Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:4320

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-09-2018
Datum publicatie
07-09-2018
Zaaknummer
16/659032-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 28 jarige man uit Polen heeft zich schuldig gemaakt aan het maken van ongeveer 8500 pillen met MDMA. Aangenomen kan worden dat de pillen zijn gemaakt om te verhandelen. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 2 jaar. MDMA is in hoge mate verslavend. De verdachte heeft de pillen gemaakt in een woonwijk. De productie hiervan brengt risico's als ontploffingsgevaar, brandgevaar en gevaar voor het vrijkomen van giftige stoffen met zich mee. De man heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor de door hem gepleegde strafbare feiten en hij had alleen oog voor zijn eigen financieel gewin.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de man in het buitenland eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, onder andere tot een forse, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf voor soortgelijke feiten. De man liep hiervan nog in een proeftijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659032-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 7 september 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1990] te [geboorteplaats] (Polen)

zonder vaste woon-/ of verblijfplaats in Nederland

wonende te [woonplaats] , [adres] (Polen)

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Flevoland, Huis van Bewaring Almere Binnen

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 april 2018, 13 juli 2018 en 24 augustus 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.A. Leepel en van hetgeen verdachte en mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat te

‘s-Hertogenbosch, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 omstreeks 10 januari 2018 in Veenendaal, samen met anderen, ongeveer 8500 pillen MDMA heeft geproduceerd en/of verhandeld of voorhanden heeft gehad;

feit 2 op 10 januari 2018 in Veenendaal, samen met anderen, voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of kon vermoeden dat, deze bestemd zijn voor het voorbereiden van het produceren en verhandelen van MDMA.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 tenlastegelegde nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte in de betreffende woning is geweest. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van getuige [getuige 1] en zijn herkenning van verdachte onbetrouwbaar zijn en niet voor het bewijs gebezigd kunnen worden. Voorts kan niet worden vastgesteld dat verdachte de persoon is die getuige [getuige 2] uit de woning heeft zien wegrennen nu verdachte later en op een geheel andere plaats is aangehouden. Het in de woning aangetroffen stofmasker met daarop het DNA van verdachte kan ook op een andere manier in de woning terecht zijn gekomen. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat het MDMA aangetroffen op de schoenen van verdachte afkomstig is uit de woning.1

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feit 1 en feit 2 2

[getuige 2] was op 10 januari 2018 in zijn appartement met nummer [nummer] aan de [adres] in [woonplaats] . Hij hoorde geluiden van een machine vanuit het appartement met nummer [nummer] . Ook voelde hij dat het warm werd in zijn appartement, terwijl hij geen verwarming aan had staan. Hij had zijn huisbaas [getuige 1] gebeld en was vervolgens met [getuige 1] naar appartement [nummer] gegaan.3 Nadat de deur van het appartement open ging zag hij binnen vier mannen.4 Hij zag dat de mannen de woning verlieten. Eén persoon was wat kleiner met een korte broek en een T-shirt, een ander was langer en gespierd en had een zwart hemd aan.5 De twee mannen hadden een Pools uiterlijk.6

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kregen op 10 januari 2018 omstreeks 17.18 uur de melding dat Poolse mannen een woning aan de [adres] in [woonplaats] hadden verlaten. Eén van de mannen zou een zwart shirt dragen. Hierna werd doorgegeven dat één van de vermoedelijke verdachten richting de Jumbo op het Ronde Erf zou gaan. Omstreeks 17.54 uur kregen verbalisanten de melding om naar het Ronde Erf bij de Jumbo te gaan, daar zou een Poolse man met een zwart shirt lopen, die zou voldoen aan het signalement. Op het ronde Erf zagen verbalisanten een man lopen, die volledig in het zwart gekleed was. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de man een Pools uiterlijk had, tweemaal naar hen omkeek en begon te rennen. Na een achtervolging raakten zij de man kwijt. Later gaven de collega’s van het roepnummer 34.02 aan dat zij de man hadden aangehouden op de Eenvoudlaan.7 Verbalisant [verbalisant 1] zag later op het bureau de ID-staat van de aangehouden verdachte en hij herkende deze als de man die eerder voor hen was weggerend.8

Verbalisant [verbalisant 3] was werkzaam onder het roepnummer 34.02. Omstreeks 17.54 uur hoorde hij via de portofoon dat collega’s een achtervolging hadden ter hoogte van de Jumbo op het Ronde Erf in Veenendaal. Omstreeks 18.00 uur zag hij een man met een Pools uiterlijk en gekleed in een zwart trainingspak. De man voldeed aan het opgegeven signalement. Nadat zijn collega was uitgestapt, zag hij de man rennen. Hij zag de man een doodlopende inrit inslaan en zag dat de man terug wilde rennen. Na een achtervolging kon de man op de Eenvoudlaan worden aangehouden.9 De man bleek te zijn [verdachte] .10

Bij de doorzoeking van appartement [nummer] aan de [adres] te [woonplaats] werden de navolgende goederen aangetroffen en in beslag genomen:

  • -

    een tabletteermachine,

  • -

    twee koffiemolens,

  • -

    een zeef,

  • -

    twee digitale weegschalen,

  • -

    een schaal met ongeveer 6000 geperste pillen,

  • -

    een blauwe jerrycan met daarin ongeveer 2490 pillen,

  • -

    een hoeveelheid poeder in de directe omgeving van de machine,

  • -

    een zak met ongeveer 9 kilo wit poeder, met het etiket “Micro Crystalline Cellulose”,

  • -

    twee sleutels met de opdruk “206” en “208”.11

Door verbalisant [verbalisant 4] werden onder andere de navolgende goederen veiliggesteld:

  • -

    één paar sportschoenen, afkomstig van verdachte onder SIN AAKP3565NL;

  • -

    20 pillen, uit de bak onder de tabletteermachine, onder SIN AAJY8615NL;12

30 gram poeder, uit een verpakking Micro Christalline Cellulose, onder SIN AAJU3160NL.13

Voornoemde monsters zijn onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat:

  • -

    het monster met nummer AAJY8615NL bevat MDMA;

  • -

    het monster met nummer AAJU3160NL bevat vermoedelijk cellulose;14

- de schoenen onder nummer AAKP3565NL: de vlekken op beide zijden van de rechter schoen en de vlekken op beide zijden van de linker schoen bevatten alle MDMA.15

Op 10 januari 2018 deed verbalisant [verbalisant 5] onderzoek in het appartement [nummer] aan de [adres] te [woonplaats] .16 In de woning bevond zich een in werking zijnde productielijn voor de productie van XTC pillen middels een tabletteermachine. Op het aanrecht trof verbalisant een gebruikt stofkapje aan. Het stofkapje werd veiliggesteld en voorzien van het nummer SIN AALJ3744NL.17

Voornoemd monster is onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het DNA profiel op het stofkapje matcht met het DNA profiel van verdachte [verdachte] . De kans dat het DNA afkomstig is van een ander dan van verdachte is kleiner dan 1 op 1 miljard.18

Verbalisant [verbalisant 6] heeft onderzoek gedaan naar de in het appartement [nummer] aangetroffen sleutels, voorzien van de nummers “206” en “208”. De sleutels waren afkomstig van Hotel Belmont in Ede. De kamers waren voor drie personen geboekt voor de periode van 9 januari tot en met 12 januari 2018. De boeking was via internet gedaan door [verdachte] uit [woonplaats] , Polen. De heer [verdachte] en twee andere personen hadden een dag eerder uitgecheckt.19

Bewijsoverweging/Bewijsoverwegingen

Herkenning verdachte door getuige [getuige 1] .

De verdediging heeft gesteld dat de herkenning van verdachte door getuige [getuige 1] niet betrouwbaar is.

De rechtbank volgt de verdediging niet waar deze meent dat de leeftijd van getuige [getuige 1] reeds meebrengt dat de herkenning niet betrouwbaar is, Echter, de rechtbank zal dit verweer verder niet inhoudelijk bespreken, nu zij deze herkenning niet gebruikt voor het bewijs en het verweer derhalve niet van belang is.

Verklaring verdachte

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 10 januari 2018 in Nederland was aangekomen en dat hij naar Amsterdam wilde. Verder heeft verdachte verklaard dat hij stond te wachten op zijn chauffeur en dat hij niet is weggerend voor de politie. De rechtbank acht deze verklaring, gelet op voornoemde bewijsmiddelen, leugenachtig.

Voor het overige heeft verdachte zich bij de politie en rechter-commissaris beroepen op zijn zwijgrecht voor wat betreft de vragen over de situatie in het appartement, de MDMA sporen op zijn schoenen, de hotelsleutels en bijbehorende boeking en zijn DNA op het stofkapje.

Verdachte heeft ter terechtzitting onder andere verklaard dat hij het stofkapje in het hotel heeft gebruikt om zijn vrienden te laten schrikken en dat hij denkt dat zijn vrienden de hotelsleutels en het stofkapje misschien hebben meegenomen en in het appartement hebben achtergelaten. Het MDMA op zijn schoenen kan afkomstig zijn van feesten waar hij is geweest voor dat hij naar Nederland kwam. Hij weet niet of er op die feesten drugs werden gebruikt, maar dat is wel mogelijk.

De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk en niet onderbouwd. Verdachte heeft zich eerst beroepen op zijn zwijgrecht en komt pas ter terechtzitting met zijn verklaring. Voorts wil verdachte de namen van de door hem genoemde vrienden niet noemen en kan hij niets zeggen over de beweerdelijk door hem ingehuurde chauffeur. Door dit alles kan de verklaring van verdachte op geen enkele manier geverifieerd worden. Daardoor is niet aannemelijk geworden dat het stofkapje met de DNA van verdachte en de sleutels van de hotelkamers die verdachte had geboekt op een andere wijze in het appartement terecht zijn gekomen dan door verdachte zelf.

De rechtbank acht, vorenstaande feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigen bewezen dat verdachte de hem onder 1 en 2 te laste gelegde feiten heeft gepleegd.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 10 januari 2018 te Veenendaal, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (circa 8500 pillen), zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

op 10 januari 2018 te Veenendaal, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken van MDMA, zijnde MDMA, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen voorwerpen en stoffen, te weten circa 9 kilo Micro Crystalline Cellulose en een pillenpers/tabletteermachine en twee koffiemolens en een zeef en 2 weegschalen en een mondmasker, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten).

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2

medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit en heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen van ongeveer 8500 pillen met MDMA, waarvan aangenomen kan worden dat deze hoeveelheden voor handelsdoeleinden bestemd waren. Zoals algemeen bekend is MDMA in hoge mate verslavend en vormen harddrugs een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Het gebruik van MDMA heeft niet alleen nadelige gevolgen voor de gebruikers zelf, maar ook voor de samenleving als geheel nu een aanzienlijk deel van de criminaliteit direct of indirect zijn oorsprong heeft in het gebruik van drugs. Verdachte heeft alleen oog gehad voor zijn eigen geldelijk gewin en heeft geen rekening gehouden met deze gevolgen en risico’s. De rechtbank neemt het verdachte verder kwalijk dat de vervaardiging plaatsvond in een woonwijk en daarmee in de nabijheid van andere personen, terwijl door de productie van MDMA ontploffingsgevaar, brandgevaar en het gevaar voor het vrijkomen van giftige stoffen bestaat. Verdachte heeft daarnaast op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor de door hem gepleegde feiten.

Gelet op het vorenstaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor het bereiden van 4000 tot 5000 gram MDMA uit van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 20 maanden, waarbij 1 pil gelijk is aan een halve gram. In deze zaak gaat het om 8500 pillen, wat gelijk staat aan ruim 4000 gram. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt het voorhanden hebben van goederen en voorwerpen die bedoeld zijn voor het produceren van MDMA pillen.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij in Nederland niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Het strafblad wordt niet in het voordeel of nadeel van verdachte meegewogen.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat uit het Europees criminal records informatie systeem van 17 januari 2018 volgt dat verdachte in het buitenland eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, tot onder andere een forse, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf voor soortgelijke feiten als hiervoor bewezenverklaard. Verdachte liep hiervan nog in een proeftijd.

Deze eerder opgelegde straf en proeftijd hebben verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten.

Uit het reclasseringsrapport van het Leger des Heils van 12 april 2018 volgt dat verdachte geweigerd heeft mee te werken aan het onderzoek van de reclassering. Verdachte heeft hiermee geen inzicht gegeven in zijn persoon, persoonlijke omstandigheden en mogelijke omstandigheden en beweegredenen waarom bij betrokken is geraakt bij de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal in het voordeel van verdachte rekening houden met (eendaadse) samenloop van het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden is.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    2, 10 en 10a van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en

M.E. Falkmann, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij of omstreeks 10 januari 2018 te Veenendaal, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (circa 8500 pillen), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 10 lid 1 ahf/ond a alinea Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 10 januari 2018 te Veenendaal, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of het buiten het

grondgebied van Nederland brengen van MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen voorwerpen en/of stoffen, te weten circa 9 kilo Micro Crystalline Cellulose en/of een pillenpers/tabletteermachine en/of twee koffiemolens en/of een zeef en/of 2 weegschalen en/of een mondmasker, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

1 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , pagina 23.

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal in het onderzoek 034Zwaar, onderzoeknummer MD3R018005, proces-verbaalnummer PL0900-2018010436, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 161. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , pagina 23.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , opgemaakt door de rechter-commissaris d.d. 20 augustus 2018, pagina 2.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , opgemaakt door de rechter-commissaris d.d. 20 augustus 2018, pagina 3.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , pagina 24.

7 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 29.

8 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 30.

9 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , pagina 31.

10 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , pagina 32.

11 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 60 en 61.

12 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 146.

13 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 147.

14 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI d.d. 23 januari 2018, pagina 151;

15 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 2 juli 2018, opgemaakt door J.W. Hulshof, pagina 5. Het rapport is als losse bijlage in het dossier opgenomen.

16 Proces-verbaal sporenonderzoek biologisch en dactyloscopisch, pagina 93.

17 Proces-verbaal sporenonderzoek biologisch en dactyloscopisch, pagina 94.

18 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI d.d. 20 februari 2018, pagina 153;

19 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 143.