Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5707

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-11-2018
Datum publicatie
22-11-2018
Zaaknummer
7004655 UM VERZ 18-3523
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet de Tesla, maar degene die op de bestuurdersstoel van de auto zit is de feitelijke bestuurder. Dat heeft de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland bepaald. Een bestuurder van een Tesla model X, die is bekeurd voor het gebruik van een mobiele telefoon tijdens het rijden, was naar de rechter gestapt omdat hij vindt dat niet hij, maar de Tesla met Autopilot de feitelijke bestuurder is.

Op zitting heeft de bestuurder verklaard dat hij het niet eens is met de opgelegde sanctie omdat niet hij, maar zijn Tesla model X de feitelijke bestuurder was. Volgens de man rijdt de elektrische auto door middel van een Autopilot-systeem. De software zorgt ervoor dat de auto zelf kan sturen en remmen, zonder dat ingrijpen van een persoon noodzakelijk is. Daarom moet de auto, en niet hij, worden aangemerkt als feitelijke bestuurder.

De kantonrechter volgt die redenering niet. In de Wegenverkeerswet is bepaald dat de bestuurder van een motorrijtuig degene is die het motorrijtuig bestuurt of degene die wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen. In dit geval was het de man die bepaalt waar de auto heen gaat en hoe de auto moet handelen in noodsituaties. Dat maakt hem de feitelijke bestuurder. Daarnaast verwijst de kantonrechter naar een citaat van de website van Tesla Nederland. “Bij gebruik van Autopilot moet de bestuurder altijd zelf opletten en actief blijven en gereed zijn elk moment in te grijpen.” Bovendien heeft de man verklaard dat hij, als degene die op de bestuurdersplaats zit, regelmatig het stuur moet vastpakken aangezien de auto anders een signaal geeft en na drie signalen het Autopilot-systeem zichzelf uitschakelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2019/12
VR 2019/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 7004655 UM VERZ 18-3523

CJIB-nummer: 211457356

beslissing van de kantonrechter van 22 november 2018

inzake

[betrokkene] , te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

gemachtigde: mr. A.E.M. Mille.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is betrokkene een administratieve sanctie opgelegd.

De officier van justitie heeft op het door betrokkene ingestelde administratief beroep een beslissing genomen.

Tegen deze beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 8 november 2018 hun zienswijze nader toe te lichten. Betrokkene en diens gemachtigde zijn verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen, werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).

De kantonrechter heeft het onderzoek gesloten en aangekondigd binnen 14 dagen uitspraak te doen.

Beoordeling

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de aan betrokkene opgelegde administratieve sanctie gehandhaafd en het beroep kennelijk ongegrond verklaard.

Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 230,00. Het gaat om een gedraging, verricht op 10 oktober 2017 om 11:15 uur te Utrecht (Rijksweg A27) met de personenauto, kenteken [kenteken] J: als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden.

Betrokkene voert – kort weergegeven – de volgende gronden aan. De hoorplicht en de motiveringsplicht zijn geschonden door de officier van justitie. In onderhavige zaak gaat het om een Tesla model X, die rijdt op het Autopilot-systeem zoals uitgegeven door Tesla. De meest recente software, versie 8.1, is sinds maart 2017 actief.

Deze software zorgt ervoor dat de auto zelf kan sturen en remmen, zonder dat ingrijpen van een persoon noodzakelijk is. Het Amerikaanse bedrijf Edmunds heeft naar aanleiding van een onderzoek naar autofabrikanten van zelfrijdende auto’s op basis van het aantal veiligheidsfuncties geoordeeld dat de zelfrijdende auto’s van Tesla als het meest veilig zijn aan te merken, verwezen wordt naar productie 4. Tevens is uit Amerikaans onderzoek gebleken dat het aantal ongelukken met zelfrijdende Tesla’s is gedaald met 40%. Ten aanzien van de gedraging voert betrokkene aan dat de gedraging niet heeft plaatsgevonden. De omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden, rechtvaardigen niet het opleggen van een sanctie, maar hadden tot een lager sanctiebedrag moeten leiden. Verwezen wordt naar de wetsgeschiedenis van artikel 61a RVV 1990 alsmede de technologische ontwikkelingen en gedateerde wetgeving. In dit geval is het de vraag of betrokkene als feitelijk bestuurder van een Tesla model X in de zin van artikel 61a RVV kan worden aangemerkt. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat hij niet als feitelijk bestuurder kan worden aangemerkt. De Tesla Model X rijdt door middel van een Autopilot-systeem. De software zorgt ervoor dat de auto zelf kan sturen en remmen, zonder dat ingrijpen van een persoon noodzakelijk is. De software die de auto bestuurt dient te worden aangemerkt als feitelijk bestuurder. De software zorgt immers ervoor dat de auto geheel autonoom kan remmen en sturen zonder ingrijpen van betrokkene. Gelet hierop dient te worden geoordeeld dat betrokkene slechts lijfelijk in de auto aanwezig is en onder zijn toezicht een motorvoertuig zichzelf doet besturen. Gemachtigde verwijst als voorbeeld naar de rij-instructeur welke niet als feitelijk bestuurder wordt aangemerkt. De gelijkenissen met een rij-instructeur zijn talrijk. Gemachtigde voert aan dat het de vraag is of het in 2002 ingevoerde verbod op het gebruik van een mobiele telefoon in het verkeer met de opkomst van zelfrijdende auto’s nog wel voldoende actueel is. Het gebruik van een mobiele telefoon in een zelfrijdende auto doet geen afbreuk aan de verkeersveiligheid. De ratio van het verbod is gelegen in het voorkomen van handmatig telefoneren en het gelijktijdig besturen van een motorvoertuig. In het geval van een zelfrijdende auto is geen sprake meer van simultane handelingen. De wetgever dient haar regelgeving aan de tijdsgeest en technologische ontwikkelingen aan te passen. Gemachtigde verwijst naar een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 7 maart 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:2186), waarin is geoordeeld dat het bedienen van een mobiele telefoon terwijl deze niet wordt vastgehouden, niet onder het bereik van artikel 61a RVV valt. Ter zitting benadrukt betrokkene en diens gemachtigde nogmaals de eerder ingenomen standpunten. Ter zitting geeft betrokkene een PowerPoint presentatie.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft een pleitnotitie overgelegd aan de kantonrechter en betrokkene.

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel:

Over de aangevoerde, formele beroepsgronden, overweegt de kantonrechter als volgt.

De kantonrechter is van oordeel dat de officier van justitie in dit geval niet heeft mogen afzien van het horen van betrokkene omdat er, gelet op wat in het administratief beroepschrift is aangevoerd, op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk was dat de beroepsgronden niet hadden kunnen leiden tot een andersluidend besluit. De officier van justitie heeft betrokkene dan ook in strijd met artikel 7:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 7, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) niet in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Dit brengt met zich dat het beroep gegrond is en dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd.

Aangezien op grond van het vorenstaande de bestreden beslissing al wordt vernietigd, laat de kantonrechter de overige argumenten van de gemachtigde tegen de beslissing van de officier van justitie buiten bespreking.

Ten aanzien van de inleidende beschikking overweegt de kantonrechter als volgt.

Op grond van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) is het de bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig verboden om tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden, ongeacht of er met de mobiele telefoon wordt gebeld. De strekking van dit artikel is het bevorderen van de verkeersveiligheid.

Betrokkene ontkent niet dat hij zijn mobiele telefoon tijdens het rijden vasthield en daarop te hebben gewerkt. Betrokkene stelt zich echter op het standpunt dat hij niet als feitelijk bestuurder kan worden aangemerkt. De Tesla Model X rijdt immers door middel van een Autopilot-systeem. De software zorgt ervoor dat de auto zelf kan sturen en remmen, zonder dat ingrijpen van een persoon noodzakelijk is. De software die de auto bestuurt dient dus te worden aangemerkt als feitelijk bestuurder.

Verder voert gemachtigde namens betrokkene aan dat de auto geheel autonoom kan remmen en sturen zonder ingrijpen van betrokkene. Gemachtigde geeft aan dat betrokkene slechts lijfelijk in de auto aanwezig is en onder zijn toezicht een motorvoertuig zichzelf doet besturen.

De kantonrechter verwijst voor het begrip bestuurder, naar artikel 1, onder n, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). In artikel 1 onder n van de WVW 1994 is bepaald dat de bestuurder van een motorrijtuig degene is die het motorrijtuig bestuurt of degene die, overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarde, wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen.

Naar het oordeel van de kantonrechter bepaalt de feitelijke bestuurder van een auto waar de auto heen gaat, hoe te handelen in noodsituaties en is deze verantwoordelijk voor wat de auto doet.

De kantonrechter verwijst naar hetgeen Tesla Nederland heeft opgenomen op haar website: “Bij gebruik van Autopilot moet de bestuurder altijd zelf opletten en actief blijven en gereed zijn elk moment in te grijpen.”’1

Betrokkene heeft verder ter zitting verklaard dat hij als degene die op de bestuurdersplaats zit regelmatig het stuur moet vastpakken aangezien de auto anders een signaal geeft en na drie signalen het Autopilot systeem zichzelf uitschakelt. Dit Autopilot systeem kan pas aan het einde van de rit weer worden ingeschakeld. Het Autopilot systeem werkt bovendien uitsluitend op de grote weg, aldus betrokkene.

Gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven is de kantonrechter van oordeel dat uitsluitend betrokkene kan worden aangemerkt als feitelijk bestuurder in de zin van artikel 61a RVV 1990 en artikel 1 WVW 1994.

Gelet op het voorgaande staat de gedraging vast. Betrokkene was ten tijde van de gedraging de bestuurder van een motorvoertuig en hij heeft tijdens het rijden een mobiele telefoon vastgehouden. Dit is een overtreding op grond van artikel 61a RVV 1990. Dat het een motorvoertuig betrof waarbij de autopilotfunctie was ingeschakeld, maakt niet dat betrokkene niet als bestuurder moet worden aangemerkt.

Voor zover de gemachtigde de vergelijking heeft getrokken met de rij-instructeur behoeft dit verder geen bespreking nu betrokkene als bestuurder wordt aangemerkt.

Verder zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot matiging van de opgelegde sanctie.

De kantonrechter spreekt zich niet uit over het verzoek aan te geven of de huidige wetgeving moet worden aangepast, nu de kantonrechter slechts de regelgeving toetst.

Betrokkene dient zich zelf tot de wetgever te wenden als hij vindt dat de regelgeving moet worden aangepast.

Er bestaat aanleiding voor vergoeding van proceskosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Gelet op de aard, inhoud en behandeling van de zaak met het CJIB-nummer 211563062

beschouwt de kantonrechter deze zaken als samenhangende zaken als bedoel in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De volgende proceshandelingen komen voor vergoeding in aanmerking: indiening van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting (2 punten). De kantonrechter kent aan de zaak wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toe, zodat voor vergoeding in aanmerking komt een bedrag van € 250,50 (2 x € 501 x 0,25 = 250,50).

Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de beslissing van de officier van justitie;

- verklaart het administratief beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;

- veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 250,50.

Deze beslissing is genomen door mr. A.J.P. Schotman, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 november 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

M.G. Jochems mr. A.J.P. Schotman

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal:

1 https://www.tesla.com/nl_NL/autopilot