Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:911

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-03-2018
Datum publicatie
09-03-2018
Zaaknummer
16/659909-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere straatroven. De slachtoffers werden onder bedreiging of toepassing van geweld beroofd. Uit de verklaringen van de medeverdachten blijkt dat zij van plan waren om mensen te beroven. Verdachte heeft zich hier niet van gedistantieerd, integendeel hij heeft zijn aandeel gehad in een aantal van de berovingen. De verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 21 jaar oud. De rechtbank ziet, gelet op de persoon van de verdachte en de omstandigheden, reden om het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van 5 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Ook moet hij een taakstraf van 100 uur verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659909-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] te Sint Maarten,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 november 2017 en 23 februari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Drogt en van hetgeen verdachte en mr. B.J. de Pree, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

Tevens is ter terechtzitting verschenen de moeder van verdachte.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 16 augustus 2017 te Utrecht op de Jutfaseweg samen met anderen met geweld en bedreiging met geweld spullen heeft weggenomen van [slachtoffer 1] ;

feit 2: op 17 augustus 2017 te Utrecht op het Houtensepad samen met anderen met geweld en bedreiging met geweld spullen heeft weggenomen van [slachtoffer 2] ;

feit 3: op 17 augustus 2017 te Utrecht op de Parkstraat samen met anderen met geweld en bedreiging met geweld spullen heeft weggenomen van [slachtoffer 3] ;

feit 4: op 17 augustus 2017 te Utrecht op de Detmoldstraat samen met anderen met geweld en bedreiging met geweld spullen heeft weggenomen van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] ;

feit 5: op 16 augustus 2017 te Utrecht op de Gansstraat samen met anderen met geweld en bedreiging met geweld een poging heeft gedaan spullen weg te nemen van [slachtoffer 6] ;

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het onder 1 en 5 ten laste gelegde. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte betrokken is bij deze feiten.

De officier van justitie acht het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 5 ten laste gelegde. Hij baseert zich daarbij onder andere op de verklaring van de medeverdachten dat zij op 16 augustus 2017 met z’n tweeën waren. Dit sluit ook aan bij de aangiftes waarin wordt gesproken van twee betrokken personen, niet zijnde verdachte. De raadsman heeft voor de feiten 2, 3 en 4 toegelicht dat verdachte daarvoor zijn verantwoordelijkheid wil nemen en zijn aandeel daarom heeft bekend. De raadsman ziet – naast de verklaring van verdachte – voldoende bewijs in het dossier om verdachte aan te merken als medepleger van deze feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 en 5:

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Uit het dossier blijkt dat verdachte niet bij deze feiten betrokken was. De aangevers spreken over twee daders. Twee medeverdachten van verdachte hebben bekend dat zij de twee personen zijn die bij de feiten 1 en 5 betrokken waren.

Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4:

Verdachte heeft de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bekend. De verdediging heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 2:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 februari 2018;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 17 augustus 2017, genummerd PL0900-2017251993-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] , doorgenummerde pagina 87 e.v. van het proces-verbaal nummer 2017252720;

Ten aanzien van feit 3:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 februari 2018;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 17 augustus 2017, PL0900-2017252060-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van aangever [slachtoffer 3] , doorgenummerde pagina 96 e.v. van het proces-verbaal nummer 2017252720;

Ten aanzien van feit 4:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 februari 2018;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 17 augustus 2017, PL0900-2017252249-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van aangeefster [slachtoffer 4] , doorgenummerde pagina 122 e.v. en een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 17 augustus 2017, PL0900-2017252255-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van aangever [slachtoffer 5] , doorgenummerde pagina 128 e.v. van het proces-verbaal nummer 2017252720.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 2: op 17 augustus 2017 te Utrecht, op het Houtensepad, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas en een ring, geheel toebehorende aan [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld met geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- naar die [slachtoffer 2] is/zijn toegerend en

- die [slachtoffer 2] tegen de grond heeft/ hebben geduwd en een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen de nek van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geplaatst en/of gehouden en

- (hierbij) die [slachtoffer 2] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Waar zijn je waardevolle spullen, waar is je telefoon, geef je sieraden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

feit 3: op 17 augustus 2017 te Utrecht, op de Parkstraat, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een telefoon (Iphone), geheel toebehorende aan [slachtoffer 3] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgepakt en

- die [slachtoffer 3] meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of geschopt en

- die [slachtoffer 3] tegen een muur heeft/hebben geduwd en

- een kapotte fles, tegen de keel van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geplaatst en/of gehouden

- (hierbij) die [slachtoffer 3] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geef je geld, geef je geld" en/of "Geef je telefoon", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

feit 4: op 17 augustus 2017 te Utrecht, op de Detmoldstraat, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en een telefoon en een tas, geheel toebehorende aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- met een bivakmuts op/over het hoofd, althans met geheel of gedeeltelijke gezichtsbedekking, naar die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] is/zijn toegegaan, en

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

heeft/hebben getoond en

- (hierbij) die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geef

al je spullen, geef je geld, geef je telefoon", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking

en

hij op 17 augustus 2017 te Utrecht, op de Detmoldstraat, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets, geheel toebehorende aan [slachtoffer 4] , welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- met een bivakmuts op/over het hoofd, althans met geheel of gedeeltelijke

gezichtsbedekking, naar die [slachtoffer 4] is/zijn toegegaan, en

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben

Getoond en

- (hierbij) die [slachtoffer 4] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geef al je spullen,

geef je geld, geef je telefoon", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feiten 2 en 3: telkens: diefstal voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

feit 4: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

diefstal voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het jeugdstrafrecht toe te passen en verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een jeugddetentie van 8 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Reclassering Nederland, te weten verplicht reclasseringscontact, meldplicht, behandelverplichting en een contactverbod met de mededaders;

- een taakstraf van 80 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 40 dagen jeugddetentie.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd. De raadsman kan zich vinden in de bijzondere voorwaarden zoals door de officier van justitie conform het advies van de reclassering gevorderd. De raadsman heeft benadrukt dat verlenging van elektronische controle niet door de reclassering is geadviseerd. De raadsman heeft voorts gewezen op de oriëntatiepunten van de LOVS waar voor een dergelijk feit 60 uur taakstraf of soortgelijke jeugddetentie is opgenomen. Verdachte heeft inmiddels 93 dagen vastgezeten in een detentieregime voor volwassenen, wat hem heel zwaar is gevallen. De verdediging heeft daarom bepleit een kortere voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen en niet daarnaast nog een taakstraf. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat één van de bijzondere voorwaarden is om mee te werken aan het vinden van een goede dagbesteding en daar past zijn inziens geen taakstraf bij.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De feiten die hebben plaatsgevonden hebben een grote impact op het leven van de slachtoffers. Zonder enige aanleiding zijn mensen die zich op straat bevonden lastiggevallen en onder bedreiging en met toepassing van geweld slachtoffer geworden van zogenaamde straatroven. Dergelijke feiten zijn ernstig, zowel omdat mensen zonder enige aanleiding zijn aangevallen op straat en zich vervolgens niet meer veilig voelen alsook omdat dergelijke feiten enkel zijn gericht op financieel gewin van de daders. Ook mensen in de directe en indirecte omgeving van de slachtoffers worden bang van gebeurtenissen als deze. Niet gebleken is dat verdachte of zijn mededaders ook maar enig moment hebben nagedacht over de mogelijke gevolgen van hun daden.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich in één nacht meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan straatroof. Uit de verklaringen van de medeverdachten blijkt dat zij van plan waren om mensen te beroven. Verdachte heeft zich hier niet van gedistantieerd, integendeel hij heeft zijn aandeel gehad in een aantal van de berovingen. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een blanco uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 12 januari 2018;

- een reclasseringsadvies van 2 november 2017;

- een reclasseringsadvies van 12 februari 2018.

De verdachte was ten tijde van de bewezenverklaarde feiten 21 jaar oud. De rechtbank ziet aanleiding om recht te doen overeenkomstig de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen (overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77hh van het Wetboek van Strafrecht). Dit is conform het advies (met verdiepingsdiagnostiek) van de reclassering die dit adviseert vanwege de behoefte aan een pedagogische beïnvloeding en geconstateerde laagbegaafdheid. Geadviseerd wordt om een eventueel toezicht wel door de volwassenenreclassering uit te laten voeren.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor minderjarigen gaan voor diefstal met geweld (straatroof) in beginsel uit van een taakstraf van 60 uur dan wel een maand jeugddetentie. Elke daarbij komende strafverzwarende omstandigheid levert een verhoging met dezelfde straf op. De rechtbank ziet bij een aantal feiten verzwarende omstandigheden in de zin van bedreiging met een wapen, de plaats van het delict (verlaten fietspad in de nacht) en de kwetsbaarheid van de slachtoffers (meisje dan wel jongen alleen in de nacht). Verdachte wordt aangemerkt als medepleger van drie van de vijf ten laste gelegde feiten. Mede gezien de hiervoor genoemde strafverzwarende omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank houdt rekening met de leeftijd van verdachte en komt alles in aanmerking nemend tot de volgende straf.

De rechtbank is van oordeel dat een jeugddetentie van 5 maanden passend en geboden is, waarbij een deel van 3 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd als verdachte zich houdt aan de hem hierna op te leggen algemene en bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal hierbij een proeftijd van 2 jaren opleggen. Daarnaast acht de rechtbank het aangewezen dat verdachte een taakstraf (werkstraf) zal verrichten van 100 uren. Om recht te doen aan de ernst van de feiten en ook vanwege het ontbreken van een dagbesteding bij verdachte en de verplichting mee te werken aan een dagbesteding, acht de rechtbank dit een voor verdachte passende straf.

Als bijzondere voorwaarden zal de rechtbank bepalen dat verdachte een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en een contactverbod met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] krijgt.

De rechtbank ziet aanleiding om conform de vordering van de officier van justitie dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden te bevelen. Gelet op het verloop van het toezicht van verdachte en de terugmelding van Save op 4 januari 2018 ziet de rechtbank een risico dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 739,76. Dit bedrag bestaat uit € 239,76 materiële schade en € 500,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 752,91. Dit bedrag bestaat uit € 252,91 materiële schade en € 500,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen voldoende onderbouwd en toewijsbaar zijn.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen toewijsbaar zijn en heeft daarbij verzocht om de vorderingen hoofdelijk toe te wijzen jegens verdachte en zijn medeverdachten.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 2]

De rechtbank acht de kosten van de handtas (€ 34,95), zilveren ring (€ 50,-), topje H&M

(€ 24,99), nieuwe sleutels (€ 88,61) en nieuw slot (€ 41,21) voldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt.

De immateriële schade waardeert de rechtbank conform opgave van [slachtoffer 2] op

€ 500,-. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring die [slachtoffer 2] heeft ingediend blijkt welke gevolgen dit feit voor haar heeft gehad en nog altijd heeft. De rechtbank heeft hierbij vergelijkbare zaken mede in aanmerking gekomen.

De rechtbank zal de vordering tot het bedrag van € 739,76 toewijzen vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 17 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

[slachtoffer 3]

De rechtbank acht de kosten van het weggenomen geld (€ 70,-), broek (€ 47,99), jack (€ 74,97), shirt (€ 59,95) voldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt.

De immateriële schade waardeert de rechtbank conform opgave van [slachtoffer 3] op

€ 500,-. [slachtoffer 3] heeft in zijn verzoek tot schadevergoeding schriftelijk toegelicht dat hij veel pijn heeft gehad en ook in de maanden erna nog veel last heeft gehad van de diefstal. De rechtbank heeft hierbij vergelijkbare zaken mede in aanmerking gekomen.

De rechtbank zal de vordering tot het bedrag van € 752,91 toewijzen vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 17 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 77c, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77we, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 en 5 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 5 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 5 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

* zich binnen vijf dagen na het wijzen van dit vonnis meldt bij de Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* meewerkt aan een behandeling gericht op delictpreventie bij de (forensische) psychiatrie – FACT LVB of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven;

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn mededaders [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag van € 739,76, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 739,76 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag jeugddetentie;

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

- veroordeelt verdachte hoofdelijk met zijn mededaders [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag van € 752,91, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 752,91 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag jeugddetentie;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg, voorzitter, mrs. C.E.M. Nootenboom-Lock en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.L. de Gier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 maart 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 16 augustus 2017 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, op de Jutfaseweg , althans op de openbare

weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een ketting

en/of een ring, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s),

- voornoemde [slachtoffer 1] , die met haar fiets op de Jutfaseweg

reed, met een scooter de weg hebben afgesneden en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt rondom

haar nek en/of

- een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, tegen de nek

van die [slachtoffer 1] geplaatst en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, in haar gezicht

heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( hierbij) die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd

"Wat heb je bij je en wat voor waardevols heb je bij je" en/of "je sieraden je

sieraden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2. hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, op het Houtensepad, althans op de openbare

weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas en/of

een ring, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s),

- naar die [slachtoffer 2] is/zijn toegerend en/of

- die [slachtoffer 2] tegen de grond heeft/ hebben geduwd en/of- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen de nek van die

[slachtoffer 2] heeft/hebben geplaatst en/of gehouden en/of

- ( hierbij) die [slachtoffer 2] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Waar zijn je

waardevolle spullen, waar is je telefoon, geef je sieraden", althans woorden

van gelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3. hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, op de Parkstraat, althans op de openbare

weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid

geld en/of een telefoon (Iphone), althans enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s),

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 3] meerdere malen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft/hebben

geslagen en/of geschopt en/of

- die [slachtoffer 3] tegen een muur heeft/hebben geduwd en/of

- een kapotte fles, althans een stuk glas, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, tegen de keel van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geplaatst en/of gehouden

of

- ( hierbij) die [slachtoffer 3] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geef je geld, geef

je geld" en/of "Geef je telefoon", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking;

strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

4. hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, op de Detmoldstraat, althans op de openbare

weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met

het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot

de afgifte van een portemonnee en/of een telefoon en/of een tas, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) - met een bivakmuts op/over het hoofd, althans met geheel of gedeeltelijke

gezichtsbedekking, naar die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] is/zijn toegegaan, en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,

heeft/hebben getoond en/of

- ( hierbij) die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geef

al je spullen, geef je geld, geef je telefoon", althans woorden van gelijke

aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, op de Detmoldstraat, althans op de openbare

weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets,

althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die d

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s),

- met een bivakmuts op/over het hoofd, althans met geheel of gedeeltelijke

gezichtsbedekking, naar die [slachtoffer 4] is/zijn toegegaan, en/of

- die [slachtoffer 4] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben

getoond

- ( hierbij) die [slachtoffer 4] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Geef al je spullen,

geef je geld, geef je telefoon", althans woorden van gelijke aard en/of

strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5. hij op of omstreeks 16 augustus 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op de Gansstraat, althans op de openbare weg, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen telefoon en/of (een) goed(eren)

van zijn/hunner gading, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen

en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 6] , te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet

- de fiets van die [slachtoffer 6] , die op voornoemde Gansstraat reed, heeft

vastgepakt, en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op de keel van die

[slachtoffer 6] heeft geplaatst en/of gehouden, en/of

- ( hierbij) die [slachtoffer 6] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Doe je jas uit"

en/of "Heb jij je telefoon bij je", en/of

- aan de broekzak(ken) van die [slachtoffer 6] (waarin zich dienst telefoon bevond)

heeft gevoeld en/of naar de telefoon van die [slachtoffer 6] heeft gegrepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht