Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5619

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-11-2018
Datum publicatie
16-11-2018
Zaaknummer
16/705720-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met zijn mededaders een gewelddadige, gewapende overval gepleegd op een postsorteercentrum. Bij de overval zijn de medewerkers bedreigd met vuurwapens. Gedurende twintig minuten hebben de medewerkers grote angsten uitgestaan waarbij hen de vrijheid was ontnomen, zij onder schot werden gehouden en waren vastgebonden met tiewraps. De overvallers hebben deze twintig minuten lang vele pakketten geopend en doorzocht en uiteindelijk een hoeveelheid zeer kostbare producten weggenomen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Als strafverzwarende factoren worden, voor zover in deze zaak relevant, genoemd een samenwerkingsverband, een professionele werkwijze en de aanwezigheid van een wapen en recidive, gezien het strafblad van de verdachte. De rechtbank weegt deze strafverzwarende factoren, naast uiteraard de ernst van het hiervoor genoemde feit, mee in de op te leggen straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-1003
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/705720-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 november 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1977] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 juni 2018, 4 september 2018 en 2 november 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H. Leepel en van hetgeen de verdachte en mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Doorn, alsmede hetgeen mr. A.A. Postma namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [A] namens de benadeelde partij [benadeelde] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: zich op 16 november 2016 te [vestigingsplaats] samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld tegen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [medeverdachte] , waarbij uit een pand aan de [adres] zijn weggenomen horloges van Audemars Piguet (ter waarde van ongeveer 2,1 miljoen euro), paspoorten, identiteitsbewijzen, rijbewijzen, verblijfsvergunningen en sieraden;

Feit 2: op 9 maart 2018 te ’s-Gravenhage een vuurwapen en/of 12 scherpe patronen voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het eerste feit heeft de officier van justitie daartoe, onder verwijzing naar de relevante jurisprudentie, aangevoerd dat sprake is van een voldoende betrouwbare herkenning van de verdachte op de camerabeelden door de verbalisanten. Bovendien dient bij de herkenning te worden betrokken dat er gelijkenissen bestaan tussen de gezichtsfoto’s van Facebook, zijn postuur en zijn schoenen met de dader die op de camerabeelden te zien is. Daarnaast zijn bij de doorzoeking in de woning van de verdachte een riem en een muts aangetroffen die gelijkenis tonen met de op de camerabeelden te zien riem en muts van één van de overvallers.

De officier van justitie heeft voorts aangevoerd dat uit het dossier blijkt van handelingen door de verdachte die duiden op een nauwe en bewuste samenwerking met de overvallers; zowel voorafgaand, als tijdens en na de overval.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat, nu de verdachte ontkent dat hij degene is die op de beelden is te zien, de herkenningen die door de verbalisanten zijn vastgelegd daarmee de enige bewijsmiddelen vormen. Onder verwijzing naar jurisprudentie en literatuur heeft de raadsman aangevoerd dat deze herkenning in dit geval te summier zijn om te kunnen spreken van betrouwbare herkenningen; de verbalisanten herkennen de verdachte slechts aan zijn postuur, gelaat en houding. Uit de betreffende processen-verbaal blijkt niet, anders dan de officier van justitie heeft betoogd, dat de verbalisanten de verdachte goed kennen, dan wel wanneer zij de verdachte voor het laatst hebben gezien of hoe vaak zij hem hebben gezien.

Omdat de verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde feit heeft bekend, heeft de raadsman zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van een overval. Hij heeft verklaard dat hij medewerker is bij [benadeelde] (de rechtbank begrijpt: [benadeelde]), gevestigd aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Hij was op woensdag 16 november 2016 aan het werk samen met [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ), die hij [bijnaam] noemt, en [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] , medeverdachte).2 Hij hoorde de bel overgaan en [medeverdachte] liep daarop naar beneden om te kijken wie er voor het hek stond. Ineens stond er een persoon voor de aangever. De aangever moest van die persoon met zijn buik op de grond gaan liggen. De aangever zag dat die persoon een pistool in zijn hand vasthield. Vervolgens werden zijn handen vastgebonden door middel van tie-raps (de rechtbank begrijpt: tiewraps) en voelde hij ook tiewraps om zijn enkels. Ook een tweede persoon die erbij kwam staan, hield een pistool in zijn hand. De aangever zag dat [bijnaam] ook op zijn buik op de grond lag, dat [medeverdachte] even later ook naast hem op de grond werd gelegd en dat zij ook tiewraps om hadden. Hij hoorde een van de overvallers tegen [bijnaam] vragen waar de waardevolle pakketten waren.3

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat er ineens een man achter hem stond die schreeuwde “op de grond, op de grond!”. Hij voelde dat eerst zijn polsen met tiewraps werden vastgebonden. Daarna ging een tiewrap om zijn schenen heen. Op enig moment voelde hij dat er een voorwerp tegen zijn rug werd gedrukt, waarvan hij dacht dat het een pistool was.4

De volgende goederen zijn weggenomen:

  • -

    42 horloges, merk Audemars Piguet (totale waarde ruim 2,1 miljoen euro). Eigenaar: Audemar Piguet Benelux;

  • -

    41 paspoorten. Eigenaar: Safran Morpho;

  • -

    48 rijbewijzen. Eigenaar: RDW;

  • -

    30 id kaarten. Eigenaar: Safran Morpho;

  • -

    1 verblijfsvergunning. Eigenaar: Safran Morpho;

  • -

    33 sieraden. Eigenaar: Lucardi.5

Naar aanleiding van de overval heeft verbalisant [verbalisant 1] samen met [B] , van de afdeling IT van [benadeelde] , de camerabeelden van het postsorteercentrum [benadeelde] te [vestigingsplaats] bekeken.6

Om 02:02 uur is op de camera van het toegangshek te zien dat het hek wordt geopend en dat vier mannen het terrein op lopen. Direct hierop lopen de vier mannen het sorteercentrum binnen. Te zien is dat de mannen in het bezit zijn van een vuurwapen. Eén van de mannen loopt op [medeverdachte] af en duwt hem in de rug naar de grond toe, waarna [medeverdachte] wordt gekeveld (de rechtbank begrijpt: gekneveld) met behulp van tie-rips (de rechtbank begrijpt: tiewraps). Twee andere mannen lopen de trap op naar boven en overmeesteren de andere twee werknemers waarna ook deze worden gekneveld middels tiewraps. Tussen 02:02 uur en 02:22 uur is te zien dat door de vier overvallers diverse rolcontainers worden doorzocht en pakketten worden geopend.7

Verbalisant [verbalisant 2] , werkzaam bij de politie-eenheid Den Haag, deelgebied Transvaal, heeft verklaard dat zij vanuit haar jarenlange ervaring in haar functie als wijkagent zeer goed bekend is met de bewoners in het deelgebied. Op de camerabeelden van de overval zag zij dat NN04 een persoon betrof die een zwarte muts droeg en verder dat zijn gelaat duidelijk herkenbaar in beeld was. [verbalisant 2] herkende de verdachte NN04 als: [verdachte] , geboren op [1977] te [geboorteplaats] . Zij herkent [verdachte] aan zijn postuur, gelaat en houding.8

Verbalisant [verbalisant 3] , inspecteur bij de politie-eenheid Den Haag, heeft verklaard dat hij ongeveer zes jaar wijkagent is geweest in de wijk Transvaal-Noord, waardoor hij zeer goed bekend is met de bewoners in deze buurt. Op de camerabeelden van de overval zag hij dat de persoon die de zwarte muts droeg en duidelijk herkenbaar in beeld is, verdachte NN04 betrof. [verbalisant 3] herkent deze dader aan zijn postuur, gelaat en houding als de voor hem ambtshalve bekende [verdachte] , geboren [1977] te [geboorteplaats] .9

Verbalisant [verbalisant 4] heeft, naar aanleiding van informatie van wijkagent [verbalisant 2] dat de vriendin van de verdachte zou zijn genaamd ‘ [C] ’, op Facebook gezocht op deze naam. Eén van de foto’s op het aangetroffen profiel was geliked door ene ‘ [naam] ’, wiens profiel de verbalisant heeft bekeken.10 Op de profielfoto herkende de verbalisant [verdachte] , geboren op [1977] . Op andere foto’s op het Facebook-account van [verdachte] zag de verbalisant dat [verdachte] heel erg lijkt op dader NN04 van de overval.11 Het postuur van [verdachte] op de foto’s komt overeen met dader NN04 van de overval.12 Verder is op een foto te zien dat [verdachte] evenals dader NN04 van de overval op [benadeelde] een witte broeksriem draagt.13

Op 9 maart 2018 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning van de verdachte, op het adres [adres] te [woonplaats] .14 Tijdens de doorzoeking werden onder andere in beslag genomen:

  • -

    broekriem, kleur wit;

  • -

    vuurwapen, merk Star, model 28/30, kaliber 9mm;

  • -

    wollen muts, kleur zwart.15

Het aangetroffen en in beslag genomen wapen werd door verbalisant [verbalisant 5] aan onderzoek onderworpen, waarbij foto’s van het vuurwapen werden gemaakt.16 Het bij de verdachte [verdachte] aangetroffen vuurwapen, vertoont grote gelijkenis met het vuurwapen dat werd gebruikt tijdens de overval op [benadeelde] .17

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] kent, en dat hij te zien is op de voorgehouden Facebook-foto’s.18 Verder heeft de verdachte ter zitting verklaard dat het bij de doorzoeking in zijn woning aangetroffen vuurwapen van hem is.19

bewijsoverwegingen van het onder feit 1 ten laste gelegde

Met betrekking tot de herkenning van de verdachte door de twee verbalisanten is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat deze herkenningen voldoende concreet en betrouwbaar zijn. De rechtbank zal deze processen-verbaal gebruiken als bewijsmiddelen. De rechtbank betrekt in haar oordeel dat het gaat om herkenningen door wijkagenten die de verdachte kennen uit het gebied waar zij reeds lange tijd werkzaam zijn (geweest). De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij weet wie zij zijn. Voorts betrekt de rechtbank in haar oordeel dat de herkenningen van deze verbalisanten zijn gebaseerd op bewegende, scherpe camerabeelden. Op deze beelden is de verdachte van top tot teen te zien, is hij vaak en langdurig in beeld, zowel stilstaand als bewegend en vanuit verschillende hoeken (recht van voren en opzij). Zijn gezicht is daarbij onbedekt. De opname, die ook onderdeel uitmaakt van het dossier, waarop de verbalisanten de herkenning baseren, duurt ongeveer twintig minuten lang en is volledig in kleur.

Zoals in de bewijsmiddelen is uiteengezet, blijkt bovendien dat niet slechts de herkenningen van de verbalisanten erop wijzen dat de verdachte betrokken is geweest bij de overval. Bij de overval is door één van de overvallers, te weten NN04, immers een wapen gebruikt dat zeer grote gelijkenis vertoont met het in de woning van de verdachte aangetroffen wapen. Daarnaast zijn bij hem een witte riem en een zwarte muts in beslag genomen, die grote gelijkenissen vertonen met de riem en muts die de verdachte NN04 op de camerabeelden droeg. Eenzelfde witte riem wordt daarnaast gezien op de foto’s van de verdachte op Facebook.

De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen het onder feit 1 ten laste gelegde heeft gepleegd.

Van het onderdeel van de tenlastelegging waar wordt gesproken over het tegen [medeverdachte] uitgeoefende geweld, zal de rechtbank – anders dan de officier van justitie heeft betoogd – de verdachte niet vrijspreken. Uit voormelde bewijsmiddelen volgt immers niet dat bij het tegen [medeverdachte] uitgeoefende geweld de wederrechtelijkheid ontbreekt, nu [medeverdachte] niet heeft verklaard dat hij aan [verdachte] toestemming tot het plegen van (bedreiging met) geweld.

ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde

De verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. Gelet daarop en op basis van de inhoud van het dossier acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het feit heeft begaan en volstaat zij met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de verdachte, opgemaakt door [verbalisant 6] en [verbalisant 4] , politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de bekennende verklaring van de verdachte, doorgenummerde pagina 69 e.v. (persoonsdossier);

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van [verbalisant 7] , opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, houdende een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, doorgenummerde pagina 47 e.v. (persoonsdossier);

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , opgemaakt door politie Den Haag, dienst Regionale Recherche, team Forensische Ondersteuning, houdende een proces-verbaal van veiligstellen vuurwapen, doorgenummerde pagina 51 e.v. (persoonsdossier);

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 10] , opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, houdende een proces-verbaal van categorisering van het vuurwapen, doorgenummerde pagina 53 e.v. (persoonsdossier).

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben betrekking op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

1.

op 16 november 2016 te [vestigingsplaats] tezamen en in vereniging met anderen, 42 horloges (merk: Audemars Piguet, ter waarde van ongeveer 2,1 miljoen euro) en 41 paspoorten en 30 identiteitsbewijzen en 48 rijbewijzen en 1 verblijfsvergunning en 33 sieraden, toebehorende aan [benadeelde] en Audemars Piguet en Safran Morpho en RDW en Lucardi, uit een pand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [medeverdachte] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door

- te roepen (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [medeverdachte] op de grond moesten gaan liggen en

- daarbij een vuurwapen in zijn handen had en

- vervolgens tie-wraps om de polsen en enkels van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en die [medeverdachte] vast te maken.

2.

op 9 maart 2018 te 's-Gravenhage, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (pistool, merk Star, model 30M, kaliber 9mmPara, wapennummer is verwijderd), en munitie van categorie III, te weten ongeveer 12 scherpe patronen, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7 STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, aangevoerd dat de strafeis van de officier van justitie te hoog is. De verdachte heeft al veel te lang in detentie doorgebracht.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft samen met zijn mededaders een gewelddadige, gewapende overval gepleegd op een postsorteercentrum van [benadeelde] . Bij de overval zijn de medewerkers bedreigd met vuurwapens. Gedurende twintig minuten hebben de medewerkers grote angsten uitgestaan waarbij hen de vrijheid was ontnomen, zij onder schot werden gehouden en waren vastgebonden met tiewraps. De overvallers hebben deze twintig minuten lang vele pakketten geopend en doorzocht en uiteindelijk een hoeveelheid zeer kostbare producten weggenomen.

Met behulp van de medeverdachte [medeverdachte] is kennelijk volgens een vooropgezet plan gezorgd dat de deuren voor de overvallers zouden worden geopend, juist op een dag dat een kostbare zending was bezorgd in het postsorteercentrum. Tijdens de overval is de verdachte, zo is gebleken uit de duidelijke bewegende beelden, die aan het dossier zijn toegevoegd, één van de overvallers geweest die herhaaldelijk het vuurwapen op de medewerkers heeft gericht en ook zijn schoen op het hoofd van één van de slachtoffers plaatste, terwijl deze vastgebonden op zijn buik op de grond lag.

Het is algemeen bekend dat gebeurtenissen als hiervoor omschreven een grote emotionele impact (kunnen) hebben op de slachtoffers. Naar de ervaring leert, zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij de directe slachtoffers en de direct betrokkenen. De grote impact die de overval heeft gehad op de collega’s van de verdachte blijkt ook uit de door de toelichting die hun advocaat ter zitting heeft gegeven. Beide benadeelden, maar in het bijzonder benadeelde [slachtoffer 1] , hebben grote emotionele schade opgelopen naar aanleiding van het gebeurde.

Naast de emotionele schade die de werknemers hebben geleden, is ook voor [benadeelde] een enorme schadepost veroorzaakt. Twee van haar werknemers zijn (tijdelijk) verminderd tot niet inzetbaar geweest, [benadeelde] heeft de schade voor de weggenomen pakketten reeds deels moeten vergoeden en zij is momenteel in een civiele procedure verwikkeld geraakt over de vergoeding van de restschade.

De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders kennelijk laten leiden door zijn zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de grote gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. De verdachte en zijn mededaders zijn hierbij berekenend en op een professionele wijze te werk gegaan door de informatie en gelegenheid vanuit het bedrijf, waarover de medeverdachte beschikte, te benutten. De rechtbank overweegt dat een dergelijk feit de rechtsorde schokt en bijdraagt aan algemene gevoelens van onveiligheid. De rechtbank rekent de handelwijze van de verdachte hem dan ook zwaar aan.

Gelet op de hiervoor vermelde ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor een overval op een winkel uit van een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, dan wel - indien sprake is van ander geweld dan licht geweld - een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. De rechtbank hanteert dit uitgangspunt bij het bepalen van de straf, nu dit het meest overeenkomt met de bedrijfsoverval zoals in deze zaak heeft plaatsgevonden, mede gezien de camerabeelden waarbij de twee werknemers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] werden overmeesterd en bedreigd met vuurwapens.

Als strafverzwarende factoren worden daarbij, voor zover in deze zaak relevant, genoemd een samenwerkingsverband, een professionele werkwijze en de aanwezigheid van een wapen en recidive, gezien het strafblad van de verdachte. De rechtbank weegt deze strafverzwarende factoren, naast uiteraard de ernst van het hiervoor genoemde feit, mee in de op te leggen straf.

Met betrekking tot de hiervoor genoemde recidive, heeft de rechtbank zich gebaseerd op een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 19 juli 2018. Daaruit blijkt dat de verdachte voor het laatst is veroordeeld op 24 maart 2015, onder andere ter zake van een poging tot gekwalificeerde diefstal. De rechtbank weegt dit in het nadeel van de verdachte mee in de strafoplegging.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op een reclasseringsadvies van 3 oktober 2018, opgesteld door I. van Aernsbergen van Reclassering Nederland. Hierin wordt geadviseerd om, indien de rechtbank komt tot oplegging van een gevangenisstraf van minder dan vier jaren, ook een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Indien de rechtbank komt tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar of hoger, dan kan tijdens de detentieperiode onderzocht worden onder welke voorwaarden detentiefasering en een toezicht in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling ingezet dient te worden.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.

9 BENADEELDE PARTIJEN

9.1

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.000,-, hoofdelijk op te leggen, alsmede met toewijzing van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade ten gevolge van het aan de verdachte onder feit 1 ten laste gelegde. Deze vordering is door mr. A.A. Postma namens hem ingediend en ter terechtzitting nader toegelicht en onderbouwd.

9.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

9.1.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op het verweer van de verdediging dat de verdachte moet worden vrijgesproken, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

9.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is bewezen verklaard. Dat de benadeelde partij psychisch letsel heeft opgelopen acht de rechtbank aannemelijk; hij is overvallen, bedreigd met een vuurwapen en is onder deze omstandigheden gedurende ongeveer 20 minuten geconfronteerd met beneming van zijn vrijheid.

De rechtbank waardeert deze schade op € 5.000,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot de dag van volledige betaling.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door de verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 60 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

9.2

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 15.000,-, hoofdelijk op te leggen, alsmede met toewijzing van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade ten gevolge van het aan de verdachte onder feit 1 ten laste gelegde. Deze vordering is door mr. A.A. Postma namens hem ingediend, onderbouwd en ter terechtzitting nader toegelicht en onderbouwd.

9.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

9.2.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op het verweer van de verdediging dat de verdachte moet worden vrijgesproken, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

9.2.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is bewezen verklaard. Dat de benadeelde partij psychisch letsel heeft opgelopen acht de rechtbank aannemelijk; hij is overvallen, bedreigd met een vuurwapen en is onder deze omstandigheden gedurende ongeveer 20 minuten geconfronteerd met beneming van zijn vrijheid.

Voor wat betreft de hoogte van de vordering, overweegt de rechtbank dat uitdrukkelijk door psycholoog A. van der Gun en psychiater M. Schouw is uiteengezet dat de benadeelde naar aanleiding van de overval leed aan een ernstige posttraumatische stressstoornis. Hiervoor zijn verschillende vormen van (intensieve) traumabehandeling ingezet, die pas rond juni 2018 een verandering teweeg hebben gebracht in zijn angstklachten. Inmiddels is hij gestart om weer langzaamaan een toekomstperspectief op te bouwen.

Met inachtneming van het voorgaande acht de rechtbank toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 10.000,- passend, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu nog niet is gebleken dat het behandeltraject van de benadeelde al is afgerond en wat de uiteindelijke immateriële schade is geweest. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering, te weten € 5.000,-, niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door de verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 85 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

9.3

Ten aanzien van de benadeelde partij Logistics Solutions BV ( [benadeelde] )

Logistics Solutions BV ( [benadeelde] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 30.403,71. Dit bedrag bestaat materiële schade ten gevolge van het aan de verdachte onder feit 1 ten laste gelegde.

9.3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

9.3.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op het verweer van de verdediging dat de verdachte moet worden vrijgesproken, heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat [benadeelde] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering een onevenredige belasting is voor het strafproces omdat deze te ingewikkeld is en ook om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

9.3.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is bewezen verklaard. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering duidelijk is en voldoende onderbouwd. In de vordering is immers onderbouwd dat [benadeelde] , gelet op de afspraken tussen haar en Audemars Piguet, voor elk verloren pakketten een bedrag van € 500,- aan laatstgenoemde verschuldigd is. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat [benadeelde] , zoals zij heeft gesteld, die afspraak ook met andere partijen heeft gemaakt. Ook de loonschade is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd; ter zitting is bovendien nog gebleken dat er minder is gevorderd dan de daadwerkelijke loonkosten die [benadeelde] heeft gehad. Daarmee zijn de gevorderde kosten naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden en leveren geen onevenredige belasting op van het strafproces.

De rechtbank waardeert de schade op € 30.403,71 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot de dag van volledige betaling.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van Logistics Solutions BV ( [benadeelde] ) aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 30.403,71, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door de verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 187 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Logistics Solutions BV ( [benadeelde] ) in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    36f, 43a, 47, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    26, 55 van de Wet wapens en munitie

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart de verdachte strafbaar.

Oplegging straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Benadeelde partij [slachtoffer 2] (t.a.v. feit 1)

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 2] geheel toe, tot een bedrag van € 5.000,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 5.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Benadeelde partij [slachtoffer 1] (t.a.v. feit 1)

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe, tot een bedrag van € 10.000,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 10.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 85 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Benadeelde partij Logistics Solutions BV – [benadeelde] (t.a.v. feit 1)

  • -

    wijst de vordering van Logistics Solutions BV - [benadeelde] geheel toe, tot een bedrag van € 30.403,71;

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan Logistics Solutions BV - [benadeelde] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van Logistics Solutions BV - [benadeelde] aan de Staat € 30.403,71 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 187 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. A.R. Creutzberg en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.S.A. Honing, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2018.

Mr. A.R. Creutzberg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 november 2016 te [vestigingsplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 42 horloges (merk: Audemars Piquet, ter waarde van ongeveer 2,1 miljoen euro) en/of 41 paspoorten en/of 30 identiteitsbewijzen en/of 48 rijbewijzen en/of 1 verblijfsvergunning en/of 33 sieraden, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde] en/of Audemars Piquet en/of Safran Morpho en/of RDW en/of Lucardi, uit een pand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [medeverdachte] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [medeverdachte]

- op de grond te leggen, althans te roepen (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [medeverdachte] op de grond moesten gaan liggen en/of

- ( daarbij) een vuurwapen in zijn handen had en/of

- ( vervolgens) tie-wraps om de poslsen en enkels van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [medeverdachte] vast te maken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 09 maart 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een vuurwapen (pistool, merk Star, model 30M, kaliber 9mmPara, wapennummer is verwijderd), en/of munitie van categorie III, te weten ongeveer 12 scherpe patronen, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 15 augustus 2018, genummerd PL0900-201611171330E, onderzoek 032RTUNI (hierna te noemen: einddossier) of in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 augustus 2018, genummerd PL0900-2016354922E, onderzoek 032RTUNI (hierna te noemen: persoonsdossier). Zowel het einddossier als het persoonsdossier zijn opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland. Het einddossier is doorgenummerd pagina 1 tot en met 477 en het persoonsdossier is doorgenummerd pagina 1 tot en met 99. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 24 (einddossier).

3 een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 25 (einddossier).

4 een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , pagina 67 (einddossier).

5 een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , met bijlage, pagina 28 tot en met 56 (einddossier).

6 een proces-verbaal uitkijken beelden van [verbalisant 1] , pagina 126 (einddossier).

7 een proces-verbaal uitkijken beelden van [verbalisant 1] , pagina 127 (einddossier).

8 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , met bijlage, pagina 399 e.v. (einddossier).

9 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , met bijlage, pagina 401 e.v. (einddossier).

10 een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] , pagina 403 (einddossier).

11 een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] , pagina 404 (einddossier).

12 een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] , pagina 405 (einddossier).

13 een proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] , pagina 406 (einddossier).

14 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pagina 47 (persoonsdossier).

15 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pagina 48 (persoonsdossier).

16 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] , pagina 64 (persoonsdossier).

17 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] , pagina 65 (persoonsdossier).

18 het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 november 2018.

19 een proces-verbaal van verhoor verdachte van [verbalisant 6] en [verbalisant 4] , pagina 75 (persoonsdossier).