Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:607

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
27-02-2018
Zaaknummer
6247718 UC EXPL 17-11010
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser ondervindt ernstige overlast van het gekraai van de haan van zijn buren. Zowel eiser als zijn buren zijn huurders van Heuvelrug Wonen. Naar het oordeel van de kantonrechter veroorzaken de buren onrechtmatige hinder doordat hun haan erg hard kraait (met gemeten pieken van 79,0 en 81,9 decibel) en de buren onvoldoende maatregelen hebben getroffen om deze overlast tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Heuvelrug Wonen heeft ondanks herhaalde klachten van eiser nagelaten tegen de overlast adequate maatregelen te treffen, hoewel dit wel van haar kon worden gevergd. Zij schiet hierdoor tekort in haar verplichting om eiser een rustig huurgenot te verschaffen, waardoor sprake is van een gebrek in het gehuurde in de zin van artikel 7:204 BW.

De vordering van eiser om Heuvelrug Wonen te veroordelen om zijn huurgenot te garanderen door

- kort samengevat - maatregelen te treffen tegen de overlast veroorzakende buren wordt daarom toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6247718 UC EXPL 17-11010 MS/1270

Vonnis van 21 februari 2018

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. I.E. Moustaïne,

tegen:

de stichting

Stichting Heuvelrug Wonen,

gevestigd en kantoorhoudende te Doorn,

verder ook te noemen Heuvelrug Wonen,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M. van den Oord.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de comparitie van partijen op 6 februari 2018, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

[eiser] huurt sinds 24 juli 2006 van Heuvelrug Wonen een woning aan de [adres 1] te [woonplaats] . Zijn buren op nummer [adres 2] , de familie [naam] (hierna: [naam] ), huren hun woning van Heuvelrug Wonen sinds 1972.

2.2.

[naam] heeft in zijn achtertuin een kippenren met daarin kippen en een haan. Deze ren staat tegen de schutting tussen de tuinen van [eiser] en [naam] , schuin onder het slaapkamerraam van [eiser] . [eiser] heeft sinds mei 2010 bij Heuvelrug Wonen geklaagd over de overlast die hij van de haan ondervindt.

2.3.

[eiser] heeft Heuvelrug Wonen bij brief van 25 april 2017 gewezen op haar verplichting als verhuurster om hem - kort samengevat - een rustig huurgenot te verschaffen. Hij heeft Heuvelrug Wonen gesommeerd te bevestigen dat zij aan deze verplichting zal voldoen en ervoor zorg zal dragen dat [naam] tot verwijdering van de haan zal overgaan.

[eiser] heeft bij zijn sommatie een proces-verbaal van constatering van een gerechtsdeurwaarder gevoegd. Hieruit blijkt dat de deurwaarder op 19 april 2017 om 7:20 en 8:34 uur het geluid van het kraaien van de haan heeft waargenomen met pieken van 79,0 en 81,9 decibel.

2.4.

Heuvelrug Wonen heeft [eiser] bij brief van 23 mei 2017 laten weten dat zij geen rechtsmaatregelen zal treffen tegen [naam] en zijn haan.

2.5.

[eiser] vordert in deze procedure bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Heuvelrug Wonen te veroordelen om het huurgenot van [eiser] te garanderen door maatregelen te treffen tegen de overlast veroorzakende huurder bestaande uit:

a. het sommeren om de aanwezige haan op het adres [adres 2] te [woonplaats] binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te verwijderen en verwijderd te houden;

b. indien en voor zover de overlast veroorzakende huurder geen gevolg geeft aan de bedoelde sommatie, rechtsmaatregelen te treffen teneinde de verwijdering van de haan af te dwingen, dan wel tot opzegging c.q. ontbinding van de huurovereenkomst met de overlast veroorzakende huurder te komen;

II. in alle gevallen op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- voor iedere dag dat Heuvelrug Wonen in gebreke blijft aan de veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 50.000,--;

III met veroordeling van Heuvelrug Wonen in de kosten van deze procedure.

2.6.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [naam] met zijn haan onrechtmatige hinder veroorzaakt en dat Heuvelrug Wonen onrechtmatig jegens hem handelt door hier als verhuurder niet tegen op te treden. Dit niet-optreden is volgens [eiser] in strijd met artikel 6 lid 2 van de Algemene huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte, die Heuvelrug Wonen hanteert, en levert ook een gebrek op in de zin van artikel 7:204 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.7.

Heuvelrug Wonen stelt zich op het standpunt dat de haan van [naam] geen onrechtmatige hinder veroorzaakt, zodat zij geen rechtsmaatregelen behoeft te nemen tegen [naam] en zijn haan en zich geen gebrek in de zin van artikel 7:204 BW voordoet doordat die maatregelen uitblijven.

2.8.

Voor toewijzing van de vordering van [eiser] moet in de eerste plaats komen vast te staan dat [naam] onrechtmatige hinder veroorzaakt door het kraaien van zijn haan en in de tweede plaats dat Heuvelrug Wonen - hoewel dit wel van haar gevergd kon worden - heeft nagelaten om hier adequaat tegen op te treden. Dit niet-nalaten levert dan een gebrek van het gehuurde op in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW en is ook in strijd met artikel 6 lid 2 van de Algemene huurvoorwaarden. In dit artikellid is bepaald dat de verhuurder de huurder gedurende de huurtijd het rustig genot van het gehuurde zal verschaffen, maar dat de verhuurder niet aansprakelijk is voor feitelijke stoornis in het huurgenot door derden, tenzij er sprake is van ernstige overlast door andere huurders van de verhuurder.

2.9.

Of de overlast van de haan jegens [eiser] onrechtmatig is, hangt af van de ernst van de hinder en de omstandigheden waaronder deze plaatsvindt.

2.10.

[eiser] heeft verklaard dat de haan zowel ’s ochtends vroeg als overdag kraait en bij mooi weer soms de hele dag door. Dit is door Heuvelrug Wonen niet weersproken en ook niet door de familie [naam] , die op de comparitie aanwezig was. Uit de verklaringen die [eiser] en zijn vriendin hebben afgelegd, blijkt dat zij ernstige geluidshinder van de haan ondervinden en dat zij door het gekraai van de haan last hebben van - kort gezegd - slaapgebrek en stress. Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit de omstandigheid dat [eiser] in het verleden gedurende langere periodes niet over de haan heeft geklaagd, niet de conclusie worden getrokken dat het met de overlast zoals [eiser] deze (nu) ervaart wel meevalt. [eiser] heeft toegelicht dat hij in de periode van november 2012 tot begin 2017 niet heeft geklaagd omdat zijn vroegere advocaat hem had verteld dat hij een geluidsonderzoek moest laten verrichten, maar dat hij daar geen geld voor had. Bovendien hielp het klagen over de haan kennelijk niet, en het is daarom begrijpelijk dat [eiser] tijdelijk met klagen is gestopt.

2.11.

In artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldt als norm dat het geluidsniveau op de gevel van gevoelige gebouwen (zoals woningen) tussen 07:00 uur en 19:00 uur niet meer dan 70 decibel mag bedragen. Uit de volgende passages van het proces-verbaal van constatering van de gerechtsdeurwaarder van 19 april 2017 blijkt dat het maximale geluidsniveau van 70 decibel door de haan om 07:20 uur en 08:34 uur ruim overschreden wordt:

“07:20 uur voor de eerste keer het geluid van het kraaien van de haan waargenomen. Ik heb vervolgens een decibelmeter tegen de schutting/achterzijde kippenren gehouden. Het gemiddelde decibel dat is gemeten is [adres 2] ,9 met een piek bij het kraaien van de haan naar 79,0. Minimaal waargenomen decibel 45.8. De tijdsduur van de meting is 1 minuut en 46 seconden. Haan zit dan nog in het binnenverblijf.

08:34 uur de haan kraait wederom en de kippen lopen in het buitenverblijf. Ik heb vervolgens een decibelmeter nabij de schutting/achterzijde van de kippenren gehouden. Het gemiddelde decibel dat is gemeten is 61,3 met een piek van het kraaien van de haan naar 81,9. Minimaal waargenomen decibel 43,1. De tijdsduur van de meting is 2 minuten en 2 seconden.”

2.12.

Hoewel het Activiteitenbesluit betrekking heeft op geluid dat afkomstig is van inrichtingen in de zin van dit besluit en niet op het gekraai van hanen, kan uit de overschrijding van maximale geluidsniveau van 70 decibel wel worden afgeleid dat het geluid dat de haan produceert niet alleen in de persoonlijke beleving van [eiser] en zijn vriendin, maar ook objectief gezien erg hard is.

2.13.

Heuvelrug Wonen stelt zich op het standpunt dat uit deze metingen niet de conclusie kan worden getrokken dat sprake is van onrechtmatige overlast, omdat de metingen tegen de schutting/achterzijde van de kippenren zijn verricht en niet op de gevel of aan de binnenzijde van de woning van [eiser] . Volgens Heuvelrug Wonen moet rekening worden gehouden met de absorptie van het geluid door de lucht, met omgevingsfactoren zoals temperatuur en wind en met het geluidsdempende effect van de woning van [eiser] , het hok en de schutting. Heuvelrug Wonen heeft deze stelling echter niet met eigen metingen onderbouwd. De kantonrechter vindt het ook niet waarschijnlijk dat het geluid van de haan veel zachter zou zijn als tegen de gevel van de woning zou worden gemeten, omdat de kippenren blijkens de foto’s die de deurwaarder heeft gemaakt op zeer korte afstand van deze gevel staat. Voor het geluid dat in de woning te horen is, zal het uitmaken of de ramen open of dicht zijn, maar van [eiser] kan niet worden verlangd dat hij zijn ramen altijd dicht heeft.

2.14.

Heuvelrug Wonen stelt verder dat de geluidshinder van de haan niet zo erg kan zijn als [eiser] beweert, omdat uit buurtonderzoek is gebleken dat hij en zijn vriendin de enigen zijn die er last van hebben. Gelet op het gemeten volume van het hanengekraai is de enkele omstandigheid dat andere buren niet hebben geklaagd en geen overlast zeggen te ondervinden, echter niet voldoende om ervan uit te gaan dat er objectief geen sprake is van ernstige, onrechtmatige hinder. Daarbij is ook van belang, dat de woning van [eiser] het dichtst bij de kippenren in de buurt staat.

2.15.

Van [naam] mag gelet op de overlast die zijn haan veroorzaakt, worden verwacht dat hij maatregelen treft om deze overlast tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Heuvelrug Wonen stelt dat [naam] voldoende maatregelen heeft getroffen, doordat hij de haan op werkdagen tussen 19:30 en 08:00 uur en in het weekend van 19:30 tot 08:30 uur in een speciaal hok houdt dat voorzien is van een rolluik, zodat er geen licht binnenkomt en de haan stil blijft. Uit de meting van de gerechtsdeurwaarder om 07:20 uur blijkt echter dat deze maatregel niet voldoende is: er werd tegen de schutting/achterzijde van de kippenren nog steeds een geluidsvolume van 79,0 dB gemeten. Gelet hierop moet worden geconcludeerd dat de maatregelen die [naam] tegen de overlast van de haan heeft getroffen onvoldoende zijn. Door verder niets aan het gekraai van de haan te doen, handelt [naam] tegenover [eiser] onrechtmatig. Gelet op het geluidsvolume dat de haan produceert maakt het daarbij niet uit of [naam] - zoals hij stelt - de haan al had toen [eiser] in 2006 op het adres [adres 1] kwam wonen of dat - zoals [eiser] stelt - de haan er pas vanaf 2009/2010 was. Ook als de haan er al eerder was dan [eiser] , hoefde [eiser] niet te verwachten dat de haan zoveel overlast zou veroorzaken als hij nu doet.

2.16.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Heuvelrug Wonen onvoldoende tegen deze overlast opgetreden. Uit de stukken blijkt weliswaar dat zij [naam] de verplichting heeft opgelegd om de haan tot 08:00 uur ’s ochtends in het nachthok te houden, maar zoals hierboven is overwogen is deze maatregel onvoldoende om de overlast tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Heuvelrug Wonen heeft geen andere adequate maatregelen tegen de overlast getroffen. Zij heeft in het verleden weliswaar gesprekken met [eiser] en [naam] gevoerd en buurtonderzoeken uitgevoerd, maar dat zijn geen adequate maatregelen gebleken. De kantonrechter ziet - anders dan Heuvelrug Wonen betoogt - niet in dat het treffen van adequate maatregelen niet in redelijkheid van Heuvelrug Wonen kan worden gevergd. Dat [eiser] ook zelf een procedure tegen [naam] aanhangig zou kunnen maken waarin hij verwijdering van de haan vordert, betekent niet dat hij Heuvelrug Wonen niet zou kunnen aanspreken op haar verplichting om hem een rustig huurgenot te verschaffen. Ook de omstandigheid dat [eiser] in het verleden wel eens met een bal tegen de kippenren heeft geschopt, maakt niet dat Heuvelrug Wonen niet meer tegen de overlast van de haan zou hoeven op te treden. Er zijn geen aanwijzingen dat [eiser] dit nog steeds doet en op die manier de overlast van de haan zelf in stand houdt.

2.17.

Doordat Heuvelrug Wonen heeft nagelaten tegen de overlast adequate maatregelen te treffen, schiet zij tekort in haar verplichting om [eiser] een rustig huurgenot te verschaffen. Er is hierdoor sprake van een gebrek aan het gehuurde in de zin van artikel 7:204 BW en Heuvelrug Wonen is op grond van artikel 6 lid 2 van de Algemene huurvoorwaarden aansprakelijk voor de ernstige overlast die [naam] [eiser] toebrengt.

2.18.

De vorderingen onder I zullen daarom worden toegewezen. De kantonrechter gaat ervan uit de Heuvelrug Wonen aan dit vonnis zal voldoen en zal om die reden aan de veroordeling geen dwangsom verbinden.

2.19.

Heuvelrug Wonen zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 103,10

- griffierecht € 78,--

- salaris gemachtigde € 400,-- (2 punten x tarief € 200,--)

Totaal € 581,10

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt Heuvelrug Wonen om het huurgenot van [eiser] te garanderen door maatregelen te treffen tegen de overlast veroorzakende huurder bestaande uit:

a. het sommeren om de aanwezige haan op het adres [adres 2] te [woonplaats] binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te verwijderen en verwijderd te houden;

b. indien en voor zover de overlast veroorzakende huurder geen gevolg geeft aan de bedoelde sommatie, rechtsmaatregelen te treffen teneinde de verwijdering van de haan af te dwingen, dan wel tot opzegging c.q. ontbinding van de huurovereenkomst met de overlast veroorzakende huurder te komen;

3.2.

veroordeelt Heuvelrug Wonen tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 581,10 (waarin begrepen € 400,-- aan salaris gemachtigde);

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. The-Kouwenhoven, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2018.