Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:4329

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-08-2018
Datum publicatie
13-09-2018
Zaaknummer
C/16/460449 / FO RK 18-821
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kindvriendelijke beschikking, vaststellen informatieregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/460449 / FO RK 18-821

Beschikking van 28 augustus 2018

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

hierna: de vader,

advocaat mr. M. Tijseling te Utrecht,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

hierna: de moeder,

advocaat mr. A.M. Beuwer te Utrecht.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De vader heeft op 4 mei 2018 een schriftelijk verzoek ingediend. Hij heeft de rechtbank gevraagd om een omgangsregeling vast te stellen, zodat [voornaam van minderjarige] op vaste momenten contact met haar vader heeft. De vader heeft later op 10 augustus 2018 zijn verzoek uitgebreid. Hij heeft de rechtbank gevraagd om ook een informatieregeling vast te stellen, zodat hij van de moeder informatie kan krijgen over [voornaam van minderjarige] .

1.2.

Op 6 augustus 2018 heeft de rechtbank van de moeder een schriftelijke reactie gekregen op de verzoeken van de vader. De moeder is het niet eens met de verzoeken van de vader. De moeder heeft de rechtbank gevraagd om te bepalen dat de vader geen omgang meer met [voornaam van minderjarige] mag hebben. Op 13 augustus 2018 heeft de moeder een brief van de politie naar de rechtbank gestuurd.

1.3.

De kinderrechter heeft op 13 augustus 2018 met [voornaam van minderjarige] gesproken. [voornaam van minderjarige] heeft aan de kinderrechter verteld wat zij van de situatie vindt.

1.4.

Op 14 augustus 2018 is er een zitting geweest bij de rechtbank. Hierbij waren aanwezig:

  • -

    de vader met zijn advocaat;

  • -

    de moeder met haar advocaat;

  • -

    mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2. Vaststaande feiten

2.1.

De ouders hebben met elkaar samengewoond. De relatie is beëindigd in 2005. Het minderjarige kind van de ouders is:

- [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] .

2.2.

De vader heeft [voornaam van minderjarige] erkend. Dat betekent dat hij ook voor de wet de vader van [voornaam van minderjarige] is. [voornaam van minderjarige] woont bij de moeder. De moeder heeft alleen het gezag over [voornaam van minderjarige] . Dat houdt in dat de moeder alleen belangrijke beslissingen moet nemen over de verzorging en opvoeding van [voornaam van minderjarige] .

2.3.

De vader heeft al eerder aan de rechtbank gevraagd om een omgangsregeling vast te stellen. Dit is op 24 december 2008 afgewezen.

3 Beoordeling van het verzochte

3.1.

De vader heeft op de zitting het verzoek om een omgangsregeling vast te stellen ingetrokken. Daarom hoeft de kinderrechter niet op het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen te beslissen. Het verzoek van de vader om een informatieregeling vast te stellen blijft staan. Hij verzoekt de kinderrechter te bepalen dat de moeder één keer per drie maanden informatie aan de vader zal geven over hoe het met [voornaam van minderjarige] gaat en hem één keer per jaar een foto zal sturen van [voornaam van minderjarige] .

3.2.

De vader heeft ter zitting uitgelegd dat hij in de afgelopen jaren zijn leven heeft verbeterd en graag weer contact wil met [voornaam van minderjarige] . Het gaat goed met hem, hij heeft werk en een eigen huis. Ook heeft hij zijn alcoholverslaving onder controle. Vorig jaar heeft de vader een keer geweld gebruikt, maar dat was echt eenmalig. Hij wil dat het voor [voornaam van minderjarige] veilig is. De vader begrijpt het dat [voornaam van minderjarige] de situatie lastig vindt en hij zal zich bij haar wens om op dit moment geen contact met hem te hebben neerleggen. Dat is ook de reden dat hij zijn verzoek om een omgangsregeling met [voornaam van minderjarige] tijdens de zitting heeft ingetrokken. Hij zal de verantwoordelijkheid van een vader op afstand nemen en is blij te horen dat hij [voornaam van minderjarige] af en toe een kaartje mag sturen.

3.3.

De moeder is ter zitting akkoord gegaan met de informatieregeling die de vader heeft verzocht. Zij zal de vader één keer per drie maanden informeren over hoe het met [voornaam van minderjarige] gaat. Zij zal hierbij geen informatie geven waaruit de vader een plek zou kunnen afleiden waar [voornaam van minderjarige] vaak komt. Ook zal zij de vader één keer per jaar een foto sturen van [voornaam van minderjarige] . Het verzoek van de moeder aan de kinderrechter om te bepalen dat de vader geen omgang met [voornaam van minderjarige] mag hebben, blijft staan. De moeder heeft tijdens de zitting uitgelegd dat de vader een paar keer ongevraagd [voornaam van minderjarige] heeft opgezocht op school. Dit zorgt voor een onveilig gevoel bij [voornaam van minderjarige] en ook bij de moeder. [voornaam van minderjarige] mag van de moeder contact hebben met de vader, maar dit moet dan wel vanuit [voornaam van minderjarige] komen. De moeder heeft aangegeven haar graag daarbij te helpen.

3.4.

De kinderrechter heeft met [voornaam van minderjarige] gepraat over de situatie. [voornaam van minderjarige] heeft duidelijk aangegeven dat ze graag een vader in haar leven wil, maar op een normale manier. Ze wil alleen contact met haar vader als ze zeker weet dat het goed met hem gaat. Op dit moment is ze druk met school, daar wil ze haar aandacht op richten. [voornaam van minderjarige] wil in de toekomst misschien wel weer contact met de vader, maar zij wil dan zelf aangeven wanneer ze daar aan toe is. Ze vindt het goed als haar vader haar af en toe een kaartje stuurt. Ook wil ze graag dat hij weet dat het ouderschap niet alleen maar leuk is, maar dat er af en toe ook minder leuke dingen bij horen zoals het betalen van de alimentatie. Ze wil graag dat de vader hierin zijn verantwoordelijkheid neemt.

3.5.

Mevrouw [A] heeft namens de Raad op de zitting gezegd dat zij vindt dat de kinderrechter niet moet bepalen dat de vader geen omgang met [voornaam van minderjarige] mag hebben. [voornaam van minderjarige] heeft duidelijk verteld aan de kinderrechter hoe zij de omgang voor zich ziet en zo zou het ook moeten gaan. Alleen op die manier kan het contact op een goede manier worden opgebouwd. De vader moet dus niet langskomen of contact opnemen als [voornaam van minderjarige] dat niet wil.

Conclusie

3.6.

De kinderrechter heeft goed geluisterd naar [voornaam van minderjarige] , de vader, de moeder en naar mevrouw [A] van de Raad. [voornaam van minderjarige] wil graag een vader in haar leven, maar alleen als het echt goed met hem gaat. De vader legt zich hierbij neer en vindt het fijn dat hij haar door middel van een kaartje kan laten weten dat hij aan haar denkt en hoe het met hem gaat. Hij begrijpt dat het aan [voornaam van minderjarige] is om contact op te nemen wanneer zij daaraan toe is. De vader heeft toegezegd [voornaam van minderjarige] niet op te zoeken op school of thuis. Omdat de vader heeft gezegd dat hij zich zal houden aan dat wat [voornaam van minderjarige] wil in het contact met hem, ziet de kinderrechter geen reden om te bepalen dat de vader geen omgang met [voornaam van minderjarige] mag hebben. Daarbij vindt de kinderrechter belangrijk dat [voornaam van minderjarige] niet heeft gezegd dat ze geen contact met de vader wil, ze wil dit alleen op haar eigen voorwaarden. Tot slot vindt de kinderrechter het goed dat de ouders samen afspraken hebben gemaakt over de informatie over [voornaam van minderjarige] die de moeder aan de vader zal geven. Deze afspraken zullen hierna worden vastgelegd in de beslissing van de kinderrechter.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

stelt de volgende informatieregeling vast:

  • -

    de moeder informeert de vader één keer per kwartaal over hoe het met [voornaam van minderjarige] gaat;

  • -

    de moeder stuurt één keer per jaar een foto van [voornaam van minderjarige] naar de vader;

4.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. V.E.J.A. Heijckmann, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.E. Broersma op 28 augustus 2018.