Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5854

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-11-2018
Datum publicatie
30-11-2018
Zaaknummer
C/16/469682 / FL RK 18-2098
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beschikking over testamentaire voogdij na overlijden moeder met gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2018-0222
Jurisprudentie Erfrecht 2018/459
JERF Actueel 2018/459
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Almere

zaakgegevens : C/16/469682 / FL RK 18-2098

datum uitspraak: 15 november 2018

beschikking voogdij

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. I.M.G. Maste,

hierna te noemen: verzoeker,

betreffende

[naam van minderjarige] , geboren op [2006] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam informant] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van verzoeker van 31 oktober 2018, ingekomen bij de griffie op
1 november 2018.

Op 15 november 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld en gehoord:
- de minderjarige [voornaam van minderjarige] ,

- verzoeker, bijgestaan door mr. I.M.G. Maste,

- mevrouw [A] , medewerker van zorggroep Almere,

- mevrouw [B] , namens de Raad.

Het verzoek

Verzoeker heeft verzocht hem te belasten met de (tijdelijke) voogdij over de minderjarige [naam van minderjarige] . De rechtbank zal het verzoek lezen als een verzoek tot het ambtshalve toepassen van de artikelen 1:295 jo 1:253g, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ter zitting is gebleken dat er geen beletsel is om direct te voorzien in de voogdij.

Ter onderbouwing van het verzoek is het volgende aangevoerd. Verzoeker is de oudste zoon van [C] (hierna: de moeder). [voornaam van minderjarige] is op [2006] geboren uit de relatie van de moeder en de vader. Moeder is belast met het eenhoofdig gezag over [voornaam van minderjarige] . Moeder is op maandag [overlijdensdatum] 2018 overleden, maar heeft samen met verzoeker alles geregeld voor na haar overlijden. Zo zal verzoeker de huurovereenkomst voortzetten, zodat de kinderen bij elkaar kunnen blijven wonen. Moeder heeft voor overlijden een testament opgesteld waarin de wens is opgenomen om verzoeker tot voogd te benoemen over [voornaam van minderjarige] . Omdat er door het overlijden van moeder niemand is die het gezag over [voornaam van minderjarige] uitoefent zijn er praktische problemen ontstaan. Zo kan er geen beslissing worden genomen over de erfenis en kan de ziektekostenverzekering van [voornaam van minderjarige] niet worden geregeld. De wens van moeder om verzoeker met de voogdij over [voornaam van minderjarige] te belasten is met de vader besproken. De vader heeft hiermee ingestemd. Verzoeker heeft het afgelopen jaar voor zijn moeder gezorgd. Daarnaast zorgt verzoeker voor het gezin en voor inkomen.

De beoordeling

Ingevolge artikel 1:292 BW kan een ouder bij uiterste wilsbeschikking of door hiervan aantekening te laten opnemen in het register, bepalen welke persoon dan wel welke personen na zijn dood voortaan als voogd het gezag over zijn kinderen zullen uitoefenen. Ingevolge artikel 1:295 benoemt de rechtbank een voogd over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. BW wordt het verzoek slechts afgewezen, indien de rechter oordeelt dat het belang van de minderjarige zich tegen inwilliging verzet.

Moeder heeft op 27 maart 2013, in aanwezigheid van mr. [D] , kandidaat notaris (waarnemer van mr. [E] , notaris) testamentair vastgelegd dat, in het geval zij ten tijde van haar overlijden het gezag uitoefent over één of meer van haar kinderen, tot voogd over hen wordt benoemd de heer [verzoeker] . Moeder heeft dit opnieuw, ten overstaande van haar advocaat mr. I.M.G. Maste, verklaard en vastgelegd op 2 maart 2018. Na het overlijden van moeder heeft verzoeker de rechtbank conform de wens van moeder verzocht hem te belasten met de voogdij over [voornaam van minderjarige] , thans het enige nog minderjarige kind van de moeder, nu niet in haar gezag of voogdij wordt voorzien. Verzoeker heeft daarbij de aanwijzing van moeder tot testamentaire voogd aanvaard. De rechtbank dient te beoordelen of het belang van [voornaam van minderjarige] zich tegen voorzien in de voogdij door het benoemen van verzoeker tot voogd verzet.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat verzoeker zich, gedurende de ziekte van zijn moeder, heeft opgesteld als de man des huizes. Hij zorgde voor inkomen en regelde alle praktische zaken voor moeder en de kinderen. Thans zorgt hij nog altijd voor inkomen en regelt hij de praktische zaken voor [voornaam van minderjarige] . Zo is hij bijvoorbeeld ook altijd aanwezig geweest op de ouderavonden op school. Inmiddels is ook gebleken dat de huurovereenkomst van de woning op naam van verzoeker wordt voortgezet, zodat de kinderen bij elkaar kunnen blijven wonen nu moeder er niet meer is. Ook zal mevrouw [A] namens de Zorggroep Almere betrokken blijven om verzoeker te ondersteunen waar nodig. De vader heeft zich ter zitting niet verzet tegen het verzoek. Ook is ter zitting besproken dat er, als verzoeker de voogd van [voornaam van minderjarige] is, niets zal veranderen aan het contact tussen [voornaam van minderjarige] en haar vader. Namens de Raad is eveneens ingestemd met het verzoek.

De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen redenen om aan te nemen dat het belang van [voornaam van minderjarige] zich verzet tegen benoemen van verzoeker tot voogd. Het verzoek zal daarom worden toegewezen en verzoeker zal worden belast met de voogdij over [voornaam van minderjarige] .

De beslissing

De kinderrechter:

belast [verzoeker] met de voogdij over [naam van minderjarige], geboren op [2006] te [geboorteplaats] ;

wijst het meer of anders verzochte af;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2018 door mr. P.K. Nihot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van Garderen als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op