Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3620

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-07-2018
Datum publicatie
10-08-2018
Zaaknummer
C/16/463700 / JE RK 18-1370
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toepassing van het ventielartikel 6.2.2 lid 2 Jeugdwet ter voorkoming van een buitenregionale plaatsing in het geval van een verleende machtiging gesloten jeugdhulp, totdat er een plek is binnen de regio.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

zaakgegevens: C/16/463700 / JE RK 18-1370

datum uitspraak: 20 juli 2018

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

Samen Veilig Midden-Nederland, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[A] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[B] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 5 juli 2018, ingekomen bij de griffie op 12 juli 2018,

- de verklaring d.d. 17 juli 2018 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder,

- de instemmende verklaring d.d. 19 juli 2018 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 20 juli 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [voornaam van minderjarige] , bijgestaan door mr. N. Dorrestein,

- de moeder,

- de vader,
- mevrouw [C] , namens de GI.

Aan mevrouw H.B. Bounaija is als tolk van de ouders bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam van minderjarige] verblijft in het kader van voorlopige hechtenis in de justitiële jeugdinrichting [verblijfplaats] . De meervoudige kamer heeft de strafzaak aangehouden in afwachting van de beslissing op dit verzoek.

Bij beschikking van 5 december 2017 is [voornaam van minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 december 2018.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [voornaam van minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens [voornaam van minderjarige] is ter zitting naar voren gebracht dat [voornaam van minderjarige] het liefste naar huis wil.

[voornaam van minderjarige] heeft geleerd van zijn fouten en wil graag aan een betere toekomst met dagbesteding

werken. Indien een gesloten plaatsing toch noodzakelijk is, dan wil [voornaam van minderjarige] graag in de

[naam instelling] worden geplaatst, omdat zijn ouders hem dan kunnen bezoeken. Mocht er bij de

[naam instelling] geen plek zijn, dan wordt namens [voornaam van minderjarige] verzocht een plek bij de [naam instelling] af

te wachten in de justitiële jeugdinrichting [verblijfplaats] .

De GI heeft ter zitting naar voren gebracht dat [voornaam van minderjarige] binnen de gesloten inrichting de

behandeling krijgt die hij nodig heeft. Daar krijgt hij de nodige structuur en duidelijkheid en

kan [voornaam van minderjarige] leren wanneer hij nee moet zeggen, voor zichzelf kan opkomen en gezag moet

accepteren. Daarnaast kan [voornaam van minderjarige] in de gesloten setting weer een opleiding beginnen.

Momenteel is er nog geen plek is op de [naam instelling] . Als daar niet binnen drie dagen een plek vrijkomt, zal er een buitenregionale plaatsing volgen. De GI gaat ermee akkoord als [voornaam van minderjarige] liever een plek bij de [naam instelling] wil afwachten in de justitiële jeugdinrichting

[verblijfplaats] .

De ouders hebben ter zitting naar voren gebracht dat de situatie voor hen erg moeilijk is en leidt tot veel emoties. De ouders gaan akkoord met de uitspraak van de kinderrechter.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter overweegt als volgt. [voornaam van minderjarige] is zelfbepalend, gaat zijn eigen gang en houdt zich niet aan de afspraken en regels met hulpverlening of autoriteiten. Er zijn zorgen over [voornaam van minderjarige] betreffende zijn thuissituatie, zijn schoolgang en dagbesteding. In de thuissituatie bepaalt [voornaam van minderjarige] zelf waar hij verblijft en met wie. De ouders hebben hier geen zicht op, hebben geen grip op [voornaam van minderjarige] en weten niet meer hoe zij hem kunnen begeleiden en ondersteunen. Ondanks de begeleiding vanuit de ITB-Harde Kern, de inzet van elektronisch toezicht en een voorwaardelijk strafdeel, is het [voornaam van minderjarige] niet gelukt om zelfstandig de verstandige keuzes te maken. [voornaam van minderjarige] is door schoolverzuim en gedragsproblemen vastgelopen in zijn schoolgang. Daarnaast heeft [voornaam van minderjarige] geen vrijetijdsbesteding. [voornaam van minderjarige] wordt verdacht van meerdere delicten en is momenteel gedetineerd in de justitiële jeugdinrichting [verblijfplaats] . Er zijn zorgen over zijn vriendenkeuzes. Door de beïnvloedbaarheid van [voornaam van minderjarige] zal dat ertoe leiden dat hij in situaties komt die niet goed voor hem zijn. Met de gesloten plaatsing kan verdere diagnostiek en behandeling plaatsvinden.

De kinderrechter zal gebruik maken van de zogeheten ventielbepaling (art. 6.2.2 lid 2 Jeugdwet). Op grond van dit artikel kan de kinderrechter bepalen dat de gesloten machtiging voor een jeugdige die op het tijdstip waarop de machtiging wordt verleend op basis van een veroordeling is opgenomen in een justitiële jeugdinrichting, in die justitiële jeugdinrichting ten uitvoer wordt gelegd. Toepassing geschiedt slechts met instemming van de jeugdige of indien deze de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, met instemming van de jeugdige en degene die het gezag over hem heeft. Daarnaast geldt de voorwaarde dat de tenuitvoerlegging in een justitiële jeugdinrichting slechts geschiedt voor de termijn die nodig is om een behandeling of opleiding af te ronden.

[voornaam van minderjarige] is zeventien jaar oud en de behandeling in ieder geval door het bieden van structuur in de justitiële jeugdinrichting [verblijfplaats] is nog niet afgerond en zal volgens het verzoek worden voorgezet in de gesloten jeugdhulp, zodra het verblijf in [verblijfplaats] op strafrechtelijke titel is geëindigd. Door en namens [voornaam van minderjarige] is verzocht de tenuitvoerlegging van een machtiging te laten plaatsvinden in de justitiële jeugdinrichting [verblijfplaats] tot er een plek is vrijgekomen in de gesloten instelling de [naam instelling] te [vestigingsplaats] . Dit omdat [voornaam van minderjarige] anders – vanwege het huidige plaatsgebrek in de gesloten jeugdhulp instellingen is er waarschijnlijk niet aansluitend plek is bij de [naam instelling] – in een buitenregionale instelling wordt geplaatst, hij daar opnieuw moet wennen en zijn ouders hem daar evenmin niet kunnen bezoeken. [voornaam van minderjarige] heeft ingestemd met tijdelijke tenuitvoerlegging van de gesloten plaatsing in de justitiële jeugdinrichting [verblijfplaats] , waar hij nu verblijft. Hij zou het erg vervelend vinden als hij eerst in een andere instelling dan de [naam instelling] geplaatst zal worden in afwachting van een plek in de [naam instelling] . Hij blijft dan liever op een plek die hij kent. Uit het door de GI overgelegde advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 5 juli 2018 komt naar voren dat [voornaam van minderjarige] zich in de eerste plaats laat leiden door omgevingsfactoren. Het is dus in zijn belang zijn omgeving zo rustig en voorspelbaar mogelijk te houden. Een plaatsing voor onbekende periode tijdelijk in een buitenregionale instelling voor gesloten jeugdzorg is voor de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] niet gewenst. Hoewel [voornaam van minderjarige] niet op basis van een veroordeling in een JJI verblijft, maar in het kader van voorlopige hechtenis, ziet de kinderrechter zoveel overeenkomsten tussen een verblijf na veroordeling en een verblijf in het kader van voorlopige hechtenis dat zij de ventielbepaling analoog zal toepassen. Gelet op dit alles en omdat het in het algemeen niet in het belang van een jeugdige is te veel van verblijfsomgeving te veranderen, zal de kinderrechter op grond van art. 6.2.2 lid 2 Jeugdwet bepalen dat de machtiging in deze jeugdinrichting ten uitvoer zal worden gelegd tot er een plek vrijkomt in de [naam instelling] .

De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 20 juli 2018 voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot uiterlijk 5 december 2018 betreffende de minderjarige [voornaam van minderjarige] ;

bepaalt dat de machtiging ten uitvoer wordt gelegd in de justitiële jeugdinrichting [verblijfplaats] , zijnde een inrichting als bedoeld in art. 1 van de Beginselenwet justitiële inrichtingen, tot het moment dat er een plek vrijkomt in de [naam instelling] te [vestigingsplaats] .

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2018 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van H. Bosma, als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 juli 2018.