur (zendmast

R. Bloemgartensingel) en 14 januari 2017 te 12.20 uur (zendmast Ebbehout 31 te Zaandam).188 Er was op 14 januari 2017 enkele uren na de aanhouding van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] veelvuldig contact tussen de telefoons die aan [verdachte] en [medeverdachte 1] worden toegeschreven.189 Na 14 januari 2017 werd het toestel * [telefoonnummer] niet meer gebruikt.190

Verplaatsing naar Utrecht, terug naar Amsterdam-West en weer terug naar Utrecht

[medeverdachte 3] verklaarde dat ze met zijn vijven (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , de man uit Zaandam en de mannen die kwamen aanrijden in de Skoda Fabia) van West naar Utrecht zijn gereden.191 De man in het midden (die in Zaandam was ingestapt)192 zei dat [medeverdachte 3] voor moest zitten omdat hij de weg goed moest onthouden.193 Ze lieten [medeverdachte 2] twee à drie plaatsen zien.194 Dit betrof de New York Pizza Tiberdreef195, café196 Pacha197 en de [straat]198. Op die plekken moest iets gebeuren.199 De man die in Zaandam instapte zei dat.200 In Utrecht moest [medeverdachte 3] van diezelfde man201 het stuur overnemen en zijn ze teruggereden naar West, naar dezelfde plek als waar ze waren ingestapt in de auto. De drie jongens zijn uitgestapt en [A] ging weg.202 De man die met [A] in de Skoda kwam aan rijden, overhandigde hen een flesje Fanta en sigaretten.203 [medeverdachte 3] is toen met [medeverdachte 2] weer terug naar Utrecht gereden. [medeverdachte 2] was aan het appen. Iemand zou naast [medeverdachte 3] komen zitten. Dit was een Marokkaanse jongen204, die was opgepikt op de Achillesdreef te Utrecht.205 Deze jongen liet [medeverdachte 3] de route zien206 en ging toen weer weg.207 [medeverdachte 3] moest de routine van café, Domino’s Pizza (de rechtbank begrijpt: New York Pizza) en de parkeerplaats de hele tijd volgen.208 Bij de parkeerplaats209 op de [straat] hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] twee à drie uur gewacht.210 [medeverdachte 3] heeft drie vuurtjes gezien.211 Er kwam een zilverkleurige212 Renault Megane de [straat] op gedraaid, hij stond stil en reed toen weg. Dit was tien minuten of een kwartier voordat de politie kwam. Toen kwamen er twee politieauto’s aan rijden.213 [medeverdachte 3] is toen gaan racen. [medeverdachte 2] lag op de achterbank214 en had zijn raam opengemaakt.215 Hij zei dat [medeverdachte 3] meer aan de zijkant moest gaan rijden.216

Na het moment van overstappen in de Skoda Fabia (omstreeks 19.30 uur), waarbij [medeverdachte 3] zijn telefoon heeft ingeleverd, is in de historische verkeersgegevens te zien dat de telefoons van [medeverdachte 3] , [G] en [getuige 3] tussen 20.06 uur en 20.19 uur de zendmast Linnaeusstraat 2 te Amsterdam aanstraalden. De telefoons van [medeverdachte 3] en [G] verplaatsten naar Amsterdam-Noord, waarbij ze voor het laatst aanstraalden op een zendmast in de directe nabijheid van de vermoedelijke verblijfplaats van [G] . In deze periode zijn er op de telefoon van [medeverdachte 3] geen gesprekken geweest, alleen inkomende data.217

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij in Utrecht dagelijks bij zijn woning aan de [straat] en bij shisalounge [naam] . Ook komt hij regelmatig met vrienden, onder wie

[slachtoffer 1] , bij de New York Pizza aan de [straat] .218

Bevindingen na 14 januari 2017

Op 15 januari 2017 zijn er in de woning van [E] (de rechtbank begrijpt: de moeder van verdachte [medeverdachte 3] )219 twee Surinaamse jongens geweest. Eentje was lichter dan de ander. Die ander had wat aan zijn lip. Dit was rechtsboven. Een lichte vlek.220 De andere jongen zei dat hij [J] heette.221 De jongens zeiden: “ [medeverdachte 3] heeft het niet gedaan. [medeverdachte 3] wist van niets wat er zou gebeuren. Wij willen alleen hebben dat als u [medeverdachte 3] spreekt, dat u tegen hem moet zeggen dat hij zijn mond dicht moet houden.” [medeverdachte 3] is de voornaam van verdachte [medeverdachte 3] die op 14 januari 2017 is aangehouden.222

Op 29 maart 2017 is er vertrouwelijke communicatie tussen [medeverdachte 3] en zijn bezoek in de penitentiaire inrichting opgenomen. Die dag ontving [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) zijn partner [D] ( [D] ). Tussen hen is het volgende besproken.223

[medeverdachte 3] : […] er zijn drie gasten en eentje hebben ze al omgelegd.

[medeverdachte 3] : […] ze zijn bij mijn moeder geweest weet je?

[D] : Dat zijn die gasten die hebben geknald.

[medeverdachte 3] : Dat weet ik niet, dat weet ik niet, waarschijnlijk wel.

[D] : Je moeder zei nog d’r is één jongen die komt me zo bekend voor. Hij had, die was kaal, hij had hier zo lippen, net zoals jou, net zoals jou, zo’n bruin hier had ie helemaal roze.

[medeverdachte 3] : Hmm hmm iets was op zijn lip toch?

[D] : Ja.

[medeverdachte 3] : Donkere jongen en een lichte jongen.

[D] : Ja en zo roze op zijn lip zitten.224

Op 1 mei 2017 is er vertrouwelijke communicatie tussen [medeverdachte 3] en zijn bezoek in de penitentiaire inrichting opgenomen. Die dag ontving [medeverdachte 3] zijn partner [D] , [E] en [F] ( [F] ). Tussen hen is het volgende besproken.225

[medeverdachte 3] : [A] .

[F] : [A] .

[medeverdachte 3] : Ja.

[F] : Die zat gewoon ook in de auto bij jou?

[medeverdachte 3] : Jaah, die zat ook bij mij in de auto.

[…]

[F] : Hij is gewoon weg... Ja erg hoor.

[…]

[medeverdachte 3] : Nee maar eh, is nu niet zoveel om te stressen. Dat zijn diezelfde jongens die ook bij mij in de auto zaten.

[…]

[medeverdachte 3] : Die hebben hem... Niet te verstaan... Omdat hij meer wist waarschijnlijk, omdat hij dan misschien zou praten met de politie. Want die dag ook zei die van eeh. Ik stop ermee, ik stop ermee, ik wil niet meer, ik doe niet meer mee.

Zei die ene guy;... met die gebrande lip... als je uitstapt eh, niemand gaat je meer kunnen helpen he, niemand gaat je meer.

Ik keek zo, la pampa...wat eh.

Niemand gaat je meer kunnen helpen, weet wat je doet he, weet wat je doet.

Zegt ie; Nee ik ga weg, ik ga weg. Is ie weggerend. Zijn we met z’n vieren zijn verder gegaan.

Gingen we naar Utrecht terug, Utrecht terug, Utrecht terug. Uiteindelijk ben ik met [medeverdachte 2] in Utrecht gebleven.226

Op 9 februari 2017 werd verdachte [verdachte] in het kader van een ander onderzoek gehoord. Door de verbalisanten werd geconstateerd dat [verdachte] (donker)bruine lippen heeft. Op de bovenlip aan de rechterzijde zat een afwijkende plek. Deze was circa 1,5 tot

2 centimeter breed en 1 centimeter hoog. Deze plek was zeer roze gekleurd. Op de bovenzijde van de rechterhand van [verdachte] zaten opvallende huidbeschadigingen.227

Op 13 juni 2017 werden aan [E] negen foto’s met daarbij een foto van [verdachte] getoond. Bij het zien van de foto van [verdachte] reageerde de getuige direct: “dit is hem, zeker, ik zie het ook aan zijn lip.” 228

De persoon die met de Skoda aan kwam rijden229 is door [medeverdachte 3] herkend als

[A] .230 Op 21 juli 2017 werden [medeverdachte 3] tien foto’s getoond en werd hem gevraagd om de man die samen met [A] in de Skoda Fabia aan kwam rijden aan te wijzen. [medeverdachte 3] antwoordde met nummer 3. Dit betrof de afbeelding van

[medeverdachte 1] .231 De tweede voornaam van [medeverdachte 1] is [J] .232

Aan getuige [getuige 4] werd een foto getoond van [medeverdachte 1] . De getuige verklaarde daarop: “ja, dat is [J] ”. [medeverdachte 1] noemde zich [J] .233

Getuige [getuige 5] , de vriendin van [A]234 heeft op 9 februari 2017 verklaard dat zij in de week van 11 januari 2017 vanaf dinsdagnacht tot vrijdagnacht (de rechtbank begrijpt: 10 januari 2017 tot en met 13 januari 2017) bij [A] sliep. [A] ging toen elke nacht weg. Hij was steeds rond 05.00 uur weer terug. Zijn telefoon nam hij niet mee als hij wegging.235

4.4.5

Conclusies omtrent de feiten en omstandigheden

i. Het beoogde doelwit

Zoals de rechtbank hiervoor al heeft overwogen, was het op 12 januari 2017 de bedoeling om [slachtoffer 2] te liquideren. Uit de PGP-berichten blijkt dat de dagen na de moord op [slachtoffer 1] onverminderd verder werd gespot op [slachtoffer 2] . In de nacht van 13 op

14 januari 2017 werden aan de [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] plaatsen getoond waar [slachtoffer 2] dagelijks dan wel regelmatig kwam. Uit de PGP-berichten blijkt voorts dat de spotters op 13 januari 2017 rond 02.39 uur afstand hadden genomen van het beoogde doelwit, omdat hij rondjes zat te rijden. [slachtoffer 2] heeft op 13 januari 2017 om 03.12 uur bij 112 melding gemaakt van een Skoda Fabia, waarbij hij zegt eerst twee rondjes te hebben gereden en daarna de Skoda achterna te zijn gegaan, waarna hij de Skoda kwijtraakte. De rechtbank concludeert dat [slachtoffer 2] nog steeds het beoogde doelwit was.

Wapens en munitie in de Skoda Fabia

Op de achterbank van de Skoda Fabia stond, zo blijkt nadat deze auto rond 05.30 uur tot stilstand is gekomen na een achtervolging door de politie, een sporttas met daarin elf patronen van het kaliber 7.62x39mm. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] op de achterbank lag, dat hij zijn raam open heeft gedaan en dat hij tegen [medeverdachte 3] zei dat hij meer aan de zijkant moest gaan rijden. Deze verklaring vindt bevestiging in de waarneming van de politie dat de Skoda Fabia op slecht verlichte stukken van de vluchtroute meer langs de berm is gaan rijden. Langs deze vluchtroute zijn op 14 januari 2017 en op 4 april 2017 wapens en munitie gevonden. De patroonhouder die op 4 april 2017 is aangetroffen, had op één zijde veel roest, wat erop duidt dat deze patroonhouder er al enige tijd heeft gelegen en dus niet net daar terecht was gekomen. In deze patroonhouder zaten negentien patronen van het kaliber 7.62x39mm. Samen met de elf patronen die in de Skoda Fabia zijn aangetroffen, betreft dit precies het aantal patronen dat past in een volledig gevuld magazijn van een aanvalsgeweer van het type Kalasjnikov. De merken van de patronen uit enerzijds de Skoda en anderzijds voornoemde patroonhouder kwamen bovendien grotendeels met elkaar overeen. De rechtbank concludeert op grond hiervan dat de op de vluchtroute gevonden wapens en de patroonhouder door [medeverdachte 2] uit de auto zijn gegooid en dus in Utrecht in de Skoda hebben gelegen.

De Audi Q5, de beoogde tweede vluchtauto

Door [medeverdachte 3] is verklaard dat er op de Achillesdreef door hem en [medeverdachte 2] een Marokkaanse man is opgepikt die hen nogmaals bepaalde plaatsen in de wijk heeft aangewezen. Op diezelfde Achillesdreef werd een gestolen Audi Q5 met valse kentekenplaten aangetroffen, met daarin, net zoals in de Skoda, drie colaflessen gevuld met motorbenzine en drie aanstekers. Deze Audi Q5 is daar tussen 13 januari 2017 te 21.00 uur en 14 januari 2017 te 06.30 uur geplaatst. Opmerkelijk is dat in de Skoda Fabia drie aanstekers werden aangetroffen in de kleuren geel (2) en blauw (1), terwijl in de Audi Q5 drie aanstekers werden aangetroffen in de kleuren oranje (2) en blauw (1). In de loods in Landsmeer zijn documenten van de originele kentekens van zowel de Skoda Fabia als de Audi Q5 aangetroffen, alsmede drie colaflessen gevuld met een vloeistof en diverse nieuwe aanstekers. Tot slot overweegt de rechtbank dat [medeverdachte 3] in het hiervoor genoemde

OVC-gesprek van 1 mei 2017 heeft gezegd dat hij in de Q5 geeft gezeten.

Het is een feit van algemene bekendheid dat personen die een liquidatie hebben gepleegd vaak gebruik maken van meerdere vluchtauto’s om zodoende de pakkans te verkleinen. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat de auto’s die gebruikt worden bij het plegen van liquidaties in brand worden gestoken om sporen te wissen.

De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat de in Overvecht aangetroffen Audi Q5 daar stond om als tweede vluchtauto te dienen na het plegen van de liquidatie.

Doel: het plegen van een liquidatie

Uit al het voorgaande volgt dat het de bedoeling was om een liquidatie te plegen. Er werd immers gespot op [slachtoffer 2] , aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] werden plaatsen aangewezen waar [slachtoffer 2] dagelijks dan wel regelmatig verbleef en er werd door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] uren bij het woonadres van [slachtoffer 2] gewacht, met machinegeweren binnen handbereik. Tot slot stond er een tweede vluchtauto klaar en lag zowel in de Skoda als in de Audi motorbenzine, om de (gestolen) auto’s na gebruik in brand te kunnen steken.

De aanwezigheid van [verdachte] en [medeverdachte 1]

[verdachte] en [medeverdachte 1] (en [A] ) bleven na 12 januari 2017 betrokken bij het plan om [slachtoffer 2] te liquideren. De rechtbank concludeert dat zij degenen zijn die op de avond van 13 januari 2017 in een Skoda Fabia wederom naar de wijk Overvecht in Utrecht zijn gereden om aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] plaatsen te tonen waar het beoogde doelwit vaak kwam. Nadat deze plaatsen waren aangewezen, zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] teruggebracht naar Amsterdam-West. Vervolgens zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de nacht van 13 op

14 januari 2017 met de Skoda Fabia teruggegaan naar de wijk Overvecht.

De rechtbank stelt vast dat met “de man uit Zaandam” [verdachte] wordt bedoeld. De man stapte in Zaandam in, in de directe nabijheid van de woning waar [verdachte] op dat moment verblijft en bovendien straalde het telefoonnummer, in gebruik bij [verdachte] , een mast in de directe omgeving van die plaats aan. [medeverdachte 3] vertelde bovendien in het OVC-gesprek van

1 mei 2017 dat “die guy met die gebrande lip” ook in de auto naar Utrecht zat. De rechtbank stelt vast dat hiermee [verdachte] wordt bedoeld, die twee dagen daarvoor bij het in brand steken van de Audi A5 zijn lip heeft verbrand.

Verder stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] in de auto naar Utrecht zat. [medeverdachte 3] heeft hem bij een fotobewijsconfrontatie herkend. Voor zover de verdediging de herkenning van [medeverdachte 1] door [medeverdachte 3] betwist, overweegt de rechtbank dat de beschrijving die door [medeverdachte 3] van deze persoon wordt gegeven weliswaar deels anders is, maar niet zodanig anders dat deze beschrijving in het geheel niet zou passen bij [medeverdachte 1] . Voorts komt uit het dossier geen enkele aanwijzing naar voren dat [medeverdachte 3] voor het plaatsvinden van de FOSLO-confrontatie zou zijn geconfronteerd met een foto van [medeverdachte 1] , bijvoorbeeld in het dossier of tijdens een verhoor. Dit betekent dat het resultaat van de fotobewijsconfrontatie als bewijs kan worden gebruikt en het verweer op dit punt wordt verworpen.

De herkenning van [medeverdachte 1] door [medeverdachte 3] wordt bovendien ondersteund door de omstandigheid dat [medeverdachte 3] met anderen een tijdje stil heeft gestaan bij de Pilatus/Romerostraat, in de directe nabijheid van het woonadres van [medeverdachte 1] . Daar komt de Skoda Fabia aangereden, met daarin twee Surinaamse mannen. Tot slot straalt die avond het telefoonnummer van [medeverdachte 1] in die directe omgeving aan om 19.11 uur, waarna geen telefonische activiteit meer zichtbaar is.

Dat [verdachte] en [medeverdachte 1] bij de herstelpoging in de nacht van 13 op

14 januari 2017 betrokken zijn geweest, wordt ondersteund door het gegeven dat zij degenen zijn geweest die een dag na de aanhouding van [medeverdachte 3] bij de woning van diens moeder zijn verschenen om duidelijk te maken dat [medeverdachte 3] zijn mond moest houden. Dat het hierbij daadwerkelijk om [verdachte] en [medeverdachte 1] ging, volgt uit de herkenning van [verdachte] door de moeder van [medeverdachte 3] en het gebruik van de naam ‘ [J] ’ door de andere persoon, de tweede naam van [medeverdachte 1] waarvan is gebleken dat die door

[medeverdachte 1] ook wordt gebruikt. Een dergelijke bemoeienis past naar het oordeel van de rechtbank niet bij een scenario waarin deze verdachten geen enkele betrokkenheid hadden bij de herstelpoging. De rechtbank volgt die verklaring van de verdachte dan ook niet.

4.4.6

Juridische duiding van de feiten en omstandigheden

Ten aanzien van 16/659063-18, feit 3 onder B

i. Voorbereiding

Voor een bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat verdachte en de medeverdachten een misdrijf hebben voorbereid waar een gevangenisstraf van acht jaar of meer op staat (a), doordat ze voorwerpen en/of vervoermiddelen voorhanden hebben gehad (b) die bestemd waren om dat misdrijf mee te begaan (c).

a. De criminele intentie

De rechtbank heeft onder 4.4.5 vastgesteld dat het in de tenlastegelegde periode nog steeds de bedoeling was om [slachtoffer 2] te liquideren. Nadat op 12 januari 2017 bij wijze van vergissing iemand anders dan het beoogde slachtoffer is doodgeschoten, zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] opnieuw naar Utrecht gegaan, ditmaal om [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] de plaatsen te tonen waar het beoogde slachtoffer zich regelmatig ophoudt.

Het gegeven dat de verkeerde was doodgeschoten diende te worden hersteld, in die zin dat alsnog het eigenlijk beoogde doelwit diende te worden geliquideerd. Uit het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte en zijn medeverdachten in de periode van 13 tot en met

14 januari 2017 het gezamenlijke plan hadden om [slachtoffer 2] te liquideren. Op moord staat een gevangenisstraf van meer dan acht jaren.

Het voorhanden hebben van de aangetroffen voorwerpen en vervoermiddelen

Voor een bewezenverklaring dient vervolgens te worden bezien of verdachte en diens medeverdachten de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben gehad.

De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1] in de avond van 13 januari 2017 als bijrijder in de Skoda Fabia aan is komen rijden. [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn toen in deze Skoda Fabia gestapt, waarna ze naar Utrecht zijn gereden om een voorverkenning te doen. Het gegeven dat [verdachte] en [medeverdachte 1] in ieder geval al sinds 11 januari 2017 betrokken waren bij de plannen om [slachtoffer 2] te vermoorden en dat zij zelf op 12 januari 2017 de verkeerde hebben neergeschoten, maakt dat zij op 13 januari 2017 wisten waarom zij opnieuw met de Skoda Fabia naar Utrecht zijn gereden, wat de andere betrokkenen daar te doen stond en wat daarvoor nodig was, namelijk wapens, munitie, brandversnellers en aanstekers. De rechtbank acht in dit licht bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de Skoda Fabia samen met anderen voorhanden hebben gehad, zij hebben immers gebruik gemaakt van de Skoda Fabia in de wetenschap dat deze bestemd was tot het begaan van het misdrijf (zie ten aanzien hiervan hierna onder c).

Met betrekking tot de overige aangetroffen voorwerpen en vervoermiddelen die in de tenlastelegging zijn opgenomen (de wapens, munitie, flessen met brandbare vloeistof, aanstekers en de Audi Q5) overweegt de rechtbank dat onvoldoende is komen vast te staan dat [verdachte] en [medeverdachte 1] deze daadwerkelijk (fysiek) voorhanden hebben gehad. Dat [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben geweten dat in ieder geval de andere betrokkenen deze voorwerpen en dit vervoermiddel voorhanden hebben gehad, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om ten aanzien van deze voorwerpen en dit voertuig tot een bewezenverklaring te komen, temeer omdat niet is komen vast te staan dat de voorwerpen zich reeds in de Skoda Fabia bevonden op het moment dat [verdachte] en

[medeverdachte 1] zich in deze auto bevonden en uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat het [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn die [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] hebben gewezen op de Audi Q5 op de Achillesdreef.

Verdachte dient van deze onderdelen van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

Bestemd tot het begaan van het misdrijf

Tot slot dient de rechtbank voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor een moord te bezien of de Skoda Fabia die de verdachte en diens medeverdachten voorhanden hebben gehad bestemd was tot het begaan van een moord. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op 12 januari 2017 hebben [verdachte] en [medeverdachte 1] [slachtoffer 1] doodgeschoten, waarna zij zijn gevlucht in twee vluchtauto’s die zij daarna in brand hebben gestoken met een brandversnellend middel en (een) aansteker(s). Het is een feit van algemene bekendheid dat bij liquidaties vaak gebruik wordt gemaakt van één of meerdere gestolen auto’s met valse kentekenplaten, teneinde voor de liquidatie zo min mogelijk op te vallen en die na de vlucht in brand wordt/worden gestoken om eventuele sporen te vernietigen. Deze handelingen voor en na het overhalen van de trekker hangen naar het oordeel van de rechtbank zodanig samen met de liquidatie zelf dat ook de daarvoor gebruikte voorwerpen en vervoermiddelen als voorbereidingsmiddel voor de liquidatie hebben te gelden. De in de periode van 13 en

14 januari 2017 aanwezige voorwerpen en vervoermiddelen zijn soortgelijk aan de op 11 en 12 januari 2017 aanwezige voorwerpen en vervoermiddelen waarmee de moord op [slachtoffer 1] is gepleegd, zodat moet worden geconcludeerd dat ook de Skoda Fabia bestemd was voor het plegen van een moord.

Medeplegen

[verdachte] en [medeverdachte 1] hebben nauw en bewust samengewerkt bij het voorbereiden van de liquidatie op [slachtoffer 2] . [verdachte] en [medeverdachte 1] hadden beiden een gezamenlijk en concreet crimineel doel voor ogen, namelijk het alsnog (laten) liquideren van het beoogde doelwit: [slachtoffer 2] . [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben in de voorbereiding van dit feit zowel een sturende en als een faciliterende rol gehad. Immers was het [medeverdachte 1] die als bijrijder met de auto waarmee het feit gepleegd diende te worden aan is komen rijden. Door [verdachte] zijn in Utrecht de plaatsen aangewezen alwaar het beoogde slachtoffer dagelijks kwam en voorts is hij degene geweest op wiens aanwijzing [medeverdachte 3] zijn telefoon heeft afgegeven, zodat [medeverdachte 3] niet traceerbaar te zijn. [medeverdachte 3] moest van [verdachte] op een gegeven moment het stuur van [A] overnemen en na diens vertrek in Amsterdam zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] verder gereden. Nadat [medeverdachte 1] nog iets te drinken en sigaretten had gehaald voor [medeverdachte 3] , moesten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] op een gegeven moment vanuit Amsterdam weer terug rijden naar Utrecht. Aldus maakten de handelingen van [verdachte] en [medeverdachte 1] dat de [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , die nu degenen waren die de opdracht moesten volbrengen omdat [verdachte] en

[medeverdachte 1] mogelijk herkend waren bij de moord op [slachtoffer 1] op 12 januari 2017, in staat waren gesteld om [slachtoffer 2] te liquideren. Dit in samenhang bezien met het bezoek van [verdachte] en [medeverdachte 1] aan de moeder van [medeverdachte 3] na diens aanhouding geeft naar het oordeel van de rechtbank aan dat de rol van en [verdachte] en [medeverdachte 1] van voldoende gewicht was om als medeplegen te kwalificeren.

Conclusie

De rechtbank acht dus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen in de periode van 13 tot en met 14 januari 2017 de moord op [slachtoffer 2] heeft voorbereid doordat verdachte een Skoda Fabia, bestemd voor het plegen van een liquidatie, voorhanden had.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

16/705304-17

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

op 12 januari 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en een van zijn mededaders opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen kogels in (de richting van) het lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten/afgevuurd, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

op 12 januari 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen wapens van categorie II, te weten

- een machinegeweer (merk Zastava, model M70AB2, kaliber 7.62x39 mm) en

- een pistoolmitrailleur (merk onbekend, opschrift R9-ARMS)

en munitie van categorie III, te weten

- scherpe patronen (kaliber 7.62x39 mm en kaliber 9mm Luger, merk S&B)

voorhanden heeft gehad;

16/659062-18

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

op 12 januari 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht in een personenauto (merk Audi, type A5), immers hebben verdachte en een van zijn mededaders toen aldaar opzettelijk benzine in de auto gegooid en vervolgens die benzine met een brandende aansteker aangestoken, ten gevolge waarvan die personenauto gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de daarin gelegen goederen te duchten was;

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

op 12 januari 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen een personenauto (merk Audi, type A5) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs moesten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het onder 3, primair ten laste gelegde

A.

in de periode van 11 januari 2017 tot en met 12 januari 2017 te Amsterdam en Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord op [slachtoffer 2] , opzettelijk

- vuurwapens, te weten een machinegeweer (merk Zastava, model M70AB2, kaliber 7.62x39 mm) en een pistoolmitrailleur (merk onbekend, opschrift R9-ARMS) en

- munitie, te weten scherpe patronen (kaliber 7.62x39 mm en kaliber 9mm Luger, merk S&B) en

- bivakmutsen en

- een gestolen personenauto met vals kenteken, te weten een Audi A5 en een gestolen personenauto, te weten een Toyota Auris en

- flessen met een brandbare vloeistof en aanstekers,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

en

B.

in de periode van 13 januari 2017 tot en met 14 januari 2017 te Amsterdam en Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord op

[slachtoffer 2] , opzettelijk

- een gestolen personenauto met vals kenteken, te weten een Skoda Fabia,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

16/705304-17

feit 1 medeplegen van moord;

16/659062-18

feit 1 medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

feit 3, primair B. medeplegen van voorbereiding van moord;

Eendaadse samenloop van:

16/705304-17

feit 2 medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd; en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

en

16/659062-18

feit 2 medeplegen van schuldheling;

en

feit 3, primair A. medeplegen van voorbereiding van moord.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 26 jaren, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft primair verzocht ter zake van de tenlastegelegde brandstichting een straf op te leggen die ten hoogste gelijk is aan de duur van het voorarrest. In geval van een ruimere bewezenverklaring verzoekt de advocaat een straf van ten hoogste vijftien jaar op te leggen, en zo een balans te vinden tussen alle in aanmerking komende belangen. Hij heeft hierbij gewezen op het vrijwel lege strafblad van verdachte, zijn positieve levensdoelen en zijn recente vaderschap.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

i. De ernst van de strafbare feiten

De rechtbank stelt voorop dat verdachte meerdere buitengewoon ernstige en schokkende feiten heeft begaan. Verdachte heeft samen met anderen een opdracht voor een liquidatie aangenomen en uitgevoerd. Hij heeft daarmee geen enkel respect getoond voor het leven van het slachtoffer. Hij heeft met zijn mededaders gewacht tot het beoogde slachtoffer thuis zou komen van een avond met zijn vrienden en heeft samen met een mededader in het portiek van de flat met een (semi)automatisch wapen meerdere kogels afgeschoten op het latere slachtoffer. Het slachtoffer was kansloos tegen dit onverhoedse wapengeweld. Voor de vrienden van het slachtoffer die hem zojuist thuis hadden afgezet en voor omwonenden was het horen van de schoten en de realisatie dat in hun directe omgeving iemand om het leven was gebracht schokkend en dit tastte hun gevoel van veiligheid in verregaande mate aan. Vervolgens zijn verdachte en zijn mededaders ervandoor gegaan en hebben zij de eerste vluchtauto op korte afstand en midden in een woonwijk in Utrecht in brand gestoken en een tweede vluchtauto in Amsterdam.

Toen al snel bleek dat het slachtoffer niet het door hen beoogde doelwit was, heeft de verdachte, opnieuw samen met anderen, verregaande voorbereidingen getroffen om alsnog de juiste persoon uit de weg te ruimen. Hij was samen met zijn mededaders betrokken bij het verschaffen van de te gebruiken (semi)automatische wapens, de vluchtauto’s en de voorverkenningen, alsmede bij het instrueren van de uitvoerders van de te plegen “herstelmoord”. Dit getuigt van een gewetenloosheid en roekeloosheid die niet goed te bevatten is. Dat het hier bij voorbereidingshandelingen is gebleven is slechts te danken aan de oplettendheid van het beoogde slachtoffer die, na de moord op zijn flatgenoot twee dagen daarvoor, inmiddels vreesde voor zijn leven en bij het zien van een verdachte auto de politie heeft gebeld, die heeft ingegrepen.

Moord behoort tot de ernstigste feiten die in onze strafwetgeving strafbaar zijn gesteld. Een moord in de vorm van een liquidatie geeft aan die ernst een extra lading. Verdachte heeft met het voorgaande uitvoering gegeven aan de zoveelste liquidatie in Nederland en voorbereidingen voor een tweede en daarmee bijgedragen aan de publieke onrust en verontwaardiging die bij dit soort ernstige geweldsdelicten ontstaat.

De wijze van uitvoering van de feiten in beide zaken is zonder meer als professioneel te kenschetsen. Er werd door verdachte en zijn mededaders gebruik gemaakt van meerdere voorverkenningen en gestolen vluchtauto’s met valse kentekenplaten, die waren voorzien van een kant-en-klaar pakket met brandversnellers en aanstekers om de auto’s na gebruik in brand te steken. Zij beschikten over (semi)automatische vuurwapens en onder meer met behulp van versleutelde communicatie (zogeheten PGP BlackBerry’s) werd de noodzakelijke informatie uitgewisseld.

Het slachtoffer van deze moord, die in de media bekend is geworden als de “Utrechtse vergismoord” was een geliefde echtgenoot, zoon, broer en vriend. De gevolgen voor zijn naasten zijn desastreus en onomkeerbaar. Zijn vrouw was in verwachting van hun eerste kindje. Zij en de vader van het slachtoffer hebben tijdens de terechtzitting bij monde van hun advocaat treffend verwoord welke impact de moord op hun levens en het leven van het inmiddels geboren dochtertje heeft gehad en nog steeds heeft. Zijn vrouw spreekt onder meer over het enorme verdriet dat zij heeft ervaren door het overlijden van haar man terwijl in haar buik hun dochter groeide, en over hun dochter die nooit haar vader zal zien en leren kennen. Ook de vader van het slachtoffer heeft uiting gegeven aan het grote verdriet en de wanhoop die hij en de moeder van het slachtoffer voelen en het gemis van hun zoon, ook als vader van hun kleindochter. Zij hopen op een rechtvaardige straf.

Ondanks dat het beoogde slachtoffer van de liquidatie tegenover de politie geen inzicht heeft gegeven in de onderliggende oorzaak van de moordplannen op hem, spreekt voor zich dat hem de stuipen op het lijf zijn gejaagd. Hij leeft sindsdien met het besef dat hij op een lijst van voorgenomen moorden stond en wellicht nog staat. Ten gevolge van die voortdurende dreiging verblijft hij sinds twee jaren op steeds wisselende plekken, deels in het buitenland en afgezonderd van zijn vrouw en kinderen.

Vergelijkbare zaken

Verdachte wordt ook veroordeeld en bestraft voor wapenbezit en heling van de vluchtauto’s, maar voor de hoogte van de straf ligt het zwaartepunt – vanzelfsprekend – bij het plegen van de moord en de voorbereidingshandelingen voor een tweede moord. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar straffen die in andere moordzaken en zaken omtrent voorbereidingshandelingen zijn opgelegd. Hoewel strafzaken zich moeilijk laten vergelijken, kan hieruit wel een zekere lijn worden afgeleid. In dat kader tekent zich een ontwikkeling af naar steeds zwaardere straffen, waarbij twintig jaar gevangenisstraf voor een liquidatie geen uitzondering is, evenals zes tot acht jaren voor voorbereidingshandelingen. Dit kan worden gezien in het kader van steeds gewelddadiger optreden in het criminele milieu, waarmee de maatschappij in toenemende mate wordt geconfronteerd en de roep om vergelding steeds luider wordt. Het opleggen van straffen dient bij te dragen aan de algemene preventie van strafbare feiten en daarom moet er een zekere afschrikkende werking vanuit gaan. Ook in deze zaak wordt duidelijk gemaakt dat op deze ernstige vormen van ontwrichtend geweld een zeer stevige reactie van de strafrechter volgt. De rechtbank benadrukt echter dat alleen zwaarder straffen de golf van geweld niet tot stoppen kan brengen.

De op te leggen straf bedoelt ook bij te dragen aan bescherming van de samenleving. De houding van verdachte, waaronder het grotendeels hardnekkig ontkennen, belooft niet veel goeds voor de toekomst. Zonder inzicht in de beweegredenen van verdachte moet worden gevreesd voor herhaling. Die vrees voor herhaling wordt bovendien extra gevoed door de omstandigheid dat verdachte zeer kort na de moord op het slachtoffer, toen duidelijk werd dat de verkeerde persoon was geliquideerd, wederom op pad is gegaan om deze fout te herstellen en voorbereidingen te treffen voor een nieuwe moord.

Voorts gaat de rechtbank bij de bepaling van het strafmaximum ervan uit dat de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen voor moord (onder 3A), heling en de overtreding van de Wet wapens en munitie in de onderlinge verhouding staan van eendaadse samenloop. Voor de overige bewezenverklaarde feiten neemt de rechtbank meerdaadse samenloop aan.

De persoon van de verdachte

Aangezien de verdachte een grotendeels ontkennende verklaring heeft afgelegd, is niet duidelijk geworden hoe hij tot zijn daden is gekomen. Dat maakt het moeilijk voor de rechtbank om daar in strafverminderende of strafvermeerderende zin rekening mee te houden. Hij heeft slechts zeer beperkt verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden.

Uit het reclasseringsrapport dat is opgemaakt omtrent verdachte blijkt dat hij over onvoldoende vaardigheden beschikt als het gaat om probleemoplossend vermogen. Hij legt de schuld grotendeels buiten zichzelf. De rechtbank heeft kennisgenomen van het relatief beperkte strafblad van verdachte en zal daarmee noch in strafverminderende, noch in strafvermeerderende zin rekening houden.

De rechtbank is van oordeel dat alleen een zeer lange gevangenisstraf recht kan doen aan de ernst van de feiten in onderling verband en samenhang bezien. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot enige matiging van de straf.

Overschrijding redelijke termijn

Verdachte heeft ten tijde van de uitspraak ongeveer twee jaar in voorlopige hechtenis doorgebracht. Dit betekent dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak in beginsel moet zijn afgedaan, als bedoeld in artikel 6 EVRM. Bezien in het licht van de omvang en complexiteit van het onderzoek en de samenhang tussen beide onderzoeken is de rechtbank van oordeel dat de oorspronkelijk geplande inhoudelijke behandeling van deze zaken in de periode september/oktober 2018 geen overschrijding van de redelijke termijn had opgeleverd. Nu de uiteindelijke inhoudelijke behandeling mede vanwege omstandigheden die niet aan verdachte kunnen worden tegengeworpen is uitgesteld tot februari/maart 2019, houdt de rechtbank in de bepaling van de hoogte van de straf rekening met een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer vijf maanden.

Conclusie

De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van 26 jaren.

9 BENADEELDE PARTIJ

Ten aanzien van 16/705304-17, feit 1

Voor aanvang van de terechtzitting hebben de nabestaanden van het slachtoffer [slachtoffer 1] , te weten [benadeelde 1] (weduwe van [slachtoffer 1] , hierna: [benadeelde 1] ), [benadeelde 2] (dochter van [slachtoffer 1] en [benadeelde 1] , hierna: [benadeelde 2] ) en [benadeelde 3] (vader van [slachtoffer 1] ) zich als benadeelde partijen in het geding gevoegd en vorderingen ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten in het onderzoek 09Roos. Zij zijn hiertoe vertegenwoordigd en bijgestaan door mr. F.A. ten Berge, die de vorderingen ter terechtzitting heeft toegelicht.

Ten aanzien van 16/659062-18, feit 3, primair

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten in de onderzoeken 09Doorn en 09Roos. HHij is hiertoe vertegenwoordigd door mr. N.W.A. Dekens. Ten tijde van de inhoudelijke behandeling van deze vordering ter terechtzitting is [slachtoffer 2] verschenen noch vertegenwoordigd.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van [benadeelde 1] , namelijk € 30.000, voor zover het vergoeding van immateriële schade betreft, maar tot niet-ontvankelijkverklaring voor zover de vorderingen van haar en haar dochter zien op gederfd levensonderhoud. De vorderingen van [slachtoffer 1] acht de officier van justitie toewijsbaar. Met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade niet eenvoudig is vast te stellen, althans niet is vast te stellen in hoeverre die schade voldoende causaal verband heeft met hetgeen verdachte wordt verweten. De gevorderde immateriële schade acht de officier van justitie toewijsbaar tot een deel van het gevorderde, namelijk € 7.500.

De officier van justitie acht ten slotte ook het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel op zijn plaats.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [benadeelde 1] en haar dochter met betrekking tot gederfd levensonderhoud niet-ontvankelijk zijn, omdat deze vorderingen volgens de verdediging een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Ten aanzien van de door [benadeelde 1] gevorderde immateriële schadevergoeding alsmede de door [slachtoffer 1] gevorderde overlijdensschade heeft de verdediging geen nader subsidiair verweer gevoerd. De vordering van [slachtoffer 2] moet volgens de verdediging primair worden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing, subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en dat [slachtoffer 2] daarom niet in zijn vordering kan worden ontvangen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

i. De vorderingen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2]

De hoogte van de door [benadeelde 1] en [benadeelde 2] geleden schade wordt door hen begroot op

  1. shockschade [benadeelde 1] € 35.000,00

  2. verlies levensonderhoud [benadeelde 1] € 330.734,00

  3. verlies levensonderhoud [benadeelde 2] € 15.701,00

  4. buitengerechtelijke kosten € 3.275,85 + Totaal: € 384.710,85

Ten aanzien van de door [benadeelde 1] gevorderde shockschade stelt de rechtbank voorop dat zogenoemde shockschade op grond van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgens vaste jurisprudentie voor vergoeding in aanmerking komt, indien als gevolg van de bewezen verklaarde feiten sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld dat voortvloeit uit een hevige emotionele schok door het waarnemen van het misdrijf of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen daarvan.236 Vaststaat dat [benadeelde 1] zeer kort nadat haar echtgenoot – slachtoffer [slachtoffer 1] – is neergeschoten en als gevolg daarvan is overleden, is geconfronteerd met de aanblik van diens levenloze lichaam in een plas bloed. Zij heeft immers, nadat de politie bij haar woning aanbelde en haar heeft medegedeeld dat haar echtgenoot zojuist was doodgeschoten in de hal van hun flatgebouw, de trap naar beneden genomen en haar zojuist vermoorde man zien liggen. [benadeelde 1] heeft in deze procedure gesteld en met medische stukken onderbouwd dat zij als gevolg van deze gebeurtenis een posttraumatische stressstoornis (PTSS) heeft ontwikkeld, waarvoor zij in behandeling is en EMDR-therapie ondergaat. De verdediging heeft de hoogte van de vordering en de grondslag daarvan als zodanig niet betwist. De rechtbank overweegt dat daarmee vaststaat dat sprake is van shockschade als rechtstreeks gevolg van de jegens verdachte bewezenverklaarde moord. De rechtbank begroot deze schade in redelijkheid op het gevorderde bedrag ad € 35.000 en wijst de vordering tot dit bedrag toe.

Ten aanzien van de door [benadeelde 1] namens zichzelf en haar dochter [benadeelde 2] gevorderde schade bestaande uit gederfd levensonderhoud overweegt de rechtbank als volgt.

De benadeelde partijen baseren hun vordering op artikel 6:108, eerste lid BW. Voor de berekening van de gevorderde schade is aangesloten bij de door de Letselschaderaad en de Denktank Overlijdensschade opgestelde Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade. Deze richtlijn is een binnen de rechtspraak algemeen geaccepteerde rekenmethode voor de berekening van overlijdensschade. Op basis van deze richtlijn heeft het expertisebureau Laumen aan de hand van onderbouwde en verifieerbare uitgangspunten berekend wat de omvang is van het door de benadeelde partijen gederfde levensonderhoud. De verdediging heeft daar tegenover enkel gesteld dat deze vordering te omvangrijk en te complex zou zijn en dat deze wijze van berekening niet adequaat zou zijn en dat om die reden de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou betekenen. De rechtbank is echter – mede gelet op het ontbreken van een daadwerkelijk gemotiveerde betwisting van de vorderingen door de verdediging – uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade hebben geleden, bestaande uit gederfd levensonderhoud en dat verdachte tot vergoeding van die schade is gehouden. De rechtbank acht de vorderingen toewijsbaar tot na te melden bedragen. Met betrekking tot de vordering van [benadeelde 1] acht de rechtbank het redelijk om de schade te begroten zoals die is berekend tot de pensioenleeftijd van het slachtoffer, zodat de totale schade inclusief de fiscale component € 269.581 bedraagt (de subsidiaire vordering). Met betrekking tot de vordering van dochter [benadeelde 2] begroot de rechtbank de schade tot haar achttiende levensjaar op € 15.701. Voor zover de vorderingen deze bedragen overstijgen, is de rechtbank van oordeel dat bij de beoordeling van de vorderingen in zoverre sprake is van een onevenredige belasting van het strafgeding. Daarom kunnen de benadeelde partijen in zoverre in hun vorderingen niet worden ontvangen en kunnen zij dit deel van hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de door [benadeelde 1] gevorderde schade die bestaat uit de schadevaststellingskosten van Expertisebureau Laumen overweegt de rechtbank dat deze eveneens voor vergoeding in aanmerking komt. Het bedrag van € 3.275,85, dat als zodanig door de verdediging niet is betwist, betreft immers redelijke kosten ter vaststelling van schade als bedoeld in artikel 6:96, tweede lid onder b BW.

Dit betekent dat de rechtbank een bedrag van in totaal (35.000 + 269.581 + 15.701 + 3.275,85 =) € 323.557,85 zal toewijzen.

De rechtbank zal ook de gevorderde wettelijke rente toewijzen, over het bedrag ter zake van shockschade met ingang van 12 januari 2017, ten aanzien van de schade bestaande uit gederfd levensonderhoud met ingang van de kapitalisatiedatum 1 januari 2019 en ten aanzien van de kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade met ingang van

13 oktober 2018, de vervaldatum van de betreffende factuur, telkens tot de dag der algehele voldoening.

Ten slotte zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij overigens heeft gemaakt of ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De vordering van [slachtoffer 1]

vordert vergoeding van door hem gemaakte kosten die verband houden met de begrafenis van zijn zoon in Marokko. [slachtoffer 1] heeft zijn vordering begroot op € 3.000 en grotendeels onderbouwd door overlegging van facturen. De vordering is door de verdediging niet inhoudelijk betwist. De rechtbank overweegt met betrekking tot deze vordering dat artikel 6:108 BW een regeling geeft voor kosten die nabestaanden kunnen vorderen als gevolg van het overlijden van iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk is. De rechtbank stelt vast dat de posten die worden gevorderd aan de uitvaart te relateren zijn en aldus vallen onder de kosten van lijkbezorging en het rechtstreeks gevolg zijn van de bewezenverklaarde moord. De vordering is daarom naar het oordeel van de rechtbank toewijsbaar tot het gevorderde bedrag van € 3.000.

De rechtbank zal ook de gevorderde wettelijke rente toewijzen, te berekenen vanaf

17 januari 2017, de factuurdatum van de gemaakte reiskosten, tot de dag der algehele voldoening.

Ten slotte zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De vordering van [slachtoffer 2]

De hoogte van de door [slachtoffer 2] geleden schade wordt door hem begroot op:

  1. materiële schade (reiskosten) € 2.926,67

  2. immateriële schade € 12.500,00

  3. proceskosten conform (1 punt van) het daartoe geldende tarief € 543,00 +

Totaal: € 15.969,67

De rechtbank acht [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering voor zover het vergoeding van materiële schade betreft. Met de verdediging en het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende duidelijk is geworden dat de door [slachtoffer 2] gevorderde reiskosten rechtstreeks gevolg zijn van de bewezenverklaarde feiten. In zoverre is sprake van een onevenredige belasting van het strafgeding, aangezien de mogelijke discussie over het noodzakelijke causaal verband tussen de gestelde schade en de bewezenverklaarde feiten niet in dit strafgeding kan plaatsvinden.

Met betrekking tot de gevorderde vergoeding van immateriële schade overweegt de rechtbank dat deze vordering toewijsbaar is tot een bedrag van € 7.500. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat [slachtoffer 2] als gevolg van de bewezenverklaarde feiten angst heeft ervaren die heeft geleid tot psychische schade, aangezien [slachtoffer 2] – zoals de rechtbank heeft overwogen – het beoogde doelwit was van de bewezenverklaarde moord en de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen voor moord twee dagen later. Bij gebreke aan specifieke onderbouwing acht de rechtbank [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering voor zover die het door de rechtbank in redelijkheid vastgestelde bedrag overstijgt. [slachtoffer 2] kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank acht de door [slachtoffer 2] gevorderde proceskosten toewijsbaar tot het door hem gevorderde bedrag van € 543.

De rechtbank zal ook de gevorderde wettelijke rente over de toe te wijzen vergoeding van immateriële schade toewijzen, te berekenen vanaf 14 januari 2017 tot de dag der algehele voldoening.

Ten slotte zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij overigens heeft gemaakt of ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

Hoofdelijkheid

Aangezien de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal in het belang van de benadeelde partijen als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde feiten is toegebracht.

De rechtbank zal bovendien vervangende hechtenis verbinden aan de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen. De totale duur van deze vervangende hechtenis kan niet meer zijn dan een jaar. Toepassing van deze vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting van verdachte niet op. De rechtbank ziet geen aanleiding om het opleggen van vervangende hechtenis achterwege te laten, aangezien onvoldoende aannemelijk is geworden dat verdachte in de toekomst niet aan zijn betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen.

De rechtbank heeft de schade van [slachtoffer 1] gewaardeerd op € 3.000, te vermeerderen met rente en kosten. Indien verdachte niet betaalt, zal vervangende hechtenis kunnen worden toegepast voor 40 dagen.

De rechtbank heeft de schade van [slachtoffer 2] gewaardeerd op € 7.500, te vermeerderen met rente en kosten. Indien verdachte niet betaalt, zal vervangende hechtenis kunnen worden toegepast voor 77 dagen.

De rechtbank heeft de schade van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] begroot op € 323.557,85 exclusief proceskosten, te vermeerderen met de in en buiten rechte gemaakte kosten en de rente. Indien verdachte niet betaalt, zal vervangende hechtenis kunnen worden toegepast voor

248 dagen (te weten 365 minus 40 minus 77).

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    36f, 46, 47, 55, 57, 60a, 157, 289 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 16/659062-18, feit 2 (impliciet) primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 16/705304-17, feit 1 en 2 en het onder 16/659062-18, feit 1,

2, (impliciet) subsidiair en 3, primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 26 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij

Ten aanzien van 16/705304-17, feit 1

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 323.557,85;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2017 voor een bedrag van

€ 35.000, vanaf 13 oktober 2018 voor een bedrag van € 3.275,85 en vanaf 1 januari 2019 voor een bedrag van € 285.282, alle tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat

€ 323.557,85 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2017 voor een bedrag van € 35.000, vanaf 13 oktober 2018 voor een bedrag van € 3.275,85 en vanaf 1 januari 2019 voor een bedrag van € 285.282, alle tot de dag van de algehele betaling, bij niet betaling aan te vullen met 248 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 3.000;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 3.000 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Ten aanzien van 16/659062-18, feit 3, primair

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 7.500;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, over een bedrag van € 7.500 (immateriële schade) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 543;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat

€ 7.500 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 77 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. V. van Dam, voorzitter, mrs. L.E. Verschoor-Bergsma en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Kruijswijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 maart 2019.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

16/705304-17

1.

hij op of omstreeks 12 januari 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] , althans een ander welke later is gebleken [slachtoffer 1] te zijn, van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, met één of meer vuurwapen(s) één of meerdere kogel(s) in (de richting van) het lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten/afgevuurd, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

(art 289 Wetboek van Strafrecht; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 12 januari 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapen(s) van categorie II, te weten

- een machinegeweer (merk Zastava, model M70AB2, kaliber 7.62x39 mm) en/of

- een pistoolmitrailleur (merk onbekend, opschrift R9-ARMS) en/of munitie van categorie III, te weten

- een of meerdere scherpe patronen (kaliber 7.62x39 mm en/of kaliber 9mm Luger, merk S&B)

voorhanden heeft/hebben gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

16/659062-18

1.

(onderzoek TGO 09Roos)

hij op of omstreeks 12 januari 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een personenauto (merk Audi, type A5), immers heeft / hebben verdachte en / of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk benzine, althans een brandbare stof in de auto gegooid en/of (vervolgens) die benzine, althans die brandbare stof met een brandende aansteker aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die personenauto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die personenauto en/of de daarin gelegen goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

(onderzoek TGO 09Roos)

hij op omstreeks 12 januari 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een personenauto (merk Audi, type A5) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

3.

(onderzoek 09Doorn)

primair

A.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 januari 2017 tot en met 12 januari 2017 te Amsterdam en/of Utrecht, althans in het arrondissement Amsterdam en/of Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord op [slachtoffer 2] althans een hem/hen onbekend persoon, opzettelijk

- een of meerdere vuurwapens, te weten een machinegeweer (merk Zastava, model M70AB2, kaliber 7.62x39 mm) en/of een pistoolmitrailleur (merk onbekend, opschrift R9-ARMS) en/of

- munitie, te weten een of meerdere scherpe patronen (kaliber 7.62x39 mm en/of kaliber 9mm Luger, merk S&B) en/of

- bivakmutsen en/of

- ( een) gestolen personenauto('s) met vals(e)/vervalst(e) kenteken(s), te weten een Audi A5 en/of een Toyota Auris en/of

- een of meerdere flessen met een brandbare vloeistof en/of aanstekers,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

(art 289 Wetboek van Strafrecht; art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

B.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 januari 2017 tot en met 14 januari 2017 te Zaandam en/of Amsterdam en/of Utrecht, althans in het arrondissement Noord-Holland en/of Amsterdam en/of Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord op

[slachtoffer 2] althans een hem/hen onbekend persoon, opzettelijk

- een of meerdere vuurwapens, te weten een machinegeweer (merk Zastava, model M70B1, kaliber 7.62x39 mm) en/of een machinegeweer (merk Arsenal, model Kalashnikov (AK47), kaliber 7.62x39 mm) en/of een onderdeel machinegeweer (patroonmagazijn kaliber 7.62x39 mm) en/of

- munitie, te weten 19 en/of 11 scherpe patronen (kaliber 7.62x39 mm) en/of

- ( een) gestolen personenauto('s) met vals(e)/vervalst(e) kenteken(s), te weten een

Skoda Fabia en/of een Audi Q5 en/of

- een of meerdere flessen met een brandbare vloeistof en/of aanstekers,

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

(art 289 Wetboek van Strafrecht; art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 januari 2017 tot en met

14 januari 2017 te Zaandam en/of Amsterdam en/of Utrecht, althans in het arrondissement Noord-Holland en/of Amsterdam en/of Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen (telkens) ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord op

[slachtoffer 2] althans een hem/hen onbekend persoon, opzettelijk

- een of meerdere vuurwapens, te weten een machinegeweer (merk Zastava, model M70B1, kaliber 7.62x39 mm) en/of een machinegeweer (merk Arsenal, model Kalashnikov (AK47), kaliber 7.62x39 mm) en/of een onderdeel machinegeweer (patroonmagazijn kaliber 7.62x39 mm) en/of

- munitie, te weten 19 en/of 11 scherpe patronen (kaliber 7.62x39 mm) en/of

- ( een) gestolen personenauto('s) met vals(e)/vervalst(e) kenteken(s), te weten een

Skoda Fabia en/of een Audi Q5 en/of

- een of meerdere flessen met een brandbare vloeistof en/of aanstekers,

(telkens) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte en/of zijn mededader(s) op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 januari 2017 tot en met 14 januari 2017 te Zaandam en/of Amsterdam en/of Utrecht, althans in het arrondissement Noord-Holland en/of Amsterdam en/of Midden-Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en / of inlichtingen heeft/hebben verschaft door opzettelijk

- ( een) voornoemd(e) (vlucht)auto('s) en/of (een) voornoemd(e) vuurwapen(s) en/of munitie te verstrekken en/of

- met die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] naar Utrecht te rijden en/of aldaar locaties aan te wijzen, waaronder het café en/of de woning waar die [slachtoffer 2] verbleef en/of de locatie van de vluchtauto (Audi Q5), althans een voorverkenning uit te voeren en/of

- ( daarbij) instructies te geven;

(art 289 Wetboek van Strafrecht; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht; art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht; art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 oktober 2017, genummerd 1710131406.EIND.ROOS-DOORN, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 4730 (ordner 1 t/m 15). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De hierna weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3416 tot en met 3439, met de brondocumenten in de bijlage, pagina 3440 tot en met 3495.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3419.

4 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3420.

5 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3421.

6 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3422.

7 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3423.

8 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3424.

9 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3425.

10 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2149.

11 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2154.

12 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2179.

13 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 437.

14 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 147.

15 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 155.

16 Een proces-verbaal van lijkvinding, pagina 230.

17 Een rapport pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood van het NFI van 31 januari 2017, pagina 3789, zijnde een geschrift.

18 Een proces-verbaal sporenonderzoek [straat] , pagina 3645.

19 Een proces-verbaal sporenonderzoek [straat] , pagina 3646.

20 Een proces-verbaal sporenonderzoek [straat] , pagina 3647.

21 Een proces-verbaal sporenonderzoek [straat] , pagina 3652 tot en met 3654

22 Ordegrootte bewijskracht: 10.000-1.000.000.

23 Een rapport munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident van het NFI van 13 februari 2017, pagina 4108, zijnde een geschrift.

24 Een rapport munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident van het NFI van 13 februari 2017, pagina 4109, zijnde een geschrift.

25 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 404.

26 Zie het proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 419.

27 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 404.

28 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 422.

29 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 404.

30 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 405.

31 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 463.

32 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 233.

33 Vastgesteld is dat de klok van de opnameapparatuur van de flat aan de Vulcanusdreef exact 10 minuten achter liep (proces-verbaal van bevindingen, pagina 241). Dit tijdsverschil is in de weergave van de bewijsmiddelen reeds verwerkt, in die zin dat de werkelijke tijd is weergegeven en niet de tijd die op de beelden is te zien. Zie pagina 242 van het dossier voor een overzicht van de werkelijke tijdstippen.

34 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 237.

35 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 239.

36 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 240.

37 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 483.

38 Een bijlage bij een proces-verbaal van bevindingen, pagina 488.

39 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 484.

40 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 487.

41 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 485.

42 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 487.

43 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 485.

44 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 326.

45 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 327.

46 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 233.

47 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 235.

48 Een proces-verbaal sporenonderzoek Pallas Athenedreef, pagina 3806.

49 Een proces-verbaal sporenonderzoek Pallas Athenedreef, pagina 3805.

50 Een proces-verbaal sporenonderzoek Audi A5, pagina 3816.

51 Een proces-verbaal sporenonderzoek Audi A5, pagina 3819.

52 Een rapport van een textielonderzoek van het NFI van 5 juli 2017, pagina 4226. zijnde een geschrift.

53 Een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een schietincident van het NFI van 3 mei 2017, pagina 4021, zijnde een geschrift.

54 Een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een schietincident van het NFI van 3 mei 2017, pagina 4022, zijnde een geschrift.

55 Een proces-verbaal sporenonderzoek Audi A5, pagina 3816.

56 Een rapport onderzoek naar ontbrandbare vloeistoffen van het NFI van 16 februari 2017, pagina 4177, zijnde een geschrift.

57 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1386.

58 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1385.

59 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1386.

60 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1390.

61 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1392.

62 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1393.

63 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1394.

64 Een proces-verbaal van relaas, pagina 39.

65 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 544.

66 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 333.

67 Een proces-verbaal van aangifte, pagina 316.

68 Een proces-verbaal van relaas, pagina 17.

69 Een proces-verbaal van onderwaterzoeking, pagina 246.

70 Een proces-verbaal van onderwaterzoeking, pagina 247.

71 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 248.

72 Een bijlage bij een kennisgeving van inbeslagname, ordner 11, zijnde een geschrift.

73 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4139, zijnde een geschrift.

74 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4111.

75 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4139, zijnde een geschrift.

76 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4140, zijnde een geschrift.

77 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4112.

78 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4139, zijnde een geschrift.

79 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4112.

80 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4139, zijnde een geschrift.

81 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4140, zijnde een geschrift.

82 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4113.

83 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4138, zijnde een geschrift.

84 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4140, zijnde een geschrift.

85 Ordegrootte bewijskracht: 10.000-1.000.000.

86 Een rapport wapen- en munitieonderzoek van het NFI van 30 maart 2017, pagina 4142, zijnde een geschrift.

87 Een proces-verbaal van relaas, pagina 104.

88 Een proces-verbaal van aangifte, pagina 365.

89 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1387.

90 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1394.

91 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1388.

92 Een proces-verbaal van relaas, pagina 104.

93 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3859.

94 Een rapport onderzoek naar ontbrandbare vloeistoffen van het NFI van 13 maart 2017, pagina 4195, zijnde een geschrift.

95 Een proces-verbaal van bevindingen. pagina 724.

96 Een proces-verbaal van relaas, pagina 19.

97 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 731.

98 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 732.

99 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1409.

100 Een proces-verbaal van verhoor van getuige A bij de rechter-commissaris van 7 juni 2018, pagina 2.

101 Een proces-verbaal van bevindingen. pagina 572.

102 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 584.

103 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 576.

104 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 584.

105 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 599.

106 Vergelijk Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:123.

107 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3426 tot en met 3439, met de brondocumenten in de bijlage, pagina 3502 tot en met 3570.

108 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3427.

109 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3428.

110 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3429.

111 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3431.

112 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 3433.

113 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1675.

114 Een proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, pagina 1677.

115 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1680.

116 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1683.

117 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1684.

118 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1681.

119 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1685.

120 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1688.

121 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1681.

122 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1686.

123 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1686.

124 Een proces-verbaal van relaas, pagina 4265.

125 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1686.

126 Een proces-verbaal van relaas, pagina 4274.

127 Een proces-verbaal van relaas, pagina 4265.

128 Een proces-verbaal sporenonderzoek Skoda Fabia. pagina 4333.

129 Een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van het NFI van 20 juli 2017, pagina 4718, zijnde een geschrift.

130 Een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van het NFI van 20 juli 2017, pagina 4719, zijnde een geschrift.

131 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1720.

132 Een proces-verbaal van aangifte, pagina 1715.

133 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1722.

134 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1694.

135 Een proces-verbaal sporenonderzoek A1, pagina 4310.

136 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4446.

137 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2052.

138 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1701.

139 Een proces-verbaal sporenonderzoek A1, pagina 4310.

140 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4445.

141 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1713.

142 Een proces-verbaal sporenonderzoek A27, pagina 4403.

143 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4447.

144 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4448.

145 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 4460.

146 Een proces-verbaal van bevindingen,. pagina 1737.

147 Een proces-verbaal sporenonderzoek Audi Q5, pagina 4405.

148 Een proces-verbaal van aangifte, pagina 1747.

149 Een proces-verbaal van buurtonderzoek, pagina 1745.

150 Een proces-verbaal van bevindingen,. pagina 1737.

151 Een proces-verbaal van relaas, pagina 4268.

152 Een proces-verbaal sporenonderzoek Audi Q5, pagina 4409.

153 Een proces-verbaal sporenonderzoek Skoda Fabia, pagina 4330.

154 Een rapport vergelijkend motorbenzine onderzoek van het NFI van 3 mei 2017, pagina 4617, zijnde een geschrift.

155 Ordegrootte bewijskracht: 10.000-1.000.000.

156 Een rapport vergelijkend motorbenzine onderzoek van het NFI van 3 mei 2017, pagina 4618, zijnde een geschrift.

157 Een proces-verbaal van relaas, pagina 17.

158 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 312.

159 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1822.

160 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1826.

161 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1826.

162 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1827.

163 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2470.

164 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2487.

165 In het vervolg van dit vonnis, als [medeverdachte 3] het in zijn verklaringen heeft over ‘ [medeverdachte 2] ’ of ‘ [medeverdachte 2] ’, geeft de rechtbank dit weer als: [medeverdachte 2] .

166 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2500.

167 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2471.

168 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2270.

169 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2271.

170 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2272.

171 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1908.

172 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1841.

173 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1842.

174 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1908.

175 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1909.

176 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2490.

177 Een proces-verbaal van bevindingen. pagina 1764.

178 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2478.

179 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2479.

180 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1766.

181 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2479.

182 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2271.

183 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2276.

184 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1909.

185 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1910.

186 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1911.

187 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1848.

188 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1849.

189 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1851.

190 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1848.

191 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2479.

192 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2504.

193 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2505.

194 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2479.

195 Een proces-verbaal van bevindingen. pagina 1769.

196 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2479.

197 Een proces-verbaal van bevindingen. pagina 1773.

198 Een proces-verbaal van bevindingen. pagina 1774.

199 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2508.

200 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2508.

201 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2508.

202 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2562.

203 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2557.

204 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2479.

205 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1773.

206 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2481.

207 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2484.

208 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2483.

209 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2481.

210 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1774.

211 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2496.

212 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2512.

213 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2513.

214 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2484.

215 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2485.

216 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2514.

217 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1911.

218 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1778.

219 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2203.

220 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2204.

221 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 2207.

222 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1688.

223 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1809.

224 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1818.

225 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1822.

226 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1824.

227 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 371.

228 Een proces-verbaal van meervoudige fotobewijsconfrontatie, pagina 1165, met de betreffende foto op pagina 1174.

229 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2525.

230 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2527 en 2528.

231 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 2580, met de betreffende foto op pagina 2612.

232 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 1507.

233 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 707, met de betreffende foto op pagina 709.

234 Een proces-verbaal van relaas, pagina 56.

235 Een proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 619.

236 HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240 (Taxibus arrest) en HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8583, NJ 2010/387.