Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:6617

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
04-02-2019
Zaaknummer
C/16/443904 / HA ZA 17-630
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot schadevergoeding vanwege gemist gebruiksgenot van een jacuzzi.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/443904 / HA ZA 17-630

Vonnis van 8 augustus 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. M.J. Seijbel te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. P.W.M. Duurland te Amersfoort.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

  • -

    de akte van [eiser] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

Waar gaat het om?

2.1.

In april 2006 heeft [eiser] bij [gedaagde] een jacuzzi gekocht voor € 14.500,- inclusief btw. Een onderdeel daarvan (de “moto massage jets”) functioneerde vanaf het begin niet naar behoren. Ze gingen niet op en neer. [eiser] is op 25 september 2013 een rechtszaak begonnen, waarin hij ontbinding van de koopovereenkomst eiste, of anders herstel van dat onderdeel. Die rechtszaak is geëindigd met een schikking (verder: vaststellingsovereenkomst) van 25 maart 2014, die er kort gezegd op neerkwam dat [gedaagde] tot reparatie zou overgaan bij [eiser] waar de jacuzzi toen stond. Als dat niet zou lukken zou [gedaagde] de jacuzzi meenemen naar de importeur in België om de reparatie daar te laten plaatsvinden.

2.2.

Toen het herstel ter plaatse niet lukte en [gedaagde] de jacuzzi vervolgens niet ophaalde ter reparatie, is vanaf 11 februari 2015 een tweede rechtszaak tussen partijen gevoerd, met als inzet ontbinding van de koopovereenkomst, of anders uitvoering van de vaststellingsovereenkomst (herstel bij de importeur). Deze tweede rechtszaak is geëindigd met een vonnis van 6 april 2016. Daarin is de tekortkoming van [gedaagde] bij de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst niet zwaarwegend genoeg bevonden om de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst te rechtvaardigen. De vaststellingsovereenkomst bestond dus nog en daarom kon de eis tot ontbinding van de koopovereenkomst niet meer worden toegewezen. De rechter kwam uit bij de veroordeling van [gedaagde] om alsnog de jacuzzi op te halen ter reparatie (in háár werkplaats, want de importeur bleek geen werkplaats te hebben en kon dus niet repareren). Dat vonnis is uitgevoerd. Door geen van partijen is hoger beroep ingesteld.

2.3.

De jacuzzi is in juni 2016 teruggekomen. Diverse experts die de werking daarvan hebben onderzocht, stellen vast dat alles het nu naar behoren doet. Dat is wel ruim tien jaar na de aanschaf van het apparaat.

[eiser] is echter niet tevreden met het resultaat. Hij stelt dat bij de reparatie de waterinlaat van de “moto massage jets” is uitgeboord om de waterdruk te laten toenemen. Er is te veel uitgeboord, want de straal is nu pijnlijk hard, ook als gekozen wordt voor de laagste stand. [gedaagde] ontkent dat de inlaat is “opgeboord” en zelfs dat er een inlaat is bij de “moto massage jets”.

Wat wil [eiser] ?

2.4.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat het [gedaagde] niet gelukt is de vaststellingsovereenkomst correct uit te voeren en dat hij er ook geen vertrouwen meer in heeft of hoeft te hebben dat het [gedaagde] alsnog zal lukken. In het verlengde daarvan heeft hij de koopovereenkomst tussen partijen ontbonden met een brief van 16 juni 2017.

2.5.

In deze derde rechtszaak eist [eiser] schadevergoeding wegens tien jaar gederfd gebruiksgenot. Hij stelt zijn schade op € 14.500,-. Als deze eis niet opgaat, dan beroept [eiser] zich in tweede instantie op de ontbinding van de koopovereenkomst op 16 juni 2017, met als gevolg dat hij recht heeft op € 14.500,- in de vorm van een ongedaanmaking.

2.6.

Verder wil [eiser] vergoeding van de spullen die hij in de loop van de jaren heeft aangeschaft ter waarde van € 2.800,- om het probleem met je “moto massage jets” te verhelpen. Die spullen waren helemaal niet geschikt, omdat het probleem niets te maken had met de oorzaken waarvoor hij die spullen op aanraden van [gedaagde] had gekocht.

De eis tot vergoeding van de schade van € 14.500,-

Eerst de conclusie

2.7.

Niet meer dan één verweer van [gedaagde] gaat op, maar dat is genoeg om de eis af te wijzen.

Staat de finale kwijting aan de eis in de weg?

2.8.

De vaststellingsovereenkomst in de eerste procedure bevat een bepaling waarin partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen voor “al hetgeen zij in het kader van deze procedure gevorderd hebben”. In die procedure was geen schade gevorderd, dus staat de finale kwijting van toen niet in de weg aan de eis tot schadevergoeding nu.

De vaststellingsovereenkomst bestaat nog, dus zijn claims op grond van de koop ondenkbaar?

2.9.

In het verlengde van 2.8 moet worden geconstateerd dat de vaststellingsovereenkomst niet zag op schadevergoeding en daarom in dat opzicht de rechten en plichten tussen partijen uit de koopovereenkomst niet vervangt. Daarom belemmert de vaststellingsovereenkomst – ook als die nog bestaat, wat [eiser] anders ziet – niet de schadeclaim.

Is er te laat geklaagd?

2.10.

[gedaagde] vindt dat [eiser] niet na 11 jaar nog met een schadeclaim kan komen. Dat is in strijd met diens verplichting op tijd te klagen. Dit gaat niet op. Zoals [eiser] terecht betoogt, ziet de klachtplicht op de gebreken en niet op de schade door die gebreken. En over de gebreken is langdurig geklaagd, terwijl [gedaagde] zich in de eerste twee procedures niet op schending van de klachtplicht door [eiser] heeft beroepen. Ten slotte voert [gedaagde] ook niet aan in welk opzicht zij door het late klagen van [eiser] in haar bewijspositie of anderszins is benadeeld. Dat is van belang, omdat zij ook de schadeberekeningsmethode van [eiser] niet betwist.

Komt de claim neer op een ontbinding van de koop?

2.11.

[gedaagde] voert aan dat de eis tot schadevergoeding neerkomt op het ontbinden van de koop onder de noemer van gederfd gebruiksgenot. Dit klopt niet, althans niet voor de eis die [eiser] als eerste instelt. Het gaat om schade, waarop [eiser] ook recht kan hebben als de koop helemaal niet wordt ontbonden.

Stond het probleem tien jaar lang aan het gebruik van de jacuzzi in de weg?

2.12.

[eiser] stelt dat hij tien jaar lang de jacuzzi niet heeft kunnen gebruiken. [gedaagde] betwist dat en voert aan dat [eiser] dit voor het eerst in deze rechtszaak naar voren brengt. Dit verweer slaagt.

De jacuzzi is een duur apparaat met vele technische mogelijkheden. De overgelegde gebruiksaanwijzing is 64 bladzijden lang. De “moto massage jets” zijn maar één onderdeel van het apparaat. De jets deden het ook, zij het dat zij door onvoldoende waterdruk niet op en neer gingen. De stelling van [eiser] dat hij daardoor tien jaar lang het apparaat helemaal niet kon gebruiken, is dus onzin. Maar [eiser] stelt dat wél, want daarop is ook zijn berekeningsmethode van zijn schade gebaseerd. Hij rekent voor dat de jacuzzi in tien jaar is afgeschreven en dat tien jaar non-gebruik dus neerkomt op een schade gelijk aan de aanschafprijs.

Het is aan [eiser] om zijn schadeclaim duidelijk te maken. De manier waarop hij dat nu heeft gedaan, raakt niet aan de werkelijkheid. [eiser] verschaft geen enkel ander aanknopingspunt om zijn schade te berekenen of zelfs maar te schatten. De rechtbank wijst daarom zijn eis tot schadevergoeding af.

De eis tot ontbinding van de koop en terugbetaling van de koopsom van € 14.500,-

2.13.

In de eerste rechtszaak is ontbinding van de koopovereenkomst gevorderd. Die zaak is geëindigd met een vaststellingsovereenkomst. Als die correct zou worden uitgevoerd, verleenden partijen elkaar finale kwijting voor wat er in die rechtszaak was gevorderd. Dat betekent dat de koop niet alsnog kan worden ontbonden.

Dit is ook zo beoordeeld in de tweede rechtszaak, waarin is geoordeeld dat de vaststellingsovereenkomst nog bestond en dat dit gegeven aan ontbinding van de koop in de weg stond.

2.14.

Dus in deze rechtszaak is ook weer de voorvraag of de vaststellingsovereenkomst correct is uitgevoerd. Zo ja, dan geldt de finale kwijting en kan de koopovereenkomst niet ontbonden worden.

Het is aan [eiser] om te onderbouwen dat [gedaagde] de vaststellingsovereenkomst niet correct uitvoerde. [eiser] stelt dat de straal nu pijnlijk hard is. Zijn verklaring daarvoor is dat de waterinlaat van de “moto massage jets” te veel is uitgeboord. Die stelling heeft hij niet onderbouwd, want dan had dat moeten zijn vastgesteld door zijn deskundige. Die concludeerde echter dat alles naar behoren werkte. Dan houdt het op. [eiser] heeft te weinig onderbouwd dat de vaststellingsovereenkomst incorrect is nagekomen door [gedaagde] . Dan kan [eiser] ook niet het standpunt innemen dat de finale kwijting van de baan is. En de koop kan dan niet door [eiser] worden ontbonden. Dus kan [eiser] ook geen terugbetaling van de koopprijs verlangen.

De eis tot betaling van € 2.800,-

2.15.

Ook hier heeft [gedaagde] zich onder meer beroepen op schending van de klachtplicht. Dat verweer slaagt. Na elf jaar is niet meer vast te stellen, wat er precies is gekocht, hoeveel dat kostte, met welk doel het is aangeschaft, of dat was om de klachten aan de “moto massage jets” weg te nemen en of [gedaagde] al deze aankopen aan [eiser] heeft aangeraden. [gedaagde] kan zich niet goed tegen deze eis verweren. Dat komt door het lange tijdsverloop. De eis wordt afgewezen.

De uitkomst en de proceskosten

2.16.

[eiser] verliest deze rechtszaak. Hij wordt daarom in de proceskosten veroordeeld. Aan de kant van [gedaagde] begroot de rechtbank die kosten op € 1.924,- (griffierecht) en op € 1.086,- (salaris, twee punten tegen tarief II), samen € 3.010,-.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst de eisen af,

3.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 3.010,-,

3.3.

verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2018.1

1 type: RV (4237) coll: JR (4204)