Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:805

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
07-03-2018
Zaaknummer
C/16/454301 / JE RK 18-238, C/16/454304 / JE RK 18-239, C/16/454473 / JE RK 18-250
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Door lange wachtlijsten kon hulpverlening niet worden gerealiseerd en is de minderjarige weer thuis geplaatst met alle gevolgen van dien. Het is van groot belang is dat de minderjarige zo snel mogelijk de hulp krijgt die ze al zo lang nodig heeft en waarvoor ze ook gemotiveerd is. Wel is het helaas onvermijdelijk dat zij ten behoeve van haar veiligheid gesloten geplaatst blijft, in afwachting van de mogelijkheid doorgeplaatst te worden naar een behandelsetting.

De kinderrechter acht het betreurenswaardig dat het te lang heeft geduurd vooraleer de minderjarige de gewenste hulp krijgt en spreekt de hoop uit dat zij zo snel mogelijk kan starten met behandeling en effectieve therapie zodat zij aan haar problemen kan werken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

Zaakgegevens: C/16/454301 / JE RK 18-238, C/16/454304 / JE RK 18-239 en C/16/454473 / JE RK 18-250

datum uitspraak: 14 februari 2018

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp en machtiging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Utrecht.

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [2000] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[A] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[B] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] .

Het verdere procesverloop

Het blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 5 februari 2018;

  • -

    de verklaring d.d. 31 januari 2018 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

  • -

    de instemmende verklaring d.d. 8 februari 2018 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 14 februari 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- de minderjarige [voornaam van minderjarige] , bijgestaan door mr. M. Haverkort,

- de moeder,

- de vader,

- mw. [C] , namens de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam van minderjarige] verblijft bij [naam instelling 1] , [locatie X] te [woonplaats] .

Bij beschikking van 19 mei 2017 is [voornaam van minderjarige] onder toezicht gesteld tot 19 mei 2018.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 5 februari 2018 een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken, te weten tot 19 februari 2018 en de beslissing voor het overige aangehouden.

De verzoeken

Op 31 januari 2018 heeft de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] verzocht in een accommodatie jeugdhulpaanbieder en wel voor de duur van de ondertoezichtstelling. Van dezelfde datum is een verzoek van de GI tot verlening van een machtiging gesloten jeugdhulp en wel voor de duur van de ondertoezichtstelling. Op 6 februari 2018 is om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verzocht met aansluitend een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Ter zitting heeft de GI de verzoeken toegelicht in die zin dat, aansluitend aan de reeds verleende spoedmachtiging, verzocht wordt om een (traject)machtiging voor gesloten jeugdhulp en (aansluitend) voor uithuisplaatsing in een niet gesloten (behandel)instelling.


De GI heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [voornaam van minderjarige] na een gesloten plaatsing thuis is gekomen omdat behandeling niet heeft kunnen starten vanwege de wachtlijsten.
In de thuissituatie kon, wederom vanwege de wachtlijst, ambulante begeleiding van gezinsfact niet tijdig starten waardoor men [voornaam van minderjarige] uiteindelijk met een spoedmachtiging op [locatie X] heeft moeten plaatsen. Het is de bedoeling dat [voornaam van minderjarige] zodra er plek is vanuit de huidige gesloten setting kan worden geplaatst bij [naam instelling 2] of ‘ [naam instelling 3] ’ in Spanje, dan wel, indien nodig, op een andere locatie.

Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens [voornaam van minderjarige] is aangevoerd dat zij zo snel mogelijk behandeld wil worden. Ze loopt nu letterlijk weg voor haar emoties en problemen en komt daardoor in situaties met nog meer problemen terecht. Vanuit een gesloten setting is het weliswaar moeilijker om weg te lopen maar wordt de kern van haar problemen nog niet aangepakt. Behandeling had al lang gestart moeten zijn.

De ouders zijn erg verbaasd over de gang van zaken en zijn het niet eens met de manier waarop het is gegaan. Een jaar geleden hadden ze immers al dezelfde hulpvraag.

Ze hebben het afgelopen jaar dan ook als zwaar ervaren. [voornaam van minderjarige] geeft al langer aan dat ze geholpen wil worden, maar hulpverlening is steeds niet van de grond gekomen. Nu zitten ze weer in hetzelfde traject. Het is dan misschien nodig dat [voornaam van minderjarige] weer gesloten wordt geplaatst, maar dat kan niet zo blijven doorgaan. [voornaam van minderjarige] moet de hulp krijgen die ze nodig heeft.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter overweegt het volgende. [voornaam van minderjarige] verbleef tot 2 oktober 2017 in de gesloten instelling [locatie X] . Toen de aansluitende opname en behandeling bij [naam instelling 4] , [locatie Y] , die aanvankelijk gepland was, door de lange wachttijd niet kon worden gerealiseerd, is [voornaam van minderjarige] terug thuis geplaatst. Daar zijn na verloop van tijd [naam instelling 5] ‘ [......] ’ en [naam instelling 1] [......] gestart. Deze ambulante begeleiding ging echter ten gevolge van de wachtlijst pas twee maanden na haar thuisplaatsing van start. Tot januari 2018 leek de opvoedsituatie daarmee voldoende veilig. [voornaam van minderjarige] pakte de dagelijkse structuur goed op, ging naar school en hield zich aan de afspraken. Wel bleef de hulpvraag om traumatische gebeurtenissen te kunnen verwerken bestaan. Van belang was dat emotie-regulatietherapie zou starten tegelijk met psycho-educatie en EMDR, hulp waarvan al langer duidelijk was dat die nodig was, maar steeds maar niet van de grond was gekomen. Het ging vervolgens steeds slechter met [voornaam van minderjarige] en ouders hadden moeite om haar binnen de structuur te houden. Dit heeft geleid tot diverse incidenten, vermissingen en suïcidale uitingen van [voornaam van minderjarige] . Nadat [voornaam van minderjarige] wederom vermist was, is ze op 5 februari 2017 teruggevonden en met een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp opnieuw geplaatst op [locatie X] .

Uit het bovenstaande blijkt, dat het van groot belang is dat [voornaam van minderjarige] thans zo snel mogelijk de hulp krijgt die ze al zo lang nodig heeft en waarvoor ze ook gemotiveerd is. Wel is het helaas onvermijdelijk dat zij ten behoeve van haar veiligheid thans nog gesloten geplaatst blijft, in afwachting van de mogelijkheid doorgeplaatst te worden naar een behandelsetting. De kinderrechter zal daarom een (traject)machtiging verlenen om [voornaam van minderjarige] te plaatsen binnen de gesloten jeugdhulp en om haar vervolgens door te plaatsen naar een open behandelsetting, een en ander met ingang van heden voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De kinderrechter acht het betreurenswaardig dat het te lang heeft geduurd vooraleer [voornaam van minderjarige] de gewenste hulp krijgt en spreekt de hoop uit dat [voornaam van minderjarige] zo snel mogelijk kan starten met behandeling en effectieve therapie zodat zij aan haar problemen kan werken.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een (traject)machtiging gesloten jeugdhulp en aansluitend een machtiging voor plaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor een open behandelsetting, met ingang van 14 februari 2018 voor de duur van de ondertoezichtstelling;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J.G. van Osta kinderrechter, in tegenwoordigheid van

R. van Eckeveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden