Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2019:1069

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-03-2019
Datum publicatie
18-03-2019
Zaaknummer
7237474 UC EXPL 18-10709
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

foto op website, inbreuk auteursrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7237474 UC EXPL 18-10709 ID/963

Vonnis van 13 maart 2019

inzake

[eiseres] ,

mede handelend onder de naam [handelsnaam van eiseres],

wonende te [woonplaats] , gemeente Zaanstad,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eisende partij,

gemachtigde: Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen:

[gedaagde] ,

mede handelend onder de naam [handelsnaam van gedaagde],

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

namens wie [A] , haar echtgenoot, verweer heeft gevoerd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 september 2018 met producties 1 tot en met 6,

- het proces-verbaal van de rolzitting van 3 oktober 2018,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek,

- de akte uitlating producties van eisende partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] exploiteert onder de naam [handelsnaam van eiseres] een onderneming die onder meer online Food & Lifestyle foto’s aanbiedt, waaronder deze foto met nummer [fotonummer] (hierna: de foto):

2.2.

[gedaagde] heeft in april 2016 een uitsnede van de foto op haar website www. [handelsnaam van gedaagde] .nl geplaatst zonder een daartoe strekkende licentie.

2.3.

In een brief van 9 november 2017 heeft Permission Machine BVBA namens [handelsnaam van eiseres] [gedaagde] erop gewezen dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat het gebruik van de foto zonder toestemming van de rechthebbende een auteursrechtinbreuk oplevert. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld alsnog een licentie te kopen voor het gebruik van de foto tot een jaar na de datum van de nota voor een bedrag van € 318,00, vermeerderd met kosten. [gedaagde] heeft daarop de foto van haar website verwijderd en een voorwaardelijk schikkingsvoorstel gedaan. [gedaagde] en Permission Machine BVBA hebben geen regeling getroffen. Ondanks sommaties heeft [gedaagde] niets betaald.

2.4.

Bij brief van 12 april 2018 heeft Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V. namens [handelsnaam van eiseres] [gedaagde] gesommeerd de foto niet meer te gebruiken en € 270,00 aan schadevergoeding te betalen wegens auteursrechtinbreuk, bestaande uit € 210,00 aan door Permission Machine BVBA gemaakte kosten en € 60,00 aan door Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V. gemaakte kosten. Daarbij is het bedrag van € 318,00 aan misgelopen licentievergoeding bij vergissing niet vermeld. Dit bedrag is in een latere sommatie wel opgenomen. Ondanks sommaties heeft [gedaagde] niets betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van

€ 322,50 aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente, en € 177,50 aan door Permission Machine BVBA en Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V. gemaakte kosten, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten ex 1019h Rv.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter beoordeling ligt voor of [gedaagde] jegens [eiseres] schadeplichtig is op grond van een aan haar toe te rekenen inbreuk op auteursrechten op de foto. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en zal dat hierna toelichten.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat aan [eiseres] het recht toekomt om de auteursrechten op de foto te beheren en te exploiteren, waaronder het recht om op te treden tegen auteursrechtinbreuken. Op grond van artikel 1 Auteurswet (Aw) heeft de auteursrechthebbende het uitsluitend recht om de foto openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit in beginsel alleen met voorafgaande toestemming van de rechthebbende, tenzij zij zich op een beperking van de Auteurswet kunnen beroepen. Dat laatste is in dit geval niet gesteld of gebleken. Verder komt aan de maker van de foto op grond van artikel 25 lid 1 sub c Aw in beginsel het recht toe zich te verzetten tegen wijziging van de foto.

4.3.

[gedaagde] heeft de foto zonder toestemming van [eiseres] in gewijzigde vorm op haar website openbaar gemaakt. Door zo te handelen heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op de hiervoor genoemde auteurs- en persoonlijkheidsrechten en daarmee onrechtmatig gehandeld. Dit maakt dat zij schadeplichtig is jegens [eiseres] .

4.4.

[eiseres] heeft voldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat als gevolg van de geconstateerde inbreuk schade is geleden. Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal de kantonrechter deze begroten op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade.

4.5.

Uitgangspunt bij deze begroting is dat de auteursrechthebbende ten minste aanspraak kan maken op een schadevergoeding gelijk aan de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest, als er wel toestemming voor de verveelvoudiging was gevraagd. [eiseres] stelt dat voor de tarieven aansluiting moet worden gezocht bij de tarievenlijst 2015 van de Stichting Foto Anoniem. [gedaagde] heeft dit niet weersproken, zodat de kantonrechter daarvan uitgaat. [eiseres] is voor wat betreft het toepasselijke tarief uitgegaan van het gemiddelde van de tarieven die gelden voor het gebruik van een foto in de verschillende pixelmaten voor de kortste plaatsing, te weten tot één week, op een website met een internationale domeinnaam, een Nederlandstalige website met een .nl domeinnaam en een website zonder eigen domeinnaam. Zij becijfert aan de hand daarvan dat [gedaagde] minimaal € 215,00 exclusief btw verschuldigd zou zijn geweest. Nu de website van [gedaagde] een .nl domeinnaam heeft, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien waarom de tarieven van de andere categorieën bij deze berekening moeten worden betrokken. Het gebruik van het gemiddelde behorende bij diverse pixelmaten is door [gedaagde] niet bestreden. De kantonrechter gaat daarom uit van het gemiddelde van de tarieven die gelden voor gebruik van een foto in de diverse pixelmaten tot één week op een website met een .nl domeinnaam. Dit gemiddelde komt op € 198,75 per foto. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat de foto niet op de homepage, maar op een subpagina van haar website heeft gestaan. Gelet daarop past de kantonrechter de in de tarievenlijst genoemde korting van 25% toe voor plaatsing van een foto op een pagina die één niveau dieper ligt. De door [gedaagde] te betalen vergoeding komt daarmee op € 149,06.

4.6.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om naast dit bedrag aan gemiste licentievergoeding nog schadevergoeding toe te kennen wegens de gestelde afbreuk aan het zelfbeschikkingsrecht oftewel het recht om zelf te bepalen waar, hoe en hoe lang de foto wordt gebruikt. Dit omdat aangenomen kan worden dat de waarde van de exclusiviteit van de foto is verdisconteerd in de licentievergoeding.

4.7.

Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW komen gemaakte kosten voor onderzoek naar / opsporing van een auteursrechtinbreuk voor vergoeding in aanmerking voor zover zij in redelijkheid zijn gemaakt. Uit productie 3 bij dagvaarding valt af te leiden dat Permission Machine BVBA daar 15 minuten aan heeft besteed. Uitgaande van het gestelde uurtarief van € 105,00 per uur, komt deze schadepost op een bedrag van € 26,25.

4.8.

Deze procedure ziet op de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, zodat artikel 1019h Rv van toepassing is. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiseres] in redelijkheid tot dagvaarden kunnen overgaan, omdat [gedaagde] in het minnelijk traject niet bereid is gebleken om meer dan € 120,00 aan schadevergoeding te voldoen. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten ex artikel 1019h Rv gaat de kantonrechter uit van de door de rechtbank gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken, versie 1 april 2017. Nu het een eenvoudige inbreukkwestie betreft, met een beperkt feitencomplex en er geen uitgebreid inhoudelijk verweer is gevoerd, beschouwt de kantonrechter deze zaak als een zeer eenvoudige, niet bewerkelijke bodemzaak, waarvoor het liquidatietarief geldt.

4.9.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 92,00

- griffierecht 79,00

- salaris gemachtigde 144,00 (2,0 punten × tarief € 72,00)

Totaal € 315,00

4.10.

Een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten is slechts toewijsbaar, als die kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang daarvan ook redelijk is. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke (incasso-) werkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel van het Rapport BGK-integraal, zijnde € 22,36 (15% over de hoofdsom van € 149,06).

4.11.

De gevorderde wettelijke rente over het bedrag aan schadevergoeding zal worden toegewezen zoals gevorderd.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 149,06 te betalen aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover met ingang van 24 september 2018 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 22,36 te betalen aan buitengerechtelijke incassokosten,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 315,00, waarin begrepen € 144,00 aan salaris gemachtigde,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2019.