Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5747

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-10-2018
Datum publicatie
27-11-2018
Zaaknummer
16.659145-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak verkrachting, geen ondersteuning voor seksueel binnendringen, aanknopingspunten voor ontuchtige handelingen tussen verdachte en slachtoffer, maar niet op de wijze zoals tenlastegelegd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16.659145-18; 16.252874-15 (vordering tenuitvoerlegging) en 13.684419-14 (vordering tenuitvoerlegging) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 oktober 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

verblijvende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 29 mei 2018 en 25 september 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. N.C.E.C. Luns, advocaat te Almere, alsmede de advocaat van de benadeelde partij mr. J. Neslo naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 15 mei 2017 in Almere [slachtoffer] heeft verkracht door zijn hand in haar broek te brengen, in haar bil te knijpen en zijn vinger in haar vagina te duwen en heen en weer te bewegen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen. Zij heeft daartoe betoogd dat de verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de getuigenverklaringen van [getuige 1] , de vader van aangeefster, en [getuige 2] , een vriend van aangeefster, en het aantreffen van het DNA-profiel van verdachte aan de voorzijde van de string van aangeefster. De verklaring van verdachte dat hij niet met zijn hand aan de voorzijde in de string en de vagina van aangeefster is geweest, is door dit aantreffen van zijn DNA-profiel ongeloofwaardig.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het aan verdachte ten laste gelegde feit, nu niet kan worden bewezen dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat aangeefster alleen in het informatieve gesprek bij de politie heeft gezegd dat verdachte met zijn vinger in haar vagina is geweest en zij hier bij haar aangifte en bij het verhoor bij de rechter-commissaris niet over heeft verklaard. Daarnaast wordt dit punt van haar verklaring niet door enig ander bewijsmiddel ondersteund. Nu er onvoldoende wettig bewijs is voor het gestelde seksueel binnendringen, dient verdachte van de hem ten laste gelegde verkrachting te worden vrijgesproken. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt heeft de raadsvrouw verzocht [getuige 2] , die als getuige door de rechtbank is toegewezen, maar bij de rechter-commissaris niet is verschenen voor het afleggen van een verklaring, alsnog te horen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat verdachte wordt verweten dat hij aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster. Dit betekent dat in ieder geval moet worden bewezen dat er sprake is geweest van seksueel binnendringen. Het enige deel van de tenlastelegging dat valt binnen dit begrip van seksueel binnendringen is de omschrijving van de feitelijke handeling dat verdachte zijn vinger in de vagina van aangeefster heeft geduwd en daarin heen en weer heeft bewogen.

Aangeefster heeft bij de politie verklaard dat verdachte met zijn hand in haar broek heeft gezeten, in haar bil heeft geknepen en zijn vinger in haar vagina heeft geduwd. Verdachte heeft bekend dat hij met zijn hand in haar broek heeft gezeten en haar bil heeft aangeraakt, maar heeft ontkend zijn vinger in haar vagina te hebben geduwd. De vraag is of de verklaring van aangeefster dat verdachte met zijn vinger in haar vagina is geweest wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De vader en een vriend van aangeefster hebben als getuige een verklaring afgelegd. Zij benoemen niet dat verdachte handelingen zou hebben verricht die duiden op het seksueel binnendringen. Ook het onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut wijst daar niet op, nu het DNA-profiel van verdachte wel is aangetroffen op de tailleband van de broek en de string van aangeefster en niet op de schaamlippen en schede van aangeefster.

Nu overig bewijs voor het duwen van verdachtes vinger in de vagina van aangeefster en aldus voor het seksueel binnendringen ontbreekt, wordt de verklaring van aangeefster op dit punt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. De rechtbank kan daardoor niet vaststellen of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen, zoals aan hem is tenlastegelegd. Het dossier biedt aanknopingspunten voor de veronderstelling dat zich ontuchtige handelingen tussen aangeefster en verdachte hebben voorgedaan, maar dit strafbare feit is niet aan verdachte tenlastegelegd.

Gelet op het voornoemde zal de rechtbank verdachte vrijspreken van hetgeen hem wordt verweten. Dit heeft tot het onvermijdelijke gevolg dat het ingezette hulpverleningstraject voor verdachte niet in het kader van deze strafzaak kan worden voortgezet.

Verzoek tot het horen van [getuige 2] als getuige

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting van 29 mei 2017 verzocht om [getuige 2] als getuige te horen. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en de zaak mede om die reden verwezen naar de rechter-commissaris. Uit het proces-verbaal van de rechter-commissaris van

16 augustus 2018 is gebleken dat [getuige 2] ondanks meerdere oproepingen niet is verschenen, zodat hij niet als getuige kon worden gehoord. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting van 25 september 2018 aangegeven geen afstand te doen van de getuige [getuige 2] .

De rechtbank ziet af van hernieuwde oproeping van de getuige. Nu de rechtbank verdachte van het hem ten laste gelegde zal vrijspreken, valt redelijkerwijs niet aan te nemen dat verdachte door dit niet nader oproepen in zijn belangen is geschaad.

5 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] , bijgestaan door mr. J. Neslo, heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 800,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het aan hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

6 VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING

De rechtbank zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 16.252874-15 en parketnummer 13.684419-14 afwijzen, omdat verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.

7 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij

  • -

    verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16.252874-15

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 13.684419-14

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.C. Kool, voorzitter, mr. R.B. Eigeman, rechter, en

mr. M.J.A.L. Beljaars, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2018.

Mr. Beljaars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 mei 2017 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte meerdere malen, althans eenmaal,

- zijn hand in de broek van die [slachtoffer] gebracht en/of

- ( met kracht) in de bil van die [slachtoffer] geknepen en/of

- ( vervolgens) zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of heen en weer bewogen,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] onverhoeds bij de arm heeft vastgepakt en/of heeft meegetrokken en/of

- die [voorletters van slachtoffer] (vervolgens) met beide handen tegen de borst heeft geduwd en/of tegen een schutting(deur) geduwd heeft gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "je hoeft je broek niet uit te trekken",

althans woorden van gelijke aard of strekking.