Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5665

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-11-2018
Datum publicatie
26-11-2018
Zaaknummer
7265518 UV EXPL 18-279
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Verstek
Inhoudsindicatie

KG, verstek, stank- en geluidsoverlast door dieren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7265518 UV EXPL 18-279 MGdV/30360

Kort geding verstekvonnis van 21 november 2018 (bij vervroeging)

inzake

de stichting

Stichting Woongoed Zeist,

gevestigd te Zeist,

eisende partij,

gemachtigde: mr. M.M.A. Vermin,

tegen:

de besloten vennootschap

Zeker Financiële Zorgverlening B.V. tevens h.o.d.n. BMS Budgetbeheer,

gevestigd te Almere,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van:

1. [onderbewindgestelde 1],

wonende te [woonplaats]

2. [onderbewindgestelde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Woongoed Zeist en [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de brief van de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] van 6 november 2018, waarin staat dat de huur is opgezegd per 31 januari 2019 en waarin wordt aangekondigd dat zij niet naar de zitting zullen komen;

- de mondelinge behandeling van 13 november 2018, waarvan door de griffier aantekening is gehouden;

- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] huren sinds 24 april 2018 van Woongoed Zeist een woning aan de [adres] in [woonplaats] .

2.2.

Zeker Financiële Zorgverlening is bij beschikking van 25 november 2015 tot bewindvoerder van [onderbewindgestelde 2] benoemd en bij beschikking van 20 januari 2016 tot bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] .

2.3.

Vlak nadat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] eind april 2018 in de woning zijn komen wonen, zijn er bij Woongoed Zeist meldingen binnengekomen over stank- en geluidsoverlast door dieren vanuit de woning van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] .

2.4.

Op 21 juni 2018 heeft een medewerker van Woongoed Zeist samen met de wijkagent een inspectiebezoek gebracht aan de woning van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] . Er werd geconstateerd dat er in totaal 25 dieren in de woning aanwezig waren en dat er sprake was van stank in de woning. Ook was de woning ernstig vervuild, nauwelijks ingericht en lag er geen vloerbedekking op de vloer.

2.5.

Woongoed Zeist heeft direct na het inspectiebezoek het Sociaal Team ingeschakeld. Zij hebben vervolgens afspraken gemaakt met [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] . Die afspraken kwamen er op neer dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] nog maar 3 katten in de woning mochten houden, dat de overlast door stank en geluid moest stoppen en dat de woning zou worden opgeruimd en ingericht.

2.6.

Woongoed Zeist heeft daarna geconstateerd dat de situatie niet is verbeterd en dat er zelfs nog meer dieren aanwezig waren dan tijdens het eerste inspectiebezoek.

3 De overwegingen van de voorzieningenrechter

3.1.

De spoedeisendheid van de zaak is gegeven met de aard van de vordering.

3.2.

Woongoed Zeist vordert primair ontruiming van de woning aan de [adres] in [woonplaats] binnen 7 dagen en subsidiair de oplegging van gedragsaanwijzingen met voorwaardelijke ontruiming. Ook vordert Woongoed Zeist dat de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de nakosten.

3.3.

Woongoed Zeist legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Er is sprake van een zeer ernstige overlastsituatie. Gebleken is dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] niet bij machte zijn om de situatie te veranderen. Er is daarom sprake van een tekortkoming van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] ten opzichte van Woongoed Zeist, die ontruiming van de woning rechtvaardigt.

3.4.

Voor toewijzing van de voorlopige voorziening zoals door Woongoed Zeist wordt gevorderd, moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.

3.5.

Nu de vordering van Woongoed Zeist tot ontruiming van de woning de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt het gevorderde bij verstek toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn zal worden bepaald op 14 dagen.

3.6.

[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Woongoed Zeist worden begroot op:

- dagvaarding € 98,01

- griffierecht € 119,00

- salaris gemachtigde € 400,00

Totaal € 617,01

3.7.

De gevorderde nakosten zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt Zeker Financiële Dienstverlening, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] , om de woning te ontruimen en leeg achter te laten binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis en de sleutels aan Woongoed Zeist af te geven;

4.2.

veroordeelt Zeker Financiële Dienstverlening, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] , tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Woongoed Zeist, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 617,01, waarin begrepen € 400,00 aan salaris gemachtigde;

4.3.

veroordeelt Zeker Financiële Dienstverlening, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Woongoed Zeist volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde;

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. van Binsbergen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 november 2018.