Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:6051

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-12-2018
Datum publicatie
10-12-2018
Zaaknummer
16/150367-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vijf personen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor het kraken van een bedrijfspand in Nieuwegein in juli van dit jaar. Twee verdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf, de andere drie moeten een boete betalen.

Op 29 juli van dit jaar hebben drie mannen en twee vrouwen het bedrijfspand gekraakt. Ook hebben ze in het pand vernielingen aangericht. De krakers werden ontdekt omdat het alarm was afgegaan. Bij hun aanhouding hadden ze gereedschap bij zich waarmee de vernielingen uitgevoerd konden worden. Dat anderen op een eerder moment de vernielingen hebben aangericht is volgens de rechtbank dan ook onaannemelijk. Het pand stond sinds 2016 leeg en was afgesloten van het water en het gas. Ook waren er meerdere lekkages, waardoor een gedeelte van het pand onder water stond. De rechtbank constateert dan ook dat het pand feitelijk niet meer in gebruik was waardoor er wel sprake is van kraken maar niet van lokaal- en erfvredebreuk.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en het strafrechtelijk verleden van de krakers. Een 30-jarige man uit Polen is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 dagen, waarvan 7 dagen voorwaardelijk. Een 32-jarige vrouw uit Berlijn is veroordeeld tot 7 dagen gevangenisstraf waarvan 5 dagen voorwaardelijk. Daarnaast is zij veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur. Drie andere personen moeten een boete van 750 euro betalen. Nog eens drie andere verdachten zijn vrijgesproken. Van hen is niet vastgesteld dat ze meer hebben gedaan dan voor het toegangshek te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/150367-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 december 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1988] te [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres,

[adres] , [woonplaats] (Polen).

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 november 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schapendonk en van hetgeen verdachte en mr. T. Urbanus, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht, alsmede door mevrouw [A] namens de benadeelde partij Bogor International B.V. naar voren is gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 primair op 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging, het bedrijfspand aan de Edisonbaan 14 bij Bogor International B.V. en/of Kasteel Rijnhuizen in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen en aldaar wederrechtelijk heeft vertoefd;

feit 1 subsidiair op 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging, een gebouw aan de Edisonbaan 14 heeft gekraakt;

feit 2 op 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging, meerdere kabels, een alarmpaneel, een brandinstallatie, een meldsysteem, een computer en meerdere sloten van Bogor International B.V. heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

Ten aanzien van het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

Er is sprake van lokaal- en erfvredebreuk van een erf en een bedrijfspand, bij een ander in gebruik. Verdachte is het erf en het bedrijfspand wederrechtelijk binnengedrongen en heeft daar vervolgens wederrechtelijk vertoefd. gelet op de aanwezigheid van het hek en door het afgaan van het alarm had het voor verdachte duidelijk kunnen en moeten zijn dat hij geen toestemming had om het erf en het bedrijfspand te betreden. Uit de dagelijkse beveiliging en aanwezige stroomvoorziening, mede noodzakelijk voor het naastgelegen Kasteel Rijnhuizen, volgt dat het pand nog in gebruik was. Er is sprake van medeplegen nu de verdachte samen met de medeverdachten als groep is opgetreden. Ze zijn samen het pand in gegaan en hebben daar samen vertoefd.

De getuige is naar aanleiding van een alarmmelding naar het pand gegaan. Ter plaatse is geconstateerd dat de alarminstallatie onklaar is gemaakt, de sloten kapot zijn en in het pand vernielingen zijn aangebracht. De dag ervoor zijn tijdens de controle geen opvallende dingen waargenomen. Het vernielen van goederen maakt doorgaans deel uit van het kraken. Verdachte heeft dan ook bewust de kans aanvaard dat door leden van de groep vernielingen zouden worden aangericht. Daarnaast zijn bij verdachte bij zijn aanhouding goederen aangetroffen die gebruikt kunnen worden voor het aanbrengen van vernielingen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat het pand nog in gebruik was waardoor het subsidiair ten laste gelegde niet bewezen kan worden. Van het primair ten laste gelegde kan alleen het wederrechtelijk binnendringen worden bewezen. Gelet op het korte tijdsbestek kan geen sprake zijn van vertoeven. Daarbij komt dat verdachte op het eerste verzoek van de politie vrijwillig het pand heeft verlaten. Daarnaast is voor een bewezenverklaring van vertoeven vereist dat de verdachte ‘zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert’. Dit onderdeel is niet in de tenlastelegging opgenomen. Indien het onder 1 primair ten laste gelegde wordt bewezen, levert dat dus geen strafbaar feit op.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw primair vrijspraak bepleit. Er is geen bewijs dat verdachte schade in het pand heeft toegebracht. Het pand stond al enige tijd leeg en de beschadigingen kunnen ook door anderen dan de krakers zijn veroorzaakt. Ook het medeplegen van het feit kan niet worden bewezen omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een samenwerking tussen de verdachten. Van geen van de verdachten kan worden vastgesteld welke handelingen zij ten aanzien van de beschadigingen hebben verricht. De politie heeft nagelaten om nader onderzoek te verrichten naar de betrokkenheid van de verdachten.

Subsidiair is verzocht om de verdachte partieel vrij te spreken omdat niet ten aanzien van alle in de tenlastelegging opgenomen goederen kan worden bewezen dat deze zijn beschadigd. Er is onvoldoende bewijs dat een alarmpaneel, het meldsysteem, de computer voor het hekwerk en de brandinstallatie zijn vernield.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair en feit 2 ten laste gelegde 1

Op 29 juli 2018 is door [A] namens Bogor International B.V. aangifte gedaan:

Ik doe aangifte van (…) vernieling aan de Edisonbaan 14 te Nieuwegein. Het pand behoord toe aan Bogor International B.V. (…) Het bedrijventerrein is afgesloten via een hek dat rondom loopt. (…) Op het moment dat mijn kantoor het pand overnam is het bedrijf pas leeg komen te staan. Dit is gebeurd op 22 december 2016. (…) Wij hebben G4S ingehuurd om het pand dagelijks te controleren. (…) [getuige] heeft 1 sleutel, mijn kantoor heeft 3 sleutels en [B] heeft ook 1 sleutel. (…) G4S heeft 1 sleutel voor de beveiliger (…) Verder heeft niemand een sleutel van het pand. Verder heeft ook niemand toestemming om het pand te betreden. Het bedrijfspand is volledig afgesloten sinds de overname. Water is afgesloten en het gas ook. Alleen het stroom stond er nog op. Dit was voor de beveiliging en de brandweer. In het pand zitten meerdere lekkages, hierdoor stond er een gedeelte van het pand onder water(…) Op zondag 29 juli 2018 (…) belde ik [getuige] (…) hij vertelde mij dat er krakers in het bedrijfspand aan de Edisonbaan 14 te Nieuwegein zaten. (…) Nadat de krakers uit het bedrijfspand (…) waren (…) heb ik samen met [getuige] en de politie een rondje gemaakt door het bedrijfspand. (…) Bij binnenkomst zag ik dat de computerkamer doorzocht was. Ik zag dat er verschillende kabels kapot waren. (…) Achter de computerkamer zit een installatiekamer, hier zit ook de brandinstallatie. Ik zag dat deze installatie openstond en alle printplaten die erin zaten eruit getrokken waren. Een systeem die alle storingen aangeeft in het pand, is ook volledig vernield en onbruikbaar gemaakt. Ik zag dat er iets op de sloten zaten rondom het pand waardoor deze onbruikbaar zijn gemaakt.”2

Getuige [B] heeft op 29 juli 2018 verklaard:

Vandaag omstreeks 8:22 uur werd ik gebeld door de alarmmaatschappij CMC dat op de Edisonbaan 14, te Nieuwegein een inbraakalarm afging. (…) Ik ben vervolgens naar de Edisonbaan 14 toe gegaan (…) Toen ik bij de hoofdingang aankwam zag ik dat het toegangshek open stond en dat er een jongen en een meisje op de grond zaten. Ik hoorde dat ze mij vertelde dat het pand gekraakt was. (…) Nadat de personen uit het pand zijn gekomen ben ik samen met de politie het pand in binnen gegaan. Hierbij constateerde ik dat er iets aan de buitenzijde van de sloten is gesmeerd waardoor de sleutel niet meer in het slot gestoken kon worden. (…) Tevens is bij de hoofdingang van het pand het alarmpaneel vernield. Ook de computer die daar stond voor de toegangscontrole van het hekwerk is onklaar gemaakt.”3

Op 30 juli 2018 is getuige [B] telefonisch gehoord, de verbalisant heeft hierover verklaard:

Ik heb getuige [B] telefonisch gehoord, hierin verklaarde hij het volgende:

(…) Dat hij gisteren ook naar het pand is geweest. Dat hij zag en voelde dat de klei in de sloten uitgehard waren. Dat de klei zacht was toen hij met verbalisant gisteren ochtend het slot geopend had.”4

Door de hulpofficier van justitie is op 29 juli 2018 het volgende bevonden:

Omstreeks 08:55uur kwamen wij ter plaatse bij een bedrijfspand op de Edisonbaan 14 in

Nieuwegein alwaar wij werden opgevangen door de melder (…) [B] (…) De melder vertelde mij (…) dat hij contact had gehad met een andere gebruiker van het terrein, die hem wist te vertellen dat hij zaterdag 28 juli 2018 nog op het terrein had rondgelopen en geen bijzonderheden had gezien. (…) Ik zag (…) dat enkele personen in het pand bezig waren met het in- en bij elkaar pakken van spullen en na enige tijd (…) het pand verlieten (…) Het betrof hier vijf personen (…) Hierop heb ik een collega gevraagd alle personen, te weten de vijf krakers uit het pand alsmede de drie woordvoerders, aan te houden .”5

Verdachte heeft ter terechtzitting – zakelijk weergeven – verklaard:

We zijn naar een leeg pand gegaan. Het alarm is aangegaan toen wij het gebouw binnen zijn gegaan. Het plan was om het gebouw te bezetten. Ik heb het pand voor 29 juli 2018 bekeken. Op 29 juli was ik in het gebouw. Ik zocht onderdak. De goederen die bij mij zijn aangetroffen, waaronder een slot, boormachine, lijm en een mes waren van mij. Ik had deze spullen bij mij omdat ik mijn huis wilde inrichten.”6

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op beide feiten maar op één feit.

Bewijsoverweging

De rechtbank is op grond van bovenstaande bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte samen met anderen op 29 juli 2018 het bedrijfspand aan de Edisonbaan 14 te Nieuwegein is binnengedrongen, waarna hij daar enige tijd heeft vertoefd. Gelet op de aanwezigheid van een hek rondom het terrein en het afgaan van het alarm, kon en moest het voor verdachte duidelijk zijn dat de rechthebbende geen toestemming had gegeven voor het betreden van het terrein en het pand waardoor sprake is van wederrechtelijk binnendringen.

De rechtbank is echter, anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat sprake is van kraken en niet van lokaal- en erfvredebreuk. Uit voormelde bewijsmiddelen blijkt immers dat het bedrijfspand sinds de overdracht op 22 december 2016 leeg staat en op de stroomvoorziening na, volledig is afgesloten. Gelet op de verklaring van aangeefster was het bedrijfspand sinds de overname in 2016 volledig afgesloten van water en gas, zaten er meerdere lekkages omdat een gedeelte van het pand onder water stond. Hieruit volgt dat niet gesproken kan worden van een feitelijk in gebruik zijn van het pand. De enkele omstandigheid dat de stroomvoorziening, die noodzakelijk is voor de beveiliging van het pand en de brandweer, mede in stand wordt gehouden voor het naastgelegen Kasteel Rijnhuizen, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders..

Ten aanzien van de vernielingen staat vast dat goederen in het pand aan de Edisonbaan 14, zoals deze in de tenlastelegging zijn vermeld, zijn vernield dan wel beschadigd. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich daar samen met medeverdachten schuldig aan heeft gemaakt. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Op 28 juli 2018 werden op het - met een hekwerk afgesloten - terrein geen bijzonderheden geconstateerd. Op het moment dat de verdachten op 29 juli 2018 het afgesloten pand betraden, werkte het alarmsysteem nog. Immers, getuige [B] is door de alarmmaatschappij gebeld nadat het alarmsysteem was afgegaan. Nadat de verdachten het pand hadden verlaten, zijn de verschillende vernielingen en beschadigingen geconstateerd, waaronder een kapot alarmsysteem. Deze vernielingen – gericht tegen sloten en het alarmsysteem en toegangssysteem – passen bij het doel dat de groep had, te weten de toegang tot het gekraakte pand te verzekeren. Daarbij komt dat bij verdachte gereedschap is aangetroffen waarmee de vernielingen en beschadigingen konden worden uitgevoerdd. Er bestaan verder geen aanwijzingen dat anderen dan de verdachten in het pand aanwezig zijn geweest die de vernielingen en beschadigingen zouden kunnen hebben aangericht. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat anderen de vernielingen en beschadigingen zouden hebben aangebracht dan ook onaannemelijk.

De rechtbank acht ten aanzien van beide feiten bewezen dat sprake is van medeplegen. De rechtbank stelt voorop dat van medeplegen sprake is wanneer twee of meer personen gezamenlijk een strafbaar feit plegen. Daarbij hoeven niet alle delictsbestanddelen door alle daders vervuld te zijn. Nodig is dat er een nauwe en bewuste samenwerking is tussen verdachten en/of dat er sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking indien verdachte een intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict heeft geleverd die van voldoende gewicht is.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat sprake was van een doel en een gezamenlijk plan om het gebouw aan de Edisonbaan 14 te Nieuwegein te kraken en dat de verdachten samen het pand zijn binnen gegaan. Overigens volgt het doel van verdachten ook uit een zogenaamde krakersbief die op de deur van het pand hing met daarin de tekst dat krakers hun intrek in het pand hadden genomen vanwege de woningnood. Er is dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Door deel te nemen aan de krakersgroep heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat een van de leden van de groep vernielingen zou aanrichten om het pand binnen te komen, om ontdekking te voorkomen en/of om het pand bewoonbaar te maken. Ook indien verdachte niet zelf de vernielingen heeft verricht, oordeelt de rechtbank dat vanwege haar deelname aan de groep zij medepleger is van de vernielingen die door (een van) de leden van de groep zijn verricht.

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van kraken van het bedrijfspand aan de Edisonlaan 14 te Nieuwegein en het medeplegen van het vernielen en beschadigen van diverse goederen in dat bedrijfspand.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1 subsidiair

op 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met anderen, in een gebouw, gelegen aan de Edisonbaan 14, waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk is binnengedrongen en wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

feit 2

op 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk

- meerdere kabels en

- een alarmpaneel en

- een brandinstallatie en bijbehorende printpanelen en

- een meldsysteem ten behoeve van storingen en

- een computer ten behoeve van de toegangscontrole van het hekwerk en

- meerdere sloten

die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan Bogor International B.V., heeft vernield en beschadigd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1 subsidiair medeplegen van kraken

feit 2 medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 14 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 7 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft bij het bepalen van de strafeis rekening gehouden met het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat sprake is van recidive. Daarnaast heeft verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij de strafoplegging er rekening mee te houden dat verdachte zich medewerkend heeft opgesteld, vrijwillig het pand heeft verlaten en het verblijf in het pand slechts van korte duur is geweest. Verdachte is één keer eerder veroordeeld voor kraken, maar is niet eerder veroordeeld voor vernieling. Verzocht wordt om een geldboete op te leggen, eventueel in combinatie met een taakstraf.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van kraken en vernieling van diverse goederen. Kraken is een hinderlijk en overlast gevend feit waarbij een onaanvaardbare vorm van eigenrichting wordt gehanteerd. Door het kraken van het bedrijfspand aan de Edisonbaan 14 te Nieuwegein, heeft verdachte op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de rechthebbende. Daarbij komt dat in en aan het pand vernielingen zijn aangericht, waardoor de rechthebbende tijd kwijt is geweest en kosten zal moeten maken om de schade te herstellen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen in vergelijkbare zaken.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij zeer recent voor kraken is veroordeeld tot een geldboete. Die veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Daarnaast lijkt verdachte de gevolgen van zijn handelen niet in te zien en neemt verdachte ook geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen. De rechtbank weegt deze omstandigheid mee in het nadeel van verdachte.

Nu de oplegging van een geldboete verdachte er niet van heeft weerhouden om opnieuw de fout in te gaan, acht de rechtbank de oplegging van een geldboete niet passend. De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 7 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar passend en geboden.

9 BENADEELDE PARTIJ

Bogor International B.V. heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 11.365,-. Dit bedrag bestaat uit € 9.865,- materiële schade en € 1.500,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde. De vordering is ter terechtzitting door mevrouw [A] nader toegelicht.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de offerte en toelichting blijkt dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de vernieling. De schade dient met vermeerdering van de wettelijke rente, hoofdelijke te worden toegewezen en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij dient ten aanzien van gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het is goed mogelijk dat de feiten een stressvolle periode voor angeefster heeft opgeleverd, maar gelet op de aard van de feiten en dat de feiten betrekking hebben op het bedrijf waarvoor aangeefster werkzaam is en niet om haar eigen woning, is het niet billijk om een vergoeding voor immateriële schade toe te wijzen. Daarnaast ontbreekt een onderbouwing waarom aaaangeefster ziektedagen heeft moeten opnemen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

Primair dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak voor feit 2. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om de vordering af te wijzen. Ten eerste ontbreekt een uittreksel van de Kamer van Koophandel waardoor niet kan worden vastgesteld of aangeefster bevoegd is om Bogor International B.V. te vertegenwoordigen. Daarnaast is de vordering niet dan wel onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de materiële schade geldt dat de gevorderde kosten zijn onderbouwd met een offerte. Het staat niet vast dat de werkzaamheden die in de offerte zijn opgenomen, zijn uitgevoerd en dat deze kosten ook daadwerkelijk zijn gemaakt. De immateriële schade moet worden afgewezen omdat aangeefster niet de benadeelde is. Daarnaast blijkt nergens uit welk lichamelijk of psychisch letsel aangeefster heeft opgelopen.

Indien de vordering toch wordt toegewezen, dan wordt verzocht om geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het is onduidelijk of de geleden schade al (door de verzekeraar) is vergoed en daarnaast voldoet de benadeelde partij niet aan het doel en de strekking van de maatregel. De benadeelde partij is namelijk een groot bedrijf waardoor het voor de benadeelde niet bezwaarlijk wordt geacht dat zij het bedrag zelf moet innen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Ten aanzien van zowel de materiële als immateriële schade geldt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De materiële schade is alleen onderbouwd met een anonieme offerte, hetgeen onvoldoende is om de omvang van de schade te kunnen vaststellen die door de benadeelde partij is geleden. Tevens is onvoldoende duidelijk geworden of die schade niet reeds (gedeeltelijk) anderszins is vergoed. De immateriële schade is in zijn geheel niet met stukken onderbouwd. Nu de vordering onvoldoende is onderbouwd, wordt de benadeelde partij reeds daarom niet-ontvankelijk in haar vordering verklaard. De rechtbank bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

10 BESLAG

Onder verdachte zijn diverse goederen in beslag genomen. De in totaal twintig voorwerpen die in beslag zijn genomen staan op de beslaglijst vermeld.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat alle goederen verbeurd worden verklaard omdat met betrekking tot deze goederen de strafbare feiten zijn begaan of met behulp van deze goederen de strafbare feiten zijn begaan.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het beslag geen standpunt ingenomen.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaren:

  • -

    1 STK Gereedschap Rode spanband G2236937

  • -

    1 STK Slot nieuw in doos incl 2 sleutels G2236940 (Omschrijving: euro)

  • -

    1 STK Boormachine G2236941 (Omschrijving: blauw, merk: ferm)

  • -

    1 STK Schroef doorzichtig zak met kruiskopschroeven G2236951 (Omschrijving: zilver)

  • -

    2 STK Schroef 2 rood/witte doosjes kruiskopschroeven G2236954 (Omschrijving: goudkleurig, merk: Fischer)

  • -

    1 STK Schroef kartondoosje met torxschroeven G2236955

  • -

    1 STK Schroef rood zakje met div kruiskopschroeven G2236957

  • -

    1 STK Lijm tube bisonkit G2236961(Omschrijving: bison)

  • -

    1 STK Schroef groen doosje met div opzetbitjes G2236963

  • -

    1 STK Gereedschap kniptang G2236965 (Omschrijving: stanley)

  • -

    1 STK Plakband rol ducttape G2236966 (Omschrijving: pattex)

  • -

    1 STK Mes keukenmes 20 CM G2236967 (Omschrijving: zwart)

  • -

    1 STK Waterpomptang G2236975 (Omschrijving: zilver)

  • -

    1 STK Gereedschap G2236978 (Omschrijving: mahco)

  • -

    1 STK Stanleymes G2236979 (Omschrijving: geel)

  • -

    2 STK Schroevendraaier kruiskop G2236982 (Omschrijving: rood/zwart)

  • -

    4 STK Schroevendraaier (platte) G2236984

  • -

    1 STK Meetapparatuur Mini meetlint 3 m G2236987 (Omschrijving: Perel)

  • -

    1 STK Gereedschap boor bit 100 MM G2236989 (Omschrijving: bosch)

  • -

    4 STK Gereedschap dopsleutel G2236991 (Omschrijving: wit/zwart)

Met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen zijn de bewezen verklaarde feiten begaan dan wel bestemd tot het begaan van de bewezen verklaarde misdrijven.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 138a, 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 subsidiair en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 (veertien) dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 7 (zeven) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    1 STK Gereedschap Rode spanband G2236937

  • -

    1 STK Slot nieuw in doos incl 2 sleutels G2236940 (Omschrijving: euro)

  • -

    1 STK Boormachine G2236941 (Omschrijving: blauw, merk: ferm)

  • -

    1 STK Schroef doorzichtig zak met kruiskopschroeven G2236951 (Omschrijving: zilver)

  • -

    2 STK Schroef 2 rood/witte doosjes kruiskopschroeven G2236954 (Omschrijving: goudkleurig, merk: Fischer)

  • -

    1 STK Schroef kartondoosje met torxschroeven G2236955

  • -

    1 STK Schroef rood zakje met div kruiskopschroeven G2236957

  • -

    1 STK Lijm tube bisonkit G2236961(Omschrijving: bison)

  • -

    1 STK Schroef groen doosje met div opzetbitjes G2236963

  • -

    1 STK Gereedschap kniptang G2236965 (Omschrijving: stanley)

  • -

    1 STK Plakband rol ducttape G2236966 (Omschrijving: pattex)

  • -

    1 STK Mes keukenmes 20 CM G2236967 (Omschrijving: zwart)

  • -

    1 STK Waterpomptang G2236975 (Omschrijving: zilver)

  • -

    1 STK Gereedschap G2236978 (Omschrijving: mahco)

  • -

    1 STK Stanleymes G2236979 (Omschrijving: geel)

  • -

    2 STK Schroevendraaier kruiskop G2236982 (Omschrijving: rood/zwart)

  • -

    4 STK Schroevendraaier (platte) G2236984

  • -

    1 STK Meetapparatuur Mini meetlint 3 m G2236987 (Omschrijving: Perel)

  • -

    1 STK Gereedschap boor bit 100 MM G2236989 (Omschrijving: bosch)

  • -

    4 STK Gereedschap dopsleutel G2236991 (Omschrijving: wit/zwart)

Benadeelde partij

- verklaart Bogor International BV niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. van den Boogaard, voorzitter, mrs. S.B. Smit-Colenbrander en P.M. Leijten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.D.M. Osinga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 december 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, in de woning, het besloten lokaal en/of het erf, het bedrijfspand

bij/aan de Edisonbaan 14 bij Bogor International BV en/of Kasteel Rijnhuizen, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s) in gebruik, wederrechtelijk is/zijn binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft/hebben vertoefd;

( art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 138 lid 4 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, in een gebouw, gelegen bij/aan de Edisonbaan 14, waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk is/zijn binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft/hebben vertoefd;

( art 138a lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 138a lid 3 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 29 juli 2018 te Nieuwegein, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk

- één of meerdere kabels en/of

- een alarmpaneel en/of

- een brandinstallatie (en bijbehorende printpanelen) en/of

- een meldsysteem (ten behoeve van storingen) en/of

- een computer (ten behoeve van de toegangscontrole van het hekwerk) en/of

- één of meerdere sloten

in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan Bogor International B.V., heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 2 augustus 2018, genummerd PL0900-2018219606, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, district West-Utrecht, basisteam Lekpoort, doorgenummerd 1 tot en met 147. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 10-11.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [B] , p. 17-18.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 19.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 37-39.

6 Proces-verbaal ter terechtzitting van 26 november 2018.