Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3850

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
14-08-2018
Zaaknummer
16/652422-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 40-jarige man uit Lelystad die in april van dit jaar een hond doodstak in Lelystad moet zich laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank Midden-Nederland heeft bepaald dat de maatregel voor de periode van 1 jaar wordt opgelegd.

De verdachte heeft de hond neergestoken op een zorgboerderij in Lelystad. Hij zag de hond als het symbool van het kwaad en wilde deze uitschakelen. Uit onderzoek van de psycholoog en psychiater blijkt dat de man in een psychose verkeerde en hij volledig werd gedreven door deze waan. De rechtbank verklaart de man volledig ontoerekeningsvatbaar.

De verdachte is momenteel psychiatrisch stabiel en gebruikt zijn medicatie. Om de kans op herhaling te voorkomen moet de man intensief behandeld worden. De rechtbank vindt dat verplichte plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis de enige optie is waarbij de maatschappij, en de verdachte, worden beschermd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/652422-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 augustus 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1978] te [geboorteplaats] (Ecuador),

thans verblijvende te [woonplaats] , [adres] ,

in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Scheveningen.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Lambers en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.N. de Bruijn, advocaat te Almere, alsmede de benadeelde partij [benadeelde] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 25 april 2018 te Lelystad, zonder redelijk doel opzettelijk een hond pijn en/of letsel heeft toegebracht en/of de gezondheid van een hond heeft benadeeld, door die hond met een mes te steken.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen1:

- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2018;

- een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] van 25 april 20182;

- een letselverklaring van Dierenkliniek Batavia, opgesteld door [A] , als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , van 26 april 20183;

- een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 april 20184.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 25 april 2018 te Lelystad, zonder redelijk doel opzettelijk een hond pijn en

letsel heeft veroorzaakt en de gezondheid van een hond heeft benadeeld, immers heeft hij voornoemde hond met een mes gestoken

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, Wet dieren.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op de rapporten die over verdachte zijn opgesteld, gevorderd verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, gelet op de rapporten die over verdachte zijn opgesteld, verzocht verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt:

- een psychiatrisch rapport van 10 juli 2018, opgemaakt door V.R. Balázs, arts in opleiding tot psychiater, en F. Nhass, psychiater;

- een psychologisch rapport van 29 juni 2018, opgemaakt door A.Y.M van Esch en M.F. Raven, beiden GZ-psycholoog.

Het rapport, opgemaakt door V.R. Balázs, arts in opleiding tot psychiater, en F. Nhass, psychiater, houdt onder meer het volgende in. Bij verdachte is als hoofddiagnose een autisme spectrum stoornis (ASS) vastgesteld. In de periode voorafgaand aan het tenlastegelegde was sprake van een periode waarin de draagkracht van verdachte (die als gevolg van de ASS lager is dan bij een gemiddelde persoon) fors overschreden werd. Verdachte is hierdoor psychotisch gedecompenseerd. Ten tijde van het tenlastegelegde was er sprake van paranoïde wanen, betrekkingsideeën en complottheorieën en als gevolg daarvan een fors verstoorde realiteitstoetsing. Verdachte heeft een hond neergestoken omdat hij de overtuiging had hiermee ‘het kwaad’ te kunnen bestrijden. In het neersteken van de hond werd verdachte volledig gedreven door deze waan. Er wordt daarom geadviseerd het tenlastegelegde in het geheel niet aan verdachte toe te rekenen.

Het rapport, opgemaakt door de psychologen A.Y.M van Esch en M.F. Raven, houdt onder meer het volgende in. Bij verdachte is sprake van meervoudige problematiek bestaande uit ASS, een psychotische stoornis en een depressieve stoornis. Een van de belangrijkste kenmerken vanuit de ASS is verdachte zijn behoefte aan structuur en rust. Verdachte raakt extreem van slag bij veranderingen. Bij aanhoudende en zeer stressvolle omstandigheden en overvraging is verdachte kwetsbaar voor psychische ontregeling en psychotische problematiek. De vele veranderingen die afgelopen winter hebben plaatsgevonden ten aanzien van verdachte zijn dagelijkse structuur (het wegvallen van dagbesteding en een stressvolle, zeer ongeschikte woonsituatie), in combinatie met het wegvallen van zijn ex-partner als beschermende factor, alsmede het feit dat het winter was, hebben bij verdachte geresulteerd in een psychotische decompensatie. Hierbij is verdachte doorgeslagen in numerologie en symbolisme wat heeft geleid tot bizarre betekenisgeving waarbij verdachte op een gegeven moment geen onderscheid meer kon maken tussen werkelijkheid en verbeelding en hij zichzelf uiteindelijk heeft verloren in paranoïde waanovertuigingen. Ten aanzien van het ten laste gelegde handelde verdachte vanuit de gedachte het kwaad te overwinnen door de hond te steken. Op grond van bovenstaande wordt geadviseerd verdachte het tenlastegelegde, indien bewezen, in het geheel niet toe te rekenen.

De rechtbank stelt vast dat de deskundigen in hun onderscheidene rapporten tot gelijkluidende conclusies komen. De rechtbank neemt die conclusies over en maakt deze tot de hare. Nu het bewezen geachte verdachte wegens een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens niet kan worden toegerekend, zal de rechtbank hem ontslaan van alle rechtsvervolging.

8 OPLEGGING VAN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te plaatsen in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van het bepaalde in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangegeven dat verdachte zich kan vinden in de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van het bepaalde in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bewezen geachte feit. Verdachte heeft [naam] , de hond van [benadeelde] , met een mes gestoken, waardoor deze uiteindelijk is komen te overlijden. Door zo te handelen heeft verdachte onnodig leed en pijn veroorzaakt bij de hond. Bovendien heeft dit geleid tot verdriet bij de familie [familie] , die zeer gesteld was op de hond.

De rechtbank overweegt dat uit het overwogene onder het kopje strafbaarheid van verdachte volgt dat verdachte heeft gehandeld terwijl hij in een psychose verkeerde. Hij zag de hond als het symbool van het kwaad en wilde deze uitschakelen. Uit de rapporten en het procesdossier blijkt dat verdachte al sinds begin 2018 in deze psychose verkeerde en dat tijdens die psychose de politie meerdere meldingen heeft ontvangen over het gedrag van verdachte. Zo heeft verdachte met wapens als een bijl en een hamer rondgelopen en een vrouw van haar fiets getrokken. Van belang is dat dergelijk verontrustend gedrag in de toekomst zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Persoon van de verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de Pro Justitia rapportages psychiatrisch en psychologisch onderzoek zoals genoemd onder rubriek 6 in dit vonnis.

Uit het rapport van de psychiaters blijkt dat er op de (middel)lange termijn sprake is van een hoog recidiverisico indien er geen adequate behandeling en begeleiding is voor verdachte.

In het geval er wel adequate behandeling/begeleiding wordt aangeboden, zal (gezien o.a. de motivatie van verdachte zich hieraan te committeren) het recidiverisico aanzienlijk verlaagd kunnen worden.

Verdachte behoeft aansluitend op de detentie klinische behandeling om te voorkomen dat hij wederom in een situatie komt zoals die zich heeft opgebouwd voorafgaand aan het tenlastegelegde. Gedurende deze klinische behandeling zal aandacht moeten zijn voor het vergroten van zijn inzicht in risicovolle situaties en risicosignalen. Daarnaast is het aangewezen zijn copingvaardigheden te vergroten en behoeft hij psycho-educatie ten aanzien van de ASS. Aansluitend op de klinische behandeling zal verdachte aangewezen zijn op een beschermde of begeleide woonvorm en is het hebben van structuur in de vorm van in elk geval dagbesteding van groot belang. Daarnaast is begeleiding door een SPV-er en psychiater aangewezen om te monitoren en tijdig in te kunnen grijpen als er signalen zijn van een dreigende psychotische decompensatie. Deze monitoring kan geschieden bij een forensische polikliniek in de omgeving waar verdachte gaat wonen.

Bovenstaande behandeling/begeleiding zou, naar het oordeel van de psychiater – nu het tenlastegelegde in het geheel niet aan verdachte toe te rekenen valt – kunnen plaatsvinden in het kader van het bepaalde in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht.

Uit het rapport van de psychologen volgt dat verdachte momenteel psychiatrisch stabiel is, medicatie gebruikt en weinig stress ervaart in de gestructureerde detentiesetting. Echter gezien het gegeven dat ASS van structurele aard is en bij verdachte zal blijven bestaan, alsmede zijn psychotische kwetsbaarheid, hij moeilijkheden ervaart met het aangaan van sociale relaties, waardoor hij mogelijk in een sociaal isolement terecht komt, hij na detentie geen werk en/of dagbesteding en vaste huisvesting heeft, vooralsnog niet over voldoende copingvaardigheden beschikt, en klachten deels seizoensgebonden en dus terugkerend zijn, wordt het risico ingeschat als matig tot hoog op (middel)lange termijn indien geen adequate hulpverlening wordt aangeboden.

Klinische behandeling wordt noodzakelijk geacht om het recidivegevaar op (middel)lange termijn te verlagen. Hierbij dient specifiek aandacht te zijn voor het omgaan met stress, oftewel copingvaardigheden, en persoonlijke steun. Ter risicohantering zal ingestoken moeten worden op hulpverlening (ten aanzien van zowel psychiatrische problematiek als sociale en praktische ondersteuning), een rustige woonsituatie, werk en/of dagbesteding en toezicht. De doelen zoals eerder opgesteld bij Kwintes (medicatie, onderhoudsgesprekken, ondersteuning in contact met kinderen en huisvesting) lijken passend voor verdachte. Toezicht zal echter meer frequent moeten plaatsvinden, en bij het signaleren van een hoog risico periode zal er een mogelijkheid moeten zijn om de zorgintensiteit te verhogen. Hiernaast is het voortzetten van medicatie vooralsnog geïndiceerd en dient dit gemonitord te worden door een ambulante psychiater.

Bovenstaande klinische behandeling kan worden uitgevoerd in het kader van het bepaalde van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht met een verplichte behandeling in een psychiatrische inrichting voor de duur van (maximaal) één jaar.

Slotsom

In beide rapportages wordt geadviseerd om verdachte in het kader van het bepaalde in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht verplicht te laten behandelen in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van maximaal één jaar. De rechtbank conformeert zich aan deze adviezen en is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de veiligheid van verdachte, van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel van plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van maximaal één jaar eist. Deze maatregel zal dan ook aan verdachte worden opgelegd.

9 BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 670,04 voor de kosten van de dierenarts. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van het gehele bedrag van € 670,04. De officier van justitie vordert tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en de wettelijke rente toe te wijzen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft medische kosten gemaakt om te proberen het leven van de hond te redden. De benadeelde partij heeft facturen overgelegd ter onderbouwing van de gemaakte kosten. De rechtbank waardeert deze schade op € 670,04 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 april 2018 tot de dag van volledige betaling.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 670,04, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 25 april 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 13 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    37 en 36f van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    2.1, 8.11 en 8.12 van de Wet dieren;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van dat feit;

Oplegging maatregel

- gelast dat verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van één jaar;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [benadeelde] toe tot een bedrag van € 670,04;

- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde] ;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat
€ 670,04 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 13 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.C. Kool, voorzitter, mrs. R.B. Eigeman en

M.J.A.L. Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.S. Salet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 augustus 2018.

Mr. Beljaars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 april 2018 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, opzettelijk een hond pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid van een hond heeft benadeeld, immers heeft hij voornoemde hond met een mes gestoken.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 27 april 2018, genummerd 2018155918, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 81. Tenzij anders vermeld, zijn deze processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 26 en 27.

3 Pagina 32 t/m 34.

4 Pagina 35 en 36.