Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:5286

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-10-2018
Datum publicatie
01-11-2018
Zaaknummer
16.707698-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen van 19 en 20 jaar uit Huizen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot respectievelijk gevangenisstraffen van 7 en 6 jaar. Beide mannen hebben zich vorig jaar april schuldig gemaakt aan een gewelddadige woningoverval in Laren. Bij de overval in Laren zijn slachtoffers vastgebonden en zwaar mishandeld. De 19-jarige man heeft een jaar eerder ook al een woning in Blaricum overvallen.

De rechtbank oordeelt dat beide mannen onderdeel waren van een criminele organisatie die zich bezighield met inbraken en woningovervallen. De 19-jarige man heeft zich ook schuldig gemaakt aan een woninginbraak in Blaricum en de heling van sieraden, sleutels en horloges. De 20-jarige man heeft zich naast de woningoverval in Laren ook schuldig gemaakt aan een mishandeling en de heling van horloges en autosleutels.

In totaal waren er drie verdachten betrokken bij de woningoverval in Blaricum. Zij waren tijdens de overval minderjarig. Een nu 17-jarige jongen uit Laren was in het huis aanwezig bij de 12-jarige zoon des huizes. Hij heeft een 19-jarige medeverdachte uit Huizen en de hierboven genoemde 19-jarige man binnengelaten. De 17-jarige jongen uit Laren is veroordeeld tot een jeugddetentie van 120 dagen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 200 uur. De 19-jarige man uit Huizen tot een jeugddetentie van 120 dagen, waarvan 101 voorwaardelijk en ook een taakstraf van 200 uur.

De rechtbank legt lagere straffen op dan geëist door de officier van justitie. Bij het bepalen van de straf van de twee hoofdverdachten is gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten. Dat is 5 jaar gevangenisstraf bij een gewelddadige overval. Daarbij is meegewogen dat het om zeer gewelddadige overvallen gaat. In de beoordeling is rekening gehouden met een ieders rol, maar ook met de jonge leeftijd van de twee hoofdverdachten. De 20-jarige man was destijds net meerderjarig en de 19-jarige man uit Huizen was tijdens een groot deel van de feiten nog minderjarig. De rechtbank bepaalt dat beide verdachten als volwassenen worden berecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.707698-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 oktober 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1999] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 juli 2018 en 15 oktober 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C.J. Booij en van hetgeen verdachte en mr. H. de Kroon, raadsvrouw van verdachte en advocaat te Hilversum, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

op 9 december 2016 te Blaricum samen met een ander of anderen een woningoverval heeft gepleegd, waarbij goederen zijn gestolen en geweld is gebruikt tegen [slachtoffer] en [medeverdachte 1];

Feit 2:

op 9 december 2016 te Blaricum samen met een ander of anderen [slachtoffer] heeft afgeperst.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegd schriftelijk requisitoir. De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen en baseert zich op de bewijsmiddelen zoals deze zich in het dossier bevinden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft haar standpunt verwoord in de ter terechtzitting overgelegde pleitnota. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor het ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer] heeft op 9 december 2016 aangifte gedaan van een woningoverval en heeft daarover bij de politie als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik woon op de [adres] te [woonplaats] met mijn vader [getuige 1] en mijn moeder [A] . Op 9 december 2016 was ik samen met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ). Wij hebben pizza’s besteld en op mijn kamer gezeten. Mijn kamer zit op zolder. Ik zat op mijn telefoon een spelletje te spelen en [medeverdachte 1] op de computer. Ineens zag ik twee jongens de trap op komen. Ze liepen mijn kamer in, maar zeiden niets. [medeverdachte 1] en ik zaten allebei op een stoel. Een jongen liep op mij af en de andere naar [medeverdachte 1] . De jongen die op mij afliep noem ik jongen 1. De andere jongen noem ik jongen 2. Ik zag dat jongen 1 op mij af kwam lopen en mij met stoel en al naar achter legde. Toen ik op de grond lag, haalde jongen 1 mij overeind en pakte mij bij mijn nek vast. Ik zag gelijk dat hij een mes in zijn hand had. Het was een soort keukenmes zoals wij die ook hebben. Jongen 2 had een taser in zijn handen. Ik zag gelijk dat het een taser was, want hij had hem in zijn hand en deed hem af en toe aan. Jongen 1 duwde mijn hoofd naar beneden, zodat ik hem niet kon zien. Ik moest van hem de trap aflopen. Dat zei hij tegen mij. Ook zei hij dat ik moest luisteren naar hem, want anders zou hij mij de trap afgooien. Ik liep de trap af, terwijl jongen 1 mijn nek vasthield en mijn hoofd naar beneden duwde. We werden naar de slaapkamer van mijn ouders gebracht. We moesten allebei plat op de grond liggen met onze gezichten naar beneden. Jongen 1 vroeg waar de kluis was. Ik voelde dat jongen 1 het mes tegen mijn keel aanzette en mij meenam naar de badkamer. Hij wilde per se de sleutel hebben. Ik was heel bang en heb toen toch maar de sleutel gepakt. Ik kreeg de kluis open en moest van jongen 1 de spullen geven. Dat zei hij. Ik pakte het geld en wat horloges uit de kluis en gaf dat aan hem. Ik moest de kluis leeghalen en heb ook nog een zakje met twee ringen meegegeven. Ik werd door jongen 1 weer teruggebracht naar [medeverdachte 1] en moest weer op de grond gaan liggen. Toen is jongen 1 weer teruggegaan naar de kluis en heeft de rest eruit gehaald. Al die tijd is jongen 2 bij ons gebleven. Jongen 1 heeft mijn telefoon gepakt. Terwijl we op de grond lagen, moesten we naar de badkamer gaan van ze. Maar ik verstond dat niet. Ik voelde dat ik een trap kreeg tegen mijn dijbeen aan. Toen begreep ik wat ze wilden. Ik zag niet welke jongen dat deed. Wij moesten in de douche gaan staan met onze gezichten naar de muur toe en naar beneden kijken. Dat hebben we gedaan. Jongen 1 had een licht tintje.2

[medeverdachte 1] heeft op 9 december 2016 aangifte gedaan van een woningoverval en heeft daarover bij de politie als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik zag twee mannen staan. Ik zag dat de ene man aanzienlijk langer was dan de andere. De lange man was volledig in het zwart gekleed. Zijn gezicht was bedekt met iets van een donkere panty. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een stroomstootwapen vast had. Ik zag dat hij daarmee dreigde en ik zag vonken uit het wapen komen. De andere man was rond de 1.80 meter. Ik zag dat hij een groot vleesmes vasthield in zijn rechterhand. Ik zag dat hij het mes naar voren hield en ik hoorde dat hij zei: “Als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood.” Ik hoorde dat de jongens tegen ons zeiden: “Jullie gaan heel goed naar ons luisteren.” Vervolgens werd ik door de langere man naar beneden getrokken. Hij pakte mij aan mijn trui vast en trok mij naar de grond. Ik lag in het begin op mijn zij, maar ik kreeg toen een trap tegen mijn buik aan en ik hoorde dat hij zei: “Ga op je buik liggen en hou je hoofd naar beneden. Vervolgens moesten wij opstaan en werden wij meegesleurd de trap af naar de slaapkamer van de ouders van [slachtoffer] . Ik werd door de langere man de trap afgesleurd en [slachtoffer] door de kleinere man. In de slaapkamer moesten wij weer op onze buik gaan liggen met onze hoofden naar de kledingkast toe. Ik zag dat [slachtoffer] omhoog werd getrokken door de kleinere man. Ik zag vervolgens dat hij met [slachtoffer] de kamer van zijn ouders uitliep. Ik hoorde dat die jongen vervolgens tegen [slachtoffer] zei: “Als jij niet zegt waar de kluis is, dan gooi ik je de trap af en steek ik je dood.” Ik hoorde dat die man bleef roepen tegen [slachtoffer] : “Waar is de kluis, waar is de kluis.” Ik hoorde de man vervolgens roepen: “Je gaat hem open maken en ik heb een zak nodig.” Ik hoorde dat [slachtoffer] zei: “Is het genoeg, is het genoeg?”, waarna ik de man hoorde zeggen: “Nee alles, alles.” Ik werd op dat moment nog tegen de grond gedrukt in de slaapkamer van de ouders van [slachtoffer] door de langere man. Dat deed hij met een knie bovenop mijn rug. Wij moesten meelopen naar de badkamer. In de badkamer moesten wij van de kleinste dader in de douchecabine gaan staan.3

Door het NFI is het referentiemonster wangslijmvlies RABI8407NL van verdachte [verdachte] vergeleken met de DNA-profielen van het celmateriaal in de bemonsteringen AAHG0594NL#01 en #02 van respectievelijk de binnen- en buitenzijde van een bivakmuts. Ten behoeve van het berekenen van de ordegrootte van de bewijskracht van de match tussen het DNA-profiel van [verdachte] RABI8407NL en het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering AAHG0594NL#02 is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van één of twee personen. Onder deze aanname zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder de volgende hypotheseparen:

  • -

    Hypothese 1: de bemonstering bevat celmateriaal van [verdachte] ;

  • -

    Hypothese 2: de bemonstering bevat celmateriaal van [verdachte] en één willekeurige onbekende persoon die niet verwant is aan [verdachte] ;

  • -

    Hypothese 3: de bemonstering bevat celmateriaal van één of twee willekeurige onbekende personen die niet aan elkaar of aan [verdachte] verwant zijn.

De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn tenminste één miljard keer waarschijnlijker als hypothese 1 of 2 waar is, dan als hypothese 3 waar is.4

[getuige 1] is op 10 december 2016 gehoord als getuige door de politie en heeft als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ze hebben behoorlijk wat buit gemaakt. Dollars, ponden en euro’s. Maar ook exclusieve horloges.5

[getuige 2] is op 13 januari 2017 als getuige gehoord door de politie en heeft als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

[verdachte] vertelde dat hij de inbraak samen met een vriendje had gepleegd. [verdachte] vertelde dat hij met die jongen het plannetje had bedacht voor die inbraak. [verdachte] vertelde dat mijn zoon de tipgever zou zijn. Later heeft [verdachte] in het bijzijn van zijn vader het hele verhaal verteld.6

[getuige 1] is op 24 januari 2017 nogmaals als getuige gehoord door de politie en heeft als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik heb een jongen genaamd [medeverdachte 2] aan mijn deur gehad. Hij vroeg mij waarom ik hem zocht. Ik zei tegen hem dat al iemand vast zat. Ik had de naam [verdachte] nog niet genoemd. [medeverdachte 2] zei toen iets over dat [verdachte] hem wel vaker een kunstje wilde flikken.7

[getuige 1] is op 7 maart 2017 nogmaals als getuige gehoord door de politie en heeft als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

[medeverdachte 1] heeft mij precies verteld hoe het is gegaan. Dat hij [medeverdachte 2] heeft getipt en dat [medeverdachte 2] en [verdachte] toen bij mij de overval hebben gepleegd. [medeverdachte 1] heeft tegen mij gezegd dat [verdachte] en [medeverdachte 2] die avond bij mij in de woning zijn geweest en de overval hadden gepleegd. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij de deur open moest laten.8

Verbalisant [verbalisant 1] heeft in zijn proces-verbaal analyse telefoonnummers [medeverdachte 2] onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 2] is op 9 december 2016 tussen 20.07 uur en 20.51 uur uitgezet en heeft in ieder geval tussen 9 december 2016 om 20.51 uur en 10 december 2016 te 22.30 uur uitgestaan.

Tussen 25 november 2016 tot en met 9 december 2016 werden 115 contacten tussen de nummers [telefoonnummer] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer] ( [medeverdachte 2] ) geregistreerd. Op 9 december 2016 vonden twee contacten plaats tussen voornoemde nummers en wel om 16.04 uur (28 seconden) en 16.18 uur (41 seconden). Na 9 december 2016 werden twee contacten vastgesteld tussen beide nummers. Eenmaal op 21 december 2016 (40 seconden) en eenmaal op 12 januari 2017 (0 seconden).

Tussen 25 november 2016 en 13 januari 2017 werden in de periode van 31 december 2016 tot 13 januari 2017 20 contacten tussen de nummers [telefoonnummer] ( [verdachte] ) en [telefoonnummer] ( [medeverdachte 2] ) geregistreerd.9

Verbalisant [verbalisant 2] heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Vanaf 18 april 2017 is de communicatie opgenomen van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: - [telefoonnummer] ), in gebruik bij [medeverdachte 2] . Hierbij is een gesprek opgenomen op 6 mei 2017. In het gesprek belt [medeverdachte 2] als gebruiker van het nummer - [telefoonnummer] uit naar zijn neef [B] , gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: - [telefoonnummer] ). Het gesprek is letterlijk uitgewerkt:

[medeverdachte 2] : [medeverdachte 2] .

Gebruiker van - [telefoonnummer] : NN

[medeverdachte 2] op de achtergrond: Er staat 20 duizend op mijn hoofd gap, echt waar 20 duizend… Iedereen mag komen.

NN: Hij zei niet wie hij is, hij zei tegen mij dat de Nederlander bij hem was gekomen en zei tegen hem: “Ik geef je 20.000 en je moet mij vertellen wie hij is.”

[medeverdachte 2] : Ja ik weet het.

NN: Wie … (ntv) gedaan, hij kwam die dag bij mij, die dag van gebeurtenis, toen de moeder van Nordin, die dag, zaterdag.

[medeverdachte 2] : Ja, ja, ik weet het, ik weet het.

NN: Kwam naar me toe, hij zei: “Is hij jouw broer?”

[medeverdachte 2] : Ja ik weet het, en toen?

NN: Ze hebben je verraden.

[medeverdachte 2] : Ja ik weet het.

NN: Hij zei tegen mij: “Ze zoeken hem”.

[medeverdachte 2] : Ja.10

Verdachte heeft op 16 januari 2017 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik heb de overval gepleegd. Ik heb dit gedaan met iemand anders. Die andere persoon vertelde dat daar goed geld te halen viel. Wij gingen de woning doorzoeken, want er was een kluis. In de badkamer troffen wij de klus aan. Wij zijn vervolgens naar zolder gegaan. Toen zagen we twee jongens. De andere dader zei: “Als jullie meewerken, gebeurt er niets.” Ze liepen mee naar beneden door de taser en het mes. Ik heb de taser over laten gaan om te laten zien dat deze werkte en dat ze hierdoor mee naar beneden zouden lopen en gehoorzaam zouden zijn. Ik bleef bij [medeverdachte 1] en hield hem in de gaten. De andere dader is met de jongen naar beneden gelopen naar de kluis. Ik had een bivakmuts op met twee gaten erin geknipt.11

Verdachte heeft op 17 januari 2017 een aanvullende verklaring afgelegd bij de politie en heeft onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

De andere dader was enkele dagen voor de overval naar mij toegekomen. Hij zei dat wij makkelijk en snel geld konden verdienen. Hij had een mes en een taser meegenomen voor als het mis ging. Dit voor wanneer er mensen thuis zouden zijn. Dan had ik de taser en hij kon het mes gebruiken voor wanneer we werden aangevallen. Ik droeg een soort panty over mijn hoofd.12

Verdachte heeft op 27 januari 2017 een aanvullende verklaring afgelegd bij de politie en heeft onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

Beneden hebben we niet doorzocht. We gingen gelijk naar boven en daar zoeken.13

Verdachte heeft op 17 februari 2017 een aanvullende verklaring afgelegd bij de politie en heeft onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik was bij die gesprekken bij de ijsbaan. Deze gesprekken gingen over wat er zou gebeuren. Het klopt dat [medeverdachte 1] de deur zou openhouden.14

Verdachte heeft op 19 april 2017 een aanvullende verklaring afgelegd bij de politie en heeft onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik heb een voorverkenning gedaan met de medeovervaller.15

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 6 februari 2017 bij de politie onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ongeveer twee maanden geleden ben ik in contact gekomen met ‘ [bijnaam] ’. Ik raakte in gesprek met hem over Blaricum. Toen kwam het gesprek op [getuige 1] . Iedereen in het Gooi kent [getuige 1] en weet dat hij in horloges handelt. Ik vertelde dat [getuige 1] een goeie handelaar is in zijn klokken, ik zijn zoontje ken en bij hen thuis kom. Toen kwam van het een het ander. Ik heb hem verteld dat de ouders van [slachtoffer] er op vrijdagavond nooit zijn. Wij spraken voorafgaand met elkaar op het plein 2000 te Huizen en later bij de ijsbaan in Laren. We hebben drie keer afgesproken bij de ijsbaan. Bij die gesprekken op de ijsbaan waren [verdachte] en [bijnaam] aanwezig. Tijdens deze gesprekken werd besproken wat zij gingen doen. Ik heb te horen gekregen dat ik [slachtoffer] boven moest houden en ik de achterdeur open moest laten. Dit moest ik doen, zodat zij naar binnen konden. Ik heb aan hem verteld dat er een kluis was. Ik wist dat deze kluis boven was, omdat ik wel eens met [slachtoffer] wat uit de kluis ben gaan halen. Ook heb ik verteld dat de woning goed beveiligd was. Op 8 december 2016 heb ik afgesproken met [bijnaam] dat ze de volgende dag de insluiping zouden gaan doen. Ik kwam de middag van 9 december 2016 [A] tegen bij de supermarkt en ik heb toen gevraagd of ik die avond kon langskomen bij [slachtoffer] . Als ik haar niet was tegengekomen, was ik misschien spontaan langsgegaan. Ik herkende een van de daders als [verdachte] . Hij was de hele tijd bij mij. Ik heb [bijnaam] naderhand nog gesproken over de overval.16

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 25 april 2017 een aanvullende verklaring afgelegd bij de politie en heeft onder meer als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik heb [medeverdachte 2] herkend als de tweede dader. Dit heeft [medeverdachte 2] de volgende dag ook aan mij bekend.17

Verdachte heeft ter terechtzitting van 15 oktober 2018 onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

De persoon aan mijn linkerkant heeft verklaard dat er geld te halen viel.18

De rechtbank stelt vast dat dat [medeverdachte 1] is.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1:

op 9 december 2016, te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geldbedragen en een mobiele telefoon, geheel of ten dele toebehorende aan [getuige 1] en [A] en [slachtoffer] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en [medeverdachte 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn mededaders

- voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] een mes en een stroomstootwapen hebben getoond en voorgehouden en

- ( vervolgens) daarbij de woorden hebben gezegd: “Als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood” en “Jullie gaan heel goed naar ons luisteren” en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond hebben gedrukt en (hierbij) voornoemde [medeverdachte 1] hebben getrapt tegen zijn buik en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] hebben gedwongen de trap af te lopen, waarbij hij, verdachte en zijn mededaders de hoofden van voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] naar beneden hebben geduwd en

- ( vervolgens) de woorden hebben gezegd: "als je niet luistert dan gooi ik je van de trap af" en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond hebben gedrukt en (met kracht) een knie op de rug van voornoemde [medeverdachte 1] hebben gedrukt en

- ( vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] hebben gezegd: "als jij niet zegt waar de kluis is, dan gooi ik je van de trap af en steek ik je dood" en

- ( vervolgens) een mes, tegen de keel van voornoemde [slachtoffer] hebben gezet en voornoemde [slachtoffer] hebben gedwongen mee naar de badkamer te gaan en

- ( vervolgens) dreigend tegen voornoemde [slachtoffer] hebben gezegd dat hij, voornoemde [slachtoffer] , de kluis moest opendoen en de spullen aan hem, verdachte en zijn mededaders moest geven en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] hebben getrapt tegen zijn been en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

Feit 2:

op 09 december 2016, te [woonplaats] , met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen en sieraden en horloges, geheel of ten dele toebehorende aan [getuige 1] en [A] en [slachtoffer] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders

- voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] een mes en een stroomstootwapen hebben getoond en voorgehouden en

- ( vervolgens) daarbij de woorden hebben gezegd: “Als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood” en “Jullie gaan heel goed naar ons luisteren” en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond hebben gedrukt en (hierbij) voornoemde [medeverdachte 1] hebben getrapt tegen zijn buik van voornoemde [medeverdachte 1] en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] hebben gedwongen de trap af te lopen, waarbij hij, verdachte en zijn mededaders de hoofden van voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] naar beneden hebben geduwd en

- ( vervolgens) de woorden hebben gezegd: "als je niet luistert dan gooi ik je van de trap af" en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond hebben gedrukt en (met kracht) een knie op de rug van voornoemde [medeverdachte 1] hebben gedrukt en

- ( vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] hebben gezegd: "als jij niet zegt waar de kluis is, dan gooi ik je van de trap af en steek ik je dood" en

- ( vervolgens) een mes, tegen de keel van voornoemde [slachtoffer] hebben gezet en voornoemde [slachtoffer] hebben gedwongen mee naar de badkamer te gaan en

- ( vervolgens) dreigend tegen voornoemde [slachtoffer] hebben gezegd dat hij, voornoemde [slachtoffer] , de kluis moest opendoen en de spullen aan hem, verdachte en zijn mededaders moest geven en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] hebben getrapt tegen zijn been en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en [medeverdachte 1] hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 2:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- jeugddetentie van 183 dagen waarvan een gedeelte van 165 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden:

- verbod om contact op te nemen met [getuige 1] , [A] en [slachtoffer] en contact te hebben met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ;

- een taakstraf van 240 uren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de op te leggen straf het volgende aangevoerd. Verdachte neemt zijn verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Voorts is hij first offender, heeft verdachte reeds 18 dagen in voorlopige hechtenis gezeten en heeft hij gedurende zijn schorsing meegewerkt aan ITB Harde Kern, hetgeen als straf is ervaren door verdachte en voorspoedig is verlopen. De raadsvrouw verzoekt een straf op te leggen conform het gegeven advies van de Raad voor de Kinderbescherming, bestaande uit een voorwaardelijke jeugddetentie in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte en zijn mededaders hebben op 9 december 2016 in [woonplaats] een overval in een woning gepleegd. Verdachte heeft tezamen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] voorafgaand aan de overval het plan gesmeed dat [medeverdachte 1] , een goede kennis van de familie [familie] , op de avond van de overval bij de pas twaalf jaar oude [slachtoffer] langs zou gaan, daarbij de achterdeur van de woning open zou laten en [slachtoffer] op zolder zou houden. [medeverdachte 1] heeft daarbij de verdachte en [medeverdachte 2] voorafgaand aan de overval op de hoogte gesteld van het feit dat de ouders van [slachtoffer] op de vrijdagavonden nooit thuis zijn en dat zij beschikken over een kluis. Verdachte en [medeverdachte 2] zijn de betreffende avond via de achterdeur de woning ingeslopen en hebben het zeer jonge slachtoffer [slachtoffer] onder bedreiging van een mes en een taser en het gebruik van geweld gedwongen tot het openen van een kluis. Zij hebben geld, ringen en dure merkhorloges buitgemaakt.

De overval is op een zeer berekenende en sluwe wijze voorbereid en gepleegd, waarbij op een schandalige manier misbruik is gemaakt van het vertrouwen van de pas twaalf jaar oude [slachtoffer] . Voorts heeft dit alles plaatsgevonden in de eigen woning van de slachtoffers, bij uitstek een plek waar zij zich veilig zouden moeten kunnen wanen. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat [slachtoffer] tot op de dag van vandaag de gevolgen van deze overval ondervindt. Dat deze gevolgen van zodanige overvallen zeer ingrijpend en verstrekkend zijn, moet, ook voor verdachte, voorzienbaar zijn geweest.

De rechtbank rekent verdachte dit alles zeer zwaar aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 19 juni 2018, waaruit blijkt dat verdachte eenmaal door de kantonrechter is veroordeeld.

De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van het Uitgebreid Advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 18 september 2018. Hierin wordt onder andere benoemd dat verdachte inzicht toon in de ernst en de gevolgen van het delict. Verdachte functioneert over het algemeen goed op de verschillende leefgebieden. Hij vult zijn dagelijks leven in middels een adequate dagbesteding en gestructureerde vrijetijdsbesteding. Daarnaast is verdachte sinds zijn schorsing niet opnieuw in beeld gekomen bij politie en justitie.

Straf

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen in combinatie met een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van een gewapende overval in een woning. De rechtbank houdt anderzijds in het voordeel van verdachte rekening met het gegeven dat hij verantwoording neemt voor zijn handelen, dat hij ten aanzien van misdrijven een first offender is, zich conform de gestelde voorwaarden van de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft gedragen en dat hij zijn leven inmiddels op de rit lijkt te hebben.

De rechtbank is van oordeel dat in deze omstandigheden – mede gelet op de jonge leeftijd van verdachte en het gegeven advies – niet wenselijk is dat verdachte andermaal gedetineerd raakt. Een voorwaardelijk detentiedeel met daarbij een forse taakstraf is gelet op de ernst van het feit wel passend en geboden. Alles overwegende zal de rechtbank daarom aan verdachte een jeugddetentie opleggen voor de duur van 120 dagen met aftrek waarvan 101 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren in combinatie met een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van 200 uren. De rechtbank ziet geen noodzaak om de geëiste contactverboden op te leggen mede gezien de tijd die is verstreken na plegen van het feit.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] :

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 54.693,-. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu de gevorderde schade reeds is vergoed.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de geleden schade reeds is vergoed door de vader van medeverdachte [medeverdachte 1] .

9.3

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer] :

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu deze vordering ziet op de door [getuige 1] geleden materiële schade en nergens uit blijkt dat deze schade (deels) door [slachtoffer] zou zijn geleden.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van de verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77a, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot jeugddetentie van 120 dagen;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 101 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen jeugddetentie;

Benadeelde partij [slachtoffer]

- verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mr. H. den Haan, rechter, en mr. M.J.A.L. Beljaars, rechter tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dam, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij, op of omstreeks 9 december 2016, te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen één of meer geldbedrag(en) (ongeveer 16.000 euro en/of 1000 Engelse Ponden en/of 5000 Amerikaanse Dollars en/of 5 euro) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of één of meer horloge(s) en/of een mobiele telefoon (Iphone 6), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [getuige 1] en/of [A] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp en/of een stroomstootwapen, in elk geval een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, heeft hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- ( vervolgens) daarbij de woorden heeft/hebben gezegd: "als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood" en/of "jullie gaan heel goed naar ons luisteren" en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond heeft/hebben gedrukt en/of (hierbij) voornoemde [medeverdachte 1] heeft/hebben getrapt en/of geschopt in/op/tegen zijn buik, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [medeverdachte 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] heeft/hebben gedwongen de trap af te lopen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) de hoofden van voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] naar beneden heeft/hebben geduwd en/of gedrukt en/of

- ( vervolgens) de woorden heeft/hebben gezegd: "als je niet luistert dan gooi ik je van de trap af" en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond heeft/hebben gedrukt en/of (met kracht) een knie op de rug van voornoemde [medeverdachte 1] heeft/hebben gedrukt en/of

- ( vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "als jij niet zegt waar de kluis is, dan gooi ik je van de trap af en steek ik je dood" en/of

- ( vervolgens) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/tegen de keel, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen mee naar de badkamer te gaan en/of

- ( vervolgens) dreigend tegen voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij, voornoemde [slachtoffer] , de kluis moest opendoen en/of de spullen aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) moest geven en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben getrapt en/of geschopt tegen zijn been, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of

- voornoemde [medeverdachte 1] een elektrische schok heeft/hebben toegediend op de kuit, in elk geval op het lichaam van voornoemde [medeverdachte 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] heeft/hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

Feit 2:

hij, op of omstreeks 09 december 2016, te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en) (ongeveer 16.000 euro en/of 1000 Engelse Ponden en/of 5000 Amerikaanse Dollars en/of 5 euro) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of één of meer horloge(s) en/of een mobiele telefoon (Iphone 6), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [getuige 1] en/of [A] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of andren dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp en/of een stroomstootwapen, in elk geval een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, heeft hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- ( vervolgens) daarbij de woorden heeft/hebben gezegd: "als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood" en/of "jullie gaan heel goed naar ons luisteren" en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond heeft/hebben gedrukt en/of (hierbij) voornoemde [medeverdachte 1] heeft/hebben getrapt en/of geschopt in/op/tegen zijn buik, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [medeverdachte 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] heeft/hebben gedwongen de trap af te lopen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) de hoofden van voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] naar beneden heeft/hebben geduwd en/of gedrukt en/of

- ( vervolgens) de woorden heeft/hebben gezegd: "als je niet luistert dan gooi ik je van de trap af" en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] (met kracht) op de grond heeft/hebben gedrukt en/of (met kracht) een knie op de rug van voornoemde [medeverdachte 1] heeft/hebben gedrukt en/of

- ( vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "als jij niet zegt waar de kluis is, dan gooi ik je van de trap af en steek ik je dood" en/of - (vervolgens) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op/tegen de keel, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen mee naar de badkamer te gaan en/of

- ( vervolgens) dreigend tegen voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij, voornoemde [slachtoffer] , de kluis moest opendoen en/of de spullen aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) moest geven en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben getrapt en/of geschopt tegen zijn been, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of

- voornoemde [medeverdachte 1] een elektrische schok heeft/hebben toegediend op de kuit, in elk geval op het lichaam van voornoemde [medeverdachte 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] en/of [medeverdachte 1] heeft/hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 mei 2018, genummerd PL0900-2017113684, opgemaakt door politie Midden-Nederland, districtsrecherche Gooi en Vechtstreek, doorgenummerd 1 tot en met 2774. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 76-78.

3 Pagina 71-73.

4 Pagina 135-136.

5 Pagina 107.

6 Pagina 143.

7 Pagina 181.

8 Pagina 329-330.

9 Pagina 449.

10 Pagina 432.

11 Pagina 162-165.

12 Pagina 169-171.

13 Pagina 194.

14 Pagina 200-201.

15 Pagina 210.

16 Pagina 282-287.

17 Pagina 310.

18 Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 15 oktober 2018, inhoudende de verklaring van verdachte.