Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:4287

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
06-09-2018
Zaaknummer
16/659843-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 25-jarige man uit Benschop is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. In 2016 veroorzaakte de man een verkeersongeval waarbij een passagier om het leven kwam. Ook moet de man tijdelijk zijn rijbewijs inleveren.

In de nacht van 20 op 21 februari reed de man met drie anderen in zijn auto op de Lopikerweg West in de bebouwde kom van Cabauw. De auto raakte in een bocht van de weg en belandde in de naastliggende sloot. De bestuurder en twee passagiers konden zelf uit de auto klimmen, de 18-jarige vrouw die op de bijrijdersstoel zat niet. Zij is als gevolg van het ongeluk overleden.

Uit onderzoek van de Verkeersongevallenanalyse blijkt dat de auto 61 kilometer per uur gereden heeft, terwijl 30 is toegestaan. Ook reed de man met nagenoeg versleten achterbanden. Op het moment van het ongeluk was het donker en was het wegdek nat. Daarnaast blijkt uit onderzoek van het NFI dat de bestuurder drugs, amfetamine, had gebruikt.

De vrouw is overleden als gevolg van het handelen van de bestuurder. Hij heeft diepe sporen nagelaten in het leven van de nabestaanden, zo bleek ook uit het spreekrecht van de moeder van het slachtoffer. De rechtbank vindt dat niet kan worden volstaan met een straf anders dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast moet de man zich laten behandelen voor zijn middelengebruik. Als stok achter de deur legt de rechtbank hem ook een voorwaardelijke gevangenisstraf op en moet hij twee jaar lang zijn rijbewijs inleveren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de jonge leeftijd van de man en met het lange tijdsverloop van de strafzaak. De rechtbank wijkt daarom af van de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0718
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659843-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 september 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [postcode] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 april 2018 en 23 augustus 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie, mr. E. van der Burg, en van hetgeen verdachte en diens raadsvrouw, mr. C.D.W. Herrings, advocaat te Tilburg, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de spreekrechtverklaring van mevrouw

[A] , nabestaande (moeder) van [slachtoffer] en van de spreekrechtverklaring en de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, de heer [naam benadeelde partij] , bijgestaan door de heer [B] van Slachtofferhulp Nederland.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair:

zich op 21 februari 2016 te Cabauw, gemeente Lopik, als bestuurder van een personenauto zodanig heeft gedragen dat aan zijn schuld te wijten is dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, waardoor passagier [slachtoffer] werd gedood;

subsidiair:
zich op 21 februari 2016 te Cabauw, gemeente Lopik, als bestuurder van een personenauto zodanig heeft gedragen dat hij gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden door onder invloed van amfetamine en met een veel te hoge snelheid op een nat wegdek te rijden, terwijl de achterbanden van zijn auto veel te weinig profiel hadden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is van een causaal verband tussen het verkeersongeval en de verwijten die verdachte in de tenlastelegging worden gemaakt. Volgens de raadsvrouw kan niet worden vastgesteld dat de door verdachte gereden snelheid van vermoedelijk 61 kilometer per uur van invloed is geweest op het verkeersongeval, nu onduidelijk is of het ongeval voorkomen had kunnen worden indien verdachte zich had gehouden aan de maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Evenmin kan worden vastgesteld wat de invloed van het profiel van de autobanden op de toedracht van het ongeval is geweest. Tot slot kan niet worden vastgesteld dat de hoeveelheid amfetamine in het bloed van verdachte een nadelige invloed op zijn rijvaardigheid heeft gehad, nu verdachte door met enige regelmaat te gebruiken een zekere tolerantie had opgebouwd en daardoor een gewende gebruiker was.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen 1

Op 21 februari 2016 heeft een ongeval plaatsgevonden op de Lopikerweg West, een straat binnen de bebouwde kom van Cabauw, in de gemeente Lopik. Bij dit ongeval was een personenauto betrokken, een Seat Leon met kenteken [kenteken] . De personenauto raakte in de bocht naar rechts van de weg af en reed de naast de weg liggende sloot in. De Seat kwam op de kop in het water te liggen. Twee inzittenden en de bestuurder konden uit de Seat komen.2 [slachtoffer] , de vierde inzittende, kon de Seat niet tijdig verlaten en is als gevolg van het ongeval overleden.3

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de Seat Leon bestuurde ten tijde van het ongeval en dat [slachtoffer] naast hem zat. Achterin de auto zaten twee jongens. Verdachte heeft verder verklaard dat het wegdek nat was en dat hij harder reed dan toegestaan.4 Bij de politie heeft verdachte verklaard dat het erg donker was ten tijde van het ongeval, dat hij de bocht over het hoofd heeft gezien en dat hij de macht over het stuur is verloren.5

Blijkens de Verkeersongevalsanalyse bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid 30 kilometer per uur.6 Op het perceel aan de [adres] hing een camera die was gericht op een deel van de Lopikerweg West, net voor de plaats waar de Seat te water was geraakt.7

Het NFI heeft de snelheid van de Seat Leon over een afstand van 14 meter bepaald aan de hand van -onder andere- beelden van de camera op het perceel aan de [adres] (de rechtbank begrijpt: net voor de plaats waar de auto te water raakte). De beste schatter voor de snelheid bedraagt 61 kilometer per uur.8

Uit het Voertuigonderzoek blijkt dat het profiel van de linker achterband van de Seat Leon met kenteken [kenteken] tussen de 0 en 1,5 millimeter diep was. Het profiel van de rechterachterband was tussen de 0 en de 1 millimeter diep. Het loopvlak van de beide achterbanden was dusdanig versleten dat enkel de buitenste profielgroef nog zichtbaar was. De rest van het loopvlak was glad.9

Volgens de verbalisanten van het team verkeersongevalsanalyse is de achterzijde van de Seat zijn spoorkracht vermoedelijk kwijtgeraakt en uitgebroken door de combinatie van water op het wegdek, het gebrek aan profiel op de banden en de snelheid van de Seat.10

In een aanvullende analyse wordt gesteld dat het samenspel tussen voornoemde factoren ervoor kan zorgen dat de banden het contact met het wegdek kwijtraken, als gevolg waarvan een bestuurder de controle over zijn auto verliest. Verder wordt geconcludeerd dat een voertuig met dezelfde banden zijn grip op een wegdek met dezelfde hoeveelheid water eerder zal kwijtraken bij een snelheid van 61 kilometer per uur dan bij een snelheid van 30 kilometer per uur.11

Uit toxicologisch onderzoek van het NFI van 18 maart 2016 blijkt dat in het bloed van verdachte, ongeveer acht uur na het ongeval, 0,25 mg/l amfetamine is gemeten. Een werkzame concentratie amfetamine begint bij 0,03 mg/l. Het gebruik van amfetamineachtige stoffen kan de rijvaardigheid nadelig beïnvloeden door onder andere vermindering van oplettendheid en van onjuiste risico-inschatting, aldus de toxicoloog van het NFI.12 Op grond van de resultaten van het toxicologisch onderzoek is geconcludeerd dat de rijvaardigheid van verdachte ten tijde van de bloedafname waarschijnlijk nadelig was beïnvloed.13 Uit een aanvullend rapport van het NFI van 23 juni 2016 blijkt dat de concentratie van amfetamine ten tijde van het ongeval hoger zal zijn geweest dan de concentratie die ongeveer acht uur na het ongeval in het bloed van verdachte is gemeten.14

4.3.2

Bewijsoverwegingen

Op grond van bovenstaande weergave van de bewijsmiddelen staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte heeft gereden onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid amfetamine. De grenswaarde voor het besturen van een motorvoertuig bij amfetaminegebruik is 50 microgram per liter bloed terwijl bij verdachte acht uur na het ongeval vijfmaal die hoeveelheid is aangetroffen. Daarnaast staat vast dat verdachte reed met een snelheid die niet alleen zo’n 30 kilometer hoger lag dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid, maar die zeker ook gezien de omstandigheden – het was donker en het wegdek was nat– te hoog was. Verder staat vast dat de achterbanden van de auto waarin verdachte reed ernstig waren versleten.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en per omstandigheid betoogd dat geen sprake is van een causaal verband tussen het verkeersongeval en die omstandigheid. Zo heeft de raadsvrouw betoogd dat de enkele vaststelling dat de profilering van de banden niet naar behoren was, niets zegt over de causaliteit. Ook de enkele vaststelling dat met een snelheid van 61 kilometer per uur is gereden, zegt volgens de raadsvrouw niets over de causaliteit.

De rechtbank volgt de redenering van de raadsvrouw niet, nu het bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld aan het ontstane verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) volgens vaste rechtspraak aankomt op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Uit aanvullend onderzoek van het team verkeersongevalsanalyse blijkt ook dat juist het samenspel tussen -in dit geval- het gebrek aan profiel op de banden, de hoeveelheid water op het wegdek en de te hoge snelheid van de auto ertoe kan leiden dat autobanden het contact met het wegdek kwijtraken, waardoor de bestuurder de controle over de auto verliest.

Daar komt nog bij dat verdachte ten tijde van het ongeval verkeerde onder invloed van minstens 0,25 mg/l amfetamine. Volgens de raadsvrouw heeft het gebruik van amfetamine geen invloed gehad op de rijvaardigheid van verdachte, omdat hij een gewende gebruiker was. In de meest recente aanvullende rapportage van het NFI van 21 augustus 2018 wordt echter geconcludeerd dat bij gebruik van amfetamine zoals door verdachte genoemd, nadelige beïnvloeding van de rijvaardigheid waarschijnlijker is dan geen nadelige beïnvloeding. Bovendien treden lichamelijke effecten als vermoeidheid en uitputting op zodra de psychische effecten van amfetamine als gevolg van eventuele tolerantie zijn verdwenen, aldus de deskundige van het NFI. Dat vermoeidheid en uitputting de rijvaardigheid negatief beïnvloeden is een feit van algemene bekendheid.

De rechtbank is op grond van voornoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, van oordeel dat het rijgedrag van verdachte is aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 21 februari 2016, te Cabauw, gemeente Lopik, als verkeersdeelnemer, namelijk als

bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Seat, type Leon, kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Lopikerweg West, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, te rijden

- na het door hem, verdachte, (voorafgaand) gebruik van amfetamine en

- met - afgezien van hem, verdachte - drie passagiers, in de door hem, verdachte, bestuurde
auto en

- met een snelheid van 61 km/u, alwaar een snelheid van 30 km/u is toegestaan en

- met achterbanden voorzien van onvoldoende profiel, te weten met een profiel tussen 0 en

1,5 mm, waar op grond van artikel 5.2.27 onder punt 4 van de Regeling Voertuigen een
profiel van ten minste 1,6 mm is voorgeschreven en

- terwijl het wegdek nat was en terwijl het donker was en (vervolgens)

- een bocht naar rechts niet tijdig op te merken en

- ( daarbij) de spoorkracht van zijn, verdachtes, voertuig kwijt te raken en

- de controle over zijn voertuig te verliezen, ten gevolge waarvan zijn, verdachtes, voertuig
uitbrak en verdachtes voertuig (vervolgens) ondersteboven in de naast de weg gelegen sloot
is geraakt, waardoor een ander, namelijk medepassagier van die auto,

genaamd [slachtoffer] , werd gedood,

- terwijl hij, verdachte, het voertuig bestuurde terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed
van een stof, te weten een concentratie van 0,25 mg/l amfetamine in zijn, verdachtes,
bloed, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan
de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden

geacht, als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 en

- terwijl het feit is veroorzaakt doordat hij, verdachte, de krachtens de Wegenverkeerswet

1994 vastgestelde ter plaatse maximaal toegestane snelheid van 30 km/u in ernstige mate
heeft overschreden, te weten dat hij met 61 km/u en eens zo snel als toegestaan reed.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden een meldplicht bij Reclassering Nederland en ambulante behandeling bij Inforsa.

- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank, indien zij tot een bewezenverklaring komt, verzocht verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De raadsvrouw heeft de rechtbank tevens verzocht in strafmatigende zin rekening te houden met het tijdsverloop sinds het ten laste gelegde, de jonge leeftijd van verdachte en zijn psychische gesteldheid. Kort na het ten laste gelegde is vastgesteld dat verdachte als gevolg van het ongeval leed aan een posttraumatische stressstoornis. Het leek na behandeling beter te gaan, maar inmiddels is gebleken dat verdachte het ongeval nog niet heeft verwerkt en dat hij veel last heeft van schuldgevoelens. Daarom is onlangs een vervolgtraject ingezet bij zijn psycholoog.

De raadsvrouw heeft de rechtbank tot slot verzocht verdachte geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Verdachte heeft een vaste baan als glasvezelmonteur en hij heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

In de nacht van 20 op 21 februari 2016 reed verdachte samen met drie anderen in zijn auto op de Lopikerweg West in Cabauw. Verdachte verkeerde op dat moment onder invloed van amfetamine. Het was donker, het wegdek was nat en de achterbanden van de auto van verdachte waren ernstig versleten. In een bocht naar rechts verloor verdachte de macht over het stuur waardoor de auto op de kop in een sloot terecht kwam. Verdachte en twee inzittenden konden zich op tijd uit de auto bevrijden. De achttienjarige [slachtoffer] die naast verdachte zat kon de auto niet tijdig verlaten en is als gevolg van het ongeval overleden.

Bewezen is verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf voor dit feit rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarnaast heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De oriëntatiepunten gaan bij het veroorzaken van een ongeluk ten gevolge waarvan het slachtoffer is overleden en waarbij de verdachte verkeerde onder invloed van middelen uit van een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaren, wanneer sprake is van aanmerkelijke schuld. Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde en in het bijzonder het feit dat [slachtoffer] als gevolg van het aan verdachte te wijten ongeval is overleden, niet worden volstaan met een straf die geen onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Verdachte heeft met zijn handelen aan de naaste familie en overige nabestaanden van [slachtoffer] onherstelbaar leed toegebracht. De plotselinge dood van [slachtoffer] heeft -zoals onder meer is gebleken uit de ter terechtzitting afgelegde verklaring van haar moeder- diepe sporen nagelaten in het leven van de nabestaanden. De rechtbank is zich ervan bewust dat geen enkele strafrechtelijke sanctie een dergelijk verlies zal kunnen compenseren. Uit de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de heer [naam benadeelde partij] , één van de inzittenden van de auto, blijkt dat het ongeval ook voor hem een zeer traumatische ervaring is geweest.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid amfetamine in de auto is gestapt, kennelijk zonder zich te bekommeren om de veiligheid van de nietsvermoedende inzittenden en andere verkeersdeelnemers. Verdachte heeft niet alleen onder invloed, maar ook met veel te hoge snelheid en met nagenoeg versleten achterbanden door de bebouwde kom van Cabauw gereden, terwijl het donker was en het wegdek nat. De rechtbank neemt verdachte zijn gevaarlijke en onverantwoordelijke gedrag bijzonder kwalijk.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte van 9 juli 2018. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Deze omstandigheid wordt niet in het voor- of nadeel van verdachte meegenomen.
De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het rapport van de reclassering van 21 juni 2018. De reclassering schat het recidiverisico op laag/gemiddeld, gelet op het amfetaminegebruik van verdachte, de omstandigheid dat hij al eerder met zijn auto te water is geraakt en het feit dat verdachte medicatie gebruikt die de rijvaardigheid kan beïnvloeden. De reclassering heeft de rechtbank geadviseerd verdachte een taakstraf op te leggen, gecombineerd met een (deels) voorwaardelijk gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en behandelverplichting. Met de geadviseerde behandeling wordt onder meer beoogd dat verdachte zich bewuster wordt van de risico’s van zijn medicijn- en middelengebruik.
Gelet op het recidiverisico en op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, acht de rechtbank het wenselijk verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zodat de door de reclassering geadviseerde voorwaarden daaraan kunnen worden verbonden.
Om recht te doen aan de ernst van het feit moeten naar het oordeel van de rechtbank ook een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, alsmede een deels onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd. De rechtbank ziet in de jonge leeftijd van verdachte en in zijn persoonlijke omstandigheden echter wel aanleiding om in straf verminderende zin af te wijken van de door de officier van justitie geëiste straffen.
De raadsvrouw van verdacht heeft de rechtbank verzocht bij het bepalen van de straf ook rekening te houden met het lange tijdsverloop sinds het bewezen verklaarde. Ten aanzien van een mogelijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, overweegt de rechtbank als volgt. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat door de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Op grond van de jurisprudentie heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.
In de onderhavige zaak is de redelijke termijn aangevangen op 21 februari 2016. Nu het vonnis is gewezen op 6 september 2018 is de hierboven genoemde termijn met ruim een half jaar overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding zal moeten worden verdisconteerd in de hierna te vermelden op te leggen straf.
De rechtbank acht – alles overwegende – in beginsel passend en geboden een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. De rechtbank zal de duur van de gevangenisstraf, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, echter matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met daaraan verbonden de meldplicht en behandelverplichting, zoals geadviseerd door de reclassering.
De rechtbank acht tevens passend en geboden een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

9 BESLAG


De rechtbank gelast de teruggave van de in beslag genomen personenauto (merk Seat, type Leon, kenteken [kenteken] ) aan de rechthebbende, te weten mevrouw [C] .

10 BENADEELDE PARTIJ

De heer [naam benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 500,-. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De benadeelde partij heeft verzocht het gevorderde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade. Ook is verzocht de zogenoemde schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) aan verdachte op te leggen.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de gevorderde schadevergoeding toewijsbaar.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft vastgesteld dat de vordering van de benadeelde partij, de heer [naam benadeelde partij] , niet is betwist. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van aantasting van de persoon van de heer [naam benadeelde partij] . De door de benadeelde partij gestelde schadepost van € 500,- is dan ook toewijsbaar. Het gevorderde bedrag komt de rechtbank niet onredelijk of onbillijk voor. De rechtbank zal de vordering toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    14a, 14b, 14c, 14d en 36f van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden;

- bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten 4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het
nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

 zich binnen 5 dagen na de datum onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Hierna moet verdachte zich gedurende de proeftijd blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

 zich ambulant zal laten behandelen voor zijn middelengebruik in combinatie met zijn slaapproblemen en medicatiegebruik bij Inforsa of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar worden gegeven. Verdachte wordt hierbij verplicht mee te werken aan de afname van urinecontroles;

 waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2
jaren;

- beveelt dat een gedeelte van deze straf, te weten 1 jaar, niet zal worden ten uitvoer
gelegd, tenzij verdachte de hierna te vermelden algemene voorwaarde niet heeft
nageleefd.

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Beslag

- gelast de teruggave aan de rechthebbende, mevrouw [C] , van de personenauto, merk Seat, type Leon, kenteken [kenteken] ;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [naam benadeelde partij] , van een bedrag van € 500,- (zegge vijfhonderd euro);

  • -

    vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2016 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [naam benadeelde partij] aan de Staat
    €500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2016 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mrs. I.J.B. Corbeij en J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 september 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat hij:

primair

op of omstreeks 21 februari 2016, te Cabauw, gemeente Lopik, althans in het arrondissement Midden-Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Seat, type Leon, kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Lopikerweg West, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden

- na het door hem, verdachte, (voorafgaand) gebruik van amfetamine en/of alcohol en/of

- met - afgezien van hem, verdachte - drie passagiers, in de door hem, verdachte, bestuurde auto en/of

- met een snelheid van 61 km/u, alwaar een snelheid van 30 km/u is toegestaan, althans met een snelheid die aanmerkelijk boven de ter plaatse geldende maximumsnelheid lag en/of

- met achterbanden voorzien van onvoldoende profiel, te weten met een profiel tussen 0 en 1,5 mm, waar op grond van artikel 5.2.27 onder punt 4 van de Regeling Voertuigen een profiel van ten minste 1,6 mm is voorgeschreven en/of

- terwijl het wegdek nat was en/of

- terwijl het donker was en/of (vervolgens)

- een bocht naar rechts niet en/of niet tijdig op te merken en/of

- ( daarbij) de spoorkracht van zijn, verdachtes, voertuig kwijt te raken en/of

- de controle over zijn voertuig te verliezen, ten gevolge waarvan zijn, verdachtes, voertuig uitbrak en/of verdachtes voertuig (vervolgens) ondersteboven in de naast de weg gelegen sloot, althans in het water, is geraakt, waardoor een ander, namelijk medepassagier van die auto, genaamd [slachtoffer] , werd gedood

- terwijl hij, verdachte, het voertuig bestuurde terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten een concentratie van 0,25 mg/l amfetamine in zijn, verdachtes, bloed, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht, als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

- terwijl het feit is veroorzaakt en/of mede veroorzaakt doordat hij, verdachte, de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde ter plaatse maximaal toegestane snelheid van 30 km/u in ernstige mate heeft overschreden, te weten dat hij met 61 km/u en/of eens zo snel als toegestaan reed;

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

art 175 lid 1 onder a jo lid 3 Wegenverkeerswet 1994

art 6 Wegenverkeerswet 1994

subsidiair

op of omstreeks 21 februari 2016, te Cabauw, gemeente Lopik, althans in het arrondissement Midden-Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Seat, type Leon, kenteken [kenteken] ), heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Lopikerweg West,

- na het door hem, verdachte, (voorafgaand) gebruik van amfetamine (te weten een concentratie van 0,25 mg/l amfetamine in zijn, verdachtes, bloed) en/of alcohol en/of

- met - afgezien van hem, verdachte - drie passagiers, in de door hem, verdachte, bestuurde auto en/of

- met een snelheid van 61 km/u, alwaar een snelheid van 30 km/u is toegestaan, althans met een snelheid die aanmerkelijk boven de ter plaatse geldende maximumsnelheid lag en/of

- met achterbanden voorzien van onvoldoende profiel, te weten met een profiel tussen 0 en 1,5 mm, waar op grond van artikel 5.2.27 onder punt 4 van de Regeling Voertuigen een profiel van ten minste 1,6 mm is voorgeschreven en/of

- terwijl het wegdek nat was en/of

- terwijl het donker was en/of (vervolgens)

- een bocht naar rechts niet en/of niet tijdig op te merken en/of

- ( daarbij) de spoorkracht van zijn, verdachtes, voertuig kwijt te raken en/of

- de controle over zijn voertuig te verliezen, ten gevolge waarvan zijn, verdachtes, voertuig uitbrak en/of verdachtes voertuig (vervolgens) ondersteboven in de naast de weg gelegen sloot, althans in het water, is geraakt,

door welke gedraging(en) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon

worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon

worden gehinderd.

art 5 Wegenverkeerswet 1994

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of
ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij
het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 maart 2017, genummerd PL0900-
2016055305, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 86. Tussen de
pagina’s 19 en 21 zijn opgenomen de Verkeersongevalsanalyse (apart genummerd pagina 1 tot en
met 35) en het Voertuigonderzoek (apart genummerd pagina 1 tot en met 30). Tenzij
anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde
opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 5 januari 2017, pagina 4 (apart genummerd).

3 Een proces-verbaal overlijdensonderzoek en lijkschouw van 21 februari 2016, pagina ‘s 21 en 22.

4 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 23 augustus 2018.

5 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 februari 2016, p. 65.

6 Een proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 5 januari 2017, pagina 9 (apart genummerd).

7 Een proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 5 januari 2017, pagina 16 (apart genummerd).

8 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 29 november 2016, getiteld ‘Meten in
beelden en computermodellen naar aanleiding van een verkeersongeval te Lopik op 21 februari
2016’, pagina 15 (los in dossier).

9 Een proces-verbaal voertuigonderzoek van 1 april 2016, pagina 9 (apart genummerd).

10 Een proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van 5 januari 2017, pagina 32 (apart genummerd).

11 Een proces-verbaal van bevindingen van 8 juli 2018, pagina 4 (los in dossier).

12 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, getiteld ‘Toxicologisch onderzoek naar
aanleiding van een vermoedelijke overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet’ van 18 maart 2016,
pagina 47.

13 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, getiteld ‘Toxicologisch onderzoek naar
aanleiding van een vermoedelijke overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet’ van 18 maart 2016,
pagina 48.

14 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, getiteld ‘Aanvullende vraag naar aanleiding
van toxicologisch onderzoek van een vermoedelijke overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet’
van 23 juni 2016.