Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3672

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
06-08-2018
Zaaknummer
16/660276-17
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling poging afpersing en mishandeling. Vrijspraak diefstal met geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/660276-17 + 16/005153-17 (tul) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juni 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte en diens raadsvrouw mr. M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1

primair:
op 30 november 2017 in Laren op de openbare weg heeft geprobeerd om [slachtoffer] af te persen;

subsidiair:
op 30 november 2017 in Laren [slachtoffer] heeft mishandeld;

feit 2
op 30 november 2017 te Laren, al dan niet samen met (een) ander(en), met geweld, op de openbare weg, een telefoon van [slachtoffer] heeft gestolen

en/of

op 30 november 2017 te Laren, al dan niet samen met (een) ander(en), [slachtoffer] heeft mishandeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat ten aanzien van feit 1 het geweld niet kan worden bewezen, waardoor er vrijspraak dient te volgen. Ook ten aanzien van feit 2 kan het geweldsaspect niet worden bewezen, waardoor slechts een kale diefstal van een telefoon overblijft.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1 primair

Bewijsmiddelen

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 30 november 2017 – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op donderdag 30 november 2017 zat ik bij de [locatie] in Laren. [voornaam van verdachte] kwam op mij aflopen. Hij pakte mij bij mijn jas beet en zei: “Je moet met mij meekomen en je moet nu betalen”. Op de hoek van de [locatie] hadden wij wat woorden. Hij gaf mij een klap met gebalde rechtervuist tegen mijn rechter schouderblad. 2 Toen zei hij dat ik mijn telefoon moest inleveren. Ik wilde mijn telefoon niet afgeven. 3

Verklaring van verdachte, afgelegd op 30 december 2017 bij de rechter-commissaris – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik sprak [A] aan omdat hij mij nog geld moest betalen. Ik heb hem alleen opgetild bij zijn arm omdat hij in eerste instantie niet mee wilde gaan. Ik heb hem dus een soort meegetrokken. Ik heb hem toen ook een duw gegeven. U vraagt mij of ik gezegd heb ‘je moet meekomen, je moet mij nu betalen’? Ja. 4

Feit 2

Bewijsmiddelen

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 30 november 2017 – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op donderdag 30 november 2017 zat ik bij de [locatie] in Laren. 5 [voornaam van verdachte] zei dat wij gingen wachten op zijn matties, die zouden met de auto komen. Hij belde met zijn telefoon naar zijn vrienden. Ik rende naar [naam restaurant] omdat daar meer mensen aanwezig waren en [voornaam van verdachte] rende achter mij aan. Op hetzelfde moment kwam een witte auto aanrijden. [voornaam van medeverdachte] stapte uit deze auto. Ik werd voor het restaurant [naam restaurant] vastgehouden door [voornaam van medeverdachte] . [voornaam van verdachte] en [voornaam van medeverdachte] hebben mij heen en weer gesleept voor [naam restaurant] aan mijn armen en mijn jas. Tijdens het trekken en duwen greep [voornaam van verdachte] in mijn jaszak. [voornaam van verdachte] pakte uit mijn voorzak een iPhone 6. [voornaam van verdachte] nam deze telefoon mee. 6

Een proces-verbaal van bevindingen van 29 december 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik, verbalisant, heb de videobeelden bekeken van de camera direct gesitueerd bij de ingang van restaurant [naam restaurant] . Op de beelden is te zien dat aangever wordt beetgepakt door de jongen die achter hem aan kwam rennen. Vervolgens is te zien dat dat er een witte Ford Fiesta aan komt rijden en de tweede verdachte uitstapt aan de bijrijderskant en dat hij ook naar aangever loopt. Vervolgens is op de beelden te zien dat de tweede verdachte bij de aangever een nekklem aanlegt en dat aangever door beide verdachten hardhandig meegesleurd wordt in de richting van de witte Ford Fiesta. 7

Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 28 december 2017 – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik belde [voornaam van verdachte] en hoorde van hem dat hij bij [naam restaurant] was. Wij gingen daar heen en toen zag ik dat hij ruzie had met een jongen. Ik pakte deze jongen ook vast want ik ging hem helpen. 8

Ik pakte hem volgens mij met mijn linkerarm om zijn hoofd of nek vast. Wij hadden hem beiden vast en gingen heen en weer tussen de deur van het restaurant en de auto. 9

Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 juni 2018 – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik heb de telefoon gepakt en ben weggelopen. Dat was niet netjes, want ik steel iets wat niet van mij is. 10

Bewijsoverweging met betrekking tot feit 2

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat er door verdachte en de medeverdachte geweld is uitgeoefend tegen aangever en dat de telefoon van aangever door verdachte is gestolen. De rechtbank acht echter niet wettig en overtuigend bewezen dat het oogmerk van het door verdachte en de medeverdachte gepleegde geweld gericht was op het voorbereiden of gemakkelijker maken van de diefstal, noch om de vlucht mogelijk te maken of het bezit van het gestolene te verzekeren. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van diefstal met geweld.

Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting maakt de rechtbank op dat de medeverdachte niet eerder op de hoogte was van de diefstal van de telefoon dan nadat verdachte en de medeverdachte de plaats delict al hadden verlaten. De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat de diefstal van de telefoon in vereniging is gepleegd en zal verdachte van dat onderdeel vrijspreken.

Dit ligt anders ten aanzien van de mishandeling. De omstandigheden dat verdachte eerst telefonisch contact heeft met de medeverdachte, waarna de medeverdachte met de auto naar verdachte is toegekomen in combinatie met de daarop volgende geweldshandelingen die door beide verdachten samen richting aangever zijn gepleegd, maken dat de rechtbank van oordeel is dat ten aanzien van de mishandeling sprake is van een zo nauwe en bewuste samenwerking dat van medeplegen kan worden gesproken.

De rechtbank acht echter niet wettig en overtuigend bewezen dat door verdachte of de medeverdachte vuistslagen tegen de slaap zijn gegeven. Ondanks dat de getuigen verklaren klappen te hebben gezien, is dit niet terug te zien op de camerabeelden. Verdachte zal daarom ten aanzien van het eerste gedachtestreepje van het tweede alternatief worden vrijgesproken.

De rechtbank is wel van oordeel dat verdachte door de bewezenverklaarde handelingen in onderlinge samenhang bezien bij aangever pijn hebben veroorzaakt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de telefoon van aangever heeft gestolen en dat verdachte samen met de medeverdachte aangever heeft mishandeld.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1 primair:

op 30 november 2017 te Laren, op of aan de openbare weg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag en een mobiele telefoon toebehorende aan die [slachtoffer] ,
- naar die [slachtoffer] toe is gelopen en
- die [slachtoffer] bij zijn jas heeft vastgepakt en
- (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: “Je moet met mij meekomen en je moet nu betalen” en
- die [slachtoffer] met gebalde vuist heeft geslagen tegen de schouder en
- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat deze [slachtoffer] zijn telefoon moet inleveren,
zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

feit 2

op 30 november 2017 te Laren met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (iPhone 6) toebehorende aan [slachtoffer]

en

op 30 november 2017 te Laren tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer]
- meermalen tegen zijn lichaam te duwen en
- meermalen, althans éénmaal, aan zijn jas en aan zijn armen en om zijn nek/hals en/of aan zijn lichaam vast te pakken en te trekken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder feit 1 primair en feit 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1: poging tot afpersing;

feit 2: diefstal en medeplegen van mishandeling.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met het voornemen van verdachte om zijn opleiding af te maken en de hoeveelheid uren die verdachte werkt. Daarom heeft de verdediging verzocht om het reclasseringsadvies te volgen en een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft geprobeerd om bij aangever een vermeende schuld te innen door aangever te dwingen een geldbedrag te betalen en zijn mobiele telefoon in te leveren. Toen dit niet lukte omdat aangever vluchtte, is verdachte achter aangever aangegaan en heeft verdachte de telefoon van aangever gestolen en aangever samen met de medeverdachte mishandeld. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, diefstal en medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft hiermee niet alleen laten zien dat hij geen respect heeft voor andermans eigendom en lichamelijke integriteit, maar ook gevoelens van onveiligheid in de maatschappij versterkt. Bovendien heeft verdachte voor eigen rechter gespeeld.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van 20 april 2018, opgesteld door [B] . Hieruit blijkt dat het reclasseringstoezicht in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis wisselend is verlopen. Verdachte laat een sociaal wenselijk beeld van zichzelf zien. Daarnaast heeft de reclassering de indruk dat verdachte het delict van de verdenking bagatelliseert en het reclasseringstoezicht daardoor niet voldoende serieus neemt. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met algemene voorwaarden.

Uit het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 22 mei 2018 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor mishandeling(en) en een diefstal tot een forse voorwaardelijke taakstraf. Dit heeft verdachte er echter niet van weerhouden om wederom strafbare feiten te plegen.

Ondanks het bovenstaande is verdachte nog een jonge man die nog alle mogelijkheden heeft om zijn leven ten positieve te keren. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de plannen van verdachte voor zijn toekomst als het aankomt op opleiding en werk doorkruizen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte nog een laatste kans moet krijgen om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te ontlopen en zal om die reden geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen zoals door de officier van justitie gevorderd.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een forse taakstraf passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank als stok achter de deur ter voorkoming van recidive een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen meteen proeftijd van twee jaren . De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht zal van de taakstraf worden afgetrokken in overeenstemming met artikel 27 Wetboek van Strafvordering, waarbij één dag voorlopige hechtenis wordt gewaardeerd op twee uren taakstraf.

9 VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij vonnis van de Kinderrechter in de Rechtbank Midden-Nederland van 23 mei 2017 (parketnummer 16/005153-17) is verdachte een taakstraf van 60 uren voorwaardelijk opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 47, 57, 300, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder feit 1 primair en feit 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder feit 1 primair en feit 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummers 16/005153-17

- wijst de vordering toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van de door de Kinderrechter in de Rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 23 mei 2017 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. Oosterling-Van der Maarel, voorzitter,

mr. V.M.A. Sinnige en mr. V.C. Kool, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Lootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juli 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 30 november 2017 te Laren, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten de [straatnaam] , ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een

geldbedrag en/of een mobiele telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte,

- naar die [slachtoffer] toe is gelopen en/of

- die [slachtoffer] bij zijn jas heeft vastgepakt en/of

- ( daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Je moet met mij meekomen en

je moet nu betalen" en/of

- die [slachtoffer] met gebalde vuist heeft geslagen en/of gestompt op/tegen

de/het schouder(blad), althans het lichaam en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat deze [slachtoffer] zijn telefoon moet

inleveren,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid

Subsidiair

hij op of omstreeks 30 november 2017 te Laren, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, opzettelijk mishandelend [slachtoffer] met gebalde vuist

heeft geslagen en/of gestompt op/tegen de/het schouder(blad), althans het

lichaam;

2.

A.

hij op of omstreeks 30 november 2017 te Laren, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten de [straatnaam] , tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (iPhone 6),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, met gebalde vuist heeft/hebben

geslagen en/of gestompt op/tegen de sla(a)p(en), althans het hoofd en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, aan zijn jas en/of aan zijn

arm(en) en/of om zijn nek/hals en/of aan zijn lichaam heeft/hebben vastgepakt

en/of vastgehouden en/of getrokken en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, heeft/hebben geduwd op/tegen

zijn lichaam;

en/of

B.

hij op of omstreeks 30 november 2017 te Laren tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door die

[slachtoffer]

- meermalen, althans éénmaal, met gebalde vuist te slaan en/of stompen

op/tegen de sla(a)p(en), althans het hoofd en/of

- meermalen, althans éénmaal, op/tegen zijn lichaam te duwen en/of

- meermalen, althans éénmaal, aan zijn jas en/of aan zijn arm(en) en/of aan/om

zijn nek/hals en/of aan zijn lichaam vast te pakken en/of te trekken;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 december 2017, genummerd PL0900-2017363080, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 71. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina 8.

3 Proces-verbaal van aangifte, pagina 9.

4 Verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris op 30 december 2017, eerste bladzijde.

5 Proces-verbaal van aangifte, pagina 8.

6 Proces-verbaal van aangifte, pagina 9.

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 40.

8 Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , pagina 65.

9 Een proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] , pagina 66.

10 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 juni 2018.