Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:4812

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-10-2018
Datum publicatie
05-10-2018
Zaaknummer
16.659410-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging zware mishandeling door inrijden op twee motoragenten, gevangenisstraf 3 jaren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.659410-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 oktober 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te [verblijfplaats]

hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 september 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.M. Tromp en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. H. de Kroon, advocaat te Hilversum, alsmede [A] , de gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

Primair:

op 4 juni 2018 te Hilversum heeft gepoogd [slachtoffer 1] van het leven te beroven;

Subsidiair:

op 4 juni 2018 te Hilversum heeft gepoogd ambtenaar [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 2:

Primair:

op 4 juni 2018 te Hilversum heeft gepoogd [slachtoffer 2] van het leven te beroven;

Subsidiair:

op 4 juni 2018 te Hilversum heeft gepoogd ambtenaar [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 3:

op 4 juni 2018 te Hilversum twee dienstmotor(en) van de politie Midden-Nederland heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Feit 4:

Primair:

in de periode tussen 9 mei 2018 en 11 mei 2018 te Hilversum een Volkswagen type Tiguan heeft gestolen door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel;

Subsidiair:

op 4 juni 2018 te Hilversum een Volkswagen type Tiguan heeft geheeld;

Feit 5:

op 4 juni 2018 te Hilversum één of meer kentekenplaten ( [kenteken] ) heeft geheeld;

Feit 6:

op 4 juni 2018 te Hilversum als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Tiguan) gevaar op de weg heeft veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Zij heeft daartoe – zakelijk aangegeven– aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat verdachte verschillende malen op volle snelheid met spinnende banden en een ronkende motor achteruit is gereden en daarbij twee verbalisanten op een motor heeft aangereden. Wanneer je zonder te kijken in de spiegel, met een dergelijke snelheid achteruit rijdt terwijl je weet dat een verbalisant zich achter je voertuig bevindt, aanvaard je willens en wetens de aanmerkelijke kans dat je iemand dodelijk verwond. Verdachte heeft hierdoor ook tweemaal een dienstmotor vernield. De officier van justitie vordert vrijspraak voor het onder 4 primair ten laste gelegde, nu niet vastgesteld kan worden dat verdachte de Volkswagen Tiguan heeft gestolen. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij wist dat de personenauto van diefstal afkomstig was, waardoor sprake is van opzetheling. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde merkt de officier van justitie op dat verdachte de kentekenplaten heeft gecontroleerd om zijn pakkans te verkleinen. Dit in combinatie met het gegeven dat hij wist dat de auto van diefstal afkomstig was, maakt dat hij ook wist dat de kentekenplaten afkomstig waren van diefstal. Aangaande het onder 6 ten laste gelegde bekent verdachte hetgeen hem wordt verweten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde. Zij heeft haar standpunt verwoord in de ter zitting overgelegde pleitnota. Zakelijk weergegeven, heeft zij met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde aangevoerd dat geen sprake is van enig opzet op de dood dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde merkt de raadsvrouw op dat verdachte op internet heeft gecontroleerd of de kentekenplaten toebehoorden aan de auto. Het kenteken bleek overeen te komen wat betreft de soort personenauto en de kleur daarvan, waardoor verdachte niet wist en ook niet redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de kentekenplaten gestolen waren.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde:

Door verbalisant [slachtoffer 1] is op 5 juni 2018 aangifte gedaan en hij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 4 juni 2018 was ik werkzaam bij de politie Midden-Nederland te Hilversum. Ik reed deze dienst op een opvallende dienstmotor. Ik zag een Volkswagen Tiguan, die mij bekend was van eerdere meldingen, rijden in de richting van Hilversum.2

Toen ik de [straatnaam] te Hilversum in reed, zag ik op ongeveer 40 tot 50 meter afstand collega [slachtoffer 2] op de rijbaan liggen naast zijn dienstmotor.3

Ik zag dat de Volkswagen tot stilstand kwam in de [straatnaam] te Hilversum. Ik nam een gepaste afstand van ongeveer 10 meter en bracht mijn dienstmotor tot stilstand. Ik zat op dat moment nog op de motor en stond midden op de weg. Ik zag dat de achteruitrijlichten oplichten. Ik hoorde toen een hoop motorgeronk alsof de bestuurder het gaspedaal geheel intrapte. Ik zag de Volkswagen hard achteruit rijden in mijn richting. Ik zat nog op de motor en kon geen kant op. De achterzijde van de Volkswagen raakte hard de voorzijde van mijn motor. Door de harde klap werd ik een stuk omhoog getild op mijn motor en kon ik mij met mijn linker arm opvangen tegen de achterruit van de Volkswagen. De bestuurder van de Volkswagen heeft mij op deze wijze nog enkele meters naar achteren geschoven, waarna ik merkte dat ik mijn evenwicht ging verliezen boven mijn motor. Ik was hier erg angstig voor, want dan zou ik waarschijnlijk onder de auto terecht komen en zou ik mogelijk ernstig letsel oplopen of erger. Na enkele meters stopte het voertuig, waardoor ik met mijn motor naar rechts viel.4

Door verbalisant [slachtoffer 2] is op 5 juni 2018 aangifte gedaan en hij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 4 juni 2018 was ik in de rechtmatige uitoefening van mijn bediening als politieambtenaar.5 Ik zag dat de verdachte over de stoep reed en rechtsaf de [straatnaam] te Hilversum opreed. Ik zag dat de auto van verdachte dicht op deze vrachtauto zat en hier niet meer langs kon. Ik zag dat de auto waar de verdachte in zat, ondanks dat ik hooguit enkele meters achter hem stond, ineens in de achteruit werd gezet en deze mijn richting op kwam rijden. Ik hoorde zijn banden spinnen. Ik was ook enorm verbaasd dat de auto doorreed en tegen mijn motor aanreed. De eerste keer ging dit nog niet zo hard. Ik kon nog net op mijn motor blijven zitten. Ik zag toen dat verdachte voor de tweede keer weer achteruit mijn richting op kwam en schrok enorm. Op het moment van de klap van de auto tegen de voorkant van mijn motor, had ik mij al schrap gezet. Ik voelde mijn motor achteruit geduwd worden en naar rechts omvallen. De motorfiets waarop ik reed, weegt zo’n 300 kilogram en ik moest koste wat het kost voorkomen om daaronder terecht te komen. Ik kon net aan de linkerkant van de motor af springen.6

Getuige [getuige 1] heeft op 6 juni 2018 bij de politie als volgt verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 4 juni 2018 was ik op de [straatnaam] te Hilversum. Plotseling zag ik de witte achteruitrijlampen van de zwarte personenauto aangaan. Ik hoorde dat de chauffeur van de zwarte personenauto kordaat en hard gas gaf. Ik zag de zwarte personenauto naar achteren rijden. Ik hoorde een klap en zag dat de motoragent omviel. De zwarte personenauto was tegen de motoragent aangereden.7

Verdachte heeft ter zitting van 19 september 2018 het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik de bestuurder was van de zwarte personenauto (Volkswagen Tiguan) op 4 juni 2018 te Hilversum. Doordat ik wist dat deze personenauto van diefstal afkomstig was en ik twee biertjes had gedronken, ben ik na het stopteken in paniek geraakt en ben ik gevlucht. Het klopt dat de auto meerdere keren in zijn achteruit heb gezet. Ik hoorde daarbij een klap en ben doorgereden. Ik wist op het moment dat ik achteruit reed, dat daar een motoragent stond.8

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens politie Midden-Nederland van 5 juni 2018, genummerd PL0900-2018159459-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland9;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens politie Midden-Nederland van 5 juni 2018, genummerd PL0900-2018159473-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland10;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 september 201811.

Ten aanzien van het onder 4 subsidiair ten laste gelegde:

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 11 mei 2018, genummerd PL0900-2018094159-1, opgemaakt door de politie Eenheid Amsterdam12;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 september 201813

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde:

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 5 juni 2018, genummerd PL0900-2018159252-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland14;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 5 juni 2018, genummerd PL0900-2018159188-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland15;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 6 juni 2018, genummerd PL0900-2018158569-52, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland16

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 september 201817.

Overwegingen

Vrijspraak ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde:

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn gedragingen (voorwaardelijk) opzet op de dood van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] heeft gehad. Of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels dient te worden verstaan als de in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid.

Uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt het volgende. Verdachte is zonder achteruit te kijken, vanuit stilstaande positie tweemaal vol gas, met spinnende banden en ronkende motor achteruit is gereden met een personenauto. Daarbij is hij vanuit stilstand tegen de vlak achter die auto stilstaande dienstmotoren met daarop verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gebotst waardoor zij ten val zijn gekomen. Gelet op het feit dat verdachte wist dat hij achtervolgd werd door agenten kon hij weten dat er een motoragent achter hem stond. De rechtbank overweegt in dit verband dat, naar algemene ervaringsregels, de te verwachten gevolgen van een aanrijding van een motorrijder op een motorfiets door een auto in belangrijke mate worden bepaald door de snelheid van de auto. Onduidelijk is gebleven met wat voor snelheid verdachte achteruit is gereden en met welke snelheid hij de motoren heeft geraakt. De schade aan de motoren is gering, zoals is te zien op de foto’s in het dossier. Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van de beschikbare gegevens in het dossier niet komen vast te staan dat sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] en van het aanvaarden daarvan. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn gedragingen voorwaardelijk opzet heeft gehad op de zware mishandeling van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] . Het gericht inrijden met een Volkswagen Tiguan, een personenauto van fors gewicht en omvang, op een persoon op een 300 kilogram zware motorfiets brengt naar algemene ervaringsregels de reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid met zich dat de persoon die op de motor zit achteruit geschoven wordt, omvalt en onder de motor of de auto of de rijbaan terecht komt en daarbij zwaar lichamelijk letsel oploopt. Door aldus te handelen heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Deze geweldshandelingen van verdachte zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat het niet anders kan dat verdachte door het op een dergelijke wijze achteruit te rijden de aanmerkelijke kans op dat gevolg bewust heeft aanvaard.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 4 primair ten laste gelegde:

De rechtbank acht – evenals de officier van justitie en de verdediging – niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de Volkswagen Tiguan heeft gestolen.. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling van kentekenplaten. De rechtbank is van oordeel dat er in het dossier geen wettig bewijs zit waaruit volgt dat de kentekenplaten die op de Volkswagen Tiguan zijn aangetroffen, van diefstal afkomstig zijn. Weliswaar blijkt uit de aangifte van [aangever 2] van 15 mei 2018 dat een tweetal kentekenplaten zijn gestolen, maar uit deze aangifte blijkt niet dat die aangifte ziet op de kentekenplaten met opdruk [kenteken] . Verdachte wordt daarom van dit feit vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan slachtoffer, zijnde een ambtenaar, [slachtoffer 1] , gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- zijn auto in zijn achteruit heeft gezet en daarbij gas heeft gegeven en

- met zijn auto achteruit in de richting van die op de dienstmotor zittende [slachtoffer 1] heeft gereden en

- vervolgens met de achterzijde van zijn auto tegen de voorzijde van de dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 1] heeft gereden en

- vervolgens die dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 1] enkele meters naar achteren heeft geschoven, waarbij die [slachtoffer 1] zijn evenwicht heeft verloren en ten val is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2 subsidiair:

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan slachtoffer, zijnde een ambtenaar, [slachtoffer 2] , gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- zijn auto in zijn achteruit heeft gezet en daarbij gas heeft gegeven en

- met zijn auto achteruit in de richting van die op de dienstmotor zittende [slachtoffer 2] heeft gereden en

- vervolgens met de achterzijde van zijn auto tegen de voorzijde van de dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 2] heeft gereden en

- vervolgens die dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 2] naar achteren heeft geschoven, waarbij die [slachtoffer 2] zijn evenwicht heeft verloren en ten val is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3:

hij op of omstreeks 04 juni 2018 te Hilversum opzettelijk en wederrechtelijk twee dienstmotoren geheel toebehorende aan de politie Midden-Nederland heeft beschadigd, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met zijn voertuig tegen die motoren aan te rijden en te botsen;

Feit 4 subsidiair:

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum een goed, te weten een auto (merk: Volkswagen, type: Tiguan, kleur: zwart) heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 6:

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum als bestuurder van een voertuig (een personenauto, merk: Volkswagen, type: Tiguan, voorzien van kenteken: [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, op de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] en het [straatnaam] ,

- niet voor een zebrapad op de [straatnaam] heeft gestopt terwijl er iemand overstak en

- over het trottoir heeft gereden bij de [straatnaam] en de [straatnaam] en

- op een of meerdere momenten met een veel te hoge snelheid met een geschatte snelheid tussen de 70 en 80 km/u heeft gereden door een woonwijk althans een straat gelegen in de bebouwde kom op de [straatnaam] en de [straatnaam] en het [straatnaam] en de [straatnaam] waar de maximale toegestane snelheid 15 km/u en 30 km/u althans 50 km/u is en

- op een of meerdere momenten geen vaart heeft geminderd voor de daar gelegen drempels op de [straatnaam] en de [straatnaam] en waardoor zijn in de lucht gelanceerd werd en

- op een kruising met de [straatnaam] en de [straatnaam] in de richting van en rakelings langs een fietser heeft gereden een moeder en een kind waardoor de fietser van de fiets af moesten springen om een ongeluk te voorkomen en

- rakelings langs een fietser heeft gereden op de [straatnaam] en

- tegen de richting in heeft gereden op de [straatnaam] en

- op de [straatnaam] met snelheid achteruit heeft gereden in de richting van een motoragent en die motoragent hierbij te raken waardoor die motoragent ten val kwam en

- op de [straatnaam] met snelheid achteruit heeft gereden in de richting van een motoragent en die motoragent hierbij te raken waardoor die motoragent ten val kwam

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 6 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Voortgezette handeling van:

Feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair, telkens:

poging tot zware mishandeling

Feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd

Feit 4 subsidiair:

opzetheling

Feit 6:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie voert daartoe aan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verschillende aaneengeschakelde incidenten, waarbij verdachte twee politieagenten heeft aangereden, hetgeen twee zeer ernstige feiten betreffen. Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde vordert de officier van justitie een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte reeds lange tijd gedetineerd zit en dat hij in de PI afspraken heeft gemaakt om zijn leven weer op te pakken. De reclassering heeft hierin spijtig genoeg geen enkele rol gespeeld, ondanks veelvuldig verzoek van de verdediging. De verdediging verzoekt bij een strafoplegging om een lang voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte reed op 4 juni 2018 met een gestolen personenauto door Hilversum. Nadat hij een stopteken heeft gekregen van de politie, is hij op de vlucht geslagen. De politiemotoren zetten de achtervolging in. Dit heeft geresulteerd in een dollemansrit door Hilversum. De verdachte heeft zich tijdens de achtervolging geen enkele rekenschap gegeven van het wel en wee van andere weggebruikers, noch van de gevolgen die zijn rijgedrag voor anderen zou kunnen hebben. Zo heeft verdachte op sommige stukken veel te hard gereden, tegen het verkeer in, over het trottoir, is hij niet gestopt voor zebrapaden, is hij rakelings langs voorbijgangers gereden en heeft hij in zijn vluchtpoging twee politieagenten van hun motoren gereden door met vol gas, spinnende banden en een ronkende motor achteruit tegen hen aan te rijden. Zij zijn hierdoor beiden ten val gekomen, waarbij één agent letsel heeft opgelopen. Uit het dossier blijkt dat de incidenten enorme indruk hebben gemaakt op de betrokken verbalisanten. Voorts heeft verdachte de motoren van de politie beschadigd.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij op deze wijze heeft deelgenomen aan het verkeer waarbij het risico voor de andere weggebruikers geheel ondergeschikt was aan zijn drang om te vluchten. Dit terwijl verdachte reed in een gestolen auto, geen rijbewijs had en – naar eigen zeggen – die dag twee bier had gedronken. De gevolgen van zijn handelen hebben zich uiteindelijk beperkt tot letsel bij een verbalisant, maar deze hadden veel ernstiger kunnen zijn. Het is niet aan het handelen van verdachte te danken dat er tijdens zijn dollemansrit geen zwaargewonden of zelfs doden zijn gevallen.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening mee dat verdachte na het plegen van het bewezenverklaarde op 29 juni 2018 is veroordeeld tot een taakstraf. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.

De rechtbank acht voor de afdoening van de onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 en 4 subsidiair bewezenverklaarde feiten daarom een gevangenisstraf van lange duur passend en geboden. Bij het bepalen van de hoogte van deze straf heeft de rechtbank mede gelet op straffen die doorgaans in soortgelijke gevallen worden opgelegd.

Alles afwegende, zal de rechtbank ter zake van voornoemde feiten aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank wijkt daarbij af van de eis van de officier van justitie, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt. Voorts wijkt de rechtbank af van het verzoek van de verdediging om een deels voorwaardelijke straf in combinatie met bijzondere voorwaarden, omdat de rechtbank van oordeel is dat de hulp die verdachte nodig heeft hem thans in detentie al wordt geboden, hetgeen kan worden voortgezet in het kader van een eventuele voorwaardelijke invrijheidsstelling en dat daarmee kan worden volstaan. In dat kader kan immers maatwerk geleverd worden, terwijl dat op dit moment voor de rechtbank, zo’n lange tijd voor de vrijlating van verdachte en zonder reclasseringsrapportage veel moeilijker is.

Aangezien het onder 6 bewezenverklaarde feit een overtreding betreft, dient de rechtbank voor dit feit een separate straf op te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank doet de eis van de officier van justitie onvoldoende recht aan de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd. Gelet op het zeer gevaarlijke rijgedrag van de verdachte acht de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden passend en geboden.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 1] :

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 1000,-. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en vermeerderd met de wettelijke rente.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht het gevorderde bedrag te matigen naar € 750,-. De verdachte zelf heeft verklaard dat hij de gevorderde schade wil vergoeden.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op

€ 1000,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 juni 2018 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 juni 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 20 dagen hechtenis, waarbij toepassing van hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 56, 63, 300, 304, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 6 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 6 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 6 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf van drie (3) jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt verdachte ter zake van het onder 6 bewezen verklaarde tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf (12) maanden;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1000,-;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2018 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.B.W. Beekman, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en M.S. Koppert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dam, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 oktober 2018.

Mr. H.B.W. Beekman en mr. M.S. Koppert zijn buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 1:

primair

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

- zijn auto in zijn achteruit heeft gezet en/of (daarbij) gas heeft gegeven en/of

- met zijn auto achteruit in de richting van die (op de dienstmotor zittende) [slachtoffer 1] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) met de achterzijde van zijn auto tegen de voorzijde van de dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 1] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) die dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 1] (enkele meters) naar achteren heeft geschoven, waarbij die [slachtoffer 1] zijn evenwicht heeft verloren en/of ten val is gekomen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan slachtoffer, zijnde een ambtenaar, [slachtoffer 1] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- zijn auto in zijn achteruit heeft gezet en/of (daarbij) gas heeft gegeven en/of

- met zijn auto achteruit in de richting van die (op de dienstmotor zittende) [slachtoffer 1] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) met de achterzijde van zijn auto tegen de voorzijde van de dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 1] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) die dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 1] (enkele meters) naar achteren heeft geschoven, waarbij die [slachtoffer 1] zijn evenwicht heeft verloren en/of ten val is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

primair

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, meermalen, althans éénmaal (telkens)

- zijn auto in zijn achteruit heeft gezet en/of (daarbij) gas heeft gegeven en/of

- met zijn auto achteruit in de richting van die (op de dienstmotor zittende) [slachtoffer 2] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) met de achterzijde van zijn auto tegen de voorzijde van de dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 2] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) die dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 2] (enkele meters) naar achteren heeft geschoven, waarbij die [slachtoffer 2] zijn evenwicht heeft verloren en/of ten val is gekomen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan slachtoffer, zijnde een ambtenaar, [slachtoffer 2] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- zijn auto in zijn achteruit heeft gezet en/of (daarbij) gas heeft gegeven en/of

- met zijn auto achteruit in de richting van die (op de dienstmotor zittende) [slachtoffer 2] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) met de achterzijde van zijn auto tegen de voorzijde van de dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 2] heeft gereden en/of

- ( vervolgens) die dienstmotor met daarop zittend die [slachtoffer 2] (enkele meters) naar achteren heeft geschoven, waarbij die [slachtoffer 2] zijn evenwicht heeft verloren en/of ten val is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3:

hij op of omstreeks 04 juni 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans één of meer (dienst)motor(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie Midden-Nederland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en / of onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met zijn, verdachtes voertuig tegen die motor(en) aan te rijden en/of te botsen;

Feit 4:

primair

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 9 mei 2018 en 11 mei 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een auto (merk: Volkswagen, type: Tiguan, kleur: zwart), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen voertuig onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, zijnde een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet is gerechtigd;

subsidiair

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland een goed, te weten een auto (merk: Volkswagen, type: Tiguan, kleur: zwart) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 5:

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum, althans in het arrondissement

Midden-Nederland een goed, te weten één of meer kentekenpla(a)t(en) ( [kenteken] ) heeft verworven,

voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 6:

hij op of omstreeks 4 juni 2018 te Hilversum als bestuurder van een voertuig (een personenauto, merk: Volkswagen, type: Tiguan, voorzien van kenteken: [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, op de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] , de [straatnaam] en/of het [straatnaam] ,

- niet voor een zebrapad (op de [straatnaam] ) heeft gestopt terwijl er iemand overstak en/of

- over het trottoir heeft gereden (bij de [straatnaam] en/of de [straatnaam] ) en/of

- op een of meerdere momenten met een (veel) te hoge snelheid (met een geschatte snelheid tussen de 70 en 80 km/u) heeft gereden door een woonwijk althans een straat gelegen in de bebouwde kom (op de [straatnaam] en/of de [straatnaam] en/of het [straatnaam] en/of de [straatnaam] ) waar de maximale toegestane snelheid 15 km/u en/of 30 km/u althans 50 km/u is en/of

- op een of meerdere momenten geen vaart heeft geminderd voor de daar gelegen drempels (op de [straatnaam] en/of de [straatnaam] ) (en waardoor zijn in de lucht gelanceerd werd) en/of

- op een kruising met de [straatnaam] en de [straatnaam] in de richting van en/of rakelings langs een fietser heeft gereden (een moeder en een kind) (waardoor de fietser van de fiets af moesten springen om een ongeluk te voorkomen) en/of

- rakelings langs een fietser heeft gereden (op de [straatnaam] ) en/of

- tegen de richting in heeft gereden (op de [straatnaam] ) en/of

- ( op de [straatnaam] ) (met snelheid) achteruit heeft gereden in de richting van een motoragent (en die motoragent hierbij te raken waardoor die motoragent ten val kwam) en/of

- ( op de [straatnaam] ) (met snelheid) achteruit heeft gereden in de richting van een motoragent (en die motoragent hierbij te raken waardoor die motoragent ten val kwam) door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 25 juli 2018, genummerd PL0900-2018204869, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 299. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 13.

3 Pagina 14.

4 Pagina 15.

5 Pagina 7.

6 Pagina 8.

7 Pagina 30.

8 Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 19 september 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

9 Pagina 23.

10 Pagina 25.

11 Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 19 september 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

12 Pagina 27.

13 Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 19 september 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

14 Pagina 14.

15 Pagina 8.

16 Pagina 74.

17 Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 19 september 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.