Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5617

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-11-2018
Datum publicatie
16-11-2018
Zaaknummer
16/707474-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een gewelddadige, gewapende overval op een postsorteercentrum mogelijk gemaakt door de mededaders inlichtingen te verschaffen en hen in de gelegenheid te stellen om het pand te betreden. De overvallers hebben tijdens de overval vele pakketten geopend en doorzocht en uiteindelijk een hoeveelheid zeer kostbare producten weggenomen. Het mag dan zo zijn dat de verdachte als medeplichtige een onderschikte rol heeft gespeeld in de daadwerkelijke overval, maar de rechtbank rekent hem zwaar aan dat zijn rol wel een essentiële is geweest; zonder hem hadden de overvallers immers niet geweten op welke dag en na welk tijdstip de zeer kostbare pakketten werden bezorgd, wisten de overvallers niet waar zij deze pakketten konden vinden en waren de overvallers het pand niet binnen gekomen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden. Als strafverzwarende factoren worden daarbij, voor zover in deze zaak relevant, genoemd een samenwerkingsverband, een professionele werkwijze en de aanwezigheid van een echt vuurwapen. De rechtbank weegt deze strafverzwarende factoren, naast uiteraard de ernst van het hiervoor genoemde feit, mee in de op te leggen straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/707474-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 november 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 juni 2018, 4 september 2018 en 2 november 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H. Leepel en van hetgeen de verdachte en mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat te Veenendaal, alsmede hetgeen mr. A.A. Postma namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [A] namens de benadeelde partij [benadeelde ] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 16 november 2016 te [vestigingsplaats] :

Primair: zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , waarbij uit een pand aan de [adres] zijn weggenomen horloges van Audemars Piguet (ter waarde van ongeveer 2,1 miljoen euro), paspoorten, identiteitsbewijzen, rijbewijzen, verblijfsvergunningen en sieraden;

Subsidiair: aan het voormelde feit opzettelijk behulpzaam is geweest door telefonisch contact te hebben met de verdachten, vervolgens de roldeur van het pand open te zetten en vervolgens het toegangshek te openen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier blijkt van handelingen door de verdachte die duiden op een nauwe en bewuste samenwerking met de overvallers; zowel voorafgaand, als tijdens en na de overval. De essentiële rol van de verdachte bij de overval sluit niet aan bij de jurisprudentie over medeplichtigheid. In de visie van de officier van justitie is er daarom sprake van medeplegen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair integrale vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte betrokken was bij de overval en daarbij dus een verwijtbare rol had.

Als zijn betrokkenheid al wordt bewezen, heeft de raadsvrouw zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de handelingen van de verdachte op geen enkele wijze duiden op een nauwe en bewuste samenwerking. Het primair ten laste gelegde medeplegen kan daarmee niet worden bewezen, daarvan dient de verdachte te worden vrijgesproken. Hooguit kan de verdachte dan worden veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde; de medeplichtigheid.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van een overval. Hij heeft verklaard dat hij medewerker is bij [benadeelde ] (de rechtbank begrijpt: [benadeelde ]), gevestigd aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Hij was op woensdag 16 november 2016 in de nachtdienst aan het werk samen met [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ), die hij [bijnaam] noemt, en [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] , de verdachte). De eerste chauffeur kwam rond 01.00 uur.2 Ongeveer een half uur tot drie kwartier later hoorde aangever de bel overgaan. Aangever heeft verklaard dat hij verbaasd was omdat hij niemand verwachtte. [verdachte] liep daarop naar beneden om te kijken wie er voor het hek stond. Ineens stond er een persoon voor de aangever. De aangever moest van die persoon met zijn buik op de grond gaan liggen. De aangever zag dat die persoon een pistool in zijn hand vasthield. Vervolgens werden zijn handen vastgebonden door middel van tie-raps (de rechtbank begrijpt: tiewraps) en voelde hij ook tiewraps om zijn enkels. Ook een tweede persoon die erbij kwam staan, hield een pistool in zijn hand. De aangever zag dat [bijnaam] ook op zijn buik op de grond lag, dat [verdachte] even later ook naast hem op de grond werd gelegd en dat zij ook tiewraps om hadden. Hij hoorde een van de overvallers tegen [bijnaam] vragen waar de waardevolle pakketten waren.3

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat er ineens een man achter hem stond die schreeuwde “op de grond, op de grond!”. Hij voelde dat eerst zijn polsen met tiewraps werden vastgebonden. Daarna ging een tiewrap om zijn scheenbenen heen. Op enig moment voelde hij dat er een voorwerp tegen zijn rug werd gedrukt, waarvan hij dacht dat het een pistool was.4

De volgende goederen zijn weggenomen:

  • -

    42 horloges, merk Audemars Piguet (totale waarde ruim 2,1 miljoen euro). Eigenaar: Audemar Piguet Benelux;

  • -

    41 paspoorten. Eigenaar: Safran Morpho ;

  • -

    48 rijbewijzen. Eigenaar: RDW;

  • -

    30 id kaarten. Eigenaar: Safran Morpho ;

  • -

    1 verblijfsvergunning. Eigenaar: Safran Morpho ;

  • -

    33 sieraden. Eigenaar: Lucardi.5

Door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] is met [A] en [getuige] gesproken over de procedures binnen het bedrijf [benadeelde ] en de kennis over de inhoud van de pakketten bij medewerkers van het bedrijf. Daaruit is onder andere gebleken dat als er gebeld wordt, er een scherm is waarop men ziet wie er voor de poort staat. Er wordt eerst gekeken en dan pas wordt de poort geopend. De werknemers weten precies hoe laat er mensen komen. Het toegangshek mag alleen worden geopend als de andere deuren dicht zijn.6 De pakketten van Audemars Piguet zijn herkenbaar aan het label en het feit dat ze in een houten krat zitten. Sinds mei 2016 werden de pakketten van Audemars Piguet één keer in de maand op dinsdag aangeboden.7

Gevraagd naar de laatste verwachte/geplande chauffeurs in de nacht van 16 november 2016, heeft de heer [getuige] nog verklaard dat door hem kon worden vastgesteld dat in die nacht de laatste chauffeur om 01:15 uur was geweest.8

Naar aanleiding van de overval heeft verbalisant [verbalisant 3] samen met [B] , van de afdeling IT van [benadeelde ] , de camerabeelden van het postsorteercentrum [benadeelde ] te [vestigingsplaats] bekeken. Daarop is om 01:58 uur te zien dat de verdachte een roldeur aan de zijkant van het bedrijf opent terwijl tegelijkertijd is te zien dat er geen vrachtauto achter de roldeur staat te wachten om te gaan laden of lossen. Vanaf de roldeur loopt de verdachte rechtstreeks naar het kantoortje aan de andere kant van het sorteercentrum. Te zien is dat hij in het kantoor een draadloze Dect telefoon (de rechtbank begrijpt: DECT-telefoon) pakt.9

De verbalisant noteert dat [B] verklaart dat het toegangshek van het bedrijf alleen kan worden geopend door middel van de vaste telefoon in het kantoor of middels de draadloze DECT-telefoon die is gekoppeld aan voornoemde telefoon, en dan alleen wanneer er wordt aangebeld bij het toegangshek.

Om 02:02 uur is te zien dat de verdachte de draadloze DECT-telefoon uit de zak van zijn werkbroek pakt en er een handeling mee verricht. Op de camera van het toegangshek is te zien dat het hek wordt geopend en dat vier grotendeels gemaskerde mannen het terrein op lopen. De verdachte loopt naar het midden van het sorteercentrum en niet naar de geopende roldeur. Direct hierop lopen de vier mannen het sorteercentrum binnen. Te zien is dat de mannen in het bezit zijn van een vuurwapen. Eén van de mannen loopt op de verdachte af en duwt hem in de rug naar de grond toe, waarna de verdachte wordt gekeveld (de rechtbank begrijpt: gekneveld) met behulp van tie-rips (de rechtbank begrijpt: tiewraps). Twee andere mannen lopen de trap op naar boven en overmeesteren de andere twee werknemers waarna ook deze worden gekneveld middels tiewraps en worden bedreigd met vuurwapens. Tussen 02:02 uur en 02:22 uur is te zien dat door de vier overvallers diverse rolcontainers worden doorzocht en pakketten worden geopend.10

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op de hoogte was van de regel dat eerst beneden op de camera moest worden gekeken wie voor het hek stond, voordat dit mocht worden geopend. De verdachte heeft verder verklaard dat hij de roldeur heeft geopend en vervolgens, in plaats van de roldeur te sluiten, naar boven is gegaan om zijn collega’s te helpen. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij denkt dat hij op het groene knopje van de DECT-telefoon heeft gedrukt. Hij kon niet zien wie er voor de deur stond, maar heeft wel open gedaan.11

De rechtbank stelt hier vast dat bij gelijktijdig uitgesproken vonnis van 16 november 2018 de medeverdachte [medeverdachte] is veroordeeld voor medeplegen van dezelfde overval.12

Bewijsoverwegingen

De betrokkenheid van de verdachte bij de overval kan worden bewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier is gebleken dat de daders kennelijk beschikten over essentiële informatie om te komen tot het plegen van de overval. Zo is de overval gepleegd in de nacht nadat de zeer kostbare zending van Audemars Piguet was geleverd (waarbij van belang is dat binnen [benadeelde ] bekend was dat deze levering slechts éénmaal per maand werd geleverd, op een dinsdag), wisten de daders hoe zij het pand konden betreden en – eenmaal binnen – naar welke pakketten zij moesten zoeken. Ook wisten de daders kennelijk dat zij de DECT-telefoon nodig hadden om het hek weer te openen bij het verlaten van het pand en waren zij ervan op de hoogte dat de laatste chauffeur van die nacht al was vertrokken. De rechtbank stelt hiermee vast dat het niet anders kan dan dat de daders informatie hebben gehad van iemand binnen [benadeelde ] .

Uit de bewijsmiddelen blijkt evident dat de verdachte de (veiligheids)regels die op dat moment golden bij [benadeelde ] , niet heeft nageleefd. De verdachte heeft verklaard dat hij op de hoogte was van deze regels. Desondanks heeft hij de regels, zonder aannemelijk verklaring of aanleiding daartoe, op meerdere fronten overtreden. In een tijdsbestek van enkele minuten heeft de verdachte eerst de roldeur opengezet en vervolgens het toegangshek geopend, waardoor de daders uiteindelijk zonder enige moeite het pand hebben kunnen betreden.

Tegenover het voorgaande heeft de verdachte wel in het algemeen elke betrokkenheid bij de overval ontkend, maar heeft hij geen aannemelijke verklaring gegeven voor zijn handelen die nacht. De verdachte heeft bovendien onduidelijk en wisselend verklaard, waarbij hij zichzelf regelmatig heeft tegengesproken.

Gelet op de vaststelling dat de daders beschikten over essentiële informatie die vanuit [benadeelde ] heeft moeten komen, het zonder aanleiding en evident niet naleven van de (veiligheids)regels door de verdachte en zijn wisselende en onduidelijke verklaringen hierover gedurende het gehele proces, acht de rechtbank naar de uiterlijke verschijningsvorm bewezen dat de verdachte heeft gehandeld met het kennelijke opzet om zijn medeverdachten gelegenheid te bieden de overval uit te voeren en daarvoor opzettelijk essentiële informatie moet hebben verstrekt. Gelet hierop en gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen kan het verweer van de raadsvrouw dat de verdachte desondanks niet betrokken was bij de overval, niet slagen.

Uit de bewijsmiddelen kan de rechtbank evenwel niet afleiden dat sprake was van een zodanige rol van de verdachte dat hij als medepleger is aan te merken. Daarbij is van belang dat de verdachte weliswaar essentiële handelingen ten behoeve van de overval heeft uitgevoerd, maar dat hij geen rol heeft gehad in de daadwerkelijke gewelddadige uitvoering van de overval. Zijn rol heeft eruit bestaan dat de afgesloten deuren – de roldeur en het toegangshek – voor de plegers van de overval heeft geopend en dat hij inlichtingen moet hebben verschaft over binnengekomen zendingen en de gang van zaken bij [benadeelde ] . Daarmee lijkt zijn rol, gelet op de inhoud van deze bewijsmiddelen, ongelijkwaardig aan die van de plegers van de overval. Dit betekent dat de verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen van de overval.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

Subsidiair

[medeverdachte] en meer (tot nu toe) onbekend gebleven personen op 16 november 2016 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging, 42 horloges (merk: Audemars Piguet, ter waarde van ongeveer 2,1 miljoen euro) en 41 paspoorten en 30 identiteitsbewijzen en 48 rijbewijzen en 1 verblijfsvergunning en 33 sieraden, toebehorende aan [benadeelde ] en Audemars Piguet en Safran Morpho , en RDW en Lucardi, uit een pand (gelegen aan de [adres] ) hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door

- te roepen (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de grond moesten gaan liggen en

- daarbij een vuurwapen in hun handen hadden en

- vervolgens tiewraps om de polsen en enkels van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] vast te maken,

tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 16 november 2016 te [vestigingsplaats] opzettelijk gelegenheiden inlichtingen heeft verschaft en door opzettelijk

- de roldeur van het pand open te zetten (terwijl er geen vrachtauto voor de roldeur stond om te laden of lossen) en

- vervolgens het toegangshek te openen (zonder daartoe op de monitor te kijken en terwijl er op dat moment niemand verwacht werd).

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Medeplichtigheid aan diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, heeft de raadsvrouw onder meer het volgende aangevoerd. De eis van de officier van justitie is te hoog. Er moet meer rekening worden gehouden met de ondergeschikte rol van de verdachte, met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit, met het tijdsverloop en met het feit dat de verdachte al een tijd heeft vastgezeten. Het zou bovendien zeer onwenselijk zijn om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen. De reclassering schat het recidiverisico in als laag en adviseert een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsvrouw heeft primair verzocht om oplegging van een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest, mogelijk met daarbij een voorwaardelijk deel. Subsidiair heeft zij verzocht om geen gevangenisstraf, maar een taakstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft een gewelddadige, gewapende overval op een postsorteercentrum van [benadeelde ] mogelijk gemaakt door zijn mededaders (waaronder in ieder geval [medeverdachte] ) inlichtingen te verschaffen en in de gelegenheid te stellen het pand te betreden. Bij de overval zijn de collega’s van de verdachte en ook de verdachte zelf, conform een – kennelijk – vooropgezet plan, bedreigd met een vuurwapen. Terwijl de verdachte zelf op de hoogte was van de overval en zeker kon zijn dat hem niets zou worden aangedaan, hebben zijn collega’s gedurende twintig minuten grote angsten uitgestaan waarbij hen de vrijheid was ontnomen, zij onder schot werden gehouden en waren vastgebonden met tiewraps. De overvallers hebben deze twintig minuten lang vele pakketten geopend en doorzocht en uiteindelijk een hoeveelheid zeer kostbare producten weggenomen.

Het mag dan zo zijn dat de verdachte als medeplichtige een onderschikte rol heeft gespeeld in de daadwerkelijke overval, maar de rechtbank rekent hem zwaar aan dat zijn rol wel een essentiële is geweest; zonder hem hadden de overvallers immers niet geweten op welke dag en na welk tijdstip de zeer kostbare pakketten werden bezorgd, wisten de overvallers niet waar zij deze pakketten konden vinden en waren de overvallers het pand niet binnen gekomen.

Het is algemeen bekend dat gebeurtenissen als hiervoor omschreven een grote emotionele impact (kunnen) hebben op de slachtoffers. Naar de ervaring leert, zijn delicten als de onderhavige veelal de oorzaak van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij de directe slachtoffers en de direct betrokkenen. De grote impact die de overval heeft gehad op de collega’s van de verdachte blijkt ook uit de door de toelichting die hun advocaat ter zitting heeft gegeven. Beide benadeelden, maar in het bijzonder benadeelde [slachtoffer 1] , hebben grote emotionele schade opgelopen naar aanleiding van het gebeurde.

Naast de emotionele schade die de werknemers hebben geleden, is ook voor [benadeelde ] een enorme schadepost veroorzaakt. Twee van haar werknemers zijn (tijdelijk) verminderd tot niet inzetbaar geweest, zij heeft de schade voor de weggenomen pakketten reeds deels moeten vergoeden en zij is momenteel in een civiele procedure verwikkeld geraakt over de vergoeding van de restschade.

De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders kennelijk laten leiden door zijn zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de grote gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. De verdachte en zijn mededaders zijn hierbij berekenend en op een professionele wijze te werk gegaan door de informatie en gelegenheid vanuit het bedrijf, waarover de verdachte beschikte, te benutten. De rechtbank overweegt dat een dergelijk feit de rechtsorde schokt en bijdraagt aan algemene gevoelens van onveiligheid. De rechtbank rekent de handelwijze van de verdachte hem dan ook zwaar aan.

Gelet op de hiervoor vermelde ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor een overval op een winkel uit van een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, dan wel - indien sprake is van ander geweld dan licht geweld - een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. De rechtbank hanteert dit uitgangspunt bij het bepalen van de straf, nu dit het meest overeenkomt met de bedrijfsoverval zoals in deze zaak heeft plaatsgevonden en er meer dan licht geweld heeft plaatsgevonden, mede gezien de camerabeelden waarbij de twee werknemers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] werden overmeesterd en bedreigd met een vuurwapen.

Als strafverzwarende factoren worden daarbij, voor zover in deze zaak relevant, genoemd een samenwerkingsverband, een professionele werkwijze en de aanwezigheid van een echt vuurwapen. De rechtbank weegt deze strafverzwarende factoren, naast uiteraard de ernst van het hiervoor genoemde feit, mee in de op te leggen straf.

In het voordeel van de verdachte zal de rechtbank rekening houden met zowel zijn rol als medeplichtige in plaats van medepleger, als met zijn jonge leeftijd.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft H. Wiebe van Reclassering Nederland op 18 juni 2018 een reclasseringsadvies opgemaakt. De heer Terpstra van Reclassering Nederland heeft op 1 november 2018 nog een voortgangsrapportage geschreven. In het advies van Wiebe wordt het advies geformuleerd om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank ziet, voornamelijk in de rol van de verdachte bij het bewezenverklaarde en zijn (proces)houding daaromtrent, echter geen ruimte om een voorwaardelijke strafdeel op te leggen. Van een toegevoegde waarde hiervan is uit de rapportages en ter zitting ook niet gebleken. De rechtbank zal het (enigszins verouderde) reclasseringsadvies op dat punt dan ook niet volgen.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.

9 BENADEELDE PARTIJEN

9.1

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.000,-, hoofdelijk op te leggen, alsmede met toewijzing van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade ten gevolge van het aan de verdachte ten laste gelegde. Deze vordering is door mr. A.A. Postma namens hem ingediend en ter terechtzitting nader toegelicht en onderbouwd.

9.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

9.1.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op het primaire verweer dat de verdachte moet worden vrijgesproken, heeft de raadsvrouw zich primair op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Indien de rechtbank toch komt tot een bewezenverklaring, heeft de raadsvrouw zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de geleden schade niet rechtstreeks is geleden door handelingen die de verdachte heeft verricht en de vordering ook om die reden niet-ontvankelijk is. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering niet voor het gehele bedrag kan worden toegewezen, omdat deze daartoe onvoldoende is onderbouwd. Het bedrag dient in geval van toewijzing te worden gematigd.

9.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is bewezen verklaard. Dat de benadeelde partij psychisch letsel heeft opgelopen acht de rechtbank aannemelijk; hij is overvallen, bedreigd met een vuurwapen en is onder deze omstandigheden gedurende ongeveer 20 minuten geconfronteerd met beneming van zijn vrijheid. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat dit rechtstreekse schade betreft die aan de verdachte is toe te schrijven. De verdachte is naar het oordeel van de rechtbank immers medeplichtig aan de gehele overval en daarmee dus mede verantwoordelijk voor de immateriële schade die het slachtoffer daaraan heeft overgehouden. De rechtbank waardeert deze schade op € 5.000,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot de dag van volledige betaling.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door de verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 60 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

9.2

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 15.000,-, hoofdelijk op te leggen, alsmede met toewijzing van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade ten gevolge van het aan de verdachte onder ten laste gelegde. Deze vordering is door mr. A.A. Postma namens hem ingediend, onderbouwd en ter terechtzitting nader toegelicht en onderbouwd.

9.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

9.2.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op het primaire verweer dat de verdachte moet worden vrijgesproken, heeft de raadsvrouw zich primair op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Indien de rechtbank toch komt tot een bewezenverklaring, heeft de raadsvrouw zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de geleden schade niet rechtstreeks is geleden door handelingen die de verdachte heeft verricht en de vordering ook om die reden niet-ontvankelijk is. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering niet voor het gehele bedrag kan worden toegewezen, omdat deze daartoe onvoldoende is onderbouwd. Het bedrag moet in geval van toewijzing aanzienlijk worden gematigd.

9.2.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is bewezen verklaard. Dat de benadeelde partij psychisch letsel heeft opgelopen acht de rechtbank aannemelijk; hij is overvallen, bedreigd met een vuurwapen en is onder deze omstandigheden gedurende ongeveer 20 minuten geconfronteerd met beneming van zijn vrijheid. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat dit rechtstreekse schade betreft die aan de verdachte is toe te schrijven. De verdachte is naar het oordeel van de rechtbank immers medeplichtig aan de gehele overval en daarmee dus mede verantwoordelijk voor de immateriële schade die het slachtoffer daaraan heeft overgehouden.

Voor wat betreft de hoogte van de vordering, overweegt de rechtbank dat uitdrukkelijk door psycholoog A. van der Gun en psychiater M. Schouw is uiteengezet dat de benadeelde naar aanleiding van de overval leed aan een ernstige posttraumatische stressstoornis. Hiervoor zijn verschillende vormen van (intensieve) traumabehandeling ingezet, die pas rond juni 2018 een verandering teweeg hebben gebracht in zijn angstklachten. Inmiddels is hij gestart om weer langzaamaan een toekomstperspectief op te bouwen.

Met inachtneming van het voorgaande acht de rechtbank toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 10.000,- passend, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu nog niet is gebleken dat het behandeltraject van de benadeelde al is afgerond en wat de uiteindelijke immateriële schade is geweest. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering, te weten € 5.000,-, niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door de verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 85 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

9.3

Ten aanzien van de benadeelde partij Logistics Solutions BV ( [benadeelde ] )

Logistics Solutions BV ( [benadeelde ] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 30.403,71. Dit bedrag bestaat materiële schade ten gevolge van het aan de verdachte onder ten laste gelegde.

9.3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

9.3.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op het primaire verweer dat de verdachte moet worden vrijgesproken, heeft de raadsvrouw zich primair op het standpunt gesteld dat [benadeelde ] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Indien de rechtbank toch komt tot een bewezenverklaring, heeft de raadsvrouw zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de schade niet eenvoudig is vast te stellen en de behandeling van deze vordering bij de civiele rechter thuis hoort. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat de vordering slechts gedeeltelijk kan worden toegewezen. Dat de schade van € 500,- daadwerkelijk door [benadeelde ] is uitgekeerd, is op dit moment niet gebleken en dus onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de loonschade heeft de raadsvrouw aangevoerd dat daarvan slechts 70% hoefde te worden uitbetaald en niet 100%, zoals nu is gevorderd. Bovendien is ook deze kostenpost onvoldoende onderbouwd.

9.3.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is bewezen verklaard. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering duidelijk is en voldoende onderbouwd. In de vordering is immers onderbouwd dat [benadeelde ] , gelet op de afspraken tussen haar en Audemars Piguet, voor elk verloren pakket een bedrag van € 500,- aan laatstgenoemde verschuldigd is. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat [benadeelde ] , zoals zij heeft gesteld, die afspraak ook met andere partijen heeft gemaakt. Ook de loonschade is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd; ter zitting is bovendien nog gebleken dat er minder is gevorderd dan de daadwerkelijke loonkosten die [benadeelde ] heeft gehad. Daarmee zijn de gevorderde kosten naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden en leveren geen onevenredige belasting op van het strafproces.

De rechtbank waardeert de schade op € 30.403,71 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot de dag van volledige betaling.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat de verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van Logistics Solutions BV ( [benadeelde ] ) aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 30.403,71, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door de verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 187 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Logistics Solutions BV ( [benadeelde ] ) in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 48, 49, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

- verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart de verdachte strafbaar.

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 2] geheel toe, tot een bedrag van € 5.000,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 5.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe, tot een bedrag van € 10.000,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 10.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 85 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Benadeelde partij Logistics Solutions BV - [benadeelde ]

  • -

    wijst de vordering van Logistics Solutions BV - [benadeelde ] geheel toe, tot een bedrag van € 30.403,71;

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan Logistics Solutions BV - [benadeelde ] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van Logistics Solutions BV - [benadeelde ] aan de Staat € 30.403,71 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 187 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. A.R. Creutzberg en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.S.A. Honing, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2018.

Mr. A.R. Creutzberg is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 16 november 2016 te [vestigingsplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

42 horloges (merk: Audemars Piquet, ter waarde van ongeveer 2,1 miljoen euro) en/of 41 paspoorten en/of 30 identiteitsbewijzen en/of 48 rijbewijzen en/of 1 verblijfsvergunning en/of 33 sieraden, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde ] en/of Audemars Piquet en/of Safran Morpho en/of RDW en/of Lucardi, uit een pand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

door die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

- op de grond te leggen, althans te roepen (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de grond moesten gaan liggen en/of

- ( daarbij) een vuurwapen in zijn handen had en/of

- ( vervolgens) tie-wraps om de polsen en enkels van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] vast te maken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte] en/of een of meer (tot nu toe) onbekend gebleven personen op of omstreeks 16 november 2016 te [vestigingsplaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, 42 horloges (merk: Audemars Piquet, ter waarde van ongeveer 2,1 miljoen euro) en/of 41 paspoorten en/of 30 identiteitsbewijzen en/of 48 rijbewijzen en/of 1 verblijfsvergunning en/of 33 sieraden, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of verdachte toebehoorde, te weten aan [benadeelde ] en/of Audemars Piquet en/of Safran Morpho , en/of RDW en/of Lucardi, uit een pand (gelegen aan de [adres] ) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

door die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

- op de grond te leggen, althans te roepen (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de grond moesten gaan liggen en/of - (daarbij) een vuurwapen in zijn/hun handen had/hadden en/of

- ( vervolgens) tie-wraps om de polsen en enkels van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] vast te maken

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 november 2016 te [vestigingsplaats] en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- ( in strijd met de veiligheidsvoorschriften) telefonisch contact te hebben met die [medeverdachte] en/of die een of meer andere (tot nu toe) onbekende verdachten en/of

- ( kort daarop) de roldeur van het pand open te zetten (terwijl er geen vrachtauto voor de roldeur stond om te laden of lossen) en/of

- ( vervolgens) het toegangshek te openen (zonder daartoe op de monitor te kijken en/of terwijl er op dat moment niemand verwacht werd).

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 15 augustus 2018, genummerd PL0900-201611171330E (032RTUNI), opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd p. 1 tot en met 477. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 24.

3 een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 25.

4 een proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , pagina 67.

5 een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , met bijlage, pagina 28 tot en met 56.

6 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 175.

7 een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 176.

8 een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 1 november 2018, documentcode 201811011600 (032RTUNI), opgemaakt door [verbalisant 1] , Districtsrecherche Oost-Utrecht.

9 een proces-verbaal uitkijken beelden van [verbalisant 3] , pagina 126.

10 een proces-verbaal uitkijken beelden van [verbalisant 3] , pagina 127.

11 het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 november 2018.

12 vonnis inzake [medeverdachte] d.d. 16 november 2018, parketnummer 16/705720-17.