Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3671

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
06-08-2018
Zaaknummer
16/659182-18
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak diefstal met geweld en veroordeling voor mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/659182-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juni 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

(A)
op 30 november 2017 te Laren, al dan niet samen met (een) ander(en), met geweld, op de openbare weg, een telefoon van [slachtoffer] heeft gestolen


en/of


(B)
op 30 november 2017 te Laren, al dan niet samen met (een) ander(en), [slachtoffer] heeft mishandeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het medeplegen van mishandeling wettig en overtuigend te bewijzen. Diefstal van de telefoon acht de officier van justitie daarentegen niet wettig en overtuigend te bewijzen, omdat bij verdachte opzet op het stelen van de telefoon ontbrak.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend betrokken te zijn bij de diefstal van de telefoon. De medeverdachte heeft pas achteraf aan verdachte verteld dat hij de telefoon van aangever heeft gestolen. Ten aanzien van de mishandeling heeft verdachte ter terechtzitting ontkend dat hij aangever in een nekklem heeft gehouden. Verdachte heeft aangever alleen bij de jas vastgepakt en drie keer heen en weer getrokken. Daarna heeft hij hem losgelaten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 30 november 2017 – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Op donderdag 30 november 2017 zat ik bij de [locatie] in Laren. 2 [voornaam van medeverdachte] zei dat wij gingen wachten op zijn matties, die zouden met de auto komen. Hij belde met zijn telefoon naar zijn vrienden. Ik rende naar [naam restaurant] omdat daar meer mensen aanwezig waren en [voornaam van medeverdachte] rende achter mij aan. Op hetzelfde moment kwam een witte auto aanrijden. [voornaam van verdachte] stapte uit deze auto. Ik werd voor het restaurant [naam restaurant] vastgehouden door [voornaam van verdachte] . [voornaam van medeverdachte] en [voornaam van verdachte] hebben mij heen en weer gesleept voor [naam restaurant] aan mijn armen en mijn jas. 3

Een proces-verbaal van bevindingen van 29 december 2017, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik, verbalisant, heb de videobeelden bekeken van de camera direct gesitueerd bij de ingang van restaurant [naam restaurant] . Op de beelden is te zien dat aangever wordt beetgepakt door de jongen die achter hem aan kwam rennen. Vervolgens is te zien dat dat er een witte Ford Fiesta aan komt rijden en de tweede verdachte uitstapt aan de bijrijderskant en dat hij ook naar aangever loopt. Vervolgens is op de beelden te zien dat de tweede verdachte bij de aangever een nekklem aanlegt en dat aangever door beide verdachten hardhandig meegesleurd wordt in de richting van de witte Ford Fiesta. 4

Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 december 2017 – zakelijk weergegeven – inhoudende:

Ik belde [voornaam van medeverdachte] en hoorde van hem dat hij bij [naam restaurant] was. Wij gingen daar heen en toen zag ik dat hij ruzie had met een jongen. Ik pakte deze jongen ook vast want ik ging hem helpen. 5 Ik pakte hem volgens mij met mijn linkerarm om zijn hoofd of nek vast. Wij hadden hem beiden vast en gingen heen en weer tussen de deur van het restaurant en de auto. 6

Vrijspraak diefstal

Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat verdachte pas achteraf te weten is gekomen dat de medeverdachte de telefoon van aangever had gestolen. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de telefoon en zal verdachte vrijspreken ten aanzien van de onder A tenlastegelegde diefstal van de telefoon.

Bewijsoverweging mishandeling

De omstandigheden dat de medeverdachte eerst telefonisch contact heeft met verdachte, waarna verdachte met de auto naar de medeverdachte is toegegaan in combinatie met de daarop volgende geweldshandelingen die door beide verdachten samen richting aangever zijn gepleegd, maken dat de rechtbank van oordeel is dat ten aanzien van de mishandeling sprake is van een zo nauwe en bewuste samenwerking dat van medeplegen kan worden gesproken.

De rechtbank acht echter niet wettig en overtuigend bewezen dat door verdachte of de medeverdachte vuistslagen tegen de slaap van aangever zijn gegeven. Ondanks dat de getuigen verklaren klappen te hebben gezien, is dit niet terug te zien op de camerabeelden. Verdachte zal daarom ten aanzien van het eerste gedachtestreepje van het tweede alternatief worden vrijgesproken.

De rechtbank is wel van oordeel dat verdachte door de bewezenverklaarde handelingen in onderlinge samenhang bezien bij aangever pijn hebben veroorzaakt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met de medeverdachte aangever heeft mishandeld.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 30 november 2017 te Laren tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer]
- meermalen tegen zijn lichaam te duwen en
- meermalen, althans éénmaal, aan zijn jas en aan zijn armen en om zijn nek/hals en/of aan zijn lichaam vast te pakken en te trekken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

medeplegen van mishandeling.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 100 uren en een gevangenisstraf van 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ten aanzien van de strafmaat niets aangevoerd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mishandeling. Verdachte heeft telefonisch contact gehad met de medeverdachte, is naar die medeverdachte toe gegaan en heeft samen met hem aangever mishandeld. Hiermee heeft verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever, maar ook gevoelens van onveiligheid in de maatschappij versterkt.

De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 22 mei 2018. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld. Verdachte heeft ter terechtzitting oprecht zijn spijt betuigd en laten zien dat hij geleerd heeft van de situatie.

Daarbij komt dat de rechtbank minder bewezen verklaard dan waar de officier van justitie in haar vordering rekening mee heeft gehouden. De rechtbank zal daarom een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 40 uren passend en geboden is. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast nog een voorwaardelijke straf op te leggen.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 22c, 22d, 47 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder het eerste alternatief (A) ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder het tweede alternatief (B) ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder het tweede alternatief meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder het tweede alternatief (B) ten laste gelegde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 20 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. Oosterling-van der Maarel, voorzitter,
mr. V.M.A. Sinnige en mr. V.C. Kool, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Lootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juli 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

A.

hij op of omstreeks 30 november 2017 te Laren, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op of aan de openbare weg, te weten de [straatnaam] , tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (iPhone 6),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s)

van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, met gebalde vuist heeft/hebben

geslagen en/of gestompt op/tegen de sla(a)p(en), althans het hoofd en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, aan zijn jas en/of aan zijn

arm(en) en/of om zijn nek/hals en/of aan zijn lichaam heeft/hebben vastgepakt

en/of vastgehouden en/of getrokken en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, heeft/hebben geduwd op/tegen

zijn lichaam;

en/of

B.

hij op of omstreeks 30 november 2017 te Laren tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door die

[slachtoffer]

- meermalen, althans éénmaal, met gebalde vuist te slaan en/of stompen

op/tegen de sla(a)p(en), althans het hoofd en/of

- meermalen, althans éénmaal, op/tegen zijn lichaam te duwen en/of

- meermalen, althans éénmaal, aan zijn jas en/of aan zijn arm(en) en/of aan/om

zijn nek/hals en/of aan zijn lichaam vast te pakken en/of te trekken;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 december 2017, genummerd PL0900-2017363080, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 71. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina 8.

3 Proces-verbaal van aangifte, pagina 9.

4 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 40.

5 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 65.

6 Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 66.