Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1124

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-03-2019
Datum publicatie
20-03-2019
Zaaknummer
C/16/474483 / JL RK 19-63
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

oproepen leerplichtambtenaar voor volgende zitting. Minderjarige gaat al geruime tijd niet naar school ondanks inspanningen vanuit de GI en ouders.

(ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2019:2032 en ECLI:NL:RBMNE:2019:3178)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Almere

zaakgegevens : C/16/474483 / JL RK 19-63

datum uitspraak: 7 maart 2019

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 18 januari 2019, ingekomen bij de griffie op
29 januari 2019.

Op 7 maart 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [voornaam van minderjarige] , die apart is gehoord,

- de moeder, bijgestaan door mr. B.V. Rafaela,

- de vader,
- mevrouw [A] namens de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam van minderjarige] woont bij de ouders. Bij beschikking van 20 september 2018 is de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengd tot 22 maart 2019.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar.

De standpunten

Namens de GI is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De huidige jeugdhulpverlener is sinds januari 2019 betrokken bij het gezin. Het is erg schrijnend dat [voornaam van minderjarige] al zo lang niet naar school gaat. [voornaam van minderjarige] is getest en daaruit is gekomen dat hij geplaatst moet worden op speciaal onderwijs. De afgelopen periode is op heel veel verschillende manieren geprobeerd om ervoor te zorgen dat hij zo snel als mogelijk op een school of dagbesteding kan starten. Dat is niet gelukt omdat er geen contracten zijn met de betreffende instanties, de financiën er niet voor zijn, er lange wachtlijsten zijn of er geen passende voorzieningen gevonden kunnen worden binnen [woonplaats] . In overleg met moeder is [voornaam van minderjarige] aangemeld bij [naam instelling] (hierna: [naam instelling] ). Dat is een vorm van dagbesteding en dus nog steeds geen school. Moeder werkt ontzettend hard om [voornaam van minderjarige] naar school te kunnen laten gaan, maar ook dat heeft niet geleid tot resultaat. Ook contacten met de leerplichtambtenaar hebben niets opgeleverd. [voornaam van minderjarige] wordt bedreigd in zijn ontwikkeling doordat hij niet naar school of naar een passende dagbesteding kan zijn en zit inmiddels al bijna twee jaar thuis.

Door en namens moeder is ter zitting naar voren gebracht dat moeder alles probeert om [voornaam van minderjarige] naar school te kunnen laten gaan. Moeder stemt in met de ondertoezichtstelling maar vindt het erg schrijnend dat het, ondanks alle inspanningen, maar niet lukt om [voornaam van minderjarige] naar school te laten gaan.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt het volgende. De kinderrechter maakt zich ernstige zorgen over de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] . Inmiddels is de medicatie voor de ADHD van [voornaam van minderjarige] aangepast. De zorgen over het op juiste wijze innemen van deze medicatie zijn nog wel aanwezig. [voornaam van minderjarige] gaat inmiddels al bijna twee jaar niet naar school. Ondanks de inspanningen van de jeugdhulpverlener, mevrouw [A] , en ouders lukt het op geen enkele wijze om [voornaam van minderjarige] aan te melden voor onderwijs of dagbesteding. De ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] stagneert hierdoor steeds meer. [voornaam van minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter aangegeven heel graag naar school te willen, dat is zijn grootste wens. Vanuit betrokken instanties en de leerplichtambtenaar lukt het echter niet om de huidige situatie te doorbreken in verband met contracten en financiële redenen. De kinderrechter acht dit onbegrijpelijk.

Doordat er onverminderd sprake is van een bedreiging in de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden. Het meer of anders verzochte zal worden aangehouden tot de zitting van 18 april 2019. De kinderrechter maakt zich ernstige zorgen over de situatie van [voornaam van minderjarige] . Daarom zal voor de volgende zitting ook de leerplichtambtenaar die betrokken is bij [voornaam van minderjarige] worden uitgenodigd om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de huidige situatie te doorbreken. Mocht [voornaam van minderjarige] voor 18 april 2019 weer naar school gaan, dan stelt de kinderrechter het op prijs als zij hiervan op de hoogte wordt gesteld door de GI.


De beslissing


De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] tot 22 juni 2019;

houdt het meer of anders verzochte aan;

bepaalt dat er opnieuw een zitting zal plaatsvinden op 18 april 2019 te 09.00 uur, welke zitting zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Almere (De Diagonaal 37, 1315 XK Almere). De griffier zal partijen en de leerplichtambtenaar die betrokken is bij [voornaam van minderjarige] hiervoor oproepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2019 door mr. L.P. de Haas, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van Garderen als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking wordt vastgesteld op