Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:826

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
16/659206-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan afpersing en een poging tot afpersing. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 210 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659206-17 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 6 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Jordanië) op [1996] ,

wonende te [woonplaats] , [adres]

(ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij thans woont op het adres

Huizermaatweg 6f te Huizen).

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 februari 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Booij en van hetgeen verdachte en mr. F. Tosun, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 7 juli 2016 te Naarden, samen met een ander, [slachtoffer] heeft afgeperst, dan wel samen met een ander zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld;

2. in de periode 7 juli 2016 tot en met 12 juli 2016 te Huizen en/of Naarden, samen met een ander, heeft geprobeerd [slachtoffer] af te persen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

Daarbij heeft de raadsvrouw - samengevat - betoogd dat aangever zijn telefoon op eigen initiatief vrijwillig heeft afgegeven aan verdachte en dat verdachte die telefoon heeft doorverkocht, dat de aangifte niet wordt ondersteund door enig bewijs en dat er geen letselverklaring is.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feiten 1 en 2 van parketnummer 16/659206-17 1

Op dinsdag 12 juli 2016 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van afpersing. Hij heeft daarbij verklaard dat hij vorige week donderdag bij een hangplek in Huizen was, tussen 19:45 en 20:00 uur. Bij de hangplek kwam hij een auto tegen, een blauwe 5-deurs auto, met [verdachte] achter het stuur. [verdachte] vroeg of aangever in wilde stappen. Aangever is naast [verdachte] gaan zitten. Vervolgens reden zij in de richting van de Oostermeent. Aangever zag twee personen, waaronder [medeverdachte] langs de weg staan. Beide personen stapten in de auto, waarbij [medeverdachte] achter aangever ging zitten. Nadat ze de voor aangever onbekende jongen hadden afgezet, is de auto doorgereden naar een plek bij de hei of het bos in de buurt van Oud-Valkeveen2 te Naarden3. Toen de onbekende jongen naar huis was gebracht, begonnen [verdachte] en [medeverdachte] beiden tegen aangever te zeggen dat hij moest betalen. Het bedrag waar ze het over hadden was € 2.200,00. Aangever moest dat contant betalen.4

Beiden zeiden dat aangever een week de tijd kreeg om het geld bij elkaar te krijgen. Als aangever dat geld niet zou geven dan zou hij klappen krijgen.

Toen aangever in de auto zat, kreeg hij klappen van [verdachte] en [medeverdachte] over zijn gehele lichaam. Ook werd hij bedreigd door beiden dat hij nog meer klappen zou krijgen als hij niet zou betalen.

Aangever heeft verklaard dat hij pijn voelde aan zijn been, dat hij letsel heeft opgelopen in zijn nek toen [medeverdachte] en [verdachte] hem in zijn nek pakten, dat er foto’s zijn gemaakt van dat letsel en dat de foto’s, die de vader van aangever tijdens het verhoor op zijn mobiele telefoon laat zien aan de verbalisanten, via zijn vader zullen worden toegezonden.

Aangever is zowel in als buiten de auto geslagen door [medeverdachte] en [verdachte] . Toen zij bij een bos waren, stapten zij alle drie uit de auto en ging het verder zoals in de auto. In het bos is aangever met zijn eigen riem op zijn been geslagen door [medeverdachte] .

Toen aangever, [medeverdachte] en [verdachte] in het bos aankwamen, moest aangever zijn iPhone afgeven aan [medeverdachte] . Het IMEI-nummer van deze telefoon is [IMEI-nummer] . Aangever zag dat [medeverdachte] die iPhone in zijn broek deed en hoorde dat [medeverdachte] zei dat die telefoon nu van hem was en dat hij hem zou verkopen.

Aangever heeft voorts verklaard dat hij gisteren, op 11 juni 2016, is gebeld door [medeverdachte] met de vraag hoe aangever het geld zou regelen en dat ze aanstaande donderdag weer zouden gaan chillen. Aangever weet dat het niet chillen is, maar dat het weer net zo’n avond wordt als vorige week donderdag. Aangever is door [medeverdachte] en [verdachte] thuis afgezet.5

De foto’s van het letsel van aangeveraan hals en been zijn bij de aangifte gevoegd.6

De pleegdatum is donderdag 7 juli 2016 tussen 19:45 en 20:00 uur. Op het moment dat de aangifte was afgerond, zag aangever dat hij een whatsappbericht had binnen gekregen van ‘ [bijnaam] ’, de naam waaronder [medeverdachte] in de telefoon van aangever staat.7 ‘ [bijnaam] ’ vroeg of aangever al vooruitgang had geboekt.8

Op 13 juli 2016 vroeg [medeverdachte] in een whatsappbericht opnieuw aan aangever of hij vooruitgang had geboekt.9

Op 14 juli 2016 belde [medeverdachte] met aangever.10

Dit gesprek is getapt en de woordelijke weergave van het gesprek luidt als volgt (rechtbank: K = [medeverdachte] ; B = [slachtoffer] ):

K: Jo

B: Jo

K: Wat is er?

B: Ja ik heb het niet.

K: Watte?

B: Ik heb het niet ouwe. Die 2200.

K: Ik hoor je niet.

B: Dat ik die 22 niet heb.

K: Oke.

B: Dus ja….

K: Dat was de afspraak niet! Ik zie jou gewoon straks!

B: Ja…ja…. Ik heb het niet. Ik heb geen zin meer… Ik heb niet meer zin daar in ouwe.

K: Nee, hoeft ook niet, gaat ook niet gebeurden, maar ik zie jou wel straks!

B: Ja…maar…

K: Heb je me gehoord of niet! Ik zie jou straks!

B: Maar ik ga niets betalen.

K: Ik zegt tegen jou. Ik zie jou straks. Toch!

B: Ja

K: En dat wat we hebben afgesproken, gaan we ook gewoon doen! Ik zie jou straks! Gaan we wat anders doen. Dan ga je.. Het gebeurd niet wat er gebeurd, want we gaan iets… Ik heb ook al met die andere jongen gepraat. We gaan iets anders doen!

B: Mmmm

K: Ik zie jou gewoon straks ja!

B: ehhh…ja

K: Jo, ik bel jou ja, jo.

B: Jo.11

Uit de door de politie opgevraagde verkeersgegevens van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] blijkt dat deze telefoon op 3 augustus 2016 weer in gebruik werd genomen. In het toestel was een simkaart geplaatst voorzien van een telefoonnummer dat door de politie te koppelen was aan [A] .12

[A] heeft verklaard dat hij de telefoon van [B] had gekregen om hem door te verkopen.13[B] heeft verklaard dat hij voor € 200,00 een telefoon van [verdachte] heeft gekocht en dat de bijnaam van [verdachte] is.14

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 7 juli 2016 in de avonduren aan het chillen was met twee dames in de auto. De chillplek is aan de Crailoseweg, voorbij het zwembad de Sijsjesberg, waar je op een pad je auto kan parkeren, aldus getuige. Getuige zag op 7 juli 2016 aangever op die chillplek staan, samen met twee andere jongens. Ze stonden naast een auto, volgens de getuige een blauwe Peugeot 206. Die twee andere jongens waren [medeverdachte] en [verdachte] .

Toen getuige daar ging staan om te chillen en aan [medeverdachte] vroeg hoe het ging, vroegen [medeverdachte] en [verdachte] aan getuige of hij weg wilde gaan. Getuige had ongeveer 30 seconden het zicht op aangever. Aangever had waterige oogjes en stond ongemakkelijk naar getuige te kijken.15

[verdachte] heeft verklaard dat hij een grijsachtig blauwe Peugeot 206 heeft gehad.16

Bewijsoverweging feiten 1 en 2

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Naar het oordeel van de rechtbank bevat het strafdossier voldoende (steun)bewijs voor hetgeen in de aangifte is verklaard door aangever. De door verdachte ter zitting afgelegde verklaring dat hij altijd bevriend is geweest met de aangever, dat hij de telefoon van aangever heeft gekregen omdat hij nog € 100,00 van aangever kreeg, acht de rechtbank in het licht van de bewijsmiddelen niet geloofwaardig.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

parketnummer 16/559306-17

1.

Primair

hij op of omstreeks 07 juli 2016 te Naarden, gemeente Gooise Meren, op of aan de openbare weg, de Huizerweg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (iPhone), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben meegenomen naar het bos bij Oud-Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of bij de nek heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer] met een riem op/tegen het been heeft/hebben geslagen;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 juli 2016 tot en met 12 juli 2016 te Huizen en/of Naarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 2200 euro, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto meegenomen naar een bos in de omgeving van Oud Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen geslagen en/of

- die [slachtoffer] met een riem tegen het been heeft geslagen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] thuis afgezet en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] meermalen app-berichten gestuurd waarin (onder meer) wordt gevraagd of die [slachtoffer] het geld al heeft en/of

- die [slachtoffer] een of meer bedreigenden app-berichten gestuurd met (onder meer) de teksten "Wollah ik maak je aff" en/of "Ik ga jou neuken"

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1. primair

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen op de openbare weg;

2.

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie de maatregel van een contactverbod als bedoeld in artikel 38v Sr gevorderd, te weten een verbod voor verdachte om contact op te nemen met [slachtoffer] gedurende twee jaren. Voor het geval verdachte niet aan die maatregel voldoet, dient vervangende hechtenis te worden toegepast voor de duur van twee weken per overtreding.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen dan acht de raadsvrouw een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, passend. Daarnaast acht de raadsvrouw in dat geval een taakstraf van 240 uren passend.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan afpersing en een poging tot afpersing. Verdachte en zijn mededader hebben daarbij niet alleen gedreigd met geweld, maar ook daadwerkelijk geweld gebruikt. Voor het slachtoffer is dat een bijzonder angstige ervaring geweest.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan bij volwassenen voor een afpersing uit van zes maanden gevangenisstraf.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 11 januari 2018, waaruit

volgt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de door de raadsvrouw ter terechtzitting

overgelegde e-mail van het WMO-loket van 20 februari 2018, waaruit blijkt dat verdachte bezig is met het volgen van een opleiding, dat hij een eigen woning heeft en dat hij binnenkort kan starten in een traject voor schuldhulpverlening.

De rechtbank acht gelet op de ernst van de feiten, het tijdsverloop en voornoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden, . Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 210 uren passend en geboden. De rechtbank zal deze straffen dan ook aan verdachte opleggen.

Voor het opleggen aan verdachte van een maatregel als bedoeld in artikel 38v ziet de rechtbank geen aanleiding, gelet op het tijdsverloop sedert de onder parketnummer 16/659206-17 bewezen verklaarde feiten en de omstandigheid dat het verzoek van [slachtoffer] tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel onvoldoende is onderbouwd.

9 BENADEELDE PARTIJ

De behandeling van de vordering van [slachtoffer] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder parketnummer 16/659206-17 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 161,00 (honderd en eenenzestig euro), te weten € 150,00 aan immateriële schade en € 11,00 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Behandeling van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen , 22c, 22d, 24c, 36f, 45, 57, 311, en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan

vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is

vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 210 uren met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 105 dagen;

benadeelde partij ( [slachtoffer] )

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 161,00;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het resterende gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 161,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door een vervangende hechtenis voor de duur van 3 dagen. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;

- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Riani el Achhab, voorzitter, mrs. A.C. van den Boogaard en J.W. Veenendaal, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 maart 2018.

De voorzitter is verhinderd het vonnis mee te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 07 juli 2016 te Naarden, gemeente Gooise Meren, op of aan

de openbare weg de Huizerweg, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer]

heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (merk I-phone), in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben meegenomen naar het bos bij

Oud-Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen

krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of bij de nek

heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer] met een riem op/tegen het been heeft/hebben geslagen;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 07 juli 2016 te Naarden, gemeente Gooise Meren, op of aan

de openbare weg, de Huizerweg, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een telefoon (merk I-phone), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging

met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad

aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s);

- die [slachtoffer] in een auto heeft/hebben meegenomen naar het bos bij

Oud-Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen

krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen heeft/hebben geslagen en/of bij de nek

heeft/hebben gepakt en/of

- die [slachtoffer] met een riem op/tegen het been heeft/hebben geslagen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 juli 2016

tot en met 12 juli 2016 te Huizen en/of Naarden, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer]

te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 2200 euro, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt

heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van)

zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] in een auto meegenomen naar een bos in de omgeving van Oud

Valkeveen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij moest betalen anders zou hij klappen

krijgen en/of

- die [slachtoffer] een of meermalen geslagen en/of

- die [slachtoffer] met een riem tegen het been heeft geslagen en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] thuis afgezet en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] meermalen app-berichten gestuurd waarin (onder meer) wordt

gevraagd of die [slachtoffer] het geld al heeft en/of

- die [slachtoffer] een of meer bedreigenden app-berichten gestuurd met (onder

meer) de teksten "Wollah ik maak je aff" en/of "Ik ga jou neuken"

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd PL0900-2016214783, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 174. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 46-49, in het bijzonder pagina 46.

3 Het proces-verbaal van relaas pagina 06.

4 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 46-49, in het bijzonder pagina 46.

5 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 46-49, in het bijzonder pagina 47.

6 Bijlage bij het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pagina 51 en 52.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van 13 juli 2016, pagina 53.

8 Screenshot whatsapp- gesprek van 12 juli 2016, pagina 54.

9 Het proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2016, pagina 56-50, in het bijzonder pagina 58.

10 Het proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2016, pagina 56-59, in het bijzonder pagina 58.

11 Een geschrift, zijnde een uitwerking van een tapgesprek, pagina 61.

12 Het proces-verbaal van bevindingen van 1 februari 2017, pagina 82-83, in het bijzonder pagina 82.

13 Het proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2016, pagina 102.

14 Het proces-verbaal van bevindingen van 15 december 2016, pagina 103.

15 Het proces-verbaal van bevindingen van 29 december 2016, pagina 104-105, in het bijzonder pagina 104.

16 Het proces-verbaal van verhoor van 26 januari 2017, pagina 141-145, in het bijzonder pagina 145.