Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3663

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
02-08-2018
Zaaknummer
16/652228-18 en 16/189707-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door met een scherp potlood te steken in de richting van het gezicht van een medewerker van de instelling waar hij verbleef. In de periode dat dit gebeurde ging het psychisch niet goed met de verdachte en hij zat in de instelling wellicht niet op de juiste plek. Maar de man had zijn frustraties niet op deze manier mogen afreageren. Medewerkers van behandelinstellingen dienen te kunnen werken in een veilige omgeving.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het rapport van de reclassering. Daaruit blijkt dat er sprake is van ernstige, complexe problematiek die te verklaren is door zijn belaste voorgeschiedenis.

De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 84 dagen, waarvan 70 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast worden hem bijzondere voorwaarden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/652228-18 en 16/189707-17 (vordering TUL) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 augustus 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],

verblijvende te [GGZ-instelling],

[adresgegevens].

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J. van Luijn en van hetgeen verdachte en mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: op 23 februari 2018 te Amersfoort heeft geprobeerd [aangever] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een scherp potlood in de richting van het gezicht van [aangever] te slaan/steken;

subsidiair: op 23 februari 2018 te Amersfoort [aangever] heeft bedreigd door met een scherp potlood in de richting van het gezicht van [aangever] te slaan/steken.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde, omdat de verklaringen van de getuigen bij dit incident teveel uiteen lopen en daarom niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een poging tot zware mishandeling.

De raadsman heeft zich gerefereerd met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde feit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen.1

[aangever] heeft verklaard dat hij op 23 februari 2018 werkzaam was op de [afdeling] van de [instelling] in [vestigingsplaats].2 [aangever] zag dat [verdachte] een potlood pakte met een scherpe punt. Hij zag dat [verdachte] het potlood in zijn hand hield en zijn arm omhoog hield. [verdachte] hield het potlood naast zijn hoofd in zijn tot vuist gebalde hand met de punt in de richting van [aangever]. [aangever] stond op dat moment neus aan neus met [verdachte]. Vervolgens zag [aangever] dat [verdachte] met opgeheven hand, met daarin het potlood, uithaalde in de richting van zijn gezicht. Hij zag dat het potlood zijn hoofd op een haar na miste.3

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 23 februari 2018 zag dat [verdachte] boos werd en een potlood pakte. Hij zag dat hij met het potlood uithaalde richting de mannelijke medewerker. [verdachte] raakte de medewerker niet, maar de medewerker moest het potlood wel ontwijken.4

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [aangever] op zijn kamer is gekomen en dat hij, verdachte, een potlood heeft gepakt.5

Bewijsoverweging

Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Uit de verklaringen van [aangever] en [getuige] blijkt dat verdachte en [aangever] zeer dicht bij elkaar stonden op het moment dat verdachte met opgeheven hand met het potlood uithaalde in de richting van het gezicht van [aangever]. Het potlood dat een scherpe punt had- raakte hem uiteindelijk net niet, omdat hij de aanval kon ontwijken.

Verdachte heeft, door het uithalen met een scherp potlood in de richting van het gezicht van [aangever], het voorwaardelijk opzet gehad dat [aangever] hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een kwetsbaar onderdeel van het lichaam is. Door met een scherp voorwerp richting het hoofd te steken heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou kunnen ontstaan.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

(primair)

op 23 februari 2018 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met een potlood met scherpe punt, met de punt naar voren gericht een stekende/slaande beweging heeft gemaakt in de richting van het gezicht/hoofd van die [aangever], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

primair: poging tot zware mishandeling.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 84 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 70 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandelverplichting, meewerken aan opname in een instelling voor beschermd wonen en aansluitend begeleid wonen en een drugs- en alcoholverbod.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 15 dagen, waarvan 1 dag voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf/maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling door met scherp potlood te steken in de richting van het gezicht van een medewerker van de instelling waar hij verbleef. De rechtbank onderkent dat het in de periode waarin dit feit plaatsvond psychisch niet goed ging met verdachte en hij wellicht niet op de juiste plek zat. Verdachte had echter zijn frustraties niet op deze manier mogen afreageren. Medewerkers van behandelinstellingen dienen te kunnen werken in een veilige omgeving.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat hij in december 2017 is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheid dat verdachte recent is veroordeeld voor een soortgelijk feit kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan met een (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

De rechtbank heeft gelet op het rapport van de reclassering van 11 juli 2018. De reclassering constateert dat verdachte problemen heeft op vrijwel alle leefgebieden. Uit klinische observaties blijkt dat sprake is van ernstige, complexe problematiek die te verklaren is door zijn belaste voorgeschiedenis, waarbij mogelijk sprake is van forse hechtingsproblematiek en traumatisering. Tijdens de klinische opname is gebleken dat wonen op een klinische afdeling voor verdachte zo spanningsvol is dat verdachte weinig kan profiteren van de behandeling en begeleiding. Daarom wordt geadviseerd verdachte te laten opnemen in een kleinschalige beschermde woonvorm (RIBW). Daarnaast worden als bijzondere voorwaarden geadviseerd: een meldplicht, een ambulante behandelverplichting (met zo nodig een kortdurende klinische opname van maximaal zeven weken) en een drugsverbod. Het advies ten aanzien van de woonvorm is opgenomen onder de kop “opname in een instelling voor begeleid wonen (…)”. Ter terechtzitting is besproken dat het bij verdachte zou gaan om beschermd wonen.

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat verdachte gebaat is bij de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. Voor verdachte is van belang dat hij in een rustige en gestructureerde setting kan werken aan zijn problematiek.

Alles afwegend zal de rechtbank de officier van justitie volgen in haar eis en aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 84 dagen, waarvan 70 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

9 VORDERING TENUITVOERLEGGING

De officier van justitie en de raadsman hebben gevorderd de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.

De rechtbank is eveneens van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen. Het is van groot belang dat verdachte de komende tijd binnen een veilige en stabiele omgeving kan functioneren en wordt behandeld. De bijzondere voorwaarden zoals die in deze zaak zullen worden opgelegd zijn daarvoor essentieel. Toewijzing van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf kan deze behandeling nadelig doorkruisen, nog afgezien van het feit dat het uitvoeren van een werkstraf -gezien de psychische problematiek van verdachte- op dit moment niet haalbaar lijkt.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 63, 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 84 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 70 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen een dag volgend op het onherroepelijk worden van dit vonnis tussen 13.00 en 16.30 uur meldt bij Reclassering Nederland (Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht, telefoonnummer: 088-8041101), en zich vervolgens zal blijven melden zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

* mee zal werken aan diagnostiek en ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven. Veroordeelde wordt verplicht tot een korte klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken, als de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

* zal verblijven, zodra het zorgaanbod beschikbaar is, in een instelling voor beschermd wonen (RIBW of soortgelijke instelling), zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die in het kader van het verblijf aan verdachte zullen worden gegeven en aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich zal onthouden van het gebruik van hard- en softdrugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/189707-17

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W.V. van Duursen, voorzitter, mrs. A.C. van den Boogaard en Y.N.M. Rijlaarsdam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 augustus 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 23 februari 2018 te Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen,

met een potlood met scherpe punt, althans een scherp en puntig voorwerp, met

de punt naar voren gericht één of meerdere stekende/slaande bewegingen heeft

gemaakt in de richting van het gezicht/hoofd van die [aangever],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 23 februari 2018 te Amersfoort, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door met een potlood

met scherpe punt, althans een scherp en puntig voorwerp, met de punt naar

voren gericht één of meerdere stekende/slaande bewegingen te maken in de

richting van het gezicht/hoofd van die [aangever];

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 24 februari 2018, genummerd PL0900 2018054093, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 32. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [aangever] van 23 februari 2018, pagina 20.

3 Het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [aangever] van 23 februari 2018, pagina 21.

4 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 23 februari 2018, pagina 25.

5 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 juli 2018.