Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3670

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
16-08-2018
Zaaknummer
C/16/455825 / HA ZA 18-28
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Schadestaatprocedure. Stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/455825 / HA ZA 18-28

Vonnis van 8 augustus 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonend in [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. I.L. Ortelee in Houten,

tegen

[gedaagde] ,

voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. E.A.L. van Emden in Den Haag.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de schadestaat van [eiseres] en het exploot van betekening;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Deze zaak gaat kort gezegd over het volgende. [gedaagde] heeft van 2008 tot eind 2013 tegen betaling het inkomen van [eiseres] beheerd. In 2010 heeft [eiseres] een grote nabetaling van haar Wajong-uitkering gekregen. Ondanks die nabetaling en ondanks het budgetbeheer waren er in 2013 nog steeds, of weer, schulden.

2.2.

In een arrest van 30 augustus 2016 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de door [eiseres] geleden schade ten gevolge van fouten die [gedaagde] als budgetbeheerder van [eiseres] gemaakt heeft, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. De onrechtmatigheid bestond volgens het hof (in een tussenarrest van 15 maart 2016) uit het volgende. [gedaagde] had geen budgetplan gemaakt dat kon dienen als sturingsmechanisme, om te voorkomen dat [eiseres] meer uitgaf dan verantwoord. [gedaagde] heeft [eiseres] wel gewaarschuwd dat haar reserves opraakten, maar niet voor ‘de onbalans die zich tussen de inkomsten en uitgaven sinds 2011 aan het voltrekken was’, dat wil zeggen: dat zij veel meer uitgaf dan er binnenkwam. [gedaagde] heeft tenslotte nagelaten om het budgetbeheer (dat niet effectief was om [eiseres] te behoeden voor financiële problemen) te beëindigen of om voor haar een beschermingsbewind aan te vragen.

2.3.

In deze schadestaatprocedure gaat het alleen nog om de omvang van de schade. Alles wat partijen nog hebben aangevoerd over fouten van [gedaagde] , slaat op de grondslag van de aansprakelijkheid; daarover is in de hoofdzaak al beslist. Wat wel nog aan de orde is, is de vraag op welk moment [gedaagde] [eiseres] had moeten waarschuwen dat zij meer uitgaf dan er binnenkwam. Dat heeft namelijk invloed op de omvang van de schade. Schade die voor dat moment ontstaan is, zou ook ontstaan zijn als [gedaagde] (op dat moment) wel juist gehandeld had, en is dus niet veroorzaakt door zijn nalatigheid. Het hof heeft in zijn tussenarrest die vraag aan de orde gesteld, en [eiseres] de gelegenheid gegeven om zich daarover uit te laten. Mr. Ortelee heeft daarop hoofdzakelijk eerdere stellingen herhaald, maar is niet ingegaan op de vragen van het hof. Het hof kon daarom de omvang van de schade niet vaststellen; dat is de reden waarom de zaak naar de schadestaatprocedure verwezen is.

2.4.

Ook hier heeft mr. Ortelee zich beperkt tot een lijst schadeposten met stukken, maar is zij niet ingegaan op de door het hof gestelde vraag. Zelfs bij repliek, nadat [gedaagde] op dit punt gewezen had, heeft zij hierover niets gezegd, behalve:

(…) met het specificeren van de geleden schade in een schadestaat is voldaan aan de informatieplicht opgelegd door het Hof in haar eindarrest.

Dat heeft zij dus verkeerd gezien. Door niet in te gaan op het moment waarop [gedaagde] had moeten waarschuwen, en waarop dus de fout gemaakt is, maakt zij het onmogelijk om de omvang van de schade te beoordelen. De stellingen van [eiseres] kunnen in deze stand, met de onderbouwing die mr. Ortelee tot nu toe heeft gegeven, dus hoe dan ook niet leiden tot toewijzing van de vordering.

2.5.

Omdat [eiseres] hierdoor onevenredig gedupeerd zou worden, zal de rechtbank haar één laatste kans geven. Daarvoor zal een zitting bepaald worden. Voorafgaand aan die zitting zal [eiseres] alsnog schriftelijk moeten ingaan op de door het Hof opengelaten vragen:

  • -

    op welk moment [gedaagde] tot de conclusie had moeten komen dat [eiseres] structureel teveel uitgaf, en haar had moeten waarschuwen voor de consequenties daarvan;

  • -

    op welk moment [gedaagde] had moeten concluderen dat het budgetbeheer niet tot het gewenste resultaat kon leiden en andere maatregelen had moeten treffen;

  • -

    op welke manier de schade (per post) veroorzaakt is door die fouten (waarbij rekening wordt gehouden met het tijdstip van die fout);

  • -

    met een concrete onderbouwing van het bedrag van iedere schadepost.

Op de zitting zal zeker ook aan de orde komen in welke mate de schade mogelijk ook veroorzaakt is door eigen schuld van [eiseres] . Ook daarop zal [eiseres] dus vast moeten ingaan.

2.6.

Wanneer [eiseres] haar stellingen op deze punten onvoldoende onderbouwt, zal de vordering verder zonder meer worden afgewezen.

2.7.

Met het ongemak dat deze gang van zaken voor [gedaagde] veroorzaakt, zal in de proceskostenbeoordeling rekening gehouden worden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, op de zitting van mr. A.S. Penders in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op een nader te bepalen datum;

3.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 augustus 2018 voor het opgeven van verhinderdagen op de maandagen, dinsdagen, woensdagen en donderdagen in de maanden oktober 2018 tot en met januari 2019, waarna de rechtbank een zitting zal bepalen;

3.3.

bepaalt dat [eiseres] uiterlijk twee weken voor de zitting aan de rechtbank en de wederpartij een akte moet toesturen met de hierboven (in 2.5) omschreven informatie;

3.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Penders en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2018.1

1 type: nig (4123) coll: ASP (4213)