Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:755

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-02-2018
Datum publicatie
02-03-2018
Zaaknummer
6520479 UC VERZ 17-15530 mc/936
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om minder te gaan werken, welk verzoek er feitelijk op neerkomt dat werknemer alleen nog als OR-lid actief zal zijn. OR-werk behoort tot de normale werkzaamheden van de werknemer in de onderneming. Geen zwaarwichtige redenen om te oordelen dat de werknemer (ook) haar werk als klantadviseur moet blijven verrichten gedurende een aantal uren in de week. Het verzoek wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0287
Prg. 2018/99
JAR 2018/80
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6520479 UC VERZ 17-15530 mc/936

Vonnis van 28 februari 2018

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoekster] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. J.C. Noordenbos,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Webhelp Nederland B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

verder ook te noemen Webhelp,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. W.H.N.C. van Beek.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift ex artikel 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

  • -

    het standpunt van Webhelp van 21 december 2017

  • -

    de nadere reactie van [verzoekster] van 28 december 2017

  • -

    de nadere reactie van Webhelp van 18 januari 2018

  • -

    de aantekeningen van het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling.

1.2.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

Webhelp is onderdeel van de Webhelp Group, een Frans bedrijf met vestigingen over de hele wereld en ruim 35.000 medewerkers. Bij Webhelp werken ruim 3.500 medewerkers op zes locaties. Op deze locaties heeft Webhelp klant contact centra. De klantadviseurs van Webhelp onderhouden het contact tussen grote bekende A-merken en hun klanten. Dit klant-contact kan zien op verkoop, klantenservice, klantenbehoud en technische helpdesks.

2.2.

[verzoekster] is sinds 20 september 2000 voor 24 uur per week in dienst bij Webhelp als klantadviseur helpdesk. Zij werkt daarbij voor de klant Staatsloterij en staat consumenten te woord die vragen hebben over de Staatsloterij.

Sinds 2006 is [verzoekster] lid van de ondernemingsraad (verder: OR) en vanaf 2012 is zij secre-taris van de OR. De OR van Webhelp bestaat uit 15 leden. Als lid van het dagelijks bestuur van de OR is [verzoekster] gedurende 16 uur per week vrijgesteld voor haar werk als klantadviseur helpdesk.

2.3.

Op 13 juli 2017 heeft [verzoekster] aan Webhelp verzocht om haar huidige arbeidsover-eenkomst aan te passen onder gebruikmaking van de mogelijkheden die de Wet Flexibel Werken hierin biedt. [verzoekster] heeft hierbij verzocht om vanaf 1 oktober 2017 haar huidige aantal uren met 8 uren terug te brengen naar een werkweek van 16 uren.

2.4.

Bij brief van 24 augustus 2017 heeft [A] , Client Director bij Webhelp, het volgende aan [verzoekster] meegedeeld:

“Op dit moment heb je een arbeidsovereenkomst voor 24 uren per week in de functie van Klantadviseur. Je verricht OR-taken voor 16 uur per week. We kunnen jouw verzoek om het aantal uren te verminderen, niet toestaan omdat je op dit moment feitelijk acht uur per week de functie van Klantadviseur uitoefent. Wanneer dit aangepast zal worden naar nul uur per week kun je je functie niet meer uitoefenen en dit zien wij als zwaarwegend belang om jouw verzoek niet toe te staan.

Je hebt tijdens ons overleg als voornaamste reden voor jouw verzoek aangegeven dat je in de

acht uur dat je werkzaam bent als Klantadviseur soms onvoldoende de ontwikkelingen van het klantteam (met de wijzingen bij de diverse kansspelen) bij kan houden (dit is overigens ook de reden dat het klantteam in beginsel werkt met minimale taakvervulling voor 20 uren per week) Dit geeft je onrust en dit is één van de redenen om die acht uren te laten vervallen.

Om hier gehoor aan te geven zal je vanaf heden enkel nog de telefoongesprekken en e-mails van Staatsloterij behandelen. De overige kansspelen zullen niet door jou hoeven te worden

behandeld, maar door je collega’s. Wij hopen dat je door deze aanpassing de ontwikkelingen op één kansspel beter kan bijhouden, wat meer rust kan brengen in de taakvervulling en zo een succesvolle voortzetting voor Webhelp en jou.

Om te beoordelen of bovenstaande in de praktijk goed voor jou uitpakt, zullen we over drie

maanden een evaluatie houden met jou, ondergetekende en [B] , HR Con-sultant.

Indien er in de toekomst een situatie zou ontstaan dat de OR taken voor jou wegvallen, dan

zullen we jou ondersteunen om de ontwikkelingen op de overige kansspelen weer bij te brengen zodat je alle kansspelen kan behandelen.”

2.5.

Het tegen deze beslissing ingediende bezwaarschrift is op 8 september 2017 onge-grond verklaard. Hierin heeft de Algemene Beroeps- en bezwaarcommissie onder meer vermeld dat het volgens haar niet de bedoeling / intentie is dat OR-leden zich beperken tot 100% OR-werkzaamheden en dat het altijd de bedoeling zou moeten zijn om in de eigenlijke werkzaamheden werkzaam te blijven, om daarmee affiniteit te behouden met de werkzaam-heden die binnen het bedrijf worden verricht. Ook kan zo een verbinding met de achterban worden gehouden. Ten slotte is in deze beslissing vermeld dat deze aanvraag van [verzoekster] wel gehonoreerd kan worden indien zij besluit om minder uren voor de OR te gaan werken, bijvoorbeeld door niet langer in het dagelijks bestuur van de OR zitting te nemen, waardoor zij nog 8 uur per week werkzaam zal zijn voor de OR en 8 uur per week in haar werk als klantadviseur.

2.6.

Bij brief van 20 oktober 2017 heeft de gemachtigde van [verzoekster] nogmaals aan Web-help verzocht om [verzoekster] toe te staan om 16 uren per week werkzaam te zijn. Daarbij heeft de gemachtigde van [verzoekster] gesteld dat van de zijde van Webhelp geen goede onderbouwing is gegeven voor de stelling dat er een zwaarwegend bedrijfsbelang voor Webhelp is om het verzoek af te wijzen.

2.7.

Bij brief van 30 oktober 2017 heeft de gemachtigde van Webhelp het standpunt van Webhelp herhaald.

2.8.

Bij brief van 29 november 2017 hebben partijen onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 96 Rv aan mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter bij de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verzocht om deze zaak te behandelen en te beslissen.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter om:

I. te beslissen dat de wekelijkse arbeidsduur van [verzoekster] met ingang van 1 oktober 2017, dan wel een in goede justitie te bepalen datum, 16 uur per week bedraagt;

II. op grond van artikel 18 lid 4 BW [bedoeld zal zijn: van de Wet op de Onderne-mingsraden (verder: WOR)] te bepalen dat Webhelp gevolg dient te geven aan het bepaalde in artikel 18 lid 1 van de WOR in die zin dat zij in de gelegenheid wordt gesteld voor 16 uur per week werkzaamheden te verrichten als secretaris voor de OR, voor zolang zij lid is van het dagelijks bestuur van de OR.

3.2.

Aan dit verzoek heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat het voor haar de laatste tijd lastig is om voor maar 8 uur per week als klantadviseur te werken. Zij kan hierdoor niet lek-ker in haar werk komen en blijven, waardoor het ook steeds lastiger wordt om haar targets te halen. Hierbij is voorts van belang dat [verzoekster] van 9 mei 2016 tot en met 28 juli 2016 en van 12 oktober 2016 tot en met 2 juni 2017 arbeidsongeschikt is geweest door privé omstandig-heden en een burn out. Aangezien voor het werk als klantadviseur geen specifiek kennis- en opleidingsniveau is vereist, is het volgens [verzoekster] niet nodig om een minimaal aantal uren in haar eigen werk te blijven functioneren. In het geval dat [verzoekster] niet wordt herkozen in de OR kan zij zonder een noemenswaardige inwerkperiode weer voor 16 uur aan de slag als klantadviseur. Naar de mening van [verzoekster] is er geen zwaarwegend bedrijfsbelang om het verzoek af te wijzen. Hierbij heeft zij er ten slotte nog op gewezen dat de vorige voorzitter van de OR voor haar volledige arbeidsduur was vrijgesteld voor de overeengekomen werk-zaamheden.

3.3.

Webhelp heeft gemotiveerd verweer gevoerd, met als conclusie dat het verzoek van [verzoekster] afgewezen moet worden.

3.4.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt voorop dat de sinds 1 januari 2016 geldende Wet flexibel wer-ken (verder: Wfw) in artikel 2 bepaalt dat de werknemer de werkgever kan verzoeken om aanpassing voor al dan niet wisselende perioden en met al dan niet verschillende omvang van de uit zijn arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling voortvloeiende arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd, indien de werknemer ten minste 26 weken voorafgaand aan het be-oogde tijdstip van ingang van die aanpassing in dienst is bij die werkgever, behoudens on-voorziene omstandigheden. Ingevolge artikel 2 lid 4 Wfw pleegt de werkgever overleg met de werknemer over diens verzoek. Ingevolge artikel 2 lid 5 Wfw willigt de werkgever het verzoek van de werknemer om aanpassing van de arbeidsduur of de werktijd in, voor zover het betreft tijdstip van ingang en de omvang van de aanpassing, tenzij zwaarwegende be-drijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. De werkgever overweegt het verzoek van de werknemer om aanpassing van de arbeidsplaats en pleegt overleg met de werknemer in-dien hij het verzoek afwijst, zo bepaalt lid 6. Ingevolge artikel 2 lid 9 Wfw is bij verminde-ring van de arbeidsduur in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermindering leidt tot ernstige problemen:

a. voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren;

b. op het gebied van de veiligheid, of

c. van roostertechnische aard.

4.2.

Uitgangspunt is verder dat artikel 18 van de WOR bepaalt dat de ondernemer ver-plicht is de leden van de ondernemingsraad en de leden van de commissies van die raad, gedurende een door de ondernemer en de ondernemingsraad gezamenlijk vast te stellen aantal uren per jaar, in werktijd en met behoud van loon dan wel bezoldiging de gelegenheid te bieden voor onderling beraad en overleg met andere personen over aangelegenheden waarbij zij in de uitoefening van hun taak zijn betrokken, alsmede voor kennisneming van de arbeidsomstandigheden in de onderneming.

4.3.

De kantonrechter wijst er in de eerste plaats op dat Webhelp in haar aanvulling (op het gezamenlijk verzoek) van 21 december 2017 weliswaar stelt dat binnen het klantteam Nederlandse Loterijen Organisatie - waar ook de Staatsloterij onder valt - wordt uitgegaan van een minimale arbeidsduur van 20 uur per week, maar dat zij voor [verzoekster] vanwege haar specifieke omstandigheden een uitzondering wil maken. Deze uitzondering houdt in dat [verzoekster] gedurende 16 uur per week mag gaan werken, maar dat zij daarbij in ieder geval gedu-rende 8 uur per week als klantadviseur helpdesk werkzaam moet zijn, om daarmee haar vaardigheden op de diverse onderdelen van het werk te onderhouden. Verder is nog een tweede uitzondering toegelaten, te weten dat [verzoekster] alleen op de werkstroom Staatsloterij wordt ingezet.

4.4.

Verder is niet in geding dat de secretaris van de OR bij Webhelp een vrijstelling van 16 uur per week geniet voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de OR.

4.5.

Webhelp heeft vervolgens gesteld dat het verzoek van [verzoekster] voor vermindering van haar arbeidstijd van 24 uur naar 16 uur per week kan en moet worden afgewezen omdat een werknemer die slechts 16 uur per week voor de OR werkt en daarnaast niet meer werk-zaam is in haar eigenlijke werkzaamheden van klantadviseur helpdesk, niet langer de ge-wenste verbinding met de onderneming heeft. Webhelp heeft een zwaarwegend bedrijfsbe-lang dat [verzoekster] blijft werken in de bedongen arbeid, aangezien Webhelp een hoge kwaliteit van dienstverlening dient te garanderen en de ontwikkelingen in deze branche snel gaan. Gelet hierop moeten de medewerkers hun kennis en ervaring bijhouden. Daarnaast dient de klantadviseur te beschikken over voldoende werktijd voor het ontvangen van coaching en het voeren van bilaterale gesprekken, die nodig zijn om het werk goed te kunnen doen. Ten slotte dient een versnippering van de werkzaamheden tegengegaan te worden. Webhelp heeft hierbij voorgesteld dat [verzoekster] nog gedurende 8 uur per week OR-werkzaamheden zal ver-richten.

4.6.

De kantonrechter verwerpt deze stelling en overweegt daartoe als volgt. Anders dan Webhelp heeft aangevoerd, behoort het werk dat [verzoekster] voor de OR verricht tot haar bedon-gen arbeid. Dat het OR-werk behoort tot de “normale werkzaamheden van de werknemer in de onderneming” blijkt ook uit het standpunt van de minister in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de Wet medezeggenschap werknemers over voorzieningen van de OR en de arbeidstijd (Kamerstukken II 2004/2005, 29 818, nr. 3, pagina 32). Gelet hierop bestaat er geen aanleiding om een onderscheid aan te brengen tussen de werkzaamheden die [verzoekster] als klantadviseur helpdesk verricht en haar werkzaamheden als secretaris van de OR. Dit leidt er tevens toe dat de stelling van Webhelp als zou de situatie kunnen ontstaan dat [verzoekster] niet langer in de onderneming werkzaam is, waarbij Webhelp heeft verwezen naar het bepaalde in artikel 12 lid 3 WOR, niet juist is.

4.7.

De stelling van Webhelp dat zij er een zwaarwichtig belang bij heeft dat een OR-lid, ten einde het OR-werk goed te kunnen doen, voeling moet houden met het reguliere werk (“de bedongen arbeid”) in de onderneming, wordt eveneens door de kantonrechter verwor-pen. Het komt in de ondernemingsraadspraktijk regelmatig voor dat bepaalde OR-leden niet alleen lid zijn van de OR, maar ook van de GOR en/of de COR. Bijgevolg besteden zulke OR-leden een groot deel van hun werkweek, zo niet de volledige werkweek, aan OR-werk. Uit de Duitse ondernemingsraadspraktijk blijkt dat dit regelmatig tot problemen kan leiden (de problematiek van de “Betriebsbaronen”, J. Cremers & M. Top, OR-faciliteiten bij de buren, GBIO-Katernen, 2003, Reed Business Information B.V., Den Haag, p. 19), maar gelet op de door beide partijen aangevoerde feiten en omstandigheden ziet de kantonrechter in het onderhavige geval geen zwaarwichtige redenen voor Webhelp om het verzoek van [verzoekster] af te wijzen. Van de aldaar genoemde problematiek is in casu niet gebleken. Mede gelet op de verklaring van [verzoekster] ter zitting dat zij vanwege haar lange staat van dienst voldoende voe-ling heeft met de onderneming, kan de kantonrechter begrip opbrengen voor het standpunt van [verzoekster] dat het wellicht beter voor Webhelp én voor haar is om uitsluitend OR-werk-zaamheden te verrichten. Voor dit standpunt vindt de kantonrechter steun in de onweerspro-ken verklaring ter zitting dat het (eventueel) weer inwerken van [verzoekster] in haar werk als klantadviseur helpdesk relatief snel kan gebeuren. Naar het oordeel van de kantonrechter zal er hierbij ook sprake zijn van minder versnippering, waarvan Webhelp heeft verklaard dat een versnippering van de werkzaamheden niet gewenst is.

4.8.

Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter het verzoek van [verzoekster] toewijzen. Aangezien de verzochte datum van 1 oktober 2017 inmiddels is verstreken, zal de kanton-rechter de datum 1 april 2018 aanhouden.

4.9.

Webhelp zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 600,00 aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

beslist dat de wekelijkse arbeidsduur van [verzoekster] vanaf 1 april 2018 16 uur per week bedraagt;

5.2.

bepaalt dat [verzoekster] in de gelegenheid wordt gesteld voor 16 uur per week werkzaam-heden te verrichten als secretaris voor de OR, voor zolang zij lid is van het dagelijks bestuur van de OR;

5.3.

veroordeelt Webhelp tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoekster] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 600,00 aan salaris gemachtigde;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van

mr. M.E. Companjen als griffier in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2018.