Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:4032

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-08-2018
Datum publicatie
29-08-2018
Zaaknummer
C/16/462041 / FO RK 18-987 en C/16/462043 / FO RK 18988
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kindvriendelijke beschikking gezag en zorgregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/462041 / FO RK 18-987 (zorgregeling)

C/16/462043 / FO RK 18-988 (gezag)

Beschikking van 24 augustus 2018

in de zaak van

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. A.C. Otten,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de vader,

advocaat mr. A.E. Grosscurt.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De moeder heeft op 13 juni 2018 een schriftelijk verzoek ingediend. Zij heeft de rechtbank gevraagd om de zorgregeling aan te passen, zodat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet meer op vaste momenten naar hun vader gaan. Ook wil de moeder dat het gezag van de vader wordt beëindigd. Dat betekent dat de moeder dan alleen, zonder overleg met de vader, belangrijke beslissingen over de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan nemen.

1.2.

Het verzoek van de moeder over de kinderalimentatie zal de rechtbank apart behandelen. Deze beslissing gaat daar dus niet over.

1.3.

[minderjarige 1] heeft op 19 juli 2018 met de kinderrechter gepraat. Zij heeft de kinderrechter verteld wat zij van de situatie vindt.

1.4.

Op 20 juli 2018 heeft de rechtbank van de vader een schriftelijk reactie gekregen op de verzoeken van de moeder. De vader is het niet eens met de verzoeken van de moeder. De vader heeft de rechtbank gevraagd om de ouders naar ouderschapsbemiddeling te verwijzen. Dit houdt in dat de ouders via een organisatie met deskundigen in gesprek gaan en er zo proberen samen uit te komen.

1.5.

De rechtbank heeft op 20 juli 2018 een zitting gehouden. Op die zitting waren beide ouders met hun advocaten aanwezig en mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2. Vaststaande feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn getrouwd geweest. Zij zijn op 17 mei 2016 gescheiden.

2.2.

De vader en de moeder hebben samen twee kinderen:

  • -

    [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats], en

  • -

    [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats].

2.3.

De vader en de moeder hebben samen het gezag over de kinderen. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen moeten nemen over de verzorging en de opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.4.

In het ouderschapsplan dat bij de scheiding is gemaakt, hebben de ouders samen afgesproken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de even weekenden bij de vader zijn van vrijdagmiddag 18.30 uur tot zondagavond 18.30 uur.

3 Beoordeling van het verzochte

3.1.

De vader heeft op de zitting uitgelegd waarom hij ervoor heeft gekozen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet meer te zien. De vader had het gevoel dat hij niet anders kon dan deze moeilijke keuze te maken. Hij had het gevoel dat hij niets te zeggen had over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en dat hij niks goed kon doen. Volgens de vader besliste de moeder alles alleen.

3.2.

De moeder heeft tijdens de zitting verteld dat zij graag wil dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun vader weer zien maar dat zij hen ook wil beschermen. De moeder wil niet dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verdrietig zijn. Het liefst zou de moeder willen dat zij en de vader zich aan de afspraken zouden houden die zij samen hebben gemaakt toen ze gingen scheiden.

3.3.

Uit het gesprek met [minderjarige 1] heeft de kinderrechter begrepen dat zij graag zou willen dat haar ouders geen ruzie meer maken. [minderjarige 1] vindt het fijn om met haar vader en moeder contact te hebben en wil het liefst gewoon weer bij haar vader gaan logeren.

3.4.

Mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] van de Raad heeft tijdens de zitting gezegd dat het belangrijk is dat de vader en de moeder samen praten. Daarom adviseert zij ouderschapsbemiddeling. Ook heeft zij tegen de vader gezegd dat het belangrijk is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij weten dat hij er altijd voor hen zal zijn. Het zou heel fijn zijn voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als hij ze dat belooft. De vader heeft op de zitting gezegd dat hij dat aan hen zal beloven en dat hij er heel graag weer als vader wil zijn voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

Nu de moeder bang is dat het niet goed zal lukken om met de vader te praten en zij nog geen vertrouwen heeft in ouderschapsbemiddeling, adviseert mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] de kinderrechter om nog even te wachten met het nemen van een beslissing op de verzoeken van de moeder. De vader kan dan in de komende tijd aan de moeder bewijzen dat hij te vertrouwen is en het contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer rustig opbouwen. Het is dan wel belangrijk dat de vader en de moeder elkaar op de hoogte houden door elkaar bijvoorbeeld te e-mailen. Als er in de tijd tot de volgende zitting niets verandert, vindt mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] het nodig dat de Raad onderzoek gaat doen naar de situatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] omdat zij zich in dat geval zorgen maakt om [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

Conclusie

3.5.

De kinderrechter heeft goed naar [minderjarige 1], de moeder, de vader en naar mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] geluisterd. [minderjarige 1] en haar vader willen elkaar graag weer zien. Ook de moeder vindt dat een goed idee maar zij heeft tijd nodig om de vader weer te vertrouwen. Als er weer vertrouwen is, wil de moeder met de vader in ouderschapsbemiddeling. De kinderrechter zal daarom een half jaar wachten met het nemen van een beslissing op de verzoeken. In die tijd zal de vader het contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer opbouwen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat hij zijn belofte om niet weer het contact met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verbreken nakomt. De vader en de moeder zullen ook contact moeten hebben om afspraken te maken over het contact van de kinderen met de vader. De kinderrechter gaat ervan uit dat de vader en de moeder beiden hun best doen om dit goed te laten verlopen, zodat de moeder over een half jaar voldoende vertrouwen heeft in de vader om met elkaar in gesprek te gaan bij ouderschapsbemiddeling.

4 Beslissing

De rechtbank

4.1.

houdt de behandeling van de verzoeken PRO FORMA aan tot 1 februari 2019 met het hierboven onder 3.5 omschreven doel,

met het verzoek aan de advocaten om tijdig vóór 1 februari 2019 schriftelijk te laten weten:

  • -

    of een langere aanhouding nodig is en zo ja, voor hoe lang,

  • -

    of een nieuwe zitting nodig is, onder opgave van verhinderdata,

  • -

    of de kinderrechter een beslissing kan nemen zonder een nieuwe zitting;

  • -

    dan wel het verzoek wordt ingetrokken,

4.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. V.E.J.A. Heijckmann, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. C.I.J. van den Bogert en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2018.