Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1190

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-02-2019
Datum publicatie
26-03-2019
Zaaknummer
C/16/475100 / JE RK 19-239
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp verleend, ondanks dat de plek niet passend is bij de problematiek van de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

Zaakgegevens: C/16/475100 / JE RK 19-239

Datum uitspraak: 5 maart 2019

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

In de zaak van

de Raad voor door Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

De kinderrechter verwijst voor het procesverloop tot 6 februari 2019 naar de beschikking van die datum. De kinderrechter heeft bij die beschikking [voornaam van minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 6 mei 2019. Tevens heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp met betrekking tot [voornaam van minderjarige] verleend voor de duur van vier weken, te weten tot 6 maart 2019. De behandeling van het verzoek tot het verlenen van een aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling is aangehouden.

De kinderrechter heeft daarna nog kennisgenomen van:

  • -

    de pleitnota van mr. E. Hullegie, de advocaat van [voornaam van minderjarige] , overgelegd ter zitting;

  • -

    de brief van de GI van 4 maart 2019, overgelegd ter zitting;

  • -

    het e-mailbericht van de behandelaar van [instelling 1] van 4 maart 2019, overgelegd ter zitting;

  • -

    het faxbericht van de Raad, ingekomen bij de griffie op 5 maart 2019.

Op 5 maart 2019 heeft de kinderrechter de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet.

Gehoord zijn:
- de minderjarige [voornaam van minderjarige] , bijgestaan door mr. E. Hullegie,

- de moeder,

- mevrouw [A] , een vertegenwoordigster van de Raad,

- mevrouw [B] , een vertegenwoordigster van de GI.

Aan de heer [C] , wijkteammedewerker, is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend.

De standpunten

De Raad handhaaft het verzoek. Zolang er nog geen passende plek voor [voornaam van minderjarige] is gevonden dient hij in de huidige instelling te blijven, omdat de zorgen over het agressieve gedrag van [voornaam van minderjarige] en de kans op terugval te groot zijn. Wel is de Raad van oordeel dat plaatsing in een open setting haalbaar moet zijn en zo snel mogelijk dient te gebeuren. Wel moet dat een open setting zijn die aansluit bij de problematiek van [voornaam van minderjarige] .

Ook de GI is van oordeel dat het resterende deel van het verzoek met betrekking tot gesloten jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling moet worden toegewezen. De huidige verblijfsplek van [voornaam van minderjarige] sluit niet aan bij het ontwikkelingsniveau van [voornaam van minderjarige] . Op dit moment is er echter geen plek voor hem in een andere setting die wel past bij zijn ontwikkelingsniveau. De GI heeft contact gehad met zowel [instelling 2] als met de [instelling 3] , maar bij beide instellingen is er sprake van zeer lange wachtlijsten. Ook bij [instelling 4] zijn er lange wachtlijsten. Op dit moment is daarom niet duidelijk per wanneer [voornaam van minderjarige] kan worden overgeplaatst naar een open setting. Volgens de GI is een thuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] met of zonder ambulante hulpverlening echter ook niet passend gezien de problematiek in de interactie tussen [voornaam van minderjarige] en zijn moeder. Er is al langere tijd sprake van gedragsproblemen, waarbij [voornaam van minderjarige] fysiek en verbaal geweld pleegt tegen moeder. Een thuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] is volgens de GI dan ook niet verantwoord, want te onveilig voor de moeder.

Namens de minderjarige [voornaam van minderjarige] is verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de GI. De advocaat van [voornaam van minderjarige] heeft – kort weergegeven – het volgende naar voren gebracht. Het verzoek van de GI dient te worden afgewezen nu er een recente verklaring van de gedragswetenschapper ontbreekt, dan wel dat op basis van de voorhanden zijnde verklaring niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de betreffende gedragswetenschapper instemt met het verzoek tot een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. De advocaat verwijst tevens naar een recent nieuwsbericht waarin naar voren komt dat jongeren regelmatig in de gesloten jeugdzorg belanden omdat er geen ander alternatief is. Dit is ook het geval bij [voornaam van minderjarige] . Hij verblijft nog in [instelling 1] omdat er op dit moment nog geen geschikte plek voor hem beschikbaar is, terwijl de huidige plek in eerste instantie moest dienen ter overbrugging. Intussen verblijft [voornaam van minderjarige] al vier weken in [instelling 1] . [voornaam van minderjarige] valt niet binnen de doelgroep van de instelling. Dit maakt dat [instelling 1] geen hulp kan bieden die passend is voor zijn problematiek. [voornaam van minderjarige] geeft aan dat hij het zeer zwaar heeft op [instelling 1] . Hij wordt gepest en geslagen door groepsgenoten. De advocaat van [voornaam van minderjarige] benadrukt dat de machtiging gesloten jeugdhulp een uiterste middel is en enkel dient te worden verleend als er geen andere oplossing is.

Door de moeder is eveneens verweer gevoerd tegen het verzoek Zij maakt zich grote zorgen over [voornaam van minderjarige] en zijn verblijf in [instelling 1] . [voornaam van minderjarige] verblijft op een onveilige plek en hij gaat niet naar school. Het is volgens de moeder noodzakelijk dat [voornaam van minderjarige] weer wordt thuisgeplaatst.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

[voornaam van minderjarige] is bekend met een reactieve hechtingsstoornis en ADHD. Hij heeft een beneden gemiddeld intelligentieprofiel ten nadele van het verbale. Dat betekent dat het lastig voor hem is om dingen te begrijpen en zich te uiten. Mogelijk is ook sprake van autisme. [voornaam van minderjarige] vertoont al langere tijd gedragsproblemen, waarbij hij geweld pleegt richting zijn moeder. Dit gedrag is zeer zorgelijk. Dit betekent dat hij thans niet bij zijn moeder kan verblijven. Voor [voornaam van minderjarige] moet zo snel mogelijk een plek gevonden worden waar hij de behandeling krijgt die hij nodig heeft. Dat kan in een open instelling zijn, mits deze past bij zijn problematiek. Ten gevolge van de wachtlijsten is een dergelijke plek op dit moment echter niet voorhanden, wat betekent dat er geen ander alternatief overblijft dan de huidige plaatsing in de gesloten instelling voortzetten in afwachting van een geschikte behandelplek. Ook de gedragskundige is, zoals blijkt uit de instemmingsverklaring van 13 januari 2019, tot deze conclusie gekomen. De kinderrechter vindt het zeer betreurenswaardig dat [voornaam van minderjarige] zo lang op een plek moet zijn, die in beginsel niet passend voor hem is en waar hij het duidelijk ook erg moeilijk heeft. De kinderrechter ziet echter met het oog op de veiligheid van de moeder geen andere oplossing dan de huidige situatie laten voortduren. Het is immers niet verantwoord [voornaam van minderjarige] nu terug te plaatsen bij zijn moeder. De kinderrechter zal daarom de verzochte machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 6 mei 2019.

De beslissing

De kinderrechter:

- verleent een machtiging gesloten jeugdhulp tot 6 mei 2019 betreffende de minderjarige [voornaam van minderjarige] ;

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2019 door mr. P.J.G. van Osta, kinderrechter, in tegenwoordigheid van N. Tressel, als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 maart 2019.