Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:4556

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-09-2018
Datum publicatie
25-09-2018
Zaaknummer
C/16/466872 KG ZA 18/561-2
Formele relaties
Hersteluitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2018:4399
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beveiligingsbedrijf Procheck International mag haar medewerkers niet verbieden om te staken. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland beslist in een kort geding dat het beveiligingsbedrijf heeft aangespannen tegen de vakbonden FNV, CNV en De Unie.

Procheck vroeg aan de voorzieningenrechter om haar werknemers een algeheel stakingsverbod op te leggen of om een staking te beperken. Bij het bedrijf zijn ongeveer 170 mensen werkzaam die op Schiphol, achter de douane, werken. Deze mensen scannen reizigers met het doel om mogelijke criminele of terroristische activiteiten in een vroeg stadium te kunnen herkennen. Volgens het bedrijf is de nationale veiligheid in gevaar als de zogenoemde profilers zouden gaan staken.

Alle partijen hebben aangegeven snel een beslissing te willen hebben. In het kop-staartvonnis heeft de voorzieningenrechter beslist dat de eisen worden afgewezen. Binnen twee weken ontvangen de partijen een gemotiveerde versie van het vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2018/268
AR-Updates.nl 2018-1084
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/466872 KG ZA 18/561 LH/1040

Kort geding vonnis van 13 september 2018, houdende uitwerking en motivering van het op die datum in deze zaak gewezen verkorte vonnis

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Procheck International B.V.,

gevestigd te Schiphol,

verder ook te noemen Procheck,

eisende partij,

advocaten: mr. J. Schulp en mr. E.L. Steenis,

tegen:

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Federatie Nederlandse Vakbeweging, in de dagvaarding abusievelijk aangeduid als FNV Bondgenoten,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen FNV,

gedaagde partij,

advocaten: mr. S.N. Ketting en mr. J. Ipenburg,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CNV Vakmensen.nl,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen CNV,

gedaagde partij,

advocaat: mr. R. van der Stege,

3. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

De Unie,

gevestigd te Culemborg,

verder ook te noemen De Unie,

gedaagde partij,

advocaat: mr. J. Dop,

gedaagde partijen worden hierna samen ‘de vakbonden’ genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Verwezen wordt naar het op 13 september 2018 in dit kort geding tussen partijen gewezen verkorte vonnis. Het onderstaande vormt de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis, mede houdende de aan de uitspraak van 13 september 2018 ten grondslag liggende overwegingen.

1.2.

Op 13 september 2018 heeft de mondelinge behandeling van dit kort geding plaats gevonden. Op die zitting zijn voor Procheck verschenen de heer [A], de heer [B] en de heer [C], vergezeld door mr. Schulp en mr. Steenis. Voor FNV is verschenen de heer [D], mevrouw [E] en de heer [F], vergezeld door mr. Ketting en mr. Ipenburg. Voor CNV is verschenen de heer [G], vergezeld door mr. Van der Stege. Voor De Unie is verschenen de heer [H], vergezeld door mr. Dop. Ter zitting zijn de onder 1.1. van het vonnis van 13 september 2018 genoemde twee nadere producties overgelegd. Partijen hebben de standpunten ter zitting nader toegelicht. De advocaten van partijen deden dat onder meer aan de hand van de door hen overgelegde (in het vonnis van 13 september 2018 vermelde) pleitaantekeningen. Partijen hebben geantwoord op vragen van de voorzieningenrechter en zij hebben op elkaar kunnen reageren. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.

2 De feiten

2.1.

Procheck is een beveiligingsbedrijf met ongeveer 170 werknemers dat in opdracht van Schiphol Nederland B.V. (hierna: Schiphol) op de luchthaven diensten verleent ter beveiliging van hoog-risicovluchten (de zogenoemde ‘High Risk Flights’). Daartoe zet Procheck werknemers in als ‘agents’ die ‘predictive profiling’-werkzaamheden verrichten bij check-in-balies van Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen, op enkele centrale locaties en bij de gates waar vandaan de hoog-risicovluchten vertrekken. Zij zijn getraind in het observeren, het signaleren van verdacht gedrag en het afnemen van interviews van passagiers, teneinde het gevaar van criminele en terroristische activiteiten tijdig te onderkennen en daarop in te grijpen. De ‘agents’ verrichten hun werk in het ‘schone’ gebied van Schiphol, waar zich alleen passagiers bevinden van wie de ruimbagage is ingenomen en de handbagage is gecontroleerd en die de douane zijn gepasseerd. De ‘agents’ van Procheck werken nauw samen met de Koninklijke Marechaussee en de reguliere beveiligers van de luchthaven.

2.2.

FNV, CNV en De Unie zijn vakverenigingen die zich mede ten doel stellen de belangen van hun leden, werknemers van Procheck, te behartigen. Zij plegen daartoe te onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden in de beveiligingsbranche. FNV (Bondgenoten) en De Unie zijn aan werknemerszijde partij bij de cao G4S Aviation Security. FNV (Beveiliging), De Unie en CNV zijn partij bij de cao Particuliere Beveiliging. Dit zijn cao’s waaronder ook werknemers van Procheck vallen.

2.3.

Voor Procheck is Schiphol de enige opdrachtgever. In juli 2018 heeft Schiphol haar overeenkomst met Procheck opgezegd tegen 1 januari 2019. Zij deed dit nadat de minister van Justitie en Veiligheid op 29 februari 2018 aan Schiphol een aanwijzing in de zin van de Luchtvaartwet had gegeven, die ertoe noopt dat de beveiliging van hoog-risicovluchten voortaan anders wordt ingericht. Hierdoor vervallen per 1 januari 2019 de werkzaamheden die Procheck in de afgelopen decennia op Schiphol heeft verricht. Procheck heeft daarop besloten haar bedrijfsactiviteiten te beëindigen.

2.4.

Parallel aan het medezeggenschapstraject dat zij in verband met dit besluit met haar ondernemingsraad heeft gevolgd, en ingevolge de in de toepasselijke cao’s vervatte verplichting om met de betrokken vakbonden over een sociaal plan te overleggen, heeft Procheck vanaf 21 juni 2018 met de vakbonden vier maal overleg gevoerd over een in het kader van de totstandkoming van een ‘Transitieplan’ af te sluiten sociaal plan. Dit sociaal plan is bedoeld om de negatieve gevolgen die het personeel van Procheck zal ondervinden van de sluiting van het bedrijf te mitigeren. Op 7 september 2018 heeft de ondernemingsraad van Procheck op de voorgelegde adviesaanvraag over de beëindiging van de onderneming negatief geadviseerd, onder meer omdat overeenstemming met de vakbonden over het Transitieplan uitbleef. Procheck en de vakbonden verschillen onder meer van mening over de in het sociaal plan op te nemen vertrekregeling voor de werknemers die niet in dienst treden van I-SEC Nederland B.V., een zustervennootschap van Procheck. Procheck is wel bereid een hogere beëindigingsvergoeding te betalen dan de wettelijke transitievergoeding, maar de vakbonden stellen aan het sociaal plan hogere eisen.

2.5.

Bij e-mail van 31 augustus 2018 heeft de heer [H], bestuurder van De UNie, mede namens FNV en CNV aan de heer [A], general manager van Procheck, meegedeeld dat het ‘eindbod’ van Procheck van 28 augustus 2018 was afgewezen en dat Procheck een ultimatum tegemoet kon zien. Procheck heeft daarop bij brief van 3 september 2018 aan De Unie en FNV vastgesteld dat het overleg geen resultaat heeft opgeleverd en meegedeeld dat dit overleg hiermee geëindigd is. Vanwege de gevolgen die mogelijke collectieve acties voor de veiligheid op Schiphol kunnen hebben, verzocht Procheck de vakbonden om hierover met haar in overleg te treden.

2.6.

Bij brieven van 5 september 2018 hebben ook De Unie en FNV geconstateerd dat er ‘een overbrugbaar verschil van wederzijdse standpunten’ was en is een ultimatum gesteld: indien Procheck niet vóór maandag 10 september 2018 om 12.00 uur schriftelijk tegemoet komt aan een tiental eisen moet zij, zo schreven de vakbonden, ‘rekening (-) houden met door ons, zonder nadere aankondiging, uit te roepen en te organiseren campagnes en collectieve acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur.’ De vakbonden deelden mee bij collectieve acties veiligheidsmaatregelen te zullen nemen. Ze verklaarden zich bereid hierover met Procheck te overleggen.

2.7.

Bij brief van 5 september 2018 heeft Procheck aan De Unie en FNV meegedeeld geen reden te zien om het overleg te heropenen, omdat het Transitieplan, zoals door Procheck laatstelijk voorgesteld, volgens haar passend is.

2.8.

Op 10 september 2018 heeft ‘technisch overleg’ plaatsgevonden tussen de heer [H] van De Unie en de heren [B] en [C] van Procheck. Op dat moment was vooralsnog sprake van door De Unie te organiseren werkonderbrekingen van een uur per dag, te houden van vrijdag 14 tot en met maandag 17 september 2018. Afgesproken werd dat de acties minimaal 24 uur van te voren zouden worden aangekondigd. Voorts vermeldt de bevestigingsbrief van Procheck van 10 september 2018 onder meer het volgende: ‘50% van de stakers blijven op het cluster aanwezig om in geval van calamiteiten direct in te kunnen springen. De anderen mogen zich naar de dichtstbijzijnde lounge begeven maar blijven per direct beschikbaar voor inzet (-). Indien er op de locaties (D en E clusters) een dusdanige opstopping plaatsvindt van passagiers - met name de ‘wortel’ van de D pier is een druk passagiersknooppunt - waarbij de veiligheid van mens en materieel in het geding komt kan de KMar (Koninklijke Marechaussee, voorzieningenrechter) aangeven dat verder staken geen optie meer is en dat de staking per direct gestopt moet worden. Indien de staking plaatsvindt nadat het operationele proces aan de gates is gestart (dus waarbij er al passagiers geboard zijn) zal daar niet worden gestaakt. Daar waar gestaakt wordt voordat het operationele proces start, zal het operationele proces pas gestart worden na de staking. Aanwezigheid van de vertegenwoordigers van de vakbonden is gevraagd en gewenst. Dit om de staking ter plekke in goede banen te leiden en ook ter plekke het signaal te kunnen geven dat men bij calamiteit of bij opdracht van KMar weer aan het werk te gaan. De Luchthaven is hierover geïnformeerd alsmede de Koninklijke Marechaussee (-).’

2.9.

Bij e-mail van 11 september 2018 heeft mevrouw [E] van FNV, kennelijk mede namens CNV, aan de heer [C] van Procheck bericht dat FNV en CNV niet instemden met de op 10 september 2018 met De Unie gemaakte afspraken. FNV en CNV misten vooral ‘de input van Schiphol’: ‘Daarom verzoeken wij je om een veiligheidsoverleg met [F] ([F], voorzieningenrechter) en mij te organiseren, waarbij een vertegenwoordiger van Schiphol en zo nodig van de KMAR aanwezig zijn. In dat overleg willen we de veiligheidsrisico’s van een staking van PI (Procheck, voorzieningenrechter) -medewerkers inventariseren en per risico bespreken welke mitigerende maatregelen nodig zijn.’

2.10.

Dit hernieuwde technisch overleg tussen Procheck enerzijds en De Unie en FNV anderzijds, heeft plaatsgevonden op 12 september 2018. Schiphol was daarbij - hoewel uitgenodigd - niet aanwezig. Zij koos ervoor, zo vermeldt het verslag van dit overleg, om de resultaten van het overleg af te wachten. De Koninklijke Marechaussee ontbrak bij het overleg eveneens. Van het technisch overleg van 12 september 2018 hebben De Unie en FNV een verslag gemaakt, getiteld ‘Notitie in het kader van beperken van veiligheidsrisico’s bij door De Unie Security te voeren collectieve acties bij Procheck International (versie 12 september 2018).’ Uit dit verslag:

‘(-) Meneer [H] (De Unie Security) benoemt dat zij graag van PI wil horen welke risico’s zouden kunnen optreden tijdens collectieve acties en welke mitigerende maatregelen genomen kunnen worden.

PI benoemt de volgende risico’s :

D-cluster: dit is een belangrijk knooppunt waar verschillende passagiersstromen elkaar raken. Het gaat om transferpassagiers (Schengen en niet-Schengen) die op doorreis zijn en naar hun volgende vlucht gaan, passagiers die aankomen en hun bagage gaan ophalen en passagiers die vanaf Schiphol vertrekken. De ruimte voor deze verschillende stromen passagiers is beperkt. In de wachtruimte van D1 (Delta airlines) is ruimte voor maximaal 150 passagiers. De wachtruimte op het knooppunt zelf is maximaal 100 passagiers. Er is een crowd management probleem als de passagiersstromen tot stilstand komen. Inschatting PI: bij actie van 15 minuten: ophoping van 50-100 passagiers. Bij actie van 60 minuten: ophoping van kritieke hoeveelheid passagiers.

E-cluster: situatie is enigszins gelijk aan D-cluster maar bij E is het in de regel minder druk. Risico op problemen met crowd management is op piekmomenten echter wel aanwezig.

Check-in United: ophoping van passagiers in de wachtrij voor de check-in.

Gates: situatie ter plaatse is simpel: de gate is open of dicht. Er kan een security risico optreden als tijdens de boardingprocedure actie wordt gevoerd. Het risico ontstaat dan dat passagiers zonder gecontroleerd te zijn in het vliegtuig komen.

PI zal een overzicht aanleveren van de piek- en dalmomenten van de verschillende PI-locaties, inclusief de verwachte passagiersaantallen. Pas om 23.00 uur wordt de indeling van vluchten over D-pier of E-pier bekend. Naast de hierboven genoemde locaties zijn er nog een paar profile-posities voor reeds ingecheckte passagiers.

Mitigerende maatregelen:

D1: PI kan geen oplossing bedenken voor ophoping van passagiers bij knooppunt. Op de boardingpass staat al dat passagiers naar D1 moeten, dus omleiden werkt niet. Beste oplossing is om daar geen actie te voeren, volgens PI. In piektijd is een maximale actietijd van 15 minuten mogelijk. In daltijd is een actietijd van 2 uur geen probleem.

E-cluster: Met uitzondering van piekmomenten geen maatregelen nodig. In piekmomenten dienen de vakbonden te handelen conform de situatie bij D1.

Check-in United: zo nodig kan de bankline worden benut voor opvang van passagiers.

Gates: geen actievoeren als de boardingprocedure gestart is. Geen boarding starten op het moment dat er een actie loopt.

Overige: op de overige profile-locaties zijn geen maatregelen nodig.

Aankondigen acties

Als actie wordt gevoerd in de ochtendpiek (i.e. tot 10.00 uur), dan wordt de actie uiterlijk om 22.30 uur de voorafgaande avond aangekondigd. Als actie wordt gevoerd na de ochtendpiek (i.e. na 10.00 uur), dan wordt de actie uiterlijk 4 uur voor aanvang van de actie aangekondigd.

Acties

Bij een werkonderbreking tot 15 minuten blijven alle actievoerders in de buurt van de positie om zo nodig in te grijpen als er een veiligheidsrisico optreedt. PI zal geen salaris inhouden. Vakbondsbestuurders zullen tijdens acties aanwezig zijn op de actielocatie. PI zal zorgen voor het aanvragen van bezoekerspassen en voor begeleiding. (-) Op het moment dat het bevoegd gezag constateert dat er een concreet veiligheidsrisico is, is De Unie Security bereid om, middels hun actiecoördinator te komen tot afspraken over de wijze waarop de actie/werkonderbreking kan worden opgeschort of beëindigd.’

2.11.

Ook de heer [B] van Procheck heeft een ‘Verslag technisch overleg PI, de Unie, CNV, FNV’ gemaakt. Uit dat verslag:

‘(-) 1. Acties die aanvangen voor 10:00 worden uiterlijk 22:30 de avond tevoren aangekondigd. 2. Acties die aanvangen na 10:00 worden uiterlijk 4 uur voor aanvang aangekondigd. 3. Acties en werkonderbrekingen die een niet acceptabel effect hebben op de veiligheid (safety) van personeel en passagiers worden opgeschort danwel beëindigd door de actieleider. De inschatting of een situatie onhoudbaar of ongewenst is zal gemaakt worden door de Koninklijke Marechaussee. 4. Gate operaties worden niet onderbroken indien het proces al gestart is bij aanvang van de actie of werkonderbreking. Dit om de veiligheid (security) van de passagiers te kunnen garanderen. 5. Vanuit de vakbonden zal altijd een actieleider aanwezig zijn tijdens werkonderbrekingen. Toegang tot de locatie (i.v.m. aanvraag bezoekerspassen) zal worden afgestemd met PI. 6. Medewerkers die deelnemen aan een actie zullen zich bij korte onderbrekingen (15 tot 30 minuten) ophouden nabij de locatie van de werkzaamheden. 7. Bij langdurige werkonderbrekingen (langer dan 30 minuten) zullen de betrokken medewerkers afwisselend aanwezig blijven op de locatie en de lounge, waarbij de helft van de collega’s altijd aanwezig blijft. Vooral de situaties in welke de Koninklijke Marechaussee aangeeft dat een actie ongewenste effecten heeft zullen de medewerkers direct kunnen optreden. 8. Met name op positie D1 is de kans groot dat zelfs kortdurende acties leiden tot ernstige verstoringen. PI verschaft de vakbonden daartoe een indicatie van de momenten waarop het aanbod van passagiers zeer groot is.’

2.12.

Bij e-mail van 12 september 2018, waarbij het door De Unie en FNV gemaakte concept verslag van het technisch overleg van die dag aan Procheck is toegezonden, heeft mevrouw [E] van FNV aan de heer [C] van Procheck verzocht om in te stemmen met het verslag: ‘Als je akkoord bent, wordt het stuk definitief en zullen wij conform deze afspraken handelen.’ Bij e-mail van diezelfde dag heeft de heer [C] gereageerd: ‘Kleine aanpassing: Ik zou niet willen beweren dat er bij E1 GEEN mitigerende maatregelen nodig zijn. Afhankelijk van vluchtindeling kan het hier ook druk worden. De vergelijking met D1 betreft alleen de overige pax stromen, welke minder zijn bij de e-pier. Passagiers actief informeren op/bij D1 en E1 is ook zeer wenselijk. Verder geeft het goed weer wat we hebben besproken.’ Later die dag heeft mevrouw [E] teruggemaild: ‘Welke mitigerende maatregelen wil je toevoegen bij E1? Dan neem ik dat op in de tekst. Ik zal opnemen dat PI de passagiers actief informeert op/bij D1 en E1. Ik zal de wijzigingen/aanvullingen opnemen in de tekst en de definitieve versie dan naar je mailen. Ik verzoek je die afspraken dan te delen met Schiphol en de KMAR, zoals besproken.’ In een volgende e-mail heeft [E] aan [C] gemaild: ‘Ik heb nog wat toegevoegd bij E-cluster en gates. En in de inleiding nog wat aangevuld. Wat mij betreft is dit de definitieve versie. Akkoord?’ Hierop heeft [C] op 13 september 2018 gemaild: ‘Akkoord!’

2.13.

Na het technisch overleg van 12 september 2018 heeft, voorafgaand aan dit kort geding, nog geen aankondiging van (begin, duur en omvang van) concrete collectieve acties van medewerkers van Procheck op Schiphol plaatsgevonden.

3 De vordering van Procheck

3.1.

Procheck vordert in dit kort geding primair dat het de vakbonden wordt verboden om bij het uitblijven van overeenstemming over het door hen voorgestelde sociaal plan voor Procheck enige vorm van werkstaking(en), werkonderbreking(en) en/of andere acties te organiseren of te laten voortduren, te steunen, over te nemen of daarbij op welke wijze dan ook betrokken te zijn, waardoor de normale gang van zaken bij Procheck op Schiphol wordt of kan worden verstoord. Voorts vordert Procheck (primair) dat de vakbonden wordt bevolen aan hun leden werkzaam bij Procheck binnen twaalf uur nadat vonnis is gewezen schriftelijk mee te delen dat de aangekondigde collectieve acties door de voorzieningenrechter zijn verboden en hierbij de leden op te roepen dit vonnis te respecteren, een eventueel reeds gestarte werkstaking en/of werkonderbreking onmiddellijk te beëindigen, de werkzaamheden op de gebruikelijke wijze onverkort voort te zetten en zich van iedere vorm van werkstaking en/of werkonderbreking te onthouden. Subsidiair vordert Procheck dat de door de vakbonden aangekondigde collectieve acties wat betreft duur, aard en frequentie worden beperkt op een wijze die de voorzieningenrechter gerade voorkomt, althans dat een andere passende voorziening wordt getroffen. Procheck vordert dat elke veroordeling wordt versterkt met een dwangsom van € 50.000,-- per gedaagde per overtreding en dat aan haar verlof wordt verleend om het te wijzen vonnis op alle dagen en uren aan FNV te betekenen, alles met veroordeling van de vakbonden in de proceskosten.

3.2.

Procheck legt aan haar vordering ten grondslag dat de vakbonden onrechtmatig handelen, indien zij hun leden, werknemers van Procheck, oproepen tot het voeren van collectieve acties op de luchthaven Schiphol. De voorgenomen acties ontberen de bescherming van artikel 6, aanhef en onder 4 van het Europees Sociaal Handvest (ESH), omdat er geen sprake is van een belangengeschil (het gaat daarentegen om een rechtsgeschil) en de vakbonden bij die acties geen redelijk belang hebben. De vakbonden miskennen dat het stakingsmiddel slechts als ultimum remedium mag worden ingezet en niet bedoeld is als machtsmiddel om door de vakbonden gewenste bovenwettelijke extra’s af te dwingen, zeker niet in een situatie - zoals hier - dat het ondernemersbesluit tot beëindiging van de onderneming en het daarmee verband houdende overleg over een sociaal plan zijn ingegeven door exogene factoren waarop Procheck geen invloed heeft, zij de werkgelegenheid van bijna alle werknemers garandeert en overigens al een bovenwettelijke vertrekregeling aanbiedt.

3.3.

Indien al sprake zou zijn van collectieve acties in de zin van artikel 6 onder 4 ESH, moeten deze acties volgens Procheck worden verboden althans beperkt, omdat dit maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen, voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid en de volksgezondheid, als bedoeld in artikel G ESH. Procheck benadrukt dat de werknemers die de vakbonden tot werkonderbrekingen willen oproepen belast zijn met proactieve beveiligingstaken, bedoeld om criminele gedragingen en terroristische aanslagen bij/op hoog-risicovluchten vanaf Schiphol te voorkómen. De werknemers van Procheck verrichten specialistisch werk dat niet door ander (regulier) beveiligingspersoneel kan worden overgenomen. Als de profilers hun werk neerleggen, leidt dit niet alleen tot problemen op het gebied van de openbare orde en de gezondheid van passagiers - zo dreigt onbeheersbare chaos en paniek, alsook een gevaarlijke vermindering van de luchtkwaliteit op de luchthaven als passagiersstromen stagneren -, maar ontstaan ook grote veiligheidsrisico’s. Als de profilers staken, wordt de keten van beveiliging die Schiphol kent onderbroken, en neemt de kwaliteit van de informatie waarmee in belang van de veiligheid op en rond hoog-risicovluchten wordt gewerkt sterk af. Hierdoor kunnen terroristen alsnog aan boord van vliegtuigen komen of al op de luchthaven zelf aanslagen plegen. Procheck wijst erop dat het gevaar van terroristische aanslagen op dit moment in Nederland, op niveau 4, als ‘substantieel’ wordt geschat.

3.4.

Het technisch overleg van - laatstelijk - 12 september 2018 heeft volgens Procheck niet geresulteerd in afspraken tussen partijen. Ook kan daaruit niet worden afgeleid dat Procheck de werkonderbrekingen niet onrechtmatig acht zolang de in het technisch overleg besproken maatregelen worden getroffen. Procheck heeft met het ‘akkoord’ van [C] op 13 september 2018 slechts tot uitdrukking gebracht dat het verslag dat van vakbondszijde van het technisch overleg was gemaakt een juiste weergave van het besprokene was. Procheck stelt zich op het standpunt dat de veiligheidsrisico’s door middel van de door de vakbonden genomen - of andere - maatregelen niet kunnen worden weggenomen. De aard van het werk van de profilers maakt dat zij in het geheel geen gebruik mogen maken van het stakingsrecht. Procheck meent overigens dat de aankondigingstermijn die de vakbonden in acht willen nemen (te weten: aankondiging vóór 22.30 uur als de volgende ochtend vóór 10.00 uur actie wordt gevoerd, terwijl als op een dag na 10.00 uur actie wordt gevoerd de aankondiging uiterlijk vier uur tevoren plaatsvindt) te kort is. Zij verlangt een aankondiging drie werkdagen voordat actie wordt gevoerd.

4 Het verweer van de vakbonden

4.1.

FNV meent dat Procheck in haar vordering niet-ontvankelijk is, omdat zij niet FNV, maar de niet meer bestaande rechtspersoon FNV Bondgenoten heeft gedagvaard. FNV, CNV en De Unie wijzen er voorts op dat nog geen collectieve acties zijn aangezegd. Dit betekent dat dit kort geding prematuur is en dat Procheck geen spoedeisend belang bij haar vordering heeft. Ook dat moet tot niet-ontvankelijkheid van Procheck leiden, aldus de vakbonden.

4.2.

De vakbonden betwisten de vordering, omdat de voorgenomen collectieve acties niet onrechtmatig zijn. Naar hun mening vallen de acties onder de bescherming van artikel 6, aanhef en onder 4 van het ESH. Er is sprake van een belangengeschil over het af te sluiten sociaal plan, de collectieve acties dragen bij tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen en het is aan de vakbonden om de middelen te kiezen waarmee zij willen bereiken dat een voor hun leden acceptabel sociaal plan tot stand komt. Voor een beperking van het stakingsrecht op grond van het bepaalde in artikel G ESH is geen ruimte en bestaat geen reden, omdat de vakbonden - doordrongen van de aard en het belang van het werk van de profilers - op 12 september 2018 in overleg met Procheck de noodzakelijke maatregelen hebben getroffen om te voorkómen dat door de werkonderbrekingen ordeproblemen of veiligheidsrisico’s ontstaan. De vakbonden wijzen erop dat Schiphol, de Koninklijke Marechaussee noch de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid zich hebben gemeld met bezwaren tegen de acties op Schiphol. Zij leiden daaruit af dat ook zij geen reden zien voor een beperking van het stakingsrecht van de werknemers van Procheck.

5 De beoordeling van het geschil

5.1.

Het gaat in dit kort geding om de vraag of de medewerkers van Procheck die op Schiphol belast zijn met ‘predictive profiling’-werkzaamheden op initiatief van de vakbonden hun werk mogen onderbreken, teneinde Procheck ertoe te bewegen om tegemoet te komen aan de eisen die de vakbonden aan een af te sluiten sociaal plan hebben gesteld. Waar de vakbonden - preliminair - hebben betoogd dat aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil niet kan worden toegekomen, omdat Procheck in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu nog geen concrete actie is aangezegd, volgt de voorzieningenrechter hen in dat standpunt niet. Van een aankondiging van een concrete collectieve actie was weliswaar ten tijde van de mondelinge behandeling van dit kort geding nog geen sprake, maar het voornemen van de vakbonden om hun leden bij Procheck tot werkonderbrekingen op te roepen is zodanig, en de voorbereidingen van die acties zijn in een dermate vergevorderd stadium, ze hangen spreekwoordelijk ‘in de lucht’, dat Procheck er een spoedeisend belang bij heeft om de kort geding-rechter de (on)rechtmatigheid daarvan te doen beoordelen. Bij de inhoudelijke beoordeling van de vordering gaat de voorzieningenrechter er, gezien het partijdebat ter zitting, van uit dat het bij de te voeren collectieve acties zal gaan om werkonderbrekingen in het ‘schone’ gebied van Schiphol, gedurende maximaal 15 minuten in piektijd en maximaal twee uur in de daltijd, dat de vakbonden de acties overeenkomstig hun (hierboven onder 2.10. bedoelde) notitie naar aanleiding van het technisch overleg van 12 september 2018 zullen aankondigen en dat zij de in die notitie omschreven veiligheidsmaatregelen in acht zullen nemen.

5.2.

Ook het door FNV opgeworpen niet-ontvankelijkheidsverweer, gebaseerd op het niet meer bestaan van de door Procheck gedagvaarde vereniging FNV Bondgenoten, wordt verworpen. Nu FNV in dit kort geding is verschenen en niet is gebleken dat zij door het gebrek in de dagvaarding is beperkt in haar mogelijkheid om zich tegen de vordering van Procheck te verweren, is FNV hierdoor niet in haar processuele belang geschaad.

5.3.

Bij de verdere beoordeling stelt de voorzieningenrechter, mede met het oog op de stakingsrechtspraak van de Hoge Raad in het zogenoemde Enerco-arrest (van 31 oktober 2014, gepubliceerd in NJ 2015, 252) en in het Amsta-arrest (van 19 juni 2015; JAR 2015, 188) het volgende voorop.

5.4.

Het recht van werknemers, of de hen vertegenwoordigende vakbonden, en werkgevers op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, is neergelegd in artikel 6, aanhef en onder 4 ESH. De strekking van deze bepaling, die volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in Nederland rechtstreekse werking heeft, is het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Deze strekking brengt, mede gezien het karakter van dit recht als sociaal grondrecht, mee dat een werknemersorganisatie in beginsel vrij is in de keuze van middelen om haar doel te bereiken.

5.5.

Of sprake is van een collectieve actie in de zin van genoemde ESH-bepaling wordt vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het is aan de organisatoren van een collectieve actie om aannemelijk te maken dat dit het geval is. Indien zij daarin slagen, valt de collectieve actie onder het bereik van artikel 6, aanhef en onder 4, ESH. De uitoefening van het recht op collectief optreden kan dan slechts worden beperkt langs de weg van artikel G ESH, overeenkomstig hetgeen op dat punt is aanvaard in de rechtspraak van de Hoge Raad. Of een collectieve actie van werknemers tijdig tevoren aan de werkgever is aangezegd en of de collectieve actie voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit (de zogenaamde ‘spelregel’-toetsing), vormt geen zelfstandige maatstaf om te beoordelen of een collectieve actie rechtmatig is. De naleving van die ‘spelregels’ is dus geen zelfstandige voorwaarde voor die rechtmatigheid.
Het ligt op de weg van de werkgever, of van een derde, die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval wordt beperkt of uitgesloten, om aannemelijk te maken dat deze beperking of uitsluiting naar de maatstaf van artikel G ESH gerechtvaardigd is. Dit is slechts het geval indien beperkingen van het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Bij de beoordeling van die vraag dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. In dit verband kan ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de hiervoor genoemde ‘spelregels’ zijn nageleefd.

5.6.

Het standpunt van Procheck, dat het bij de door de vakbonden voorgenomen collectieve acties niet zou gaan om een belangengeschil in de zin van artikel 6 onder 4 ESH, wordt verworpen. Anders dan Procheck heeft betoogd, is van een rechtsgeschil geen sprake, omdat er geen (geschreven of ongeschreven) rechtsregels zijn waaraan de wederzijdse opstelling van partijen in het (eerdere) overleg over een sociaal plan kan worden getoetst. De vakbonden ontberen dan ook de mogelijkheid om hun eisen in rechte af te dwingen. Voor een rechterlijke beoordeling van het verloop van de onderhandelingen over het sociaal plan is geen plaats. Een sociaal plan is de uitkomst van het vrije spel van de onderlinge krachtsverhouding, en daarmee een belangengeschil in de zin van artikel 6 onder 4 ESH. Dat de vakbonden een ‘bovenwettelijke’ vertrekregeling verlangen, maakt dit niet anders, maar onderstreept juist het karakter van belangengeschil. Hierop stuit ook het standpunt van Procheck, dat de vakbonden bij de voorgenomen acties geen redelijk belang hebben, af. Dit belang is gegeven met de vaststelling dat sprake is van een belangengeschil.

5.7.

Waar Procheck meent dat de collectieve acties ook overigens niet onder de bescherming van artikel 6 onder 4 ESH vallen, volgt de voorzieningenrechter haar evenmin. Zoals de Hoge Raad in het Amsta-arrest heeft overwogen, geeft de strekking van deze verdragsbepaling - het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen -, mede gelet op het karakter van dit recht als sociaal grondrecht, geen aanleiding om het begrip ‘collectief optreden’ beperkt uit te leggen en is een werknemersorganisatie in beginsel vrij in de keuze van middelen om haar doel te bereiken. Of (nog) sprake is van een collectieve actie in de zin van artikel 6 onder 4 ESH wordt daarom vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Deze vraag moet in dit kort geding bevestigend worden beantwoord. Naar moet worden aangenomen, zullen de collectieve acties zoals de vakbonden die willen gaan voeren, Procheck kunnen doen besluiten om het vastgelopen overleg over een sociaal plan te heropenen en alsnog aan de eisen van de vakbonden tegemoet te komen. Dat de acties niet kunnen worden aangemerkt als het uiterste middel dat de vakbonden ten dienste staat, zoals Procheck stelt, speelt in dit kader geen rol. Dat de acties ‘ultimum remedium’ zijn is geen zelfstandige voorwaarde voor de toelaatbaarheid ervan. Overigens zal dit aspect van de ‘spelregels’ ook hierna, bij de toepassing van artikel G ESH, geen rol van betekenis kunnen spelen, nu het belang ervan - als gezichtspunt bij die toepassing - in dit geval, waarin het gaat om werkonderbrekingen van beperkte duur, gering is. Overigens heeft Procheck, die ter zitting heeft betoogd dat het hier om een zo uitzonderlijke situatie gaat dat haar werknemers in het geheel niet mogen staken, niet gesteld dat de vakbonden met (nog) minder ingrijpende vormen van collectieve actie hun doel evenzeer kunnen bereiken.

5.8.

Het voorgaande betekent dat de voorgenomen acties onder het bereik van artikel 6 onder 4 ESH vallen en dus in beginsel moeten worden aangemerkt als een rechtmatige uitoefening van het sociale grondrecht op collectieve actie. De kern van het geschil van partijen draait daarmee om de vraag of de voorgenomen collectieve acties moeten worden verboden of beperkt langs de weg van artikel G ESH. Het is aan Procheck om aannemelijk te maken dat een verbod of beperking naar de maatstaf van deze verdragsbepaling gerechtvaardigd is. Dit is slechts het geval als het recht op collectieve actie, gezien alle omstandigheden van het geval, maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is.

5.9.

Procheck heeft hierbij een onderscheid gemaakt tussen ‘safety’ en ‘security’. Onder het eerste schaart zij de belangen die zijzelf en anderen (zoals Schiphol en passagiers) hebben bij de bescherming van de openbare orde op de luchthaven, die in het gedrang kan komen omdat door de werkonderbreking van de profilers, vooral bij het D1-cluster op Schiphol waar meerdere passagiersstromen samen komen, zich een ophoping van mensen kan voordoen. Procheck vreest, mede vanwege de dan verslechterende luchtkwaliteit, chaos en paniek. Onder het tweede (‘security’) begrijpt Procheck het belang van bescherming van de nationale veiligheid. Gelet op de aard van de taken die de profilers op Schiphol vervullen zal, zo stelt Procheck, het gevaar van criminele gedragingen of een terroristische aanslag zich kunnen verwerkelijken, met de daaraan verbonden gevolgen voor de nationale veiligheid, de veiligheid en gezondheid van personeel, passagiers en anderen. De voorzieningenrechter begrijpt Procheck aldus dat beide, ‘safety’ en ‘security’, onderling samenhangen en dus niet strikt gescheiden kunnen worden beoordeeld. Overwogen wordt het volgende.

5.10.

In de aanloop naar collectieve acties in precaire sectoren als die van (specialistische) beveiligers op een grote luchthaven, is het van wezenlijk belang dat partijen zich gezamenlijk beraden over de gevolgen die de acties voor de openbare orde en de (nationale) veiligheid kunnen hebben en over de in verband daarmee te treffen maatregelen. Dit - als ‘technisch’ aangeduide - overleg moet van werkgevers- en werknemerszijde zo uitputtend mogelijk worden gevoerd, in die zin dat alle, op basis van de aanwezige kennis en ervaring, voorzienbare gevaren van de acties worden geanalyseerd en geadresseerd. De voorzieningenrechter heeft op grond van wat partijen hierover hebben aangevoerd de overtuiging dat partijen deze verantwoordelijkheid zeker niet licht hebben opgevat. Uit hetgeen de heer [D] namens FNV ter zitting heeft verklaard over de uitgebreide ervaring die inmiddels op (en in overleg met de bevoegde autoriteiten van) Schiphol is opgedaan waar het gaat om collectieve acties met veiligheidsimplicaties, maakt de voorzieningenrechter op dat er ook van vakbondszijde niets aan het toeval is overgelaten. Procheck heeft in het technisch overleg van (10 en) 12 september 2018 een overzicht gegeven van de volgens haar bestaande veiligheidsrisico’s. In overleg met de vakbonden zijn maatregelen vastgesteld om die risico’s tot een - ook naar het kennelijke oordeel van Procheck - verantwoord niveau terug te brengen. De vakbonden hebben zich daaraan gecommitteerd, naar ter zitting is gebleken uit volle overtuiging, omdat - zoals de heer Van der List het noemde - niemand het op z’n geweten wil hebben dat er iets ergs gebeurt. Anders dan Procheck ter zitting heeft betoogd, moet de notitie die van vakbondszijde is gemaakt na het technisch overleg van 12 september 2018, mede gezien de e-mailwisseling van 12 en 13 september 2018 tussen mevrouw [E] van FNV en de heer [C] van Procheck, worden aangemerkt als afspraken tussen partijen, en wel zodanige afspraken dat ook aan de zijde van Procheck het vertrouwen bestond dat de acties onder de overeengekomen voorwaarden voldoende ordelijk en veilig kunnen verlopen. In dit kort geding is niet gesteld of gebleken dat daarbij risico’s over het hoofd zijn gezien.

5.11.

Met name de afgesproken maximumduur van de werkonderbrekingen (niet langer dan 15 minuten in piektijd en maximaal twee uur in daltijd), de afspraak dat de boardingprocedure niet wordt onderbroken en dat in piektijd de actievoerders in de buurt van hun posities blijven om bij een calamiteit te kunnen ingrijpen, moeten worden aangemerkt als maatregelen die mogelijke orde- en veiligheidsrisico’s voldoende beperken. Ter zitting heeft de heer [B] van Procheck weliswaar verklaard dat de zogenoemde ‘rode knop’-procedure (kortgezegd: dat de actie bij een calamiteit wordt afgebroken) niet volstaat omdat juist moet worden voorkómen dat zich een calamiteit voordoet en dat alleen de werknemers van Procheck de daarvoor benodigde kennis en ervaring hebben, maar dit valt niet te rijmen met het verslag dat hij zelf van het technisch overleg van 12 september 2018 heeft gemaakt. Daarin is opgenomen dat de inschatting, dat de actie moet worden opgeschort vanwege dreigende veiligheidsrisico’s, door de Koninklijke Marechaussee zal - en dus blijkbaar verantwoord kan - worden gemaakt (een vergelijkbare afspraak maakte ook al deel uit van het technisch overleg van 10 september 2018). Nu de Koninklijke Marechaussee geen bezwaren heeft geuit tegen de uitkomst van het technisch overleg van 12 september 2018 mag ervan worden uitgegaan dat zij die inschatting voor haar rekening kan en wil nemen.

5.12.

Overigens is de voorzieningenrechter van oordeel dat het op de weg van Schiphol ligt om zoveel doenlijk te anticiperen op mogelijke knelpunten op het gebied van orde en veiligheid door groepen passagiers om te leiden of op te houden als wordt ingeschat dat er ergens teveel mensen op één plek samenkomen. Dat behoort, net als de zorg voor een behoorlijke luchtkwaliteit, tot de reguliere beheerstaak van de luchthavenautoriteiten. Het moet er in dit kort geding voor worden gehouden dat Schiphol in dit kader geen onoverkomelijke problemen ziet, nu zij - hoewel uitgenodigd voor het technisch overleg van 12 september 2018 - het niet nodig heeft gevonden om daaraan deel te nemen. Ook de afgesproken aankondigingstermijn moet daarom geacht worden voldoende lang te zijn om Schiphol in staat te stellen eventuele beheersmaatregelen te nemen.

5.13.

Procheck wordt niet gevolgd in haar, op het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 november 2009 (ECLI:NL:GHAMS:2009:BL6822) geïnspireerde standpunt dat door de voorgenomen werkonderbrekingen een onverantwoord hiaat in de beveiligingsketen van Schiphol ontstaat. De veiligheidssituatie rond de ambassades in Den Haag, waarover het in dat arrest ging, verschilde wezenlijk van die op Schiphol. Waar het daar ging om een door de politiebonden georganiseerde staking van tien uur, gedurende welke tijd de ambassades en gebouwen van internationale organisaties in Den Haag niet werden geobserveerd, daar is op Schiphol sprake van passagiersstromen die ordelijk en veilig naar hun bestemming moeten worden geleid. Tot een onderbreking van de ter beveiliging van hoog-risicovluchten benodigde informatie hoeven de door de vakbonden voorgenomen acties niet te leiden, omdat de passagiersstromen zo nodig kunnen worden opgehouden of omgeleid. Op de kwaliteit van de bedoelde informatie hoeven de acties daarom geen invloed te hebben. Nog afgezien van de rol die Koninklijke Marechaussee kan spelen, blijft de informatievoorziening intact, nu de passagiersstromen - eenmaal weer op gang gekomen nadat de profilers hun werk hebben hervat - weer op de gebruikelijke wijze kunnen worden geobserveerd. Niet in geschil is dat niet wordt gestaakt tijdens de boardingprocedure, zodat zich niet de situatie kan voordoen dat passagiers ongecontroleerd in hun vliegtuig komen.

5.14.

Wat ten slotte de financiële schade betreft die de voorgenomen acties voor Procheck, Schiphol of anderen zullen hebben, wijst de voorzieningenrechter erop dat dergelijke schade inherent is aan het voeren van collectieve actie. Dat sprake is van een zodanige buitenproportionele schade dat een beperking van de acties gerechtvaardigd is, is gesteld noch gebleken.

5.15.

Op het voorgaande stuit de vordering van Procheck in al zijn onderdelen af. Een verbod of beperking van de acties is maatschappelijk gezien niet dringend noodzakelijk. De vordering van Procheck is daarom in het verkorte vonnis van 13 september 2018 afgewezen, met veroordeling van Procheck in de proceskosten aan de zijde van de vakbonden.

6 De beslissing

Voor de beslissing verwijst de voorzieningenrechter naar het dictum van het verkorte vonnis van 13 september 2018.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Reitsma, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2018.