Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3798

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-08-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
16/700130-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 72-jarige man uit Lelystad is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, voor ontucht met zijn buurmeisje. De man heeft het meisje in een periode van 2 jaar op verschillende momenten betast en gezoend.

De verdachte en het slachtoffer wonen naast elkaar. De ontuchtige handelingen begonnen toen het meisje 11 jaar oud was, in 2015. De laatste keer, in mei 2017, is de man gefilmd door een oplettende buurman. Deze buurman heeft de beelden aan de moeder van het slachtoffer laten zien, waarna de politie is ingeschakeld. In 2015 heeft een buurvrouw ook al, anoniem, een melding gemaakt van ontuchtige handelingen van de man bij het meisje. De politie heeft toen besloten verder geen onderzoek te doen.

Dat de verdachte het slachtoffer een koekje heeft gegeven en dat zij haar buurman vervolgens vroeg om haar te omhelzen, zoals de man op zitting heeft verklaard, gelooft de rechtbank niet. Er zijn meerdere verklaringen van buren over de ontuchtige handelingen en er is een filmpje van gemaakt. De man heeft nooit stilgestaan bij de langdurige en ernstige schade van zijn handelen, maar heeft alleen zijn eigen bevrediging vooropgesteld. Hierdoor is een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder jong meisje recht op heeft, doorkruist.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. Vanwege de ernst van de feiten vindt de rechtbank dat alleen een gevangenisstraf passend , waarvan een deel voorwaardelijk als stok achter de deur. De opgelegde straf is hoger dan de eis van de officier van justitie, maar de rechtbank legt geen contact- en gebiedsverbod op. De verdachte en het slachtoffer zijn buren. Het opleggen van die maatregel zou betekenen dat de verdachte en zijn familie moeten verhuizen. Inmiddels is er een jaar verstreken en zijn er geen nieuwe incidenten geweest. Ook speelt mee dat de gezondheid van de man niet goed is en hij daarnaast de zorg over zijn zieke vrouw heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/700130-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 augustus 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1946] te [geboorteplaats] (Marokko),

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. E.M. van der Burg en van hetgeen verdachte en haar raadsvrouw mr. M.N. de Bruijn, advocaat te Almere, alsmede mr. J.A. Neslo, advocaat te Almere, als raadsvrouw van de benadeelde partij [slachtoffer] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 17 mei 2015 tot en met 22 mei 2017 te Lelystad, met [slachtoffer] (geboren op [2003] ) ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het (op de kleding) knijpen in / wrijven over / betasten van de vagina en/of de borsten van die [slachtoffer] en het zich laten betasten van zijn schaamstreek door die [slachtoffer] alsmede het kussen op de mond van die [slachtoffer] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Zij heeft onder meer gewezen op de verklaring van aangeefster, die duidelijk en consequent heeft verklaard, het ter zitting bekeken filmpje waarop te zien is dat verdachte heen en weer gaande bewegingen maakte ter hoogte van de borsten van aangeefster, de eerder gedane meldingen op 17 mei, 24 mei en 7 juni 2015 bij Veilig Thuis en het in een proces-verbaal van bevindingen vastgelegde telefoongesprek met [getuige 1] . De verklaring van aangeefster wordt derhalve, ook ten aanzien van de periode waarin zij door verdachte werd betast, ondersteund door diverse bewijsmiddelen.

De officier van justitie acht niet bewezen dat de ontuchtige handelingen mede hebben bestaan uit het zich laten betasten van zijn schaamstreek, zodat verdachte van dat deel van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Zij heeft betoogd dat de verklaring van aangeefster als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt en geen steun vindt in overige bewijsmiddelen, ook niet in het betreffende filmpje. De verklaring van verdachte over wat er op dat filmpje te zien is, wordt niet weerlegd door het filmpje.

In elk geval kan niet worden bewezen dat de ontuchtige handelingen mede hebben bestaan uit het zich laten betasten van zijn schaamstreek.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

[aangeefster] heeft aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat haar buurman van [adres] aan haar dochter, [slachtoffer] , heef gezeten. Hier is een filmpje van gemaakt door een buurman. Het filmpje is van 22 mei (2017).2

[slachtoffer] heeft als getuige verklaard, zakelijk weergegeven:

‘Ik ben gekomen om te vertellen over mijn buurman van nummer [nummer] . Volgens mij is zijn naam [verdachte] .3 Het wrijven over de borsten gebeurde elke week wel drie of vier keer in de zomer en in de lente. Het gebeurde in de voortuin.4 De laatste keer was de dag voordat de Ramadan begon. Hij ging toen aan mijn borsten zitten en sabbelen en wrijven en in mijn vagina er ook over heen wrijven. Ik was toen in de voortuin. Hij gaat dan over de schutting heen, ook met zijn armen en dan gaat hij over mijn borsten wrijven en over mijn vagina wrijven. Onze schutting was niet zo heel hoog. Ik zit dan bij de schutting en dan komt de buurman er overheen hangen.5 Heel soms knijpt hij ook in mijn borsten.6 Af en toe haalt hij er een borst uit. Het wrijven over de vagina doet hij net als bij mijn borsten. Dan gaat hij eerst wrijven en dan een beetje knijpen.7 Als hij eerst aan mijn borsten heeft gezeten gaat hij vervolgens naar binnen en komt hij terug met een gevulde koek. Die geef hij dan aan mij en dan gaat hij over de vagina wrijven. Als hij de koek geeft, dan geeft hij mij een kusje op de mond. Hij heeft mij vaker een kusje gegeven toen hij een koek gaf.8 Hij heeft mij vaker over mijn vagina gewreven.9 Ik denk dat het wrijven over de vagina te vaak is gebeurd, want ik weet eigenlijk niet meer hoe vaak het is gebeurd.’10

In een ‘Proces-verbaal informatief gesprek zeden’ staat als verklaring van [slachtoffer] , geboren op [2003]11, onder meer opgenomen:

‘Ik was 12 jaar toen het begon. De laatste weken van de basisschool is het begonnen. Toen is het gestopt omdat zijn kleindochters kwamen. Op de [naam] is het weer begonnen. Nu is het Ramadan en is het weer gestopt.12

Bij mijn vagina is het vaak over mijn kleren maar ook af en toe in mijn broek. Dan gaat hij met zijn hand in mijn broek.’13

Eigen waarneming rechtbank:

Het in de aangifte genoemde filmpje van 22 mei 2017, gemaakt door een buurman, is tijdens het onderzoek ter terechtzitting bekeken en de rechtbank heeft hierop onder meer het volgende waargenomen:

De man op het filmpje heeft zijn uitgestrekte hand ter hoogte van de borst van het meisje dat in de naastgelegen tuin zit. De man maakt met zijn hand heen en weer gaande bewegingen.14

Verdachte heeft verklaard dat hij de man op het ter zitting bekeken filmpje van 22 mei 2017 is en dat de andere persoon op het filmpje zijn buurmeisje is.15

Getuige [getuige 2] heeft onder meer verklaard, zakelijk weergegeven:

‘ [slachtoffer] is mijn buurmeisje, ze woont schuin tegenover mij op de [straat] . Een buurvrouw die [getuige 1] (fonetisch) heet, heeft ongeveer een jaar geleden verteld dat ze had gezien dat de buurman die naast [slachtoffer] woont [slachtoffer] steeds op haar mond ging kussen. Ze heeft er toen een melding van gemaakt, ik denk bij Jeugdzorg. Mijn ex-man heeft een filmpje gemaakt van boven van de zolder vanuit mijn slaapkamer. Hij zag dat de buurman gebogen naar [slachtoffer] over het hek hing. Hij vond dat hij heel dicht bij haar was en heeft toen het gordijn weer dicht gedaan en heeft de camera van zijn telefoon aan gezet en het filmpje gemaakt. Toen ik het filmpje zag, ging mijn hart tekeer. Ik dacht gelijk dat ik [slachtoffer] moest helpen. Het gaf mij ook de bevestiging dat het klopt van een jaar ervoor.’16

In een ‘Proces-verbaal Bevindingen telefoongesprek [getuige 1] ’ is onder meer het volgende gerelateerd:

‘Verbalisant nam contact op met [getuige 1] naar aanleiding van het verhoor van getuige [getuige 2] . [getuige 1] zei vervolgens dat het klopte dat ze twee jaar geleden al gezien had dat de buurman het buurmeisje aan het kussen was. [getuige 1] vertelde onder meer het volgende:

  • -

    Twee jaar geleden heb ik gezien dat de man het meisje heel vast hield

  • -

    Dat de man het meisje kusjes gaf

  • -

    Dat dit vaak gebeurde

  • -

    Dat de man de borsten van het meisje vast hield

  • -

    Dat het de buurman was van het meisje

  • -

    Dat ze twee jaar geleden, vanuit haar slaapkamer, een video heeft gemaakt

  • -

    Dat haar ex man deze video naar Jeugdzorg zou sturen.’17

In een proces-verbaal van bevindingen staat onder meer het volgende gerelateerd:

‘In het dossier van ‘Veilig Thuis Flevoland’ staat dat er op 27 mei 2015 een anonieme melding was binnengekomen waarin stond dat de melder op 17 mei (2015) en 24 mei (2015) de buurman in de tuin had gezien met zijn buurmeisje van een jaar of 8 á 10 jaar oud, dat de buurman het meisje kuste op de mond en met zijn hand onder haar shirt en in haar broek zat. De melder gaf aan dat hij hier een filmpje van had gemaakt.’18

Bewijsoverwegingen

Betrouwbaarheid verklaring(en) [slachtoffer]

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verklaring van [slachtoffer] als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt en zij heeft daarbij onder meer gewezen op tegenstrijdigheden in haar verklaringen.

De rechtbank overweegt dat de verklaringen die [slachtoffer] tegenover de politie heeft afgelegd, uitgebreid en gedetailleerd zijn, en op grond van de inhoud als voldoende betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. [slachtoffer] heeft consistent verklaard over de diverse gebeurtenissen die zich in de ten laste gelegde periode hebben afgespeeld. De omstandigheid dat er enkele tegenstrijdigheden te vinden zijn in haar verklaringen doet daaraan niet af. Het gaat immers over een lange periode waarin de diverse ontuchtige handelingen plaatsvonden. Haar verklaring komt inhoudelijk op specifieke en relevante punten overeen met hetgeen zij kort nadat de politie ter plaatse is gekomen (naar aanleiding van de melding die haar moeder deed toen zij een filmpje van een buurman onder ogen had gekregen) aan de politie heeft verteld. Vervolgens heeft zij uitgebreider verklaard ten tijde van het informatieve gesprek zeden en nadien heeft er een uitgebreide, gedetailleerde getuigenverklaring plaatsgevonden. Daar komt bij dat de verklaring van [slachtoffer] steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van haar verklaring en acht deze op grond van bovenstaande bruikbaar voor het bewijs.

De ‘verklaring’ van [getuige 1] als te bezigen bewijsmiddel

De stelling van de verdediging dat de verklaring van [getuige 1] niet voor het bewijs gebezigd kan worden, nu zij de naam van verdachte niet noemt en het filmpje waarover zij verklaart niet meer beschikbaar is, zodat een en ander niet meer getoetst kan worden, passeert de rechtbank. Uit de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, volgt genoegzaam dat zij tijdens het telefoongesprek met de politie vertelt over ontuchtige handelingen die door verdachte zijn gepleegd. De rechtbank acht het proces-verbaal van bevindingen waarin hetgeen die [getuige 1] in een telefoongesprek met de politie heeft gezegd, bruikbaar voor het bewijs.

Ondersteuning verklaring [slachtoffer] in andere bewijsmiddelen

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Haar verklaring wordt ondersteund ten aanzien van de periode waarin de ontuchtige handelingen plaatsvonden, de aard van de ontuchtige handelingen en de wijze waarop verdachte daarbij te werk ging (namelijk vanuit zijn eigen tuin, hangend/buigend over het hekje dat de tuin scheidde van de tuin waarin [slachtoffer] steeds zat). Bovendien is er een filmpje waarop te zien is dat verdachte vanuit zijn tuin met gestrekte arm heen en weer gaande bewegingen maakte ter hoogte van de borst van [slachtoffer] die in de naastgelegen tuin zat.

Geloofwaardigheid verklaring verdachte

Verdachte, die het feit ten stelligste ontkent, heeft pas tijdens het onderzoek ter terechtzitting een verklaring afgelegd over hetgeen volgens hem op het filmpje (van 22 mei 2017) te zien zou zijn. Bij de politie wilde hij geen vragen beantwoorden over het filmpje en hij wilde ook niet zeggen of hij op dat filmpje te zien was. De verdachte heeft hierover ter zitting verklaard dat hij haar daarvoor een koekje had gegeven en dat zij hem vroeg haar te omhelzen voor het koekje dat zij had gekregen, waarop verdachte tegen haar zei dat zij moest blijven zitten. Hierbij zou verdachte haar misschien onbewust hebben aangeraakt bij de borst(en). De rechtbank acht deze verklaring, gelet op hetgeen de rechtbank ter zitting heeft waargenomen op het filmpje, niet geloofwaardig. De rechtbank gaat dan ook aan die verklaring van verdachte voorbij.

Conclusie ten aanzien van het tenlastegelegde

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierna onder 5 omschreven. De rechtbank acht echter niet bewezen dat die ontuchtige handelingen mede hebben bestaan uit het zich door die [slachtoffer] (op de kleding) lasten betasten van zijn kruis/schaamstreek, zodat verdachte van dat deel van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op meer tijdstippen in de periode van 17 mei 2015 tot en met 22 mei 2017 te Lelystad, met [slachtoffer] (geboren op [2003] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit (telkens):

- het (op de kleding) knijpen in en wrijven over de vagina van die [slachtoffer] en

- het (op de kleding) knijpen in en wrijven over de borsten van die [slachtoffer] en

- het kussen op de mond van die [slachtoffer] .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de ernst van het feit gewezen op de periode waarin het slachtoffer door verdachte werd betast. Door oplettende buurtbewoners is hieraan een einde gekomen. Het gebeurde bij haar eigen huis door de buurman, iemand die je normaliter zou moeten kunnen vertrouwen. Gelet op straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en gelet op de van toepassing zijnde richtlijnen, past hierbij een gevangenisstaf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Het slachtoffer wenst de verhuizing van verdachte. Zij wordt nog dagelijks geconfronteerd met de gevolgen en zal daar aan blootgesteld blijven als verdachte naast haar blijft wonen. Verdachte geeft bovendien geen openheid van zaken en wil niet werken aan het voorkomen van recidive. Daarin kan een herhalingsgevaar worden gezien. Verdachte heeft een huurwoning en met een urgentieverklaring kan worden getracht een nieuwe woning in Lelystad te vinden, zodat met bijzondere voorwaarden – een gebiedsverbod en een contactverbod met het slachtoffer – de verhuizing van verdachte kan worden bewerkstelligd. De op te leggen gevangenisstraf dient dan, gelet op het voorgaande, lager te zijn dan het hiervoor genoemde uitgangspunt.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden:

* een gebiedsverbod voor de straat De [straat] te [woonplaats] , inclusief de eigen

woning van verdachte;

* een contactverbod met het slachtoffer, [slachtoffer] .

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte 72 jaar oud is en dat hij COPD heeft. Hierdoor is hij kortademig, snel moe en moet hij veel hoesten. Daarnaast heeft hij diabetes en is hij mantelzorger voor zijn vrouw die ernstig ziek is. Zijn vrouw heeft last van haar nieren en haar hart en zij heeft kort geleden nog een operatie ondergaan. De verdediging heeft verzocht een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt. De raadsvrouw heeft verzocht niet over te gaan tot het opleggen van de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden. Inmiddels is er een jaar gepasseerd sinds de melding en is niet gebleken dat [slachtoffer] er last en hinder van ondervindt dat verdachte naast haar woont.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer twee jaren op diverse momenten ontuchtige handelingen gepleegd bij zijn buurmeisje. Zij was op het moment dat de ontuchtige handelingen van verdachte een aanvang hadden genomen pas elf jaar oud. Destijds zijn hierover anonieme meldingen binnengekomen bij Veilig Thuis, die dit vervolgens heeft gemeld bij de politie. Nader onderzoek heeft toen niet plaatsgevonden, om de politie moverende redenen. De ontuchtige handelingen zijn door blijven gaan en bestonden uit het (op de kleding) knijpen in en wrijven over de vagina van die [slachtoffer] en over de borsten van die [slachtoffer] en het kussen op de mond van die [slachtoffer] . Verdachte heeft daarmee op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder jong meisje recht op heeft, doorkruist.

Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staande Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 14 juni 2018, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld;

- het over verdachte uitgebrachte Reclasseringsadvies van 18 juli 2018 van Reclassering Nederland, RN Advies & Toezichtunit 3 Midden-Noord te Lelystad;

In haar rapport komt de reclassering tot de conclusie dat het recidiverisico niet kan worden ingeschat, omdat verdachte een ontkennende first-offender is. Op geen van de leefgebieden zijn problemen geconstateerd. Er is sprake van een aantal beschermende factoren, zoals een hechte band met zijn partner en kinderen, een positief sociaal netwerk, stabiele huisvesting en financiële stabiliteit.

De rechtbank heeft geen oriëntatiepunten voor straftoemeting voor het thans bewezenverklaarde feit. Gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde komt naar het oordeel van de rechtbank slechts een vrijheidsbenemende straf in aanmerking. De rechtbank heeft daarbij ook gekeken naar straffen die worden opgelegd in soortgelijke strafzaken. De rechtbank acht gelet daarop het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, onder meer ter voorkoming van recidive, passend en geboden. De rechtbank zal een hoger onvoorwaardelijk strafdeel opleggen dan door de officier van justitie is geëist, maar zal de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden, te koppelen aan een voorwaardelijk strafdeel, niet opleggen. Een bijzondere voorwaarde dient het gedrag van verdachte te betreffen. Als zodanig kunnen worden aangemerkt voorwaarden die strekken ter bevordering van goed levensgedrag van verdachte of die een gedraging betreffen waartoe hij uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht. Het opleggen van de gevorderde bijzondere voorwaarden brengt met zich dat verdachte moet verhuizen. Het recht van verdachte op bewegingsvrijheid wordt hierdoor naar het oordeel van de rechtbank in te ver gaande mate ingeperkt. Een verhuizing heeft een definitief karakter en grijpt diep in in het dagelijks leven van verdachte, maar ook in het persoonlijk leven van de mensen om hem heen, in het bijzonder dat van zijn vrouw. De bewegingsvrijheid wordt derhalve niet slechts voor een beperkte duur ingeperkt en betreft (feitelijk) ook niet alleen verdachte. Daar komt bij dat verdachte al op leeftijd is, dat zijn gezondheid verre van optimaal is, terwijl hij ook de zorg heeft over zijn zieke vrouw. De rechtbank neemt daarbij ook in ogenschouw dat er ongeveer een jaar verstreken is sinds het moment dat de ontuchtige handelingen aan het licht kwamen (en gestopt zijn), terwijl niet is gebleken dat zich nadien nog incidenten hebben voorgedaan.

Alles overwegende acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Weliswaar is verdachte reeds op leeftijd, maar gelet op de aard en ernst van de feiten en straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, kan niet worden volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de verdediging is verzocht.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en een bedrag van € 1.300,00 aan immateriële schade gevorderd, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadvrouw heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, gelet op de door haar bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van die vordering. Deze is bijvoorbeeld niet onderbouwd met een verklaring van een huisarts en/of een psycholoog.

9.3

Het standpunt van de benadeelde partij

De raadsvrouw van de benadeelde partij heeft gepersisteerd bij het ingediende verzoek tot schadevergoeding en heeft in aanvulling daarop nog het volgende aangevoerd. De benadeelde partij / het slachtoffer heeft er voor gekozen vandaag niet te verschijnen. Dat wat zij nu doormaakt, is vergelijkbaar met hetgeen slachtoffers in het algemeen doormaken wanneer hen zoiets is overkomen. Zorgelijk is dat zij er nu nog laconiek mee omgaat en de grootste schade die haar is aangedaan, nog moet komen. Zij is bovendien nog jong en kan zich niet goed verwoorden. De vordering is niet onderbouwd met een verklaring van een huisarts en/of een psycholoog, maar de aard en ernst van de feiten zijn op zichzelf al voldoende om aan te nemen dat de benadeelde partij schade heeft geleden. Het betreft bovendien een bescheiden vordering.

9.4

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 1.300,00 aan immateriële schade en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 mei 2015 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende is onderbouwd. In het verzoek tot schadevergoeding staat onder meer dat de geleden immateriële schade onder meer bestaat in het ernstig beschadigde vertrouwen van de benadeelde partij in de mensen om haar heen en met name het vertrouwen in volwassenen. Verdachte had door zijn hogere leeftijd een belangrijk overwicht op de benadeelde partij en heeft daarvan misbruik gemaakt. De benadeelde partij drukt zich niet makkelijk uit en wordt door haar moeder een binnenvetter genoemd. Zij laat slechts in gerichte mate aan de buitenwereld zien in hoeverre zij beschadigd is door het voorval. Naar het oordeel van de rechtbank past het gevorderde schadebedrag bij de gestelde en onderbouwde schade. De rechtbank is het eens met de raadsvrouw van de benadeelde partij dat dit slechts een bescheiden bedrag betreft, gelet op de aard en ernst van de feiten, zodat de schade op het gevorderde bedrag kan worden vastgesteld.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.300,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 mei 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 23 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 4 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.300,00;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2015 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat

€ 1.300,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 23 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.M.A. Sinnige, voorzitter, mrs. J. Mendlik en

P.K. Oosterling-van der Maarel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Laanstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 augustus 2018.

mr. Mendlik, voornoemd, is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 mei 2015 tot en met 22 mei 2017 te Lelystad, met [slachtoffer] (geboren op [2003] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit (telkens):

- het (op de kleding) knijpen in en/of wrijven over, althans betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- het (op de kleding) knijpen in en/of wrijven over, althans betasten van de borsten van die [slachtoffer] en/of

- het zich door die [slachtoffer] (op de kleding) lasten betasten van zijn kruis/schaamstreek en/of

- het kussen op de mond van die [slachtoffer] ;

art 247 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 21 augustus 2017, genummerd 2017174059 opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Zeden Flevoland, doorgenummerd 1 tot en met 111. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 14, alinea’s 3, 4 5 en 10.

3 Pagina 21.

4 Pagina 23.

5 Pagina’s 24 tot en met 26.

6 Pagina 26.

7 Pagina 28.

8 Pagina’s 28/29.

9 Pagina 30.

10 Pagina 37.

11 Pagina 8, de eerste zin onder ‘Informatie over het gesprek’.

12 Pagina 9, alinea 5.

13 Pagina 9, de op één na laatste alinea.

14 De eigen waarneming van de rechtbank, vastgelegd in het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 27 juli 2018.

15 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 27 juli 2018.

16 Pagina 61, alinea’s 4, 5, 6 en 8. Pagina 62, alinea 1.

17 Pagina 65, na de gegevens van de ‘betrokkene’: alinea 3.

18 Pagina 71, alinea 4.