Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:827

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
16/706591-15, 16/706553-16 (gev. ttz) en 16/659883-17 (gev. ttz) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan afpersing en een poging tot afpersing. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van vier maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/706591-15, 16/706553-16 (gev. ttz) en 16/659883-17 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 6 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1999] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) Intermetzo te Lelystad.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren op 20 februari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Booij en van hetgeen verdachte en mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlasteleggingen

De tenlastelegging inzake parketnummer 16/706591-15 is op de zitting gewijzigd. De tenlasteleggingen en de hiervoor genoemde wijziging van de tenlastelegging zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 16/706591-15

1. op 9 juni 2015 te Huizen zich schuldig heeft gemaakt aan heling van een personenauto;

2. op 26 juli 2014 te Huizen zich schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak;

parketnummer 16/706553-16

1. op 7 juli 2016 te Naarden, samen met een ander, [slachtoffer] heeft afgeperst, dan wel samen met een ander zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld;

2. in de periode 7 juli 2016 tot en met 12 juli 2016 te Huizen en/of Naarden, samen met een ander, heeft geprobeerd [slachtoffer] af te persen;

parketnummer 16/659883-17

op 9 augustus 2017 te Huizen zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het voorbereiden van een inbraak gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd.

3 Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsman niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 van parketnummer 16/706591-15 ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.

5 Waardering van het bewijs

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten onder 2 van parketnummer 16/706591-15, onder 1 primair en 2 van parketnummer 16/706553-16 en onder parketnummer 16/659883-17, wettig en overtuigend te bewijzen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 van parketnummer 16/706591-15 ten laste gelegde feit. Daarbij heeft de raadsman - kort gezegd - verwezen naar de ter terechtzitting door getuige [getuige 1] afgelegde verklaring, de verwarring over de exacte plek waar het dactyloscopisch spoor is aangetroffen en de omstandigheid dat het rapport dactyloscopisch onderzoek niet is ondertekend.

De raadsman heeft voorts vrijspraak bepleit van de onder parketnummer 16/706553-16 ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft daarbij - samengevat - gewezen op het uiteenlopen van de lezingen van aangever en verdachte over hetgeen is gebeurd en op de omstandigheid dat het strafdossier onvoldoende objectief (steun)bewijs bevat voor de lezing van aangever. Ook de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , zoals ter terechtzitting wordt afgelegd, wijkt af van hetgeen de aangever heeft verklaard.

Met betrekking tot het onder parketnummer 16/659883-17 ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit omdat er geen sprake was van een voldoende geconcretiseerd plan. In dat verband heeft de raadsman verwezen naar de volgende jurisprudentie: ECLI:NL:RBMID:2010:BM6806, ECLI:NL:RBDOR:2010:3748 en ECLI:NL:GHAMS:2014:5055.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feit 2 van parketnummer 16/706591-15 1

Op 27 juli 2014 heeft [aangever] namens [benadeelde 1] aangifte gedaan van diefstal uit de woning aan de [adres] te [woonplaats] tussen zaterdag 26 juli 2014 te 18:00 uur en zondag 27 juli 2014 te 11:30 uur.2

Aan de voorzijde van de woning zag de forensisch onderzoeker een draairaam. Het genoemde raam stond open. In de sluitnaad en aan de onderzijde van het raam was met een breekvoorwerp gewrikt. Daarbij waren beide aanwezige hefboompjes verbogen. Via het opengewrikte raam werd de woning betreden en werd de woning geheel doorzocht. De forensisch onderzoeker trof vanuit de woonkamer gezien twee dactyloscopische sporen aan op de onderkant voorzijde raamkozijn van het opengewrikte draairaam. De onderzoeker zag dat het inkomende sporen waren.3 De volgende dactyloscopische sporen werden veiliggesteld: SIN:AAHE6120NL, onbekende vinger, inkomend, mogelijk linker hand, vanuit woonkamer gezien: rechter voorkant raamkozijn en SIN:AAHE6122NL, onbekende vinger, inkomend, rechter hand, vanuit woonkamer gezien: linker voorkant raamkozijn woonkamer.

Het spoor met SIN:AAHE6122NL is geïdentificeerd op [verdachte] , geboren op [1999] .4 Tussen het spoor en de referentieafdruk werd een zeer grote mate van overeenkomst geconstateerd.5

[benadeelde 1] heeft verklaard dat bij de inbraak de volgende goederen zijn weggenomen: een iMac, sieraden, contant geld en een Blackberry.6

Bewijsoverwegingen feit 2 van parketnummer 16/706591-15

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Ten aanzien van de door de raadsman gevoerde verweren, overweegt de rechtbank het volgende.

Het eerst ter terechtzitting door verdachte vertelde -en door de getuige [getuige 1] ter terechtzitting bevestigde- verhaal dat [getuige 1] -zijn neef- indertijd een relatie had met [C] , die toen woonde aan de [adres] te [woonplaats] , en dat hij, verdachte, samen met [getuige 1] meerdere malen in die woning is geweest, dat hij toen wel bij het raam moet zijn geweest gelet op de aangetroffen sporen en dat dit misschien is gebeurd toen hij zijn telefoon pakte, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Niet alleen omdat verdachte eerst bijna 4 jaar later met dit verhaal komt en geen aannemelijke verklaring heeft voor het feit dat hij daar zo lang mee heeft gewacht, maar ook omdat verdachte tijdens het verhoor bij de politie op 30 juni 2015 heeft verklaard dat hij nooit op de [adres] is geweest en dat het niet kan dat er vingerafdrukken van hem in die woning zijn gevonden.

Voorts acht de rechtbank de beschrijving van de vindplaats van het dactyloscopisch spoor met SIN:AAHE6122NL niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Er was sprake van een inkomend spoor aan het raamkozijn dat vanuit de woonkamer gezien aan de linker voorkant van het raamkozijn is aangetroffen. Met andere woorden, de sporen zijn in de woning aangetroffen.

Met de raadsman heeft de rechtbank geconstateerd dat het Rapport Dactyloscopisch Onderzoek van 12 juni 2015 niet is ondertekend. Daarvan wordt ook melding gemaakt in het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek van 15 juni 2015, onder aantekening dat het getekende rapport nog niet beschikbaar is en na ondertekening wordt bewaard bij de afdeling Dactyloscopie te Utrecht waar het indien gewenst kan worden nagezonden.

Gelet op deze aantekening ziet de rechtbank geen aanleiding om het betreffende rapport niet in de bewijsmiddelen op te nemen.

De door de raadsman gevoerde verweren worden gelet op het vorenstaande verworpen.

Bewijsmiddelen feiten 1 en 2 van parketnummer 16/706553-16 7

Op dinsdag 12 juli 2016 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van afpersing. Hij heeft daarbij verklaard dat hij vorige week donderdag bij een hangplek in Huizen was, tussen 19:45 en 20:00 uur. Bij de hangplek kwam hij een auto tegen, een blauwe 5-deurs auto, met [medeverdachte] achter het stuur. [medeverdachte] vroeg of aangever in wilde stappen. Aangever is naast [medeverdachte] gaan zitten. Vervolgens reden zij in de richting van de Oostermeent. Aangever zag twee personen, waaronder [verdachte] , langs de weg staan. Beide personen stapten in de auto, waarbij [verdachte] achter aangever ging zitten. Nadat ze de voor aangever onbekende jongen hadden afgezet, is de auto doorgereden naar een plek bij de hei of het bos in de buurt van Oud-Valkeveen8 te Naarden9. Toen de onbekende jongen naar huis was gebracht, begonnen [medeverdachte] en [verdachte] beiden tegen aangever te zeggen dat hij moest betalen. Het bedrag waar ze het over hadden was € 2.200,00. Aangever moest dat contant betalen.10

Beiden zeiden dat aangever een week de tijd kreeg om het geld bij elkaar te krijgen. Als aangever dat geld niet zou geven dan zou hij klappen krijgen.

Toen aangever in de auto zat, kreeg hij klappen van [medeverdachte] en [verdachte] over zijn gehele lichaam. Ook werd hij bedreigd door beiden dat hij nog meer klappen zou krijgen als hij niet zou betalen.

Aangever heeft verklaard dat hij pijn voelde aan zijn been, dat hij letsel heeft opgelopen in zijn nek toen [verdachte] en [medeverdachte] hem in zijn nek pakten, dat er foto’s zijn gemaakt van dat letsel en dat de foto’s, die de vader van aangever tijdens het verhoor op zijn mobiele telefoon laat zien aan de verbalisanten, via zijn vader zullen worden toegezonden.

Aangever is zowel in als buiten de auto geslagen door [verdachte] en [medeverdachte] . Toen zij bij een bos waren, stapten zij alle drie uit de auto en ging het verder zoals in de auto. In het bos is aangever met zijn eigen riem op zijn been geslagen door [verdachte] .

Toen aangever, [verdachte] en [medeverdachte] in het bos aankwamen, moest aangever zijn iPhone afgeven aan [verdachte] . Het IMEI-nummer van deze telefoon is [IMEI-nummer] . Aangever zag dat [verdachte] die iPhone in zijn broek deed en hoorde dat [verdachte] zei dat die telefoon nu van hem was en dat hij hem zou verkopen.

Aangever heeft voorts verklaard dat hij gisteren, op 11 juni 2016, is gebeld door [verdachte] met de vraag hoe aangever het geld zou regelen en dat ze aanstaande donderdag weer zouden gaan chillen. Aangever weet dat het niet chillen is, maar dat het weer net zo’n avond wordt als vorige week donderdag. Aangever is door [verdachte] en [medeverdachte] thuis afgezet.11

De foto’s van het letsel van aangever aan hals en been zijn bij de aangifte gevoegd.12

De pleegdatum is donderdag 7 juli 2016 tussen 19:45 en 20:00 uur. Op het moment dat de aangifte was afgerond, zag aangever dat hij een whatsappbericht had binnen gekregen van ‘ [bijnaam] ’, de naam waaronder [verdachte] in de telefoon van aangever staat.13 ‘ [bijnaam] ’ vroeg of aangever al vooruitgang had geboekt.14

Op 13 juli 2016 vroeg [verdachte] in een whatsappbericht opnieuw aan aangever of hij vooruitgang had geboekt.15

Op 14 juli 2016 belde [verdachte] met aangever.16

Dit gesprek is getapt en de woordelijke weergave van het gesprek luidt als volgt (rechtbank: K = [verdachte] ; B = [slachtoffer] ):

K: Jo

B: Jo

K: Wat is er?

B: Ja ik heb het niet.

K: Watte?

B: Ik heb het niet ouwe. Die 2200.

K: Ik hoor je niet.

B: Dat ik die 22 niet heb.

K: Oke.

B: Dus ja….

K: Dat was de afspraak niet! Ik zie jou gewoon straks!

B: Ja…ja…. Ik heb het niet. Ik heb geen zin meer… Ik heb niet meer zin daar in ouwe.

K: Nee, hoeft ook niet, gaat ook niet gebeurden, maar ik zie jou wel straks!

B: Ja…maar…

K: Heb je me gehoord of niet! Ik zie jou straks!

B: Maar ik ga niets betalen.

K: Ik zegt tegen jou. Ik zie jou straks. Toch!

B: Ja

K: En dat wat we hebben afgesproken, gaan we ook gewoon doen! Ik zie jou straks! Gaan we wat anders doen. Dan ga je.. Het gebeurd niet wat er gebeurd, want we gaan iets… Ik heb ook al met die andere jongen gepraat. We gaan iets anders doen!

B: Mmmm

K: Ik zie jou gewoon straks ja!

B: ehhh…ja

K: Jo, ik bel jou ja, jo.

B: Jo.17

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij dit telefoongesprek met de aangever heeft gevoerd. Aangever had een schuld aan verdachte. Verdachte accepteerde niet dat aangever hem niet betaalde en was daarover gefrustreerd.18

Uit de door de politie opgevraagde verkeersgegevens van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] blijkt dat deze telefoon op 3 augustus 2016 weer in gebruik werd genomen. In het toestel was een simkaart geplaatst voorzien van een telefoonnummer dat door de politie te koppelen was aan [A] .19 [A] heeft verklaard dat hij de telefoon van [B] had gekregen om hem door te verkopen.20[B] heeft verklaard dat hij voor € 200,00 een telefoon van [medeverdachte] heeft gekocht en dat de bijnaam van [medeverdachte] is.21

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 7 juli 2016 in de avonduren aan het chillen was met twee dames in de auto. De chillplek is aan de Crailoseweg, voorbij het zwembad de Sijsjesberg, waar je op een pad je auto kan parkeren, aldus getuige. Getuige zag op 7 juli 2016 aangever op die chillplek staan, samen met twee andere jongens. Ze stonden naast een auto, volgens de getuige een blauwe Peugeot 206. Die twee andere jongens waren [verdachte] en [medeverdachte] .

Toen getuige daar ging staan om te chillen en aan [verdachte] vroeg hoe het ging, vroegen [verdachte] en [medeverdachte] aan getuige of hij weg wilde gaan. Getuige had ongeveer 30 seconden het zicht op aangever. Aangever had waterige oogjes en stond ongemakkelijk naar getuige te kijken.22

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij een grijsachtig blauwe Peugeot 206 heeft gehad.23

Bewijsoverweging feiten 1 en 2 van parketnummer 16/706553-16

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Naar het oordeel van de rechtbank bevat het strafdossier voldoende (steun)bewijs voor hetgeen in de aangifte is verklaard door aangever. De door medeverdachte [medeverdachte] ter zitting afgelegde verklaring dat hij, de medeverdachte, de telefoon van aangever heeft gekregen omdat hij nog € 100,00 van aangever kreeg, acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen niet geloofwaardig.

Bewijsmiddelen feit van parketnummer 16/659883-17 24

Op 9 augustus 2017, omstreeks 02:00 uur, reden verbalisanten in een opvallend politievoertuig over de Loefzij te Huizen. Zij zagen een personenauto staan en één van de verbalisanten zag de verlichting van de auto aan en uit gaan. In het voertuig zaten drie personen, waaronder [verdachte] .25

De locatie waar de verbalisanten het voertuig geparkeerd zagen staan, betreft een woonwijk.26 Het voertuig stond uit het zicht, onder een boom en geheel in het donker.27 Verbalisanten zagen dat er een drietal personen gebukt in het voertuig zaten.28 De verbalisanten zagen dat de verdachten in het donker gekleed waren.29 In het voertuig, op de vloermat van de bijrijder, troffen verbalisanten de volgende goederen aan: twee koevoeten, een grote platte schroevendraaier, een paar grijze werkhandschoenen en een losse zwarte sok.30

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij die avond de bijrijder was.31

Bewijsoverwegingen feit van parketnummer 16/659883-17

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Verdachte hield zich samen met twee andere personen in het holst van de nacht omstreeks 02:15 uur op in een voertuig in een woonwijk. Uit de plaats en de wijze waarop het voertuig stond opgesteld (uit het zicht, onder een boom en geheel in het donker), de omstandigheid dat verdachten gebukt in het voertuig zaten, de donkere kleding die de verdachten droegen en de gedragingen van verdachten, bestaande uit het proberen weg te rijden en het wegrennen, in onderlinge samenhang bezien, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat zij op dat moment opzettelijk tezamen voorwerpen (twee koevoeten, een grote platte schroevendraaier, een paar grijze werkhandschoenen en een losse zwarte sok) voorhanden hadden die naar hun uiterlijke verschijningsvorm bestemd waren voor het begaan van een misdrijf, te weten een nachtelijke woninginbraak.

De omstandigheid dat verbalisant [verbalisant] op 10 augustus 2017 de inbrekerswerktuigen zag liggen op de achterbank van het voertuig, laat onverlet dat deze inbrekerswerktuigen ten tijde van de inbeslagname van het voertuig op 9 augustus 2017 op de vloermat van de bijrijder lagen.

De door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring dat hij aan het chillen was, dat hij de op vloermat aangetroffen goederen niet heeft gezien en dat hij van schrik is uit de auto is gestapt en weggerend toen de politie er aan kwam, acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen niet geloofwaardig.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

6 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 5. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

parketnummer 16/706591-15

2.

hij op of omstreeks 26 juli 2014 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres] aldaar) heeft weggenomen een computer (merk iMac) en/of een hoeveelheid sieraden en/of een telefoon (merk Blackberry) en/of een contant geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of (vervolgens) inklimming;

parketnummer 16/706553-16

1.

Primair

hij op of omstreeks 07 juli 2016 te Naarden, gemeente Gooise Meren, op of aan de openbare weg, de Huizerweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (iPhone), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben meegenomen naar het bos bij Oud-Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of bij de nek heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer] met een riem op/tegen het been heeft/hebben geslagen;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 juli 2016 tot en met 12 juli 2016 te Huizen en/of Naarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 2200 euro, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto meegenomen naar een bos in de omgeving van Oud Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen geslagen en/of

- die [slachtoffer] met een riem tegen het been heeft geslagen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] thuis afgezet en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] meermalen app-berichten gestuurd waarin (onder meer) wordt gevraagd of die [slachtoffer] het geld al heeft en/of

- die [slachtoffer] een of meer bedreigenden app-berichten gestuurd met (onder meer) de teksten "Wollah ik maak je aff" en/of "Ik ga jou neuken"

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

parketnummer 16/659883-17

hij, op of omstreeks 9 augustus 2017, te Huizen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf, te weten diefstal in vereniging door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf

waarop een een woning staat, opzettelijk een of meer voorwerp(en), te weten een of meer breekijzers en/of een schroevendraaier en/of een of meerdere sokken, bestemd tot het tezamen en in vereniging begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7 De strafbaarheid van de feiten

De verdediging heeft betoogd dat, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen van de onder parketnummer 16/659883-17 tenlastegelegde voorbereiding van een inbraak, ontslag van alle rechtsvervolging van dat feit dient te volgen. Naar de mening van de raadsman ontbreekt een bestanddeel in de tenlastelegging waardoor het strafmaximum zes jaren bedraagt. Hierdoor kan het bewezen verklaarde niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit als bedoeld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht. De raadsman heeft verwezen naar jurisprudentie in een vergelijkbare zaak: ECLI:NL:RBAMS:2016:6891.

De rechtbank is van oordeel dat dit verweer van de verdediging slaagt en overweegt daartoe het volgende. Artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) bepaalt dat de daar opgesomde handelingen strafbaar zijn, als die zijn verricht ter voorbereiding van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten minste acht jaren is gesteld.

Op gekwalificeerde diefstal, zoals bedoeld in artikel 311, eerste lid, Sr, is een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren gesteld. Het tweede lid van artikel 311 Sr bepaalt dat het gestelde strafmaximum wordt verhoogd naar negen jaren, indien de diefstal zoals bedoeld in artikel 311, eerste lid, sub 3, te weten ‘gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd’, ‘in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat’ én ‘door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt’, wordt begaan, in combinatie met de diefstal zoals bedoeld in lid 1, sub 4, te weten door twee of meer verenigde personen, en de diefstal zoals bedoeld in lid 1, sub 5, te weten door braak, verbreking, inklimming of valse sleutels.

In de onderhavige tenlastelegging zijn als strafverzwarende bestanddelen opgenomen ‘gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd’ ‘in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat’, ‘tezamen en in vereniging’ en ‘door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel’. Het derde vereiste van artikel 311, eerste lid, sub 3 Sr, te weten ‘door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt’ is niet in de tenlastelegging opgenomen. Daarmee is de maximumstraf van het ten laste gelegde voorbereidde strafbare feit niet acht jaren maar zes jaren. Aangezien een van de bestanddelen van het kennelijk beoogde delict niet in de tenlastelegging is opgenomen, kan het bewezen verklaarde feit niet gekwalificeerd worden als strafbaar feit als bedoeld in artikel 46 Sr.

De rechtbank acht het onder parketnummer 16/659883-17 bewezen verklaarde feit dan ook niet strafbaar en de rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van dit feit ontslaan van alle rechtsvervolging.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder parketnummer 16/706591-15 bewezen verklaarde feit 2 en de onder parketnummer 16/706552-16 bewezen verklaarde feiten 1 en 2 uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

parketnummer 16/706591-15

2.

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

parketnummer 16/706553-16

1. primair

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen op de openbare weg;

2.

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

8 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 Motivering van de straf

9.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot zes maanden jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie de maatregel van een contactverbod als bedoeld in artikel 38v Sr gevorderd, te weten een verbod voor verdachte om contact op te nemen met [slachtoffer] gedurende twee jaren. Voor het geval verdachte niet aan die maatregel voldoet, dient vervangende hechtenis te worden toegepast voor de duur van twee weken per overtreding. De officier van justitie heeft gevorderd de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

9.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak respectievelijk ontslag van alle rechtsvervolging bepleit en heeft zich niet uitgelaten over de aan verdachte op te leggen sancties in de situatie dat de rechtbank tot het oordeel komt dat wel sprake is van door verdachte gepleegde strafbare feiten

9.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan afpersing en een poging tot afpersing. Verdachte en zijn mededader hebben daarbij niet alleen gedreigd met geweld, maar ook daadwerkelijk geweld gebruikt. Voor het slachtoffer is dat een bijzonder angstige ervaring geweest. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van deze feiten niet kan worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan bij jeugdigen voor een afpersing uit van een maand jeugddetentie. Als strafverzwarend wordt - voor zover hier relevant - aangemerkt: fysiek geweld, letsel, plaats van het delict, georganiseerd karakter van de groep.

Voor een woninginbraak wordt uitgegaan van twee maanden jeugddetentie indien sprake is van een samenwerkingsverband.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 11 januari 2018, waaruit voor zover relevant volgt dat verdachte op 23 maart 2017 door de kinderrechter is veroordeeld voor het plegen van een vernieling tot een werkstraf van 20 uren;

- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 31 januari 2018;

- een rapport van De Jeugd- en Gezinsbeschermers d.d. 23 januari 2018;

- een psychologisch onderzoek van de drs. M.E. Bredero-Ondris d.d. 15 september 2017 (weigerrapportage)

Zowel de Raad voor de Kinderbescherming als De Jeugd- en Gezinsbeschermers hebben zich onthouden van het geven van een strafadvies, omdat verdachte in de aanloop naar de onderhavige zitting is aangehouden vanwege de verdenking van betrokkenheid onder meer bij een woningoverval (parketnummer 16/705988-17). Het in deze nieuwe zaak gelaste dubbel persoonlijkheidsonderzoek is nog niet afgerond. Om die reden kan geen passend strafadvies worden gegeven. Ook de bovengenoemde psycholoog heeft zich onthouden van een strafadvies.

De rechtbank acht gelet op de ernst van de feiten een jeugddetentie voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden en zal deze straf aan verdachte opleggen

Voor het opleggen aan verdachte van een maatregel als bedoeld in artikel 38v ziet de rechtbank geen aanleiding, gelet op het tijdsverloop sedert de onder parketnummer 16/706553-16 bewezen verklaarde feiten en de omstandigheid dat het verzoek van [slachtoffer] tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel onvoldoende is onderbouwd.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [slachtoffer] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder parketnummer 16/706553-16 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 161,00 (honderd en eenenzestig euro), te weten € 150,00 aan immateriële schade en € 11,00 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77gg, 311, en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart het onder 1 van parketnummer 16/706591-15 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het onder parketnummer 16/659883-17 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van dit feit;

- verklaart het onder parketnummer 16/706553-16 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

- verklaart het onder 2 van parketnummer 16/706591-15 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor onder rubriek 7 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 4 maanden;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

benadeelde partij in 16/706553-16 ( [slachtoffer] )

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 161,00;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het resterende gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 161,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door een jeugddetentie voor de duur van 1 dag. De toepassing van deze jeugddetentie heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;

voorlopige hechtenis

- heft op het in 16/659883-17 reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C. van den Boogaard, voorzitter en tevens kinderrechter,

mrs. J.W. Veenendaal en D. Riani el Achhab, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 maart 2018.

De jongste rechter is verhinderd het vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlasteleggingen

parketnummer 16/706591-15

Aan verdachte wordt na wijziging ten laste gelegd:

1.

hij op of omstreeks 09 juni 2015 te Huizen, een goed te weten een personenauto (merk Ford, type Focus, met kenteken [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed

wist, althans redelijkerwijs dien de te vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art. 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 26 juli 2014 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres] aldaar) heeft weggenomen een computer (merk iMac) en/of een hoeveelheid sieraden en/of een telefoon (merk Blackberry) en/of een contant geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door midden van braak en/of verbreking en/of (vervolgens) inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

parketnummer 16/706553-16

Aan verdachte wordt ten laste gelegd:

1.

Primair

hij op of omstreeks 07 juli 2016 te Naarden, gemeente Gooise Meren, op of aan de openbar weg, de Huizerweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (I-phone), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben meegenomen naar het bos bij Oud-Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of bij de nek heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer] met een riem op/tegen het been heeft/hebben geslagen;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 07 juli 2016 te Naarden, gemeente Gooise Meren, op of aan

de openbare weg de Huizerweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een telefoon (merk I-phone), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s);

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben meegenomen naar het bos bij Oud-Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of bij de nek heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer] met een riem op/tegen het been heeft/hebben geslagen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 juli 2016 tot en met 12 juli 2016 te Huizen en/of Naarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 2200 euro, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto meegenomen naar een bos in de omgeving van Oud Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen geslagen en/of

- die [slachtoffer] met een riem tegen het been heeft geslagen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] thuis afgezet en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] meermalen app-berichten gestuurd waarin (onder meer) wordt gevraagd of die [slachtoffer] het geld al heeft en/of

- die [slachtoffer] een of meer bedreigenden app-berichten gestuurd met (onder meer) de teksten "Wollah ik maak je aff" en/of "Ik ga jou neuken"

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

parketnummer 16/659883-17

Aan verdachte wordt ten laste gelegd:

hij, op of omstreeks 9 augustus 2017, te Huizen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf, te weten diefstal in vereniging door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf

waarop een een woning staat, opzettelijk een of meer voorwerp(en), te weten een of meer breekijzers en/of een schroevendraaier en/of een of meerdere sokken, bestemd tot het tezamen en in vereniging begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft/hebben verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft/hebben gehad;

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van genummerd PL0900-2015202495, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1-13, 100-195, 200-219, 1000-1020, 2000-2023 en 3000-3011. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte van 27 juli 2014, pagina 3000-3002, in het bijzonder pagina 3000.

3 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 27 juli 2014, pagina 3003-3005, in het bijzonder pagina 3003.

4 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek van 15 juni 2015, pagina 3007.

5 Rapport Dactyloscopisch Onderzoek van 12 juni 2015, pagina 3008-3011, in het bijzonder pagina 3010.

6 Het proces-verbaal van verhoor van 7 september 2016, nummer PL0900-2014205581-12, met bijlage.

7 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd PL0900-2016214783, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 174. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

8 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 46-49, in het bijzonder pagina 46.

9 Het proces-verbaal van relaas pagina 06.

10 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 46-49, in het bijzonder pagina 46.

11 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 46-49, in het bijzonder pagina 47.

12 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 51 en 52.

13 Het proces-verbaal van bevindingen van 13 juli 2016, pagina 53.

14 Screenshot whatsapp- gesprek van 12 juli 2016, pagina 54.

15 Het proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2016, pagina 56-50, in het bijzonder pagina 58.

16 Het proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2016, pagina 56-59, in het bijzonder pagina 58.

17 Een geschrift, zijnde een uitwerking van een tapgesprek, pagina 61.

18 Het proces-verbaal van de zitting van 20 februari 2018.

19 Het proces-verbaal van bevindingen van 1 februari 2017, pagina 82-83, in het bijzonder pagina 82.

20 Het proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2016, pagina 102.

21 Het proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2016, pagina 103.

22 Het proces-verbaal van bevindingen van 29 december 2016, pagina 104-105, in het bijzonder pagina 104.

23 Het proces-verbaal van verhoor van 26 januari 2017, pagina 141-145, in het bijzonder pagina 145.

24 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van genummerd PL0900-2017243554, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1-105.

25 Het proces-verbaal relaas van 10 augustus 2017, pagina 5-7, in het bijzonder pagina 5.

26 Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2017, pagina 54-57, in het bijzonder pagina 54.

27 Het proces-verbaal van bevindingen van 15 augustus 2017, pagina 70-71, in het bijzonder pagina 70.

28 Het proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2017, pagina 46-48, in het bijzonder pagina 46.

29 Het proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2017, pagina 46-48, in het bijzonder pagina 47.

30 Het proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2017, pagina 46-48, in het bijzonder pagina 48.

31 Het proces-verbaal van de zitting van 20 februari 2018.