Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:4783

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-08-2018
Datum publicatie
04-10-2018
Zaaknummer
C/16/465166 / JE RK 18-1551
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten jeugdhulp met instemming van de ouders met gezag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

Zaakgegevens: C/16/465166 / JE RK 18-1551

Datum uitspraak: 17 augustus 2018

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp met instemming ouders met gezag

In de zaak van

de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, hierna te noemen de GI, gevestigd te [vestigingsplaats] ,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[belanghebbende 2] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    het verzoek met bijlagen van de GI van 25 juli 2018, ingekomen bij de griffie op 3 augustus 2018;

  • -

    de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 7 augustus 2018;

  • -

    de e-mail van de advocaat van [voornaam van minderjarige] , mr. J. Visscher, van 16 augustus 2018;

  • -

    de e-mail van de GI van 17 augustus 2018;

  • -

    de e-mail van de advocaat van [voornaam van minderjarige] van 17 augustus 2018.

Op 17 augustus 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

  • -

    de minderjarige [voornaam van minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat mr. J. Visscher,

  • -

    de vader,

  • -

    de moeder,

  • -

    mevrouw [A] , namens de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam van minderjarige] verblijft bij [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] .

De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 mei 2018 een machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam van minderjarige] verleend tot 23 augustus 2018.

Het verzoek

De GI heeft door middel van het verzoekschrift van 25 juli 2018 verzocht om [voornaam van minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden. In de motivering van het verzoekschrift is echter opgenomen dat er een machtiging gesloten jeugdhulp wordt verzocht voor de duur van drie maanden. Ter zitting heeft de GI het verzoek dan ook gewijzigd, in die zin dat er een machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam van minderjarige] wordt verzocht voor de duur van drie maanden. Voor het overige heeft de GI ter zitting gerefereerd aan het verzoekschrift.


De standpunten

De advocaat van [voornaam van minderjarige] heeft allereerst aangevoerd dat het verzoek van de GI niet tijdig is ingediend. In het procesreglement Civiel jeugdrecht is opgenomen dat het voornoemde verzoek vier weken voor de afloop van de termijn van de machtiging moet zijn ingediend bij de rechtbank. Het verzoek van de GI is echter ingekomen bij de griffie van de rechtbank op 3 augustus 2018, terwijl de huidige machtiging gesloten jeugdhulp slechts is verleend tot 23 augustus 2018. Daarnaast heeft de advocaat gesteld dat het verzoek van de GI onjuist is ingediend. Het verzoek van de GI betreft een machtiging gesloten jeugdhulp in het vrijwillige kader. De ouders van [voornaam van minderjarige] hebben immers ingestemd met het verzoek. Op grond van artikel 6.1.8., eerste lid van de Jeugdwet dient het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp te worden ingediend door het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft. Ten aanzien van dit artikel is primair naar voren gebracht dat het verzoek van de GI is ingediend door de heer [B] namens Samen Veilig Midden-Nederland en niet door het college van de betreffende gemeente. Het verzoek van de GI is derhalve op een onjuiste manier ingediend en op grond van de van toepassing zijnde jurisprudentie niet mogelijk volgens de advocaat van [voornaam van minderjarige] . Subsidiair is aangevoerd dat de bevoegdheid om een verzoek tot verlening van een machtiging gesloten jeugdhulp in te dienen als bedoeld in artikel 6.1.8., eerste lid, Jw kan worden gemandateerd aan de teammanagers van Veilig Thuis of Samen Veilig Midden-Nederland overeenkomstig artikel 10.3.5.2. van het mandaatregister van de gemeente Utrecht. Het verzoek van de GI is echter niet ingediend door de teammanager van de GI, maar door de betrokken medewerker van de GI. Nu het verzoek van de GI in strijd is met de wet en het mandaatregister heeft de advocaat van [voornaam van minderjarige] verzocht om dit verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.

Door en namens [voornaam van minderjarige] is verder aangevoerd dat het goed gaat met [voornaam van minderjarige] binnen de geslotenheid. Hij heeft voldoende laten zien dat hij is gemotiveerd om zijn problemen aan te pakken, waardoor hij zich positief ontwikkelt. [voornaam van minderjarige] weerstaat verleidingen en houdt zich aan de gemaakte afspraken. Daar komt bij dat de betrokkenen het erover eens zijn dat [voornaam van minderjarige] eraan toe is om de volgende stap te zetten. Op een zo kort mogelijke termijn dient [voornaam van minderjarige] te worden geplaatst binnen een open setting. De advocaat van [voornaam van minderjarige] vraagt zich af of een gesloten plaatsing echt nodig is of dat [voornaam van minderjarige] gesloten moet blijven, omdat er nog geen passende plek beschikbaar is voor hem. Hoe dan ook acht de advocaat van [voornaam van minderjarige] de gesloten plaatsing niet langer gerechtvaardigd, zodat het verzoek van de GI tot verlening van een machtiging gesloten jeugdhulp moet worden afgewezen, dan wel toegewezen voor de maximale duur van één of twee maanden in plaats van drie maanden. Ter overbrugging kan [voornaam van minderjarige] wellicht bij zijn vader verblijven, totdat er een passende plek is gevonden voor [voornaam van minderjarige] op een open groep.

De vader van [voornaam van minderjarige] heeft verklaard achter het verzoek van de GI te staan, nu zorgvuldig dient te worden gekeken naar wat [voornaam van minderjarige] nodig heeft om te kunnen toewerken naar zelfstandigheid. Daarnaast staat de vader ervoor open als [voornaam van minderjarige] een weekend of een aantal dagen in de week bij hem verblijft ter overbrugging, totdat er een vervolgplek voor [voornaam van minderjarige] beschikbaar is.

De moeder heeft ter zitting verklaard in te stemmen met het verzoek van de GI tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Daarbij heeft de moeder naar voren gebracht dat zij op dit moment onvoldoende vertrouwen heeft dat [voornaam van minderjarige] zich goed zal blijven gedragen als hij op een open plek of bij zijn vader verblijft. Tegelijkertijd vindt de moeder het zeer belangrijk dat de machtiging gesloten jeugdhulp niet langer duurt dan noodzakelijk. Naar aanleiding van een gesprek met de psychiater van [voornaam van minderjarige] vraagt de moeder zich af of verdere diagnostiek nog noodzakelijk is voor haar zoon, nu er in het verleden reeds onderzoek is gedaan.

De kinderrechter heeft de GI in de gelegenheid gesteld om na de zitting schriftelijk de bevoegdheid nader te onderbouwen. De GI heeft door middel van de e-mail van 17 augustus 2018 verklaard dat de teammanagers van de GI inderdaad zijn gemandateerd om voornoemd verzoekschrift in te dienen op grond van het mandaatregister van de gemeente Utrecht. Sinds 2015 bestaat de functie teammanager alleen niet meer binnen de GI, doordat deze functie is vervangen door de functie regiomanager. De GI heeft daarom het verzoek alsnog laten ondertekenen door de regiomanager.

Vervolgens heeft de advocaat van [voornaam van minderjarige] verklaard dat het verzoek van de GI niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het oorspronkelijke verzoekschrift van de GI voldeed immers niet aan de wettelijke vereisten. De GI heeft erkend dat het oorspronkelijke verzoek niet juist en onbevoegd is ingediend. Daarnaast kan het herstelde verzoekschrift niet bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek worden betrokken gelet op het procesreglement Civiel jeugdrecht, doordat de GI het herstelde verzoekschrift per e-mail na de zitting pas heeft ingediend bij de kinderrechter. De ouders en [voornaam van minderjarige] zijn niet (meer) in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Tot slot is door de advocaat van [voornaam van minderjarige] naar voren gebracht dat het mandaat volgens het mandaatregister van de gemeente Utrecht is toegekend aan de teammanagers van Veilig Thuis of Samen Veilig Midden-Nederland. Nu uit de e-mail van de GI is gebleken dat de functie teammanager niet meer bestaat, dienen de GI en de gemeente zorg te dragen voor een juist mandaatregister. [voornaam van minderjarige] is nu helaas de dupe van de wijziging van de functies en de daarbij horende onduidelijkheid.

De beoordeling

Ontvankelijkheid van het verzoek

De kinderrechter is van oordeel dat het verzoek van de GI tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam van minderjarige] ontvankelijk dient te worden verklaard. Hiertoe overweegt de kinderrechter als volgt.

Zoals uit het voorgaande blijkt was degene die het verzoek indiende niet bevoegd om dat te doen, nu er geen sprake is van een ondertoezichtstelling. Met de accordering door de regiomanager van het oorspronkelijke verzoek is dit gebrek alsnog geheeld. Uit de mandaatregeling van de gemeente Utrecht volgt immers dat een teammanager bevoegd is om dit verzoek te doen namens de gemeente. Dat de functie van teammanager inmiddels is vervangen door een regiomanager is onvoldoende om te oordelen dat er geen mandaat meer geldt. Naar de GI onvoldoende betwist heeft gesteld, is de regiomanager degene die nu de taken vervuld van voorheen de teammanager, waarbij de kinderrechter ervan uitgaat dat een regiomanager in vergelijking met een teammanager in ieder geval geen hiërarchisch lagere functie is. Het enkele feit dat de mandaatregeling daar (nog) niet op is aangepast is onvoldoende. Verder is er op het moment van de beslissing een verzoek dat is ingediend door een daartoe bevoegde persoon namens de GI. Daarmee is voldaan aan alle voorwaarden. Het feit dat de ouders van [voornaam van minderjarige] niet ook een termijn hebben gekregen om op deze kwestie te reageren, is geen reden om anders te oordelen, nu de ouders het eens zijn met de gesloten plaatsing van [voornaam van minderjarige] en de wijze van afhandeling (termijn voor de GI en termijn voor de advocaat van [voornaam van minderjarige] ) ter zitting in aanwezigheid van de ouders is afgesproken. [voornaam van minderjarige] heeft gereageerd bij monde van zijn advocaat.

Beoordeling van het verzochte

De kinderrechter kan op grond van artikel 6.1.2., tweede lid, Jeugdwet slechts een machtiging gesloten jeugdhulp verlenen indien deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat een machtiging gesloten jeugdhulp in het belang is van [voornaam van minderjarige] , ondanks de positieve ontwikkelingen van de afgelopen maanden. Vanuit de hulpverlening is aangegeven dat [voornaam van minderjarige] zich goed gedraagt binnen de geslotenheid. Desalniettemin heeft [voornaam van minderjarige] op dit moment nog niet voldoende kunnen leren om ervoor te zorgen dat hij zich niet (opnieuw) zal onttrekken aan de benodigde hulpverlening. [voornaam van minderjarige] heeft immers vaker laten zien dat hij wegloopt om moeilijke situaties uit de weg te gaan, waarbij hij zeer zelfbepalend gedrag vertoont. Hierdoor wordt de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] naar zelfstandigheid ernstig belemmerd. Daarnaast is er eerder hulpverlening ingezet om de ernstige zorgen over [voornaam van minderjarige] af te wenden, wat tot op heden nog niet heeft geleid tot een duurzame verandering in het gedrag van [voornaam van minderjarige] . In het belang van [voornaam van minderjarige] dienen de positieve ontwikkelingen te worden gewaarborgd, als worden voortgezet door middel van een gesloten plaatsing. Daarnaast moet er worden gekeken of diagnostiek noodzakelijk is voor [voornaam van minderjarige] en er moet worden gezocht naar een passende vervolgplek. Doordat er nog belangrijke stappen dienen te worden gezet, acht de kinderrechter, anders dan de advocaat van [voornaam van minderjarige] , de verzochte termijn noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] te waarborgen en om hem duidelijkheid te kunnen bieden. Gelet op het bovenstaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 6.1.2., tweede lid, Jw en zal daarom een machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam van minderjarige] verlenen voor de duur van drie maanden.

De beslissing


De kinderrechter verleent een machtiging gesloten jeugdhulp voor [voornaam van minderjarige] , met ingang van 23 augustus 2018 tot 23 november 2018.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2018 door mr. A.A.T. van Rens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van H.W. de Ruiter als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 september 2018.