Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5758

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
27-11-2018
Zaaknummer
16.652501-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijheidsberoving door verdachte van zijn moeder in haar huis in zin van 282 Sr., korte duur doet daar niet aan af, Onderliggende problemen, geen motivatie voor hulp, geen vw strafdeel, door duur voorarrest geen ruimte voor vw deel met voldoende druk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.652501-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 september 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in [verblijfplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 september 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. C. Lammers, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 2 juni 2018 in Almere [slachtoffer 1] van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden.

Feit 2: op 2 juni 2018 in Almere [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde feit en zich wat betreft een bewezenverklaring van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsvrouw heeft haar standpunt ten aanzien van feit 1 verwoord in een ter zitting overgelegd pleidooi.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Bewezenverklaring feit 1 en feit 2

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat er in de nacht van 2 juni 2018 op de voordeur van haar woning aan de [adres] in [woonplaats] werd gebonkt. Haar zoon [verdachte] stond voor de deur.2 Hij zei dat hij 100 euro nodig had, want er stond iemand op de hoek te wachten die geld van hem kreeg. Ze zei dat ze geen 100 euro had. Ze hoorde hem zeggen ‘bel jij maar 112, want ik neem messen mee en dan steek ik hem neer en dan kan de politie dat gelijk zien’. Ze heeft 112 gebeld. [voornaam van verdachte] had twee keukenmessen in zijn hand. Ze werd bang van deze messen, omdat [voornaam van verdachte] zo onberekenbaar was. Ineens deed [voornaam van verdachte] de voordeur dicht en op slot. Hij schreeuwde dat ze de politie had gebeld en dit nu allemaal door haar kwam. Hij hield nog steeds de messen in zijn handen. [voornaam van verdachte] bleef schreeuwen. Hij bleef op een halve meter van haar vandaan staan en hield haar nauwlettend in de gaten.3 Ook toen ze boven waren, bleef [voornaam van verdachte] bij haar staan. Ze wilde weer naar beneden. [voornaam van verdachte] zei ‘je gaat niet meer naar beneden, je blijft hier’. Ze stond op en [voornaam van verdachte] ging voor haar staan. Ze kon geen kant op. Ze wilde in de kleinere kamer gaan zitten. [voornaam van verdachte] volgde haar en ging weer dichtbij haar staan. Beneden probeerde een agent door het keukenraampje met [voornaam van verdachte] te praten.4 Ze had niet de vrijheid om te bewegen in de woning. Hij liep overal met haar mee naar toe. Zelfs als ze naar het toilet moest, moest ze de deur open laten. Hij kwam heel dwingend over. Hij had een mes in zijn handen en zei dat hij dingen zou gaan doen die hij eigenlijk niet wilde doen. In het begin was ze niet bang voor hem, maar toen hij steeds meer eisen stelde wel. Hij liep steeds met de messen te zwaaien. Hij liet echt zien dat hij de macht had.5

Het telefoongesprek tussen aangeefster en de centralist die de 112-melding heeft aangenomen, is in het dossier opgenomen. In het gesprek wordt onder meer gezegd:

verdachte: nee, je gaat niet de deur open doen;

moeder: ja hij staat op mijn lip zowat;

moeder: nou [voornaam van verdachte] laat me met rust;

verdachte: nee;

moeder: hij loopt mij achterna;

moeder: hij zit op mijn lip;6

verdachte: ga naar beneden dan, dan ga ik ook naar beneden;

moeder: hij heeft de deur weer op slot gedraaid;7

moeder: ik moet naar de wc [voornaam van verdachte] . Ik ga boven wel even;

verdachte: dan ga ik mee;8

verdachte: zeg nu maar door de telefoon, mevrouw ik word nu bedreigd door mijn zoon. Hij gaat me neersteken, dan gaan ze lekker binnen komen en schieten, jij hebt het zo ver gebracht, jij doet toch de deur voor ze open.9

Politieagent [slachtoffer 2] is na de melding bij de woning van aangeefster. Hij hoorde dat verdachte door de brievenbus zei dat de politie zijn moeder niet te spreken kreeg. [slachtoffer 2] zag dat verdachte een groot vleesmes in zijn hand had.10 Zijn moeder deed snel de voordeur open. Verdachte kreeg dit vrijwel direct door en gooide de voordeur dicht. Dit ging zo snel dat het voor moeder haast onmogelijk was om de woning te ontvluchten. De politie zag dat verdachte naar de achterzijde van de woning liep en de tuindeur op slot draaide.11 [slachtoffer 2] zag dat verdachte voor het keukenraam stond en in elke hand een vleesmes vasthad. Dit kwam bedreigend voor hem over. Verdachte zei tegen hem ‘ik kom niet naar buiten, als je naar binnen komt dan ga je eraan’. Op het moment dat verdachte dit zei keek hij [slachtoffer 2] aan. [slachtoffer 2] had goed zicht op zijn handen waarin hij twee vleesmessen vasthield. Verdachte maakte tijdens de bedreiging met zijn rechterhand een stekende beweging naar voren met het mes.12

Verdachte heeft verklaard dat hij in de woning van zijn moeder was, omdat hij geld nodig had. Hij had twee messen in zijn handen. Hij had de voordeur dicht gedaan en op momenten dichtbij zijn moeder gestaan. Ze mocht de deur van de wc niet op slot draaien. Zijn moeder heeft één keer de voordeur opengedaan en verdachte heeft de deur toen weer dicht gedaan.13

Hij heeft tegen de politieagent gezegd ‘als je binnenkomt steek ik je neer’. Hij had op dat moment een mes in zijn hand.14 Misschien heeft hij de messen omhoog gehouden.15

Feit 1

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat:

- verdachte met aangeefster in haar woning was;

- verdachte de voordeur dicht heeft gedaan en de achterdeur op slot heeft gedaan;

- verdachte twee messen in zijn handen had en daarmee liep te zwaaien;

- verdachte aangeefster voortdurend in de gaten hield, haar heeft gevolgd en meermaals op korte afstand van haar stond;

- verdachte stond te schreeuwen wat aangeefster wel en niet moest doen en zeggen.

De verdachte heeft van meet af aan, en ook ter terechtzitting, benadrukt dat hij zijn moeder niet heeft willen gijzelen. Wat daarvan ook zij, verdachte miskent daarbij dat het strafrechtelijk verwijt van gijzeling aan hem niet is gemaakt. Wél het verwijt dat hij zijn moeder wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd. De rechtbank overweegt dat in artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht met vrijheid gedoeld wordt op vrijheid van beweging. Verdachte gedroeg zich in de woning van zijn moeder onmiskenbaar uiterst dwingend en had met zijn handelen de controle over haar doen en laten. Er zijn meer momenten geweest waarop aangeefster niet vrij was in haar doen en laten in haar woning en zij door het handelen van verdachte in haar bewegingsvrijheid werd belemmerd. De ten laste gelegde handelingen in onderling verband en samenhang bezien, brengen aldus met zich dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het wederrechtelijk van de vrijheid beroven van zijn moeder, zoals onder 1 ten laste gelegd. Dat de vrijheidsbeneming van relatief korte duur is geweest, doet aan dit oordeel niet af.

Feit 2

De rechtbank acht gelet op de bevindingen van verbalisant [slachtoffer 2] en de verklaring van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van [slachtoffer 2] , zoals ten laste gelegd onder 2.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 02 juni 2018 te Almere opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, immers heeft/is hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk

- de deur van de woning van die [slachtoffer 1] met een sleutel afgesloten en

- die [slachtoffer 1] voortdurend in de gaten gehouden en meermalen op (zeer) korte afstand voor die [slachtoffer 1] gaan staan en die [slachtoffer 1] continue in voornoemde woning gevolgd en

- die [slachtoffer 1] bedreigd door de woorden toe te voegen: "Bel jij maar 112, want ik neem messen mee en dan steek ik hem neer en dan kan de politie dat gelijk zien" en

- die [slachtoffer 1] bedreigd met keukenmessen door die messen aan die [slachtoffer 1] te tonen en (daarbij) naar voornoemde [slachtoffer 1] te schreeuwen.

2.

op 02 juni 2018 te Almere [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk

- dreigend keukenmessen aan voornoemde [slachtoffer 2] getoond en

- met dat keukenmes stekende bewegingen gemaakt en

- daarbij naar voornoemde [slachtoffer 2] gekeken en

- daarbij dreigend de woorden toegevoegd: "Ik kom niet naar buiten, als je naar binnen komt, dan ga je eraan".

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder feit 1 en feit 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven.

Ten aanzien van feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 175 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten en met een proeftijd van twee jaar.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht ermee in het voordeel van de verdachte rekening te houden dat het onder 1 ten laste gelegde feit een wanhoopsdaad is geweest en hij geen geweld tegen zijn moeder heeft gebruikt. Verdachte verblijft inmiddels ruim drie maanden in voorarrest. Gelet op het advies van de reclassering heeft een voorwaardelijk strafdeel geen toegevoegde waarde. De raadsvrouw verzoekt daarom te volstaan met de oplegging van een straf gelijk aan de duur van het voorarrest.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zijn moeder in haar woning van haar vrijheid beroofd. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de bewegingsvrijheid van zijn moeder en haar angst aangejaagd, terwijl de eigen woning bij uitstek een plek is waar iemand zich veilig moet kunnen voelen. Het gedrag van verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor de vrijheid en lichamelijke integriteit van zijn moeder.

Voorts heeft verdachte een politieagent die bij de woning was en probeerde met het oog op de-escalatie met verdachte in gesprek te komen bedreigd, door met een mes een stekende beweging te maken en daarbij bedreigende woorden te uiten. Verdachte heeft ter terechtzitting als zijn mening ten beste gegeven dat bedreigingen als deze horen bij het vak van politieagent. Zowel dit handelen als zijn kwalificatie daarvan getuigen van een opvallend gebrek aan inzicht in wat van politieambtenaren kan worden gevergd bij de uitoefening van hun ambt. Anderzijds onderkent de rechtbank dat sterke aanwijzingen bestaan dat verdachtes agressieve en ongeremde optreden (mede) kunnen worden herleid tot dieperliggende (persoonlijkheids)problematiek, die behandeling rechtvaardigt. De hierna te melden rapporten bieden voor dat oordeel een aanknopingspunt.

De rechtbank maakt uit het uittreksel van de justitiële documentatie van 2 augustus 2018 op dat verdachte eerder voor het plegen van strafbare feiten, waaronder bedreiging, is veroordeeld. Op 16 augustus 2018 is verdachte door de politierechter veroordeeld voor het plegen van een diefstal tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Nu deze veroordeling dateert van na het plegen van de thans bewezen verklaarde feiten zal de rechtbank overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening houden met deze veroordeling.

Verdachte heeft ter zitting niet de indruk gegeven de laakbaarheid van zijn handelen in te zien. Hij bagatelliseert zijn gedragingen, zowel waar het gaat over de vrijheidsberoving van zijn moeder als de bedreiging van de politieman. Uit het rapport van [naam instelling] van 27 juni 2018 en hetgeen door verdachte is verklaard kan worden opgemaakt dat sprake is van onderliggende verslavingsproblematiek. Het rapport en de in het dossier aanwezige retourzendingen van de reclassering geven geen aanwijzingen dat verdachte openstaat voor hulpverlening door de reclassering en gemotiveerd is om aan zijn problematiek te gaan werken. In het licht van de even bedoelde sterke aanwijzingen voor bestaande (persoonlijkheids)problematiek valt dat te betreuren. De afdoening in de onderhavige zaak biedt evenwel geen handvat om aan de oplossing daarvan bij te dragen. Nu de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de duur van het reeds ondergane voorarrest geen ruimte laten voor een substantieel voorwaardelijk strafdeel waar dermate druk van uitgaat dat verdachte in de toekomst mogelijk weerhouden kan worden van het plegen van strafbare feiten, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van een deels voorwaardelijke straf.

Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet volgen. De rechtbank zal een gevangenisstraf opleggen voor de duur van vier maanden. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten zal op deze straf in mindering worden gebracht en het bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van het tijdstip dat deze gelijk wordt aan de opgelegde straf.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 57, 63, 282 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder feit 1 en feit 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder feit 1 en feit 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Veldhuisen, voorzitter, mrs. M.J.A.L. Beljaars en

H.B.W. Beekman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 september 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 02 juni 2018 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden, immers heeft/is hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk

- de deur(en) van de woning van die [slachtoffer 1] met een sleutel afgesloten en/of (vervolgens) die sleutel in zijn, verdachte's, broekzak gestopt en/of

- die [slachtoffer 1] tegen haar wil in voornoemde woning vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 1] voortdurend in de gaten gehouden en/of (meermalen) op (zeer) korte afstand voor die [slachtoffer 1] gaan staan en/of die [slachtoffer 1] continue in voornoemde woning gevolgd en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) bedreigd door (dreigend) de woorden toe te voegen: "Bel jij maar 112, want ik neem messen mee en dan steek ik hem neer en dan kan de politie dat gelijk zien" en/of

- die [slachtoffer 1] bedreigd met één of meer (keuken)mes(sen), althans (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en), door die/dat mes(sen) aan die [slachtoffer 1] te tonen en/of voor te houden en/of (daarbij) naar voornoemde [slachtoffer 1] te schreeuwen/roepen.

2.

hij op of omstreeks 02 juni 2018 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

- dreigend (een) (keuken)mes(sen) aan voornoemde [slachtoffer 2] getoond en/of

- met dat/die (keuken)mes(sen) in de richting van voornoemde [slachtoffer 2] gewezen en/of stekende bewegingen gemaakt en/of

- ( daarbij) naar voornoemde [slachtoffer 2] gekeken en/of

- ( daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "Ik kom niet naar buiten, als je naar binnen komt, dan ga je eraan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2018156070/2018155725/2018158275, doorgenummerd blz. 1 tot en met blz. 42.

2 Proces-verbaal van aangifte, blz. 6.

3 Proces-verbaal van aangifte, blz. 7.

4 Proces-verbaal van aangifte, blz. 8.

5 Proces-verbaal van verhoor aangeefster, blz. 20.

6 Proces-verbaal van bevindingen PL0900-2018155725-16, niet genummerd, blad 4.

7 Proces-verbaal van bevindingen PL0900-2018155725-16, niet genummerd, blad 6.

8 Proces-verbaal van bevindingen PL0900-2018155725-16, niet genummerd, blad 7.

9 Proces-verbaal van bevindingen PL0900-2018155725-16, niet genummerd, blad 8.

10 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 22.

11 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 23.

12 Proces-verbaal van aangifte, blz. 16.

13 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 11 september 2018.

14 Verklaring verdachte voorgeleiding rechter-commissaris d.d. 5 juni 2018, blz. 2.

15 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 11 september 2018.