Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:651

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-02-2018
Datum publicatie
27-02-2018
Zaaknummer
C/16/453869 / KG ZA 18-44
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering verwijderen negatieve BKR registratie afgewezen. Eiseres moet hebben geweten van de roodstand, Zij heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat haar financiele situatie nu goed is en dat zij geen financiering heeft gekregen door de codering alleen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/204
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/453869 / KG ZA 18-44

Vonnis in kort geding van 9 februari 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. M. de Boorder te 's-Gravenhage,

tegen

naamloze vennootschap

DE VOLKSBANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. M.H. Berrevoets te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de Volksbank genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het formulier aanvraag kort geding van 26 januari 2018;

  • -

    de dagvaarding van 30 januari 2018 met 9 producties;

  • -

    de brief van mr. Berrevoets van 5 februari 2018 met producties 1 tot en met 6;

  • -

    de brieven van mr. De Boorder van 6 februari 2018 met zeven uitspraken van rechtbanken in vergelijkbare geschillen en twee brieven met afwijzingen van hypotheekaanvragen.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 februari 2018. [eiseres] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens de Volksbank zijn aanwezig geweest mevrouw [A] , vergezeld door mevrouw [B] , managementassistente en mevrouw [C] , stagiaire, en bijgestaan door de gemachtigde. Door of namens partijen zijn de standpunten toegelicht. Mr. Berrevoets heeft dat gedaan aan de hand van een pleitnota.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] , thans 28 jaar oud, heeft bij de (rechtsvoorganger van) de Volksbank een bankrekening geopend, waarop een kredietlimiet was gesteld van € 1.000,-. Zij beschikte sinds 2012 ook over de mogelijkheid om haar rekening via internet te beheren. In 2013 is de kredietlimiet overschreden. Op 13 mei, 10 juni, 24 juni en 8 juli 2013 heeft de bank brieven aan [eiseres] geschreven. Omdat de debetstand niet binnen vier weken is aangezuiverd tot de kredietlimiet heeft de bank in de brief van 10 juni 2013 geschreven dat zij het gehele krediet opeist en heeft zij gevraagd het saldo van € 1.012,55 te voldoen. In de brief van 8 juli 2013 heeft de bank geschreven dat zij de betalingsachterstand zal melden bij het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) dat wordt bijgehouden door het Bureau Kredietregistratie te Tiel (BKR) indien de achterstand niet direct alsnog zal worden voldaan en er ook geen betalingsregeling is getroffen. [eiseres] heeft niet gereageerd op de brieven.

2.2.

De bank heeft de achterstand van [eiseres] laten registreren. Uit productie 2 bij dagvaarding blijkt dat op 11 december 2017 op naam van [eiseres] twee kredieten bij het BKR geregistreerd stonden. Voor het krediet van de Volksbank zijn de volgende codes vermeld:

Code Omschrijving Ingangsdatum

A Achterstand 13-08-2013

H Herstel Achterstand 11-06-2014

2 (Restant)vordering geheel opeisbaar 13-08-2013

In het overzicht is opgenomen dat het contract wordt verwijderd in juni 2019 als er geen wijzigingen plaatsvinden.

2.3.

[eiseres] heeft een hbo studie communicatie gedaan. Zij is afgestudeerd in 2017 en is op 1 juli 2017 in dienst getreden bij [bedrijfsnaam] B.V. te [vestigingsplaats] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tegen een brutoloon van € 2.300,- per vier weken, exclusief 8% vakantietoeslag.

2.4.

[eiseres] en haar partner, de heer [D] , hebben op 18 oktober 2017 een koop- en aannemingsovereenkomst gesloten met betrekking tot een appartement in een nieuw te bouwen pand in Almere voor een koopprijs van € 224.400,-. In de overeenkomst is een financieringsvoorbehoud opgenomen als ontbindende voorwaarde. De looptijd van dit voorbehoud was twee maanden en is volgens de stelling in de dagvaarding en de mededeling van [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling verlengd tot 12 februari 2018.

2.5.

Bij brief van 8 december 2017 heeft ABN AMRO Bank aan de hypotheekadviseur van [eiseres] en haar partner geschreven dat de hypotheekaanvraag is afgewezen. In de brief staat verder:

‘Bij de beoordeling van de aanvraag hebben wij gekeken naar de door u aangeleverde gegevens (en documenten) van uw klanten, waaronder:

  • -

    de financiële positie van uw klanten

  • -

    de waarde van de woning

  • -

    de kosten die uw klanten moeten maken

  • -

    de betaalbaarheid van de maandlasten

Tevens is het opvragen van informatie bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) onderdeel van de beoordeling van uw aanvraag.

Wij hebben de aanvraag zorgvuldig beoordeeld. Op dit moment kunnen wij uw klanten helaas geen hypotheek verstrekken. Wij vinden dit op basis van de bovengenoemde informatie, waaronder de registratie bij het BKR, niet verantwoord.’

2.6.

Bij brief van 12 december 2017 heeft Delta Lloyd Bank aan de hypotheekadviseur geschreven dat de hypotheekaanvraag wordt afgewezen met de volgende reden:

‘U heeft een achterstandscodering(en) bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel op één of meerdere geregistreerde lening(en) op naam van [eiseres] en [D] . (…)’.

2.7.

Mevrouw mr. [E] van [naam juridisch adviesbureau] heeft met een brief van 20 december 2017 als gemachtigde van [eiseres] aan de Volksbank verzocht om de negatieve BKR-registratie te laten verwijderen. Bij brieven van 29 december 2017 en 11 januari 2018 is namens de Volksbank bericht dat het verzoek wordt afgewezen. Zij heeft voor die afwijzing onder meer aangevoerd dat [eiseres] niet heeft aangetoond dat de BKR-registratie de oorzaak is van de afwijzing van de financiering.

2.8.

[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de levering van het appartementsrecht op 12 februari 2018 zal plaatsvinden en dat op die dag het geld bij de notaris moet zijn.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – zakelijk weergegeven – de Volksbank te veroordelen om de registratie in het CKI van het BKR met contractnummer [contractnummer] onverwijld, doch uiterlijk binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te (doen laten) verwijderen, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag met een maximum van
€ 100.000,-, en met veroordeling van de Volksbank in de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in 2013 naar de ING is overgestapt vanwege de betere mogelijkheden van internetbankieren en dat zij bij die overstap vergeten is de rekening bij de Volksbank op te zeggen. Zij stelt dat het nooit haar intentie is geweest om een ongeoorloofde roodstand te laten ontstaan. Zij kan zich niet herinneren dat ze brieven heeft ontvangen over een ongeoorloofde debetstand. Volgens [eiseres] is haar belang bij het verwijderen van de negatieve BKR-registratie groot omdat zij en haar partner het appartement in Almere uiterlijk op 12 februari 2018 kunnen kopen. Uit dien hoofde stelt zij een spoedeisend belang te hebben bij haar vordering. Er is volgens [eiseres] sprake van een eenmalig misverstand, zodat haar belang bij het verkrijgen van een hypotheek op normale voorwaarden zwaarder dient te wegen dan het belang dat gediend is bij handhaving van de registratie.

3.3.

De Volksbank voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vordering, die strekt tot doorhaling van een BKR-registratie, is in kort geding toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van [eiseres] zal volgen en indien niet van haar kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

4.2.

In punt 14 van de dagvaarding heeft [eiseres] gesteld dat sprake is van een urgente situatie omdat zij en haar partner de huurwoning die zij samen bewonen binnenkort moeten verlaten en hen een boete van € 22.000,- boven het hoofd hangt indien zij de financiering voor het appartement in Almere niet rond kunnen krijgen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat deze passage op een misverstand berust. [eiseres] heeft verklaard dat zij nog thuis woont bij haar ouders en dat haar partner binnenkort zijn huurwoning zal verlaten en tot de oplevering van het appartement (voorzien in 2019) bij haar en haar ouders zal komen inwonen. Namens de Volksbank is gesteld dat in de overgelegde koop- en aannemingsovereenkomst geen boeteclausule staat. [eiseres] heeft dat erkend. Door of namens [eiseres] is verder verklaard dat de termijn waarbinnen zij een beroep kan doen op het financieringsvoorbehoud nog niet is verlopen.

4.3.

De omstandigheid dat [eiseres] en haar partner op 12 februari 2018 een afspraak hebben voor de notariële levering en dat zij tot en met deze datum een beroep kunnen doen op de ontbindende voorwaarde vormt wel een spoedeisend belang, zodat zij ontvankelijk is in haar vordering.

4.4.

De Volksbank is een aanbieder van krediet in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft). Op grond van artikel 4:32 lid 1 Wft is de Volksbank verplicht deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie. Het CKI is een stelsel van kredietregistratie, dat door BKR wordt bijgehouden. De Volksbank is deelnemer aan het CKI en als deelnemer gebonden aan het door BKR vastgestelde Algemeen Reglement CKI.

Het CKI bevat een geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens waarop de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) van toepassing is (artikel 2 lid 1 Wbp). De Volksbank is de verantwoordelijke voor de verwerking van de over [eiseres] aan BKR verstrekte gegevens met betrekking tot haar betalingsachterstand.

4.5.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 9 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:

BQ8097) overwogen dat de Wbp in overeenstemming met het bepaalde in artikel 8 EVRM moet worden uitgelegd en dat uit de wetsgeschiedenis van de Wbp volgt dat bij elke gegevensverwerking moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit brengt naar het oordeel van de Hoge Raad mee dat de inbreuk op de belangen van betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt.

4.6.

Het doel van BKR is het bevorderen van een maatschappelijk verantwoorde financiële dienstverlening. BKR wil consumenten behoeden voor overkreditering en andere financiële problemen (problematische schuldsituaties). Daarnaast levert BKR voor haar zakelijke klanten een bijdrage aan het beperken van de financiële risico’s bij kredietverlening en aan het voorkomen en bestrijden van misbruik en fraude.

Vaststaat dat een A2 codering nog vijf jaar nadat bij BKR een herstelmelding of melding van de aflossing van een schuld is gedaan, zichtbaar is op door BKR verstrekte overzichten.

4.7.

De voorzieningenrechter overweegt dat het bij beantwoording van de vraag of de Volksbank codering moet doen verwijderen niet zozeer gaat om een afweging van de belangen tussen [eiseres] en de Volksbank, maar om een toetsing van het doel van de registratie van de codering aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Aldus wordt het belang van [eiseres] bij de verwijdering van de codering afgewogen tegen het achterliggende belang van (de handhaving van) registratie van de coderingen.

4.8.

[eiseres] heeft in het kader van de belangenafweging aangevoerd dat sprake is van een eenmalig misverstand uit haar studententijd waardoor ongemerkt een ongeoorloofde roodstand is ontstaan op een bankrekening die zij was vergeten op te zeggen. Zij had geen opzet op het laten ontstaan van de overschrijding van de kredietlimiet en er is ook geen sprake van een verhoogde kans dat zij haar financiële verplichtingen ten aanzien van de hypotheekverstrekker niet zal nakomen. De negatieve BKR-registratie raakt haar en haar partner dan ook onevenredig hard in hun persoonlijke belangen, nu zij vanwege die codering geen (althans niet onder gebruikelijke voorwaarden) financiering voor de door gekochte woning kunnen krijgen, aldus [eiseres] . Zij heeft tijdens de zitting verder verklaard dat ABN AMRO aan haar tussenpersoon heeft toegezegd dat de gevraagde hypothecaire lening zal worden verstrekt zodra de BKR-registratie is verwijderd en dat dit uiterlijk maandag geregeld kan zijn, zodat de levering nog zal kunnen plaatsvinden.

4.9.

De Volksbank heeft betwist dat [eiseres] en haar partner enkel vanwege de negatieve registratie geen financiering voor de woning kunnen krijgen. Zij heeft daarbij verwezen naar de tekst van de afwijzingsbrieven die door haar, ondanks een eerder gedaan verzoek om nadere informatie te verstrekken, pas kort voor de zitting zijn verstrekt. Volgens de Volksbank blijkt uit die brieven dat de financiering om meerdere redenen is afgewezen. Zij heeft verder gewezen op de omstandigheid dat [eiseres] en haar partner beiden pas in 2017 in dienst zijn getreden bij de huidige werkgever. Dat blijkt uit de overgelegde loonstroken. Hoewel [eiseres] heeft aangevoerd dat ABN AMRO de financiering zal verstrekken indien de registratie is verwijderd, heeft zij dit standpunt niet met stukken onderbouwd, zodat dit niet aannemelijk is geworden. Volgens de Volksbank is het ook niet geloofwaardig gelet op de gebruikelijke gang van zaken tijdens offertetrajecten. Voor handhaving van de registratie is volgens de Volksbank een argument dat [eiseres] in ieder geval in juli 2013 ervan op de hoogte was dat sprake was van een forse roodstand op de rekening, maar dat zij heeft nagelaten om deze achterstand spoedig in te lopen. Na betaling van € 500,- eind juli 2013 is de resterende roodstand ingelopen door betalingen van derden (de zorgtoeslag) op de rekening en niet door betalingen van [eiseres] zelf. Volgens de Volksbank kan het [eiseres] niet zijn ontgaan dat sprake was van een roodstand omdat zij deze op internet heeft kunnen zien en ook niet aannemelijk is dat [eiseres] niet wist dat maandelijks de zorgtoeslag werd bijgeschreven. In combinatie met het feit dat [eiseres] nooit contact heeft opgenomen met de bank en ook geen betalingsregeling heeft afgesproken heeft [eiseres] volgens de Volksbank nog niet laten zien dat zij thans wel over een goede betalingsmoraal beschikt. De enkele omstandigheid dat [eiseres] en haar partner thans een vast inkomen hebben maakt bovendien nog niet dat hun financiële situatie goed is. Zij hebben niet onderbouwd dat zij schuldenvrij zijn of dat zij over voldoende spaargeld beschikken om het appartement te kunnen kopen. Het is dan ook in het belang van financiers (zakelijke klanten van BKR) dat zij via de A2 codering weten van financiële risico’s bij kredietverlening aan [eiseres] .

4.10.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de hiervoor genoemde toetsing en de daaruit voortvloeiende belangenafweging er toe leidt dat de Volksbank de codering niet hoeft te laten verwijderen. Doorslaggevend daarvoor is het volgende:

  • -

    [eiseres] moet hebben geweten dat sprake was van een ongeoorloofde roodstand. Zij heeft haar saldo via internet kunnen raadplegen. Zij is de rekening ook na opeising van het saldo blijven gebruiken en heeft maandelijks zorgtoeslag op de rekening laten bijschrijven.

  • -

    [eiseres] heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat zij brieven die aan haar huisadres zijn gericht niet heeft ontvangen. De voorzieningenrechter neemt daarom aan dat zij de vooraankondiging van de registratie heeft kunnen lezen.

- [eiseres] heeft geen inzicht gegeven in haar inkomsten, uitgaven, eventuele schulden en financiële reserves en heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een financieel stabiele situatie.

- [eiseres] heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij nog geen financiering van de ABN AMRO heeft gekregen omdat er sprake is van een negatieve BKR-registratie. Dit blijkt niet uit de brief van 8 december 2017. Daarin staat dat er meerdere omstandigheden zijn op grond waarvan de aanvraag is afgewezen.

Dit alles brengt mee dat [eiseres] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bodemrechter haar vordering zal toewijzen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de inbreuk die de registratie op de belangen van [eiseres] maakt niet onevenredig in verhouding tot het met de verwerking van de codes te dienen doel.

4.11.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Volksbank worden begroot op:

- griffierecht € 626,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.442,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de Volksbank tot op heden begroot op € 1.442,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2018.1

1 type: coll: